Ultradiffuse sterrenstelsel NGC1052-DF2 bevat toch donkere materie

Het ultradiffuse sterrenstelsel NGC1052-DF2, waargenomen met de Gemini telescoop op Hawaï. Credit: I. Trujillo et al

Weten jullie nog het verhaal van dat ultradiffuse, lichtzwakke sterrenstelsel genaamd NGC1052-DF2 (alias [KKS2000]04), gelegen in het sterrenbeeld Walvis (Cetus), waarvan sterrenkundigen het vermoeden hadden dat zich daar vreemd genoeg helemaal geen donkere materie bevindt? En waar andere sterrenkundigen het vervolgens niet mee eens waren. Lees deze, deze én deze Astroblogs om uit te vinden hoe het daar precies mee zat. Welnu, nieuw onderzoek aan NGC1052-DF2 heeft nu aan het licht gebracht dat er wel degelijk donkere materie in NGC1052-DF2 zit. Een team van Spaanse sterrenkundigen van het Instituto de Astrofísica de Canarias (IAC) heeft namelijk de afstand tot NGC1052-DF2 heel nauwkeurig bepaald en die blijkt een stuk dichterbij te zijn dan men in 2018 dacht, toen men het gebrek aan donkere materie constateerde. In dat jaar bepaalde het team van Pieter van Dokkum de afstand tot NGC1052-DF2 op 64 miljoen lichtjaar (20 Mpc). Maar Ignacio Trujillo et al hebben de afstand met maar liefst vijf methodes gemeten en daar komt een heel andere afstand uit, te weten 42 miljoen lichtjaar (13 Mpc) – zie de afbeelding hieronder (waarin vD+18a de schatting van Van Dokkum uit 2018 is).

Op grond van die kortere afstand blijken de eigenschappen van het ultradiffuse stelsel opeens heel normaal te zijn, zoals de snelheidsdispersie van de bolhopen in de omgeving van het stelsel – voor Van Dokkum et al was dat dé reden om te veronderstellen dat er géén donkere materie in NGC1052-DF2 zit. Trujillo z’n team heeft de massa van NGC1052-DF2 bepaald en die blijkt ongeveer de helft te zijn van wat Van Dokkum schatte en dat slechts een kwart gevormd wordt door gewone materie. De rest moet wel donkere materie zijn. OK, leuk voor NGC 1052-DF2, maar dan zijn we er nog niet helemaal. Want in de buurt van NGC 1052-DF2 ligt een ander ultradiffuus sterrenstelsels, waarvan ze óók dachten dat daar geen donkere materie voorkomt, NGC 1052-DF4 geheten. Lijkt mij verstandig als ze de afstand daarvan ook even gaan meten. Hier het vakartikel van de Spanjaarden over de afstandsbepaling tot NGC 1052-DF2, verschenen in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, Volume 486, Issue 1, June 2019. Bron: IAC.

De Internationale Astronomische Unie maakt zich ook zorgen over de ‘satelliet constellaties’

Een foto van het sterrenbeeld NGC 5353/4 (op de achtergrond), gemaakt met de telescoop van het Lowell Observatory in Arizona op 25 mei 2019. De diagonale lijnen zijn allemaal sporren van de Starlink satellieten. Credit:Victoria Girgis (Lowell Observatory).

De lancering op 23 mei j.l. van zestig satellietjes door SpaceX in het kader van z’n Starlink programma, die allen terecht kwamen in een ‘low Earth orbit’ (LEO) rondom de aarde, heeft niet alleen tot zorgen bij (amateur-)astrofotografen geleid, maar nu zijn ook bij de Internationale Astronomische Unie (IAU) de alarmbellen gaan rinkelen. In een verklaring heeft deze IAU deze week laten weten dat ze zich ernstige zorgen maken over de lichtvervuiling die ‘satelliet constellaties’, waarvan Starlink er slechts eentje is, veroorzaken. Meerdere commerciële ruimtevaartorganisaties hebben plannen om complete vloten van satellieten de ruimte in te brengen, zoals OneWeb, Globalstar, Amazon’s Project Kuiper en Facebook Athena. Een voorbeeld van de lichtvervuiling die het ‘satelliet treintje’ van Starlink (inmiddels meer een rangeerterrein vol met rijdende treinen) heeft veroorzaakt zie je in de foto hierboven.

Hieronder integraal de verklaring van de IAU.

Over the past decades, considerable effort has gone into designing, building, and deploying satellites for many important purposes. Recently networks, known as satellite constellations, have been deployed and are planned in ever greater numbers in mainly low-Earth orbits for a variety of purposes, including providing communication services to underserved or remote areas. Until this year, the number of such satellites was below 200, but that number is now increasing rapidly, with plans to deploy potentially tens of thousands of them. In that event, satellite constellations will soon outnumber all previously launched satellites.

The International Astronomical Union (IAU) is concerned about these satellite constellations. The organisation, in general, embraces the principle of a dark and radio-quiet sky as not only essential to advancing our understanding of the Universe of which we are a part, but also as a resource for all humanity and for the protection of nocturnal wildlife. We do not yet understand the impact of thousands of these visible satellites scattered across the night sky and despite their good intentions, these satellite constellations may threaten both.

The scientific concerns are twofold. Firstly, the surfaces of these satellites are often made of highly reflective metal, and reflections from the Sun in the hours after sunset and before sunrise make them appear as slow-moving dots in the night sky. Although most of these reflections may be so faint that they are hard to pick out with the naked eye, they can be detrimental to the sensitive capabilities of large ground-based astronomical telescopes, including the extreme wide-angle survey telescopes currently under construction. Secondly, despite notable efforts to avoid interfering with radio astronomy frequencies, aggregate radio signals emitted from the satellite constellations can still threaten astronomical observations at radio wavelengths. Recent advances in radio astronomy, such as producing the first image of a black hole or understanding more about the formation of planetary systems, were only possible through concerted efforts in safeguarding the radio sky from interference.

The IAU is a science and technology organisation, stimulating and safeguarding advances in those areas. Although significant effort has been put into mitigating the problems with the different satellite constellations, we strongly recommend that all stakeholders in this new and largely unregulated frontier of space utilisation work collaboratively to their mutual advantage. Satellite constellations can pose a significant or debilitating threat to important existing and future astronomical infrastructures, and we urge their designers and deployers as well as policy-makers to work with the astronomical community in a concerted effort to analyse and understand the impact of satellite constellations. We also urge appropriate agencies to devise a regulatory framework to mitigate or eliminate the detrimental impacts on scientific exploration as soon as practical.

The IAU’s Commission B7 Protection of Existing and Potential Observatory Sites welcomes the opportunity to work proactively with everyone involved in these efforts.

Naast de IAU hebben ook andere organisaties hun zorgen geuit over de negatieve gevolgen van de satelliet constellaties zoals Starlink:

Bron: IAU