17 juli 2019

NGC 5466 en Lacerta Mgen, twee pareltjes

NGC 5466, een bolvormige sterrenhoop in het sterrenbeeld Ossenhoeder

Tja…..tja….tja….wat moet ik nu in hemelsnaam met dit blogje?? Even heel zwaar in tweespalt aangaande twee zeer onverwachte astronomische pareltjes welke deze week mijn Biesbospad hebben gekruist. In principe is astroblogs niet echt de juiste website voor een zogenaamde “product-review” en dus is een lovend verhaal met de titel “Lacerta Mgen zou Lacerta M Gem moeten heten” eigenlijk hier niet echt op z’n plaats….MAARRE….nu ik het desbetreffende onderwerp toch heb aangetikt kan ik het toch echt niet nalaten om luid en uitbundig (nog een keertje) de loftrompet te laten schallen als het gaat om de kwaliteit en het gebruikersgemak van dit kekke stukkie “astrospeelgoed”!! De aanschaf en ingebruikname van die Lacerta Mgen gaat echt wel gepaard met het, met aangenaam grof geweld, omver meppen van een paar astrofotografische zeer heilige huisjes en tevens ook met een vette revolutie als het gaat om mijn astrofotografische “Biesbosbeleving”!!

Een van die heilige huisjes welke derhalve bij deze astrofotosessie royaal en met verve omver is gemept betreft mijn brave heilige 76mm F 9.2 volgnewton, want…..snik…die is helaas niet meer.  Geen ramp, hoor….mijn kleine spiegelende astrofotografie-assistent heeft nu haar eigen parallactische montering gekregen en zal mij binnenkort weer gaan vergezellen op mijn astrofotografie-expedities als klein pretkijkertje tijdens het wachten als de grote 20cm Newton bezig is met subjes schieten!!

In de goede ouwe tijd was er een soort van bijkans heilige stelregel die “verordonneerde” dat, wilde je mooi-gevolgde strakronde sterpuntjes verkrijgen, de gebruikte volgkijker minimaal een brandpuntsafstand moest hebben van twee maal die van de hoofdkijker, de kijker waar de camera aan vast zat geknoopt. Ofwel in mijn specifieke geval zou dat neerkomen op een volgkijker/volgnewton een brandpuntsafstand van minimaal twee meter (2 x maal 1.20 maakt 2.40 m). Natuurlijk is dat mechanisch een onmogelijke opgave maar dat kan je optisch oplossen door het gebruik van een goede Barlowlens waarmee je “kunstmatig” de brandpuntsafstand van je volgkijker kunt verdubbelen of nog meer.

Mijn 76mm volgnewtonnetje met een brandpuntsafstand van 700 mm zou dan “volgens het goede ouwe tijd boekje” met een 3x Barlow een kunstmatige brandpuntsafstand van 2.10 m verkrijgen……ENNE….daar bleek echt totaal niet mee te werken. Het vinden van een bruikbare heldere volgster was door dat piepkleine beeldveld nagenoeg onmogelijk…en dus…moest er “astronomisch gepolderd” worden en wel in de vorm van het toepassen van een minder sterke Barlowlens om kans op het vinden van bruikbare helder genoeg zijnde volgsterren nog enigszins haalbaar te maken,  iets wat dan wel weer ten koste ging van het behalen van de gewenste volgnauwkeurigheid.

In de dagelijkse astrofotografische praktijk van de afgelopen 10 jaar was dat gedoe van het vinden van een bruikbare volgster heel vaak echt een waar drama. Stond het te fotograferen object eindelijk mooi gepositioneerd in het beeldveld was er natuurlijk nergens ook maar iets van een heldere volgster te vinden en was het kiezen geblazen tussen het gebruiken van een loeierzwakke volgster op de rand van detecteerbaarheid met alle bijbehorende volgfouten van dien..OF…danmaar het noodgedwongen verplaatsen van het object naar een minder etisch verantwoorde plek in het beeldveld om alsnog iets van een bruikbare volgster “bij de kloten te kunnen vatten”.

Kort samengevat……een heel gedoe allemaal en wat heb ik mezelf toch eigenlijk  aangedaan met dat zolang krampachtig vast te willen houden aan dat handmatige volgen?? Maar goed…..dat is dan wellicht iets voor de geschiedkundig ingestoken “witjassen” om later nog eens lekker over te brainstormen!!

