Rimpeling in radiostraling verraadt dubbelster bij supernova

Simulatie van de sterrenwind voordat supernova SN 1979C explodeerde Simulatie van de sterrenwind 3700 jaar voordat supernova SN 1979C zou ontploffen. In het midden van de afbeelding, nauwelijks zichtbaar, staat de hoofdster (blauw gekleurd). Eromheen draait de dubbelsterpartner (rood). Samen zorgen ze voor een gebobbelde sterrenwind. Deze bobbels zorgen er na de supernova-explosie voor dat we op aarde een gerimpeld radiosignaal ontvangen van de door de supernova veroorzaakte schokgolf. Credit: Almog Yalinewich & Simon Portegies Zwart.

Sterrenkundigen hebben uit het gerimpelde radiosignaal van een ontplofte ster afgeleid hoe de supernova-in-wording en zijn begeleidende ster om elkaar heen bewogen. De ontdekking is het gevolg van een toevallige ontmoeting van de Leidse sterrensimulatiespecialist Simon Portegies Zwart met een Israëlische sterrenkundige Almog Yalinewic bij de lift van het Canadian Institute for Theoretical Astrophysics van de universiteit van Toronto. Het artikel dat de bevindingen beschrijft, is geaccepteerd voor publicatie in the Astrophysical Journal Letters.

Simon Portegies Zwart (Universiteit Leiden) noemt de publicatie een gelukstreffer: “Bij de lift van het instituut in Canada waar ik te gast was, kwam ik postdoc Almog Yalinewich tegen. Hij staarde zuchtend naar een grafiek met rimpelingen in de radiostraling van supernova SN 1979C.” Portegies Zwart en Yalinewich raakten aan de praat en besloten om het probleem met simulaties te lijf te gaan op de Leidse supercomputer van Portegies Zwart.

(c) Almog Yalinewich & Simon Portegies Zwart

De onderzoekers lieten de supercomputer verschillende scenario’s doorrekenen. Ze vergeleken de simulatieresultaten vervolgens met de tien jaar aan gegevens die van supernova SN1979C beschikbaar zijn. Uiteindelijk konden de onderzoekers laten zien dat de supernova waarschijnlijk is veroorzaakt door een ster die ongeveer achttien keer zwaarder is dan de zon. Bovendien moet er voorafgaand aan de explosie een begeleidende ster van vijf tot twaalf zonsmassa’s rond de supernova-in-wording hebben gedraaid. De begeleidende ster, zo wijzen de simulaties uit, zou ongeveer elke tweeduizend jaar een rondje rond die supernova-in-spe moeten hebben gedraaid.

Volgens Portegies Zwart is het onderzoek nuttig voor andere sterrenkundigen. “Het is eigenlijk de enige manier om iets van de begeleidende ster te weten te komen voorafgaand aan de supernova. Normaal gesproken gaat die kennis verloren tijdens de supernova.”

SN 1979C

Het verhaal achter de ontdekking van supernova SN 1979C is bijzonder. De ster is namelijk niet ontdekt door een professionele astronoom, maar door een amateursterrenkundige. De Amerikaanse middelbare-schoolleraar Gus Johnson liet op 18 april 1979 vanuit zijn achtertuin in Swanton (in de staat Maryland) aan de priester van zijn kerk een sterrenstelsel in het sterrenbeeld Haar van Berenice zien. Dat sterrenstelsel, Messier 100, staat op vijftig miljoen lichtjaar afstand van ons vandaan. Tijdens het kijken, zag Johnson een heldere ster aan de rand van het sterrenstel. Die ster was hem niet eerder opgevallen. Een dag later vergeleek hij de ster met de toen bekende hemelkaarten. De ster bleek er niet op te staan. Daarop stuurde Johnson een bericht naar de sterrenkundegemeenschap met de melding dat het weleens een supernova zou kunnen zijn. Met professionele telescopen werd de supernova bevestigd. Sinds die tijd wordt SN 1979C in de gaten gehouden. Bron: Astronomie.nl.

Nederland gaat uitbarstingen op de zon in real-time monitoren

Afbeelding: Een impressie van hoe de zonneradiotelescoop er uit zal gaan zien. Credit: ASTRON.

