Hayabusa2 ruimteverkenner is gearriveerd bij de planetoïde Ryugu

Credit: JAXA.

De Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA heeft laten weten dat de december 2014 gelanceerde Hayabusa2 ruimteverkenner na een lange reis van 3,2 miljard km is gearriveerd bij de planetoïde 162173 Ryugu (voorheen 1999 JU3 – Ryugu is Japans voor ‘drakenpaleis’). Beiden bevinden zich 280 miljoen km van de aarde. Op 27 juni werden de voortstuwingsraketjes van Hayabusa2 aangezet en werd de sonde in een baan om de 900 meter grote planetoïde gebracht, zo’n 20 km boven diens oppervlak. Hayabusa2 zal er gedurende 18 maanden onderzoek verrichten. Volgende maand zal de sonde naar een nog lagere baan worden gebracht, slechts 5 km boven het oppervlak.

Credit: DLR.

Nadat het oppervlak in kaart is gebracht, zullen twee kleine rovers, Minerva 2 en de Duitse Mascot, gelost worden. Daarna zal de sonde twee keer landen op het oppervlak en vingergrote projectielen afvuren, waardoor kleine puinwolken zullen ontstaan, waaruit monsters verzameld kunnen worden. Een groter, ongeveer 2,2 kg zwaar botslichaam met koperen punt zal ook afgevuurd worden om een grotere krater te maken en zo een idee te krijgen van wat zich dieper onder het oppervlak bevindt. Na het onderzoek zal Hayabusa2 met monsters in december 2019 terugkeren naar aarde, waar ‘ie een jaar later zal aankomen. Helemaal bovenaan zie je een foto die op 26 juni met de Optical Navigation Camera – Telescopic (ONC-T) van Hayabusa2 werd gemaakt. Bron: JAXA en Wiki.

BeiDou navigatie satelliet systeem centrum geopend in Tunesië

Het China-Arab States BDS/GNSS ‘Center of Excellence’, het eerste overzeese centrum voor China’s navigatie satelliet systeem ‘BeiDou’, is op 21 mei j.l.  officieel geopend in Tunesië.  Het centrum  is opgericht als een pilot-project tussen China en het Arabische Centrum voor  Communicatie Technologie en Informatie (AICTO), en  gevestigd in het El Ghazala Technological Park in de hoofdstad Tunis.  Lees verder

Lancering James Webb ruimtetelescoop opnieuw vertraagd

Credit: NASA

NASA heeft de lancering van de Webb-ruimtetelescoop voor de derde keer in een jaar uitgesteld. De opvolger van de befaamde Hubble-telescoop gaat nu op zijn vroegst eind maart 2021 de ruimte in. Dat zou eigenlijk oktober dit jaar zijn.
De vertraging kost de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie een miljoen dollar per dag. De ruimtetelescoop zal naar verwachting bijna 10 miljard dollar kosten, oftewel ruim 8 miljard euro. Maar “Webb is het wachten waard”, stelt de NASA.
Onafhankelijke onderzoekers die de problemen bij de bouw hebben onderzocht, concluderen dat die onder meer het gevolg zijn van menselijke fouten. Zo werden tientallen bouten niet goed vastgedraaid, waardoor die tijdens een triltest loskwamen. Enkele moertjes zijn nog steeds niet terecht en kunnen in de telescoop zijn gevallen. Ook werden onderdelen met een verkeerd schoonmaakmiddel gereinigd. Die moesten vervolgens worden vervangen.

Credit: NASA

De onderzoekers zeggen dat het voor de sterrenkunde belangrijk is dat de Webb-telescoop wordt afgebouwd. De ruimtetelescoop, die op 1,6 miljoen kilometer van de aarde komt te staan, is veel krachtiger dan de Hubble.
De bedoeling is dat het observatorium daardoor nog verder de ruimte in kan kijken en daarmee verder terug in de tijd. De ontwikkelaars hopen infrarode straling op te vangen van 150 miljoen jaar na de oerknal. Bron: NOS.nl.

Nieuwe resultaten wijzen erop dat de interstellaire nomade `Oumuamua een komeet is

Artist’s impression van de interstellaire planetoïde `Oumuamua. Credit:ESA/Hubble, NASA, ESO, M. Kornmesser

Oumuamua, het eerste interstellaire object dat in ons zonnestelsel is ontdekt, verwijdert zich sneller van de zon dan verwacht. Dit afwijkende gedrag is gedetecteerd door een wereldwijd astronomisch samenwerkingsverband, waar ook ESO’s Very Large Telescope in Chili deel van uitmaakt. De nieuwe resultaten suggereren datOumuamua waarschijnlijk een interstellaire komeet is en geen planetoïde. De ontdekking verschijnt in het tijdschrift Nature.

