Leefbare planeten bij pulsars in theorie mogelijk

Artistieke impressie van een leefbare planeet (midden) bij een pulsar (rechts). De planeet moet een enorm dikke atmosfeer hebben die de dodelijke röntgenstralen en de hoge-energiedeeltjes van een pulsar omzet in warmte. Credit: Institute of Astronomy, University of Cambridge

Het is in theorie mogelijk dat er leefbare planeten bestaan rond pulsars. Zulke planeten moeten een enorm dikke atmosfeer hebben die de dodelijke röntgenstralen en de hoge-energiedeeltjes van een pulsar omzet in warmte. Dat stellen de in Nederland en Engeland werkzame sterrenkundigen Alessandro Patruno en Mihkel Kama. Ze onderbouwen hun theorie in een wetenschappelijk artikel dat vandaag verschijnt in het vakblad Astronomy & Astrophysics.

Pulsars staan bekend om hun extreme condities. Het zijn neutronensterren van slechts 10 tot 30 kilometer in doorsnee. Ze hebben enorm sterke magneetvelden, ze trekken materie aan en ze braken op gezette tijden grote hoeveelheden röntgenstraling en andere energetische deeltjes uit. Toch denken Alessandro Patruno (Universiteit Leiden en ASTRON) en Mihkel Kama (Universiteit Leiden en Cambridge University, Groot-Brittannië) dat er in de buurt van deze sterren leven mogelijk kan zijn.

Het is voor het eerst dat sterrenkundigen rekenen aan zogeheten leefbare zones rond neutronsterren. Uit de berekeningen blijkt dat de leefbare zone rond een neutronenster zo groot kan zijn als de afstand van onze aarde tot de zon. Voorwaarde is wel dat de planeet een zogeheten superaarde moet zijn met een massa tussen de een en tien keer die van de aarde. Een kleinere planeet verliest namelijk onherroepelijk binnen een paar duizend jaar zijn atmosfeer. Bovendien moet de atmosfeer een miljoen keer zo dik zijn als die van de aarde. De omstandigheden zullen dan ook meer op de diepzee lijken, dan op ons eigen aardoppervlak.

De sterrenkundigen bestudeerden de pulsar PSR B1257+12 op ongeveer 2300 lichtjaar van ons vandaan in het sterrenbeeld Maagd. Ze gebruikten hiervoor de Chandra-ruimtetelescoop die speciaal gemaakt is om röntgenstralen op te vangen. Om de pulsar draaien drie planeten. Twee van die planeten zijn superaardes met een massa van vier tot vijf keer die van de aarde. De planeten draaien dicht genoeg rond de pulsar om op te warmen. Patruno: “Volgens onze berekeningen is de temperatuur zo dat er vloeibaar water aan het oppervlak kan zijn. We weten alleen nog niet of de twee superaardes de benodigde dikke atmosfeer hebben.”

In de toekomst willen de sterrenkundigen meer waarnemingen doen aan de al door hen bestudeerde pulsar en aan andere pulsars. De ALMA-telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht zou bijvoorbeeld stofschijven rond neutronensterren kunnen aantonen. Zo’n schijf is een voorbode van een planeet.

Waarschijnlijk bevat onze Melkweg ongeveer 1 miljard neutronensterren waarvan ongeveer 200.000 pulsars. Er zijn tot nu toe drieduizend pulsars bestudeerd en slechts vijf pulsarplaneten gevonden. PSR B1257+12 is een veelbestudeerde pulsar. In 1992 werden daar de eerste exoplaneten ooit ontdekt. Bron: Astronomie.nl.

De Finse startup Iceye bereidt zijn eerste satelliet lancering voor op 5 januari 2018 a.s.

Iceye heeft ingezet op nieuwe markten die verder gaan dan het monitoren van het ijs dat  oorspronkelijk zijn naam inspireerde. Volgens directeur Rafal Modrzewski, zal Iceye de gegevens afkomstig van zijn op synthetische diafragma radar (SAR) gebaseerde platforms toepassen op verticale markten variërend van maritiem en landbouw tot verzekeringen en financiën. Lees verder

Pentagon erkent jarenlang onderzoek naar ufo’s en graancirkels

Fragment uit een video uit 2004 (helemaal onderaan de blog te zien) van een ontmoeting in de buurt van San Diego van twee Navy F/A-18F straaljagers en een Ufo, vrijgegeven door het Advanced Aerospace Threat Identification Program. Credit: U.S. DEPARTMENT OF DEFENSE.
16 december 2017.

Het Amerikaanse ministerie van Defensie heeft jarenlang in het geheim onderzoek laten verrichten naar ufo’s en graancirkels. Het Advanced Aerospace Threat Identification Program – ook wel bekend als het Advanced Aviation Threat Identification Program – liep tussen 2007 en 2012 en kostte jaarlijks 22 miljoen dollar, bevestigt het Pentagon na berichtgeving van The New York Times. Het programma stond tot oktober onder leiding van Luis Elizondo, die toen z’n ontslag indiende vanwege de geheimzinnigheid en tegenwerking, waarmee hij te maken kreeg.

Het programma kwam tot stand onder impuls van Harry Reid, die jarenlang de Democratische fractie in de Senaat leidde. Eén van degenen die Reid over wisten te halen tot het initiatief voor het programma was de bekende ruimtevaart-ondernemer Robert Bigelow uit Las Vegas, die bezig is met een opblaasbaar ruimtestation. De kostenpost van het programma stond volgens de krant listig verstopt in de begroting van het ministerie. Het merendeel van het geld ging naar een bedrijf uit Reids thuisstaat Nevada dat onderzoek doet naar ruimteverschijnselen. Het bedrijf onderzocht voor de regering onder meer meldingen over vliegende schotels, graancirkels en andere moeilijk te verklaren verschijnselen. Onduidelijk is of het programma iets heeft opgeleverd.

Volgens het Pentagon werd het programma in 2012 stopgezet vanwege de kosten. Bronnen zeggen echter tegen The New York Times dat er nog steeds een soortgelijk onderzoek loopt, maar dan anders vermeld in de begroting. “Het ministerie neemt alle bedreigingen en mogelijke bedreigingen voor onze bevolking, bezittingen en missie serieus”, zegt een Pentagon-woordvoerder tegen persbureau Reuters. “Bij geloofwaardige informatie ondernemen we actie.” Initiatiefnemer Reid staat bekend om zijn buitengewone interesse in ruimteverschijnselen. Hij doet achteraf niet geheimzinnig over zijn betrokkenheid bij het programma.
“Ik schaam me er niet voor dat ik dit in gang heb gezet”, zegt hij tegen The New York Times. Met een verwijzing naar sciencefictionserie The X-Files twitterde hij later: “The truth is out there.”

Bron: NOS.

Nieuwe metingen wijzen opnieuw naar een ‘CP-schending in de neutrino sector’

Als een neutrino de Super-Kamiokande detector passeert gaan allerlei sensoren oplichten. Credit: T2K Experiment/Super-Kamiokande Collaboration, Institute for Cosmic Ray Research, University of Tokyo

Dat we bestaan is volgens het Standaard Model van de natuurwetenschappen hoogst opmerkelijk. Bij het ontstaan van het heelal zou volgens dat model, dat in de jaren zeventig is opgesteld en dat een beschrijving geeft van alle elementaire deeltjes en natuurkrachten daartussen, net zoveel materie als antimaterie moeten zijn ontstaan. En als dat samenkomt annihileert het en gaat het over in licht. Deze symmetrie tussen materie en antimaterie, die de natuurkundigen de CP-symmetrie noemen, zou een heelal van alleen maar licht moeten opleveren, zonder sterren, planeten en levende wezens. Maar kennelijk is ’t allemaal iets anders verlopen en hebben we een heelal dat grotendeels uit materie bestaat en waarin antimaterie slechts sporadisch voorkomt – gelukkig maar. Om er achter te komen wat er in het vroege heelal anders is gegaan dan het SM voorspelt onderzoekt men die CP-symmetrie en kijkt men of er sprake is van zogeheten CP-schending. Dat is al lang geleden waargenomen bij quarks in B-mesonen, maar die afwijkingen zijn zo klein dat ze nooit de waargenomen asymmetrie tussen materie en antimaterie kunnen verklaren. Vandaar dat men zich richt op een deeltje dat in geweldige hoeveelheden aanwezig is in het heelal, het neutrino. De dichtheid van neutrino’s afkomstig uit de oerknal wordt geschat op 300 per kubieke centimeter – vergelijk dat met de gemiddelde dichtheid van protonen, elektronen en neutronen in het heelal, pakweg 0,0000001 deeltje per kubieke cm. Eén van de experimenten waar ze neutrino’s bestuderen is T2K (‘Tokai to Kamioka’) in Japan, waarbij bundels neutrino’s en antineutrino’s worden geproduceerd in een kernreactor in Tokai, die vervolgens gericht worden gestuurd naar het ondergrondse Super-Kamiokande neutrino observatorium in Kamioka, 320 km verderop.

Neutrino oscillaties. Credit: Matt Strassler

Er zijn drie soorten neutrino’s – elektron, muon en tau neutrino’s – en sinds 1998 weet men dat deze kunnen ‘oscilleren’, waarbij ze van de ene smaak (‘flavor’) over kunnen gaan in de andere smaak. Naast de drie smaken neutrino’s zijn er ook drie smaken antineutrino’s, die ook in elkaar kunnen oscilleren. Eerder was al waargenomen dat er een belangrijk verschil tussen de neutrino’s en antineutrino’s is: alle neutrino’s zijn linkshandig – ze draaien met de klok mee ten opzichte van hun bewegingsrichting – en alle anti-neutrino’s zijn rechtshandig, zoals Robbert Dijkgraaf onlangs nog in z’n DWDD-University over symmetrie liet zien.

Credit: Lucy Reading-Ikkanda for Quanta Magazine

Volgens de CP-symmetrie van het Standaard Model zouden neutrino’s en antineutrino’s in dezelfde mate moeten oscilleren. In 2016 bleek al dat dat niet zo was: bij het T2K experiment kijkt men naar oscillaties tussen de smaken elektron en muon, zowel bij de ‘gewone’ als de ‘anti’ varianten. Het bleek dat 32 muon neutrino’s in elektron neutrino’s waren geoscilleerd, van de anti muon neutrino’s waren er slechts vier overgegaan in een anti elektron neutrino, afwijkend van wat SM voorspelt.

De resultaten van de metingen in 2017 met Super-K zijn in lijn met die van 2016. Men zag 89 muon neutrino’s overgaan in elektron neutrino’s, meer dan de 67 die SM voorspelt. En er werden zeven anti elektron neutrino’s gezien, twee minder dan de SM voorspelling. Alle resultaten van 2016 en 2017 optellend blijft de statistische betrouwbaarheid van de metingen mager: er is een kans van 1 op 20 dat er géén CP-schending is in de neutrino sector en dat het allemaal ruis is, die men heeft gezien. En dat betekent dat er nog geen champagne kan worden ontkurkt omdat er voor het eerst signalen zijn gezien voor nieuwe fysica, natuurkunde voorbij SM. Daar moeten we nog op wachten. Bron: Quanta Magazine.

LOFAR breidt zich uit naar Letland

Credit: ASTRON

De grootste radiotelescoop ter wereld breidt zich uit naar Letland. Op 5 december ondertekenden Ventspils University College (VUC) en AstroTec Holding BV, dochteronderneming van ASTRON, een overeenkomst voor de ontwikkeling van een Low Frequency Array (LOFAR) station voor het Ventspils International Radio Astronomy Center (VIRAC).
Het Nederlandse bedrijf AstroTec Holding, namens het Nederlands Instituut voor Radioastronomie ASTRON, ging akkoord met een contract met een waarde van 1,3 miljoen euro om het LOFAR-station voor het Ventspils University College te ontwikkelen en te bouwen. Het bedrijf zal ook alle speciale apparatuur die vereist is voor dit LOFAR-station laten produceren en na voltooiing aan VUC overdragen. Het station zal naar verwachting medio 2019 gereed zijn.
Omdat de speciale elektronica voor het nieuwe LOFAR-station niet op voorraad is, zal AstroTec de productie van elektronische componenten voor de ontvangers, de antennes en LOFAR-specifieke signaalverwerkingsapparatuur uitbesteden aan de industrie. Inkoop start begin 2018. Nederlandse bedrijven kunnen van deze mogelijkheid profiteren door deel te nemen aan de productie en assemblage van de LOFAR-elektronica.

Wetenschappelijke vooruitgang

De ontwikkeling van een LOFAR-station zal Letland en vooral Ventspils University College nieuwe kansen bieden voor wetenschappelijke vooruitgang. Niet alleen in de radioastronomie, maar ook in informatie- en communicatietechnologieën, geofysica, milieutechniek en bio-economie.
De Letse partner VUC verklaart dat investeren in en deelnemen aan LOFAR een enorme bijdrage levert aan de modernisering van de Letse wetenschapsinfrastructuur, die wetenschappelijke en technische ontwikkeling in moderne technologieën zal bevorderen, integratie van Letse wetenschap in Europese en in de wereld mogelijk zal maken en Lets talent aantrekt om deel te nemen aan onderzoek van wereldklasse.

De 32-meter radiotelescoop (RT-32) in Letland. Credit: ASTRON

Ex-Sovjet-installatie

De locatie van het nieuwe LOFAR-station is het radiotelescoop-complex in Irbene. Dit is een ex-Sovjet radiocommunicatie-installatie 30 km ten noorden van Ventspils, Letland. Het bestaat uit een 32-meter radiotelescoop (RT-32) die oorspronkelijk door de Sovjets werd gebruikt om onderzoek te verrichten naar radiocommunicatie buiten de USSR. De installatie was geheim tot 1993 nadat Letland weer onafhankelijk werd. De RT-32 wordt nu voor wetenschappelijke doeleinden gebruikt. Een andere 16 meter brede telescoop (RT-16) is ook in gebruik. Vanwege het zeer lage niveau van radio-interferentie is deze site zeer geschikt voor de gevoelige LOFAR radiotelescoop. Bron: ASTRON.

ESA-astronaut Paolo Nespoli na 139 dagen weer terug op aarde

Credit: ESA/NASA/Roscosmos

Samen met zijn collega’s Randy Bresnik (NASA) en Sergei Ryazansky (Roscosmos) is de Italiaanse ESA-astronaut Paolo Nespoli na een verblijf van 139 dagen in het internationale ruimtestation ISS donderdag 14 december teruggekeerd op aarde. Het drietal keerde terug in de Sojoez MS-05 capsule, die na het loskoppelen van het ISS nog een snelheid had van maar liefst 28.800 km/u en die drie uur later landde in de steppen van Kazachstan. Voor Nespoli was dit z’n derde missie in de ruimte, de eerste was in 2007, de tweede in 2010-2011. Met de terugkeer naar de aarde kwam er een einde aan zijn Vita missie, dat stond voor ‘Vitality, Innovation, Technology and Ability’. Hieronder videobeelden van het afscheid van de astronauten, het sluiten van de luiken, het loskoppelen van het ISS, de landing van de capsule en het ‘bevrijden’ van de drie astronauten.

Bron: NASA Spaceflight.

Kunstmatige intelligentie gebruikt om achtste planeet bij Kepler-90 te ontdekken

Impressie van het planetenstelsel rondom Kepler-90. Credits: NASA/Wendy Stenzel

Het zonnestelsel is per heden niet uniek meer. Tot vandaag kenden we maar één planetenstelsel bij een ster, die maar liefst acht planeten telde, ons eigen zonnestelsel. De planetenstelsels bij andere sterren kwamen niet verder dan zeven planeten – onder andere het welbekende TRAPPIST-1 systeem. Maar met de ontdekking van Kepler-90i, een zeer hete en rotsachtige planeet, die iedere 14,4 dagen om z’n ster draait, de ster Kepler-90, 2545 lichtjaar van ons vandaan in het sterrenbeeld Draak, zijn we niet de enige meer. Ook Kepler-90 telt acht planeten, de eerste zeven waren eerder al ontdekt, in 2014 en 2016. De manier waarop Kepler-90i ontdekt is die is bijzonder: de gegevens van de Kepler ruimtetelescoop van de NASA, die vier jaren lang de lichtcurves van meer dan 150.000 sterren in de sterrenbeelden Zwaan, Draak en Lier in de gaten hield, zijn nog eens onderzocht door een team van Google, dat zich gespecialiseerd heeft in ‘machinaal leren’, da’s een vorm van kunstmatige (artificiële) intelligentie, AI in ’t Engels. Exoplaneten verraden zich als er dipjes in de lichtcurve van de ster voorkomen, die ontstaan als één of meer planeten voor de ster langs schuiven en diens licht iets verzwakken, gezien vanaf de aarde. Het signaal van Kepler-90i was de sterrenkundigen eerder nog niet opgevallen, omdat het te zwak was en niet boven de ruis uitkwam, maar dankzij Google’s AI kon men ‘m bespeuren.

Kepler-90 is niet de enige ster waarbij op deze bijzondere manier een nog onbekende planeet is ontdekt. Er kwam ook een planeet bij Kepler-80 tevoorschijn met toepassing van het machinaal leren, de aardachtige planeet Kepler-80g, die in 15,65 dagen om z’n ster draait – wat het totaal voor dit planetenstelsel op zeven brengt. Meer info in dit vakartikel, dat gepubliceerd zal worden in The Astronomical Journal. Bron: NASA.

Lichte gebieden op Ceres wijzen op geologische activiteit

De bodem van de Occator krater op Ceres. Credit: NASA/JPL-Caltech/UCLA/MPS/DLR/IDA/PSI

De dwergplaneet Ceres is uitgebreid bestudeerd door de Amerikaanse ruimteverkenner Dawn en de massa’s foto’s die dat heeft opgeleverd kennen we vooral van de opvallend lichte, soms helderwitte gebieden op Ceres, zoals de bodem van de Occator krater. Sinds Dawn maart 2015 bij Ceres aankwam zijn er 300 van die lichte gebieden gespot. Onderzoek laat zien dat het ontstaan van die gebieden samenhangt met de onderaardse oceaan, die Ceres vroeger moet hebben gehad en met geologische activiteiten, die wellicht tot op de dag van vandaag voortduren. Een groep wetenschappers onder leiding van Nathan Stein (Caltech in Pasadena, Californië) heeft de gebieden onderzocht en een onderverdeling gemaakt in vier soorten van lichte gebieden – een resultaat dat gisteren bekend is gemaakt op een bijeenkomst van de American Geophysical Union (AGU) in New Orleans:

  1. de zeer heldere gebieden, die aangetroffen worden in de bodemkraters, zoals van Occator, waar zich de zoute gebieden genaamd Cerealia Facula en Vinalia Faculae bevinden.
  2. De randen van de kraters, waar zich ook heldere gebieden bevinden, die naar beneden richting bodemkrater lopen.
  3. Dan zijn er heldere gebieden in de ‘uitwerpselen’. (Engels: Ejecta) van de kraters.
  4. Tenslotte is er een vierde categorie, die uit slechts één gebied bestaat, dat niet te maken heeft met inslagkraters, namelijk de opvallende berg Ahuna Mons op Ceres, die vermoedelijk een vorm van cryovulkanisme is (zie de afbeelding hieronder).

De berg Ahuna Mons op Ceres.  Credit: NASA/JPL-Caltech/UCLA/MPS/DLR/IDA

Waarom zijn die heldere delen van Occator zo verschillend? Lynnae Quick, een planetaire geoloog bij het Smithsonian Institution in Washington, heeft dat onderzocht. De belangrijkste verklaring voor wat er bij Occator gebeurde, was volgens hem dat het vrij recent nog een reservoir met zout water onder zich had. Vinalia Faculae, het diffuse heldere gebied ten noordoosten van de centrale koepel van de krater, zou kunnen zijn gevormd uit een vloeistof die naar het oppervlak is gedreven door een kleine hoeveelheid gas, vergelijkbaar met champagne die uit de fles komt als de kurk wordt verwijderd.

Cerealia Facula, het centrale zeer heldere gebied in Occator, moet op een andere wijze zijn gevormd, gezien het feit dat het meer verheven en helderder is dan Vinalia Faculae. Het materiaal in Cerealia Facula was misschien meer als een ijzige lava, oplopend door de breuken en zwellend in een koepel.

Die breuken moeten ontstaan zijn bij de inslag die Occator heeft gevormd. Men gaat er van uit dat toen een groot hemellichaam (komeet of planetoïde?) tegen Ceres knalde en de 92 kilometer brede krater ontstond, de inslag de breuken veroorzaakte. Later kon de zoute vloeistof vanuit de onderliggende oceaan via die breuken naar boven kon komen.

Bron: NASA/JPL.

Witte dwergen hebben magneetpoortjes

Artistieke impressie van het MV Lyrae-systeem in de fase dat de accretieschijf door de magnetische barrière gaat en uitbarstingen worden waargenomen. Credit: Helena Uthas

Astronomen hebben ontdekt dat het magneetveld van een witte dwerg een barrière vormt voor het opslurpen van massa van zijn begeleidende ster. Uit waarnemingen die vier jaar lang zijn gedaan met NASA’s Kepler-satelliet van de dubbelster MV Lyrae blijkt het magneetveld van de witte dwerg als een magnetische poort te fungeren. De astronomen, onder wie Caroline D’Angelo van de Universiteit Leiden en Paul Groot van de Radboud Universiteit, publiceren hun bevindingen deze week in Nature.

Witte dwergen zijn de nucleaire tijdbommen van het heelal. Deze overblijfselen van sterren kunnen ontploffen in gigantische supernovaexplosies, waarbij onder andere het grootste deel van het ijzer in het heelal wordt gemaakt. Om te kunnen ontploffen, moeten witte dwergen een massa zien te krijgen van ongeveer 140% van die van de zon. Dit `volvreten’ gebeurt met name in dubbelsterren, waarbij de witte dwerg via een schijf van gas massa opslurpt van een begeleidende ster.

Als het gas via de schijf naar binnen stroomt, wordt het gestopt door de barrière die het magneetveld van de witte dwerg opwerpt. Alleen als de druk van het verder instromende gas hoog genoeg wordt, gaat de poort open en valt er meer gas naar binnen. In de waarnemingen van de Kepler-satelliet is dit open- en dichtgaan van de magnetische poort te zien als een uitbarsting van licht, ongeveer elke twee uur.

“Het is als een verkeerd afgesteld poortje bij een treinstation,” licht coauteur Paul Groot toe. “Stel je voor dat mensen de gasdeeltjes zijn. Als het vrij rustig is gaat het poortje alleen open als er genoeg mensen staan te wachten. Het poortje gaat dan even open, om meteen weer te sluiten als ze erdoor zijn. Wordt de druk van de toestromende mensen te hoog, dan gaat het poortje kapot en kan iedereen zo doorlopen. Als de toeloop weer afneemt en onder een kritische waarde komt gaat het poortje weer beperkt open en dicht.”

Het model om de Kepler-waarnemingen te verklaren, is gemaakt door coauteur Caroline D’Angelo van de Universiteit Leiden. “Het is fantastisch om te zien dat ons model werkt in dit systeem met een witte dwerg. Eerder werd al vermoed dat het zou kloppen voor de zwaardere broertjes van de witte dwergen, de neutronensterren. En het lijkt zelfs ook te werken bij heel jonge sterren die nog aan het groeien zijn. Dit laat zien dat de natuurkunde achter deze gasschijven, en de interactie met magneetvelden, universeel is,” aldus D’Angelo. Bron: Astronomie.nl.

Sharpless 29, een stellaire kraamkamer in volle bloei

De OmegaCAM-camera van de VLT-surveytelescoop van ESO heeft dit schitterende beeld vastgelegd van de stellaire kraamkamer Sharpless 29. Credit: ESO/M. Kornmesser.

