Nieuw ruimtecamerasysteem met bijna 1000 pixels volwassen

Juan Bueno en Jochem Baselmans en de KID-arrays waaraan zij werken.. Credit: www.SRON.nl

Onderzoekers van onder meer SRON en de TU Delft hebben aangetoond dat het mogelijk is om met een speciaal type supergeleidende detector een supergevoelige ruimtecamera te maken voor ver-infrarood sterrenkunde. Zij bouwden van 961 KID-detectoren een chip voor in zo’n camera, die voldoet aan de strenge eisen van sterrenkundigen voor betrouwbaarheid en gevoeligheid. Bovendien is het camerasysteem bestand tegen omstandigheden in de ruimte zoals kosmische straling.

Astronomen wereldwijd kijken reikhalzend uit naar een gevoelige ver-infrarood camera met veel pixels op een telescoop in de ruimte. Ongeveer de helft van alle energie uit het universum bereikt ons via die straling (met golflengtes van 0,03 tot 1 millimeter, het Terahertz frequentiegebied). Door deze straling te meten, kunnen we hele koele en ver gelegen delen van het heelal beter zien. Vanaf de aarde belemmert onze atmosfeer ons ver-infrarood zicht, vandaar de wens voor zo’n telescoop in de ruimte.

De Kinetische Inductie Detector (KID) is extreem gevoelig voor ver-infrarood licht. Bovendien is het in principe relatief eenvoudig om met KIDs veel pixels op een enkele chip te maken en uit te lezen. Sinds enkele jaren worden in grondtelescopen al KIDs gebruikt die excellent presteren. Het was nog nooit eerder aangetoond dat je KIDs daadwerkelijk goed kunt toepassen in een ruimtetelescoop. De onderzoekers zagen zich daarbij wel voor een aantal extra uitdagingen gesteld.

De KID is zo bijzonder gevoelig dankzij bepaalde supergeleidende eigenschappen. Die treden alleen op bij extreem lage temperaturen. Daarom maakten de onderzoekers een testomgeving met een temperatuur bijna bij het absolute nulpunt (100 mK) in Utrecht, waarmee zo’n camerasysteem getest kan worden.

Een andere uitdaging is de sprong in gevoeligheid die de camera moet maken ten opzichte van voorgangers. De camera moet een factor 100 gevoeliger worden dan vergelijkbare camera’s die op aarde worden gebruikt, voordat de internationale gemeenschap er een speciale ruimtetelescoop voor wil bouwen en lanceren. Dat betekent een array van rond de 1000 pixels.

Praktische hobbels nemen

De onderzoekers van de ‘1000-pixel-camera’ moesten ook de nodige praktische hobbels nemen. De pixels kunnen elkaar gaan beïnvloeden (crosstalk) als ze dicht op elkaar in één array zitten. En de signalen moeten allemaal uitgelezen en versterkt worden: een veelheid aan draden kan zo maar voor ongewenste warmte bij de detector zorgen. Dat hebben de onderzoekers opgelost met een techniek om bijna duizend pixels uit te lezen via één dradenpaar (multiplexing). De elektronica hiervoor is gedurende dit project door SRON ontwikkeld in samenwerking met het bedrijf AimValley uit Hilversum. Voor de benodigde lens-arrays is samengewerkt met Veldlaser uit ‘s-Heerenberg.

Cruciale metingen van bijvoorbeeld weerbaarheid tegen kosmische straling, crosstalk, de precieze uitleesbaarheid van afzonderlijke pixels via multiplexing, en het percentage van de pixels dat goed presteert, hebben prachtresultaten gegeven. Het KID-array-systeem is nu volwassen genoeg om toegepast te kunnen worden in een ver-infrarood missieconcept vergelijkbaar met de Japans-Europese SPICA-telescoop of de Amerikaanse Origins Space Telescope.

Voor de stap naar ruimtebestendige KID-systemen, werkten SRON en TU Delft samen in een internationaal consortium van onderzoeksgroepen (project Spacekids). De ontwikkeling van de beschreven camera door SRON-onderzoeker Jochem Baselmans en zijn mede-onderzoekers was een van de belangrijkste resultaten. Zij publiceerden de resultaten onlangs in het gerenommeerde vakblad Astronomy & Astrophysics.

Volgende stap: frequentie van pixel verhogen en array maken

Dat KIDs prima samen kunnen gaan in een 1000-pixel-camera is gedemonstreerd met KIDs voor 0,9 THz. Onderzoekers van SRON en TU Delft zijn inmiddels ook al een eind met de volgende stap: een KID met antenne ontwikkelen voor in een array bóven de 1,0 Terahertz, een golflengtegebied dat rijk is aan sterrenkundige informatie. Onderzoeker Juan Bueno van SRON en zijn mede-onderzoekers hebben inmiddels pixels ontwikkeld voor een KID-array dat elke frequentie tussen 1,4 en 2,8 Terahertz kan meten. Ook dit was nog nooit eerder gedemonstreerd. Bueno en collega’s publiceerden dit begin juni in Applied Physics Letters.

Bron: SRON

Het mysterie van de snelle radioflitsen opgelost?

Credit: Gemini Observatory/AURA/NSF/NRC]

De herkomst van de mysterieuze snelle radioflitsen uit het universum zijn ruim een decennium een raadsel geweest. Daar lijkt nu langzaam verandering in te komen. Sinds 2007 hebben astronomen zo’n 20 van deze zogenaamde fast radio bursts waargenomen. De meeste hiervan waren slechts eenmalige incidenten, maar eerder dit jaar is een radioflits waargenomen die zichzelf steeds weer herhaalt. Dat is mooi, want op deze manier kan men telescopen op de locatie richten en zo metingen verrichten.

Het blijkt dat de radioflits in kwestie, die door het leven gaat als FRB 121102, afkomstig moet zijn van een klein dwergstelsel op een afstand van circa drie miljard lichtjaar. Men heeft vervolgens de gevoelige ogen van een groot aantal telescopen op deze locatie gericht, waaronder de Hubble-ruimtetelescoop, de Spitzer-ruimtetelescoop en de Gemini North Telescope op Hawaii. Het blijkt dat het moederstelsel van FRB 121102 een lichtzwak en onregelmatig gevormd dwergstelsel is, met een laag metaalgehalte.

Binnen het stelsel bevindt zich een 4000 lichtjaar groot stervormingsgebied en de radioflits lijkt binnen dit gebied zijn herkomst te hebben. De eigenschappen van het moederstelsel doen vermoeden dat het om een zogenaamde extreme emissielijnstelsel moet gaan – een klasse van sterrenstelsels die rijk zijn aan zowel waterstofarme, superheldere supernovae én langdurige gammaflitsen. Wat kan dit ons vertellen over de oorsprong van FRB 121102?

Het moederstelsel van de radioflits (paarse ellips), het stervormingsgebied (zwart) en de locatie van FRB 121102 (kruisje). Credit: Bassa et al. 2017]

Het feit dat deze radioflits steeds opnieuw plaatsvindt vormt een hint dat het een cataclysmische gebeurtenis moet zijn. Bovendien is het wellicht geen toeval dat het moederstelsel een extreme emission line galaxy is. Misschien zijn radioflitsen als fenomeen wel verwant aan zowel superheldere supernovae als gammaflitsen?

Volgens de betrokken onderzoekers ondersteunen hun bevindingen deze hypothese. Sommige neutronensterren (en dan vooral de zogenaamde magnetars) worden geboren tijdens een waterstofarme supernova die, vanuit de juiste hoek gezien, het uiterlijk van een gammaflits kan aannemen. Vervolgens kan zo’n object dan evolueren tot een regelmatige gammaflitser.

Is het mysterie van de snelle radioflitsen hiermee opgelost? Misschien, maar de onderzoekers houden een slag om de arm. Ze erkennen dat hun verklaring wellicht alleen voor déze radioflits zou kunnen gelden. Aanvullend onderzoek blijft daarom geen overbodige luxe.

Het volledige vak-artikel over dit onderzoek kan hier ingezien worden.

Bron: Royal Astronomical Society

Is het raadsel van de twinkelende quasars opgelost?

Credit: M. Walker (artwork), CSIRO (photo)

Gasvormige filamenten rondom massieve sterren vormen wellicht een verklaring voor een dertig jaar oud mysterie: waarom fonkelen quasars? Quasars vormen extreem heldere en (meestal) bijzonder verre sterrenstelsels die worden aangedreven door een supermassief zwart gat met “na-verbrander”.

Sommige van deze objecten zijn bijzonder variabel in helderheid – ze twinkelen, net als sterren aan onze sterrenhemel dat doen, onder invloed van de dampkring. Schijnbaar wordt het licht van deze quasars op soortgelijke wijze verstoord door gassen, maar waar deze gassen zich dan bevinden is een raadsel. Totdat is gebleken dat een twinkelende quasar zich op een positie bevindt naast de heldere ster Spica – maar dan veel verder weg, natuurlijk.

Deze quasar is niet de enige – een ander super-twinkelend exemplaar bevindt zich eveneens op dezelfde positie als een heldere en hete voorgrondster van het Vega-type. Is dit slechts toeval? Waarschijnlijk niet! De betrokken onderzoekers zijn toen meerdere twinkelende quasars gaan bestuderen, en een groot deel hiervan bevinden zich op ongeveer dezelfde positie aan de hemel als een heldere ster.

De conclusie luidt aan ook: gasvormige filamenten in de omgeving van heldere sterren doen het licht van achtergrondquasars twinkelen. Hiermee is niet alleen het raadsel van de fonkelende quasars opgelost maar zijn we ook nieuwe dingen te weten gekomen over de directe omgeving van hete sterren. Soms kan sterrenkunde heel mooi zijn! 😉

Het volledige vak-artikel over dit onderzoek kan hier ingezien worden.

Bron: Manly Astrophysics

Dit is de verst verwijderde ster die we ooit hebben waargenomen

Op deze foto van MACS J1149 zie je zowel de verschillende beelden van SN Refsdal als van LS1. De Lev’s zijn zogeheten ‘lensing events’. Credit: NASA/P. L. Kelly, J. M . Diego, S. Rodney et al.

De sterrenkundigen noemen ‘m MACS J1149 Lensed Star 1, kortweg LS1. Het is een bijzondere ster, want op dit moment is ‘ie de verst verwijderde ster in het heelal die sterrenkundigen hebben waargenomen en wel met de Hubble ruimtetelescoop. Hij staat namelijk op een afstand van maar liefst 9,43 miljard lichtjaar (‘comoving distance’ 36 miljard lichtjaar), z’n roodverschuiving is z=1,5. Normaal gesproken is zo’n ster op die afstand compleet onzichtbaar, zelfs voor telescopen als Hubble. Maar LS1 kon wel worden gezien en wel dankzij het feit dat er tussen LS1 en de aarde nog een cluster van sterrenstelsels staat, te weten MACS J1149.5+2223. De massa van die cluster kromt door z’n zwaartekracht de ruimte eromheen en licht van objecten die er achter liggen kromt dankzij die gekromde ruimte én het wordt daardoor versterkt, net zoals een gewone lens het licht versterkt. In die cluster werd enkele jaren terug al eens een supernova ontdekt, die vanaf de aarde gezien ook achter de cluster ligt en wiens licht op verschillende momenten bij de aarde arriveerde, SN Refsdal. Nu blijkt dat er in MACS J1149 naast de zwaartekrachtslens van deze supernova ook een lens van een individuele ster te zien is. Dat LS1 het gekromde en versterkte beeld van één ster is en niet van een compleet sterrenstelsel blijkt uit het spectrum, waarin bij een golflengte van 364,4 nm een sterke terugval in flux te zien is, de Balmer sprong. Zoiets is alleen bij een enkele ster mogelijk.

Credit: NASA/P. L. Kelly, J. M . Diego, S. Rodney et al.

Uit datzelfde spectrum (hierboven te zien) heeft men af kunnen leiden dat LS1 een ster van spectraaltype B is en dat z’n licht maar liefst 2000 keer wordt versterkt door de werking van de zwaartekracht van MACS J1149. Z’n temperatuur is 11.000 K. De Balmer sprong zie je bij 9000 Angstrom, een andere golflengte dan die 364,4 nm. Uit dat verschil tussen de laboratoriumwaarde en waargenomen waarde van de sprong heeft men de roodverschuiving en daarmee de afstand kunnen bepalen. Bron: Astrobites.

Hebben boven een vloeibare maan ooit supersonische winden gewaaid?

Credit: NASA

Stel je eens een wereld voor waarin supersonische winden binnen een dampkring van natrium een magma-oceaan doen golven. Dat klinkt als een exotische exoplaneet toch? Niets is minder waar: het is onze maan circa 4.5 miljard jaar geleden, althans volgens een wiskundig model van het verleden van onze trouwe wachter.

Volgens onze standaardtheorie over het ontstaan van onze maan is de aarde lang geleden geramd door een object ter grootte van de planeet Mars. Hierbij is een enorme wolk van puin en brokstukken het heelal in geblazen, die uiteindelijk weer zijn samengeklonterd tot de maan. Direct na het ontstaan moet het oppervlak van de maan bedekt zijn geweest door een duizenden kilometers diepe magma-oceaan. Deze gigantische lavazee zal enorme hoeveelheden gassen uitgebraakt hebben, vooral vluchtige elementen zoals natrium en silicium. Deze zullen dan zijn blijven hangen, waarbij een dampkring ontstaan is.

De afstand tussen de aarde en de maan was destijds veel kleiner dan tegenwoordig. Bovendien moet het oppervlak van de aarde veel heter zijn geweest dan het oppervlak van de maan. Als gevolg hiervan heeft de hitte van de aarde ervoor gezorgd dat de magma-oceaan voortdurend vloeibaar is gebleven. Dit heeft geresulteerd in het voortdurende uitbraken van gassen, waardoor de dampkring opvallend dik moet zijn geweest – vergelijkbaar met de luchtdruk op tien kilometer hoogte op aarde.

Credit: R. HURT, SSC/CALTECH/NASA

Deze dampkring zal een temperatuur van minstens 1700 graden Celsius gehad hebben. Dit was voornamelijk het geval aan de zijde van de maan die naar de aarde gericht stond. De ‘achterkant’ van de maan zal veel koeler zijn geweest. Het gevolg laat zich raden: er moet duizenden jaren lang een supersonische wind gewaaid hebben, waarbij warmte getransporteerd werd richting de koele zijde van de maan. Nieuwe modellen hebben nu uitgewezen dat deze winden krachtig genoeg moeten zijn geweest om de onderliggende magma-oceaan te doen golven.

Naarmate de maan is afgekoeld, zullen zwaardere rotsen gezonken zijn, terwijl lichtere rotsen zijn gaan drijven als ijsbergen op de magma-oceaan. Na enkele duizenden jaren zal via dit proces een vaste “deksel” zijn gelegd op de lavazee. Hiermee kwam het uitbraken van gassen ten einde en is de dampkring langzaam vervlogen als gevolg van de geringe zwaartekracht van onze naaste kosmische buur.

Opvallend genoeg kun je bovenstaande theorie daadwerkelijk testen. Er zouden namelijk herkenbare ringen van natrium zijn neergelegd op de grens tussen de voor- en achterkant van de maan zoals deze destijds bestond. Bovendien: doordat het natrium uit de dampkring van Luna ontsnapt is, vormt dit wellicht een verklaring voor het mysterie waarom maanstenen veel minder natrium bevatten dan aardse gesteenten.

De betrokken onderzoekers vermoeden dat ze een belangrijke fase op het spoor zijn gekomen van de geschiedenis van de maan. Of het daadwerkelijk allemaal zo gegaan is, zal toekomstig onderzoek moeten uitwijzen. Krachtige winden op de maan – het klinkt te bizar voor woorden. Maar het heelal heeft wel gekkere eigenschappen aan de wetenschap geopenbaard!

Het volledige vak-artikel over het onderzoek kan hier ingezien worden.

Bron: New Scientist

Zwaartekracht van de zon kan interstellaire communicatie veel gemakkelijker maken

Credit: Jon Lomberg

Wil je toevallig een bericht door de interstellaire ruimte sturen? Gebruik dan de zon om het signaal te versterken! Wetenschappers hebben namelijk voorgesteld dat de zwaartekracht van de zon gebruikt kan worden om het signaal van een interstellaire sonde te versterken.

In theorie zou het hierdoor mogelijk moeten zijn om een video te streamen vanuit de omgeving van Alpha Centauri (de dichtstbijzijnde ster)! Het voorstel is extra relevant, aangezien enkele wetenschappers al voorzichtige plannen hebben opgezet om met microsondes een bezoekje te brengen aan Alpha Centauri 😀 – bovendien is de noodzakelijke technologie voor de interstellaire signaalversterker feitelijk al uitgevonden.

Hoewel we momenteel geen ruimtesondes hebben die gebruik kunnen maken van deze technologie, zou het in de toekomst superhandig kunnen zijn voor interstellaire communicatie. Door het noodzakelijke communicatienetwerk te bouwen, zou het ‘bellen’ van een sonde bij Alpha Centauri tot de mogelijkheden behoren. Om maar te zwijgen over het feit dat we boodschappen van aliens dan veel beter kunnen ontvangen, hoewel dit momenteel als science fiction beschouwd moet worden.

Om een signaal van één watt, bijvoorbeeld afkomstig van een ruimtesonde bij Alpha Centauri, te ontvangen dient normaal gesproken een ontvanger gebouwd te worden van maar liefst 53 kilometer in doorsnede – groter dan New York City. Dat is natuurlijk niet handig, maar gelukkig hebben een stel knappe koppen berekend dat een ruimtetelescoop van slechts een meter groot voldoende kan zijn om dit signaal te ontvangen.

Het is hierbij wel belangrijk dat deze telescoop geparkeerd zal worden op een speciaal punt op een afstand van 60 miljard kilometer vanaf de zon. Het blijkt namelijk dat op dit punt het effect van de zwaartekrachtlens het sterkst zal zijn. Een zwaartekrachtlens of Einstein-lens is het effect waarbij de zwaartekracht van een massief object, zoals de zon, een licht- of radiosignaal zal versterken en focussen op één punt.

Credit: Adrian Mann.

Een dergelijke boost in de signaalsterkte is heel belangrijk bij de bouw van ontvangers voor interstellaire signalen. Zonder een zwaartekrachtlens hebben we hiertoe enorme apparatuur nodig, zoals mega-ontvangers én ruimtesondes met een zware energiebron aan boord. Dat is allemaal niet handig en bovendien onbetaalbaar.

Dankzij een zwaartekrachtlens is gelukkig een klein beetje energie voldoende om gegevens terug naar het zonnestelsel te sturen. In de omgeving van de meest nabije sterren, is de kracht van een huis-tuin-en-keuken laserpen bijvoorbeeld al voldoende! Bovendien zal de signaalsterkte (in theorie) krachtig genoeg zijn om een videostream te versturen – die natuurlijk alsnog vier jaar nodig zal hebben om de afstand tussen Alpha Centauri en de aarde te doorkruisen (aangezien onze naast stellaire buur op een afstand van ongeveer vier lichtjaar staat).

Groot nadeel is wel dat de signaalversterkende ontvanger op een enorme afstand van de zon zal moeten staan – vier keer verder dan de huidige positie van Voyager 1, die zich bevindt op een afstand van 20,8 miljard kilometer van de zon en momenteel het verste door mensen gemaakte object is.

Deze grote afstand is noodzakelijk, omdat op kortere afstand het versterkte signaal te veel verstoord zal worden door onze moederster. Dat is natuurlijk een uitdaging, maar eentje die zeker niet onmogelijk is. “De boost-sonde zal binnen 25 jaar kunnen arriveren op de juiste positie als we gebruik maken van een slingshot langs de zon“, aldus de bedenker van het geheel. Ik zie dit persoonlijk helaas niet snel gebeuren 🙁

Interstellar Space Probe credits; NASA

Het volledige vak-artikel waarin het voorstel uit de doeken wordt gedaan, kan hier ingezien worden.

Bron: New Scientist

Allemaal een heel fijne Apheliumdag toegewenst!

Credit: Noorderlicht.nl

Vanvond om 22.11 uur Nederlandse tijd beleeft de gehele Aarde z’n aphelium – het moment dat ‘ie in zijn baan het verst van de zon staat. Op dat moment staan de middelpunten van aarde en zon 152.092.505 kilometer van elkaar vandaan, pakweg 2,5 miljoen km meer dan de gemiddelde afstand van 149.597.870 km en zo’n 5 miljoen km meer dan de perihelium-afstand, die altijd begin januari wordt bereikt. Oorzaak van dit alles: de ietwat elliptische baan van de aarde, die een lange as en een korte as kent. Die gemiddelde afstand wordt door astronomen een Astronomische Eenheid (AE) genoemd. Straks om tien uur is de afstand 1,016676 AE, op 4 januari was het 0,983309 AE – zegge en schrijve 147.101.000 km. Allemaal een heel fijne Apheliumdag toegewenst! Bron: Sterrengids 2017.

“Ruimte-hamburger” bevat complexe organische moleculen


Polaire straalstroom, schijf en “schijf-atmosfeer” in het protostellaire systeem HH 212. Links zie je een composietopname van de omgeving van HH 212, geschoten door de Very Large Telescope. Rechtsboven wordt ingezoomd op de directe omgeving van de protoster, die met een asteriks wordt aangegeven. Rechtsonder dan de moleculen die door ALMA gedetecteerd zijn. Groen staat voor methanol, blauw staat voor methanethiol en rood staat voor formamide. Credit: ALMA (ESO/NAOJ/NRAO)/Lee et al.

Een internationaal team van onderzoekers hebben gebruik gemaakt van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) om voor het eerst organische moleculen te detecteren in de “atmosfeer” van de accretieschijf rondom een protoster. De moleculen die gevonden zijn vormen belangrijke bouwstenen voor de productie van de complexe organische moleculen die noodzakelijk zijn voor het leven. De ontdekking suggereert dat relatief complexe organische moleculen geproduceerd kunnen worden in de planeetvormende schijf rondom pasgeboren sterren. Dat betekent dat de planeten die vanuit deze schijf ontstaan vrijwel direct voorzien worden van de bouwstenen voor het leven!

De moleculen zijn ontdekt nabij een protoster die als Herbig-Haro 212 door het leven gaat. Deze protoster bevindt zich op een afstand van 1300 lichtjaar en heeft een leeftijd van slechts 40.000 jaar (maar liefst 100.000 keer jonger dan onze zon). De massa van deze ster bedraagt slechts 0,2 zonnemassa’s, maar wordt omgeven door een accretieschijf met een straal van maar liefst 60 AU (oftewel, 60 keer de afstand tussen de aarde en de zon). Deze schijf laat een prominente donkere band zien, waardoor het geheel een beetje doet denken aan een “ruimte-hamburger”.

Tot de gevonden moleculen behoren methanol, methaanthiol en formamide. Deze moleculen worden wel beschouwd als de mogelijke “voorstadia” van biologische moleculen zoals aminozuren en suikers. De proto-organische stoffen zijn vermoedelijk ontstaan aan het oppervlak van ijskorrels en vervolgens dusdanig verhit door de moederster, dat ze zijn verdampt en binnen de gasschijf terecht zijn gekomen. In de toekomst willen de onderzoekers de gevoelige “ogen” van ALMA gebruiken om nog veel meer organische moleculen te detecteren in de omgeving van pasgeboren sterren.

Bron: Academica Sinica

Veel van het ijzer in het heelal is door de eerste sterrenstelsels geproduceerd

Messier 82 is een lokaal voorbeeld van een sterrenstelsel met extreem krachtige winden – vergelijkbaar met de stelsels in het jonge universum die het meeste ijzer geproduceerd en verspreid hebben. Credit: NASA/JPL-Caltech/STScI/CXC/UofA/ESA/AURA/JHU

Wetenschappers hebben vastgesteld dat een groot aantal clusters van sterrenstelsels allemaal dezelfde concentratie ijzer bevatten – ongeveer drie keer minder dan de hoeveelheid ijzer binnen de zon. Dit suggereert dat het meeste ijzer binnen het intergalactische gas tussen sterrenstelsels gevormd moet zijn voordat de eerste clusters zijn ontstaan.

Deze resultaten bevestigen de bevindingen van eerdere onderzoeken, die suggereren dat het meeste ijzer in het universum geproduceerd én verspreid moet zijn voordat de eerste clusters van sterrenstelsels ontstaan zijn, meer dan tien miljard jaar geleden. Het ijzer is gesmeed in het inwendige van supermassieve sterren en vervolgens door supernovae en zwarte gaten door het universum verspreid. Dat geldt dus ook voor het ijzer in je lichaam: een flink deel daarvan moet dus ouder dan tien miljard jaar zijn!

“Als het ijzer, op astronomische schaal, relatief recent geproduceerd zou zijn, dan zou de concentratie ijzer van cluster tot cluster moeten variëren. Het feit dat de concentratie ijzer heel homogeen lijkt te zijn, indiceert dat het moet zijn ontstaan in de allereerste generatie van sterren en sterrenstelsels. De opmerkelijk uniforme verspreiding van ijzer betekent daarnaast dat de gecombineerde kracht van supernova’s en de straalstromen van zwarte gaten voldoende moet zijn geweest om het ijzer op grondige wijze door het universum te mixen”, aldus het hoofd van het onderzoeksteam.

Bron: EWASS

Lancering Russische Progress ruimtevrachtschip blijkt twee mensen het leven te hebben gekost

Op 14 juni j.l. werd vanaf lanceerplatform 31 op lanceercomplex Bajkonoer Cosmodrome in Kazachstan de Progress MS-06, een Russisch ruimtevrachtschip met lading voor het internationale ruimtestation ISS, met behulp van een Sojoez 2.1a raket gelanceerd en in de ruimte gebracht. Ook al ging de lancering op zich goed – de Progress met 2,5 ton nuttige lading, bereikte twee dagen later het ISS en kon daar aan gekoppeld worden – toch heeft de lancering twee mensen het leven gekost. 117 seconden na de lancering viel de uitgebrande eerste rakettrap volgens schema terug in het doelgebied in noord-oost-Kazachstan. In de droge, hete woestijn veroorzaakte het nog gloeiende puin een steppebrand in een gebied van honderd vierkante kilometer. Door de brand kwam een bestuurder van een auto om het leven, die met anderen op zoek was naar de wrakstukken, zo heeft het Kazachse ministerie van Defensie en Ruimtevaartindustrie bekendgemaakt. Een technicus, die de rakettrap wilde onderzoeken, kwam nog levend uit het vuur, maar deze week werd bekend dat hij alsnog is overleden aan zijn verwondingen. Hieronder beelden van de lancering van de Progress.

Bron: RTL Nieuws.