Voor ’t eerst is een ‘coronal mass ejection’ (CME) bij een andere ster dan de zon waargenomen

Impressie van de CME bij HR 9024. Credit: NASA/CXC/INAF/Argiroffi, C. et al. Illustration: NASA/GSFC/S. Wiessinger

Sterrenkundigen zijn er in geslaagd om voor het eerst een zogeheten ‘coronal mass ejection’ (CME) bij een andere ster dan de zon waar te nemen. Zo’n CME is een gloeiendhete plasmawolk, vooral bestaande uit energierijke protonen en elektronen, die vanaf het oppervlak wordt uitgestoten en in de ‘corona’ van de ster terecht komt, diens hete atmosfeer. CME’s worden al decennia waargenomen bij onze eigen zon, maar nu heeft men met de Chandra röntgen-ruimtetelescoop van de NASA voor het eerst een ‘extrasolar’ CME waargenomen en wel bij HR 9024, een magnetisch actieve ster in het sterrenbeeld Andromeda, welke 450 lichtjaar van de aarde verwijderd is. De waarneming van de CME bij HR 9024 werd al in augustus 2001 gedaan, maar nu pas blijkt uit analyse van de gegevens die toen met de High-Energy Transmission Grating Spectrometer (HETGS) aan boord van Chandra werden verzameld dat men een heuse CME bij de ster heeft gezien.

Een CME bij onze eigen zon, waargenomen door NASA’s Solar Dynamics Observatory op 31 augustus 2012. Credit: NASA/CXC/INAF/Argiroffi, C. et al. Illustration: NASA/GSFC/S. Wiessinger

Het plasma van de CME van HR 9024, waarvan HETGS de röntgenstraling kon waarnemen, had naar schatting een temperatuur van 10 tot 25 miljoen graden en de snelheid van de wolk variëerde tussen 360.000 en 1.500.000 km/uur. De massa van de CME moet ongeveer 1,2 x 10^21 gram zijn geweest, een enorme hoeveelheid – pakweg 10.000 keer groter dan de grootste CME die bij de zon is waargenomen. Hier het vakartikel over de waarneming aan de extrosolaire CME bij HR 9024, eerder deze week verschenen in Nature. Bron: Chandra.

Dit zijn welgeteld 1824 supernovae, ontdekt door één instrument in korte tijd: Subaru

Credit: Michitaro Koike of NAOJ

Sterrenkundigen hebben met behulp van de Hyper Suprime-Cam, da’s een 870 mega-pixel digitale camera verbonden aan de Subaru telescoop op Hawaï, in zes maanden tijd maar liefst 1824 nieuwe supernovae ontdekt. Ding dong, meer dan 1800 supernovae in zes maanden, da’s een ongelofelijk aantal! Hierboven zie je ze allemaal op een rijtje, ienie mienie weergegeven. Op deze pagina kan je ze allemaal in meer detail bekijken en net als op de foto hieronder (waarop enkele van de 1824 supernovae te zien zijn) is dat in drie versies: links een foto van het sterrenstelsel waarin de supernova plaatsvond vóór de uitbarsting, midden een foto nádat de uitbarsting plaatsvond en rechts het verschil tussen die twee, waarop alleen de supernova te zien is.

Credit: Michitaro Koike of NAOJ

De door Hyper Suprime-Cam en Subaru waargenomen supernovae bevatten een mix aan types. Zo waren er bijvoorbeeld 433 van het type Ia, dat zijn supernovae die ontstaan als een witte dwerg door massatoevoer te zwaar wordt en een thermonucleaire uiitbarsting ondergaat. Van die 433 type Ia supernovae waren er 58 die plaatsvonden op een afstand van meer dan acht miljard lichtjaar en daarmee vormen zij een ideale manier om de uitdijingssnelheid van het heelal te bepalen. Ook vond men vijf zogeheten ‘superluminous supernovae’, dat zijn supernovae die tussen de vijf tot tien keer zo helder kunnen worden als type Ia supernovae. Hieronder een video over de supernovae.

Met de waarnemingen aan de supernovae willen de sterrenkundigen meer te weten komen over de expansiesnelheid van het heelal en daarmee over de donkere energie, de mysterieuze energie die ervoor zorgt dat het heelal versneld uitdijt. Hier het vakartikel over de waarneming van de 1824 supernovae, te verschijnen in de Publ. Astron. Soc. Japan. Bron: Subaru.

Kijk nou, een video van een totale zonsverduistering van 119 jaar geleden!

