Castel Gandolfo huisvest eerste Meteoriet conferentie ooit

Het Vaticaans Observatorium, te Castel Gandolfo (Lazio, Italië) huisvestte deze week (10-13 september) de eerste internationale conferentie die volledige gewijd is aan de conservatie van meteorieten. Naar het observatorium, zelf in het bezit van 1100 meteorieten en bekend om zijn state-of-the-art lab technologie voor meteoriet conservatie, togen 36 deskundigen van over de hele wereld om aldaar hun expertise uit te wisselen.

De meteorieten collectie van het Vaticaan. Credit: Kevin Nickerson / Blackholeofphotography at en.wikipedia

Het Vaticaans Observatorium is een onderzoeksinstituut voor astronomie en wordt bestuurd door de Heilige Stoel. Het observatorium, opgericht in 1789, zetelde oorspronkelijk in Vaticaanstad maar de St. Pieter koepel hinderde de waarnemingen en daarop verhuisde het naar Castel Gandolfo, 30 km ten zuidoosten van Rome, naar de pauselijke zomerresidentie met de gelijkluidende naam. Het hoofdkwartier van het observatorium is nog steeds het Castel Gandolfo, echter de waarnemingen worden gedaan met de telescoop van het Mount Graham International Observatory, te Arizona (VS).

De meteorieten collectie van het Vaticaan, 1100 in totaal van 500 ‘gevallen stenen’ wegen bij elkaar 150 kg. Het onderzoek aldaar gedaan richt zich voornamelijk op de chemische en fysieke eigenschappen van de meteorieten, dichtheid, porositeit, magnetische gevoeligheid en thermische geleiding. Wat betreft de dichtheidsmetingen, heeft men modellen opgesteld die inmiddels als standaard gelden binnen de wetenschappelijke gemeenschap. De meteorieten collectie is inmiddels een belangrijke bron voor wetenschappelijk onderzoek.

Onderwerpen die aan bod kwamen zijn de juridische aspecten met betrekking tot conservatie, nieuwe technieken voor onderhoud en het conserveren zelf. De conferentie trok zowel afgevaardigden van musea en onderzoeksinstituten als wel deskundigen op het gebied van de private collecties, vertegenwoordigd waren o.a. het Smithsonian Institute Washington, het Natural History Museum uit Londen, en van de Hassan II Universiteit te Casablanca, Marokko. Bronnen; SpaceNews / Vatican Observatory workshop ‘Curation of Meteorites and Extraterrestrial Samples’.

Voor een uitgebreid interview met de astronoom van het Vaticaan, die vorig jaar te gast was op de Radboud Universiteit Nijmegen, ter gelegenheid van de verbodsuitvaardiging die het Vaticaan 400 jaar geleden oplag op alle geschriften die tegen de leer van Copernicus ingingen zie;

https://www.ru.nl/alumni/english/what-going/news/virtuele-map/2017/astronomy-between-science-god/

Melkweg gefotografeerd vanaf mijn vakantiebestemming Cyprus

Tijdens mijn zomervakantie vorige week op Cyrpus heb ik een drietal avonden een donker plekje gezocht om de Melkweg te fotograferen. Hieronder een aantal afbeeldingen van het resultaat. De plekken waren niet bijzonder donker, maar donker genoeg voor een mooie foto en we konden de Melkweg heel duidelijk zien.

Deze foto’s heb ik gemaakt met mijn Canon 5D mark2. De eerste foto is gemaakt bij Aphrodites rots met een 35mm Samyang lens, F1.4, ISO6400 en 15 sec belicht. De tweede foto bij Agios Georgios haven met een Sigma lens 15-30mm op 15mm, F3.5, ISO6400, 30 sec belicht. De derde foto is gemaakt met een Canon 200D met standaard kit-lens van 18-55mm op 18 mm F4.0, ISO3200 met 20 sec belicht.

Melkweg vanaf strandje bij Aphrodites rots, zuid-west Cyprus

 

De Melkweg vanaf haventje bij Agios Georgios, zuid-west Cyprus

 

Sterrenkijken op Cyprus

Ik heb op alle drie de avonden een paar uur lang foto’s gemaakt met 2 verschillende fototoestellen om daarvan later een time-lapse filmpje  te kunnen maken.

Tijdens een van onze nachten kregen we ook bezoek van de politie die met zwaailichten kwam aanrijden om te zien wat wij daar aan het doen waren.

Verder hebben we een aantal keren een bijzonder heldere vuurbol gezien waarvan er een zelfs wel 30 sec lang een nalichtend spoor achterliet. Helaas net buiten beeld van de camera gebleven.

Blikveld vergroot van vernieuwde Westerbork radiotelescoop

Credit: ASTRON.

Het blikveld van de Westerbork Synthese Radio Telescoop is 37 keer vergroot dankzij Apertif, een innovatief nieuw type ontvanger. Apertif, ontwikkeld door het Nederlands Instituut voor radioastronomie (ASTRON), wordt op 13 september 2018 officieel geopend door gedeputeerde Cees Bijl van de provincie Drenthe. Op deze dag wordt ook het 50-jarige jubileum van de telescoop gevierd.

De iconische 50-jaar oude radiotelescoop in Westerbork heeft in 12 van de 14 schotels een nieuwe set camera’s gekregen. Met behulp van een techniek genaamd beamforming kan nu in één waarneming een deel van de hemel in kaart worden gebracht dat 37 keer groter is dan voorheen. Apertif is ook een door het Square Kilometre Array (SKA) project erkende voorloper van SKA, de toekomstige grootste en meest gevoelige radiotelescoop ter wereld.

Evolutie van sterrenstelsels

Apertif gaat een groot deel van de noordelijke hemel in kaart brengen. Door radiobeelden te maken van het neutrale waterstofgas in het heelal, kunnen de eigenschappen en distributie van gas in sterrenstelsels worden onderzocht. Het zal ook in meer detail naar een kleiner deel van de hemel kijken, waardoor we een scherp beeld krijgen van heel zwakke nabijgelegen sterrenstelsels en sterrenstelsels in het verre heelal. Deze verschillende waarnemingen zullen leiden tot nieuwe inzichten in de vorming en evolutie van sterrenstelsels. De verzamelde gegevens zullen nog tientallen jaren worden gebruikt door toekomstige onderzoekers.

Het exploderende heelal

De vernieuwde telescoop zal ook zoeken naar snelle radioflitsen, de krachtigste explosies in het heelal. De oorsprong en aard van deze extreem heldere flitsen van radiolicht, die miljarden lichtjaren reizen om de aarde te bereiken, zijn nog steeds grotendeels een mysterie. Omdat de flitsen maar een fractie van een seconde duren, zijn ze heel gemakkelijk te missen en moeilijk om waar te nemen. Dit gaat veranderen met Apertif, waarmee continu een hogesnelheidsfilm gemaakt zal worden van de radiohemel die wordt geanalyseerd door de krachtigste GPU-supercomputer in Nederland.

Instituut-brede inspanning

De upgrade van Westerbork is een instituut-brede inspanning voor ASTRON geweest. “Het ontwikkelen van een complex instrument zoals Apertif vereist samenwerking vanuit meerdere disciplines”, zegt projectleider Agnes Mika. “Daarom werken ingenieurs van verschillende afdelingen al meer dan een jaar samen in één ruimte. Dit verbeterde de communicatie en het oplossen van problemen aanzienlijk. Ik ben erg trots op het hele team en blij dat Apertif nu operationeel wordt.” Bron: ASTRON.nl

ESO’s FORS2-instrument legt adembenemende details vast van spiraalstelsel NGC 3981

Een galactisch juweel. Credit: ESO

FORS2, een instrument dat aan de Very Large Telescope van ESO is gekoppeld, heeft het spiraalstelsel NGC 3981 in al zijn schoonheid vastgelegd. De foto is gemaakt in het kader van het ESO-programma ‘Cosmic Gems’, dat gebruik maakt van de zeldzame momenten dat de waarnemingsomstandigheden niet geschikt zijn voor het verzamelen van wetenschappelijke gegevens. In plaats van niets te doen, laat het ‘Cosmic Gems’-programma ESO-telescopen toe om visueel verbluffende foto’s van de zuidelijke hemel te maken.

