19 september 2018

Maansteenjager Joseph Gutheinz boekt succes met terugvinden Apollo maanstenen

Advocaat en voormalig NASA medewerker Joseph Gutheinz jaagt sinds 2002 met grote vastberadenheid op de verdwenen Apollo maanstenen zowel in de VS als daarbuiten. Dit om de collectie voor het jubileumjaar 2019 zo volledig mogelijk te maken. Gutheinz, naast advocaat tevens hoogleraar aan de Universiteit van Phoenix, wordt daarbij ter zijde gestaan door zijn studenten in het ‘Moon Rock Project’.

Neil Armstrong, Apollo 11 missie, credits; Wall Street Journal

Joseph Gutheinz, 1955, was intern onderzoeker bij het NASA Office of Inspector General. Daar onderzocht hij interne aangelegenheden als fraude bij aanbestedingen en aanverwante zaken. Maar hij is inmiddels vooral beroemd als de grondlegger van het ‘Moon Rock Project’ dat zich bezighoudt met het terugvinden van de verdwenen Apollo maanstenen. De maanstenen werden in 1969 verdeelt over de 50 Amerikaanse staten en 135 verschillende landen. De stenen waren verzameld door Neil Armstrong op 20 juli 1969. Armstrongs eerste opdracht zodra hij de maanlander verliet, was om enkele stenen en maanstof te verzamelen zodra hij voet op de maan zette. Mocht het geval zich voordoen van een noodsituatie en ze direct moesten terugkeren in de maanlander dan hadden ze in ieder geval wat om mee terug te nemen. Volgens Gutheinz liet de documentatie van de stenen veel te wensen over. Slechts een klein deel werd met het nodige protocol ontvangen en zorgvuldig gedocumenteerd voor de archieven. Gutheinz onderzoekt de documentatie, trekt tips na en volgt de trajecten die de stenen afgelegd hebben in al die jaren. De meesten zijn eenvoudigweg verdwenen of gestolen. Enkele weken geleden had hij nog flink succes. Van de 50 stenen uit de VS, waarvan er oorspronkelijk 40 kwijt waren, ontbreken er nu nog slechts twee, en de vorige vermiste twee, de ‘Lousiana’ en de ‘Utah’ stenen zijn augustus dit jaar teruggevonden. Alleen de ‘New York’ en ‘Delaware’ stenen missen nog. De meeste stenen werden op houten sokkels geplaatst en vergezeld van een vlag van de desbetreffende staat.

Maansteen 10049 in 1969 geschonken aan Max Planck instituut Mainz credits; DPA

Ze werden geplaatst in overheidsgebouwen, natuurkunde laboratoria of andere publieke instellingen. Toen Gutheinz begon met zijn jacht in 2002 waren er 40 stenen in de VS verdwenen. Van de 135 stenen over even zoveel landen verdeeld, was 70% vermist. Gutheinz denkt dat de laksheid waarmee ermee omgegaan werd met name in het begin te wijten was aan de algemene aanname dat maanreizen al snel routine zouden worden. Want ook na de laatste Apollo missie, de ’17’ werd er slordig met met de stenen omgegaan, zowel qua verdeling als documentatie. Gutheinz, die er vanaf meet af aan bij betrokken is geweest, moest als intern onderzoeker bij NASA met lede ogen aanzien hoe maanstenen op de zwarte markt voor miljoenen dollars werden verhandeld. Officieel mogen de stenen niet verkocht worden, ze zijn Amerikaans cultureel erfgoed. Gutheinz intensiveerde zijn zoektocht naar de stenen in 2002, na NASA verlaten te hebben. En als hoogleraar betrok hij daarna zijn studenten bij het project die hem enorm hielpen met het verzamelen van informatie en het aanleggen van een databank.

De stenen doken op de meest onverwachte plekken op; van een militaire kazerne in Minnesota tot in Alaska bij een kapitein van de serie ‘Deadliest Catch’, de krabben vissersvloot. Bij de recent in augustus teruggevonden ‘Louisiana’ steen kwam de gouden tip via een krant ‘The Advocate’ uit Baton Rouge, Lousiana’s hoofdstad. De ‘Utah’ steen werd in het archief van het planetarium van Salt Lake City teruggevonden. De steen uit New York is in het NY State Museum verdwenen en die van Delaware is op 22 september 1977 gestolen en nooit meer opgedoken. Gutheinz hoopt voor de zomer van 2019 nog zoveel mogelijk stenen terug te vinden als het 50-jarig jubileum van de Apollo 11 maanreis herdacht gaat worden. Bron; Die Welt

Laat wat van je horen

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.