Credit: Bryony Dixon/BFI.

Op 28 mei 1900 vond er een totale zonsverduistering plaats, die zichtbaar was van Mexico, het zuidoosten van de Verenigde Staten tot aan Noord-Afrika. De Engelsman Nevil Maskelyne, die filmmaker, amateur-sterrenkundige én goochelaar was, was op dat moment in de Amerikaanse staat North-Carolina en daar heeft hij de verduistering weten te filmen, de eerste filmopname van een totale zonsverduistering die bewaard is gebleven. Hij beschouwde zo’n totale zonsverduistering ook als een soort van magische verdwijntruc – geef ‘m eens ongelijk – en wilde ‘m daarom op de gevoelige plaat vastleggen, om ‘m in Engeland aan bezoekers van z’n Egyptian Hall, een theater in de wijk Picaddily te laten zien. Voor die tijd was zo’n eclips filmen een unieke prestatie. Maskelyne moest daartoe speciale adapters bouwen om de camera en telescoop aan elkaar te kunnen verbinden. Hieronder een kaart van het zuidoosten van de VS, waarop te zien is hoe de totaliteitszone precies liep.

De film werd enkele jaren terug gevonden in de archieven van The Royal Astronomical Society. De film was in zeer slechte staat, maar restaurateurs van het BFI National Archive waren in staat om de film frame per frame te herstellen en in 4K resolutie om te zetten. Het resultaat ervan kunnen we hieronder zien. Het is de eerste totale zonsverduistering die op film is vastgelegd.

Maskelyne had twee jaar eerder ook al een totale zonsverduistering weten te fotograferen, de eclips die in 1898 in India te zien was. Maar die opnames werden jammer genoeg gestolen toen hij op de terugweg naar huis was. Bron: Space.com.

NASA’s Kilopower team ‘KRUSTY’ wint prestigieuze prijs

NASA Kilopower team KRUSTY  heeft deze maand de ‘Gears of Government Presisdents Award’ gewonnen. Het KRUSTY (Kilopower Reactor Using Stirling Technology) team, o.l.v. van hoofdingenieur Mark Gibson en Lee Mason, NASA’s belangrijkste technologen voor energie- en energieopslag, ontwikkelt de KRUSTY Kilopower kernsplijtingsreactor, een systeem om op korte termijn een langdurig verblijf op planetaire oppervlakken mogelijk te maken, vooreerst op de maan en Mars. Mark Gibson van het Glenn Research Center te Cleveland van waaruit het Kilopower programma geleid wordt, geeft uitleg in onderstaande video, een beschrijving van het systeem en hoe het een duurzaam verblijf op een andere planeet mogelijk maakt. Lees verder

LEGO komt met model van de Eagle, de Apollo 11 maanlander vanwege het komende jubileum

Credit: LEGO/NASA

LEGO heeft vandaag (30 mei) bekendgemaakt dat ze ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de landing van de Apollo 11 op de maan komen met een model van de Eagle, de beroemde maanlander waarmee Neil Armstrong en Edwin – Buzz – Aldrin op 20 en 21 juli 1969 op de maan waren. Het model bestaat uit 1087 stukjes en hij bestaat naast de maanlander uit twee astronauten en de maanvlag. Eerder kwam LEGO met een 1:100 versie van de Saturnus V raket, waarmee de Apollo’s de maan konden bereiken, een model die ik afgelopen kerstvakantie heb gebouwd.

Credit: LEGO/NASA

Over het interieur van de Eagle is goed nagedacht door LEGO, want modules daarvan, zoals de ‘Modularized Equipment Stowage Assembly’ (MESA) en de ‘Apollo Scientific Experiment Package’, inclusief de ‘Laser Ranging Retroreflector’ (LRR), zijn heel realistisch nagebootst (zie hieronder).

Op 1 juni start de verkoop in de VS, waar ‘ie voor $99.99 over de toonbank zal gaan. Geen idee wat de Eagle in Europa gaat kosten. ‘De LEGO Eagle has landed!‘ Lars, bedankt voor de tip! Oh ja, hier nog een video over de LEGO maanlander.

Bron: Brothers.Brick.

Mars, Mars en nog eens Mars – IV

Na eerdere versies van ‘Mars, Mars en nog eens Mars’ (deze, deze én deze) zijn we de trilogie gepasseerd en hebben we hier deel IV van een rijtje korte berichten over de Rode Planeet.

  • Ten eerste heeft de ESA laten weten dat op 15 juni aanstaande de ESA-Roscosmos ExoMars Trace Gas Orbiter (TGO) een andere baan om Mars zal gaan volgen. Dit ter voorbereiding van de komst van de nieuwe ExoMars rover, Rosalind Franklin, die ergens in 2021 op Mars moet gaan landen. We zijn nmog meer dan een jaar van de lancering van Rosalind Franklin verwijderd, maar nu al moet de TGO een baancorrectie daarvoor ondergaan. Als de Marsrover op Mars gaat landen is een zeer belangrijke rol voor de TGO weggelegd om de communicatie met de aarde te onderhouden.

    Credit: ESA.

    Je ziet een impressie van de de TGO hierboven. Meer over die (best wel ingewikkelde) landing in de bron van dit bericht: ESA.

  • Dan verder het bericht over moleculaire zuurstof (O2), waar wij op aarde genoeg van hebben en dat voor ons essentieel is om te kunnen leven. Buiten de aarde wordt O2 nauwelijks aangetroffen, behalve in de gasstaarten van kometen. Dat is onderzocht door twee onderzoekers van Caltech, Konstantinos Giapis en Yunxi Yao, en die zijn er in hun laboratorium achter gekomen hoe precies het chemische proces verloopt dat O2 in die staarten doet ontstaan. Kometen produceren kooldioxide en als dat onder invloed van de zonnewind tegen het oppervlak van de komeet botst dan kan O2 ontstaan, moleculair zuurstof. En dat brengt ons dan bij Mars, want hoog in de ijle atmosfeer van Mars blijkt ook sporadisch zuurstof voor te komen en dat zal dezelfde bron hebben als kometen: kooldioxide die daar botst met ultraviolette straling van de zon én met hoge snelheidsdeeltjes, zoals protonen. Giapis en Yao denken er aan om te kijken of dat ook hier op aarde mogelijk is: kooldioxide omzetten in zuurstof. Bron: Eurekalert.
  • De ESA kwam deze week met een uitgebreid verhaal met ‘tien dingen die je over Mars moet weten‘. Onder andere over de acht ruimtevaartuigen die momenteel onderzoek doen aan Mars, zes sondes die eromheen vliegen en een lander en rover, te zien in de afbeelding hieronder.

    Credit: ESA

  • Daarnaast kwam dezefde ESA deze week met onderstaande infografiek, waarin je de ‘Mars Express in numbers’ ziet. De Mars Express is één van die zes sondes die om Mars vliegen en hij draait nu al meer dan 15 jaar daaromheen. Op 25 oktober dit jaar zal ‘ie een mijlpaal bereiken, als de sonde voor de 20.000e keer een baan om Mars voltooit.

    Credit: ESA.

  • Tenslotte een bericht over nanohaloarchaeles. Eh… wat, nanohaloarchaeles? Yep, goed gelezen… nanohaloarchaeles. We hebben het over zeer kleine bacteriën van de Nanohaloarchaeles-stam. Onderzoekers hebben die ontdekt in de Dallol Hot Springs in het noorden van Ethiopië, in een gebied waar drie tektonische platen in de aardkorst uit elkaar bewegen. Hieronder zie je een foto van één van de heetwaterbronnen in dat gebied.

    Credit: Gomez et al/Europlanet

    De nanohaloarchaeles zijn 50 tot 500 nanometer in diameter, da’s zo’n twintig keer kleiner dan gemiddelde bacteriën, en ze blijken uiterst resistent te zijn tegen de omstandigheden in die heetwaterbron, die we met een temperatuur van 89 °C, een hoog zoutgehalte en een zuurgraad van slechts pH 0,25 (da’s zéér zuur) nou niet echt levensvriendelijk kunnen noemen. Maar de nanohaloarchaeles gedijen in die omgeving uitstekend. De Spaanse onderzoekers (o.l.v.  Felipe Gómez) denken dat zulke omstandigheden lang geleden ook voorkwamen in hydrothermische bronnen op Mars, onder andere in de Gustav krater, waar jaren terug de Marsrover Spirit werkzaam was. Bron: Europlanet.

OK, genoeg nou gepraat over Mars.

