Maantjes van Uranus zullen gaan botsen met elkaar

Credit: NASA

Wetenschappers hebben vastgesteld dat twee maantjes van Uranus op ramkoers liggen met elkaar. Uranus is de zevende planeet vanaf de zon en, net als zijn buurman Neptunus, een zogenaamde ijsreus. De planeet heeft een dikke, maar ijskoude dampkring en wordt vergezeld door zwakke ringen en 27 manen.

Onderzoekers hebben recent één van de ringen van Uranus bestudeerd (de zogenaamde Eta-ring) en vastgesteld dat de ringdeeltjes geen cirkelvormige omloopbaan beschrijven. In plaats daarvan draaien ze in een soort van driehoek rondom Uranus. Dit is het gevolg van de zwaartekrachtinvloed van het maantje Cressida. Aan de hand van deze invloed kan de massa van het maantje berekend worden en deze blijkt 1/300.000ste de massa van onze maan te bedragen. Ook heeft Cressida een lagere dichtheid dan water, wat betekent dat het maantje zeer poreus moet zijn.

Bij het bestuderen van de omloopbanen van de maantjes is verder gebleken dat Cressida op ramkoers ligt met het maantje Desdemona, die zich momenteel op slechts 900 kilometer van Cressida bevindt. De zwaartekracht van Cressida zal beide manen dichter bij elkaar brengen. Over één miljoen jaar zal dit resulteren in een botsing. Hetzelfde geldt voor Cupid en Belinda, die enige tijd later op elkaar zullen knallen.

Het volledige vak-artikel over het onderzoek kan hier ingezien worden.

Bron: Phys.org

Mogelijk eerste middelzware zwarte gat binnen de Melkweg ontdekt

Credit: DANA BERRY, SKYWORKS DIGITAL/NASA

Japanse onderzoekers hebben mogelijk het eerste middelzware zwarte gat waargenomen in de Melkweg. Zwarte gaten komen in meerdere vormen en maten. Heel bekend zijn de relatief kleine stellaire zwarte gaten (die ontstaan als superzware sterren ontploffen) en de monsterlijke supermassieve zwarte gaten (die sterrenstelsels zoals de Melkweg verankeren). Maar hoe zit het met een tussencategorie? Die zou moeten bestaan, maar vooralsnog is de zoektocht weinig vruchtbaar geweest.

Nu hebben Japanse wetenschappers vorig jaar een uitgestrekte moleculaire gaswolk aangetroffen bij het centrum van de Melkweg, die CO-0.40-0.22* is gedoopt. De gassen binnen deze wolk vertonen merkwaardig gedrag. Het blijkt namelijk dat verschillende gassen met een verschillende snelheid rondom een onzichtbaar object draaien. Dit object zendt bovendien radiogolven uit die doen denken aan de radiogolven die geproduceerd worden door Sagittarius A* (het supermassieve zwarte gat in het centrum van de Melkweg) – maar dan 500 keer zwakker. Beide bevindingen wijzen op de aanwezigheid van een middelzwaar zwart gat van circa 100.000 zonnemassa’s.

Als de aanwezigheid van het middelzware zwarte gat bevestigd kan worden, dan zou ons dat wellicht kunnen vertellen hoe supermassieve zwarte gaten uberhaupt zo groot kunnen worden. Wellicht dat dergelijke monsters het resultaat zijn van het samensmelten van meerdere middelzware zwarte gaten? Blijft natuurlijk wel de vraag waar het middelzware zwarte gat in kwestie vandaan komt. Volgens de onderzoekers vormt deze wellicht het oude centrum van een verzwolgen dwergsterrenstelsel.

Het volledige vak-artikel over de ontdekking kan hier ingezien worden.

Bron: Phys.org

Zon heeft krachtige zonnevlammen uitgebraakt – grote kans op geomagnetische storm.

Credits: NASA/SDO/Goddard

De zon heeft gisteren twee krachtige uitbarstingen geproduceerd. Die eerste werd uitgestoten rond 11:10 (Nederlandse tijd) en de tweede bereikte rond 14:02 zijn maximum. De eerste zonnevlam was van de categorie X2.2, terwijl de tweede zonnevlam veel heftiger was, namelijk een X9.3.

Zonnevlammen van de X-klasse zijn de krachtigste exemplaren en zijn in staat om planeten zoals de aarde te beïnvloeden. Dit in tegenstelling tot de kleinere M- en C-klasse vlammen, waarvan we de gevolgen nooit merken. Binnen de X-vlammen is een X2 dubbel zo intens als een X1, terwijl een X3 driedubbel zo intens is, etcetera.

De zonnevlammen in kwestie zijn waargenomen door de Solar Dynamics Observatory, een satelliet die onze moederster constant in de gaten houdt. Beide zonnevlammen zijn afkomstig van AR 2673, een groep zonnevlekken die momenteel buiten beeld verdwijnt. De X9.3 zonnevlam was de krachtigste van de huidige zonnecyclus (die in totaal 11 jaar duurt) en heeft zelfs geresulteerd in een heuse radioblackout op aarde (maar alleen op specifieke golflengtes, luisteraars van Radio 2 zullen weinig gemerkt hebben). Een dergelijke blackout ontstaat als röntgen- en ultraviolette straling (afkomstig van de zonnevlam) de bovenste lagen van de aardatmosfeer ioniseren.

Credits: NASA/SDO/Goddard

Zoals altijd bij zonnevlammen die op de aarde gericht staan, zal er de komende dagen een grotere kans zijn op noorderlicht. Mogelijk behoort morgen (8 september 2017) zelfs een geomagnetische storm van de G3-klasse tot de mogelijkheden en die zijn relatief zeldzaam. Overigens werd de uitbarsting vergezeld door een zogenaamde coronale massa-ejectie, zoals duidelijk zichtbaar is op beelden van de Europese SOHO-satelliet.

Nu is een zonnevlam van de categorie X9.3 weliswaar een heftig exemplaar, maar bepaald geen recordbreker. Zo werd in 2003 maar liefst een X28 zonnevlam gemeten en die had grote problemen kunnen veroorzaken als deze op de aarde zou zijn gericht. Hiermee moet je denken aan grootschalige uitval van satellieten, navigatiesystemen en hoogspanningsnetwerken.

De begeleidende CME, gezien door SOHO. Klik op het plaatje voor een kort filmpje. Credits: NASA/SDO/Goddard

Bronnen: NASA en Spaceweather.com

Aardscheerder blijkt twee maantjes te hebben

Credit: NASA/JPL

Met behulp van radarbeelden die zijn verkregen met de 70-meter Goldstone-antenne van NASA hebben sterrenkundigen twee maantjes ontdekt bij de planetoïde 3122 Florence. Het is nog maar de derde keer dat een drievoudige planetoïde ontdekt is in de nabijheid van de aarde. In totaal zijn overigens 16.400 aardscheerders ontdekt, waaruit blijkt dat drievoudige exemplaren een zeldzaamheid zijn. Bij de waarnemingen hebben onderzoekers de planetoïde gedetailleerd kunnen opmeten en deze blijkt 4,5 kilometer groot te zijn. De twee maantjes meten zo’n 100 tot 300 meter en draaien in respectievelijk 8 en 22 uur rondom Florence. Ook is uit de waarnemingen gebleken dat Florence een (min of meer) ronde vormt heeft, met een bergkam aan diens evenaar, minstens één grote inslagkrater en twee grote vlakten. Ook hebben de waarnemingen bevestigd dat Florence iedere 2,4 uur rondom zijn as draait.

Bron: NASA

Voor ’t eerst beving in een pulsar waargenomen die deel is van binair systeem

Foto van SXP 1062 en daaromheen het supernovarestant. Credit: ESA / XMM-Newton / L. Oskinova, University of Potsdam, Germany / M. Guerrero, Instituto de Astrofisica de Andalucia, Spain (X-ray); Cerro Tololo Inter-American Observatory / R. Gruendl & Y. H. Chu, University of Illinois at Urbana-Champaign, USA (optical)

Pulsars zijn zeer snel ronddraaiende objecten, compacte neutronensterren van een zonsmassa of meer, wiens massa gepropt zit in een bol van pakweg 15 km doorsnede en waarvan de bundel straling naar de aarde gericht is. Ze draaien héél frequent vele malen per seconde rond en dat maakt ze tot kosmische vuurtorens in het universum. Maar af en toe treedt er een ‘glitch’ op, een soort van versnelling (of soms vertraging) in de frequentie, hetgeen vermoedelijk veroorzaakt wordt door een soort van beving in het binnenste van de pulsar. Tot nu toe werden die glitches alleen waargenomen bij alleenstaande pulsars. Maar met de waarneming van zo’n glitch in pulsar SXP 1062, gelegen in de Kleine Magelhaense Wolk – een begeleider van ons Melkwegstelsel – is daar een einde aan gekomen. SXP 1062 maakt namelijk deel uit van een binair systeem, dat wil zeggen dat ‘ie een compagnon heeft en dat beiden om een gemeenschappelijk zwaartepunt draaien.  Rondom het binaire systeem zit een supernopvarestant, kennelijk het restant van de supernova waardoor SXP 1062 ooit is ontstaan. Vanaf de gewone ster stroomt er continu materie naar de pulsar, de vermoedelijke oorzaak van de opgetreden glitch. Onderzoek van een groep sterrenkundigen onder leiding van Altan Baykal (Universiteit van Ankara, Turkije) aan de glitches van SXP 1062 laat nu zien dat er vermoedelijk een verschil zit in het binnenste van een neutronenster die deel uitmaakt van een binair systeem en van losse, alleenstaande neutronensterren. Hier het vakartikel erover, gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Bron: Eurekalert.

LOFAR-radiotelescoop ontdekt snelste pulsar in Melkwegschijf

De bovenste helft van de afbeelding – met de lokaties van de twee gevonden pulsars – toont een gedeelte van de hemel in gammastraling, zoals gezien door Fermi. De onderste helft laat het hart van LOFAR zien in Exloo, Nederland. Credit: NASA/DOE/Fermi LAT Collaboration en ASTRON

Sterrenkundigen hebben twee snel roterende pulsars gevonden met de Nederlandse Low-Frequency Array (LOFAR)-radiotelescoop. Ze deden dit door te kijken naar onbekende bronnen in het heelal die gammastraling uitzenden, oorspronkelijk in kaart gebracht door NASA’s Fermi Gamma-ray Space Telescope. De eerste pulsar (PSR J1552+5437) roteert 412 keer per seconde. De tweede pulsar (PSR J0952-0607) roteert 707 keer per seconde en is daarmee de snelst roterende pulsar in onze Melkwegschijf en de op een na snelste die ooit is gevonden.

Vuurtoren

Pulsars zijn rondtollende neutronensterren – de overblijfselen van zware sterren die in een supernova-explosie aan het eind van hun leven zijn gekomen. Ze zenden radiogolven uit vanaf hun magnetische polen. Omdat pulsars roteren, zien wij hun radiogolven vanaf de aarde in pulsen. Ze fungeren als uiterst precieze kosmische vuurtorens die bundels radiostraling door het heelal zwiepen. Neutronensterren zijn veel kleiner dan onze zon, ongeveer 20 km groot, maar ze zijn veel zwaarder. Daarom worden ze gebruikt om het gedrag van materiaal onder extreme omstandigheden te bestuderen. Door de snelst roterende pulsars te onderzoeken, hopen sterrenkundigen meer te weten te komen over de interne structuur van neutronensterren en de extremen van het heelal.

Impressie van een pulsar. Credit: ESA/NASA/Felix Mirabel

Nieuwe techniek

Pulsars schijnen het helderst in radiogolven met lage radiofrequenties. Omdat LOFAR laagfrequente radiogolven opvangt, is dit een ideale telescoop om pulsars te bestuderen. “Maar het vinden van pulsars met LOFAR is moeilijk, omdat gas en stof tussen de sterren de laagfrequente radiogolven verstoort”, zegt Cees Bassa van ASTRON, het Nederlands instituut voor radioastronomie. Daarom zoeken sterrenkundigen meestal naar pulsars op hogere radiofrequenties.

Bassa en zijn collega’s hebben een manier gevonden om dit probleem te verhelpen. “We hebben een nieuwe techniek ontwikkeld om de LOFAR-data te analyseren met grafische kaarten (die oorspronkelijk zijn ontworpen voor computerspellen) in de grote DRAGNET-computercluster in Groningen.” Deze is gefinancierd met een ERC starting grant, uitgereikt aan Jason Hessels van ASTRON en de Universiteit van Amsterdam.

Millisecondepulsar

Ziggy Pleunis, die samenwerkt met Bassa en Hessels, was de eerste die deze nieuwe techniek testte met LOFAR in 2016. Hij won de jackpot toen hij PSR J1552+5437 vond, een pulsar die elke 2,43 milliseconden, of 412 keer per seconde, roteert. Dit is de eerste millisecondepulsar die met LOFAR is gevonden. “Omdat millisecondepulsars zowel hoogenergetische gammastralen als radiogolven uitzenden, hebben we specifiek naar onbekende bronnen in het heelal gekeken die gammastralen uitzenden”, zegt Pleunis, nu een promotie student aan de McGill Universiteit in Montreal, Canada. Hij heeft laten zien dat de gammastralen van de millisecondepulsar op hetzelfde moment aankomen als de radiopulsen, wat het vermoeden wekt dat ze op eenzelfde manier worden opgewekt.

Het centrum van de LOFAR telescoop in Drenthe. Credit: ASTRON.

Supersnelle pulsar

Aangemoedigd door het succes van de teststudie, zochten Bassa, Hessels en Pleunis verder naar millisecondepulsars met LOFAR en vonden al snel een nog veel sneller roterende pulsar. Deze pulsar, PSR J0952-0607 genaamd, draait wel 707 keer per seconde om zijn as. Het is dan ook de snelst roterende pulsar die we kennen in onze Melkwegschijf, alleen overtroffen door een pulsar in een dichtbevolkte sterrenhoop buiten de Melkwegschijf die 716 keer per seconde ronddraait.

“Omdat PSR J0952-0607 zoveel dichterbij ons staat dan de pulsar in de sterrenhoop, kunnen we hem in veel meer detail bestuderen”, zegt Bassa. Met behulp van de Isaac Newton Telescoop op La Palma, hebben de sterrenkundigen een dubbelsterbegeleider gevonden die om de pulsar heen draait. Aan de hand van deze dubbelster kon de afstand van PSR J0952-0607 al bepaald worden. Verdere waarnemingen van de dubbelster zullen helpen om de massa en samenstelling te bepalen van de snel draaiende pulsar.

Onbekende populatie

Beide pulsars (J1552+5437 en J0952-0607) zijn onverwacht helder bij lage radiofrequenties, en worden snel minder helder bij hoge radiofrequenties. Dit betekent dat ze waarschijnlijk niet gevonden hadden kunnen worden bij hogere radiofrequenties, waar de meeste eerdere radiotelescopen naar pulsars zochten. Daarom is er wellicht een tot nu toe nog onbekende populatie van snel draaiende milliseconde pulsars in ons Melkwegstelsel, wachtend om ontdekt te worden.

“We vinden steeds meer bewijs dat de snelst draaiende pulsars het helderst zijn bij lage radiofrequenties, en dat er mogelijk een link is met de aanmaak van hoogenergetische gammastraling”, zegt Hessels. Als dit inderdaad zo is, dan zal LOFAR waarschijnlijk nog meer, mogelijk zelfs nog sneller draaiende milliseconde pulsars kunnen vinden. De rotatiesnelheden van deze pulsars zullen sterrenkundigen een beter beeld geven van de interne structuur van neutronensterren. Bron: ASTRON.

Precies veertig jaar geleden werd de Voyager 1 gelanceerd

Credits: NASA/JPL-Caltech

Vandaag – 5 september 2017 – is het precies veertig jaar geleden dat de ruimteverkenner Voyager 1 van de NASA met een Titan III/Centaur raket vanaf Kennedy Space Center werd gelanceerd. Dat was twee weken ná de lancering van de Voyager 2, die op 20 augustus 1977 werd gelanceerd – yep, de Amerikanen hadden de volgorde omgedraaid. Over de twee sondes hoeven we eigenlijk weinig te zeggen, we kennen de resultaten van de succesvolle missies, die eind jaren zeventig prachtige beelden opleverden van de planeten waar ze langs vlogen, de grote planeten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Beide sondes zijn ondanks hun zeer lange levensduur en verre afstand nog live and kicking, Voyager 1 op 139 AE (=20,9 miljard km) afstand en Voyager 2 op 114 AE (=17,25 miljard km) afstand – volgens sommige wetenschappers buíten het zonnestelsel, volgens anderen er nog steeds binnen.

Credits: NASA JPL

Over de missies van de twee Voyagers heeft de NASA deze video gemaakt:

Bron: NASA.

Leesvoer: “We hebben geen idee?!”…door Jorge Cham & Daniel Whiteson

Het is alweer een maandje of veel geleden dat ik van hopman Arie dit kakelverse papieren kleinood onder de neus geduwd kreeg met het vriendelijke edoch vriendelijke verzoek of ik over het nevenstaande lijvige boekwerkje, na het gelezen te hebben, wellicht een “boekrecensie zou willen schrijven?!

….Enne…. nu zit ik een beetje met een maf probleem…want..eh….ik heb het boek dus gelezen en ik wil daar dus ook best wel “iets” over schrijven…maar dat “iets”, die recensie zou dan best wel eens één van mijn kortste astroblogjes allertijden kunnen worden….want mijn persoonlijke mening aangaande dit boekwerkje is… “Wat doe je nog achter de computer????…Hup…subiet uitpleuren die digitale zandbak,  rap naar de al dan niet digitale boekwinkel gerend en aanschaffen en lezen die hap!!”. Er zijn soms van die boeken bij die zo leuk/goed zijn dat je het eigenlijk zonde vindt om ze in ene ruk uit te lezen. Het verkrijgen van de zaak is immers het einde van het vermaak.. en wat dit specifieke boek betreft is dat dus het bereiken van die gevreesde laatste pagina!! Zie hier de reden van deze zeer late recensie in relatie tot het moment van het onder ogen krijgen van het desbetreffende te recenseren boekwerkje.

Als je in ene klap en op een  zeer toegankelijke en humoristische manier je kennis aangaande alle hedendaagse grote natuurwetenschappelijke vraagstukken (kosmologie, deeltjesfysica…etc..etc…) op “niveau’tje 2017” wil krijgen dan is dit boekje “THE thing to read”!!

Valt er dan helemaal niets te “nitpicken”? Nou ja….aangezien dit een vertaling is van een engelstalig boek zou ik persoonlijk als liefhebber van de engelse taal wellicht toch voor de oorspronkelijke engelse versie gaan, maar goed, dat is mijn persoonlijke mening.  Het “probleem” met vertalen, zeker als het om humoristische passages gaat, is dat er soms van de “punchline” van een grap in de oorspronkelijk (moeder)taal net effe iets meer “overeind blijft staan” dan in de vertaling. Tevens bekroop mij meerdere malen het gevoel dat de auteurs “in gewone taal” iets al zo goed en simpel hadden weten uit te leggen dat die “extra grap op het eind” eigenlijk niet meer nodig was!

De auteurs van dit boek zijn wereldberoemd geworden met hun zeer educatieve internet-video’s op YouTube (‘PHD Comics’) waarin zij met een grote dosis aan humor moeilijke (natuur)wetenschappelijke onderwerpen prettig toegankelijk weten te maken – zie als voorbeeld de video hierboven over de zwaartekrachtsgolven. Deze zelfde stijl van uitleggen hebben zij ook toegepast in hun engelstalige boek met de oorspronkelijke titel “We have no idea”.

Dit allemaal gezegd hebbende zit het met deze vertaling overigens best  wel hartstikke “snor”, hoor!!….Ik kon eigenlijk maar één echt “missertje” ontdekken….en dat was dan ook wel meteen een wel heel kapitale,  bijkans geniale (vertaal??) blunder en dat is is het feit dat de snelheid van het licht in dit boek consequent wordt neergezet als 300 miljoen kilometer per seconde…jemig de pemig, dat is wel erg van de rappe…. dat moet toch echt 300 duizend kilometer per seconde zijn…Zou erg “handig” zijn als dat in een eventuele (terecht verdiende!) tweede druk even verbeterd zou worden!!

Wat heeft de Cassini-ruimtesonde ons geleerd over de manen van Saturnus?

Credit: NASA

De ruimtesonde Cassini heeft gedurende zijn twintigjarige missie niet alleen de ringplaneet Saturnus bestudeerd, maar ook de dierentuin van manen die er omheen draaien. Cassini heeft vastgesteld dat veel van deze manen unieke en interessante werelden zijn, die allemaal hun eigen verhaal te vertellen hebben. In totaal draaien maar liefst 62 manen rondom Saturnus, waarvan er zeven door Cassini zelf ontdekt zijn.

Titan is de grootste maan van Saturnus en de enige natuurlijke satelliet in het zonnestelsel met een dikke dampkring. Deze dampkring is dicht genoeg om zich aan het oppervlak als een soort vloeistof te gedragen. Lopen aan het oppervlak van Titan zal dan ook een vreemde ervaring zijn! Ik heb wel eens gelezen dat een mens alleen maar nepvleugels aan zijn armen hoeft te bevestigen om op eigen kracht te kunnen vliegen op Titan, maar ik ben helaas de bron vergeten dus dit kan ik momenteel niet bevestigen. Het zou me alvast niets verbazen 🙂

Credit: NASA/ESA

In 2009 heeft Cassini het bestaan bevestigd van meren, wolken en regen op Titan – een soort van watercyclus, maar dan met methaan en ethaan als aandrijvers. Titan bevat wel water, maar onder de heersende temperaturen van -180 graden kan dit water niet vloeibaar zijn. In plaats daarvan vormt zich waterijs met de hardheid van graniet!

De meren en zeeën van Titan bevinden zich vooral aan het noordelijke halfrond, terwijl zich aan de evenaar veel bergen bevinden. De eigenschappen van deze bergen wijzen op de aanwezigheid van tektonische en cryovulkanische processen op de Saturnusmaan.

Credit: NASA

Enceladus is een klein ijsmaantje, maar wel eentje met een gesmolten inwendige. Cassini heeft vastgesteld dat Enceladus alle noodzakelijke ingrediënten bevat voor het leven zoals wij dat kennen – water, energie en voedingstoffen, die worden aangeleverd door hydrothermale schoorstenen op de bodem van een oceaan. Aan het ijzige oppervlak van het maantje bevinden zich scheuren, waaruit enorme geisers waterdamp en allerlei andere stoffen het heelal in blazen. Dit materiaal vormt uiteindelijk de E-ring van Saturnus.

In 1671 wist de Italiaanse sterrenkundige Giovanni Cassini een nieuwe maan van Saturnus te ontdekken, namelijk Iapetus. Vlak na de ontdekking verdween deze maan, om een jaar later plotseling weer tevoorschijn te komen. Cassini (de persoon) vermoedde dat Iapetus is verdeeld in een helder en donker halfrond. Het ene halfrond is gemakkelijk te zien, terwijl het andere halfrond het maantje bijna onzichtbaar maakt.

Credit: NASA

Meer dan drie eeuwen later heeft de ruimtesonde Cassini een verklaring gevonden voor dit merkwaardige uiterlijk. Het blijkt namelijk dat het donkere halfrond van Iapetus bedekt is met stof van een andere maan, namelijk Phoebe. Deze manen draaien in tegengestelde richting rondom Saturnus, waarbij Iapetus steeds door een stofwolk moet ploegen – stof dat afkomstig is van het oppervlak van Phoebe!

Dit Phoebe-stof vormt een superdonkere, maar uitgestrekte ring rondom Saturnus, die scheef staat ten opzichte van de hoofdringen van de planeet. Cassini heeft uitgewezen dat de stofdeken op Iapetus de temperatuur aan dat halfrond doet toenemen. Hierdoor kan ijs zich niet gemakkelijk aan het oppervlak hechten en wordt dit halfrond steeds donkerder. Tegelijkertijd wordt waterdamp naar het andere halfrond verplaatst, dat hierdoor juist steeds helderder wordt.

Maar er is meer – zoals op onderstaande Cassini-opname zichtbaar is, bevat Iapetus een duizenden kilometers lange bergketen die precies over de evenaar loopt. Vanwege de locatie en de uitzonderlijk stijle hellingen vermoeden wetenschappers dat Iapetus ooit zijn eigen puinring moet hebben gehad, die uiteindelijk naar beneden is gevallen en zo de bergketen heeft gevormd.

Credit: NASA

Saturnus heeft in totaal zeven grote manen met een diameter van 400 kilometer of meer. Naast Titan, Enceladus en Iapetus zijn dit Mimas, Tethys, Dione en Rhea.

