25 januari 2020

Wordt dat overschot aan gammastraling vanuit het melkwegcentrum toch veroorzaakt door donkere materie?

De waargenomen gammastraling vanuit het vlak van de Melkweg, waargenomen met de Fermi Gamma-ray Space Telescope. De inzet toont het teveel aan gammastraling in het centrum. Credit: NASA/T. Linden, U.Chicago

Het is één van de onderwerpen in m’n lange lijst met felle debatten die in de astronomische wereld worden gevoerd: is de overvloedige hoeveelheid gammastraling afkomstig uit het centrum van ons Melkwegstelsel nou afkomstig van een grote groep aan pulsars of van deeltjes donkere materie, die elkaar annihileren? Ik heb er al heel wat blogs aan gewijd en de slinger sloeg telkens van de ene naar de andere kant op basis van waarnemingen, interprestaties en berekeningen. Meest actuele kant dat de slinger uitgaat: die ‘Galactic Center GeV Excess‘ (GCE) zoals dat heet, wordt toch veroorzaakt door… donkere materie.

Donkere materie kan toch de bron zijn van het ‘Galactic Center GeV Excess’ CREDIT: Leane et al., Phys. Rev. Lett (2019).

Rebecca Leane en Tracy Slatyer zijn nog eens in alle gegevens van het gemeten overschot aan positronen gedoken en hun conclusie is dat eerdere analyses erop leken te wijzen dat pulsars verantwoordelijk zijn voor het signaal, maar dat dat het aannemelijker is dat donkere materie de bron is.

Consequently, we conclude that dark matter may provide a dominant contribution to the GCE after all.

En daar hebben ze onlangs een wetenschappelijk artikel aan gewijd, verschenen in Physical Review Letters. Wordt vast en zeker weer vervolgd. Bron: MIT.

Comments

  1. Marc Opdebeeck zegt

    Onlangs haalde ik aan dat je, indien je een consistent fysisch model voor het heelal hebt, zeer eenvoudig observaties zoals deze kan uitleggen door pure afleiding.
    Als je goed gelezen hebt in mijn vroegere reacties dan kan men de volgende situatie van onze kosmos schetsen als:
    1) de universele eenheidsbol, die al oneindig lang bestaat en dus nog oneindig lang verder zal bestaan, zorgt voor een centrum van ophoping van energie die 5% uitmaakt van alle universele boldeeltjes(niet volume)
    2) in die 5% deeltjes leven wij ergens met al onze zichtbare sterrenstelsels in een klein deel ervan
    3) door de donkere energie in de universele eenheidsbol (de spanning in het niets tussen de twee fundamentele componenten van het heelal) dijt de bol op zijn boloppervlak uit met de lichtsnelheid met vergroting van het boloppervlak en toevoeging van extra fysische vectorstralen tussen de bestaande vectorstralen die op hun beurt extra eenheidsvectortrillingetjes bijmaken in het centrum van de universele eenheidsbol waardoor de 5% aantal deeltjes op peil blijft.
    4) de extra eenheidsvectortrillingetjes verspreiden zich over 5%-zone rond het centrum waar ze door de centra van gravitationele wervelingen ( in ons geval galactische centra) door gravitatiekrachten begeleid worden naar de accretieringen of schijven.
    5) hier worden de eenheidsvectortrillingetjes door de potentiële compressie (wat o.a.door de huidige wetenschap donkere materie genoemd wordt) omgevormd tot elektronen en positronen waardoor een deel zal annihileren tot die GCE. Het andere deel zal door botsingen als elektronen naar buitengelegen delen gedreven worden en positronen naar de binnengelegen delen die samen met een deel van de elektronen ,via muonen en tau’s, H+protonen aanmaken

    De GCE is dus afkomstig van de aanmaak van nieuwe materie uit neutrale eenheidsvectortrillingetjes in de accretiezone van sterrenstelsels

    • Puntje 3 kan je al weer schrappen Marc, inclusief je eenheidsbol dus… Donkere Energie is volgens nieuwe inzichten niet meer relevant, maar we wachten nog even op meer bewijs. http://backreaction.blogspot.com/2019/11/dark-energy-might-not-exist-after-all.html

