Cubesats van Ghana, Mongolië, Nigerië en Bangladesh gelanceerd vanuit het ISS

Afgelopen vrijdag zijn vanuit het internationale ruimtestation ISS vijf kleine cubesats ‘gelanceerd’, die door studenten gemaakt zijn in Ghana, Mongolië, Nigerië en Bangladesh. Alle kleine satellieten – 10 x 10 x 10 cm groot – zijn gebouwd door in totaal 15 studenten en het is mogelijk gemaakt vanuit het Japanse Joint Global Multi-Nation Birds Satellite project, kortweg het BIRDS project, dat bedoeld is om ontwikkelingslanden ook te laten werken aan ruimtevaartprojecten. De 1,13 kg wegende satellietjes hebben camera’s aan boord, 0,3 en 5-megapixel camera’s, en ze communiceren via HAM radio met zeven grondstations op aarde. De namen van de vijf satellieten zijn BRAC Onnesha, GhanaSat 1/ANUSAT 1, Toki, Mazaalai/NUMSAT 1 en de EduSat 1. Ze worden de ruimte ingebracht via de door de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA ontwikkelde JEM Small Satellite Orbital Deployer (J-SSOD) van het ISS.Volgend jaar is er een nieuwe ronde van BIRDS-satellieten, als de Filippijnen Bhutan en Maleisië hun cubesats lanceren. Hieronder een video van de lancering.

Bron: BBC + Youtube.

Nederlandse ‘big-data’-telescoop vindt eerste exoplaneten rond zeer heldere sterren

Een van de circa 25.000 foto’s die MASCARA iedere nacht routineus van de sterrenhemel maakt. De ster MASCARA-2, waarbij het Nederlandse team nu een planeet heeft ontdekt, is bij helder weer goed met een verrekijker te zien in het sterrenbeeld Zwaan (omcirkeld, rechtsonder van het midden). (Credit: MASCARA/Snellen)

Astronomen van de Universiteit Leiden hebben de eerste planeten ontdekt met een nieuw instrument – de planetenjager MASCARA. Het aan de Sterrewacht Leiden ontwikkelde instrument zoekt speciaal naar planeetovergangen rond de helderste sterren aan de hemel, waar verrassend genoeg nog nauwelijks eerder naar is gezocht. Naar de planeten rond deze helderste sterren kan veel beter vervolgonderzoek gedaan worden waardoor ze zeer waardevol zijn. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in twee papers in Astronomy & Astrophysics.

MASCARA (Multi-site All-Sky CAmeRA) is een relatief eenvoudig apparaat dat bestaat uit vijf camera’s met groothoeklenzen die in een keer de hele hemel fotograferen. Het eerste MASCARA-station staat op het Canarische eiland La Palma en neemt sinds begin 2015 om de zes seconden zo’n foto, waarmee de helderheid van meer dan 50000 sterren wordt vastgelegd. “De crux zit hem in de datastroom – zo’n 15 terabyte per maand – die onmiddellijk verwerkt moet worden,” zegt eerste auteur Geert Jan Talens, promovendus in Leiden. “MASCARA is dan eigenlijk ook meer een soort big-data-softwaretelescoop. Van alle waargenomen sterren zoeken we uit welke regelmatig een klein beetje zwakker zijn doordat er gezien vanaf de aarde een planeet voorlangs schuift.”

Credit: MASCARA/Snellen

De eerste twee planeten die het team nu heeft ontdekt, MASCARA-1b en MASCARA-2b, zijn in veel opzichten bijzonder. “Ook al zijn er al meer dan 1000 sterren met planeetovergangen ontdekt, de meeste daarvan staan ver weg en zijn heel zwak,” zegt medeonderzoeker Gilles Otten. “MASCARA-2b is de op-een-na helderste ster die een planeetovergang van een reuzenplaneet laat zien. Vorige maand is de helderste ontdekt: de transit-survey KELT-9 kaapte die voor onze neus weg. De Kelt-ster is slechts 2% helderder.”

