Verbluffende time-lapse van exoplaneet Beta Pictoris b

Verbluffende time-lapse van exoplaneet Beta Pictoris b. Credit: ESO/Lagrange/SPHERE consortium.

De Very Large Telescope (VLT) van ESO heeft een reeks ongeëvenaarde opnamen vastgelegd die de passage tonen van exoplaneet Beta Pictoris b rondom zijn moederster. Deze jonge massarijke exoplaneet werd in 2008 ontdekt met behulp van het NACO-instrument van de VLT. Hetzelfde wetenschappelijke team als toen volgde de exoplaneet van eind 2014 tot eind 2016 met het Spectro-Polarimetric High-contrast Exoplanet REsearch instrument (SPHERE) — een ander instrument op de VLT.
Daarna bevond Beta Pictoris b zich zo dicht bij de halo van de ster dat geen enkel instrument hen van elkaar kon onderscheiden. Bijna twee jaar later, nadat de planeet met de ster versmolten leek te zijn, komt Beta Pictoris b uit de halo tevoorschijn. Dit opnieuw verschijnen werd ook nu op beeld vastgelegd door SPHERE.
De volledige reeks opnamen, waarbij de heldere gloed van de ster Beta Pictoris werd geblokkeerd, heeft men gecompileerd tot een verbluffende en unieke time-lapse van de langdurige omloop van Beta Pictoris b.
SPHERE kreeg Beta Pictoris b in het oog via directe waarnemingen — niet door zijn bestaan af te leiden. De meeste tot nu toe bekende exoplaneten werden ontdekt met behulp van indirecte methoden — door hun invloed op de positie en helderheid van een ster te onderzoeken. SPHERE van ESO is gespecialiseerd in een methode genaamd directe beeldvorming, op zoek gaan naar exoplaneten door het nemen van foto’s. Dit buitengewoon boeiende onderzoek biedt ons duidelijke beelden van verafgelegen werelden zoals Beta Pictoris b, 63 lichtjaar van ons vandaan.

Beta Pictoris b draait om zijn ster op een afstand vergelijkbaar met die tussen de zon en Saturnus, ongeveer 1,3 miljard kilometer. Dit maakt hem tot de enige zo dicht om zijn moederster draaiende exoplaneet die ooit is gefotografeerd. Het oppervlak van deze jonge planeet is nog heet, ongeveer 1.500 C°, en door het licht dat hij uitstraalt kon SPHERE de planeet opsporen en zijn omloopbaan bepalen. Daarbij zag men de planeet aan de andere zijde opnieuw opduiken nadat die voor zijn moederster langstrok. Terwijl een vluchtige blik op deze opnamen doet vermoeden dat de planeet voor zijn ster schuift, en zo een beetje van haar licht verduistert, trekt Beta Pictoris b in feite niet exact voor zijn ster langs. Deze beelden zijn een opmerkelijke prestatie die een nieuw tijdperk inluidt in een van de boeiendste en meest uitdagende gebieden van de astronomie — het detecteren en karakteriseren van exoplaneten. Bron: ESO.

Juan Martín Maldacena ontvangt 19 november de Lorentzmedaille KNAW

Juan Maldacena. Credit: KNAW.

De natuurkundige Juan Martín Maldacena, hoogleraar aan het Institute for Advanced Study in Princeton, zal op 19 november de Lorentzmedaille van de KNAW (Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen) ontvangen. Hij krijgt de onderscheiding voor zijn baanbrekend en vernieuwend werk in de theoretische natuurkunde gedurende de afgelopen twee decennia. Maldacena leverde een belangrijke bijdrage aan ons begrip van de kwantumfysica van zwarte gaten. In 1997 presenteerde hij als eerste een diepgravende relatie tussen de twee belangrijkste theorieën van de moderne natuurkunde: de kwantumveldentheorie en de kwantumzwaartekracht. Deze zogeheten ‘AdS/CFT-correspondentie’ heeft een ware revolutie in de snaartheorie en daarbuiten ontketend. Inmiddels zijn er tal van verschillende theoretische realisaties van deze correspondentie gevonden, waarvan mogelijke fysische implicaties verder worden onderzocht. Een voorbeeld hiervan is de voorspelling van de zogenaamde ‘minimale viscositeit’ van het sterk gekoppelde quark-gluonplasma, die naderhand onderschreven werd door metingen in Brookhaven en CERN. Het werk van Maldacena strekt zich ook uit tot andere takken van de theoretische fysica. Zo bewees hij in 2003 dat de kosmische achtergrondstraling een zeer specifieke signatuur moet bevatten van inflatiemodellen voor het ontstaan van het heelal.

Credit: KNAW.

Ter ere van de uitreiking van de Lorentzmedaille aan Maldacena organiseert de KNAW 19 november in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam een symposium over zijn onderzoeksthema, getiteld: ‘Views on Space-time’. Juan Martín Maldacena ontvangt de onderscheiding voor zijn baanbrekend en vernieuwend werk in de theoretische natuurkunde gedurende de afgelopen twee decennia. De laureaat krijgt een medaille met de beeltenis van Hendrik Antoon Lorentz. Hier het programma van het symposium:

  • Korte presentatie door Gerard ’t Hooft, hoogleraar theoretische natuurkunde aan de Universiteit Utrecht
  • Korte presentatie door Erik Verlinde, hoogleraar theoretische natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam
  • Uitreiking van de Lorentzmedaille aan Juan Martín Maldacena door Renate Loll, hoogleraar theoretische natuurkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en voorzitter van de jury Lorentzmedaille.
  • Interview met de laureaat door Robbert Dijkgraaf, directeur Institute for Advanced Study in Princeton, onder leiding van Margriet van der Heijden.

De website van de KNAW vermeldt: “Het evenement is volgeboekt. U kunt zich niet meer aanmelden.” Bron: KNAW.

Tweemaal nieuws over Marslandingen

Credit: NASA/JPL-Caltech/ASU

Twee nieuwsberichten over landingen op Mars: Ten eerste dat NASA’s Interior Exploration using Seismic Investigations, Geodesy and Heat Transport (InSight) lander op 26 november a.s. – vandaag precies over twee weken – op Mars gaat landen en wel in Elysium Planitia, het gebied dat op de kaart hierboven is aangegeven. In de kaart zie je ook de landingsplaatsen van andere Marslanders en -rovers, zoals Curiosity. Daar gaat Insight, die op 5 mei dit jaar werd gelanceerd, onderzoek doen aan het binnenste van Mars.

En ten tweede dat er onlangs op een congres voor NASA’s Mars 2020 rover vier kandidaat-landingsplekken zijn uitgekozen, te weten Columbia Hills, Jezero Crater, Northeast Syrtis en “Midway”. Die plekken zie je op de kaart hieronder.

Credit: NASA/JPL-Caltech/ASU

Mmmm, als je de twee kaarten vergelijkt is dat wellicht een zoekplaatje. Nou, om het wat gemakkelijker te maken: Columbia Hills is gelegen in de 166 km grote Gustav krater en daar bevindt zich de (inmiddels niet meer actieve) Spirit rover. Die zie je helemaal rechts op de bovenste kaart. De andere drie kandidaat-landingsplekken Jezero Crater, Northeast Syrtis en “Midway” liggen dicht bij elkaar aan de westelijke rand van de vlakte genaamd Isidis Planitia. De NASA gaat nu verder met deze kandidaten en onderzoekt welke uiteindelijk de definitieve landingsplek gaat worden. Bron van bericht 1 Universe Today en van bericht 2 opnieuw Universe Today.