Deze prachtige foto toont het magnifieke spiraalstelsel NGC 3981, dat in de inktzwarte ruimte zweeft. Dit sterrenstelsel, dat zich in het sterrenbeeld Crater (Beker) bevindt, werd in mei 2018 vastgelegd met de FOcal Reducer and low dispersion Spectrograph 2 (FORS2) – een instrument van de Very Large Telescope van ESO.

FORS2 is gekoppeld aan Unit Telescope 1 (Antu) van de VLT op de Paranal-sterrenwacht van ESO in Chili. Van de vele ultramoderne instrumenten die aan de vier Unit Telescopes van de VLT zijn gekoppeld, onderscheidt FORS2 zich door zijn extreme veelzijdigheid. Dit ‘Zwitserse zakmes’ onder de instrumenten kan een grote verscheidenheid aan astronomische objecten op verschillende manieren onderzoeken, en is ook in staat om prachtige opnamen zoals deze maken.

Digitized Sky Survey-opname van de omgeving van spiraalstelsel NGC 3981. Credit:ESO/Digitized Sky Survey 2. Acknowledgment: Davide De Martin

Met zijn scherpe blik heeft FORS2 behalve de opvallende schijf van hete, jonge sterren ook de spiraalarmen van NGC 3981 vastgelegd. Deze laatste zijn bezaaid met uitgestrekte stofbanden en stervormingsgebieden. Omdat dit sterrenstelsel van ons uit gezien schuin staat, kunnen astronomen recht in het hart van het stelsel kijken en diens heldere centrum onderzoeken, waar zich een superzwaar zwart gat schuilhoudt. Ook is te zien hoe sommige van de uitgestrekte spiraalarmen van NGC 3981 enigszins uitgerekt zijn, waarschijnlijk ten gevolge van de zwaartekrachtsinvloed van een eerdere galactische ontmoeting.

NGC 3981 in het sterrenbeeld Beker. Credit:ESO, IAU and Sky & Telescope

NGC 3981 heeft vele galactische buren. Gelegen op een afstand van ongeveer 65 miljoen lichtjaar, maakt het stelsel deel uit van de NGC 4038-groep, net als de bekende, onderling wisselwerkende Antenne-stelsels. Deze groep maakt op zijn beurt deel uit van de Crater-wolk, die weer een klein onderdeel is van de Virgo-supercluster, de kolossale verzameling van sterrenstelsels waartoe ook ons eigen Melkwegstelsel behoort.

NGC 3981 is niet het enige interessante object dat op deze foto te zien is. Behalve enkele voorgrondsterren van ons eigen sterrenstelsel, de Melkweg, heeft FORS2 ook een toevallig passerende planetoïde van ons zonnestelsel vastgelegd. Deze vertoont zich als een zwak streepje rechtsboven NGC 3981. Ongewild laat de planetoïde op deze manier zien hoe astronomische foto’s als deze tot stand komen: er worden drie opnamen na elkaar gemaakt in de kleuren blauw, groen en rood – precies zoals het lichtspoor van de planetoïde illustreert.

Deze foto is gemaakt in het kader van het ‘Cosmic Gems’-programma van ESO, een initiatief waarbij interessante, intrigerende of visueel aantrekkelijke objecten voor educatieve of publicitaire doeleinden met ESO-telescopen worden gefotografeerd. Dit programma maakt gebruik van ‘telescooptijd’ die niet geschikt is voor wetenschappelijke waarnemingen. Alle verzamelde gegevens, die ook bruikbaar kunnen zijn voor wetenschappelijke doeleinden, staan via ESO’s wetenschappelijke archief ter beschikking van astronomen. Bron: ESO.

