De uitslag van de Astro-Top 25 van 2019

Daar is ‘ie dan, de uitslag van de Astro-top 25 van het jaar 2019. Vorig jaar was er een nieuwe nummer één, Johhny’s Warman met Martian Summer. Dit jaar hebben we opnieuw een nieuwe nummer één en wel David Bowie. Nee, niet met Space Oddity (die de eerste drie versies van de Astro-Top 25 op nummer één eindigde), maar met… Starman. Hieronder de volledige Astro-Top 25 van 2019, inclusief links naar YouTube. Alle inzenders, bedankt voor jullie inbreng in deze Astro-Top 25!

De Astro-Top 25 2019  
1David Bowie Starman
2Pink FloydEclipse
3David Bowie Space Oddity
4Johhny WarmanMartian Summer
5R.E.M. Man on the Moon
6Within TemptationSupernova
7DöfCodo
8Monty Python / Stephen HawkingGalaxy Song
9Shocking BlueVenus
10David Bowie Life On Mars
Pink FloydAstronomy Domine
12Angels & Airwaves Valkyrie Missile
At The Drive-In Cosmonaut
Beatles Across the Universe
BLOF Blauwe Ruis
Coldplay Sky full of Stars
Crosby, Stills, Nash & Young We are Stardust
Jamiroquai Cosmic Girl
Jóhann Gunnar JóhannssonArrival Theme
Skillet Stars
Sun Ra Space is the Place
The Gathering Kevin's Telescope
The TornadosTelstar
24The Police Walking on the Moon
The Rah Band Clouds across the moon

Zeer heftige botsing waargenomen tussen twee groepen sterrenstelsels

Credit: X-ray: Chandra: NASA/CXC/SAO/E. O’Sullivan; XMM: ESA/XMM/E. O’Sullivan; Optical: SDSS

Sterrenkundigen hebben met een mix aan grote telescopen twee groepen van sterrenstelsels ontdekt die met enorme kracht tegen elkaar aan het botsen zijn. Het gaat het systeem genaamd NGC 6338 (in het sterrenbeeld Draak) en met een snelheid van maar liefst 6,5 miljoen km/u knallen de stelsels van de twee groepen tegen elkaar aan. Met NASA’s Chandra X-ray Observatory, ESA’s XMM-Newton, de Giant Metrewave Radio Telescope (GMRT) en het Apache Point Observatory in New Mexico keek men naar NGC 6338 (de eerste twee instrumenten in röntgenstraling, de derde in radiogolven, de laatste in optisch licht), een systeem dat een enorme massa van maar liefst 100 biljoen zonsmassa heeft (een biljoen heeft twaalf nullen), waarvan 83% in de vorm van donkere materie voorkomt, 16% in de vorm van heet gas en een schamele 1% in de vorm van sterren. Het gas tussen de sterren en sterrenstelsels wordt door de botsing verhit en dat zorgt er voor dat het tot wel 20 miljoen K heet kan zijn.

Een optische foto van NGC 6338. Credit: Sloan Digital Sky Survey.

Het gas straalt daardoor röntgenstraling uit, hetgeen door Chandra en XMM-Newton is waargenomen (het hete gas in rood, iets koeler gas in blauw, hierboven te zien). De waarnemingen laten zien dat de botsing van de twee groepen – de hevigste botsing tussen twee groepen sterrenstelsels ooit gezien – precies plaatsvindt in de richting van de gezichtslijn van de aarde naar NGC 6338. Door de botsing zal er uiteindelijk een cluster van sterrenstelsels ontstaan. Hier het vakartikel over de waarnemingen, verschenen in september in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Bron: CfA/Harvard.

Chinese draagraket Lange Mars 5 of Changzheng 5 succesvol gelanceerd

Op vrijdag 27 december j.l. is de Lange Mars of Changzheng 5 succesvol gelanceerd vanaf het Wenchang Space Launch Center in de provincie Hainan in het zuiden van China. De raket, gecodeerd als Long March-5 Y3, schoot om 20:45 uur lokale tijd, weg van het platform gelegen aan de kust. De raket had aan boord de Shijian-20 communicatie-satelliet, deze weegt meer dan acht ton, en is daarmee de zwaarste maar ook meest geavanceerde communicatiesatelliet door China ooit gebouwd. Wu Yanhua, adjunct-directeur van de China National Space Administration (CNSA), verklaarde de lancering een succes.

Lees verder

Pioneer 10 zal als eerste ruimtevaartuig in de buurt van een andere ster komen

De posities waar de Pioneer 10 en 11 en de Voyager 1 en 2 zich nu bevinden. Bron: https://www.nasa.gov/mission_pages/voyager/multimedia/pia14112.html Credit: NASA.

In de jaren zeventig werden vier ruimtevaartuigen gelanceerd die onderzoek hebben gedaan aan de buitenplaneten van ons zonnestelsel, de Amerikaanse Pioneer 10 en 11 en de Voyager 1 en 2. De laatste twee zijn nog altijd alive and kicking, met de eerste twee is geen contact meer. Van alle vier de ruimtevaartuigen is hun positie, richting en snelheid bekend. Een tweetal sterrenkundigen, Coryn Bailer-Jones en Davide Farnocchia (Max Planck Institute for Astronomy resp. Jet Propulsion Laboratory) heeft nu op basis van gegevens van de Gaia satelliet van de positie van nabije sterren berekend wanneer de vier ruimtevaartuigen bij andere sterren aan zullen komen.

Artistieke impressie van de Pioneer 10 tijdens zijn reis door de interstellaire ruimte. Credit: NASA/JPL

Uit hun berekeningen blijkt dat ze alle vier komend miljoen jaar in de buurt van zo’n 60 sterren zullen komen. Bij tien daarvan komen ze binnen een afstand van 2 parsec, da’s 6,5 lichtjaar. Van het viertal is Pioneer 10, die in 1972 werd gelanceerd, de eerste die in de buurt van een andere ster dan de zon komt. Dat zal de oranjerode ster HIP 117795 in Cassiopeia zijn, waar de Pioneer 10 over 90.000 jaar met een snelheid van 291 km/s op een afstand van 0,231 pc (0,75 lichtjaar) langs zal vliegen. Is er ook nog een moment dat één van die vier letterlijk tegen een andere ster zal botsen of zal worden ingevangen in diens zwaartekrachtsveld? Nou, dat duurt nog wel even, want Bailer-Jones en Farnocchia hebben berekend dat dat nog wel 10^20 jaar zal duren. Hier het vakartikel met de berekeningen, verschenen in de Research Notes of the AAS (2019). Bron: Phys.Org.

Hoe we dood zouden gaan als er op de plek van de zon een supernova zou uitbarsten

Artistieke impressie van Betelgeuze, de enorme gaspluim en de gasbellen op het oppervlak. Credit: ESO / L. Calçada.

Dát we met z’n allen op aarde doodgaan áls er op de plek van de zon een supernova zou uitbarsten is 100% zeker – de energie die ons zal doden is een miljard keer heviger dan als er een waterstofbom die tegen je aan zit explodeert. De vraag is alleen wát ons dan precies zal doden, de heftige straling, de schokgolf? De vraag wordt in een blog van de sterrenkundige Ethan Siegel van Starts with a Bang beantwoord en het is niet zo gek dat de vraag deze week is gerezen, want sinds het nieuws dat de rode superreus Betelgeuze in Orion flink in helderheid is afgenomen gonst het van de speculaties dat ‘ie mogelijk kaboem gaat als een type II-P supernova, een ‘core-collaps supernova’. Om die speculatie gelijk maar even de kop in te drukken: het lijkt er volgens de meeste deskundigen NIET op dat Betelgeuze daadwerkelijk binnenkort zal exploderen. Zo’n sterke daling van z’n lichtsterkte is vaker gebeurd en zo’n daling is volgens de modellen géén typisch kenmerk van een aanstaande supernova-explosie.

OK, dan die vraag hoe we dan precies doodgaan áls er op de plek van de zon, 149 miljoen km van ons vandaan (Betelgeuze staat op pakweg 640 lichtjaar, dus don’t worry), een supernova zou exploderen (de zon zal nooit een supernova worden, daar is ‘ie veel te licht voor, dus don’t worry). Als de zware ster (minstens acht zonsmassa) die de supernova veroorzaakt door z’n laatste fase van fusieverbranding in z’n kern aanbeland is, waarbij silicium in ijzer wordt omgezet, ziet ‘ie er uit als een soort ui, met verschillende lagen:

Credit: NASA / CXC / S. LEE

Die kern is dan zo’n drie miljard K heet en de silicium > ijzer verbranding heeft slechts 1 dag (!) geduurd. Dan is ’t ook meteen afgelopen met de ster, want ijzer kan niet fuseren tot nog zwaardere elementen, omdat dat netto meer energie kost dan het oplevert, energie die nodig is om tegendruk te bieden aan de zwaartekracht. De kern van de ster implodeert dan (vermoedelijk tot neutronenster) en de buitenlagen krijgen gedurende tien seconden een energie vanuit de kern aangeleverd van 10^44 Joules en die exploderen dan direct. De energie die dan vrijkomt manifesteert zich op drie manieren: straling (fotonen), de kinetische energie van de buitenlagen, die als een schokgolf expanderen en de neutrino’s. Hamvraag is dan dus: welk van deze drie komt het eerste aan bij de aarde en welk bevat de meeste energie?

Een voorbeeld van het restant van een supernova, de Krabnevel (M1) in het sterrenbeeld Stier, die op 4 juli 1054 explodeerde. Credit: NASA, ESA, J. Hester, A. Loll (ASU)

Het antwoord: de neutrino’s! Zo’n 99% van alle energie van de supernova wordt door de neutrino’s gedragen en omdat zij het makkelijkst de extreem compacte kern van de ster kunnen verlaten – omdat neutrino’s  niet reageren op de electromagnetische wisselwerking – komen de met de lichtsnelheid reizende neutrino’s eerder bij de aarde aan dan de fotonen. We worden dus eerst door een enorme hoeveelheid neutrino’s bestraald, een hoeveelheid die dodelijk is tot een afstand van 2,4 Astronomische Eenheid van de zon, 360 miljoen km. Je beschermen in een bunker met tien meter dikke muren van lood heeft geen zin, want neutrino’s vliegen daar met gemak doorheen. Na die vloedgolf van neutrino’s, die we niets eens hebben zien aankomen, volgen enkele seconden later de fotonen, gevolgd door de schokgolf van deeltjes. Van de aarde zal dan niets meer over zijn, die is verdampt. Bron: Starts with a Bang.

Een begrensd heelal zou de donkere energie kunnen verklaren

Credit: Immanuel Kant Baltic Federal University.

Eind jaren twintig van de vorige eeuw ontdekte Edwin Hubble dat het heelal uitdijt en zeventig jaar later ontdekten twee teams van sterrenkundigen dat het heelal versneld uitdijt. Die versnelling is niet wat men had verwacht, want in een heelal vol met (donkere) materie, dat dankzij de zwaartekracht aan elkaar trekt, verwacht je eerder een afname te zien in de snelheid van de uitdijing. Toch werd die versnelling ontdekt (aan de hand van ver verwijderde type Ia supernovae, exploderende witte dwergen) en de verklaring die daarvoor werd gegeven was donkere energie, een afstotende kracht die meer dan 70% van alle massaenergie in het heelal zou vormen. Tot op heden is niet duidelijk wat precies die donkere energie is. Recent kwamen twee Baltische sterrenkundigen met een vakartikel, gepubliceerd in International Journal of Modern Physics, waarin ze met een model komen voor wat donkere energie is (hier de ArXiv versie). In dat model trekken ze de vergelijking met het bekende Casimireffect, ontdekt o.a. door onze landgenoot Hendrik Casimir.

