Maandelijks archief: juli 2019
AstroTweets van de Week
Op 25 juni werd een Falcon 9 van SpaceX gelanceerd voor de SPS2-missie. Hieronder een tweet met beelden van de terugkeer van één van de ‘fairings’, dat is de kap waaronder de satellieten hebben gezeten, dat grote beschermende omhulsel bovenaan de raket. En aan het eind van de afdaling werd de kap opgevangen door een groot net op een boot van SpaceX, die ergens op de oceaan dreef. Prachtig om te zien.
Impressive ???? re-entry video from @SpaceX #FalconHeavy 'Fairing Cam'! https://t.co/UADotBDRfL
— Steve Spaleta (@stevespaleta) 5 juli 2019
Het is al weer twee dagen geleden, maar op 5 juli werd Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft 73 jaar. Eén was ’t een jubileum van het winnen van die prijs. Alsnog gefeliciteerd!
Vandaag wordt de bekende natuurkundige Gerard ’t Hooft 73 jaar én dit jaar is het 20 jaar geleden dat 't Hooft en Martinus Veltman de Nobelprijs wonnen. 't Hooft is zonder twijfel een goede theoretisch natuurkundige – maar hoe word je dat eigenlijk? https://t.co/O4Bt82YMHG pic.twitter.com/BtdmvbyrVR
— Quantum Universe (@QU_UvA) 5 juli 2019
Weliswaar geen ruimtevaart of sterrenkunde, maar toch echt om te bekijken. Op deze animatie zie je de trillingen van de aardbeving die deze week in Californië gebeurde zich voortbewegen door de VS heen (gemeten met seismografen).
Watch the waves from the M6.4 southern California #earthquake roll across the USArray seismic network (https://t.co/RIcNz4bgWq)! #socalearthquake THREAD pic.twitter.com/RUcTkh4cHF
— IRIS Earthquake Sci (@IRIS_EPO) 5 juli 2019
Nog een fraai plaatje van de totale eclips van afgelopen dinsdag.
Here's a wider view of the #SolarEclipse2019 during totality in the Chilean mountains near La Serena @StormHour @B_Ubiquitous @TamithaSkov @esa_es @ESO @esa @BBCEarth @severeweatherEU @StormchaserUKEU @weathernetwork @alynwallace @AstroGuigeek pic.twitter.com/kWTes0xwq7
— Adrien Mauduit (@NightLights_AM) 3 juli 2019
En hierop zie je de schaduw van die eclips over de aarde heengaan, vastgelegd door de Amerikaanse GOES-weersatelliet.
So cool! The shadow of the Moon was captured on @NOAASatellites GOES-16 images as it raced across the southern Pacific toward Chile, seen here using data compiled by @CollegeDuPage's weather site https://t.co/162zb8xQBC (ht @weatherdak) #wx #EclipseSolar2019 pic.twitter.com/BuctR8oOke
— Jason Major (@JPMajor) 2 juli 2019
Drie smaken van eclips, drie mogelijkheden. #3 zal denk ik nooit gebeuren – hoop ik. 😀
There's this pic.twitter.com/dHzsQRI8Ay
— Wendela Waller (@WendelaWaller) 2 juli 2019
Laatste tweet van de week: afgelopen maandag was het precies 25 jaar geleden dat fragmenten van de komeet Levy-Shoeman insloegen op Jupiter.
Twenty-five years ago, humanity watched enormous pieces of comet Shoemaker-Levy 9 crash into Jupiter. For World Asteroid Day we look at how this event taught us the importance of looking out for potential impacts.https://t.co/NdC9GRO9cn pic.twitter.com/NDRW16XSzW
— NASA Goddard (@NASAGoddard) 30 juni 2019
Draaisnelheid van superzware zwarte gaten door Chandra gemeten
Vier van de vijf waargenomen quasars. Dankzij het zwaartekrachtlenseffect bestaan de quasars uit meerdere beelden. Credits: NASA/CXC/Univ. of Oklahoma/X. Dai et al.
Sterrenkundigen zijn erin geslaagd om met de Amerikaanse röntgen-ruimtetelescoop Chandra de spin, een maat voor de draaisnelheid, van vijf ver verwijderde superzware zwarte gaten te meten. Dat deden ze door de zwarte gaten, die zich in de kernen van quasars bevinden, met twee ‘lenstechnieken’ te bekijken. De ene techniek is die van de zwaartekrachtlens, waarbij het licht van de quasar versterkt wordt door een sterrenstelsel dat zich precies tussen de quasar en de aarde in bevindt. De andere techniek is verwant eraan, namelijk microlensing, waarbij niet het licht van de gehele quasar door dat tussenliggende ‘lensstelsel’ wordt versterkt, maar slechts één individuele ster uit de quasar (dat feitelijk ook een sterrenstelsel is, eentje met een zeer actief zwart gat). Dankzij die microlenzen konden de sterrenkundigen röntgenstraling afkomstig van zeer dicht bij de waarnemingshorizon van de zwarte gaten waarnemen. Sterrenkundigen weten dat er een verband is tussen de kleinste afstand die de verhitte materie tot het zwarte gat heeft en de snelheid waarmee het om het zwarte gat draait – hoe kleiner die afstand des te groter de draaisnelheid. En zo kon men dankzij die twee lenstechnieken – beiden voortbordurend op de Algemene Relativiteitstheorie van Einstein – de draaisnelheid van de vijf superzware zwarte gaten bepalen.
In één geval, van het zwarte gat in de quasar Q2237 (gelegen in het sterrenbeeld Pegasus), dat er dankzij de zwaartekrachtslens als een zogeheten Einstein Kruis uitziet (zie afbeelding links bovenaan), blijkt de draaisnelheid bijna gelijk aan de lichtsnelheid te zijn. Bij de vier andere quasars is dat gemiddeld ongeveer de helft hiervan. Bij Q2237 bleek de röntgenstraling afkomstig te zijn uit de accretieschijf die op een afstand staat van 2,5 keer de straal van de waarnemingshorizon. Bij de andere vier quasars was de afstand zo’n 4 á 5 keer die straal. De vijf waargenomen quasars liggen op afstanden van de aarde tussen 9,8 en 10,9 miljard lichtjaar en de massa van de superzware zwarte gaten in de centra van die quasars ligt tussen 160 en 500 miljoen keer de massa van de zon. Hier het vakartikel over de waarnemingen, verschenen in The Astrophysical Journal.
Bron: Chandra.
In de diepzee bij Toulon groeit neutrinotelescoop KM3NeT gestaag
Twee afwikkelframes met opgerolde honderden meters lange KM3NeT-detectorlijnen liggen klaar voor plaatsing in de diepzee bij Toulon. Credits: Nikhef.
Franse technici hebben vorig weekend met een drijvende kraan op zee twee nieuwe lijnen met sensoren geplaatst op 2400 meter diepte in de Middellandse Zee bij Toulon. De sensoren maken deel uit van de KM3NeT neutrinodetector die daar in aanbouw is. Een deel van de detectoren wordt gebouwd door Nikhef, dat ook nauw betrokken is bij het onderzoek naar spookdeeltjes uit de kosmos. Het vermoeden is die bijvoorbeeld bij sterexplosies in het universum loskomen of andere processen waarbij ook zwaartekrachtsgolven ontstaan.
In totaal worden sinds zondag de meetgegevens doorgestuurd uit in totaal vier strengen van 200 meter lengte met 18 bollen met lichtsensoren (DOM’s) die vanaf een anker op de zeebodem omhoog reiken. Als binnenkomend neutrino laat een lichtspoor in het donkere zeewater achter dat aan de hand van de signalen uit de strengen kan worden gereconstrueerd. KM3NeT is daarmee een telescoop voor kosmische deeltjes, die uiteindelijk zo’n 350 strengen gaat omvatten (een watervolume van een kubieke kilometer) in de diepzee bij Frankrijk en Italië.
Zaterdag en zondag werden met succes lijnen nummer 4 en 5 geplaatst op een kalme zee. Bij de operatie werd ook een bestaande lijn (nummer 1) weer uit zee opgehaald voor reparaties. De vier detectorlijnen (DU’s) zijn meteen aangesloten op het meetnetwerk. Bij een volgende operatie zal de gerepareerde eenheid DU1 worden teruggeplaatst, tegelijk met DU6 die nog wordt voorbereid voor het plaatsen.
Nikhef bouwt in Amsterdam mee aan de DOM-eenheden, waarin steeds 31 lichtdetectoren zijn samengebracht. Daar is ook het afwikkelframe ontworpen waarmee elke streng met alle kabels en bollen opgerold wordt afgezonken en die daarna vanaf het anker omhoog afrolt tot de gestrekte stand.
Wanneer de volgende eenheden van KM3NeT worden geplaatst, staat nog niet vast. Voor iedere plaatsing in de drukke en strategisch belangrijke wateren bij Toulon is opnieuw toestemming van de Franse autoriteiten nodig en een kalme zee. Bron: Nikhef.
De totale zonsverduistering vastgelegd door… de Chinese maansatelliet DSLWP-B
De totale zonsverduistering die afgelopen dinsdag 2 juli te bewonderen was in o.a. Chili en Argentinië (de dag dat ook AA-2 plaatsvond) is ook door een instrument ver weg vastgelegd en wel door de Chinese maansatelliet DSLWP-B, de satelliet waarmee eerder ook al fantastische plaatjes zijn vastgelegd. En die foto is vervolgens een dag later weer gedownload door de mensen van Camras met de Dwingeloo radiotelescoop in Drenthe. Hierboven zie je die foto, waarop we op de voorgrond de maan zien, op de achtergrond de aarde (een echte ‘earthrise’) en op de aarde een donkere vlek. Die vlek is de schaduw die de maan op de aarde had, veroorzaakt doordat ‘ie tijdens z’n Nieuwe Maanfase exact tussen de zon en de aarde bevond. Is ’t geen schitterende foto? Hieronder nog een tweet met een foto op een latere tijdstip genomen, óók schitterend.
This is a picture of the shadow of the Moon cast onto Earth captured from lunar orbit—one of the first such views ever—on July 2, 2019 by the DSLWP-B satellite and received by the Dwingeloo Telescope in The Netherlands. (Cropped and color-adjusted) ht @AJ_FI @radiotelescoop pic.twitter.com/s8Gtmsa5Qh
— Jason Major (@JPMajor) 4 juli 2019
Bron: Camras.
Sterrenkundigen hebben weer een look-a-like van Tabby’s Ster ontdekt, HD 139139
Vorig jaar hadden we al een ster wiens lichtdips lijken op die van de beroemde Tabby’s Ster (a.k.a. Boyajian’s Star / KIC 8462852), dat was VVV-WIT-07, en nu is daar opnieuw zo’n look-a-like van Tabby’s Ster: HD 139139. Deze ster van spectraalklasse G (net als de zon), die ook wel bekend is als EPIC 249706694, staat op 350 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Slang en waarnemingen met de (inmiddels uitgeschakelde) Kepler ruimtetelescoop, gedaan tijdens z’n K2 missie, laten zien dat de ster, die feitelijk deel uitmaakt van een dubbelstersysteem, onverklaarbare dips in z’n lichtsterkte heeft. Andrew Vanderburg (University of Texas in Austin, VS) en z’n team doken in de gegevens van Kepler en daaruit kwam naar voren dat gedurende een waarneemperiode van 87 dagen in de lichtcurve van HD 139139 maar liefst 28 dips voorkwamen, die tussen de 45 minuten en 7,5 uren duurden en die op onregelmatige tijden voorkwamen (zie de afbeelding hieronder).
In eerste instantie werd gedacht aan instrumentele fouten, maar nadere analyse laat zien dat de dips echt zijn. Het zou kunnen dat er ergens tussen de 14 en 28 exoplaneten rondom HD 139139 draaien, en al de lichtdips zouden dan veroorzaakt zouden worden door exoplaneten die net iets groter dan de aarde zijn, maar dat lijkt erg onwaarschijnlijk. Het zou ook kunnen dat HD 139139 omgeven is door een gordel van uiteengevallen planetoïden, maar die zouden dan toevallig allemaal puinwolken van dezelfde grootte en dichtheid moeten uitstoten en ook dat lijkt niet waatschijnlijk. Laatste verklaring is dat enorme zonnevlekken op de ster zelf de oorzaak zijn, maar ook dat lijkt niet waarschijlijk, want zulke vlekken verschijnen en verdwijnen niet op tijdschalen van enkele uren. Kortom, wat blijft er over als verklaring? Een Dyson sfeer van een Kardashev type II wellicht?
Hier het vakartikel over de waarnemingen aan HD 139139. Bron: Scientific American.
Iedereen alvast een fijn aphelium toegewenst!
Vannacht om precies 24 uur, van donderdag op vrijdag 4 > 5 juli, is het aphelium. Da’s het moment in de baan van de aarde dat ‘ie het verste van de zon staat, ja je verwacht ’t niet in de zomer. De afstand tussen de middelpunten van zon en aarde bedraagt op dat moment 1,016754 Astronomische Eenheid, oftewel 152.104.000 km. Stukkie verder dan het perihelium, dat op 3 januari j.l. plaatsvond, toen de afstand 0,983301 AE bedroeg, da’s 147.100.000 km – 3% dichterbij dan vandaag. De Zon lijkt nu, vanaf de Aarde gezien, kleiner dan gemiddeld, en hiermee ontvangt de Aarde door de grotere afstand bijna 3,5% minder licht en warmte van de Zon. Hierdoor zijn de zomers op het noordelijk halfrond meetbaar koeler dan die op het zuidelijk halfrond, maar ook ruim een week langer! Oorzaak van dit alles: de ietwat elliptische baan van de aarde, die een lange as en een korte as kent.
Je zou wellicht zeggen dat het vreemd is dat de aarde nu 5 miljoen km verder van de zon staat dan ’s winters en dat je zou verwachten dat het NU winter zou moeten zijn. Maar het temperatuursverschil dat door die 5 miljoen km afstandsverschil wordt veroorzaakt zinkt in het niet bij de invloed op de temperatuur die de schuine stand van de aardas heeft. Die as, welke een hoek van 23,44° maakt met het baanvlak van de Aarde om de Zon, bepaalt de seizoenen op Aarde en omdat nu die as ‘naar de Zon toewijst’ is het warmer dan een half jaartje terug. Bij ons tenminste, onder de evenaar is ’t precies andersom. Kortom, fijne apheliumdag allemaal! Bron: Sterrengids 2019 + hemel.waarnemen.
Asteroïde 2006 QV89 heeft op 27 september a.s. zijn ‘Next Earth close approach’
Op 27 september a.s. zal een asteroïde ter grootte van een voetbalveld op een afstand van zo een 7 miljoen km de aarde passeren. Volgens ESA heeft de 2006 QV89 een kans van 1 op 7300 om de aarde te raken. Deze asteroïde is met zijn diameter van 40 meter (afm. 48 bij 109 m) ruim twee keer zo groot als de Tsjeljabinsk meteoriet die in 2013 boven de Russische Oeral explodeerde. De Tsjeljabinsk meteoriet kwam vanuit de zons schaduw en was niet opgemerkt door astronomen totdat het onze atmosfeer binnentrad. Huidige modellen van de baan van asteroïde 2006 QV89, welke ontdekt werd door de Catalina Sky Survey, tonen dat de asteroïde zijn ‘Next Earth close approach’ heeft op 27 september a.s. en de aarde gaat passeren op een afstand van zo een 7 miljoen km. Lees verder
Bracht eerst Apollo mensen naar de Maan, nu is dat… Artemis
De NASA wil in 2024 al mensen op de maan zetten, zo hoorden we begin april. En zoals het Apollo programma tussen 1969 en 1972 twaalf astronauten op de maan bracht, zo is daar door de NASA een nieuw programma opgezet met een nieuwe naam: het Artemis programma. Voor de naam grijpt de NASA wederom naar de griekse mythologie: Artemis was de dochter van Zeus en tweelingzus van Apollo, zij was de godin van de maan. Het Artemis programma is ambitieus: de planning behelst voor de periode mei 2019 tot en met 2028 maar liefst 37 lanceringen waaronder zes bemande vluchten waarvan er vijf tot een bemande maanlanding moeten leiden. Het Artemisprogramma wordt ook gezien als voorbereiding op bemande ruimtevaart naar Mars. Die lanceringen bevatten onder andere Exploration Mission 1 (EM-1) en Exploration Mission 2 (EM-2), die nu omgedoopt zijn naar Artemis 1 en Artemis 2, de eerste nog onbemand, de tweede bemand. Met Artemis 3 wil men in 2024 mensen op de maan brengen, ergens op de zuidpool van de maan (waar water in de vorm van ijs is), waaronder de eerste vrouw. Ook wil men vanaf 2028 een permanente basis op de maan hebben. De regering Trump kondigde in mei 2019 aan 1,6 miljard dollar extra vrij te maken voor het programma – het totale jaarbudget van de NASA bedraagt zo’n 21,5 miljard dollar exclusief dat extraatje, waarvan in de begroting voor 2019 zowat 4,5 miljard is gereserveerd voor de SLS-raket, de ruimtecapsule Orion en het geplande ruimtestation rond de maan.
Het is de bedoeling dat astronauten in een Orion capsule (waar vier astronauten in kunnen) door een Space Launch System (SLS)-raket worden gelanceerd, waarvan gisteren met succes de ontsnappingsraket is getest. De Orion zal vervolgens aankoppelen bij een verkleinde versie van de eerder voorgestelde Lunar Gateway die in een later stadium wordt uitgebouwd tot een groter systeem. De Lunar Gateway zal als ruimtehabitat in een baan om de maan zweven en communicatie met de mensen en systemen op de maan onderhouden en doorsturen. Ook de maanlander zal daarbij zijn aangekoppeld. Er is nog geen ontwerp voor een maanlander gekozen en dat geldt voor de Lunar Gateway.
NASA heeft inmiddels 45,5 miljoen dollar aan subsidies aan elf ruimtevaartbedrijven verstrekt voor het onderzoeken van mogelijkheden voor de bouw van een habitat en/of een maanlander of onderdelen daarvan. NASA heeft een maanlanderconcept dat uit drie trappen moet bestaan voor ogen. De drie delen zijn een landingstrap, een opstijgtrap om mee terug te keren naar de Lunar Gateway en een bemanningscapsule. Meer informatie over het Artemis programma vind je in deze PDF. Hieronder nog een video van Fraser Cain (Universe Today) over Artemis.
Voor het eerst atmosfeer uitgebreid bestudeerd van een middelgrote exoplaneet
Dwarsdoorsnede van de exoplaneet GJ 3470 b en daaronder een impressie van het stelsel van GJ 3470. Credits: NASA, ESA, and L. Hustak (STScI).
Met de Hubble en Spitzer ruimtetelescopen is voor het eerst uitgebreid de atmosfeer bestudeerd van een middelgrote exoplaneet. Het gaat om Gliese 3470 b (ook wel GJ 3470 b genoemd), een planeet in het sterrenbeeld Kreeft, die qua grootte tussen de Aarde en Neptunus zit. Hij heeft 12,6 keer de massa van de aarde (Neptunus telt 17 aardmassa’s op de weegschaal) en hij staat dichtbij z’n moederster GJ 3470, een rode dwergster, half zo zwaar als de zon. Men schat in dat 80% van de planeten in de Melkweg in hetzelfde massabereik valt als GJ 3470 b, dus studie van deze planeet is erg belangrijk.
Vanaf de aarde gezien schuift GJ 3470 b periodiek voor de ster langs en door op dat moment met Hubble en Spitzer naar het gecombineerde licht van ster en planeet te kijken (en daar dan het licht van de ster vanaf te trekken) kunnen de sterrenkundigen de samenstelling van de atmosfeer van de planeet herleiden. Die atmosfeer van GJ 3470 b blijkt geen dik omhulsel te zijn, maar een dunne laag en het ontbreekt aan zware elementen, zoals zuurstof en koolstof, die wel in de atmosfeer van Neptunus voorkomen. De atmosfeer van GJ 3470 b blijkt vooral te bestaan uit de lichtste elementen die er zijn, waterstof en helium. Dat zijn ook de elementen waaruit de zon én de ster GJ 3470 bestaan. Van grote gasreuzen á la Jupiter vermoedt men dat die in de regel verder weg van sterren ontstaan en dat ze dan naar dichterbij de ster ‘migreren’, hetgeen ‘hete Jupiters’ oplevert. GJ 3470 b is waarschijnlijk ontstaan waar ‘ie zich nu ook bevindt en vermoedelijk was het eerst een kleinere rotsachtige planeet. Maar vanuit de protoplanetaire stof- en gasschijf rondom GJ 3470 heeft ‘ie vermoedelijk waterstof en helium aangetrokken en is z’n atmosfeer daarmee gevuld. Op een gegeven moment moet die schijf opgelost zijn en stokte de verdere groei van GJ 3470 b en bleef ‘ie een ‘sub-Neptunus’. Bron: NASA.