ASTRON (Nederlands instituut voor radioastronomie) en S[&]T (Science [&] Technology) starten met de bouw van een zonneradiotelescoop die uitbarstingen op de zon direct signaleert. Aanleiding voor de bouw is een verzoek van het Ministerie van Defensie. Ook het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut) neemt deel aan dit project. De eerste fase van het project DISTURB (Disturbance detection by Intelligent Solar radio Telescope of (Un)perturbed Radiofrequency Bands) waarin het ontwerp van de radiotelescoop wordt ontwikkeld had op 30 januari de kick-off.
Uitbarstingen op de zon komen regelmatig voor en geven over het algemeen geen problemen als ze klein zijn. Af en toe zijn de uitbarstingen echter zo intens dat ze radars, gps-ontvangers of radioverbindingen ernstig kunnen storen. Zo ondervond in 2015 het vliegverkeer in Zweden ernstige vertraging doordat een radar op de luchthaven van Malmö werd verblind. Het Ministerie van Defensie en het KNMI willen militaire en civiele gebruikers van antennesystemen voor dergelijke intense uitbarstingen kunnen waarschuwen. De zonneradiotelescoop van het project DISTURB voedt hun waarschuwingssystemen met de noodzakelijke data.
“Het is geweldig dat technieken uit de radiosterrenkunde een direct maatschappelijke toepassing krijgen.” Zegt Michiel Brentjens, radiosterrenkundige bij ASTRON.
Tot nu toe zijn er praktisch geen vergelijkbare instrumenten die in real-time storingsgegevens van de zon kunnen leveren. Degene die er zijn, zijn niet toegankelijk, hebben een minder goede kwaliteit of produceren met een aanzienlijke vertraging, wat op cruciale momenten problematisch kan uitpakken. Daarom hebben ASTRON, S[&]T en het KNMI de handen ineengeslagen en zetten zij nu de eerste stap naar een telescoop die metingen van extreme uitbarstingen op de zon vrij toegankelijk maakt.
Nadat het ontwerp van de zonneradiotelescoop voltooid is, wordt er in het vervolgproject een eerste prototype op volle schaal gebouwd. Daarna kan er worden opgeschaald naar 12 tot 20 stations wereldwijd verspreid, zodat de radiotelescoop een globale dekking heeft. De telescoop wordt gebaseerd op het model van antennes van verschillende bestaande en toekomstige telescopen zoals LOFAR (LOw Frequency ARray, radiotelescoop van ASTRON) en SKA (Square Kilometer Array).
Wanneer de telescoop detecteert dat er een uitbarsting op de zon plaatsvindt, zal LOFAR hier op reageren door o.a. radiofoto’s van de zon te maken en het Ministerie van Defensie zal weten dat ze storing kunnen ondervinden op hun systemen. Daarnaast is deze ontwikkeling belangrijk voor de internationale civiele luchtvaart die effecten van de zon steeds meer meeneemt in haar procedures.
S[&]T leidt het project. De verwachting is dat de eerste fase van het project waarin het ontwerp tot stand komt 15 maanden in beslag zal nemen. Bron: ASTRON.

Komende ochtenden is een mooie samenstand van Maan, Venus en Jupiter zichtbaar

De óchtendhemel. Dit is de situatie 45 minuten voor zonsopkomst. Credit: Sky & Telescope.

Komende twee ochtenden, donderdag 31 januari en vrijdag 1 februari, is aan de zuidoostelijke ochtendhemel een mooie samenstand zichtbaar – een conjunctie zoals dat ook wel wordt genoemd. Donderdag rond 06.15 uur staat de Maan (voor 15% verlicht) 2,2° ten noorden van Jupiter (-1,4m), in het sterrenbeeld Slangendrager. ’s Avonds nadert de Maan Venus (-3,8m), die links van Jupiter staat, in hetzelfde sterrenbeeld. Rond 19.00 uur is de dichtste samenstand van Maan en Venus, maar dat kunnen we hier niet zien, want beiden staan dan onder de horizon. Bekijk daarom de samenstand vrijdagochtend rond 7 uur ’s ochtends, als de Maan 6° ten oosten van Venus staat (zie ook de afbeelding hierboven). Eh… mocht je morgen ergens in het noordwesten van Zuid-Amerika uithangen: dáár zal de Maan Venus bedekken! Bron: Hemel.waarnemen + Sterrengids 2019.

De grootste astronomische database ooit is gepubliceerd, Pan-STARRS DR2, 1,6 petabyte groot!

Credits: R. Ratkowski

Deze week is de tweede release (DR2) gepubliceerd van het Pan-STARRS — dat staat voor het Panoramic Survey Telescope & Rapid Response System – project, een astronomische database van maar liefst 1,6 petabyte groot. Eh… petabyte? Ja klopt, één petabyte is 10^15 bytes oftewel een miljoen gigabytes – 1,6 Pb, da’s 30.000 keer de gehele inhoud van de Wikipedia. De gegevens van het Pan-STARRS observatorium worden verzameld met een 1,4 miljard pixel camera die verbonden is aan een 1,8-meter op de top van de Haleakala op Maui, een eiland van Hawaï (zie de afbeelding hierboven). Iedereen die dat wil kan de gigantische database van onderzoeksinformatie raadplegen, niet alleen professionele sterrenkundigen, maar ook amateurs of andere belangstellenden. Pan-STARRS DR2 bevat de gegevens van maar liefst drie miljard astronomische objecten over de gehele hemel, zoals sterren en sterrenstelsels. Pan-STARRS begon in 2009 als speurtocht naar potentieel gevaarlijke planetoïden, die de aarde kunnen bedreigen, maar gaandeweg ging ‘ie steeds meer objecten ontdekken en waarnemen. Eén van de objecten die met Pan-STARRS ontdekt is is ‘Oumuamua, het allereerst geïdentificeerde object van buiten het zonnestelsels dat dóór het zonnestelsel vloog. DR2 van Pan-STARRS is ondergebracht bij het Mikulski Archive for Space Telescopes (MAST), dus wie in de database wil duiken moet daar een kijkje nemen. Hieronder de links naar de drie onderdelen van PS DR2:

Object Catalog Search: https://catalogs.mast.stsci.edu/
Image Cutout Server: https://ps1images.stsci.edu/cgi-bin/ps1cutouts
Casjobs SQL Server: https://mastweb.stsci.edu/ps1casjobs

Succes! Bron: Hubble.

ESA’s maanprogramma: Pangea-X, Luna en Moon Village

ESA astronauten zijn geregeld op Lanzarote (Canarische eilanden) te vinden voor simulatie maanwandelingen. Deze trainingen maken onderdeel uit van ESA’s Pangea-X programma dat op zijn beurt deel is van ESA’s  overall maanprogramma dat ook uit ‘Luna’ en ‘Moon Village’ bestaat. Eerstgenoemde is een maan simulatie trainingscomplex in aanbouw in Keulen en Moon Village is ESA’s beoogde initiatief om een basis op de maan te vestigen in het midden van het volgend decennium. Bij de ESA astronaut trainingen op Lanzarote wordt gebruik gemaakt van de collectief verzamelde kennis van de Amerikaanse Apollo maanwandelingen in de jaren ’60 en ’70 alsmede gebruik gemaakt van de nieuwste technieken, elektronische hulpmiddelen, apparatuur en geologisch gereedschap. Daarnaast dient de training ook als testbed voor een hele reeks aan verbeterde  onderzoeksprotocollen. Dit alles om de toekomstige maanwandelingen zowel veiliger als efficiënter te maken. Lees verder

Alle Astroblogs over de ‘Hubble spanning’ op een rijtje

[Update] Zie deze pagina over de Hubble spanning, waarop de complete en meest actuele lijst staat van Astroblogs over de Hubble spanning. Onderstaande lijst in deze blog wordt niet bijgehouden.

Credit: NASA/ESA/Hubble/WMAP/Planck/SHoES/BAO/Freedman et al.

Trouwe lezers van de Astroblogs zullen het niet ontgaan zijn dat ik afgelopen jaren regelmatig verslag heb gedaan van het ‘debat’ dat gaande is tussen twee groepen van sterrenkundigen – noem het ‘kampen’ van mijn part – die metingen hebben gedaan aan de waarde van de Hubbleconstante, de constante die een indicator is voor de snelheid waarmee het heelal uitdijt. Omdat gisteren de zoveelste blog over het onderwerp passeerde, over metingen aan 1598 ver verwijderde quasars, dacht ik dat het goed is om alle blogs over het debat over de Hubbleconstante, een debat dat inmiddels door het leven gaat als de ‘Hubble spanning’ (Hubble Tension) – één van de vele debatten in de natuur- en sterrenkunde die wordt gevoerd. Nog even de Hubble spanning in een notendop: de Hubbleconstante Ho wordt al heel lang gemeten en de laatste actuele metingen geven twee verschillende waarden. Aan de ene kant is er de meting door de Planck ruimteverkenner via onderzoek aan de kosmische microgolf-achtergrondstraling (Engelse afkorting: CMB), met Ho=67,4 km/s/Mpc als resultaat, aan de andere kant is er de meting van de Hubble en Gaia ruimtetelescopen via onderzoek aan Cepheïden in het lokale heelal en verre supernovae (SNe), met Ho=73,5 km/s/Mpc als resultaat. Zie ook de afbeelding hierboven: in roze de CMB-metingen, in blauw de SNe-metingen. De statistische betrouwbaarheid van dat verschil bedraagt 3,6? en dat betekent dat er minder dan 0,02% kans is dat dit verschil komt door statistische onzekerheid. Er is dus wel degelijk iets aan de hand! OK en dan hier het overzicht van de Astroblogs over de Hubble spanning, bovenaan de meest recente.

Ik zal hier afspreken dat telkens als er weer nieuwe blogs over de Hubble spanning verschijnen ik deze blog zal updaten en de nieuwste blog bovenaan het rijtje zal zetten. OK? Als uitsmijter van deze blog hier nog een video over de Hubble spanning.

Hier is de trailer voor de Apollo 11 documentaire

Credits: CNN/NASA

Dit jaar gaan we in juli uitgebreid stilstaan bij de historische maanreis van de Apollo 11 (16-24 juli 1969), die de eerste twee mensen op de maan zette, Neil Armstrong en Buzz Aldrin. Eén van de manieren waarop dat zal gebeuren is met de documentaire Apollo 11. Regisseur Todd Douglas Miller heeft daarvoor meer dan 11.000 uren aan archiefmateriaal doorgeploeterd, van onder andere nooit eerder gebruikte 65 en 70 mm filmbeelden en van geluidsfragmenten en dat heeft een 93 minuten durende documentaire opgeleverd – “a cinematic event fifty years in the making.” De documentaire zal ergens deze zomer in de bioscopen gaan draaien. Hier alvast de trailer. Onder de trailer de officiële poster van de documentaire.

Vorig jaar al First Man in de biopscopen en nu deze documentaire weer in het vooruitzicht, dat wordt smullen. 😀

Credits: CNN/NASA

Bron: Gizmodo.

De zon in 2018: alle 365 dagen in beeld gebracht

Credit: ESA/Royal Observatory of Belgium.

De zon is in 2018 iedere dag gefotografeerd door de Europese Proba-2 satelliet, die met z’n SWAP camera de zon in het ultraviolette deel van het spectrum in de gaten houdt. In de ruimte kan je zonder last van bewolking of nevel de zon bestuderen, dus dat heeft het mogelijk gemaakt dat van alle dagen in 2018 dat Proba-2 de hete corona van de zon in het UV vastlegde één compositie-foto én video is gemaakt. Hierboven de foto (hier in hogere resolutie), hieronder de video.

Wie inzoomt op de foto zal zien dat er niet veel spectaculairs qua zonnevlekken en zonnevlammen op de zon gebeurde. En da’s logisch, want ergens in 2018 maakte de zon z’n minimum mee in zijn elfjarige cyclus van zonneactiviteit. De grootste activiteit was de C-8.1 zonnevlam, die op 7 februari uitbarstte, een kleine vlam vergeleken met de M- en X-vlammen die in actieve jaren kunnen worden uitgebraakt. Voor de liefhebbers is hier de 2017 versie. Bron: ESA.

Onderzoek aan quasars geeft nieuwe inzichten in de vroege expansie van het heelal [Update]

Impressie van quasars als afstandsindicatoren. Credit: Illustration: NASA/CXC/M.Weiss; X-ray: NASA/CXC/Univ. of Florence/G.Risaliti & E.Lusso

Dát het heelal expandeert weten we sinds eind jaren twintig van de vorige eeuw, ontdekt door Edwin Hubble dankzij de roodverschuiving van sterrenstelsels. Dát het heelal versnelt expandeert weten we sinds 1998, toen twee onafhankelijke teams dankzij de ver verwijderde type Ia supernovae de versnelling konden meten, een gevolg van de gravitationele afstoting van de donkere energie. Wellicht dat we binnenkort opnieuw een nieuw inzicht krijgen in de expansie van het heelal, want recent onderzoek aan zeer ver verwijderde quasars – sterrenstelsels met een zeer actief superzwaar zwart gat in het centrum – heeft aanwijzingen gegeven dat de expansie in het vroege heelal mogelijk anders verliep dan we tot nu toe dachten.

Een impressie van een actief superzwaar zwart gat in het centrum van een sterrenstelsel. Credit: Illustration: NASA/CXC/M.Weiss.

Dé graadmeter voor de expansie van het heelal is de Hubble constante, de verhouding van de snelheid waarmee een bepaalde afstand groter wordt door de metrische uitdijing van de ruimte en de grootte van die afstand. Het zal jullie niet ontgaan zijn dat we hier op de Astroblogs met de regelmaat van de klok verslag doen van het debat dat gaande is tussen twee ‘kampen’ die de Hubble constante Ho hebben gemeten en die elk met een eigen waarde aankomen. Aan de ene kant is er meting door de Planck sonde via onderzoek aan de kosmische microgolf-achtergrondstraling (Engelse afkorting: CMB)  van Ho=67,4 km/s/Mpc, aan de andere kant is er de meting van de Hubble en Gaia ruimtetelescopen via onderzoek aan Cepheïden in het lokale heelal en verre supernovae van Ho=73,5 km/s/Mpc. Belangrijk in dit verband: Planck keek naar de CMB, die dateert van 380.000 jaar na de oerknal (die zelf 13,8 miljard jaar geleden plaatsvond), Hubble keek naar supernovae tot negen miljard lichtjaar ver weg, dus een kleine vier miljard jaar ná de oerknal. Qua tijd zit er dus een flink gat tussen waar Planck en Hubble naar keken. Dat gat wordt nu opgevuld door waarnemingen die gedaan zijn met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton aan 7000 quasars en die tot 12 miljard lichtjaar afstand reiken, precies in het gat van Planck en Hubble.

Credit: Guido Risaliti (University of Florence, Italy) and Elisabeta Lusso (Durham University, United Kingdom)

Dankzij onderzoek van Guido Risaliti (Università di Firenze, Italë) en Elisabeta Lusso (Durham University, VK) weten we dat er een verband is tussen de ultraviolette straling en röntgenstraling van quasars, een verband dat informatie oplevert over de afstand van quasars. Net zoals de beroemde Periode-Lichtkracht relatie van de Cepheïden, ontdekt door Henrietta Swan Leavitt in 1908, zorgt die relatie er voor dat ook quasars gebruikt kunnen worden als afstandsindicator. Het resultaat aan 1600 van de 7000 quasars zie je hierboven. Wat blijkt: de quasars tot pakweg acht miljard lichtjaar ver weg laten dezelfde snelheid van expansie van het heelal zien als de metingen gedaan met Hubble aan supernovae. Maar bij de verder weg staande quasars is iets opmerkelijks te zien: een verschil tussen de waargenomen expansie van het heelal en de voorspelling van die expansie op grond van het gangbare heelalmodel, het ?-CDM model – de zwarte lijn in de grafiek versus de paarse stippellijn. Hoe dat verschil moet worden geïnterpreteerd is niet bekend, maar mogelijk dat er in dat vroege heelal iets plaatsvond wat op dit moment nog niet bekend is. Wellicht is er sprake van een donkere energie, die niet constant is, zoals we nu denken, maar die qua sterkte groeit in de tijd. En dat zou dan kunnen verklaren waarom de Planck meting aan Ho uit het allervroegste heelal zoveel afwijkt van de Hubble meting uit het latere heelal. Hier voor de geïnteresseerden het vakartikel over de waarnemingen aan de quasars, verschenen in Nature Astronomy. Bron: ESA.

[Update 29 januari 2019] Ik kwam deze video nog tegen over het onderzoek aan de 1598 quasars en de resultaten daarvan voor het inzicht over de donkere energie in het vroege heelal.

Bron: Chandra.

Nederland steekt € 30 miljoen in bouw grootste radiotelescoop ter wereld, SKA

Een impressie van de Square Kilometer Array (SKA). Credit: SKA Collaboration

ASTRON, het Nederlands instituut voor radioastronomie, is verheugd dat Nederland gaat meewerken aan de bouw en het beheer van de grootste radiotelescoop ter wereld, de Square Kilometre Array (SKA). Dit ambitieuze project zal leiden tot grote ontdekkingen over de aard van ons universum en lang bestaande vragen beantwoorden. De ministerraad heeft besloten dat Nederland het verdrag tot de oprichting van het internationale SKA-observatorium gaat ondertekenen. ASTRON coördineert de Nederlandse deelname aan SKA.

De bouw van SKA zal de komende jaren worden voortgezet. Op 12 maart 2019 zullen de internationale partners, nu inclusief Nederland, in Rome een verdragsovereenkomst ondertekenen. De 30 miljoen euro die door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt toegekend, vormt de basis voor de Nederlandse deelname om SKA te realiseren.

“Dit zijn spannende tijden voor ons,” zegt prof. Carole Jackson, algemeen en wetenschappelijk directeur van ASTRON. “Nederland zal een volwaardige partner zijn in deze wereldwijde telescoop om een aantal van de mysteries van het universum te onderzoeken. We zijn blij dat de regering heeft besloten om op deze manier te investeren.”

Negen multinationale consortia leggen de laatste hand aan het ontwerp van SKA, waarvan de bouw gepland is om in 2021 te beginnen. ASTRON leidt het consortium dat de antennestations van SKA in West-Australië ontwikkelt. Daarnaast speelt het een grote rol in twee andere consortia waarbinnen oplossingen worden ontworpen voor het combineren en verder verwerken van de enorme hoeveelheden data die de antennes produceren.

En nog een impressie van de Square Kilometer Array (SKA). Credit: SKA Collaboration

SKA wordt de grootste en meest gevoelige radiotelescoop ter wereld. In West-Australië zal de telescoop uit 130.000 antennes bestaan, verspreid over 512 antennevelden. Het ontwerp is gebaseerd op ASTRON’s Low Frequency Array (LOFAR) telescoop. Met al deze antennes gaat SKA enorme hoeveelheden data genereren: één petabit per seconde – meer dan drie keer het wereldwijde internetverkeer in 2018.

Een netwerk van SKA Regional Centres zal de SKA-gegevens verwerken en archiveren, waarbij het enorme volume data wordt omgezet in wetenschappelijke ontdekkingen. Nederland zal een Science Data Centre (SDC) opzetten om werkgelegenheid te bieden aan hoogopgeleide onderzoekers, ontwikkelaars en ondersteunende (ICT) dienstverleners. Door krachten te bundelen en samen te werken met andere data-intensieve sectoren, ontstaat een publiek-privaat, multidisciplinair cluster dat zich richt op data science.

Dr. Michiel van Haarlem, hoofd van het SKA Office Nederland bij ASTRON, voegt toe: “Binnen dit project is overeengekomen dat de deelnemende landen een proportioneel aandeel krijgen in contracten voor de bouw van SKA. Nederlandse bedrijven en instellingen zijn goed gepositioneerd om contracten te winnen op veel gebieden, bijvoorbeeld voor de levering van elementen van de telescoop en slimme software.”

SKA zal naar verwachting een enorme impuls geven aan het brede astronomische onderzoek: van het testen van Albert Einstein’s algemene relativiteitstheorie, het onderzoeken van het vroege heelal en het ontstaan van de eerste sterren en sterrenstelsels, het in kaart brengen van de magneetvelden in het heelal, het verhelderen van de mysterieuze snelle radioflitsen, de studie van planeten rond nabije sterren, tot aan het zoeken naar een antwoord op een van de grootste mysteries voor de mensheid: zijn we alleen in het heelal?

“SKA zal een echt transformationeel instrument zijn, in staat om direct waterstofgas in het jonge universum te visualiseren,” zegt prof. Leon Koopmans (Rijksuniversiteit Groningen). “Dit gas vormde bijna alles dat we nu om ons heen zien. Het ontdekken en in kaart brengen van waterstof in de periode nadat Kosmische Achtergrondstraling werd uitgezonden zal een grote lacune in onze kennis opvullen.”

Prof. Ralph Wijers (Universiteit van Amsterdam), voorzitter van de Raad voor de Sterrenkunde, vult aan: “Deelname aan SKA was een topprioriteit voor de Nederlandse astronomische gemeenschap in haar strategisch plan. Ik ben enthousiast over de wetenschappelijke mogelijkheden die het onze gemeenschap biedt en ik ben blij dat de lange geschiedenis van de Nederlandse expertise in radioastronomie nu kan worden vertaald in een lidmaatschap van het eerste wereldwijde observatorium.”

Het SKA-project zal niet alleen een grote wetenschappelijke impact hebben, maar ook technologische innovatie stimuleren. Ontwikkelingen op het gebied van antennes, datatransport, software en rekenkracht zullen worden bevorderd door de eisen van SKA. Bron: Astron.