Piloten melden UFO boven Kerry, Ierland

Afgelopen 9 november rond 6:47 in de ochtend contacteerde een pilote van British Airways ( codenaam Speedbird94), het Shannon Air Traffic Control centrum om te vragen of er militaire luchtoefeningen bezig waren. De Boeing 787 kreeg te horen dat dat op het betreffende moment niet het geval was. Shannon ATC antwoordde; ‘There is nothing showing on either primary of secondaray [radar].’ Lees verder

‘Mars’ seizoen 2 en NASA’s ‘Mission to the Sun’ op National Geographic Channel

De herfst lijkt nu echt heer en meester buiten te worden, hierbij een tv tip voor de donkere avonduren. NGC kanaal staat deze weken in het teken van Mars, seizoen 2 van de Mars serie is gister gestart, er volgen nog 5 afleveringen. Ook de Parker Solar Probe staat vanavond in de ‘picture’, om 22.05 is de NASA documentaire. Op NGC komen ook over Mars video’s van Nederlandse en Vlaamse ruimtevaart experts met commentaar te staan. Lees verder

Hoeveel fotonen van de oerknal zitten er in een kubieke centimeter?

De temperatuursverschillen in de kosmische microgolf-achtergrondstraling, waargenomen door COBE, MAP en Planck. Credit: COBE/WMAP/Planck Collaborations.

In 1964 ontdekten Arno Penzias en Robert Woodrow Wilson met een radioantenne in Holmdel (VS) onbedoeld de kosmische microgolf-achtergrondstraling, het restant van de hete oerknal. Die straling bestaat uit fotonen en sinds het moment van het zogeheten oppervlak van de laatste verstrooiing – dat 380.000 jaar na de oerknal plaatsvond, de oerknal zelf vond 13,8 miljard jaar geleden plaats – vliegen ze ongehinderd door het universum. Door de uitdijing van het heelal zijn de fotonen flink afgekoeld. Ten tijde van dat oppervlak van de laatste verstrooiing was hun temperatuur 3000 K, nu is ’t 1100 keer afgekoeld tot 2,72548±0.00057 K, ietsje boven het absolute nulpunt dus. Interessante vraag voor diverse trivia in de kroeg en thuis: wat is de dichtheid van de straling momenteel, hoeveel fotonen van die oerknal zijn er nog gemiddeld? Dat antwoord blijkt na enig zoeken exact bekend te zijn: 411 fotonen per cm³, oftewel een energiedichtheid van 0,25 eV/cm³, da’s 4,005×10^-14 J/m³.

Credit: Universe Today.

Toen er nog zoiets als analoge televisie bestond, hetgeen in dit digitale tijdperk helemaal passé is, zag je op momenten dat er geen uitzendingen waren ruis op de televisie. In die ruis waren ook fotonen van de oerknal te zien, pakweg 1% van die ruis werd gevormd door de fotonen van de CMB, zoals de Engelse afkorting van de kosmische straling heet. Toen kon je dus nog op TV kijken naar iets van vlak naar de oerknal. Nu kan dat niet meer. Mmmmm, vooruitgang heeft ook zo z’n nadelen. Bron: Wikipedia + Starts with a Bang + Universe Today.

De littekens van de slag aan de Somme, zichtbaar vanuit de ruimte

Credit: NASA Earth Observatory image by Lauren Dauphin, using Landsat data from the U.S. Geological Survey.

Vandaag wordt herdacht dat precies honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog eindigde. Op 11 november 1918, Remembrance Day, werd de wapenstilstand getekend. Eén van de veldslagen in die bloedige oorlog werd geleverd bij de rivier de Somme in Noord-Frankrijk, waarbij tussen juli en november 1916 meer dan een miljoen slachtoffers vielen. Op 21 oktober j.l. nam de Operational Land Imager van de Landsat 8 satelliet een foto van het gebied waar in 1916 vanuit de vele loopgraven Fransen en Duitsers elkaar beschoten en op die foto zijn nog de littekens zichtbaar van die strijd. Zoals de zwarte pit op de foto hierboven, rechts van het stadje Albert. Dat is de Lochnagar Krater, die het gevolg is van een enorme explosie, toen Britse soldaten op 1 juli 1916 een enorme hoeveelheid explosieven in een tunnel tot ontploffing brachten. De krater was 100 meter in diameter en 21 meter diep. Hier een grote versie van de foto. Bron: Earth Observatory.