Oumuamua – het eerste interstellaire object dat in ons zonnestelsel is ontdekt – is sinds zijn ontdekking in oktober 2017 intensief onderzocht [1]'Oumuamua, uitgesproken als ‘o-MOE-a-MOE-a’, werd voor het eerst opgemerkt met behulp van de Pan-STARRS-telescoop van de Haleakala-sterrenwacht op Hawaï. De naam betekent ‘verkenner’ in het … Continue reading . Door gegevens van de Very Large Telescope van ESO en andere sterrenwachten te combineren, heeft een internationaal team van astronomen nu ontdekt dat het object sneller beweegt dan voorspeld. De gemeten snelheidswinst is klein enOumuamua vertraagt nog steeds vanwege de aantrekkingskracht van de zon, maar net niet zo snel als de hemelmechanica voorspelt.

Het onderzoeksteam onder leiding van Marco Micheli (European Space Agency) heeft verschillende scenario’s onderzocht om de groter-dan-voorspelde snelheid van deze eigenaardige interstellaire bezoeker te verklaren. De meest waarschijnlijke verklaring is dat er materiaal uit het oppervlak van Oumuamua ontsnapt ten gevolg van opwarming door de zon – een gedrag dat ‘uitgassen’ wordt genoemd [2]Het onderzoeksteam heeft verschillende hypotheses getest om de onverwachte snelheidsverandering te verklaren. De onderzoekers hebben onderzocht of de stralingsdruk van de zon, het Jarkovski-effect of … Continue reading . Deze uitstoot van materie resulteert in een stuwkracht die net dat kleine, maar gestage duwtje geeft dat ervoor zorgt dat `Oumuamua ons zonnestelsel met grotere snelheid verlaat dan verwacht. Sinds 1 juni 2018 verplaatst hij zich met ongeveer 114.000 kilometer per uur.

Voorspelde positie van `Oumuamua versus de waargenomen positie.  Credit:ESA

Uitgassing is kenmerkend voor kometen en in strijd met de eerdere classificatie van `Oumuamua als een interstellaire planetoïde. ‘We denken dat dit een kleine, rare komeet is’, zegt Marco Micheli. ‘We kunnen in de gegevens zien dat de extra impuls afneemt naarmate hij zich verder van de zon verwijdert, wat typerend is voor kometen.’

Wanneer een komeet wordt opgewarmd door de zon, begint hij doorgaans stof en gas uit te stoten, waardoor zich een wolk van materiaal – een zogeheten coma – om de komeet vormt, evenals een karakteristieke staart. Het onderzoeksteam kon echter geen enkel visueel bewijs van uitgassing ontdekken.

‘We hebben geen stof, coma of staart gezien, wat ongebruikelijk is’, verklaart co-auteur Karen Meech van de Universiteit van Hawaï, VS. Meech gaf in 2017 leiding aan de karakterisering van Oumuamua door het ontdekkingsteam. ‘We denken datOumuamua wellicht ongewoon grote, grove stofkorrels uitstoot.’

Het team denkt dat het fijne stof waarmee de oppervlakken van de meeste kometen zijn bedekt tijdens Oumuamua’s reis door de interstellaire ruimte is geërodeerd, waardoor alleen de wat grotere stofkorrels achterbleven. Een wolk van grotere deeltjes zou niet helder genoeg zijn om gedetecteerd te kunnen worden, maar kan wel de onverwachte verandering in de snelheid vanOumuamua verklaren.

Niet alleen Oumuamua’s vermeende uitgassing is een onopgelost raadsel, maar ook zijn interstellaire oorsprong. Het team deed de nieuwe waarnemingen vanOumuamua aanvankelijk om precies het door hem gevolgde traject te kunnen bepalen. Op die manier zou het wellicht zijn gelukt om vast te stellen van welke ster het object afkomstig was. De nieuwe ontdekking maakt dat veel lastiger.

‘De ware aard van deze geheimzinnige interstellaire nomade zal misschien wel altijd een raadsel blijven’, concludeert teamlid en ESO-astronoom Olivier Hainaut. ‘`Oumuamua’s recent ontdekte snelheidswinst maakt het moeilijker om het pad te traceren dat hij sinds het verlaten van zijn moederster heeft gevolgd.’ Bron: ESO.nl.