De OmegaCAM-camera van de VLT-surveytelescoop van ESO heeft dit schitterende beeld vastgelegd van de stellaire kraamkamer Sharpless 29. Op de reusachtige foto zijn tal van astronomische verschijnselen te zien, zoals kosmisch stof en gaswolken die het licht van hete jonge sterren in de nevel weerkaatsen, absorberen en opnieuw uitstralen.

Het afgebeelde hemelgebied is opgenomen in de Sharpless-catalogus van H II-gebieden: interstellaire wolken van geïoniseerd gas, rijk aan stervorming. Sharpless 29 – ook bekend als Sh 2-29 – bevindt zich op ongeveer 5500 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Sagittarius (Boogschutter), naast de grotere Lagunenevel. Het bevat tal van astronomische wonderen, waaronder het zeer actieve stervormingsgebied NGC 6559, de nevel in het midden van de foto.

Het stervormingsgebied NGC 6559 in het sterrenbeeld Boogschutter. Credit:ESO, IAU and Sky & Telescope

Deze centrale nevel is het meest opvallende kenmerk van Sharpless 29. Hoewel hij zich over slechts enkele lichtjaren uitstrekt, laat de nevel goed de ravage zien die sterren bij hun geboorte binnen een interstellaire wolk kunnen veroorzaken. De hete jonge sterren in dit plaatje zijn niet meer dan twee miljoen jaar oud en stralen intense hoogenergetische straling uit. Deze energie warmt het omringende stof en gas op, terwijl hun sterrenwinden hun geboorteplaats dramatisch eroderen en modelleren. De nevel vertoont zelfs een opvallende holte die is ‘uitgehouwen’ door een energetisch dubbelstersysteem. Deze holte dijt uit, waardoor het interstellaire materiaal zich ophoopt en zich een roodachtige boogvormige rand heeft gevormd.

Wanneer interstellair stof en gas worden gebombardeerd met ultraviolet licht van hete jonge sterren, zorgt de energie ervoor dat ze helder gaan gloeien. De diffuse rode gloed die de foto domineert, is afkomstig van de emissie van waterstof, terwijl het glinsterende blauwe licht het gevolg is van weerkaatsing door en verstrooiing aan kleine stofdeeltjes. Behalve emissie en weerkaatsing vindt in dit gebied ook  absorptie plaats. Stofrijke delen van de nevel houden het licht dat naar ons toe komt tegen, waardoor we de sterren erachter niet kunnen zien. Kleinere tentakels van stof zijn de oorzaak van de donkere draderige structuren in de wolken.

De rijke omgeving van Sharpless 29. Credit:ESO/Digitized Sky Survey 2
Acknowledgement: Davide De Martin

De rijke en gevarieerde omgeving van Sharpless 29 biedt astronomen een schat aan onderzoeksobjecten. In de nevel zijn voorbeelden te zien van getriggerde stervorming, de invloed van jonge sterren op stof en gas en de verstorende werking van magnetische velden.

Maar jonge, zware sterren leven snel en sterven jong. Ze zullen hun leven uiteindelijk afsluiten met een supernova-explosie, waarbij ze verrijkt puin van gas en stof achterlaten. Binnen enkele tientallen miljoenen jaren zal dit stellaire puin zijn weggevaagd en is een open sterrenhoop het enige wat resteert.

Sharpless 29 is waargenomen met ESO’s OmegaCAM van de VLT Survey Telescope (VST) op Cerro Paranal in Chili. OmegaCAM produceert beelden die meer dan 300 keer zo omvangrijk zijn als de grootste opnamen van de NASA/ESA Hubble-ruimtetelescoop van NASA en ESA en die een breed golflengtegebied beslaan – van het ultraviolet tot het infrarood. Zijn sterkste punt is zijn vermogen om de zeer rode spectraallijn H-alfa vast te leggen, die ontstaat wanneer het elektron in een waterstofatoom energie verliest – iets wat in een omgeving als deze een opvallende gebeurtenis is. Bron: ESO.