7 december 2019

Donkere materie wordt niet gevormd door kleine oer-zwarte gaten

Voorstelling van een lenseffect van een klein oerzwart gat (Credit: Kavli IPMU).

Het was ooit (1974) een speculatie van de beroemde natuurkundige Stephen Hawking: dat donkere materie wellicht bestaat uit kleine zwarte gaten uit het allervroegste heelal, primordiale of oer-zwarte gaten, zwarte gaten die niet groter zijn dan een tiende millimeter. Maar gebruikmakend van waarnemingen gedaan met de Japanse telescoop Subaru komt een internationaal team van sterrenkundigen met een nuchtere constatering: donkere materie kan niet bestaan uit kleine oer-zwarte gaten. Het team, dat onder leiding staat van Masahiro Takada (Kavli Instituut) zocht met de Subaru naar zwaartekrachtslenzen, die veroorzaakt zouden zijn door kleine oer-zwarte gaten tussen het Andromedastelsel en de aarde. Zouden die zwarte gaten in de 2,6 miljoen lichtjaar lange baan tussen het Andromedastelsel en de aarde voorkomen, dan zou hun zwaartekrachtswerking zorgen voor plaatselijke afbuiging van de ruimte en het licht van sterren afkomstig van het Andromedastelsel zou daardoor eventjes versterkt worden (zie de afbeelding hieronder).

(Credit: Kavli IPMU)

Met de Hyper Suprime-Cam verbonden aan de Subaru Telescoop zijn alle sterren in het Andromedastelsel in één beeld vastgelegd en kunnen ze gemonitord worden op tijdelijke lichtpiekjes. Gedurende zeven uur werden waarnemingen gedaan. Berekeningen die vantevoren waren gemaakt lieten zien dat zwart gaten met de massa van de maan gedurende die waarneemtijd 1000 gebeurtenissen van zwaartekrachtslenzen zouden opleveren áls ze zo vaak voorkomen dat zij de donkere materie vormen. Het resultaat was echter maar één waargenomen gebeurtenis, welke je hieronder ziet.

Vier uur nadat Subaru begon met de waarnemingen begon één ster helderder te worden, waarbij na een uur de piek werd bereikt. Credit: Niikura et al.

Op basis hiervan komt het team tot de conclusie dat kleine oer-zwarte gaten hooguit 0,1% van de donkere materie kunnen vormen. Een conclusie die enkele maanden terug ook al kon worden gemaakt op grond van waarnemingen gedaan met de… Voyager 1 – jawel, de in 1977 (!) gelanceerde ruimteverkenner, je verwacht het niet. Op 1 april verscheen over de waarnemingen een vakartikel in Nature Astronomy. Bron: Subaru.

Comments

  1. Men heeft dus géen gravity lensing gevonden, veroorzaakt door micro zwarte gaten. Primordiaal, dan wel anderzijds.
    Raar eigenlijk.

  2. Dit lijkt mij enigszins kort door de bocht, als men stelt:
    “Het resultaat was echter maar één waargenomen gebeurtenis, welke je hieronder ziet.”
    En die tijd was slechts 7 uur waarnemingstijd.
    De conclusie zou moeten zijn
    1: Subaru ziet geen grote heoveelheid mini black holes
    2; Subaru ziet EEN black hole in 7 uur tijd.
    Dus kan de donkere materie veel minder egaal in de ruimte voorkomen dan Stephen Hawking dacht.

  3. Tevens zou je kunnen beweren dat de Big Bang was oorspronkelijk een expoderend giga zwart gat, dat primordiale grotere brokstukken heeft veroorzaakt dan voorspeld door Hawking, met andere eigenschappen dan Einstein voorzag.
    Een van die eigenschappen kan zijn dat zwarte gate wel het vacuum absorberen en de straling , maar geen Fermion materie, dat zelfs via “paar (e-, e+) creatie waterstof etc. produceert.
    Wellicht zullen wij op 10 april ( via de Event Horizon telescope) meer te weten komen.
    bijlage:
    Black Hole Creation and Destruction of the Cyclic Conscious Multiverse.
    http://vixra.org/pdf/1903.0447v1.pdf

  4. Veel interessanter lijkt mij overigens niet hoeveel de lichtsterkte is toegenomen van die ster maar wat de roodverschuiving was op dat moment.
    Als er een roodverschuiving is, zou dat namelijk de Hubble constante berekening beinvloeden en zelfs de vraag of het heelal inkrimpt of geaccelereed expandeert.
    Als er rondom galaxies veel van dat soort zwarte gaten zweven die een extra roodverschuiving veroorzaken, omdat ze het vacuum vervormen en zelfs de Planck lengte beinvloeden, dan is er een extra Hubble constante probleem .

  5. De basis van alles ligt in de combinatie materie/energie en beweging. Buiten de grens van het uitdijend heelal bestaat geen materie/energie en dus ook geen beweging. De voortschrijdende materie/energie-beweging nemen we waar in/als de tijd. Dit voortschrijdende fenomeen is vloeiend. De materie/energie later is in een andere staat en bevindt zich op een andere plek dan daarvoor. De latere staat grenst in de tijd aan de eerdere staat, waarbij deze elkaar beïnvloeden. Die beïnvloeding brengt een krachtenspel teweeg die op micro en macro schaal effecten geeft. Dat krachtenspel zou wel eens de noodzakelijkheid van donkere materie/energie overbodig kunnen maken.

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: