16 oktober 2018

Sterrenstelsel ontdekt dat sinds het vroege heelal niet is veranderd

Sterrenkundigen verbonden aan het Instituto de Astrofísica de Canarias (IAC) hebben met de Hubble ruimtetelescoop een sterrenstelsel ontdekt dat sinds het vroege heelal niet meer is veranderd. Een ‘reliek sterrenstelsels’ uit het vroege heelal, zo omschrijven ze NGC 1277, het betreffende sterrenstelsel. Dat het al die tijd niet is veranderd kan men zien aan de hand van de bolvormige sterrenhopen, die het stelsel omringen. Net als andere sterrenstelsels, zoals ons eigen Melkwegstelsel, wordt het omringd door die bolhopen en die zijn er in twee soorten: de rode bolhopen, die vooral in de centra van de stelsels gevonden worden en die een hoog metaalgehalte hebben (elementen zwaarder dan helium) en de blauwe bolhopen, die wat verder weg staan en die minder metalen bevatten. De blauwe bolhopen zijn het resultaat van botsingen die de stelsels met andere stelsels ondergaan. Wat blijkt uit de waarnemingen met Hubble van NGC 1277: die heeft in het geheel geen blauwe bolhopen om zich heen, hetgeen betekent dat het stelsel sinds het vroege heelal (pakweg 13 miljard jaar geleden) niet is veranderd.

NGC 1277 in het centrum van de Perseus cluster. Linksboven ervan het grote centrale cD stelsel van de cluster, NGC 1275.

Men denkt dat dit komt omdat ‘ie in het centrum van de Perseus cluster van sterrenstelsels is gelegen. NGC 1277 ligt vlakbij het grote, centrale sterrenstelsel van die cluster, NGC 1275. Vermoedelijk is ‘ie daar al z’n gasvoorrraad aan verloren, zodat er nauwelijks sterren meer worden geboren. Die lage stervorming plus het onbreken van botsingen met andere sterrenstelsels zorgt er voor dat NGC 1277 al die miljarden jaren ongewijzigd is gebleven. Hier het vakartikel over de waarnemingen met Hubble aan NGC 1277, onlangs gepubliceerd in Nature. Bron: IAC.

Reacties

  1. Je zou dan verwachten dat het hele stelsel zou zijn opgebrand en je alleen nog zwarte gaten, bruine en zwarte dwergen en neutronensterren zou aantreffen die allen vrijwel onzichtbaar zijn, zie link.
    https://en.wikipedia.org/wiki/Stellar_evolution#/media/File:Star_Life_Cycle_Chart.jpg

    • De grote zware sterren hebben idd een kort leven. Maar die zijn veruit in de minderheid. Vandaar dat er gemiddeld maar een supernova per 100 jaar per sterrenstelsel (vergelijkbaar met onze Melkweg) te vinden valt. Onze Zon is een stuk kleiner en gaat 10mld jaar mee. Maar 70% (?) van alle sterren in b.v. de Melkweg zijn nog kleiner en gaan langer mee….tot wel 10^12 jaar, 100 keer zo lang als de Zon

      • Obelix Obelix zegt:

        Als dit stelsel, zoals in de titel wordt aangegeven, sinds het vroege heelal (13 miljard jaar geleden?) niet meer is veranderd, zijn alle sterren die zwaarder zijn dan Sol, al helemaal opgebrand… 😕

        Of bestaat er nog een andere mogelijkheid : zoiets als dat door de ‘interne’ supernova’s in NGC 1277 er drukgolven zijn, die nieuwe stervorming opgang helpt, van reeds aanwezige Waterstofwolken en Supernova-puin. (Slechts in ‘rode bolhopen’…)

        Groet, Paul

        • Wat ik uit het artikel haal is dat er amper nog stervorming aanwezig is, en dat al miljarden jaren. Dan zijn idd de grote sterren allang verdwenen. Het zijn juist de zware sterren die nova kunnen gaan maar die zijn er niet meer.

          Het gekke met sterren, zoals onze zon, is dat ze in die 10 miljard jaar amper iets van 0,4% van hun massa middels fusie in zwaardere elementen omzetten. Daarna is de kern te groot geworden, bestaande uit zwaardere elementen die deze ster niet kan fuseren. Te weinig druk en temp. En omdat de kern te zwaar/groot is geworden kan ook tegen die kern aan, geen fusie meer plaattsvinden, wederom te weinig druk/temp. Dus einde verhaal. Maar er is nog materiaal genoeg, het zit alleen op de verkeerde plek. Als je over 5 miljard jaar de kern eruit zou kunnen peuteren, zodat de H en He weer dichtbij de kern komt, gaat het vroliijk verder met fusie voor de komende miljarden jaren. En idd bij een ster groot genoeg om nova te gaan kan uit diens materiaal weer een nieuwe ster vormen, puur vanwege herschikking van de elementen (lichte elementen tot dichtbij de kern). Pin me niet vast op de getallen zoals die 0,4%, dat is wat ik me herinner….het is in ieder geval een heel klein percentage van de totale massa die de zon zal fuseren in diens loopbaan.

          • Obelix Obelix zegt:

            4 promille (bij zonachtige sterren) is wel heel weinig, maar ik kan me er toch wel iets bij voor stellen. 🙂

            Er is kennelijk maar heel weinig materiaal uitwisseling tussen de fuserende kern en de lagen er om heen. Vandaar ook dat bij grotere sterren er diverse nucleaire processen tegelijk in diverse schillen zich afspelen. Zie plaatje bij : https://nl.wikipedia.org/wiki/Sterevolutie#Het_einde:_zware_sterren
            Bij een ‘betere menging’ zou er maar 1 reactie-proces zich tegelijk voordoen.

            Wat dan echter wel bijzonder is, is dat na een supernova er toch (de echt) zware elementen in de nieuwe gaswolk voorkomen : dat op Aarde elementen ijzer(Fe) t/m goud(Au) voorkomen. Die elementen hebben zich bij de explosie(implosie?) dwars door al die schillen heen gewerkt…. !!!!
            – Het is kennelijk niet zo dat slechts de buitenste schillen er af worden gejaagd.

            NB Ik heb altijd gedacht dat de brandstof in de ster ‘opraakt’, maar als je bv Wikipedia iets kritischer leest, staat er vaker dat de brandstof in de kern(!) opraakt. 😉
            Bedankt voor het gedeelde inzicht. 😉

            Groet, Paul

Laat wat van je horen

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.