References[+]

References
1 'Oumuamua, uitgesproken als ‘o-MOE-a-MOE-a’, werd voor het eerst opgemerkt met behulp van de Pan-STARRS-telescoop van de Haleakala-sterrenwacht op Hawaï. De naam betekent ‘verkenner’ in het Hawaïaans, wat goed past bij het eerst bekende object van interstellaire oorsprong dat ons zonnestelsel heeft betreden. De oorspronkelijke waarnemingen wezen erop dat het een langwerpig, klein object was waarvan de kleur overeenkwam met die van een komeet.
2 Het onderzoeksteam heeft verschillende hypotheses getest om de onverwachte snelheidsverandering te verklaren. De onderzoekers hebben onderzocht of de stralingsdruk van de zon, het Jarkovski-effect of wrijvingsachtige verschijnselen de waarnemingen konden verklaren. Er werd ook gecontroleerd of de snelheidswinst veroorzaakt kon zijn door bijvoorbeeld een botsing, doordatOumuamua een binair object is of doordat Oumuamua een magnetisch object is. Ook de onwaarschijnlijke theorie datOumuamua een interstellair ruimteschip zou zijn werd verworpen: het feit dat de vloeiende en aanhoudende snelheidsverandering niet past bij een raketaandrijving en dat het object een chaotische tuimelbeweging vertoont, spreekt ertegen dat het een kunstmatig object is.

Internationaal eerbetoon voor Groningse sterrenkundige Mariano Mendez

Mariano Mendez, hoogleraar hoge-energie astrofysica aan de Rijksuniversiteit Groningen ontvangt de Distinguished Service Medal van COSPAR voor zijn hulp aan jonge wetenschappers in ontwikkelingslanden.
Credit: Tomaso M. Beloni

Mariano Mendez, hoogleraar hoge-energie astrofysica aan de Rijksuniversiteit Groningen, wordt internationaal geëerd voor zijn hulp aan jonge wetenschappers in ontwikkelingslanden. Dat heeft het Committee on Space Research (COSPAR) [1]Het Committee on Space Research (COSPAR) is een internationale organisatie die in 1958 werd opgericht door de International Council of Scientific Unions. Het is een interdisciplinair wetenschappelijk … Continue reading zojuist bekendgemaakt. Op zondagavond 15 juli zal hij in Pasadena (VS) de Distinguished Service Medal ontvangen. Mendez studeerde sterrenkunde in Argentinië en verhuisde in 1996 naar Nederland. Hij is de eerste wetenschapper van een Nederlandse instelling die deze prijs wint.

Mendez zette onder andere een programma op dat sterrenkundigen in ontwikkelingslanden toegang geeft tot wetenschappelijke gegevens. Ook stond hij aan de wieg van carrièreworkshops en mentorprogramma’s voor jonge ruimteonderzoekers in ontwikkelingslanden. Tot nu toe namen ongeveer 1500 studenten deel aan deze workshops. Ze komen uit meer dan vijftig verschillende landen, zoals Argentinië, Brazilië, Ecuador, Egypte, India, Mexico, Nigeria, Thailand en Vietnam. Een aantal studenten bekleedt inmiddels invloedrijke posities in het ruimteonderzoek.

Mariano Mendez (1960) groeide op in Argentinië. Hij studeerde sterrenkunde aan de Universiteit van La Plata. In 1989 promoveerde hij cum laude aan die universiteit. In 1996 verhuisde hij naar Nederland. Mendez vergat nooit zijn eigen achtergrond en bevorderde zijn hele leven de vooruitgang van de wetenschap in ontwikkelingslanden. Hij deed dat veelal onbezoldigd naast zijn onderzoek loopbaan. Bron: Astronomie.nl.

References[+]

References
1 Het Committee on Space Research (COSPAR) is een internationale organisatie die in 1958 werd opgericht door de International Council of Scientific Unions. Het is een interdisciplinair wetenschappelijk orgaan gericht op onderzoek met satellieten, raketten en ballonnen. COSPAR wil wetenschappelijk onderzoek bevorderen en legt daarbij de nadruk op de uitwisseling van gegevens en resultaten. Ook is het een forum voor het bespreken van de uitdagingen van wetenschappelijk ruimteonderzoek. De Distinguished Service Medal is een eerbetoon voor personen die zich jarenlang buitengewoon hebben ingespannen voor het gedachtegoed van COSPAR. De prijs wordt uitgereikt tijdens het tweejaarlijkse COSPAR-congres. Het congres is van 14 tot en met 22 juli in Pasadena (Californië, Verenigde Staten). Er worden tussen de tweeduizend en drieduizend bezoekers verwacht.

Wat zijn al die gebogen en S-vormige strepen in Abell 370?

Credit: NASA, ESA, and B. Sunnquist and J. Mack (STScI)

Abell 370 is een enorme cluster van honderden sterrenstelsels, zo’n vier miljard lichtjaar van ons vandaan, gelegen in het sterrenbeeld Walvis (Cetus). De sterrenstelsels houden elkaar gravitationeel vast en met hun massa – zowel van de gewone materie als van de mysterieuze donkere materie – zorgen ze er voor dat het licht van erachter liggende stelsels wordt versterkt en afgebogen tot zwaartekrachtslenzen. Hier en daar zie je die lenzen op de door de Hubble ruimtetelescoop gemaakte foto, concentrische gebogen vlekken rondom het centrum van Abell 370. Maar het bijzondere van de foto is dat er nog meer op te zien is, talrijke dunne, heldere gebogen en soms S-vormige strepen. Dat zijn sporen van hemelobjecten die totaal niets met Abell 370 te maken hebben. Het zijn namelijk sporen van… planetoïden. Die staan een stuk dichterbij de aarde dan de stelsels van Abell 370, met een afstand van 270 miljoen km liggen ze ergens tussen de banen van Mars en Jupiter. Maar waarom zien we ze dan als die gebogen strepen? Dat komt omdat Hubble gedurende de tien of soms twintig uur dat het maken van zo’n foto duurt zich richt op de achtergrondcluster. Die blijft dus stil in beeld, maar de rest die niet stil staat laat dan z’n sporen na, letterlijk dus. Op die manier zag Hubble maar liefst 22 planetoïden, waarvan er vijf waren die nog niet eerder bekend waren. Eh… over planetoïden gesproken: komende zaterdag 30 juni is het planetoïdendag! Bron: ESA.

Planeetvorming begint al voordat ster volgroeid is

Een afbeelding van TMC1A, een zich nog ontwikkelende ster in het sterrenbeeld Stier. Rood zijn gebieden met veel stofdeeltjes. Groen en blauw is de straling van twee soorten koolmonoxide. De afwezigheid van koolmonoxidestraling in het binnenste gedeelte duidt op stofdeeltjes groter dan een millimeter. Credit: Jørgensen/Harsono/ESASky/ESAC

Een team van Europese sterrenkundigen onder Leidse leiding heeft ontdekt dat stofdeeltjes rond een ster al samenklonteren nog voordat de ster is volgroeid. Samenklonterende stofdeeltjes zijn de eerste stap in de vorming van planeten. De onderzoekers publiceren hun bevindingen in het vaktijdschrift Nature Astronomy. In de afgelopen jaren ontdekten astronomen veel planetenstelsels rond andere sterren. Waarschijnlijk heeft bijna elke ster een of meer planeten. Wetenschappers vragen zich nu af hoe en wanneer planeten worden gevormd en waarom er zoveel verschillen zijn in aantal en grootte. De resultaten van het Europese onderzoek suggereren dat planeetvorming heel vroeg in het stervormingsproces begint.

De wetenschappers gebruikten voor hun onderzoek de Atacama Large Millimetre Array. ALMA is een verzameling van 66 gekoppelde radiotelescopen op een stuk van 16 kilometer in de Atacama-woestijn in Chili. De onderzoekers richtten de telescoop op TMC1A (‘Taurus Molecular Cloud 1A’). Dat is een zich nog ontwikkelende ster in het sterrenbeeld Stier, 430 lichtjaar van ons vandaan. De astronomen zagen een opvallend gebrek aan straling van koolmonoxide in een schijfvormig gebied in de buurt van de ster komen. Ze hadden het vermoeden dat de straling werd tegengehouden door grote stofdeeltjes. De sterrenkundigen konden vervolgens met numerieke computermodellen inderdaad laten zien dat de stofdeeltjes in de jonge protoplanetaire schijf waarschijnlijk gegroeid zijn van een duizendste millimeter tot een millimeter.

Een artistieke impressie van een ster met planeetvormende schijf en groeiende stofdeeltjes. Credit: Daria Dall’Olio.

Hoofdonderzoeker Daniel Harsono (Universiteit Leiden) legt uit waarom de resultaten zo verrassend zijn: “De resultaten duiden erop dat planeten zich al vroeg in de ontwikkeling van een ster vormen. De jonge ster is nog maar op de helft tot driekwart van zijn uiteindelijke massa. Dit is nieuw.” Daarnaast kan de vroege deeltjesgroei een verklaring zijn voor de vorming van grote planeten zoals Jupiter en Saturnus. Alleen jonge protoplanetaire schijven bevatten namelijk genoeg massa om reuzenplaneten te vormen.

Medeonderzoeker Matthijs van der Wiel (ASTRON, Netherlands Institute for Radio Astronomy) is verheugd over de duidelijke en ondubbelzinnige waarnemingen. “Al zou het natuurlijk kunnen dat deze deeltjesgroei tot nu toe alleen in deze ene planeetvormende schijf plaatsvindt. Misschien is deze jonge schijf wel heel speciaal.”

De onderzoekers willen nu bij andere sterren-in-wording kijken of daar ook de gas-emissie wordt tegengehouden door gegroeide stofdeeltjes. Uiteindelijk willen ze zo meer weten over wanneer en hoe planeten worden gevormd. Bron: Astronomie.nl.

Zo scherp heb je Ceres nog nooit gezien

Credit: NASA/JPL-Caltech/UCLA/MPS/DLR/IDA

De ruimteverkenner Dawn is begin juni in z’n laagste baan aangekomen rond de dwergplaneet Ceres. Z’n ellipsvormige baan brengt ‘m in 27 uur rond Ceres, in het hoogste punt 4000 km boven het oppervlak, in het laagste punt slechts 35 km (z’n laagste baan in zijn vorige baan was op 385 km hoogte). Vanuit die nieuwe baan begon Dawn op 9 juni met z’n Frame Camera (FC) weer foto’s te maken en enkele daarvan zie je in deze blog, welke allemaal delen zijn van de rand van de grote Occator krater – jawel, die krater met de bekende heldere, witte vlekken in het midden. De foto hierboven bijvoorbeeld, op 9 juni gemaakt vanaf 48 km hoogte, toont grote rotsblokken en landverschuivingen op een helling aan de oostrand van Occator.

De banen die Dawn om Ceres heeft gehad, van de buitenste groene baan (maart 2015) tot de binnenste groene baan (6 juni 2018). Credit: NASA/JPL-Caltech/UCLA/MPS/DLR/IDA

Op de foto hieronder zie je landverschuivingen aan de oostrand van de krater, vanaf 44 km hoogte gemaakt.

Credit: NASA/JPL-Caltech/UCLA/MPS/DLR/IDA

En hieronder tenslotte is een veld met grote rotsblokken te zien, ook in de Occator krater, die vanaf 48 km hoogte is gemaakt.

Credit: NASA/JPL-Caltech/UCLA/MPS/DLR/IDA

Bron: Dawn.

Zeeland gefotografeerd vanuit het ISS

Credit: ISS Crew Earth Observations Facility and the Earth Science and Remote Sensing Unit, Johnson Space Center

Hierboven zie je foto ISS054-E-54133, oftewel Zeeland met z’n prachtige Rijn-Maas-Schelde delta. De foto is op 25 februari 2018 gemaakt vanuit het internationale ruimtestation ISS, door één van de astronauten van ISS expeditie 54 met een Nikon D5 camera en 290mm telelens. Hier een grotere versie van de foto (4 MB, JPEG, 5568×3712 px). Bron: Earth Observatory / NASA.

De paleo-detector: donkere materie zoeken in oeroude rotsen

Credit: S. Baum, A. K. Drukier, K. Freese, M. Górski, & P. Stengel

De speurtocht naar directe detectie van donkere materie heeft tot nu toe nog niets opgeleverd, maar creatief als wetenschappers zijn blijven ze manieren bedenken om meer te weten te komen over donkere materie, het spul dat meer dan een kwart van alle massa-energie in het heelal vormt. Laatste bedenksel: de paleo-detector. Jawel, als een soort van WIMP-archeologen willen natuurkundigen van de Universiteit van Stockholm onderzoek gaan doen aan oude rotsen, om daarin te speuren naar aanwijzingen voor interacties tussen WIMP’s, de hypothetische ‘weakly interactive massive particles’ (deeltjes donkere materie) en aardse mineralen. Dergelijke interacties zouden als nanometer lange spoortjes te zien zijn in de rotsen, spoortjes die chemisch en fysisch afwijken van de omgeving. Het Zweedse team wil boorkernen van rotsen van 12 km diepte onderzoeken en dan met name naar de gesteenten zubayeliet, haliet, iltisiet en sylvaniet.

Haliet. Credit: creative commons license via Wikipedia

Met electronenmicroscopen (EM) en röntgen-microscopen (XRM) willen ze de boorkernen gaan bekijken en dan hopen ze de spoortjes te kunnen zien. In de afbeelding helemaal bovenaan zie je de theoretische gevoeligheid, die ze per mineraal denken te gaan bereiken, links met EM, rechts met XRM – let ook op de neutrinovloer, net onder de limieten. We zijn benieuwd naar de uitkomsten! Bron: Astrobites.