Site pictogram Astroblogs

Over het leven na de dood van sterren

E.P.J. van den Heuvel bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens

Gisteravond was Edward van den Heuvel bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens in Papendrecht om daar een lezing te geven over het leven na de dood van sterren. Een zeer boeiende lezing in een goed gevulde zaal, die ging over witte dwergen, neutronensterren en zwarte gaten, de drie bekende categorieën van extreme objecten na de fase van fusieverbranding van sterren – met enige regelmaat onderwerpen van blogs alhier.

De Krabnevel, ook bekend als M1, is een supernovarest in het sterrenbeeld Stier (Taurus). Credit: NASA/ESA

In z’n lezing kwam op een gegeven moment de Krabnevel (M1 – zie de afbeelding hierboven) in het sterrenbeeld Stier ter sprake, het restant van de supernova die in 1054 aan de hemel verscheen en die maanden te zien was, zelfs overdag. Van die supernova was bekend dat ‘ie onder andere door Chinese astrologen was waargenomen, maar dat er geen meldingen van waarnemingen uit West-Europa bekend waren. Maar dat klopte niet, want van den Heuvel meldde dat er wel degelijk een waarneming in Vlaanderen was gedaan, door een monnik, die de verschijning van de nieuwe ster in verband bracht met de dood van de paus. Ik had daar niet eerder van gehoord en daarom ben ik even in die waarneming gedoken. Het blijkt te gaan om een monnik, die hoorde bij de St. Pieterskerk in het Vlaamse Oudenburg. In een kroniek genaamd Tractus de ecclesia S. Petri Aldenburgensis staat te lezen dat op het moment van de dood van Paus Leo IX (1002-1054) er over de hele wereld ‘een cirkel verscheen van buitengewone helderheid’, die ongeveer een half uur te zien was. Hieronder een fragment van de oorspronkelijke tekst in het Latijn (onderaan) en de Engelse vertaling.

Paus Leo IX stierf op 19 april 1054, twee en een halve maand eerder dan de 4 juli 1054, die altijd als datum wordt aangehouden voor het verschijnen van de supernova. Vandaar dat drie Italiaanse sterrenkundigen in dit vakartikel uit 1994 beargumenteren dat de datum van SN1054 herzien moet worden en ongeveer drie maanden naar voren moet worden geschoven.

Edward van den Heuvel is emeritus hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam. Het boek dat hij samen met prof. Cornelis de Jager in 1972 schreef, ‘Ontstaan en levensloop van sterren’, ken ik al meer dan veertig jaar, want toen ik ergens medio 1976 actief aan sterrenkunde ging doen was dat één van de eerste boeken die ik aanschafte. Gisteravond had ik de eer om samen met collega-blogger Jan Brandt Van Den Heuvel van het station in Dordrecht op te halen en naar de sterrenclub te brengen. Ik had de klassieker van Van den Heuvel meegenomen in de auto en ik vroeg hem uiteraard deze te willen signeren. Dat deed hij (zie boven). Jan moest ook nog ergens een exemplaar van het boek op zolder liggen, maar talloze speurtochten afgelopen week leverden hem nog minder op dan de speurtochten naar donkere materie. Als goedmakertje konden we wel een leuke selfie met ons drietjes maken, toen we Van Den Heuvel na afloop weer bij het station afleverden.

 

Mobiele versie afsluiten