De ‘Verboden Planeet’, een planeet die ontdekt is in de ‘Neptuniaanse Woestijn’

Impressie van de Verboden Planeet bij z’n ster, NGTS-4b. Credit: University of Warwick

Hij wordt de ‘Verboden Planeet’ genoemd door z’n ontdekkers, een internationaal team van sterrenkundigen o.a. van de Universiteit van Warwick. Het is een exoplaneet ter grootte van Neptunus, op 920 lichtjaar afstand van de aarde, en z’n officiële naam is NGTS-4b. Dat ‘ie die bijnaam heeft komt door de plek waar ‘ie zich bevindt: zeer dichtbij z’n moederster, waar NGTS-4b in slechts 1,34 dag omheen draait. Door die kleine afstand is het zinderend heet op de planeet, pakweg 1000 graden aan het oppervlak. Dat ‘ie de Verboden Planeet wordt genoemd komt omdat hij zich bevindt in wat sterrenkundigen de ‘Neptuniaanse Woestijn’ noemen, de plek waar exoplaneten tussen 1 en 4 dagen om hun moederster heendraaien. Dáár zijn bij andere sterren wel rotsachtige planeten lijkend op de aarde gevonden én hele zware Jupiter-achtige planeten. Die kleine aarde-look-a-likes kunnen door hun dichtheid de hoge temperaturen van de ster weerstaan, de ‘Hete Jupiters’ zijn zwaar genoeg om met hun zwaartekracht hun atmosfeer vast te houden. Neptunus-achtige planeten zou je daar niet verwachten, want die zouden in korte tijd hun atmosfeer moeten zien wegkoken door de invloed van de moederster.

Warwick sterrenkundigen bij de Next-Generation Transit Survey (NGTS) in Chili’s Atacama woestijn. Credit: University of Warwick

Maar NGTS-4b, die zo’n twintig aardmassa’s zwaar is en 20% kleiner dan Neptunus (=3 keer de straal van de aarde), trotseert dat gewoon, die bevindt zich midden in de Neptuniaanse Woestijn. De planeet werd ontdekt met de Next-Generation Transit Survey (NGTS), gelegen vlakbij European Southern Observatory’s Paranal Observatorium in de Atacama woestijn in Chili. Met die telescoop kon men een transitie van de planeet voor de ster langs waarnemen, waarbij het licht van de ster slechts 0,2% afnam in sterkte, een record voor een vanaf de aarde waargenomen transitie. Men denkt dat de verklaring voor de aanwezigheid van de planeet op díe plek, waar je ‘, niet zou verwachten, is dat NGTS-4b oorspronkelijk verder weg stond, maar dat ‘ie naar dichterbij z’n ster is gemigreerd. Wat ook zou kunnen is dat NGTS-4b veel zwaarder was, maar dat een deel van z’n massa door het verdampen van z’n atmosfeer is verdwenen en dat ‘ie snel massa aan het verliezen is. Hier het vakartikel over de Verboden Planeet, verschenen in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Bron: Universiteit van Warwick.

18 exoplaneten ontdekt ter grootte van de Aarde met nieuw algoritme uit oude Kepler data

Een team Duitse astronomen van het Max Planck Instituut heeft recentelijk 18 nieuwe exoplaneten ontdekt. Dit deden ze aan de hand van oude data verzameld door de Kepler telescoop. Deze 18 exoplaneten komen boven op de ruim 4058 eerdere ontdekte exoplaneten maar het bijzondere aan dit achttiental is dat ze allemaal ruwweg de afmeting van de aarde hebben. Dit in tegenstelling tot de duizenden anderen waarvan de omvang gemiddeld die van de ijsgigant Neptunus hebben. De ontdekking met gebruik van deze wat oudere data heeft men kunnen doen door toepassing van een nieuw en gevoeliger algoritme. Wetenschappers zijn er opgetogen over, daar deze qua afmeting aardachtige planeten een stuk lastiger te detecteren zijn dan hun veel grotere tegenhangers.

Lees verder

Onze vroegste voorouders gingen wellicht rechtop lopen door… supernovae

Voorstelling van een supernova. Credit; NASA/CXC/M.Weiss

Voorstelling van een supernova. Credit: © Martin Capek / Adobe Stock[/caption]

Twee onderzoekers van de Universiteiten van Kansas en Washburn – Adrian Melott resp. Brian Thomas – denken na bestudering van oeroude geologische gesteentelagen aanwijzingen te hebben gevonden dat onze vroegste voorouders mogelijk rechtop gingen lopen als gevolg van nabije supernovae. Die bestookten de aarde vanaf acht miljoen jaar geleden met een kosmische regen van hoogenergetische deeltjes, een regen die 2,6 miljoen jaar geleden een piek bereikte. Onze voorouders zaten toen nog als aapachtigen in de tropische bossen rond de evenaar, maar dat veranderde als gevolg van de gebeurtenissen die volgden op die kosmische regen. Want daardoor kwam er in het onderste deel van de atmosfeer door ionisatie een lawine aan elektronen, die op hun beurt zorgden voor een enorme toename van onweer en bliksem. Dat zorgde op haar beurt weer voor een wereldwijde toename van bosbranden, die de aapachtige hominiden in de bossen noodzaakten om de meer open savannes op te zoeken. Daar zijn de bomen veel schaarser en moesten de hominiden grotere afstanden snel af kunnen leggen. Om gevaarlijke dieren tijdig te kunnen zien was het ook handig als de hominiden rechtop stonden en over het hoge gras konden kijken. Daar op de savannes in noordwest Afrika groeide de hominide uit tot ‘homo habilis‘. Melott en Thomas baseren zich voor hun theorie op de vondst van afzettingen van ijzer-60 in gesteentelagen die dateren van het Plioceen tijdperk tot de late ijstijden. Dat isotoop van ijzer zou afkomstig zijn van supernovae, die plaatsvonden tussen 163 en 326 lichtjaar van ons vandaan. Ook vonden ze veel koolstofafzettingen, wijzend op grote branden die toen moeten hebben plaatsgevonden. Hier het vakartikel over het onderzoek. Bron: Universiteit van Kansas.

Honderd jaar gelden werd Einstein’s Algemene Relativiteitstheorie bewezen met een totale zonsverduistering

De door Eddington waargenomen eclips van 29 mei 1919. Credit: ESO/Landessternwarte Heidelberg-Königstuhl/F. W. Dyson, A. S. Eddington, & C. Davidson

Vandaag exact honderd jaar geleden werd Albert Einstein’s Algemene Relativiteitstheorie (november 1915) voor het eerst bewezen en wel door waarneming aan een totale zonsverduistering, die op 29 mei 1919 plaatsvond, amper zes maanden na het einde van de Eerste Wereldoorlog, en die in Zuid-Amerika en West-Afrika zichtbaar was. De Britse astronoom Arthur Eddington gebruikte deze eclips (een ander woord voor verduistering) om de afbuiging van licht door zwaartekrachtsvelden, in 1915 door Einstein op grond van z’n ART voorspeld, te staven. Bij een eclips worden in de buurt van de Zon tijdens de totaliteit sterren zichtbaar. Het licht van die sterren zou door de zwaartekracht van de Zon een klein beetje moeten worden afgebogen, aldus Einstein.

Een negatief van de eclipsfoto, met tussen de streepjes de sterren waarvan Eddington de positie kon meten. Credit: ESO/Landessternwarte Heidelberg-Königstuhl/F. W. Dyson, A. S. Eddington, & C. Davidson

Foto’s van de sterren in de buurt van de zon zouden die afbuiging moeten laten zien, vergeleken met vergelijkingsfoto’s van dezelfde sterren zonder de Zon in de buurt. Met twee teams, eentje in Sobral (Brazilië) en eentje op het eiland Principe in de Atlantische Oceaan namen Eddington en z’n collega Frank Dyson de eclips waar. Eddington zelf zat op Principe, Dyson in Sobral. De totaliteitsfase van de eclips duurde meer dan vijf minuten, ideaal voor het doen van de waarnemingen, die zeer nauwkeurig moesten zijn.

Arthur Eddington (l.) en  Frank Dyson (right). (Public Domain)

De uitkomst van de waarnemingen is inmiddels bekend: de waarnemingen lieten inderdaad een afbuiging van de sterren in de buurt zien, met de hoeveelheid die overeenkwam met wat Einstein had voorspeld. Newton’s zwaartekrachtswet voorspelde een afbuiging van 0,87″, de ART ongeveer het dubbele, 1,75″. Wat ze in Principe maten aan verbuiging was 1,65″, in overeenstemming met de ART. De meting in Sobral gaf 1,98″ aan, maar omdat de onnauwkeurigheid van die meting met 30% te groot was werd die niet meegeteld. Met deze bevestiging van de ART werd Einstein voor het eerst bekend bij het grote publiek. Zo kwam de New York Times op 10 november 1919, een half jaar na de eclips, met dit bericht:

Hier het vakartikel over de waarnemingen van Eddington en Dyson, verschenen in 1920 in the Philosophical Transactions of the Royal Society. Bron: Wiki.