      • Marc Opdebeeck zegt

        Nico, Cees, als je het effect van een eenheidsbol wil voelen neem je best eens papier, pen en passer bij de hand en dan zal je zien hoe de bol uitzet.
        Teken een cirkel met daarin stralen met een zekere dikte, bvb 3mm, dan trek je met je passer concentrische lijnen om de 3mm vanaf het centrum tot op de boloppervlakte. Je zal merken dat je stralen naar het centrum toe moeten vernauwen. Dan trek je nieuwe concentrische lijnen verder dan de bolomtrek en dan zal je zien dat je nieuwe stralen van 3mm zal moeten bijtekenen.
        Je cirkelschijf heeft nu allemaal vakjes met zijden 3mm hoogte x 3mm breedte waarvan de breedte progressief vermindert naar het centrum toe om uiteindelijk bijna gelijk aan 0 te worden. In het centrum, waar alle stralen samen komen,vormt zich dan een dood punt laat ons zeggen. Elk vakje is een eenheidstrillingetje of een eenheidsvector op je straallengte. In het centrum krijg je een extra eenheidstrillingetje per twee overeenstaande stralen, dit omdat de trilling loopt van de ene kant van de boloppervlakte naar de andere kant met 180* faseverschil, zodat je een staande golf krijgt in het straalverloop. De extra trillingetjes in het centrum hebben een gelijkaardige harmonische oscillatie.
        Dit alles moet je nu zien in een 3D bol. In het centrum ontstaat dan een ophoping van 5% van het totale aantal vakjes ofwel eenheidstrillingetjes.
        Bij het vergroten van je bol blijft het centrum 5% van de totale straallengte constant behouden. Met andere woorden als je bolstraal vergroot met de lichtsnelheid dan volgt de centrale ophoping ook met de lichtsnelheid.
        We bevinden ons met onze galaxies in die 5% op een zekere afstand van het centrum bvb op 3% van de bolstraal. Bij vergroten van de bolstraal bewegen onze galaxies niet mee naar buiten maar blijven op hun vaste afstand tot het centrum waardoor de 3% progressief daalt naar 2,9% en dan 2,8% van de totale bolstraallengte.
        In de 5% zone is de dichtheid naar het centrum toe iets groter omdat de verspreiding van eenheidstrillingetjes van daaruit begint.
        Over tijd groeien onze galaxies met het opzuigen van eenheidstrillingetjes uit die 5% zone waardoor de centra groter en denser worden maar ook hun ruimten groter worden ( van hun grote eenheidsbollen). Zo lijkt het dat galaxies van ons wegdrijven.

        Ik hoop dat jullie er iets aan hebben. Spijtig genoeg kan ik niet verwijzen naar andere auteurs of papers omdat ik blijkbaar helemaal alleen sta met mijn theorie, wat niet meteen betekent dat hij niet levensvatbaar is.
        Daarom zal een peer review ook zeer lastig zijn. Wetenschappers zijn gewoon om zich te baseren op andere zogenaamd bewezen stellingen en bij nieuwe theorieën zoals deze zijn geen referenties te vinden.

  2. Cees Klaris zegt

    https://www.quantamagazine.org/dark-matter-gets-a-reprieve-in-new-analysis-20190429/

    “Ultimately, two studies released in 2015 leaned toward the mundane. The Fermi data looked grainy. It had bright pixels suggestive of multiple millisecond pulsars, and dim pixels suggestive of no pulsars. If dark matter was the culprit, it should have colored all pixels more evenly. The dark matter interpretation, it seemed, was dying.”

    Het gaat hier om ons chronisch probleem met resolutie waardoor identificatie van het fenomeen ontaardt in goedbedoelde ‘educated guesses’. Het satelliet maakt om het anderhalf uur een rondje om de Aarde en scant de hemel af met zijn rug naar de planeet toe. Dat doet ie in low orbit met gevaar voor botsingen met inoperationele satellieten waarvan het al één heeft overleefd (scheelde 30 milliseconden). De data wat terugkomt is optisch uitgebeeld en structureel gezien ‘korrelig’ waardoor men niet zeker weet of het gaat om diffusiteit van de waarneming of van de werkelijkheid.