Mimas staat vooral bekend vanwege zijn opvallende gelijkenis met de Death Star uit de Star Wars films. Deze gelijkenis kan vooral op het conto worden geschreven van de Herschel-krater, een inslagkrater met een diameter van 140 kilometer (oftewel, één-derde de diameter van de complete maan). Als de inslag waarbij deze krater is ontstaan iets heftiger had uitgepakt, dan zou Mimas aan stukken zijn geblazen. In het midden van de krater bevindt zich een bergpiek die bijna even hoog als Mount Everest is.

Credit: NASA

Ook Tethys bevat het litteken van een enorme inslag in het verre verleden. Hierbij is de Odysseus-krater ontstaan, die even groot is als de Herschel-krater op Mimas. Aan de ‘achterkant’ van Tethys bevindt zich de Ithaca Chasma, een uitgestrekte canyon. Ithaca Chasma is 100 kilometer breed, tot 5 km diep en ruim 2000 kilometer lang. Hiermee is het één van de grootste valleien in het zonnestelsel!

Ten slotte hebben we nog Rhea en Dione, twee ijsmaantjes met een dunne dampkring van zuurstof. We hebben het hier over 5 biljoen minder zuurstof dan op aarde, dat wellicht geproduceerd wordt doordat kosmische- en zonnestraling het oppervlak raakt en de watermoleculen in het ijs doen splitsen.

Credit: NASA

We gaan dit artikel afsluiten met Hyperion, die niet tot de ‘grote manen’ van Saturnus behoort maar zeker een bijzonder uiterlijk heeft. Dit maantje is hoogst poreus en heeft een zeer lage dichtheid. Dat betekent dat Hyperion geen massief object kan zijn, maar helemaal vol moet zitten met grotten en gangen, waarvan sommige wellicht dwars door het maantje lopen.

Het moge duidelijk zijn: Cassini heeft onze kennis van de manen van Saturnus enorm doen toenemen. Voorlopig moeten we het hiermee doen, want later dit jaar zal Cassini zijn missie afsluiten door een snoekduik te maken in het inwendige van Saturnus. Petje af voor dit staaltje van menselijk vernuft! Ik zal alvast een minuut stilte houden bij de ondergang van Cassini 😉

Gaia ziet miljoenen sterren nabij het centrum van de Melkweg

Gaia fotografeert miljoenen sterren nabij het centrum van de Melkweg. Klik hier voor de volledige versie. Credit: ESA/Gaia/DPAC, CC BY-SA 3.0 IGO

De Europese ruimtesonde Gaia heeft als taak om de Melkweg in kaart te brengen. Hiertoe is de ruimtesonde bezig met het opmeten van de positie en het bepalen van de eigenschappen van één miljard sterren. Als de missie is voltooid, zullen wetenschappers in staat zijn om een gedetailleerde 3D-kaart te maken van ons melkwegstelsel. Door verder ook de beweging van deze sterren te meten, kunnen astronomen de geschiedenis van de Melkweg proberen te achterhalen.

Normaal gesproken stuurt Gaia alleen binaire gegevens naar de aarde, maar soms is dat niet voldoende. In de dichtste gebieden van de Melkweg staan de sterren dusdanig dicht op elkaar, dat Gaia moeite heeft om de afzonderlijke sterren te onderscheiden. Om dit probleem te mitigeren worden de gebieden met een hoge dichtheid waargenomen in een speciale foto-modus, waarbij plaatjes worden geschoten die ook door ons leken te bewonderen zijn!

Een mooi voorbeeld zie je hieronder – op 7 februari 2017 heeft Gaia een foto gemaakt van een deel van de Sagittarius I Window (Sgr-I). Dit is een gebied met minder kosmisch stof dan gebruikelijk, zodat het fungeert als venster op achterliggende sterren. Sgt-I bevindt zich slechts twee hemelgraden onder het galactische centrum en laat een sterdichtheid zien van 4,6 miljoen sterren per vierkante hemelgraad. Onderstaande foto omvat zo’n 0,6 vierkante hemelgraad, zodat hier maar liefst 2,8 miljoen sterren zichtbaar zijn (die allemaal tot de Melkweg behoren)! Indrukwekkend, toch?

Bron: European Space Agency