Ik had het dus over het omver meppen van heilige huisjes en met de aanschaf van dit stand alone volgsysteem ben ik dus in ene grote klap verworden van een hyperaktieve hands on astrofotograaf tot een zogenaamde “A V D E-astrofotograaf”..enne…”A V D E” staat dan voor ” achterwiel van de Eend” want tijdens het opnameproces is dat de plek waar ik dan een beetje achteloos nonchalant tegenaan zit te leunen, volkomen gebiologeerd en in opperste verwondering starende naar die razendsnel aan en uit knipperende rode ledlampjes die het automatisch knopjes drukken weergeven waar de Lacerta op dat moment zo druk en onmenselijk feilloos mee bezig is!!

Het tweede heilige huisje wat nu dus het loodje heeft moeten leggen is de noodzaak van het menen gebruik te moeten maken van “een dikke volgkijker”, met mijn welgemeende dank aan zeer gewaardeerd astroblogs en astrofoto-collega Jan Heuser. Hij vertelde mij namelijk alweer een tijdje geleden dat hij met zijn autoguider volgsysteem gebruik maakte van een…50mm zoeker!! Eh…..een 50mm k…tzoekerje met een brandpuntsafstand van slechts 18cm…en da’s dan voldoende om een hoofd/foto-kijker met een brandpuntsafstand van een meter of meer in het gareel te houden??? Sorry hoor, …..dat kon er bij mij echt niet in…en vandaar mijn oorspronkelijke beslissing om die grote zware volgnewton alsnog gewoon te willen behouden. Maar ja…..het verschil in omvang en mee te sleuren gewicht tussen zo’n dikke volgnewton en zo’n piepklein 50mm zoekertje is nogal niet wat…..knaag…knaag…pieker de pieker…en dus dan toch uiteindelijk maar “maatregelen genomen”.

Et voila,  dit…..bezien vanuit het oogpunt van vereiste (hoge)volgkwaliteit… moeilijke (test)object in de vorm van een zeer losse bolvormige sterrenhoop zijnde NGC 5466 in het sterrenbeeld Ossenhoeder, in al zijn retestrakronde sterretjes glorie…en al dit moois is verkregen door 50 minuten (10 subjes van 5 minuten) te belichten terwijl mijn 20cm F6 (1.20 meter brandpunt) zonder ook meer enige moeite strak in het gareel werd gehouden door de Mgen/M Gem (!!) vastgeknoopt aan mijn oude lichtgewicht 50mm zoekertje…wonderlijk…wonderlijk…wonderlijk!!

Ofwel…..ik ben niet snel onder de indruk te krijgen van nieuwe al dan niet digitale gadgets…maarre….voor dit “Mgen-gebakkie plus 50mm zoeker” maak ik toch echt even een hele dikke vette uitzondering, hoor!!!

Afijn…tot zover het eerste hemelse pareltje van dit epistel en dan nu het tweede..want..eh….het doelwit mijner meest recente driftige astrofotolusten mag er mijns inziens onverwacht eigenlijk ook best wel heel erg wezen.

NGC 5466 is een “rijk besterde” bolvormige sterrenhoop met een wel zeer losse structuur,  te vinden in het sterrenbeeld Ossenhoeder (Bootes) op een afstandje van zo’n 50 000 lichtjaar,  zo ongeveer pal naast die andere blockbuster bolvormige sterrenhoop in de regio,  zijnde Messier 3…enne…net zoals dat het geval is met M92 in het sterrenbeeld Hercules die volledig overschaduwd wordt door het zeer nabij staande mega-object “the big and glorious globular cluster M 13”,  zit ook NGC 5466 hier in het “astronomische verdomhoekje”. Yep….M3 is groter en behoorlijk veel helderder dan NGC 5466 en ook visueel is M3 een veel toegankelijker object…maarre… zeg nou zelf….deze best wel grote rijke groep ver weg staande staande fijn spookachtig zachtkens gloeiende hemelpareltjes is toch een waar feest voor onze nedrige mensen-oogjes!?!

Reacties

  1. Mooie plaat hoor van NGC 5466. Die naam Larcerta Mgen was effe verwarrend, ik dacht eerst te maken te hebben met een object ergens in Hagedis (Lacerta), totdat ik de ware identiteit van ‘t ding zag. 😀 Ook een pareltje inderdaad. En Jan, vanavond nog gekeken naar onze eigen Govert Schilling? Was een mooie aflevering.

    • Uiteraard heb ik naar onze eigen Govert gekeken…enne…slechts één reactie is hier maar
      van toepassing…”een feest voor de zintuigen”!!

  2. Geweldig Jan. Heerlijk he? Naar de sterren kunnen staren of door een 2e telescoop kijken terwijl de foto-opstelling al het werk automatisch voor je doet en zelfs beter doet dan je zelf ooit kan doen.

Laat wat van je horen

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: