Impressie van de Longjiang-1 en 2. Credits: Harbin Institute of Technology
Op 31 juli is de kleine Chinese satelliet Longjiang-2 (ook wel bekend als DSLWP-B) rond 16.20 uur Nederlandse tijd aan de achterzijde van de maan neergestort. Geen verrassing, want deze inslag van de satelliet was de bedoeling. Om mogelijke botsingen van de 50 cm grote en 47 kilogram wegende Longjiang-2 in de toekomst met andere maansatellieten te voorkomen werd deze inslag gepland en werden afgelopen tijd de nodige baanmanoeuvres uitgevoerd. Hieronder een tweet van Cees Bassa, die met de Dwingeloo radiotelescoop de verrichtingen van de satelliet volgde.
With the mission ending, @radiotelescoop is receiving the final telemetry and images from DSLWP-B. I'll live-tweet the final moments of this adventurous lunar orbiter. We just received the first packet. Ingress behind the Moon will be at 14:08UTC, with the crash at 14:20UTC. pic.twitter.com/SJ2GFaS5F9
Samen met Longjiang-1 werd Longjiang-2 (toen nog DSLWP A1 resp. A2 geheten) op 20 mei 2018 gelanceerd als onderdeel van de Chang’e-4 relay satelliet Queqiao. Van de twee microsatellieten kwam alleen Longjiang-2 in een baan om de maan – van Longjiang-1 werd kort na het vrijkomen van de satelliet uit de Queqiao niets meer vernomen. Longjiang-2 kwam op 25 mei 2018 in een baan om de maan. Ook al was het een kleine satelliet, toch wist ‘ie veel werk te verrichten, zoals het maken van foto’s zoals deze, waarop op de aarde in de verte de schaduw van de maan te zien is (er was toen – 2 juli – een zonsverduistering in Zuid-Amerika gaande).
Credits: MingChuan Wei, Harbin Institute of Technology
Impressie van een superzwaar zwart gat in het centrum van een sterrenstelsel. Credit: NASA / JPL-Caltech.
Sterrenkundigen hebben de massa van het ‘ultrazware’ zwarte gat in het centrum van het reusachtige sterrenstelsel Holmberg 15A kunnen bepalen. Dat stelsel is het centrale sterrenstelsel van de cluster Abell 85 en met behulp van ESO’s Very Large Telescope (VLT) waren Kianusch Mehrgan (Max Planck Institute for Extraterrestrial Physics and University Observatory, Munchen) en haar collega’s in staat om de ‘stellaire kinematica’ rondom het zwarte gat te meten, dat wil zeggen dat ze de snelheden waarmee sterren en gaswolken daar bewegen konden meten. Om dat te kunnen doen hebben ze Holmberg 15A bestudeerd met Multi-Unit Spectroscopic Explorer (MUSE) verbonden aan de VLT en wel op 16 november 2017 en op 10 augustus 2018. Zo kwamen ze uit op een massa van dat zwarte gat van maar liefst … 40 miljard zonsmassa! Ter vergelijking: Sgr A*, het superzware zwarte gat in het centrum van ons eigen melkwegstelsel is ruim 4 miljoen zonsmassa zwaar en het zwarte gat M87* alias Powehi in het centrum van M87, waar de allereerste foto van een zwart gat van gemaakt is, telt 6,5 miljard zonsmassa op de weegschaal.
Het sterrenstelsel Holmberg 15A. credit: Juan P. Madrid & Carlos J. Donzelli, doi: 10.3847/0004-637X/819/1/50.
Die massa van dat zwarte gat verbaast de sterrenkundigen overigens wel. Holmberg 15A werd in 1937 ontdekt door de Zweedse sterrenkundige Erik Holmberg en het ligt op 700 miljoen lichtjaar afstand midden in de cluster Abell 85, waar zo’n 500 sterrenstelsels toe behoren. Op grond van de hoeveelheid sterren in de ‘bulge’ van het cluster, da’s het centrale deel ervan, zou je verwachten dat het zwarte gat in Holmberg 15A 4 tot 9 keer lichter zou zijn. Eerdere schattingen van de massa van het zwarte gat gaven overigens aan dat deze nog hoger was:
Lauer et al hadden 310 miljard zonsmassa als massa
Kormendy en Bender hadden 260 miljard zonsmassa in 2009.
Rusli et al kwamen uit op 170 miljard zonsmassa
En dan is natuurlijk de vervolgvraag: wat is nou precies het allerzwaarste zwarte gat in het heelal, dat ons bekend is? Haha over die vraag heb ik enkele maanden terug nog een blog geschreven. 😀 Over de bepaling van de massa van het zwarte gat in Holmberg 15A zal dit vakartikel verschijnen in The Astrophysical Journal. Bron: Wiki + Sci News.
Het DESHIMA-instrument is getest op de Japanse ASTE-telescoop in Pampa la Bola, 4860 meter hoog in het noorden van Chili. (credit: NAOJ).
Het DESHIMA-instrument van Nederlands-Japanse makelij heeft de eerste praktijktests doorstaan bij het meten van de afstanden en leeftijden van verre sterrenstelsels. De kern van het instrument is een chip ter grootte van twee euromunten die 49 tinten ver-infraroodlicht meet. De ontwikkelaars van de spectrometer publiceren de resultaten van hun eerste meetcampagne (first light) maandag in het vakblad Nature Astronomy.
Het meten van afstanden en leeftijden in het heelal is een probleem. De helderheid van een ster of een sterrenstelsel zegt namelijk weinig over de leeftijd. Sterrenkundigen omzeilen dat probleem door te kijken naar het dopplereffect van het licht van sterrenstelsels. Hoe roder het licht, hoe hoger de snelheid, hoe verder het sterrenstelsel. Het licht van de snelste, verste sterrenstelsels is op aarde te zien als ver-infraroodlicht.
49 kanalen
In oktober 2017 monteerden Nederlandse en Japanse onderzoekers onder leiding van Akira Endo (TU Delft) de speciale chip op de Japanse ASTE-telescoop in Noord-Chili. Op de door de TU Delft en SRON ontwikkelde supergeleidende chip bevinden zich één antenne, 49 filters en 49 detectoren. De antenne vangt straling van diverse golflengtes op. De filters rafelen de straling uiteen in 49 tinten infrarood. De 49 detectoren meten de sterkte van de straling. Als een detector een signaal opvangt, is dat te zien als een piek in een grafiek.
DESHIMA, een Japans-Nederlandse spectrometer-op-een-chip bevat 49 detectoren die evenzoveel tinten ver-infrarood meten. De chip is zo klein als een munt van euro en een munt van vijf Japanse yen. (c) SRON/Jochem Baselmans.
First light
De eerste tests met de telescoop, het zogeheten first light, waren veelbelovend. De astronomen hadden de telescoop-met-chip eerst op Mars, Saturnus en een aantal bekende sterren en sterrenstelsels gericht. Toen die zonder noemenswaardige problemen de verwachte helderheid waarnamen, konden de onderzoekers de telescoop richten op het bekende verre sterrenstelsel VV114 en zagen ze de voorspelde roodverschuivingen.
Ruimtetelescoop
De onderzoekers werken inmiddels aan een chip die het licht uiteenrafelt in een golflengtegebied van meer dan 300 tinten in plaats van de huidige 49. Daarmee kunnen ze de afstanden bepalen tot sterrenstelsels die tot nu toe verborgen zijn achter stofwolken. Daarnaast willen de onderzoekers meerdere chips koppelen zodat ze meerdere sterrenstelsels tegelijk kunnen bestuderen. De ontwikkeling moet leiden tot een imaging-spectrometer op handzaam formaat die gemakkelijk gebruikt kan worden op een telescoop op aarde en een must is voor ruimtetelescopen.
Hulp van juwelier
Overigens mislukte de eerste tests op de telescoop in Chili nog bijna door materiaalproblemen. Er was namelijk wat mis met het koelsysteem van de chip. De onderzoekers hadden wel reserve-onderdelen meegenomen voor het koelsysteem, maar ze waren de pinnetjes vergeten om de onderdelen uit te lijnen. Na een urenlange zoektocht in het stadje San Pedro de Atacama kwamen de onderzoekers bij juwelier Jose Pinto. Ze vonden in Pinto’s gereedschapskist een stuk koperdraad met precies de goede diameter. Daarmee konden ze de vergeten pinnetjes maken. En zo was het instrument gered en kon de test met de chip die 49 tinten infraroodlicht meet van start.
Impressie van een planetoïde in de ruimte. Credit: NASA / JPL / Caltech.
Naar aanleiding van m’n Astroblog over de planetoïde 2019 OK (geschatte diameter 57–130 m), die de aarde op 25 juni j.l. op een afstand van slechts 65.000 km passeerde heb ik even opgezocht welke ‘grote’ planetoïden (>50 meter diameter) de aarde hebben gepasseerd in de periode 2009-2019. De tabel hieronder laat die joekels zien met nadere informatie over datum, grootte en afstand.
Welke gevolgen zou de inslag van zo’n planetoïde op aarde hebben? Als 2019 OK inslaat heeft de inslag een energie van 50 megaton TNT, áls ‘ie de maximale doorsnede heeft (130m), net zoveel als vrijkwam bij de explosie van de grootste waterstofbom ooit, de Tsar Bomba. Zou 2019 OK kleiner zijn (ca. 60m) dan zou de inslag 10 megaton vrijkomen en zou hetzelfde gebeuren als bij de genoemde Toengoeska meteoor, die in 1908 hoog in de lucht explodeerde en er in Siberië zo’n 2000 km² aan bomen werd platgeslagen door de luchtdruk. Bron: Wikipedia.
De Russische sterrenkundige en SETI pionier Nikolai Kardashev (1932-2019) is op zaterdag 3 augustus overleden. Hij is vooral bekend om de naar hem genoemde schaal van Kardashev (op z’n Nederlands: Kardasjov), een indeling voor de technologische ontwikkeling van beschavingen. Hij kwam met die indeling al in 1964, een jaar nadat hij de quasar CTA-102[1]Die quasar wekte in 1965 wereldwijd beroering toen in de pers allerlei berichten verschenen over radiosignalen afkomstig van CTA-102, die volgens de berichten wellicht van intelligente wezens waren. bestudeerde op zoek naar signalen van intelligente buitenaardse beschavingen. In dat jaar organiseerde hij ook de eerste conferentie over ‘communication with extraterrestrial intelligence‘ (CETI) in het Byurakan Observatorium in Armenië. In Kardashev z’n indeling van intelligente beschavingen waren er drie categorieën, waarin beschavingen op basis van hun energieproductie ingedeeld worden – de mensheid op aarde zou in die schaal op dit moment op 0,72 zitten:
Type I: De beschaving is in staat mogelijke, op een planeet beschikbare energie te gebruiken. Dat is ongeveer 1016 W (voor de Aarde zelfs iets meer dan 1,74×1017 W).
Type II: De beschaving is in staat alle beschikbare energie die uitgaat van een enkele ster te gebruiken; dat is ongeveer 1026 W.
Type III: De beschaving is in staat de totaal beschikbare energie in een melkwegstelsel te gebruiken; dat is ongeveer 1036 W.
Die quasar wekte in 1965 wereldwijd beroering toen in de pers allerlei berichten verschenen over radiosignalen afkomstig van CTA-102, die volgens de berichten wellicht van intelligente wezens waren.
Planetoïde 2019 OK in beeld gebracht. Credits: S. Schmalz / ISON.
Op donderdag 25 juli vloog de planetoïde 2019 OK op een afstand van slechts 65.000 km langs de aarde, da’s 1/5e van de afstand tussen aarde en maan. Het was niet zo maar een stukje ruimterots, nee het was een rots ter grootte van een voetbalveld, zo’n 100 meter doorsnede. En hij werd pas enkele dagen voor de scheervlucht ontdekt en wel door het Southern Observatory for Near-Earth Asteroids Research (SONEAR) in Brazilië. Vervolgens kon men met het International Scientific Optical Network (ISON) de exacte afstand en snelheid bepalen en kon de baan worden vastgesteld.
De baan van 2019 OK. Credits: ESA.
Ná de ontdekking bleek de planetoïde ook al voor te komen in foto’s die eerder waren gemaakt met de Pan-STARRS en ATLAS sky survey’s. Alleen werd ‘ie toen niet opgemerkt omdat de snelheid van 2019 OK laag was en de beweging tussen de achtergrondsterren gering. De ESA is bezig met een nieuw detectiesysteem voor potentieel gevaarlijke planetoïden, Flyeye, en deze ‘un-recognition’ van planetoïde 2019 OK, zoals ze dat noemen, nemen ze daarin ook mee, zodat ook traag bewegende objecten eerder worden gedetecteerd.
Infografiek van de statistieken van inslaande planetoïden. Credits: ESA, CC BY-SA 3.0 IGO.
Zoals je in de infografiek hierboven kunt zien komt een botsing van de aarde met een 100m planetoïde eens per 10.000 jaar voor (de ESA zegt in de brontekst eens per 100.000 jaar, geen idee wat het juiste cijfer is). Met ESA’s Planetary Defence, waarvoor dat Flyeye wordt gebouwd, willen ze twee dingen bereiken, namelijk dat uiterlijk in 2030:
planetoïden van 40 meter doorsnede en groter drie weken van tevoren worden gedetecteerd.
planetoïden van 1 km en groter al twee jaar van tevoren worden gedetecteerd én dat die in hun baan worden afgebogen
Voor dat afbuigen van planetoïden is de ESA bezig met de Hera missie. De passage van 2019 OK mag daarmee gezien worden als een goede wakeup call voor ons allemaal. Bron: ESA.
Alle S-sterren in de buurt van Sgr A*. S62 heb ik met een rode pijl aangegeven. Credit: – Gillessen, S. et al. Astrophys.J. 692 (2009).
Sterrenkundigen van de Universiteit van Keulen zijn erin geslaagd om vlakbij Sagittarius A* (kortweg: Sgr A* ), het superzware zwarte gat in het centrum van ons Melkwegstelsel, een ster te ontdekken die de kortste omloopbaan om dat zwarte gat heeft. Tot 2012 dachten de sterrenkundigen dat SO-2 (of S2) de kortste omloopbaan had, die in 16,05 jaar één keer om Sgr A* draait. Toen werd SO-102 ontdekt, die in 11,5 jaar om Sgr A* draait. En nu is daar S-62, die in een sterk elliptische baan in slechts 9,9 jaar om het zwarte gat draait. De ster werd al uitgebreid waargenomen tussen 2003 en 2012 met de NACO en SINFONI instrumenten, verbonden aan ESA’s observatoria van VLT/Paranal in Chili. Tussen 2013 en 2018 was het waarnemen van S62 niet mogelijk omdat gezien vanaf de aarde (op 26.000 lichtjaar afstand) S2 er voor zat, die rond mei 2018 z’n peribothron of periapsis meemaakte, het moment dat ‘ie het dichtste bij Sgr A* was – die afstand tussen S2 en de waarnemingshorizon van Sgr A* was toen 17 lichtuur, da’s 18 miljard km. Die waarnemingshorizon van Sgr A* heeft zelf een straal van 12 miljoen km, 0,08 AE.
Foto van de sterren rond Sgr A*. S62 staat vlakbij Sgr A*, welke ook is aangegeven. Credit: N. Sabha et al, 2010.
De ster S2 is enkele keren gebruikt om de Relativiteitstheorie te testen. De sterrenkundigen denken dat S62 eind 2022 dat moment zal meemaken en dat ‘ie dan op slechts 0,72 lichturen afstand zal staan, 5,2 AE, da’s 780 miljoen km, pakweg de afstand zon-Jupiter. Men schat dat de ster 2,2 keer de massa van de zon heeft. Op basis van de bewegingen van S62 schatten de sterrenkundigen de massa van Sgr A* op 4,15 ± 0,6 miljoen keer de massa van de zon. De sterrenkundigen denken dat door de zwaartekrachtsinvloed van Sgr A* er na elke omloop een verschuiving van bijna 10 graden zal zijn in de periapsis van de ster. Die verschuiving is vergelijkbaar met de precessie van de planeet Mercurius, een effect dat door Albert Einstein in 1915 werd verklaard vanuit z’n Algemene Relativiteitstheorie.
A new S star in the Galactic Centre orbiting with a 9.9 yr period around the black hole, a periapsis of 5.2 AU (=Sun-Jupiter distance!) from the black hole, and 10 deg (!!!) of periapsis shift per orbit. Blimey! Hats off for the colleagues from Cologne. https://t.co/sJYMfrYrPw
De Crescent of Sikkelnevel, NGC6888 in Cygnus met de 500mm F8 Maksutov telelens
Van harte gegroet Zij U allen, waarde thuisblijvers en vakantiegangers!!
Hmmm….. in dit specifieke geval zou ik dit object eigenlijk nu even (tijdelijk) de “Hamer en Sikkelnevel” moeten noemen omdat ik, nu ik echt zwaar de smaak te pakken hebt gekregen, ook dit redelijk illustere object wederom bij de astrofotografische kladden heb gevat met mijn kleine maar ozo fijne 500mm F8 vintage Maksutov telelens uit “het land van Oom Vladimir” !! En….ach vooruit om de russische stemming nog een tikkie verder op te voeren heb ik net ook maar weer eens mijn eveneens vintage dubbel-CD van het “Sovjet army choir” opgezet….Ooit langgeleden gekocht toen ik een jaartje of wat voor de lol op de avondschool russisch aan het leren was. Ik had al een jaartje engels (cambridge certificate) en drie jaar frans achter mijn kiezen en ach, dan kon een rondje russisch er ook nog wel af om mijn talenknobbel op peil te houden.
Het mooie is nu dat ik bij al die jaren 80 koude oorlogtijdperkfilms, waarbij de Russen toen altijd ” The bad guys” pleegden te spelen, ik nu kan zien of er “steenkolen-onzin-russisch” danwel “echt correct russisch” is gebruikt bij opschriften en dergelijke. Bij het James Bond-gebeuren is/was dat over het algemeen redelijk in orde….maarre….bij die geweldig foute jaren 80 pulp serie “The A-team” heb ik toch een paar bijkans vette rolberoertes van het lachen gehad vanwege de soms echt ozo genante in your face ruski-nonsense!! Overigens de inspiratiebron om russisch te willen leren was in feite mijn moeder die zelf in die bewuste donkere jaren 80 (Doe Maar…als de bom valt..bla..bla..bla) ook russisch is gaan leren omdat, in de geest van de grote vrees van die tijd,…”als ze nou toch zouden komen”…..” we ze tenminste netjes konden begroeten!!”
Nou ja….het is allemaal nooit zo ver gekomen…enne…wat er uitendelijk WEL vanuit het koude woeste oosten is gekomen waren gelukkig alleen maar hele fijne optische astrospeeltjes, hyper-elegante Soyuz bemande ruimtevaart draagraketten, ingezet voor minder duistere zaken dan het lukraak rondstrooien van atoombommen en een enkele hele grappige russische mannenkoor-CD’tjes, waarvan ik alleen maar kan zeggen dat die laatstgenoemde “in combinatie met een teiltje wodka (jakkes!!) echt de leukste manier is om eens lekker een avondje heerlijk depri te geraken”..hihi!!!
Afijn….dit allemaal wederom terzijde en nu weer aan het werk en terug naar de sterren.
De Sikkelnevel danwel in het engels Crescentnebula genaamd, is een emissienevel die te vinden is in hart van het sterrenbeeld de Zwaan (Cygnus). Wat omvang betreft is ie een flink stukkie kleiner dan zijn direkte buren, de grote Cygnus-showpieces zoals de Noord Amerikanevel, de Sluiernevel en de Pelicaannevel. De Sikkernevel (NGC 6888) gelegen op een afstandje van zo’n 5000 lichtjaar is ontstaan door enkele zeer krachtige”oprispingen” (sterrenwinden) van de Wolf-Rayet ster WR 136 toen deze een jaar of 250.000 geleden van “brave gewone waterstofbrandende hoofdreeks-ster” overging naar het rode reuzenstadium, zijnde het stadium dat vooraf gaat aan “la derniere grande finale” van een “Joekelster” zoals deze, namelijk het zogenaamde “supernova gaan”. In deze laatste fase voor het definitieve einde worden in enkele stevige kosmische burpjes met grote snelheid delen van de buitenste gaslagen van de rode reus de interstellaire ruimte ingeslingerd, die vervolgens met die grote snelheden (80km per seconde!!) in botsing komen met de in de rustig in de lokale omgeving rondzwevende neutrale waterstofwolken. De schokgolven die bij dit soort botsingen ontstaan vormen objecten zoals o.a. de Crescentnevel (Sikkelnevel) en de Sluiernevel.
De Praktijk van het plaatjes schieten
Om dit soort van zogenaamde deep sky objecten op de gevoelige plaat te zetten heb je EERST en VOORAL een dikke vette zware op beide assen aangedreven parallactische montering nodig en NIET een dikke telescoop!!!
Ook ik ben daar uiteraard, als jong en onervaren “astrobroekie”, met open ogen ingetrapt door stom..stom..stom…eerst en vooral…spannend glamour…spannend…op dikke telescopenjacht te gaan en slim..slim..slim…niet eerst op saai..saai..saai…dikke monteringjacht!!
Ach…had ik maar op mijn achtste levensjaar meteen die zalige EQ6 gehad want…echt waar…..een stevige montering is eigenlijk best wel het belangrijkste onderdeel in het astrospeeltjes-arsenaal van de amateur astronoom die ook zelf van die mooie plaatjes als die uit de “astroglossies” wil schieten. Als je eenmaal zo’n dikke montering (plus autoguider!!!) voor de rest van je leven hebt staan, dan maakt het eigenlijk niet meer uit wat je er aan optisch astrofoto-speelgoed op mee laat liften…..een peperdure refractor (ik, Newtonm(j)an in hart en nieren, onthou mij nu wijselijk even heel braaf en onpartijdig van gevat commentaar..hihi!!), een dikke vette Newton, een monster van een Schmidt-Cassegrain…of…een schattig piepklein Maksutov-telelensje….
Het maakt namelijk niet meer uit waarmee je waarneemt danwel plaatjes schiet…..jouw “montering voor de rest van je leven” kan namelijk alles wat je ooit gaat aanschaffen probleemloos langs de hemel leiden.
De keuze van het optische speeltje hangt nu alleen maar af van wat de astroknakker danwel astroknakkerin voor ogen heeft te willen bereiken. Hiermee bedoel ik te zeggen dat formeel gezien de keuze om het 500mm telelensje te willen gebruiken voor het schieten van DIT specifieke kleine object (NGC 6888) eigenlijk een beetje de verkeerde is…want gezien de afmetingen van dit object zou het in stelling brengen van de 20 cm F6 Newton met een brandpuntsafstend van 1200mm i.p.v. de 500mm van het telelensje de betere keuze zijn…..MAAR DAAR HAD IK DUS GEWOON EFFE GEEN ZIN IN, want ik ben nu gewoon even lekker in de ban van dat kleine Maksje…EN…ik kan me dat dus ook probleemloos permiteren..want de EQ6 heeft totaal geen moeite met de 20cm Newton, laat staan met dat lullige kleine maar ozo kekke telelensje….Deze vorm van keuzevrijheid heb je dus NIET als je eerst op dikke telescopen-jacht bent gegaan en oh ja…het kreng moet ook nog met je zielige laatste euro op een goeiekope wiebel de wiebel-montering worden geplaatst!!
En dus…met het hele circus, hop maar de Biesbos….maarre… voordat je het gaspedaal fijnmilieuvriendelijk tot op de bodem intrapt………(en dit is trouwens GEEN grap…rustig rijden..het nieuwe rijden…is juist rot voor het milieu omdat een met een fluwelen rechterpoot behandelde verbrandingsmotor nooit warm genoeg wordt en daardoor juist als een gek gaat vervuilen…heb deze week zelf bij mijn “gewone auto” weer eens ondervonden bij de APK….en dus planken met die hap…ok…een heel ander verhaal..maar toch…”zucht”!)……..wel eerst effe heel goed checken of je echt ALLES achter in je nedrig voituurke gemikt hebt!!
Op de waarneemplek aangekomen staat je dan het elke keer terugkerende ritueel van het opbouwen en afregelen van je apparatuur te wachten…..HET GROTE NADEEL van het (noodgedwongen MOETEN) uithangen van de “veld-astrofotograaf” t.o.v. de astrofotograaf die vanuit een vaste (al dan niet thuis) waarneemplek zijn kunstje mag doen.
Een van de ogenschijnlijk lastigste procedures die doorlopen MOET worden is het op de poolster uitlijnen van de meegenomen parallactische montering.
Er zijn vele manieren bekend om dit heel nauwkeurig voor mekaar te krijgen. Veel van deze manieren zijn vaak dus welliswaar heel precies…maarre…ook best wel ingewikkeld en ook heel tijdrovend…enne…dat laatste, dat is iets wat veldastrofotograaf zich nou net niet kan permiteren en vooral niet tijdens die ozo kort donkere zomernachten.
Het overlevingsmoto van een blije al dan niet beginnende danwel ervaren veldastrofotograaf is/zou moeten zijn…”keep it simple, stupid”!!!!
Mijn ervaring is…enne mijn opnames laten dat ook me dunkt best wel duidelijk zien….dat die vaak ozo ingewikkelde tijdrovende en menig beginner afschrikkende poolster-uitlijn-procedures helemaal niet nodig zijn om uiteindelijk tot een goede hemelopname te komen.
Natuurlijk is er meer ruimte voor onnauwkeurigheden als je je parallactische opstelling in een stief kwartiertje probeert af te regelen…maar ik heb daar bij het schieten van subjes tot 10 minuten met mijn 20cm Newton (120cm brandpunt) eigenlijk maar zelden echt onoverkomelijke problemen mee gehad. De korte belichtingstijden (tot 10 minuten max) van de benodigde subjes zijn daar de prettige oorzaak van!!
Yep…natuurlijk zou ik er meer tijd aan besteden als ik een vaste thuis-sterrenwacht/waarneemplek zou hebben…maar die heb ik niet…en dus als het niet kan zoals het mot…dan mot het maar zoals het kan!!!
Mijn manier van poolster-uitlijnen is dus heel simpel maar wel met één ECHTE MUST-VOORWAARDE..en dat is dat je de in de poolas ingebouwde poolzoeker zo precies als maar mogelijk is parallel afgesteld MOET hebben aan de (holle) poolas waarin dit kijkertje is ingebouwd. Dit afregelen van de poolsterzoeker t.o.v. de poolas is een klusje wat je een keertje overdag kunt/moet doen met behulp van een vergelegen object zoals bijvoorbeeld een torenspits o.i.d. Als de poolzoeker is afgesteld dan hoef je dat in principe eigenlijk nooit meer te doen behalve dit zo nu en dab nog een keertje te controleren..iets wat ik trouwens..oeps….mea culpa…al in geen 10 jaar meer heb gedaan!!
Afijn…er van uitgaande dat je poolzoekertje goed in de poolas zit afgesteld, dan is het slechts een kwestie van (bij de EQ6 althans) aan de hemel de sterrenbeelden Grote Beer en cassiopeia localiseren….vervolgens al door je poolaszoekertje loerend de afbeelding van die twee sterrenbeelden op het glazen poolzoekerplaatje (waar deze sterrenbeelden in zijn gegraveerd) middels het ronddraaien van de poolas zodanig te positioneren dat deze overeenkomt met de positie van voornoemde sterrenbeelden als gezien aan de hemel. Als de poolas ronddraait dan zie je in het midden van dit gegraveerde sterrenbeeldenplaatje ook nog een cirkel met daar weer in het midden een kruisje meedraaien en op die cirkel ingegraveerd nog een heel klein cirkeltje. De grote cirkel is de baan die de Poolster om de hemelpool draait en het kruisje de ware hemelpool…waarop de poolas van je montering op gericht dient te worden/te zijn.
Met behulp van de sterrenbeelden Grote beer en cassiopeia gegraveerd op dat glazen poolzoekerplaatje kan je precies (genoeg!!) de positie van de poolster t.o.v. de ware hemelpool bepalen.
Na het positioneren van de poolas is het de kunst om danwel of je gehele statief naar links en rechts en/of op en neer (dat doe ik) te bewegen danwel je parallactische kop zodanig te bewegen dat de Poolster precies IN dat piepkleine ringetje naast dat kruisje komt te staan. Deze ietwat grove methode is in een kwartiertje of zo gepiept en is mij tot op heden prima bevallen.
Hierna is het vervolgens een kwestie van verder opbouwen en aansluiten van alles wat nodig is aan mechanica en elektronika. Voor de stroomvoorziening van de EQ6 heb ik vanaf de één van de twee zekeringkastjes op het schutbord in de motorruimte van mijn AZU 250 (kleine Besteleend) een dikke zwaar overbemeten kabel via enkele holle ruimtes naar de achterkant het bestelhok van mijn nedrig voituurke geleid met daaraan zo’n aansluitplug uit de autoaccesoire-handel.
De parallactische kop van de EQ6 staat alweer jaren op een zeer stabiele zelfgelaste stalen zuil waarin ik ook tevens alle benodigde kabels en aansluitpluggen heb geintegreerd voor stroomvoorziening, handcontroler en sinds kort dus ook voor de Lacerta Mgen stand alone autoguider.
De gemodificeerde Canon 1000D plus 500mm F8 maksutov telelens, een 8×30 zoeker en de Lacerta Mgen autoguider gekoppeld aan een 50mm zoeker zitten allemaal op een (zelfmaak)-zwaluwstraart gemonteerd.
Voor de Lacerta autoguider heb ik een stelmechanisme gemaakt waarmee de autoguider onafhankelijk van de camera/telelenscombinatie bewogen kan worden, om zo een zo ruim mogelijke keuze aan volgsterren te faciliteren!! Als het hele circus is opgebouwd, aangesloten en uitgebalanceerd is dan is het tijd voor het opstarten van de EQ6 en haar GoTo functie en tevens voor het scherpstellen van Canon/Maksutov-combi.
Voor het scherpstellen maak ik gebruik van de ozo handige (10x) live view functie van de 1000D.
Met de Goto-functie (of als dat sneller is…gewoon “old school” met sterrenkaart en zoeker) zoek ik het te kieken object op.
Wat hierna volgt wil nog wel eens het nodige aan problemen geven en soms zelfs behoorlijk wat tijd kosten…want als het object, zoals bij deze sessie de vrij zwakke Crescentnevel, na het GoTo-gedoe niet mooi precies in het midden van de opname staat…of erger nog…zo zwak is dat ie amper op het kleine beeldschermpje van de 1000D te zien is, dan kan het mooi in het midden positioneren best nog wel een behoorlijke opgave zijn. Het is dan simpelweg een kwestie van opnames blijven maken en met de handcontroler een beetje op goed geluk het hele circus (hopelijk) in de juiste richting bewegen. Dit is soms voor mij de reden waarom ik dan toch liever met de sterrenkaart en zoeker het object opzoek omdat dat, hoewel lichamelijk iets intensiever, (vaak) meteen een betere positionering van het object op de chip geeft dan met de GoTo-functie!!
Met het object mooi gepositioneerd moet er nog wel even heel serieus aan de balans van het circus worden gewerkt…en wel zodanig dat de parallactische montering met het hele optische circus juist een tikkie in ONBALANS is….enne…dit is iets wat absoluut een MUST is, want om gewiebel door de altijd aanwezige en tevens ook noodzakelijke (anders loopt het aandrijfmechniek van de montering onherroepelijkvast!!) tandwielspeling te ondervangen moet ie zodanig (NIET) uitgebalanceerd worden dat ie als het ware in z’n tandwielspeling hangt. Hoeveel dit moet wezen is helaas vooral een kwestie van “gevoel”…te weing betekent gewiebel en onherroepelijk volgfouten en..te veel…kan een opgeblazen volgmotor tot gevolg hebben…maar om dat laatste voor mekaar te krijgen moet je wel heel erg wild met je contragewichten lopen schuiven, hoor!!
Zo…het hele zooitje is nu eindelijk klaar voor aktie??
Nope….nog niet…want er moet nog een volgster worden gevangen….enne…”hoort wederom aan mijn autoguider-lofzang”….want nadat de handcontroler van de Mgen is opgestart…oh ja..en niet vergeten is om toch vooral de…LENSDOP…van de zoeker-guider-combi te VERWIJDEREN…oeps…..zie je op het kleine Mgen-beeldschermpje in live screen mode….(uiteraard afhankelijk waar je aan de hemel bezig bent!) werkelijk een overdaad aan sterren verschijnen…en derhalve dus een overdaad aan potentiele volgsterren!
Toen ik met de Mgen begon te werken wilde ik eerst helemaal niet aan zo’n lullig 50mm zoekertje en heb ik mijn eerste autoguide-sessie nog gedaan met mijn oude 76mm volg-Newton….maarre…de chip van die Mgen is werkelijk zo gevoelig dat een 50mm zoeker inderdaad meer dan genoeg is om ten allen tijden een bruikbare volgster te kunnen vinden.
Het enige wat je moet doen is met de pijlknopjes op de handcontroler het geprojecteerde vierkantje ter grootte van een paar luttele pixels over een sterretje op het beeldscherm plaatsen……vervolgens moet de volgster, de Mgen en de gebruikte montering wat bewegen betreft digitaal aan elkaar gekoppeld worden, calibreren heet dat (duurt een seconde of 30 max) en als de Mgen tevreden is met het volgresultaat dan druk je op het knopje “ag=autoguide” waarna je jezelf in opperste verbazing kunt gaan vergapen aan het feit hoe dat ene sterretje al die tijd precies ende braaf in het midden van het volgschermpje blijft staan. Op de handcontroler kun je, middels de continue aan en uit flitsende rode lampjes, zien welke “volgknoppen” jij had moeten indrukken en in welk tempo, om handmatig dezelfde rete-strakke sterpuntjes te krijgen….enne…trust me, ik heb het een dikke 10 jaar best wel leuk met de hand gedaan, maar tegen dit soort van uiterst aangenaam ontspannen (voor den toekijkenden mensch tenminste!!) “digitaal volg-geweld” kan geen mens tegen op!!
Zo…en dan nu….subjes schieten!! Wat de belichtingstijd van die subjes aangaat en de hoeveelheid het volgende. De beste belichtingstijd van zo’n subje hangt helemaal af van de aard van het gebruikte “optische circus” die de fotonen aflevert op de chip en op de plek waar je staat te fotograferen (lichtvervuild danwel niet lichtvervuild)…..als een soort van richtlijn kan het histogram op het camerabeeldscherm gebruikt worden…..de “linkervleugel” van de piek moet net effe goed los staan van de linkerkant van het histogram.
Wat de hoeveelheid subjes betreft…de hoeveelheid aan licht-data die je moet (mag) binnenhalen is het eigenlijk heel simpel…hoe meer, hoe beter….en daarom zie je bij sommige van die fraaie glamour-opnames ook wel eens belichtingstijden staan van 30 tot soms wel 40 uur…da benne heul veul subjezzzzz!!!.
Na het subjezz schieten is weer opbreken geblazen en zonder brokken knus in het vriendelijke 2CV’tje gezetten door het diep-nachtelijke verkeer naar huis navigeren. De al dan niet benodigde calibratie flats, dark flats en dark frames schiet ik altijd op de dagen/nachten daarna…..daar ga ik geen kostbare biesbos-data-aquisitie-tijd aan besteden!!
Daar dit ook dit blogje alweer een behoorlijkvolwassen BLOG aan het worden is schuif ik deel twee, het digitale afwerkproces, toch maar even verstandelijkerwijze door naar een volgend astroblogs-epistel…
U allen nog een heel prettige voortzetting van uw al dan niet welverdiende vakantie toegewenst!!
De kalender van juli met alle ontdekkingen van zwaartekrachtgolven die tijdens O3 (Observation period #30 van LIGO en Virgo zijn gedetecteerd. Vruchtbare maand, nietwaar?
ALMA in Chili zou niets kunnen zien als ‘ie op zeeniveau waarnam.
If we were at sea level, our antennas would be completely blind.???? But at higher altitudes, there isn’t much atmosphere overhead. Up there, not all the mm and submm waves from the Universe are absorbed, leaving us a few to work with.?????? pic.twitter.com/FKDYlXe07k
De ontwikkeling van een nucleair-thermisch (NTP) aangedreven raket o.a. voor reizen naar Mars, met een testvlucht van deze in 2024, het Kilopower project voor energievoorziening op planetaire oppervlakken en ook geavanceerde elektrische ionenmotoren voor robotische exploratiesondes zijn enkele van NASA’s kernprojecten voor de komende jaren op het gebied van geavanceerde energievoorziening en voortstuwingssystemen op rij gezet. Hiermee werkt NASA hard aan creatie van het juiste momentum voor inzet van deze systemen bij deep space missies. In totaal wordt er dit jaar een miljard dollar voor uitgetrokken, dik vijf procent van NASA’s budget van 2019 van 21.5 miljard dollar. Lees verder →