Astronomen bouwen de meest geavanceerde sterrenwacht ter wereld na met LEGO®

Het LEGO®-model van het Paranal-platform wordt overgedragen aan ESO’s directeur-generaal. Credit: ESO/Frans Snik

Bij de bouw van de ESO-sterrenwacht op Paranal in Chili – een van de grootste en meest geavanceerde telescoopfaciliteiten ter wereld – waren enkele van de knapste wetenschappers en ingenieurs betrokken. En nu hebben de Nederlandse astronoom Frans Snik en een team van toegewijde helpers dat nog eens dunnetjes overgedaan. Zij hebben een uniek LEGO®-model gemaakt van het complete Paranal-platform, compleet met verrassend gedetailleerde replica’s van de vier 8,2-meter VLT Unit Telescopes (UT) en de vier ondersteunende 1,8-meter Auxiliary Telescopes [1]Het LEGO®-Paranal begon zijn kleinschalige bestaan in 2014, toen Snik zijn eerste LEGO®-model van ESO’s Extremely Large Telescope (ELT) ontwierp en bouwde. Later bedacht hij ook een … Continue reading.

Dit verbazingwekkende eenmalige model is overgedragen aan ESO, en te bezichtigen in het ESO-hoofdkwartier in Garching, Duitsland. Zodra in het voorjaar van 2018 het ESO Supernova planetarium & bezoekerscentrum in het ESO-hoofdkwartier is geopend, zal het model daar een plek krijgen.

Het model van het Paranal-platform, op een schaal van ongeveer 1:150, omvat niet alleen de verschillende VLT-telescopen en hun behuizingen: ook alle instrumenten die bij de echte VLT worden gebruikt zijn aanwezig. Tevens zijn er nauwkeurige modellen van de VSTVISTA en het bedieningsgebouw. Elk van de 8,2-meter UT’s bestaat uit precies 3104 stukjes en voor het hele platform waren meer dan 25.000 afzonderlijke onderdelen nodig – plus de nodige tijd en geduld! De telescopen kunnen draaien en alle luiken en ventilatiegaten kunnen open en dicht. De vier Auxiliary Telescopes staan op rails en zijn, net als de echte telescopen, verplaatsbaar. En de VLTI-tunnels bieden plaats aan een werkende miniatuur interferometer die echte fringes (interferentiestrepen) kan produceren.

Het bouwen van een modeltelescoop is een uitstekende manier om inzicht te krijgen in de complexiteit van moderne astronomische instrumenten en iedereen met genoeg doorzettingsvermogen (en ongeveer 5000 euro op zak) kan zijn eigen versie van deze enorme telescopen bouwen. Frans Snik voorziet u graag van de noodzakelijke instructies.

En voor wie nog meer wil, is er ook een LEGO®-bouwschema beschikbaar voor ESO’s Extremely Large Telescope, die momenteel nabij Paranal in aanbouw is – op dezelfde schaal als het Paranal-model (zie inzet hierboven).Bron: ESO.

References[+]

References
1 Het LEGO®-Paranal begon zijn kleinschalige bestaan in 2014, toen Snik zijn eerste LEGO®-model van ESO’s Extremely Large Telescope (ELT) ontwierp en bouwde. Later bedacht hij ook een LEGO®-model van de 8,2-meter VLT Unit Telescopes.

Groningse astronomen verklaren raadsel van koel gas in hete quasars

Een artist impression van een quasar. (c) ESA/C. Carreau

Een team van sterrenkundigen met daarin Peter Barthel en Pece Podigachoski van de Rijksuniversiteit Groningen heeft een verklaring gevonden voor een vijftig jaar oud raadsel waarom koel gas uit hete quasars stroomt. Nieuwe waarnemingen duiden erop dat het koele gas hoogstwaarschijnlijk ontstaat bij de snelle vorming van sterren in het moedersterrenstelsel van de quasar en dat het door sterexplosies naar buiten wordt geblazen. Het artikel van de sterrenkundigen is geaccepteerd voor publicatie in het vakblad Astrophysical Journal Letters.