De MASCARA-reuzenplaneten zijn flink groter dan Jupiter en draaien in banen van slechts enkele dagen rond sterren die veel groter en heter zijn dan onze zon. “We kunnen nu dus planeten gaan onderzoeken die zich in zeer extreme omstandigheden bevinden,” zegt Ignas Snellen (Sterrewacht Leiden), de leider van het MASCARA-project. “De helderheid van de sterren maakt ook allerlei belangrijk vervolgonderzoek mogelijk, zoals het karakteriseren van de atmosferen in veel meer detail dan voor andere planeten mogelijk is.”

Het MASCARA-project wordt uitgebreid met een tweede station, op het zuidelijk halfrond. De telescoop is aangekomen op het La Silla-observatorium van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in het noorden van Chili, en zal daar binnenkort beginnen met waarnemen.

Bron: Astronomie.nl.

Er blijken twee “soorten” reuzenplaneten te zijn

Credit: ESO/L. Calçada

Astronomen hebben bewijs gevonden voor het bestaan van twee verschillende populaties van Jupiterachtige reuzenplaneten. Inmiddels kennen we ruim 3500 exoplaneten, waarvan een behoorlijk deel uit gasreuzen bestaat. De massa van dit soort planeten kan oplopen tot ruim 13 keer de massa van Jupiter, die zelf reeds 320 aardemassa’s “weegt”.

Volgens modellen zijn er twee manieren om een gasreus te maken. Volgens het zogenaamde core accretion proces ontstaat eerst een rotsachtige of ijzige kern, die vervolgens gas gaat aantrekken vanuit de planeetvormende schijf (de wervelende gas- en stofschijf rondom een pasgeboren ster). Het resultaat is dan een Jupiterachtige gasplaneet.

Er bestaat echter een twee manier: het zogenaamde disk instability proces. Volgens dit model kan een complete gasplaneet ontstaan vanuit het instorten van een deel van de planeetvormende schijf. Het resultaat is dan ook een Jupiterachtige gasplaneet, maar dan zonder vaste kern.

Nu hebben waarnemingen uitgewezen dat planeten zoals Jupiter in een andere omgeving ontstaan dan Super-Jupiters van meer dan 4 Jupitermassa’s. Dat betekent dat twee klassen van gasreuzen afzonderlijke populaties vormen, die rondom andere soorten sterren draaien. Gasplaneten tot 4 Jupitermassa’s ontstaan vooral bij metaalrijke sterren (sterren met relatief veel elementen zwaarder dan helium), terwijl gasplaneten van boven de 4 Jupitermassa’s vooral bij metaalarme sterren gevonden kunnen worden.

De betrokken onderzoekers vermoeden dat beide soorten gasplaneten op een andere manier ontstaan zijn. De ‘normale’ Jupiters zijn volgens de wetenschappers via het core accretion proces ontstaan, terwijl Super-Jupiters via het disk instability zijn ontstaan. Beide manieren om gasplaneten te bouwen bestaan dus wellicht gebroederlijk naast elkaar in het universum!

Het volledige vak-artikel over dit onderzoek kan hier ingezien worden.

Bron: Instituto de Astrofísica e Ciências do Espaço

Nieuwe klap voor leefbaarheid exoplaneten bij rode dwergen

Credit: Ron Miller

Nieuwe modellen van enorme uitbarstingen aan het oppervlak van sterren hebben nieuwe inzichten verschaft in de leefbaarheid van exoplaneten. Het gaat om een klasse van uitbarstingen die coronale massa-ejecties genoemd worden (CME’s) en die regelmatig voorkomen aan het oppervlak van onze moederster, de zon. Ze vormen een belangrijk onderdeel van het zogenaamde ruimteweer en kunnen verantwoordelijk zijn voor de massale uitval van satellieten en elektrische systemen op aarde.

Uit onderzoek is gebleken dat CME’s ook van groot belang zijn voor de leefbaarheid van rotsplaneten bij zwakke sterren van lage massa. Stel: je ontdekt een planeet met de massa van de aarde en op de juiste afstand om het bestaan van vloeibaar water mogelijk te maken. Nu is de moederster van zo’n planeet een zwakke rode dwergster, waardoor de planeet heel dichtbij moet staan om binnen de leefbare zone te blijven. Het gevolg laat zich raden: je voelt als planeet de CME’s dan extra hard aankomen!

Bovendien hebben rode dwergen een krachtiger magnetisch veld dan zonachtige sterren, waardoor de CME’s uit zichzelf al extra krachtig zijn. Wat zijn de gevolgen voor de leefbaarheid van de planeten? Nou, die zijn niet best: de planeten moeten een krachtig magnetisch veld produceren om zich te weren tegen dit geweld.

Nu heeft een nieuw computermodel uitgewezen dat de situatie nog zorgelijker is: veel CME’s komen terecht in de zogenaamde Astrophysical Current Sheet, alwaar ze ingevangen worden. Als de CME dan op ramkoers met een planeet ligt, dan zal het magnetische veld van die planeet 10.000 keer sterker moeten zijn dan het aardmagnetisch veld om de negatieve effecten te mitigeren.

Dat betekent dat de kans op leefbare planeten bij rode dwergen nog verder is afgenomen. Wordt het niet tijd om de focus te verplaatsen van rode dwergen naar zonachtige sterren op het gebied van buitenaards leven? Het begint er steeds meer op te lijken!

Bron: Royal Astronomical Society

Melkweg bevat minimaal 100 miljard bruine dwergen

Artistieke impressie van een bruine dwerg van het T-type. Credit: NASA / JPL-Caltech

De Melkweg kan ruim 100 miljard bruine dwergen bevatten, zo blijkt uit onderzoek van een internationaal team van wetenschappers. Bruine dwergen zijn objecten die qua eigenschappen tussen sterren en planeten in zitten. De massa van dit soort objecten is onvoldoende om tot waterstoffusie over te gaan, zodat het feitelijk mislukte sterren zijn.

Desondanks kunnen pasgeboren bruine dwergen helder stralen en zelfs een beetje aan fusie doen. We hebben het dan niet over waterstoffusie, maar over de fusie van deuterium en lithium. Beide isotopen zijn echter snel uitgeput, waarna de bruine dwerg langzaam zal afkoelen. Oudere exemplaren zijn voldoende afgekoeld om wolken en “weer” te hebben – dit maakt ze vergelijkbaar met planeten.

Nadat de eerste bruine dwerg in 1995 werd ontdekt, zijn astronomen snel gaan beseffen dat dergelijke objecten normale bijproducten moeten zijn van de processen die normaal gesproken tot sterren en planeten resulteren. Vrijwel alle ontdekte bruine dwergen bevinden zich relatief dicht bij de zon, zeg maar binnen 1500 lichtjaar. Dat is niet verwonderlijk, omdat bruine dwergen weinig licht uitstralen en dus bijna onzichtbaar zijn. Alleen pasgeboren bruine dwergen stralen vaak voldoende licht uit om opgepikt te worden door onze telescopen.

Bruine dwergen die zijn aangetroffen in de jonge sterrencluster RCW 38. Credit: Koraljka Muzic, University of Lisbon, Portugal / Aleks Scholz, University of St Andrews, UK / Rainer Schoedel, University of Granada, Spain / Vincent Geers, UKATC / Ray Jayawardhana, York University, Canada / Joana Ascenso, University of Lisbon, University of Porto, Portugal / Lucas Cieza, University Diego Portales, Santiago, Chile. The study is based on observations conducted with the VLT at the European Southern Observatory.

Goed, nu hebben astronomen hun ogen gericht op stervormingsgebieden om meer bruine dwergen te vinden. Bij een survey die is verricht in 2006 is gebleken dat het stikt van de bruine dwergen in de jonge sterrencluster NGC 1333 – ongeveer half zoveel als ‘normale’ sterren. Om te achterhalen of dit toeval is, hebben astronomen in 2016 gekeken naar de verder gelegen sterrencluster RCW 38 (die zich bevindt op een afstand van 5500 lichtjaar). Wat blijkt nou: ook in dit geval zijn ongeveer half zoveel bruine dwergen als sterren gevonden.

De onderzoekers concluderen dat de situatie in NGC 1333 en RCW 38 als typisch beschouwd moet worden voor de situatie in de rest van de Melkweg. Aangezien het melkwegstelsel ruim 200 tot 400 miljard sterren bevat, moeten er dus 100 tot 200 miljard bruine dwergen rondwaren door ons kosmische sterreneiland!

Het volledige vak-artikel over het onderzoek kan hier ingezien worden.

Bron: Royal Astronomical Society

Het maken van planeten nadat de moederster is overleden

Credit: NASA/JPL-Caltech/R. Hurt (SSC)

Britse sterrenkundigen hebben wellicht het antwoord gevonden op een ruim 25 jaar oud mysterie: hoe kunnen planeten ontstaan in de nasleep van een supernova?

De eerste planeten die buiten het zonnestelsel zijn gevonden behoren tot een zeer afwijkende categorie. In 1992 wist men namelijk bij een pulsar meerdere planeten vinden, die hun aanwezigheid kenbaar maakten door de timing van de pulsarpulsen te beïnvloeden. Dergelijke pulsarplaneten draaien hun rondjes rondom een pulsar of neutronenster, het restant van een massieve ster die ontploft is als supernova. Tijdens zo’n titanische explosie zou geen enkele planeet het moeten overleven. Dat betekent dat de bijzondere planeten in kwestie ná de supernova moeten zijn ontstaan. Maar waar haalt een neutronenster het noodzakelijke materiaal vandaan?

De boeggolf bij Geminga. Credit: Jane Greaves / JCMT / EAO

Wellicht is een oplossing voor dit mysterie gevonden in de buurt van de Geminga-pulsar, op een afstand van 800 lichtjaar vanaf de aarde. Men heeft met verschillende observatoria gekeken naar deze pulsar en wat blijkt? In de directe omgeving van de neutronenster is een boogvormige structuur gevonden. Het gaat vermoedelijk om een boeggolf die het gevolg is van het feit dat Geminga met een noodgang door het interstellaire gas ploegt.

Berekeningen hebben nu uitgewezen dat interstellair materiaal kan worden meegenomen door de boeggolf, waarna een deel van dit materiaal een schijf zal vormen rondom de pulsar. Volgens de betrokken onderzoekers is in totaal enkele aardemassa’s aan gruis in een omloopbaan rondom Geminga terecht gekomen – voldoende om één of meer rotsplaneten te vormen. Het is natuurlijk de vraag of alle pulsarplaneten op deze wijze ontstaan, maar de betrokken wetenschappers vertrouwen erop dat het raadsel van de zombieplaneten is opgehelderd.

Credit: Jane Greaves / University of Cardiff

Het volledige vak-artikel over het onderzoek kan hier ingezien worden.

Bron: Royal Astronomical Society

SPHERE ontdekt een unieke exoplaneet

De exoplaneet HIP 65426b is de eerste die met het SPHERE-instrument van de Very Large Telescope is opgespoord. De moederster is uit de opname verwijder. De cirkel geeft, op de juiste schaal, de baan van de planeet Neptunus om de zon aan. Linksonder is de planeet zelf te zien.
Credit: ESO

Een internationaal team van astronomen met daarin ook Nederlanders heeft een nieuwe exoplaneet opgespoord. HIP 65426b, zoals de planeet heet, is ongeveer 385 lichtjaar van ons verwijderd. Het is de eerste planeet die ontdekt is met behulp van het SPHERE-instrument van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht ESO.Carsten Dominik (Anton Pannekoek Instituut voor Sterrenkunde, Universiteit van Amsterdam) werkte mee aan het onderzoek. “SPHERE is een instrument dat speciaal gemaakt is om naar jonge, heldere planeten te kijken die niet te dicht en niet te ver rond hun ster draaien. Die planeten zijn verrassend zeldzaam en het is fantastisch dat SPHERE ze nu begint te vinden. Deze categorie planeten is voor ons van cruciaal belang om beter te begrijpen hoe planeetvorming in zijn werk gaat.”

De planeet HIP 65426b heeft zes tot twaalf keer zoveel massa heeft als Jupiter en is met een temperatuur van 1000 tot 1400 graden Celsius behoorlijk warm. Hij lijkt te zijn gehuld in een zeer stoffige atmosfeer met dikke bewolking, en draait om een hete, jonge ster die verrassend snel om zijn as wentelt. De ster lijkt niet te zijn omringd door een schijf van puin, wat merkwaardig is voor zijn leeftijd. Het ontbreken van deze schijf roept de vraag op hoe de planeet überhaupt is ontstaan.

Eén mogelijkheid is dat de planeet zich heeft gevormd in een schijf van gas en stof waarna, toen de schijf snel vervloog, interacties met andere planeten ervoor hebben gezorgd dat hij in zijn huidige wijde omloopbaan terechtkwam. Maar het is ook denkbaar dat de ster en de planeet tezamen zijn gevormd als een soort dubbelster waarin de zwaarste van de twee zijn lichtere soortgenoot ervan heeft weerhouden om voldoende materie te verzamelen om een echte ster te worden. De ontdekking van de planeet biedt astronomen de mogelijkheid om de samenstelling en verdeling van wolken in zijn atmosfeer te onderzoeken, en theorieën over het ontstaan, de evolutie en de fysica van exoplaneten te toetsen.

Detail foto van SPHERE.  Credit: ESO

SPHERE is de afkorting van Spectro-Polarimetric High-contrast Exoplanet REsearch instrument. Het is een krachtige planetenjager die gekoppeld is de Very Large Telescope, een Europese telescoop in Chili. Het doel van SPHERE is het detecteren en onderzoeken van nieuwe grote exoplaneten bij nabije sterren met behulp van direct imaging. Deze methode is erop gericht om rechtstreekse opnamen te maken van exoplaneten en puinschijven rond sterren, ongeveer zoals je een foto maakt. Dat is geen eenvoudige opgave, omdat het licht van een ster zo fel is, dat het zwakke weerkaatste licht van daaromheen draaiende planeten daarbij verbleekt. SPHERE is ontworpen om dit obstakel te omzeilen en specifiek te kijken naar het gepolariseerde licht dat door het oppervlak van een planeet is weerkaatst.

Deze opname is gemaakt in het kader van een onderzoeksprogramma dat SHINE (SpHere INfrared survey for Exoplanets) heet. SHINE streeft ernaar om nabij-infraroodopnamen te maken van 600 nabije sterren en het sterke contrast en oplossend vermogen van SPHERE te benutten voor het ontdekken en bestuderen van nieuwe planetenstelsels. Bron: Astronomie.nl.

Dinsdagnacht 11 juli vliegt Juno recht over Jupiter’s Grote Rode Vlek

Credits: NASA/JPL/Space Science Institute

In de nacht van maandag op dinsdag 10-11 juli zal de Amerikaanse ruimteverkenner Juno weer een ‘perijove’ meemaken, een scheervlucht vlak langs de grote gasreus Jupiter. Om 03.55 uur Nederlandse tijd zal de korste afstand van Juno tot Jupiter worden bereikt – slechts 3500 km boven het wolkendek van Jupiter. Elf minuten en 33 seconden later, als Juno al weer 39.771 km heeft afgelegd, zal ‘ie recht boven de beroemde en eeuwenoude Grote Rode Vlek vliegen. Op dat moment zal Juno er 9000 km boven vliegen – nog nooit was een ruimtevaartuig zó dicht in de buurt van de 16.000 km brede storm, die daar al eeuwen woedt – en alle acht wetenschappelijke instrumenten van Juno zullen dan continu waarnemingen verrichten. Afgelopen dinsdag 4 juli, was het precies een jaar geleden dat Juno in een baan om Jupiter kwam. In die tijd heeft ‘ie inmiddels 114,5 miljoen km afgelegd in baantjes om de grote planeet, een baan die langgerekt is en die perijoves en apijoves kent. We zijn benieuwd naar de foto’s, die dinsdag van de passage zullen worden gemaakt.

Bron: NASA.

Snelste sterren van de Melkweg zijn eigenlijk vluchtelingen

Credit: Amanda Smith

Astronomen hebben ontdekt dat sterren die snel genoeg bewegen om volledig aan de Melkweg te ontsnappen, feitelijk indringers zijn vanuit een ander sterrenstelsel! Het blijkt namelijk dat deze stellaire sprinters afkomstig zijn vanuit de Grote Magelhaanse Wolk, het grootste satellietstelsel van de Melkweg.

Deze zogenaamde hypervelocity stars hebben hun oorspronkelijke thuishaven verlaten doordat ze deel hebben uitgemaakt van een nauwe dubbelster. Vervolgens is hun begeleider ontploft en hebben de sterren in kwestie een gigantische schop tegen hun achterwerk gekregen.

Astronomen waren eerst van mening dat hogesnelheidsterren, die vrijwel altijd blauwe reuzen zijn, zijn verbannen door de Melkweg als gevolg van een interactie met het supermassieve zwarte gat in het centrum van ons sterrenstelsel. Dat beeld lijkt niet te kloppen, aangezien de meeste hypervelocity stars in een beperkt deel van de hemel gevonden kunnen worden – namelijk in de sterrenbeelden Leeuw en Sextans.

Computermodellen hebben vervolgens uitgewezen dat de Grote Magelhaanse Wolk de vermoedelijke bron van deze sterren moet zijn. Dit alles is trouwens best logisch: de GMW heeft slechts tien procent van de massa van de Melkweg en dus kunnen binaire sterren die zijn weggeslingerd veel gemakkelijker hun moederstelsel verlaten.

Uit het model is ook gebleken dat het totale aantal hogesnelheidsterren die afkomstig zijn uit de Grote Magelhaanse Wolk meer dan 10.000 moet bedragen! Verder blijkt dat in de laatste twee miljard jaar miljoenen sterren op soortgelijke de GMW verlaten hebben. Veel hiervan zijn inmiddels ontploft als supernova, om vervolgens hun weg te vervolgen als neutronenster of stellair zwart gat.

Het volledige vak-artikel over dit onderzoek kan hier ingezien worden.

Bron: Royal Astronomical Society

M77, een oogverblindende spiraal met een actief hart

Het oogverblindende sterrenstelsel Messier 77. Credit: ESO

ESO’s Very Large Telescope (VLT) heeft een magnifieke opname gemaakt van het balkspiraalstelsel Messier 77. De foto doet het stelsel met zijn schitterende spiraalarmen en donkere stofbanden eer aan, maar weet het turbulente karakter van Messier 77 niet te vangen.

Dit schilderachtige spiraalstelsel lijkt de rust zelve, maar niets is minder waar. Messier 77 – ook bekend als NGC 1068 – is een van de meest nabije actieve sterrenstelsels, die tot de meest energieke en spectaculaire objecten in het heelal worden gerekend. Hun kernen zijn vaak dermate helder dat ze de rest van het stelsel compleet overstralen. Actieve sterrenstelsels behoren tot de helderste objecten in het heelal en stralen licht uit op veel, zo niet alle, verschillende golflengten – van gamma- en röntgenstraling tot aan micro- en radiogolven. Verder staat Messier 77 te boek als Type II Seyfert-stelsel, een klasse van sterrenstelsels die vooral op infraroodgolflengten zeer helder zijn.