2MASS J18082002–5104378 B, één van de alleroudste sterren in ’t heelal – is ’t een Populatie III ster?

Daar in dat rechthoekje in de Melkweg bevindt zich 2MASS J18082002–5104378 B. Credit: ESO/Beletsky/DSS1 + DSS2 + 2MASS

De sterrenkundige Kevin Schlaufman (Johns Hopkins University) heeft samen met twee collega’s in de Melkweg in het zuidelijke sterrenbeeld Altaar (Ara), 1950 lichtjaar van ons vandaan, een ster gevonden die maar liefst 13,5353 ± 0.002 miljard jaar oud is. Ding dong, 13,5 miljard jaar is hééél oud. Het heelal zelf is 13,8 miljard jaar, dus deze kleine ster, die de catalogusnaam 2MASS J18082002–5104378 B heeft en die maar 14% van de massa van de zon heeft, was er al toen het heelal nog maar 300 miljoen jaar oud was. Als sterren in hun kern heet genoeg zijn worden lichte elementen door kernfusie omgezet in zwaardere elementen – te beginnen bij het allerlichtste element, waterstof, dat wordt omgezet in helium.

Dat is ‘m: 2MASS J18082002–5104378 B. credit: Centre de Données astronomiques de Strasbourg / SIMBAD / DSS2.

Gaandeweg worden zo steeds zwaardere elementen gevormdm tot ijzer aan toe. Alles wat zwaarder is dan lithium (het element dat komt ná helium) noemen sterrenkundigen metalen. Volgende generaties sterren bevatten de metalen die door vorige generaties zijn opgebouwd en daarom is de hoeveelheid metalen in een ster een maat voor hun ouderdom. Wat blijkt nu uit metingen gedaan door Schlaufman’s team: dat 2MASS J18082002–5104378 B zéér weinig metalen bevat, bij elkaar niet meer dan de hoeveelheid metalen die de planeet Mercurius bevat. Ter vergelijking: de zon bevat net zoveel metalen als 14 keer de planeet Jupiter (zie de afbeelding hieronder). De ster moet dus bijna geheel bestaan uit waterstof en helium, de oerelementen die tijdens de oerknal zijn gevormd.

Voor als je ’t wilt weten: die vorige recordhouder metaalarme ster is de bruine dwerg HE 1523–0901 B. Die bevatte net zo veel eh… weinig metalen als de planeet Mars. Credit: Kevin Schlaufman/JHU.

2MASS J18082002–5104378 B maakt deel uit van een dubbelstersysteem, waarvan de andere component, de primaire ster die 2MASS J18082002–5104378 A heet, eerder al bekend was. Dankzij waarnemingen met o.a. de Magellan Clay Telescoop konden de sterrenkundigen B ontdekken en door spectroscopische waarnemingen de hoeveelheid metalen vaststellen. De dubbelster bevindt zich in de dunne schijf van de Melkweg en op grond daarvan denken de sterrenkundigen nu dat de omgeving van de zon wel eens veel ouder zou kunnen zijn dan men eerst dacht, mogelijk wel drie miljard jaar ouder! Er zijn nu zo’n 30 ultra-metaalarme sterren in de Melkweg bekend. Het vreemde is dat bijna al die zeer oude sterren een baan hebben die loodrecht staat op het vlak van de Melkweg en waar ze bij tijd en wijle doorheen gaan. 2MASS J18082002–5104378 A en b draaien net als de zon gewoon rondjes om het centrum van de Melkweg en ze blijven daarbij in de platte schijf, zoals je in de video hieronder kunt zien.