Een quasar is een fel stralende kern van een sterrenstelsel. In het vroege heelal kwamen veel quasars voor. De kern van een quasar straalt fel door de invloed van een zwaar zwart gat in het centrum dat materie aanzuigt die daardoor heet gaat gloeien. De hittestraling is kenmerkend voor quasars. In 1966 ontdekten sterrenkundigen tot hun verrassing dat quasars niet alleen heet, maar ook koel gas herbergen. Dat gas bleek bovendien snel te bewegen. De astronomen proberen al vijftig jaar te ontrafelen waar het koele gas vandaan komt, hoeveel er is en waarom het snelheden van duizenden kilometers per seconde kan bereiken. 

Peter Barthel (Rijksuniversiteit Groningen): “Ook wilden we weten hoe belangrijk dit soort gaswinden zijn in het moederstelsel van de quasar en wat het netto effect ervan is in het vroege heelal. Deze sterrenstelsels groeien namelijk uiteindelijk tot stelsels als onze Melkweg en dat proces willen we begrijpen.”

Een internationaal team van sterrenkundigen besloot om met de Herschel-ruimtetelescoop naar een aantal quasars te kijken. Uit de waarnemingen blijkt dat het koele gas met name voorkomt in die quasars waarin ook veel sterren worden gevormd. Barthel: “Kennelijk heeft snelle stervorming in quasar-moederstelsels iets van doen met die koele gaswinden.”

Barthel werkte deze veronderstelling vervolgens nader uit samen met zijn promovendus Pece Podigachoski en met collega’s Belinda Wilkes van de Harvard sterrenwacht en Martin Haas van de universiteit van Bochum. Ze vermoeden dat de winden wordt aangewakkerd door sterren die exploderen als er veel en snel sterren worden gevormd.

De sterwinden zouden weleens een natuurlijke rem kunnen zijn op de vorming van veel meer sterren en van grotere sterrenstelsels. Barthel: “Want hoewel theoretisch gesproken sterrenstelsels heel groot zouden kunnen worden, komen we ze in de praktijk niet tegen.” Bron: Astronomie.nl

Rode superreus Betelgeuze door ALMA op beeld vastgelegd

Betelgeuze door ALMA op beeld vastgelegd. Credit:
ALMA (ESO/NAOJ/NRAO)/E. O’Gorman/P. Kervella

Deze oranje vlek is de nabijgelegen ster Betelgeuze, gezien met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA).  ALMA observeerde voor het eerst het oppervlak van een ster en dit resulteerde in een opname van Betelgeuze in de hoogst mogelijke resolutie die er bestaat.

Betelgeuze is een van de grootste momenteel bekende sterren  — met een straal die ongeveer 1400 keer groter is dan die van de zon in het millimeterbereik. Zowat 600 lichtjaar van ons verwijderd in het sterrenbeeld Orion (Jager) brandt de rode superreus zeer fel, waardoor de ster slechts een korte levensverwachting heeft. De ster is ongeveer acht miljoen jaar oud, maar staat reeds op het punt om een supernova te worden. Wanneer dit gebeurt, zal de explosie als gevolg daarvan vanop de aarde te zien zijn, zelfs op klaarlichte dag.

De positie van Betelgeuze in Orion, met de pijl aangegeven. Credit: Zwergelstern/Wikipedia.

De ster werd op veel andere golflengten waargenomen, voornamelijk in zichtbaar, infrarood en ultraviolet licht. Met behulp van de Very Large Telescope van ESO ontdekten astronomen een enorme gaspluim bijna zo groot als ons zonnestelsel. Astronomen hebben ook een kolossale, borrelende bel op het oppervlak van Betelgeuze bespeurd. Deze elementen vormen een hulp bij het verklaren hoe de ster in een razendsnel tempo gas en stof afwerpt (eso0927eso1121). Op deze opname observeert ALMA het hete gas van de chromosfeer van Betelgeuze op submillimetergolflengten. Plaatselijk hogere temperaturen verklaren waarom de ster niet symmetrisch is. Op wetenschappelijk gebied kan ALMA ons helpen om de buitenste atmosferen van deze hete, in lichterlaaie staande sterren te begrijpen. Bron: ESO.

Groen licht voor maken exoplaneet-telescoop PLATO

Credit: SRON.

 

De Europese Ruimtevaartorganisatie ESA heeft groen licht gegeven voor de realisatie van de ruimtetelescoop PLATO die vanaf 2026 op zoek gaat naar exoplaneten. SRON (Netherlands Institute for Space Research) gaat 8 van de 26 camera’s van PLATO testen en karakteriseren. Daarnaast gaat SRON modellen ontwikkelen die uit PLATO’s gegevens informatie kunnen winnen over de atmosferen en wolken op zulke exoplaneten.

PLATO’s taak is om langdurig naar duizenden sterren te kijken, of zich daar een minieme dip in lichtsterkte voordoet. Dit gebeurt wanneer een planeet voor de ster langs schuift. De focus van PLATO ligt op het ontdekken van aardachtige exoplaneten en grote ‘super-aardes’ in de ‘bewoonbare-zone’ rondom sterren zoals de Zon. Dit is de zone waarin vloeibaar water op het oppervlak van de planeet kan bestaan. Er zijn extreem nauwkeurige en stabiele camerawaarnemingen over jaren nodig om de minieme dip als gevolg van dit soort kleine planeten te kunnen meten. Ook zal PLATO enkele cruciale eigenschappen, zoals bijvoorbeeld de dichtheid van de planeten, kunnen bepalen.

Een internationaal consortium van experts uit Europa beantwoordde met het concept voor PLATO de oproep van ESA voor de ontwikkeling van een missie voor exoplaneten. De beslissing van ESA vandaag betekent dat de missie uit de blauwdruk-fase komt en de Europese industrie aan de slag kan met de bouw van de telescoop.

De PLATO telescoop bestaat uit 26 losse optische camera’s, 24 ‘gewone’ en 2 snelle, die, gedeeltelijk overlappend, een groot stuk van de hemel bekijken. De extreme stabiliteit van de camera’s, nodig voor het vinden van planeten ter grootte van de Aarde, vereist zeer nauwkeurige tests en kennis van elk detail van de camera. Hiervoor simuleren experts van SRON, samen met collega’s in Frankrijk en Spanje, bepaalde omstandigheden in de ruimte zoals de extreem lage, cryogene temperaturen en de vacuüm condities. Alleen zo kunnen we het gedrag van de telescoop straks in vlucht tot in detail begrijpen.

Programmaleider Michiel Min van SRON’s wetenschappelijke programma voor exoplaneten buigt zich intussen over de ontwikkeling van modellen om atmosfeerinformatie uit de data van PLATO te winnen. “PLATO gaat sowieso de straal, massa, dichtheid en leeftijd van een grote verzameling planeten opleveren. Daardoor kunnen we alleen al op grond van statistiek meer over de vorming en evolutie van planeten leren. Maar PLATO stelt ons daarnaast ook in staat om van sommige exoplaneten de verdeling van warmte en bewolking op de planeet bij ‘dag’ en bij ‘nacht’ te bekijken. Hieruit kunnen we heel veel leren over de vorming van wolken en de werking van de atmosfeer.

Bron: SRON

Space X heeft twee hergebruikte raketten gelanceerd

Credit: SpaceX

Space X heeft de afgelopen dagen maar liefst twee Falcon-9 raketten gelanceerd, die allebei eerder in de ruimte zijn geweest en weer opnieuw zijn opgelapt. Hiermee hebben ze bewezen dat hun concept van herbruikbare raketten een daverend succes zou kunnen worden. Beide raketten zijn trouwens weer keurig terug op aarde geland en zullen waarschijnlijk een derde keer worden ingezet – een absoluut unicum! De lading van beide Falcon 9-raketten bestond overigens uit communicatiesatellieten, dus niets spectaculairs. Het lanceren van een lading is bij Space X maar liefst 300 miljoen dollar goedkoper dan “bij de concurrent” en het vlot hergebruiken van raketten zal de kosten alleen maar verder doen drukken. Dus mocht je nog ergens een satelliet hebben liggen die gelanceerd moet worden, dan zou ik Space X even bellen 😉

https://youtu.be/LFH1k_5CXqs

Chandra ziet recordaantal röntgendubbelsterren in chaotisch sterrenstelsel

 

Credit: X-ray: NASA/CXC/Univ of Crete/K. Anastasopoulou et al, NASA/NuSTAR/GSFC/A. Ptak et al; Optical: NASA/STScI

 

Wat zou er gebeuren als je twee sterrenstelsels laat samensmelten? Een nieuwe opname die (mede) gemaakt is door het Chandra-röntgenobservatorium laat het opmerkelijke resultaat zien. Het gaat om een systeem dat Arp 299 wordt genoemd en zich bevindt op een afstand van 140 miljoen lichtjaar vanaf de aarde. Dit systeem bevat twee sterrenstelsels die aan het samensmelten zijn, waarbij de sterren van beide stelsels door elkaar gehusseld worden.

Dat is echter niet het enige dat zichtbaar is op de foto. Chandra heeft namelijk 25 röntenbronnen waargenomen binnen Arp 299, waarvan er veertien helder genoeg zijn om “ultraheldere röntgenbronnen” genoemd te worden (ultra-luminous X-ray sources – ULX’en). Deze ULX’en zijn ingebed in uitgestrekte stervormingsgebieden.

Het gaat vermoedelijk om nauwe dubbelsterren waarvan één van de componenten een neutronenster is of een stellair zwart gat. Deze zijn dan actief materiaal aan het afsnoepen van een begeleider. Dergelijke dubbelsterren worden “high mass X-ray binaries” genoemd en zijn normaal gesproken zeldzaam in het lokale universum. Het is daarom heel bijzonder om maar liefst veertien exemplaren te vinden binnen een enkel sterrenstelsel, maar dat is gemakkelijk te verklaren.

Arp 299 is één van de stelsels in het lokale universum met de hoogste stervorming, hetgeen ongetwijfeld het gevolg is van schokgolven die zelf weer het resultaat zijn van het samensmelten van twee complete sterrenstelsels. Bij een dergelijke massale stervorming ontstaan veel dubbelsterren van hoge massa, die zich later zullen evolueren tot ULX’en.

De totale röntgenemissie van Arp 299 is trouwens vergelijkbaar met die van sterrenstelsels in het verre universum, hetgeen ons de mogelijkheid bied om deze processen in detail te bestuderen. Dat betekent dat de studie naar Arp 299 ons kan helpen om het verre (en dus jonge) universum beter te doorgronden!

Bron: Chandra

Nederlandse astronomen verklaren dubbele zwarte gaten

Een team van drie Nederlandse astronomen verklaart hoe twee zwarte gaten een tijd lang om elkaar heen kunnen draaien. Het begint bij twee grote sterren die om elkaar draaien (links). Als de grootste ster instort tot een zwart gat, kan de kleinere ster nog lange tijd blijven bestaan (rechts). Credit: ESO/M. Kornmesser

Ed van den Heuvel en Selma de Minck van de Universiteit van Amsterdam en Simon Portegies Zwart van Universiteit Leiden hebben een verklaring bedacht voor het verschijnsel dat twee zwarte gaten een tijd lang om elkaar heen kunnen draaien. De verklaring inclusief bijbehorende computersimulaties is geaccepteerd voor publicatie in het gezaghebbende Britse vakblad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.