    Consequent en objectief als ze zijn proberen ze eerst een verklaring te vinden waar je conceptueel iets mee kan. Millisecond pulsars zijn voor ons vergeleken met DM/DE iets concreets dus vandaar dat in eerste instantie gedacht werd/wordt aan min of meer bekende astrofysische verschijnselen om het overschot aan signalen in de onderzochte range (+ 1 GeV) te verklaren. Dit wordt dan in de artikelen bedoeld met ‘mundane’ of ‘point sources’.

    Wat nu blijkt na correcties en verdere kritische analyse is dat we toch serieus rekening moeten houden met meer exotische verklaringen voor het te fel oplichten van het galactische centrum. En dus speelt de gedachte weer voorzichtig op dat (zelf) interactie van donkere materie iets met het fenomeen te maken zou kunnen hebben.

    Van links-rechts draaiende eenheidsloltrillingetjes (?) uit de Herbig-Haribo snoepzak is geen sprake. Voorlopig althans.

  3. Wybren de Jong zegt

    Het MIT artikel vind ik zeer interessant. Ze geven in feite toe dat hun computermodel ‘biesde’ was, vooringenomen. Het zou astronomen moeten aanzetten tot het kritisch beschouwen van al die computermodellen waarmee ze sterrenstelsels e.d. simuleren.

    • Wybren de Jong zegt

      Niet ‘biesde’, maar ‘biased’. Stomme autocorrectie.

      • Cees Klaris zegt

        @Wybren

        Het is goed van die meiden dat ze hebben doorgezet met de stress test. Zodra het duidelijk werd dat het model ‘irresponsive’ was voor valse data wisten ze meteen dat DM weer een kans had.
        Het algemene DM vraagstuk is natuurlijk nog belangrijker dan de specifieke EGC dus de impact van het onderzoek wordt (nog) groter. Fermi werd gelanceerd met ambitieuze doelstellingen en mede dankzij dit soort vakkundig werk komen ze wellicht allemaal uit. Niet voor het gewin van een enkel individu of organisatie maar voor de ontwikkeling van alle wetenschappen. Quantum computing moet ons straks solaas bieden wat betreft rekenkracht om steeds meer nauwkeurige modellen te kunnen maken. Zeggen de modellen.

        🙂

  4. Ik meen te begrepen hebben dat DM slechts zwaartekracht gevoelig is, en misschien wat zwakke kernkracht…

    Maar nu zendt het ook al Gammastraling uit…
    [ ~ Electromagnetische kracht ]

    • De gammastraling is afkomstig van deeltjes donkere materie die annihileren met elkaar in de extreme omstandigheden van de kern van het Melkwegstelsel.

      • Maar die theorie van annihilatie moet nog wel ff bewezen worden met nu nog niet ontdekte deeltjes. “If dark matter couples directly to a light force mediator, then it may form bound states in the early universe and in the non-relativistic environment of haloes today”. ref. https://arxiv.org/abs/1505.00109. En https://www.researchgate.net/figure/Feynman-diagrams-relevant-for-the-decay-of-dark-matter_fig2_261799512

      • Nu zijn de extreme omstandigheden in de kern van ons Melkwegstelsel niet heel bijzonder,
        …. en DM is ‘all around’,
        dus kunnen we verwachten dat er vanuit alle sterrenstelsels, behalve de zeer lichte (die namelijk { nagenoeg? } DM-vrij zijn en wellicht kleinere Black Holes bevatten), ‘te veel’ gammastraling wordt uitgezonden ….

        … en al hypothetisch doende… zenden ze licht(!) uit.
        ( En dat voor hypothetische deeltjes die ongevoelig voor de electromagnetische kracht zijn. 🙁 😉 )

        Ik vraag me af, waarom bij een dergelijke annihilatie van deeltjes er uitgerekend het boson overblijft dat als krachtoverbrenging dient voor de electromagnetische kracht.
        – Zou het niet ‘logischer’ zijn als er dan (hypothetische) gravitonen en/of Z/W-bosonen ontstaan?
        Ik neem aan dat die vraag eenvoudig is terug te voeren op het feit dat ik het standaard Model van de Elementaire Deeltjes (kennelijk) niet goed ‘snap’? 😕 😉

        Groet, Paul

  5. Marc Opdebeeck zegt

    Ik schreef toch hierboven dat de sterrenstelsels neutrale deeltjes (eenheidsbolletjes) opzuigen met hun beweging.
    Die neutrale eenheidsboltrillingetjes met spin=1 kan men met de huidige meetapparatuur en methodiek niet opsporen omdat ze zo neutraal zijn.
    Slechts onder bepaalde omstandigheden zoals die rond centra van sterrenstelsels wordt overgegaan tot materievorming. De sterke magnetische krachten in en rond de accretieschijf splitsen de neutrale deeltjes in verschillende richting , het positieve gedeelte in wijzerzin richting en het negatieve gedeelte in tegen wijzerzin.
    Onder deze omstandigheden van magnetisme en potentiële compressie agglomereren de negatieve en positieve halve eenheidstrillingetjes tot lussen van in serie-aaneengeschakelde ringen met ladingen van -1 en +1, met een 1/2 spin namelijk elektronen en positronen.
    Het lijkt allemaal hypothetisch maar het is wel afgeleid van één en dezelfde hypothetische theorie. Hoeveel bewijzen moet je nog neerleggen om sommigen te overtuigen?

    • “Het lijkt allemaal hypothetisch maar het is wel afgeleid van één en dezelfde hypothetische theorie.”

      Het lijkt alleen maar hypothetisch, ja je hebt helemaal gelijk! Afleidingen van een hypothetische theorie zijn natuurlijk zelf nooit hypothetisch.

      “Die neutrale eenheidsboltrillingetjes met spin=1 kan men met de huidige meetapparatuur en methodiek niet opsporen omdat ze zo neutraal zijn.”

      Aha, ik voel je pijn! Precies zo is het met mijn theoretische hypothese van de onzichtbare quantumkabouters gesteld. Ook die wordt steeds maar niet serieus genomen terwijl het bewijs ervoor toch heel duidelijk is voor wie het wil zien! Ik gebruik zelfs dure woorden als “energielusverval” en “spectrumpotentie”, geheel analoog aan jouw eenheidstrillinkjes en potentiële compressie!

      Alleen met de wiskunde heb ik wat moeite, ik begrijp wel alles van Feynman hoor, maar met die lastige kop- en staartdelingen kan ik soms wel wat hulp gebruiken.

      “Hoeveel bewijzen moet je nog neerleggen om sommigen te overtuigen?”

      Weet ik niet. Misschien toch meer dan nul bewijs en een boel loos gezwam? Ja, ik vind het ook zwaar irritant.

  6. “Hoeveel bewijzen moet je nog neerleggen om sommigen te overtuigen?” Nou ik kan dat wel helder aangeven hoor. Als Marc met een voorspelling komt op basis van zijn theorie, een voorspelling die verifieerbaar of falsificeerbaar is, dan kan hij z’n theorie bewijzen. En daar heb ik Marc meerdere malen al om gevraagd. Hij riep hier diverse malen het beter te weten dan Newton en Einstein, dus vroeg ik hem diverse keren om een voorspelling van de precessie van Mercurius. Als hij die op basis van zijn theorie weet te doen en die voorspelling is in overeenstemming met de waarnemingen dan kan hij geschiedenis schrijven. Tot die tijd is hij één van de vele huis-tuin-en-keuken-kosmologen, die pretenderen het allemaal beter te weten dan de knapste koppen op aarde.

