Met deze kosmische kerstboom wensen we alle lezers van de Astroblogs heel fijne feestdagen!

NGC 2264 en de Christmas Tree cluster, Credit: ESO

Het is Eerste Kerstdag en vanaf deze plek wens ik iedereen fijne feestdagen toe! En hoe kan dat beter dan met deze afbeelding van NGC 2264 en de Christmas Tree cluster, gelegen in het sterrenbeeld Eenhoorn (Monoceros), in de buurt van Orion. Het is een mix van sterren in de vorm van een kerstboom (als je ‘m niet herkend moet je de gelabelde versie hieronder bekijken), met de grote reuzenster S Monoceros als voet van de boom, en gaswolken. De piek van de boom is niet een heldere piek, maar een donkergekleurde omgekeerde kegel, de Cone nevel, onderaan een helderlichte gaswolk, die aan engelenhaar doet denken, de Vossenvachtnevel. De Cone nevel en de kerstboomcluster vormen samen weer NGC 2264, de vossenvachtnevel hoort er officieel niet bij, om het wat ingewikkelder te maken.

Credit: ESO

Oh ja voordat ik afsluit: tijdens de Kerstdagen kan je allemaal nog je Astro Top 5 insturen, als je dat nog niet gedaan had. 😀 Bron: Astrobob.

Arecibo is aardig hersteld van orkaan Maria – kijk maar naar deze radarbeelden van planetoïde Phaethon

credit: Arecibo Observatory/NASA/NSF. Dubbelklikken om te verphaetoniseren.

De 300 meter grote radioschotel Arecibo op Puerto Rico leek na de passage van categorie-4 orkaan Maria op 20 september dit jaar behoorlijk beschadigd te zijn. Maar drie maanden later heeft ‘ie de planetoïde 3200 Phaethon, een zogeheten aardscheerder, gefotografeerd en die laten zien dat ‘ie het weer uitstekend doet. Op 17 december maakte de beroemde radioschotel de serie radarbeelden, die je hierboven ziet. Een dag eerder was Phaethon het dichtste bij de aarde, met een afstand van 10,2 miljoen km, da’s 27 keer de afstand aarde-maan. Hieronder een animatie van Phaethon, die van de foto’s is gemaakt.

credit: Arecibo Observatory/NASA/NSF.

Men denkt dat planetoïde 3200 Phaethon verantwoordelijk is voor de meteorenzwerm Geminiden, die ieder jaar half december te zien is. Het is de eerste planetoïde die ontdekt is vanuit de ruimte en wel op opnames die op 11 oktober 1983 gemaakt werden met de Nederlandse IRAS satelliet. Bron: NASA/JPL.

Lancering Iridium-4 satellieten met Falcon 9 raket van SpaceX leverde spectaculaire beelden in Californië op

Credit: Reuters / RC134E50BF90

Vannacht om 03.27 uur Nederlandse tijd werd vanaf Vandenberg Air Force Base, een lanceercomplex ten noorden van Los Angeles in Californië, een falcon 9 raket van ruimntevaartonderneming SpaceX gelanceerd. Die bracht met de lancering maar liefst tien Iridium satellieten in de ruimte, de Iridium-4 missie, die daar moeten zorgen voor wereldwijde communicatie met telefoons. Niet alleen werden die satellieten succesvol in hun baan gebracht, maar het leverde in Californië ook nog eens spectaculaire beelden op. De lancering was ongeveer een half uur na zonsondergang en dat zorgde er voor dat de ondergaande zon de uitlaatgassen van de Falcon 9 raket prachtig kon verlichten, hetgeen door velen in Californië werd waargenomen. Op Twitter en Facebook leverde dat een hausse aan foto’s en video’s op, zoals deze tweet:

Niet iedereen had door dat het om een gelanceerde raket ging, dus velen riepen dat het ging om aliens in een UFO. Dit is wat Elon Musk, de baas van SpaceX, er over twitterde:

Hieronder beelden van de lancering van de Falcon 9 raket met de Iridium satellieten. De eerste trap van de raket was bij de eerdere Iridium-2 missie in juni 2017 al gebruikt. Dit keer maakte de eerste trap geen zachte landing op het drijvende platform, maar stortte ‘ie in zee.

Bron: Space.com.

De spookachtige ‘Halloween planetoïde 2015 TB145’ komt in 2018 weer ‘in de buurt van de aarde’

2015 TB 145, gefotografeerd door de National Science Foundation’s Arecibo Observatory in Puerto Rico. Credit: NAIC-Arecibo/NSF

Kennen jullie ‘m nog, planetoïde 2015 TB145? Een 644 meter grote planetoïde, die op 31 oktober 2015 – Halloweensdag – op een afstand van 480.000 km (1,27 keer de afstand aarde-maan) de aarde passeerde. Sindsdien gaat ‘ie door het leven als de ‘Halloween planetoïde’, maar dat komt niet alleen door de dag waarop ‘ie langsvloog, maar ook door z’n uiterlijk. Met de Arecibo radiotelescoop op Puerto Rico hadden ze namelijk radarbeelden gemaakt van 2015 TB145 en daarop was iets te zien wat in de verte op een doodshoofd leek – latere beelden waren een stuk minder eng.

Bewegende radarbeelden van 2015 TB145. Credit: NAIC-Arecibo/NSF

2015 TB145 heeft een omlooptijd om de zon van ruim drie jaar, z’n omwentelingstijd is één rondje om z’n as in 2,94 uur. Men denkt nu dat het eigenlijk een uitgebluste, dode komeet is, die al z’n water is kwijtgeraakt, door de vele omwentelingen die hij gedurende z’n leven om de zon heeft gemaakt. De verwachting is dat de Halloween planetoïde, die maar 5 á 6% van het zonlicht reflecteert, half november 2018 weer onze kant op komt. Hij zal dan een stuk minder dichterbij komen dan in 2015, de kleinste afstand zal 105 maanafstanden zijn, da’s ruim 40 miljoen km. Voor de geïnteresseerden: hier een vakartikel met alle informatie over de fysieke gesteldheid van 2015 TB145, februari dit jaar gepubliceerd in het tijdschrift Astronomy & Astrophysics. Bron: Space.com.

Kosmisch filament bij superzware zwart gat in centrum Melkweg nader onderzocht

Credit: NSF/VLA/UCLA/M. Morris et al.

In 2016 ontdekte de sterrenkundige Farhad Yusef-Zadeh (Northwestern University, VS) gebruikmakend van de Karl G. Jansky Very Large Array (VLA), in New Mexico een grote radiotelescoop bestaande uit meerdere schotels, een ongewoon lang filament in het centrum van de Melkweg. Het filament is 2,3 lichtjaar lang en het wijst naar Sagittarius A* (Sgr A*), het superzware zwarte gat in het centrum van de Melkweg. Gebruikmakend van nieuwe optische technieken, opnieuw met de VLA, hebben sterrenkundigen het kosmische filament nog nauwkeuriger kunnen fotograferen, hierboven zie je het resultaat – hieronder de gelabelde versie.

Credit: NSF/VLA/UCLA/M. Morris et al.

Voor een verklaring van het sliertvormige, kosmische filament bestaan drie theorieën. De eerste zegt dat ‘ie bestaat uit deeltjes, die met hoge snelheid uitgespuwd worden door Sgr A* en die dan de spiraalvormige magnetische veldlijnen volgen. De tweede theorie is wat exotischer, namelijk dat het filament een kosmische snaar is, een vooralsnog hypothetisch object, extreem dun, lang en zeer zwaar, dat zowel massa als elektrische stromen heeft. Zo’n kosmische snaar zou vooral in de buurt van de dichte centra van sterrenstelsels kunnen komen. Dit ene geval zou mogelijk te dicht bij Sgr A* zijn gekomen en die zou ‘m dan aan het opslurpen zijn. Tenslotte is er nog een theorie die zegt dat er helemaal geen verband is tussen het filament en Sgr A*, maar dat het op optisch bedrog berust. In dat geval zou het gaan om een gewoon langewerpig gasfilament, die elders in de Melkweg ook zijn aangetroffen. Hier is het vakartikel over de recente waarnemingen aan het filament, op 1 december verschenen in The Astrophysical Journal Letters. Bron: Harvard.

Check, vandaag om 17.28 uur begint de winter

Bron: noorderlicht.nl

Vandaag om precies 17.28 uur begint de winter, de astronomische winter welteverstaan – de weerkundige winter was 1 december al begonnen. Op dat moment bereikt het middelpunt van de zon haar grootste zuidelijke declinatie (-23 graden, 26 boogminuten en 05 boogseconden) en bevindt ‘ie zich recht boven de Steenbokskeerkring, de keerkring ten zuiden van de evenaar. Dat moment noemt men de zonnewende of ‘wintersolstitium’. Dat woord solstitium heeft een Latijnse oorsprong en betekent ‘zonnestilstand’. Met het bereiken van het meest zuidelijke punt is voor het noordelijk halfrond de kortste dag van het jaar aangebroken, dat wil zeggen dat tussen zonsopkomst en zonsondergang de kortste tijd zit. Het betekent niet dat vandaag de meest late zonsopkomst en de meest vroege zonsondergang van het jaar plaatsvinden — dat gebeurt rond de 30e respectievelijk 13e december. Dit heeft te maken met het feit dat de zon niet precies om 12.00 uur ’s middags exact door het zuiden gaat en dat komt weer door het feit dat de baan van de Aarde om de zon niet precies cirkelvormig is. Daardoor beweegt de Aarde in de winter iets sneller in haar baan dan in de zomer. Iedereen een gelukkige wintersolstitium toegewenst! Bron: Sterrengids 2017.

Cocon-model verklaart mysterieuze straling bij versmeltende neutronensterren

Artistieke impressie van het coconmodel. Credit:NRAO/AUI/NSF: D. Berry

De mysterieuze uitbarstingen van straling bij twee botsende neutronensterren is het best te verklaren met een coconmodel. Dat stelt een internationaal team van astronomen met onder anderen Samaya Nissanke (Radboud Universiteit) woensdagavond in het tijdschrift Nature. Ze bestudeerden met tientallen telescopen de nasleep van de samensmelting waarvan op 17 augustus 2017 de zwaartekrachtsgolven werden gedetecteerd.

De twee botsende neutronensterren produceerden straling over het hele elektromagnetische spectrum. De ultraviolette, optische en nabij-infrarood-emissies konden verklaard worden door het radioactief verval van zware elementen zoals uranium en goud. Maar voor de gammastraling, röntgenstraling en radiostraling was nog geen goede verklaring.

Het internationale team van astronomen onder leiding van Kunal Mooley (Caltech, VS en Oxford University, UK) ving met behulp van tientallen telescopen in september, oktober en november de radiostraling op van de botsing. Die nieuwe gegevens maken het steeds plausibeler dat het cocon-model de beste verklaring vormt voor de raadselachtige straling. Tegelijk wordt een ander model, het ‘off-axis gamma ray burst’-model, steeds onwaarschijnlijker.

In het cocon-scenario wordt bij de botsing eerst een straal met hoge snelheid gelanceerd. Het lukt de straal echter niet om ongeschonden te ontsnappen. Een deel van de energie wordt gebruikt voor een langzame kilonova-explosie. Daarnaast vormt zich een soort cocon van materiaal. Die cocon barst uiteindelijk en veroorzaakt de gamma-, röntgen- en radiostraling.

Samaya Nissanke (Radboud Universiteit) is mede-auteur van de publicatie: “De kilonova vormt een nieuwe, waarschijnlijk veelvoorkomende groep van zwakke korte gammaflitsers. Doordat we röntgenwaarnemingen konden koppelen aan de zwaartekrachtsgolven die we van deze twee botsende neutronensterren opvangen, verandert ons begrip over relativistische jets en korte gammaflitsen.” Bron: Astronomie.nl.

Reusachtige bellen aan het oppervlak van een rode reuzenster

Het oppervlak van de rode reuzenster ? 1 Gruis, gezien door PIONIER van de VLT. Credit: ESO.

Astronomen die gebruik maken van de Very Large Telescope van ESO, hebben voor het eerst rechtstreeks granulatiepatronen waargenomen op het oppervlak van een ster buiten ons zonnestelsel – de oude rode reus ? 1Gruis [1]Door technische problemen is het weergeven van het pi-symbool een probleem. Vandaar dat ik in de blog voortdurend spreek over ‘pi’ en niet het gebruikelijke symbool daarvoor hanteer. Het … Continue reading. Deze opmerkelijke nieuwe opname van het PIONIER-instrument toont de convectiecellen die het oppervlak vormen van deze enorme ster, die 350 keer zo groot is als de zon. Elke cel beslaat meer dan een kwart van de middellijn van de ster en is ongeveer 120 miljoen kilometer breed. Deze nieuwe resultaten worden deze week gepubliceerd in het tijdschrift Nature.

Overzichtsfoto van de hemel rond pi1 Gruis. Credit:ESO/Digitized Sky Survey 2. Acknowledgement: Davide De Martin

De rode reus pi1 Gruis is een koele ster in het sterrenbeeld Grus (Kraanvogel) op 530 lichtjaar van de aarde. Hij heeft ongeveer dezelfde massa als onze zon, maar is 350 keer zo groot en duizenden malen helderder [2]De naam pi1 Gruis volgt de zogeheten Bayer-aanduiding. In 1603 classificeerde de Duitse astronoom Johann Bayer 1564 sterren, en gaf hen een naam bestaande uit een Griekse letter gevolgd door de naam … Continue reading. Onze zon zal over ongeveer vijf miljard jaar opzwellen tot een soortgelijke rode reuzenster.

Een internationaal team van astronomen onder leiding van Claudia Paladini (ESO) heeft het PIONIER-instrument op de Very Large Telescope van ESO gebruikt om pi1 Gruis gedetailleerder dan ooit tevoren waar te nemen. Daarbij is ontdekt dat het oppervlak van deze rode reus uit slechts een paar convectiecellen of granules bestaat, die elk ongeveer 120 miljoen kilometer breed zijn – ongeveer een kwart van de middellijn van de ster [3]Granules zijn patronen van convectiestromen in het plasma van een ster. Hete plasma die opstijgt vanuit het centrum van een ster, dijt uit en komt aan de oppervlakte, om vervolgens af te koelen, … Continue reading Eén zo’n granule zou zich uitstrekken van de zon tot voorbij Venus. De oppervlakken oftewel fotosferen van veel reuzensterren gaan schuil achter stof, wat de waarnemingen belemmert. Bij de nieuwe infraroodwaarnemingen van pi Gruis speelde stof echter geen rol van betekenis, alhoewel zich ver van de ster wel degelijk stof bevindt [4]pi1 Gruis is een van de helderste voorbeelden van de zeldzame S-klasse van sterren die werd geïntroduceerd door de Amerikaanse astronoom Paul W. Merrill, die sterren met net zulke ongebruikelijke … Continue reading.

De rode reuzenster pi1 Gruis in het sterrenbeeld Kraanvogel. Credit:ESO, IAU and Sky & Telescope

Toen de waterstof in de kern van pi1 Gruis geen lang geleden opraakte, sloot deze oude ster de eerste fase van zijn kernfusieprogramma af. Door gebrek aan energie kromp hij ineen, waardoor de temperatuur opliep tot meer dan 100 miljoen graden. Deze extreme hitte heeft de volgende fase aangewakkerd, waarbij helium tot zwaardere atomen zoals koolstof en zuurstof begon te fuseren. De intens hete kern verdreef vervolgens de buitenste lagen van de ster, waardoor deze tot honderden keren hun oorspronkelijke grootte opzwollen. De ster die we vandaag waarnemen is een veranderlijke rode reus. Het oppervlak van zo’n ster is nog nooit eerder gedetailleerd in beeld gebracht.

Ter vergelijking: de fotosfeer van de zon bestaat uit ongeveer twee miljoen convectiecellen, met afmetingen van slechts 1500 kilometer. Het enorme verschil in grootte tussen de convectiecellen van deze twee sterren kan gedeeltelijk worden verklaard door het verschil in zwaartekracht aan het steroppervlak. pi1 Gruis heeft slechts 1,5 keer de massa van de zon, maar is veel groter. Dat resulteert in een veel geringere zwaartekracht aan het steroppervlak en slechts enkele, extreem grote granules.

Waar sterren van meer dan acht zonsmassa’s hun leven afsluiten met een spectaculaire supernova-explosie, stoten minder zware sterren zoals deze geleidelijk hun buitenste lagen af, wat resulteert in prachtige planetaire nevels. Bij eerdere onderzoeken van pi1 Gruis is op 0,9 lichtjaar van de centrale ster een schil van materie ontdekt, waarvan men aanneemt dat deze zo’n 20.000 jaar geleden is afgestoten. Deze relatief korte periode in het leven van een ster duurt slechts enkele tienduizenden jaren, wat schril afsteekt bij een totale levensduur van enkele miljarden jaren. Deze waarnemingen introduceren een nieuwe methode om die vluchtige rodereuzenfase te onderzoeken. Bron: ESO.

References[+]

References
1 Door technische problemen is het weergeven van het pi-symbool een probleem. Vandaar dat ik in de blog voortdurend spreek over ‘pi’ en niet het gebruikelijke symbool daarvoor hanteer. Het is even niet anders, snif snif…
2 De naam pi1 Gruis volgt de zogeheten Bayer-aanduiding. In 1603 classificeerde de Duitse astronoom Johann Bayer 1564 sterren, en gaf hen een naam bestaande uit een Griekse letter gevolgd door de naam van het sterrenbeeld waar zij deel van uitmaakten. Doorgaans kregen deze sterren Griekse letters toegewezen in volgorde van hun schijnbare helderheid, waarbij de helderste de aanduiding Alfa (?) kreeg. De helderste ster van het sterrenbeeld Grus heet dan ook Alfa Gruis.
3 Granules zijn patronen van convectiestromen in het plasma van een ster. Hete plasma die opstijgt vanuit het centrum van een ster, dijt uit en komt aan de oppervlakte, om vervolgens af te koelen, donkerder en dichter te worden en naar het centrum te dalen. Dit proces gaat miljarden jaren door en speelt een belangrijke rol in tal van astrofysische processen, zoals energietransport, pulsgedrag, sterrenwind en stofwolken op bruine dwergen.
4 pi1 Gruis is een van de helderste voorbeelden van de zeldzame S-klasse van sterren die werd geïntroduceerd door de Amerikaanse astronoom Paul W. Merrill, die sterren met net zulke ongebruikelijke spectra in één groep wilde onderbrengen. pi1 Gruis, R Andromedae en R Cygni werden de prototypen van deze klasse. Van hun vreemde spectra is nu bekend dat ze het resultaat zijn van het zogeheten ‘s-proces’ of ‘trage neutronenvangstproces’ dat verantwoordelijk is voor de vorming van de helft van de elementen zwaarder dan ijzer.

Iridium en IridiumNext; reeds 30 jaar ‘work in progress’

Er resteren nog slechts enkele dagen tot aan de lancering van de vierde en voorlaatste badge IridiumNext satellieten, op 22 december a.s. Hierbij een duik in de veelbewogen historie van Iridium,  inmiddels een reeds 30-jarig durend technisch hoogstaand ‘work in progress’. Lees verder

‘Oumuamua, een snelle ‘vrieskist’ met koolstofrijk ijs rondom

Men dacht dat ‘Oumuamua een asteroïde van een ander planetair systeem was omdat we er geen coma van stof en gas rond hadden gevonden – iets dat ijzige kometen hebben als ze smelten of sublimeren.

De nieuwste observaties van ‘Oumuamua, gepubliceerd in Nature Astronomy, laten zien dat het object een koolstofrijke ijslaag op het oppervlak heeft. Waarnemingen suggereren dat dit een verborgen ijsrijke kern beschermde tegen verdamping toen hij richting het zon ging.

“Toen ‘Oumuamua ontdekt werd, vertoonde het geen tekenen van cometaire activiteit,” vertelde Alan Fitzsimmons van Queen’s University Belfast. “We hebben echter een spectrum van het object waaruit blijkt dat het vergelijkbaar is met ijsrijke objecten in het buitenste zonnestelsel.” Spectrum verwijst hier naar het meten van het licht van het object en het zien van welke elementen het is gemaakt. In dit geval lijkt het een laag koolstofrijk ijs op het oppervlak te hebben.

‘Oumuamua passeerde op 0,25 AE van de zon, voordat het weer ons zonnestelsel verlaat. Op deze korte afstand zouden we, als het een komeet was geweest, tekenen van een sublimatie van het ijs hebben gezien (van vast naar gas).

Dat was echter niet het geval, daarom dachten we dat het een asteroïde was en dus ontdaan van ijs. Maar deze laatste studie suggereert dat het misschien ijskoud was, wat de manier waarop het zich heeft gevormd in het onbekende planetenstelsel waaruit het voortkwam, veranderde.

“We weten dat het niet vergelijkbaar is met een van de asteroïden die men relatief dicht bij onze zon aantreft”, zei Fitzsimmons. “Eerdere verwachtingen waren dat de meeste objecten die tijdens de planeetvorming uit zonnestelsels werden gegooid ijzig zouden moeten zijn. Dit past dus in die verwachting. ”

Het object blijft zeer ongebruikelijk en veel vragen zijn nog steeds onbeantwoord. We weten bijvoorbeeld niet waar het precies vandaan kwam en we weten ook niet hoe oud het is, hoewel een bovengrens van 10 miljard jaar is gesuggereerd. Het is misschien mogelijk om cometaire activiteit te zien terwijl deze zich een weg baant uit het zonnestelsel.

Wetenschappers hopen in de toekomst meer interstellaire objecten zoals deze te ontdekken. Uitzoeken waar ze van gemaakt zijn en of ze ijzig zijn of niet, zou ons meer kunnen vertellen over hoe andere planetaire systemen zich vormen.

Over kometen:

Kometen bestaan uit steen en ijs, ze zijn heel ver van de zon gevormd want te dichtbij is het te warm om het ijs te laten klonteren met steen. Een komeet wordt, net als een sneeuwbal die je van de berg af laat rollen, steeds groter. Er klontert steeds meer stof en ijs aan. Een komeet kan wel een miljoen jaar reizen om één rondje om de zon te maken. De baan van een komeet kan makkelijk veranderd worden bijvoorbeeld doordat andere kometen op elkaar inslaan. Dan kan het zijn dat de komeet naar het binnenste van onze zonnestelsel komt. Door de aantrekkingskracht van andere planeten wordt de komeet ook die kant op getrokken. Hoe dichterbij hij komt hoe sneller hij smelt en verbrand.

Kometen zijn meestal slechts zichtbaar als een zwak nevelachtig object tussen de sterren. Langzaam bewegen ze zich ten opzichte van de sterrenachtergrond en ze veranderen geleidelijk in helder­heid. In een enkel geval kan een komeet voldoende helder worden om in een verrekijker of met het blote oog zichtbaar te zijn. Vooral bij deze kometen, maar soms ook bij zwakkere exemplaren, kan men een staart waarnemen.

ILFScience
Nature.com
Nederlandse Kometen Vereniging
Hoe ontstaan kometen