De allereerste generatie van sterren na de oerknal wordt de Populatie III sterren genoemd. De gangbare theorie daarover zegt dat die sterren zeer zwaar moeten zijn geweest, met massa’s meer dan honderd keer die van de zon. Maar de laatste jaren wordt er steeds meer gedacht dat er ook Populatie III sterren met weinig massa moeten zijn geweest en 2MASS J18082002–5104378 B is erg oud en heeft weinig massa. Echter, de echte Populatie III sterren bestaan 100% uit oerelementen en hebben helemaal geen metalen. Daarom denkt men dat ‘ie slechts één generatie verwijderd is van een echte Populatie III ster. Helaas pindakaas, nog geen echte Pop III ster dus. Hier het vakartikel van Schlaufman en z’n twee collegae, gepubliceerd in The Astrophysical Journal. Bron: Johns Hopkins University.

Soundtrack 5000ste Mars zonsopgang gemaakt

Van de 5000ste zonsopgang op Mars eerder in februari dit jaar, zoals is waargenomen door de Opportunity Mars rover, is een heuse soundtrack gemaakt door gebruik te maken van sonificatie techniek. Wetenschappers van de Anglia Ruskin Universiteit creëerden  een twee minuten durend muziek stuk ‘Mars Soundscape’ getiteld. Lees verder

Dark Energy Survey zegt iets over kosmologische constante en Hubble constante

In het midden de koepel van de 4m Blanco Telescoop. Credit: Fermilab Visual Media Services.

Op basis van waarnemingen gedaan in drie jaar tijd aan 329 type Ia supernovae in ver verwijderde sterrenstelsels in het kader van de Dark Energy Survey (DES-SN3YR) hebben sterrenkundigen een schatting kunnen maken van twee belangrijke kosmologische parameters: de kosmologische constante Λ en de Hubble constante H0. Die eerste is een maat voor de energiedichtheid van het vacuüm in het heelal en daarmee voor de mysterieuze donkere energie, die zorgt voor de extra uitdijing van het heelal, de tweede is een maat voor de snelheid waarmee het heelal uitdijt.

De groene band toont de resultaten van DES-SN3YR. Credit: DES Collaboration

De conclusie van de waarnemingen aan de supernovae, die gedaan zijn met de 4-meter Victor M. Blanco Telescoop van het Cerro Tololo Inter-American Observatorium (CTIO) in Chili, is dat de toestandsvergelijking van het heelal ≈ -0.978 ± 0.059 is, een waarde die erop wijst dat de donkere energie gevormd wordt door de kosmologische constante en niet op een energie die langzaam verandert. Die toestandsvergelijking &omega’ is gelijk aan de verhouding van de druk en energiedichtheid van het heelal, ω=p/ρ. Verder blijkt uit de waarnemingen dat de Hubble constante (of heet die tegenwoordig ook de Hubble-Lemaître constante? – de wet wordt sinds kort zo genoemd, maar of dat voor de constante ook geldt weet ik even niet) H0 = 67.77 +/- 1.30 km s-¹ Mpc-¹. En die waarde is aardig in overeenstemming met de waarde die eerder door de Planck sonde is gemeten (67,4), maar hij wijkt weer af van de waarde die met de Hubble en Gaia ruimtetelescopen is gemeten (73,5). Dát debat blijft dus nog wel even voortduren – één van de talloze debatten die er zijn. Verder blijkt uit de waarnemingen van DES-SN3YR in combinatie met waarnemingen aan de kosmische microgolf-achtergrondstraling (CMB) dat Omega m, een maat voor de dichtheid van donkere + gewone materie, Ωm = 0,321. De rest van het heelal zou door donkere energie worden gevormd. Voor de liefhebbers van hardcore data van de sterrenkundigen, hier alle acht vakartikelen over de resultaten van DES-SN3YR:

Bron: In the Dark + Arxiver.