Begin juni 2017 was het weer even nieuws: twee samensmeltende zwarte gaten die een zwaartekrachtsgolf veroorzaken. Sterrenkundigen zijn het er niet over eens hoe zulke zwarte gaten ontstaan. De ene hypothese is dat er twee zwarte gaten ver van elkaar ontstaan, langzaam naar elkaar toe drijven en om elkaar heen gaan draaien. De tweede  hypothese is dat twee sterren om elkaar heen draaien, na elkaar exploderen en in elkaar zakken tot twee zwarte gaten. De Nederlandse onderzoekers Ed van den Heuvel (UvA), Simon Portegies Zwart (UL) en Selma de Mink (UvA) laten nu zien dat die tweede situatie, van twee om elkaar draaiende sterren, waarschijnlijker is dan tot nu toe werd gedacht.

Vaker voorkomend dan verwacht

Ed van den Heuvel, die zich in 1972 als een van de eerste sterrenkundigen bezighield met de evolutie van zware dubbelsterren, is eerste auteur van het huidige artikel. ‘Als onze berekeningen kloppen, en daar ga ik natuurlijk wel vanuit, dan komen dubbele zwarte gaten, met een gezamenlijke massa van vijftien tot dertig maal die van de zon, vaker voor dan verwacht. In onze eigen Melkweg bijvoorbeeld kan dan volgens de nieuwe berekeningen eens in de 100.000 jaar zo’n samensmeltend zwart gat ontstaan. Dat is voor mensenbegrippen natuurlijk nog steeds zeldzaam, maar het is tien keer vaker dan we eerst dachten.

Na elkaar

Simon Portegies Zwart, die de nieuwe simulaties uitvoerde op ‘zijn’ supercomputer Little Green Machine: ‘Als eerst de zwaarste van de dubbelsterren instort tot een zwart gat ontstaat er een stabiele situatie waarin de tweede ster nog lang kan voortleven voordat die het tweede zwarte gat wordt. Het eerste zwarte gat zuigt in de tussentijd veel materie van de tweede ster naar zich toe, en braakt een groot deel hiervan weer uit. Deze uitstoot van massa doet de baan van de dubbelster sterk krimpen, zodat wanneer de tweede ster instort tot een zwart gat, er een nauwe dubbelster ontstaat van twee zwarte gaten die later met elkaar zullen versmelten.’

Van den Heuvel: ‘Tot nu toe werd gedacht dat dubbelsteren bijna altijd eerst samensmelten tot een enkele grote ster en dan pas één zwart gat vormen. Alleen in extreme gevallen met ver uit elkaar of juist heel dicht op elkaar staande dubbelsterren zou er een dubbel zwart gat kunnen ontstaan. Wij laten nu zien de condities helemaal niet zo extreem hoeven te zijn.

Het volledige vakartikel over dit onderzoek kan hier ingezien worden.

Bron: Universiteit van Amsterdam

Gaia vindt zes nieuwe hogesnelheidssterren met behulp van kunstmatige intelligentie

Credit: ESA, CC BY-SA 3.0 IGO

 

ESA’s Gaia-satelliet heeft met behulp van software die het menselijk brein nabootst zes sterren gespot die met hoge snelheid van het centrum van ons Melkwegstelsel naar de buitengebieden racen. De resultaten van het team, met onder anderen Tommaso Marchetti, Elena Rossi en Anthony Brown van de Sterrewacht Leiden, werden vandaag gepresenteerd op de jaarlijkse bijeenkomst van de European Astronomical Society (EWASS2017) in Praag, Tsjechië.

Onze Melkweg herbergt enkele honderden miljarden sterren, die bij elkaar worden gehouden door de zwaartekracht. De meeste bevinden zich in een vlakke structuur, de galactische schijf, die in het midden een verdikking heeft. De rest is verspreid over een wijdere bolvormige ‘halo’, die reikt tot een afstand van 650.000 lichtjaar van het centrum.

Sterren bewegen rond het Melkwegcentrum op verschillende snelheden, afhankelijk van hun locatie. De zon draait rond het centrum met 220 kilometer per seconde; de gemiddelde snelheid in de halo is 150 kilometer per seconde. Zo nu en dan overstijgt een enkele ster deze al behoorlijk hoge snelheden. Sommige worden versneld door een ontmoeting met een andere ster of de supernovaexplosie van een begeleidende ster. Dat resulteert in snelheden die kunnen oplopen tot een paar honderd kilometer per seconde boven de gemiddelde snelheid. Ruim tien jaar geleden werd een nieuwe klasse van hogesnelheidssterren ontdekt, die zich in de halo bevinden, maar waarvan de leeftijd niet overeenkomt met de oude sterpopulatie daar. Tot nu toe waren er pas 20 van bekend. Het zijn allemaal jonge sterren met een massa van 2,5 tot 4 keer die van de zon. Ze snellen met honderden kilometers per seconde door het Melkwegstelsel en hun plek in de halo is alleen te verklaren als ze een extra zwieper hebben gekregen van het superzware zwarte gat in het centrum van de Melkweg.

Deze hogesnelheidssterren zijn extreem moeilijk op te sporen “maar wel heel erg belangrijk om de grote structuur van de Melkweg te kunnen bestuderen,” zegt de Leidse astronoom Elena Rossi. “Deze sterren hebben enorme afstanden gereisd maar het pad dat ze hebben afgelegd kan terug gevolgd worden naar het Melkwegcentrum – een gebied dat aan het zicht wordt onttrokken door interstellair gas en stof en moeilijk waar te nemen is. Deze sterren kunnen we dus gebruiken om cruciale informatie te vergaren over het zwaartekrachtveld van de hele Melkweg, van de kern tot aan de buitengebieden.

Astronomen denken dat er veel meer van dit soort hogesnelheidssterren zijn, ook met andere leeftijden en massa’s, dan tot nu toe gevonden. Daarom hebben Rossi en collega’s een nieuwe manier gezocht om de zoektocht binnen de dataset van Gaia, de Europese ruimtemissie die 1 miljard sterren in de Melkweg in kaart aan het brengen is, te optimaliseren. Na verschillende methoden te hebben uitgeprobeerd, kwamen ze uit bij software waarmee computers leren van eerdere ervaringen. Eerste auteur Tommaso Marchetti (promovendus aan de Leidse Sterrewacht): “We hebben een artificial neural network gebruikt, software die is geschreven om ons brein te imiteren. In een gedegen ‘training’ leert de software bepaalde objecten of patronen te herkennen in een grote dataset. In ons geval dus de stercatalogus van Gaia.” De software was een paar maanden voordat de eerste Gaia-dataset werd gepresenteerd klaar.

Rossi: “We lieten ons nieuwe algoritme meteen los op de dataset van twee miljoen sterren en binnen een uur had de software de dataset al gereduceerd tot ongeveer 20.000 potentiële hogesnelheidssterren.” Een verdere selectie bracht het aantal op 80. Na een gedetailleerde analyse kwam het team op zes sterren die terug te traceren zijn naar het galactisch centrum, allemaal met een snelheid boven de 360 kilometer per seconde. De nieuw ontdekte sterren hebben bovendien allemaal lagere massa’s, vergelijkbaar met de massa van de zon.

Een van de van de zes sterren zal naar verwachting de Melkweg verlaten omdat hij zo snel reist (boven de 500 kilometer per seconde) dat hij kan ontsnappen aan de zwaartekrachtsgreep van het Melkwegstelsel. Een vraag die de wetenschappers willen beantwoorden is waardoor de andere sterren worden afgeremd. Onzichtbare donkere materie zou daarbij een rol kunnen spelen. De zoektocht in de database leverde ook nog vijf nieuwe, meer traditionele ‘wegloopsterren’ op. Die komen niet uit het galactisch centrum maar kregen hun snelheid door sterbotsingen elders in het Melkwegstelsel.

De voorzitter van het Gaia Data Processing and Analysis Consortium (en coauteur van het artikel) Anthony Brown (Leiden) benadrukt dat de resultaten het grote potentieel van Gaia aantonen. “We hebben nu nieuwe manieren tot onze beschikking om de structuur en de dynamica van het Melkwegstelsel te bestuderen.” De publicatie van de volgende dataset van Gaia is in april 2018.

Bron: ESA

In Broek in Waterland is Nederlands zesde meteoriet gevonden

Credit: Naturalis/leiden

Op 11 januari 2017 is de 6e meteoriet van Nederland gevallen en gevonden in de buurt van Broek in Waterland. Het gaat om een steenmeteoriet van ongeveer 500 gram.De meteoriet viel die dag om 17:09 uur. Er werd een paar seconden eerder een vuurbol waargenomen door meerdere mensen in Nederland, en in België heeft iemand een dashcam opname online geplaatst. De meteoriet is terecht gekomen op een schuurtje en heeft een dakpan en de latjes eronder verbrijzeld. Gelukkig is er niemand geraakt. Meteorieten komen namelijk neer met de snelheid van een hogesnelheidstrein.

Wanneer een meteoriet vanuit de ruimte met zo’n 10 km per seconde de aardatmosfeer binnendringt, neemt de snelheid met een razend tempo af. De steen wordt door de luchtweerstand sterk verhit en begint aan de buitenkant te smelten, en wordt hierdoor dus snel kleiner. Door alle energie die vrijkomt is er dan vaak een vuurbol te zien. De meteoriet komt waarschijnlijk van een voormalige miniplaneet in een baan om de Zon, tussen die van Jupiter en Mars. In dat gebied, de planetoïdengordel, zweeft erg veel ruimtepuin dat soms uit zijn baan raakt door een botsing en daarna, na veel rondjes om de Zon, de Aarde kan raken.

De steen is via Niek de Kort van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer en Sterrenkunde bij Naturalis terecht gekomen en wordt nu onderzocht door Leo Kriegsman en Marco Langbroek. Leo: “Dit soort meteorieten geeft ons informatie over het begin van het zonnestelsel, 4,5 miljard jaar geleden. Op Aarde bestaan geen stenen van deze ouderdom.” Er wordt bijvoorbeeld gekeken uit welke mineralen de meteoriet bestaat en hoe die zijn gevormd. Het blijkt om een bekend type steenmeteoriet, een L6 chondriet, te gaan. Volgens de traditie wordt hij genoemd naar het dorp of de stad in de buurt, dus hij gaat de Broek in Waterland meteoriet heten.

In de laatste 200 jaar zijn er maar 6 meteorieten gevonden in Nederland. Naar schatting komt er één meteoriet van deze grootte per 3-4 jaar terecht in Nederland, maar ze worden niet altijd gevonden. Dit kan zijn doordat ze in het water vallen, maar ook doordat het berekende zoekgebied heel groot is, waardoor het zoeken is naar de spreekwoordelijk speld in de hooiberg. De afgelopen paar jaar is bijvoorbeeld tevergeefs gezocht bij Hoenderloo en Oudemirdum. Ook in Broek in Waterland is na een intensieve zoektocht met veel mensen duidelijk dat er verder geen materiaal meer kan worden gevonden. De vorige meteoriet die in Nederland werd gevonden, viel 27 jaar geleden ook door een dak, in Glanerbrug. Bron: Naturalis.

Hackerscollectief Anonymous zegt dat NASA intelligent leven in het heelal heeft ontdekt

Credit: Anonymous-nasa.

Het internationale hackerscollectief Anonymous heeft deze week in een video verklaard dat de NASA op het punt staat om bekend te maken dat ze intelligent leven in het heelal hebben ontdekt! In de op YouTube verschenen video (hieronder te zien) zegt Anonymous dat een wetenschapper dit zou hebben gezegd op een recente bijeenkomst van het US Science, Space and Technology committee. Het zou gaan om Thomas Zurbuchen gaan, Nasa Science Mission Directorate Professor. In die vergadering zou hij het volgende hebben gezegd: “Our civilisation is on the verge of discovering evidence of alien life in the cosmos.” De NASA maakte deze week nog bekend dat met de Kepler ruimtetelescoop nog eens 219 kandidaat-exoplaneten zijn ontdekt, waarvan tien aardachtige planeten.

https://youtu.be/HGh8n1XxDrg

De tip voor deze blog kwam van Sybold Deen, waarvoor hartelijk dank.