  7. Marc Opdebeeck zegt

    In een theoretisch model gaat erom dat het een betrouwbare basis legt waaruit men natuurlijke fenomenen kan uit afleiden. Een berekening van de orbitale omloop van een bepaalde planeet doet niet ter zake maar wel het mechanisme van hoe zwaartekracht werkt.
    Einstein heeft misschien wel een precieze berekening gemaakt van Mercurius maar heeft bvb niet gespecificeerd wat en hoe zwaartekracht werkt en wat bij atomen precies verantwoordelijk is voor die ruimtetijd vervorming en waarom baryonische materie en ook licht aan zwaartekracht onderhevig is. Zijn theorie en ook die van de mainstream wetenschappers zit nog vast aan een proces dat met lichtsnelheid zwaartekracht teweegbrengt.
    Zijn stellingaanname van de BigBang waaruit heel het heelal vanuit een singulariteit tevoorschijngetoverd wordt in een fractie van een seconde, wel dat vind ik pas “loos gezwam” en sprookjestaal.
    De theorie van de knapste koppen van de wereld heeft blijkbaar vele paradoxen opgeleverd die alleen maar erger worden naargelang meer en beter geobserveerd wordt.
    De logica is volledig weg ondanks al hun formules met ook wildvreemde benamingen zoals tensors, hamiltonian,…
    Natuurlijk heb ik bepaalde termen moeten toevoegen omdat de huidige modellen en ook de fysica vreselijk hiaten bevatten om alle natuurlijke fenomenen te beschrijven. Ze zijn vooral te vinden in processen die te maken hebben met de potentiële basiscomponent van het universum. En dat gaat over automatische processen die ervoor zorgen dat er een ongelooflijke ordening bestaat in ons universum en dus aangeeft dat de entropie verlaagt. De thermodynamische wetten met entropie beslagen vooral de kinetisch basisfactor van het universum terwijl de ordening en dus entropieverlaging even uitgebreid en belangrijk is. Materie, massa, heel het standaard model van deeltjes, stervorming, planeetvorming, en de macroscopische structuur van het heelal zijn daar allen een voorbeeld van. Alsook de ganse tabel van mendeljev, kernfusie,moleculen, verbindingen,kristalstructuren, biomassa zijn allemaal overduidelijke fenomenen van entropieverlaging waarbij het samenbrengen in een kleiner volume en het opstapelen van potentiële energie de hoofddraad is. De opstapeling van deze potentiële energie vraagt naar nieuwe woorden zoals” potentiële compressie”. De huidige theorieën willen alles uitleggen met entropieverhoging en missen zo op zeer veel vlakken de essentie van de zaak. Bij botsing bvb van protonen of andere elementaire deeltjes wordt alles gezien in teken van temperatuurstijging en splitsing zonder maar even stil te staan dat er ook processen van compressie zijn bij het verwerken van de kinetische energie en de potentiële energie van de materieeenheid van de betrokken deeltjes.

    De huidige theoretisch modellen missen dus een groot gedeelte aan diversiteit van fysische ondersteuning om alle observaties te kunnen verklaren ondanks de enorme vooruitgang in de wetenschappelijke wereld met al zijn knappe koppen.

    • https://youtu.be/0CSlKpHcYIE
      om even ervan los te komen
      voor de geestelijke gezondheid

    • Marc, die laatste opmerking in je betoog geldt natuurlijk ook voor je eigen filosofische (entropische) gedachtespinsels zonder enige “fysische ondersteuning”. Ik houdt het op een vorm van “fuzzy logic”, zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Fuzzy_logic dat zich spontaan aanpast aan de behoefte om gelijk te krijgen. De snaar theorie is daar ook een gangbaar wetenschappelijk voorbeeld van (versie 6?) door het steeds maar aanpassen en uitbreiden van het aantal dimensies zodra er weer tegenstrijdige waarnemingen worden gedaan. Je staat dus niet alleen met onbewijsbare theorieën, Nobelprijswinnaars gingen je voor. De kans dat je ooit gelijk krijgt is afhankelijk van het aantal nog uit te voeren iteraties, zie https://en.wikipedia.org/wiki/Iteration . Maar dan liever ergens anders (Science of Nature) publiceren ???? .

    • De beweging van de planeet is wel degelijk van belang.

      Als jouw hypothetische theorie namelijk de beweging van een planeet goed kan voorspellen (en alle andere waarnemingen van de natuur), dan gaan mensen misschien geloven dat je theorie klopt.

      Nog beter is als je voorspellingen kunt doen van nieuwe natuurkunde. Als die dan ook blijken te kloppen dan wordt je heus wel erkend als genie.

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: