Hij was 24 jaar toen Eise Eisinga zich, samen met zijn vrouw, in Franeker vestigde. Nu, 250 jaar later, is het model van het zonnestelsel dat Eise in hun woonkamer bouwde het oudste nog werkende planetarium. Daarbij is het ook 200 jaar geleden dat het eerste koninklijk bezoek het Planetarium aandeed. Na het bezoek van Koning Willem I in 1818, is de band met het koningshuis altijd goed gebleven. Om dit alles te vieren wordt in op 2 en 3 november 2018 een publiekssymposium gehouden. Het symposium begint op 2 november met een lezing van Taco Dibbits, directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam ‘Een mooi huwelijk: kunst & wetenschap in de 17de en 18de eeuw’. Tijd: 20.00 uur | Locatie: Salviuskerk, Dronrijp. Op 3 november ziet het programma (in De Koornbeurs in Franeker) er als volgt uit:
Meer info over alle lezingen vind je in de bron. Hé, die opera aan het einde van de dag ken ik. Kaarten voor het symposium zijn hier te bestellen. Bron: Planetarium Friesland.
Deze week zijn we met een groepje enthousiaste leden van vereniging Christiaan Huygens in Zuid-Frankrijk om een aantal dagen (of beter gezegd nachten) de sterrenhemel waar te nemen en te fotograferen. Tijdens deze editie hebben we niet heel veel geluk met het weer, maar deze nacht van dinsdag 8 op 9 oktober is het, tussen buiengebieden in, toch ineens helder.
En alhoewel niemand er speciaal op let, zien we enorm veel meteoren! Laat deze nacht toevallig het maximum van de Draconiden zijn. Dit is gewoonlijk een zwakke meteorenzwerm met een enkele vallende ster per uur. De bronkomeet van de Draconiden is echter 21P/Giacobini-Zimmer die onlangs door zijn perihelium is gegaan. Kennelijk gaan we met de Aarde door een stofband die deze komeet ooit heeft achter gelaten. We zien op dit moment zeker meerdere meteoren per minuut. Camera’s staan intussen te klikken, eens kijken of we er een paar kunnen ‘vangen’, wordt vervolgd!
Update 9/10/2018 overdag:
Na een uur of één nam het aantal meteoren sterk af. Het was dus een korte doch heftige piek in aantal. De mooiste meteoorfoto is gemaakt door Ans Viervant, links van Mars richting het zuidwesten. Die kant op zat een groot onweerscomplex wat bij ons wat sluierbewolking gaf. Gezien de bewegingsrichting dat is af te lezen uit het meteoorspoor is het juist geen Draconide, maar dat mag de pret niet drukken.
Metoor bij Grand Champ, gefotografeerd én live gezien door Ans Viervant. Belichting 20s op f2,8, 1600iso, Canon 450D, 17mm-50mmlens@17mm
Afgelopen vrijdag is de Hubble ruimtetelescoop, actief sinds 1990, in een beschermende slaaptoestand gegaan, nadat één van z’n gyroscopen kapot ging. Die gyroscopen – Hubble heeft er zes, allemaal vernieuwd in mei 2009 tijdens de ‘service mission’ – zijn bedoeld om Hubble in de ruimte te oriënteren en op stabiele wijze de juiste kant uit te laten kijken. Om goed z’n werk te kunnen doen heeft Hubble drie werkende gyroscopen nodig. Dat zijn er na het uitvallen van de gyroscoop vrijdag nog maar… twee. Nou hoeft dat op zich geen ramp te betekenen, want met twee gyroscopen kan Hubble het werk ook wel doen, het kan zelfs met één gyroscoop, maar het zal vast en zeker vertraging met zich meebrengen, dat ‘ie meer tijd nodig heeft om hetzelfde werk te doen (vergelijk het met Kepler, die in z’n laatste missie na het uitvallen van z’n gyroscopen ook veel minder kon doen). Na het uitvallen van de gyroscoop ging de Hubble in de slaaptoestand. Technici van NASA en ESA zijn nu aan het kijken of ze de derde gyroscoop weer aan de praat kunnen krijgen. Zo niet, dan gaan ze kijken welke andere opties er zijn. Wellicht besluiten ze Hubble sowieso met maar één gyroscoop te laten werken (met een tragere snelheid) en de andere nog werkende gyroscoop als reserve te houden. Bron: Space.com.
Lockheed Martin heeft tijdens het International Astronautical Congres (IAC) te Bremen dat vorige week plaatsvond het concept onthuld van zijn toekomstige maanlander. Het concept toont een herbruikbare lander, die in lijn met NASA’s geplande Lunar Gateway buitenpost, een bemande maanbasis kan ondersteunen alsook verdere exploratie missies in het zonnestelsel.Lees verder →
Computerbedrijf Microsoft is van plan om samen met de Arch Mission Foundation in 2020 een tijdcapsule naar de maan te sturen, waarin middels 10.000 originele foto’s en de tekst van twintig belangrijke boeken de geschiedenis van de mensheid op synthetisch DNA ligt opgeslagen. Het #MemoriesInDNA project vraagt iedereen om foto’s met de gelijknamige hashtag te plaatsen op social media, inclusief een toelichting waarom je die foto graag wil meesturen. Gegevens opslaan in DNA is een nieuwe manier van dataopslag. Bij computers wordt alles in 0-en en 1-en geconverteerd, bij opslag in synthetisch DNA gebeurt dat met vier eenheden, adenine, guanine, cytosine en thymine. Degenen die het project uitvoeren zijn van het Molecular Information Systems Lab (MISL), dat door de Universiteit van Washington en Microsoft wordt gerund. De tijdcapsule wordt zodanig goed beschermd dat het DNA in de capsule beschermd is tegen de kosmische straling, die vrijuit het oppervlak van de maan kan bereiken.
De Arch Foundation werkt samen met SpaceX van Elon Musk, dus voor de uitvoering van het #memoriesinDNA project zal een Falcon raket van SpaceX worden gebruikt… vermoed ik. Bron: Universe Today.
Credit: ESA/Rosetta/MPS for OSIRIS Team MPS/UPD/LAM/IAA/SSO/INTA/UPM/DASP/IDA; J. Roger – CC BY SA 4.0
Op 22 september 2014 nam de Europese ruimteverkenner Rosetta met z’n OSIRIS camera vanaf een afstand van 28,2 km van het centrum van komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko – dat was 26,2 km vanaf z’n oppervlakte – drie opnames van de komeet. Amateur-astronoom Jacint Roger Perez uit Spanje heeft die opnames gecombineerd en bewerkt tot de foto die je hierboven ziet. Een juweeltje als je ’t mij vraagt. Links en in het centrum zie je ‘gebergten’ in het gebied genaamd Seth (67P/C-G had allemaal Egyptische namen), het vlakke gedeelte rechts is Hapi, dat tot de ‘nek’ van de komeet behoort. De komeet had een soort ducky-uiterlijk, met een kop en een lichaam, weet je ’t nog? Op de achtergrond zie je de Babi en Aker gebieden, helemaal onderaan iets rechts van het midden de 134 m hoge Aswan klif, waar Rosetta later zag dat er stukken vanaf brokkelden. Nee, dat witte links is geen sneeuw. Perez heeft de foto flink moeten opwaarderen om de donkere gedeelten zichtbaar te maken en daardoor is een deel oververzadigd, dat is al het witte. Hier voor de liefhebbers een grote versie van de foto. Bron: ESA.
De 365 door XMM-Newton waargenomen clusters van sterrenstelsels. Credit: SA/XMM-Newton/XXL Survey
Door röntgenonderzoek aan 365 clusters van sterrenstelsels én 26.000 ‘Active Galactic Nuclei’ (AGN), de kernen van sterrenstelsels waar zich zeer actieve superzware zwarte gaten bevinden, heeft de Europese XMM-Newton röntgensatelliet informatie verzameld over de kosmologische parameters. Met die parameters, waarvan hét kosmologische model dat het meest gangbaar is het ΛCDM model (met donkere energie in de vorm van de Kosmologische constante Λ en donkere materie, CDM, cold dark matter) – er zes heeft, kunnen de sterrenkundigen de evolutie van materie in het heelal volgen. XMM-Newton doet dat in de zogeheten XXL Survey en de batch van de 365 clusters en 26.000 AGN is de tweede gepubliceerde dataset, de eerste met 100 clusters en 1000 AGN verscheen in 2015.
Eén van de waargenomen clusters van sterrenstelsels, genaamd XLSSC006. Copyright: ESA/XMM-Newton (X-rays); CFHT (optical); XXL Survey
De waarnemingen bevestigen het ΛCDM model, al is er één verschil geconstateerd met de theorie. Eerder gedane waarnemingen met de Planck satelliet aan de kosmische microgolf-achtergrondstraling, het restant aan straling van de hete oerknal, gaven een indicatie van de hoeveelheid clusters die zich in het vroege heelal vormden en die vandaag de dag nog steeds zouden bestaan. Wat blijkt: het aantal met XMM-Newton waargenomen clusters is minder dan de theoretische voorspelling op basis van de Planck data. Mmmmm, een verschil met de Planck gegevens, waar heb ik dat eerder gehoord? Op basis van de waarnemingen van XMM-Newton met de XXL Survey zijn er twintig wetenschappelijke artikelen verschenen een speciaal nummer van Astronomy & Astrophysics, waarvan sommige artikelen gratis te downloaden zijn.
Sinds woensdag 3 oktober was er korte tijd nog een derde lander actief op de 980 meter grote (of kleine) planetoïde Ryugu. Die dag werd de 9,6 kg zware Mobile Asteroid Surface Scout (MASCOT) – maat schoenendoos – losgekoppeld van de Japanse Hayabusa 2 ruimteverkenner en landde deze kleine verkenner succesvol op het oppervlak van Ryugu. Eerder al, op 18 september, waren de twee MINERVA-rovers Ia en Ib succesvol gedropt op Ryugu. Hierboven zie je de eerste foto die MASCOT tijdens z’n afdaling maakte, rechtsboven is z’n schaduw te zien. Lang duurde de missie van MASCOT overigens niet, want na 17 uur waren z’n batterijen op. Gedurende die korte periode wist ‘ie wel veel waarnemingen te doen en wel met vier instrumenten aan boord, een infrarood spectrometer (MicrOmega), een magnetometer (MASMAG), een radiometer (MARA) en een camera (MASCAM).
Een impressie van de MASCOT lander, links nog bij Hayabusa 2, rechts na de landing op Ryugu. Credit: German Aerospace Center (DLR) / JAXA
De Duits-Franse lander was in staat om kleine sprongen te maken en dat is twee maal gebeurd. Tijdens de twintig minuten durende afdaling wist Hayabusa 2 met z’n wide-angle optical navigation camera (ONC-W2) MASCOT te fotograferen – op de animatie hieronder zie je MASCOT bovenaan.
Credit: German Aerospace Center (DLR) / JAXA
Alle instrumenten van MASCOT schijnen goed gewerkt te hebben en hun gegevens op tijd (voordat de batterijen leeg waren) naar Hayabusa 2 te hebben gezonden, die ze op zijn beurt weer naar de aarde zal seinen. Hieronder nog een foto van Ryugu, gemaakt door MASCOT kort voordat ‘ie landde.
Impressie met een gammaflits met twee bundels van zeer energierijke straling. Ook is er een schil te zien, van eerder door de zware ster uitgestoten materiaal. Credit: Bill Saxton, NRAO/AUI/NSF
Sterrenkundigen hebben al heel wat gammaflitsen waargenomen, zeer kortstondige uitbarstingen (variërend van enkele milliseconden tot enkele minuten) van gammastraling, die allemaal gevolgd werden door een ‘nagloed’ in andere delen van het spectrum, zoals röntgenstraling en optisch licht. Maar spittend in de waarneemgegevens van begin jaren negentig zijn sterrenkundigen er nu achter gekomen dat ze toen wel zo’n nagloed hebben waargenomen, maar niet de gammaflits zelf. Spittend in de gegevens van de VLA Sky Survey (VLASS) zagen Bryan Gaensler (Universiteit van Toronto) en z’n collega’s dat er in 1994 iets te zien was, een uitbarsting in radiostraling in de buitenregionen van een sterrenstelsel op 280 miljoen lichtjaar afstand. Die uitbarsting, FIRST J1419+3940 genaamd, blijkt na verdere studie ook te zien te zijn op opnames gemaakt met de VLA en de synthese radiotelescoop van Westerbork tussen 1993 en 2015. De sterrenkundigen denken nu dat die radiostraling van FIRST J1419+3940 de nagloed was van een gammaflits, die geheel gemist is door de telescopen (zoals de Fermi ruimtetelescoop). Die gammaflits moet ergens in 1992 of 1993 zijn uitgebarsten.
Radiostraling van FIRST J1419+3940, waargenomen tussen 1993 en 2017. Credit: Law et al., Bill Saxton, NRAO/AUI/NSF
Zo’n gammaflits (in het Engels een Gamma Ray Burst, GRB) ontstaat als twee neutronensterren of één neutronenster en een zwart gat met elkaar botsen óf door de uitbarsting van een zeer zware ster, een hypernova, die ook een zwart gat oplevert. Daarbij worden twee smalle bundels met zeer energierijke straling uitgezonden in tegengestelde richtingen, waarvan er één toevallig in onze richting is. Bij de gammaflits van FIRST J1419+3940 was die bundel kennelijk niet naar de aarde gericht en daarom hebben we ‘m gemist. Bron: NRAO.
Impressie van de maan Kepler-1625b-i bij z’n planeet, Kepler-1625b. Credit: NASA, ESA, and L. Hustak (STScI)
In reactie op mijn blog over de ontdekking van de exomaan Kepler-1625b-i vroeg Enceladus zich af of, gezien de grootte van zowel de planeet als de maan, niet gesproken moet worden van een dubbelplaneet, in plaats van een planeet-maansysteem? Een interessante vraag, waar ik in deze blog graag antwoord op wil geven.
Enceladus wijst op het gemeenschappelijk zwaartepunt van de twee objecten: als dat buiten de moederplaneet (Kepler-1625b) ligt dan zou er geen sprake zijn van een planeet en z’n maan, maar van een dubbelplaneet. De vraag is dus waar dat gemeenschappelijke zwaartepunt zich precies bevindt. Het barycentrum, zoals dat gemeenschappelijk zwaartepunt ook wel wordt genoemd, kan eenvoudig worden uitgerekend en wel met de volgende formule:
waarin R1=afstand van object 1 tot het barycentrum (m), a=afstand tussen de centra van de twee objecten (m), m1=massa van object 1 (kg) en m2=massa van object 2 (kg). In het in de blog genoemde vakartikel wordt de massa van Kepler-1625b geschat op 10 keer de massa van Jupiter, terwijl Kepler-1625b-i ongeveer de massa van Neptunus heeft. Dat betekent dus dat Kepler-1625b een massa heeft van 2 x 10^28 kg, terwijl Kepler-1625b-i een massa van 10^26 kg heeft, pakweg 200 keer minder dan de planeet. In het artikel wordt de massa van Kepler-1625b-i geschat op 1,5% van die van de planeet, dus dat komt aardig overeen. De afstand tussen Kepler-1625b en -1625b-i wordt geschat op 10 tot 20 keer de straal van de planeet – laten we daar maar even precies tussenin zitten en 15 keer nemen. De straal van Jupiter is 70.000 km. Gemakshalve ga ik er even van uit dat de straal van Kepler-1625b tien maal zo groot is, aangezien z’n massa ook tien keer die van Jupiter is, dus zal Kepler-1625b een straal van 700.000 km hebben, een afstand opleverend tussen Kepler-1625b en -1625b-i van 10.500.000.000 m. In de online calculator heb ik deze gegevens ingevuld en dat levert het volgende resultaat op:
Je ziet dat de afstand van object 1 (planeet Kepler-1625b) tot het barycentrum 52.238.805 m is, dus ruim 50.000 km. Dat is ruim binnen de straal van Kepler-1625b, zelfs als we diens straal niet op tien keer die van Jupiter zouden nemen, maar dezelfde als die van Jupiter. Dit betekent dus dat het barycentrum gelegen is binnen de planeet en niet daarbuiten. En daarmee is het géén dubbelplaneet.