Ingekapseld water in gruis kan grote hoeveelheid water op aarde verklaren

Artistieke weergave van een heel jonge ster met daaromheen een schijf van gas en stof. Wetenschappers vermoeden dat uit deze materialen rotsachtige planeten zoals de aarde worden gevormd. Credit: NASA/JPL-Caltech

Water dat was ingevangen in het gruis waaruit de aarde ontstond, kan de huidige, grote hoeveelheid water op aarde verklaren. Dat betoogt een internationaal team van wetenschappers met een grote Nederlandse inbreng op basis van berekeningen en simulaties. Het onderzoek verschijnt binnenkort in twee artikelen in het vakblad Astronomy & Astrophysics [1]Artikel 1: Warm dust surface chemistry in protoplanetary disks – Formation of phyllosilicates. Door: W.F. Thi (1), S. Hocuk (1,5), I. Kamp (2), P. Woitke (3), Ch. Rab (2), S. Cazaux (4), P. … Continue reading.

Wetenschappers worstelen al lang met een verklaring voor de grote hoeveelheid water op aarde. Een eerste scenario stelt dat het water bezorgd is door kometen en planetoïden die op de aarde insloegen. Volgens een tweede scenario is de aarde ‘nat’ geboren en was het water al aanwezig op tien kilometer grote rotsblokken van waaruit de aarde is opgebouwd. De hoeveelheid water die deze grote rotsblokken kunnen bevatten, is volgens de theorie echter beperkt.

Een internationaal team van wetenschappers met veel Nederlandse inbreng heeft nu een variant op het rots-met-waterscenario bedacht en doorgerekend. Het team laat zien dat op de plek waar de aarde ooit is ontstaan, gruis van een millimeter groot wel genoeg water kan vasthouden. Het gruis met water klontert vervolgens samen tot kiezels en uiteindelijk tot kilometers grote rotsen die dan grotere hoeveelheden water bevatten. Dit zijn de rotsblokken die vervolgens de aarde zullen vormen.

Uit de nieuwe berekeningen blijkt verder dat de gruisdeeltjes in ‘slechts’ een miljoen jaar genoeg water kunnen verzamelen om de hoeveelheid water op aarde te verklaren. Een miljoen jaar past gemakkelijk in de tijd die het kost om grotere rotsen te vormen.. Bron: Astronomie.nl.

References[+]

References
1
Artikel 1:
Warm dust surface chemistry in protoplanetary disks – Formation of phyllosilicates. Door: W.F. Thi (1), S. Hocuk (1,5), I. Kamp (2), P. Woitke (3), Ch. Rab (2), S. Cazaux (4), P. Caselli (1), M. D’Angelo (2). Opgestuurd naar Astronomy & Astrophysics.

Artikel 2:
On water delivery in the inner solar nebula – Monte Carlo simulations of forsterite hydration. Door: M. D’Angelo (2), S. Cazaux (4), I. Kamp (2), W.F. Thi (1), P. Woitke (3). Geaccepteerd voor publicatie in Astronomy & Astrophysics. https://arxiv.org/abs/1808.06183 (gratis preprint)

Review opera HELP, mijn man bouwt een heelal!

Zaterdag 8 september was ik samen met collega-Astrobloggers Jan Brandt en Daniela de Paulis bij ‘HELP, mijn man bouwt een heelal!’, een opera over de geschiedenis van Eise Eisinga en zijn zelfgebouwde planetarium, gespeeld op het dek van The Fighter, een oud verroest sleepbootschip in de Schiehaven in Rotterdam. De opera draaide feitelijk om het thema waar we op de Astroblogs nog steeds tegenaan lopen: het ontkrachten van doemverhalen en nepnieuws. Het is een plaag anno 2018 – met alle platte aarde-aanhangers, maanlandingsontkenners, klimaatsceptici en eclips- en supermaandoemdenkers (zie de lange kijk-en-huiver-lijst op de hoax-pagina) – het was een plaag in 1774, toen dominee Eelco Alta uit Bozum beweerde dat de samenstand die in de vroege ochtend van 8 mei 1774 Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en de maan dicht bij elkaar aan de hemel zou brengen het einde van de wereld zou betekenen. Een nuchtere en astronomisch en wiskundig onderlegde Fries als Eise Eisinga zou dat gemakkelijk kunnen weerleggen, onder andere door het bouwen van een planetarium om de werking van de banen van de planeten om de zon te laten zien, maar wat doe je als je eigen vrouw als kerkganger in Franeker ook gelooft in Alta’s voorspelling van hel en verdoemenis en zij faliekant tegen zo’n zelfgebouwde planetarium in haar eigen huis is, waarbij er zelfs dwars door de echtelijke slaapkamer een slinger heen en weer gaat. Zie daar het dilemma van Eise Eisinga en zijn vrouw Pietje, dat geschetst en bezongen wordt in de opera annex ‘intieme voorstelling’ (intiem voor zover mogelijk op het dek van een zeesleper in de Rotterdamse haven met continu voorbijvarende motorboten en langs scherende helikopters tijdens de Wereldhavendagen) HELP, mijn man bouw een heelal.

Toevallig had ik een jaar geleden voor het eerst van m’n leven een opera bijgewoond (Madame Butterfly in de Arena in Verona), dus deze opera over Eisinga’s planetarium was best gewaagd, kunnen de amateurs van gezelschap Intorno zich meten met de Italiaanse professionals die mij zomer 2017 in die warme Arena goed konden bekoren? Nou, laat ik daar gelijk helder over zijn: jazeker! Ondanks de weerselementen op het dek (af en toe een buitje, waardoor de enorme harp die de opera muzikaal omlijstte af en toe moest worden afgedekt) en de herrie van buitenaf was de opera goed te volgen en werd er ook goed gezongen, voor zover ik dat als leek kan beoordelen. Met weinig middelen werd de situatie anno 1774 in Franeker geschetst en werd door de drie zangers –  Pietje (Bauwien van der Meer), Eise (Michel Poels) en de journaliste (Elise Lorraine) – het zeventiende eeuwse dilemma prachtig bezongen.

In oktober en november volgen er nog voorstellingen in Heerenveen en Franeker. Wat mij betreft zeker de moeite waard daar heen te gaan, al of niet in combinatie met een bezoekje aan het oudste planetarium in de wereld in hartje Franeker.

De Green Bank Telescoop, vroeger en nu

Het is 1962, Green Bank, West Virginia, een eenmotorig Cessna vliegtuigje maakt een duikvlucht en lijkt te gaan crashen. De piloot spot een landingsbaan en landt zonder kleerscheuren. Kruipend uit de cockpit ontdekt hij rakelings langs een grote Green Bank telescoopschotel gevlogen te zijn. Hiermee waren destijds reeds astronomen bezig de kosmos af te speuren op zoek naar buitenaards leven.

Lees verder

Je verwacht ’t niet: Kepler is al weer bezig aan z’n volgende waarneemcampagne

Credit: NASA.

Lange tijd leek het er naar uit te zien dat de Kepler ruimtetelescoop van de NASA, waarmee maar liefst 2327 exoplaneten zijn ontdekt (én bevestigd), z’n langste tijd had gehad en op het punt stond om na vele jaren van dienstbaarheid aan de wetenschap te ‘sterven’. Op 24 augustus was Kepler door de vluchtleiders op aarde in een slaaptoestand gebracht – de tweede keer binnen enkele maanden – toen sensoren opmerkten dat de druk in de toeover van brandstof afnam. De in 2009 gelanceerde ruimtetelescoop, die tot mei 2013 nog helemaal goed functioneerde, heeft bijna geen brandstof meer en dus was die afname van de druk geen verrassing. Eén van de acht stuwraketjes van Kepler bleek ook niet goed te werken, mogelijk ook als gevolg van de lage druk. Kepler had eerder z’n 18e waarneemcampage volbracht in z’n K2 missie, die in mei 2014 was gestart. In 2013 had men geconstateerd dat twee van de vier gyroscopen van Kepler niet meer werkten, die nodig waren om ‘m in de ruimte goed te oriënteren. Men bedacht toen een plan om ‘m op een andere manier te laten waarnemen en dat plan werd een jaar later gestart, met succes. En deze week kwam daar dus het bericht van de NASA dat ‘ie op 29 augustus doodgewoon aan z’n volgende waarneemcampagne begonnen is, #19 om precies te zijn. Kepler, goed werk! Volhouden zo. Bron: Gizomodo.

Bijna 500 explosies gevonden in kernen sterrenstelsels

Credit: NASA

Behalve een miljard sterren in onze Melkweg observeert ESA’s Gaia-ruimtevaartuig ook extragalactische objecten. Haar geautomatiseerde waarschuwingssysteem verwittigt astronomen wanneer Gaia een plotselinge gebeurtenis—een transient—opmerkt. Een team van astronomen heeft nu ontdekt dat na een aanpassing van het waarschuwingssysteem Gaia honderden opmerkelijke transients in de kernen van sterrenstelsels kan detecteren. Ze vonden ongeveer 480 transients over een periode van ongeveer een jaar. Hun nieuwe methode wordt zo snel mogelijk in het systeem geïmplementeerd, zodat astronomen de aard van deze verschijnselen kunnen bepalen. Publicatie in de november-editie van MNRAS.

In 2013 lanceerde ESA haar Gaia-ruimtevaartuig om de locatie te meten van een miljard sterren in onze Melkweg en tientallen miljoenen sterrenstelsels. Elke positie aan de hemel komt één keer per maand in het blikveld van Gaia; in totaal ongeveer zeventig keer tijdens de missie. Hierdoor kan het ruimtevaartuig plotselinge verschijnselen herkennen, zoals superzware zwarte gaten die sterren uiteenscheuren of sterren die exploderen als supernova. Gaia ziet een verandering in helderheid wanneer het een maand later terugkeert naar hetzelfde stukje hemel. Een team van astronomen van SRON, de Radboud Universiteit en de Universiteit van Cambridge heeft nu bijna vijfhonderd transients gevonden in de centra van sterrenstelsels gedurende een periode van een jaar.

Deze lichtcurve toont de verandering in helderheid bij de plotselinge gebeurtenis (transient) genaamd GNTJ233855.86+433916.86. De kleur van de datapunten geeft aan welke van Gaia’s twee gezichtsvelden is gebruikt. Credit: SRON/Z. Kostrzewa-Rutkowska et al.

Astronomen Zuzanna Kostrzewa-Rutkowska, Peter Jonker, Simon Hodgkin en anderen doorzochten de Gaia-database op transients rond kernen van sterrenstelsels in de periode tussen juli 2016 en juni 2017. Ze gebruikten een sterrencatalogus — uit de Sloan Digital Sky Survey Release 12 — en een op maat gemaakt wiskundig hulpmiddel. Met dit nieuwe hulpmiddel kunnen de onderzoekers zeldzame, lichtkrachtige verschijnselen in galactische centra identificeren. Ze zijn er 480 tegengekomen, waarvan het waarschuwingssysteem er slechts vijf heeft opgepikt.

Het snel waarschuwen van de astronomische gemeenschap is cruciaal voor veel van de geobserveerde gebeurtenissen. Gaia zag bij ongeveer honderd transients niets ongewoons tijdens de maand vóór en de maand na detectie, wat de korte duur aangeeft van de gebeurtenissen die leiden tot een verhoogde emissie van licht. Jonker: ‘Zulke verschijnselen hebben grote waarde omdat astronomen daarmee voor eventjes superzware zwarte gaten kunnen bestuderen die voorheen onzichtbaar waren. Vooral de korte gebeurtenissen kunnen ons wijzen richting tot nu toe ongrijpbare middelzware zwarte gaten die sterren verslinden.’

Deze lichtcurve toont de verandering in helderheid bij de plotselinge gebeurtenis (transient) genaamd GNTJ232841.41+224847.96. De kleur van de datapunten geeft aan welke van Gaia’s twee gezichtsvelden is gebruikt. Credit: SRON/Z. Kostrzewa-Rutkowska et al.

De belangrijkste verklaring voor de meeste transients is dat superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels plotseling veel actiever worden naarmate er meer gas in het zwarte gat valt, waarbij de omgeving oplicht. Deze verse brandstof kan uit een ster worden gehaald terwijl een zwart gat hem uit elkaar scheurt met zijn enorme zwaartekracht. Bron: SRON.

EU-financiering voor proeftuin Einstein Telescope

Impressie van de Einstein Telescope in Limburg. Credit: NIKHEF.

De kans groeit dat de regio Zuid-Limburg op termijn de zwaartekrachtsgolfdetector Einstein Telescope zal gaan huisvesten. Op maandag 3 september gaf het Interreg-programma Vlaanderen-Nederland groen licht aan het project “R&D Field Lab ETpathfinder”, dat een proeftuin beoogt voor het waarnemen van trillingen uit het heelal. Nikhef leidt het consortium van Nederlandse en Belgische partners waaronder de Universiteit Maastricht en de KU Leuven, dat het ETpathfinder project gaat bouwen.

Nikhef-directeur prof Stan Bentvelsen is opgetogen over de Europese steun voor het proefproject. “Met deze financiering kunnen we laten zien dat we samen met de industrie in staat zijn de innovatieve technieken te ontwikkelen die hiervoor nodig zijn. Bovendien richt het de aandacht voor de Europese Einstein Telescope daar waar wij graag willen dat hij komt: in Limburg, vlakbij Maastricht. Deze Interreg bijdrage betekent het begin van iets heel groots en heel moois.”

De Interreg-aanvraag voor het ETpathfinder project omvat 4 miljoen euro en wordt het komende halfjaar verder worden uitgewerkt voor definitieve goedkeuring. De komende weken werkt de Provincie Limburg aan een voorstel tot cofinanciering van nog eens 3,5 miljoen euro, een voorwaarde om de Interreg-gelden te ontvangen. ETpathfinder kost in totaal 14,5 miljoen euro. Naast Nikhef en de Universiteit Maastricht nemen ook de universiteiten van Leuven, Gent, Antwerpen, Hasselt en Eindhoven deel aan ETpathfinder.

ETpathfinder ontwikkelt voor Einstein Telescope bijvoorbeeld precisietechnologie, coatings, optica, meet- en regeltechniek, geotechniek, seismische isolatie, ICT, engineering & productie en materialen.

Limburgs gedeputeerde Joost van den Akker van Economie en Kennisinfrastructuur: “Dit vergroot de kans dat de Einstein Telescope in Limburg wordt geplaatst.”

Einstein Telescope

De ondergrondse Europese Einstein Telescope wordt het gevoeligste observatorium ooit voor het meten van zwaartekrachtsgolven uit het verre heelal. Met het observatorium willen wetenschappers signalen opvangen van vlak na de Oerknal, en onderzoek doen naar de aard van zwarte gaten. De locatie van Einstein Telescope wordt rond 2021 vastgelegd.

De provincie Limburg, het ministerie van OCW, NWO en Nikhef onderzoeken de haalbaarheid en wenselijkheid van een kandidatuur. Een groot aantal kennisinstellingen en bedrijven uit Nederland, België en Duitsland heeft al interesse getoond. De Limburgse ondergrond lijkt zeer geschikt omdat de zachte bodem weinig trillingen door zou geven naar de ondergrondse meetfaciliteit in de harde diepe ondergrond. Ook zijn er in de omliggende EU regio Maas Rijn veel kennisinstellingen en high-tech bedrijven die bij kunnen dragen aan de Einstein Telescope. Bron: NIKHEF.