Het actieve sterrenstelsel Messier 77 in het sterrenbeeld Walvis. Credit:ESO, IAU and Sky & Telescope

Deze indrukwekkend lichtkracht wordt veroorzaakt door de intense straling van een centrale ‘motor’: de accretieschijf rond een superzwaar zwart gat. Materie die naar dit zwarte gat toe valt, wordt samengeperst en verhit tot ongelooflijke temperaturen, waardoor zij enorme hoeveelheden energie uitstraalt. Er zijn aanwijzingen dat zo’n accretieschijf vaak is gehuld in een dikke, donutvormige structuur van gas en stof die ‘torus’ wordt genoemd. De krachtige VLT Interferometer was in 2003 de eerste die, bij waarnemingen van Messier 77, zo’n structuur wist te onderscheiden (eso0319).

Deze foto van Messier 77 is genomen in vier verschillende golflengtebanden, die zijn weergegeven in de kleuren blauw, rood, violet en roze (waterstof-alfa). Elke golflengte brengt een ander kenmerk aan het licht. Zo haalt de roze gloed van waterstof het licht van de hete, jonge sterren in de spiraalarmen naar voren, terwijl in het rood juist de fijne, draderige structuren van het gas rond Messier 77 tot uitdrukking komen [1]Vergelijkbare rode filamenten zijn ook aangetroffen bij NGC 1275. Hoewel ze omgeven zijn door heet gas van ongeveer 50 miljoen graden Celsius, zijn de filamenten zelf koel. Ze worden bijeengehouden … Continue reading. Naast de kern van het sterrenstelsel is ook een voorgrondster van onze eigen Melkweg te zien, die herkenbaar is aan de karakteristieke diffractiestralen. Ook zijn nog tal van verder weg gelegen sterrenstelsels te zien die, vergeleken bij het kolossale actieve stelsel, nogal nietig lijken.

Overzichtsfoto van Messier 77 en zijn omgeving. Credit:NASA/ESA, Digitized Sky Survey 2

Met een afstand van 47 miljoen lichtjaar is Messier 77, die in het sterrenbeeld Walvis staat, een van de verste sterrenstelsel in de Messiercatalogus. Aanvankelijk meende Messier dat het heldere object dat hij door zijn telescoop zag een sterrenhoop was, maar later, toen er betere telescopen beschikbaar kwamen, bleek het toch echt om een sterrenstelsel te gaan. Met een middellijn van ongeveer 100.000 lichtjaar is Messier 77 ook een van de grootste sterrenstelsels in de Messiercatalogus. Het stelsel heeft zoveel massa dat het met zijn zwaartekracht andere nabije sterrenstelsels ‘krom’ trekt (eso1707) [2]NGC 1055 is ongeveer 60 miljoen lichtjaar van ons verwijderd. Anders dan Messier 77 zien we dit stelsel van opzij. Deze Astronomy Picture of the Day brengt beide in beeld. Hun schijnbare … Continue reading.

Deze opname is verkregen met behulp van de FOcal Reducer and low dispersion Spectrograph 2 (FORS2), een instrument dat gekoppeld is aan Unit Telescope 1 (Antu) van de VLT, die deel uitmaakt van de ESO-sterrenwacht op Paranal in Chili. Hij komt voort uit ESO’s Cosmic Gems-programma, een initiatief waarbij interessante, intrigerende of visueel aantrekkelijke objecten voor educatieve of publicitaire doeleinden met ESO-telescopen worden gefotografeerd. Bron: ESO.

References[+]

References
1 Vergelijkbare rode filamenten zijn ook aangetroffen bij NGC 1275. Hoewel ze omgeven zijn door heet gas van ongeveer 50 miljoen graden Celsius, zijn de filamenten zelf koel. Ze worden bijeengehouden door een magnetisch veld dat laat zien hoe energie van het centrale zwarte gat wordt overgedragen aan het omringende gas.
2 NGC 1055 is ongeveer 60 miljoen lichtjaar van ons verwijderd. Anders dan Messier 77 zien we dit stelsel van opzij. Deze Astronomy Picture of the Day brengt beide in beeld. Hun schijnbare onderlinge afstand is ongeveer zo groot als de vollemaan.