Het Casimireffect. Credit: Emok / Wikipedia CC BY-SA 3.0.

Het casimireffect is het natuurkundige verschijnsel dat twee dicht bij elkaar geplaatste metalen platen in een vacuüm door kwantumfluctuaties van virtuele deeltjesparen (zeer geringe) krachten ondervinden die ze naar elkaar toe drijven. Zoiets zou volgens A. V. Astashenok en A. S. Tepliakov (Immanuel Kant Baltic Federal University) ook in het heelal kunnen gebeuren. De platen in het Casimireffect vormen een begrenzing van de ruimte en die grens speelt een belangrijke rol in het verschijnsel. Een begrensd heelal zou dat ook kunnen opleveren, alleen levert dat dan geen aantrekkende kracht op, zoals in het Casimireffect het geval is, maar een afstotende werking. Maar een begrensd heelal, wat moet je je daarbij dan voorstellen, een heelal dat plotsklaps eindigt? Nee, op die manier is het heelal volgens Astashenok en Tepliakov niet begrensd. Zij denken eerder aan een topologisch effect, dat de aard van de ruimte plotseling anders wordt. Zij gebruiken de aarde zelf daarvoor als metafoor. Ook die heeft geen grenzen (loop over de aarde heen een bepaalde kant uit en je kunt tot in het oneindige blijven doorlopen – even afgezien van land en water), maar is wel eindig (tot waar de atmosfeer begint). Bron: Eurekalert.

Over Astrofotografie, koud vet, onbalans en tijdelijke frustratie’s

Messier 37 in Voerman

Ho…ho…ho….van harte gegroet, zijt U allen behept met een al dan niet brede belangstelling voor alles aangaande  het hemelse. Het is tweede kerstdag, de (vegetarische) “kerstschok” zit er weer in en nu fluks aan de slag om dit “JB’tje”….dit “Joekelblogje” tot een goed eind zien te breien! Het is alweer een tijdje geleden sinds mijn laatste bijdrage aan mijn almaar dikker wordend astrofotografisch levensdagboek enne dat heeft alles te maken met het feit dat de edele sport der astrofotografie soms toch echt wel een heel moeilijke en wrede minnares kan wezen.

Zoals U wellicht nog weet heb ik mijzelve ergens halverwege de lente van dit jaar (2019) heel fijn en pittig geprijsd getrakteerd op een nieuw “astrospeeltje”  in de vorm van een heus stand alone autoguide volgsysteem, de Lacerta Mgen. Dit omdat ik vond dat ik na al die jaren zwoegen en zweten met dat handmatig volgen tijdens het belichten van mijn astrofoto-subjes, ik er, bezien in het licht mijner gestaag voortschreidende leeftijd en zo, wellicht beter aan zou doen om het mijzelve toch maar eens wat comfortabeler te maken tijdens die fysiek immer pittige astrofoto-uitstapjes naar de woeste koude eeuwige jachtvelden der Dordtschen Biesbos. Nu is het zo dat ik met dat ouderwetschen handmatige volgen met behulp van extra volgkijker en verlicht kruisdraadoculair altijd heel goede resultaten heb gekregen in de vorm van mooie ronde sterbeeldjes tijdens mijn standaard belichtingsprocudure van 6 subjes van 5 minuten elk en dat ik ter eventuele verbetering hiervoor eigenlijk nooit een geautomatiseerde digitale vervanging heb geambieerd….enne….dat geldt eigenlijk tot op de dag van vandaag eigenlijk nog steeds. Ouderwetsch met de hand volgen werkt dus vanuit technisch standpunt prima maar is vooral fysiek..eh..”pittig”!!

Ik heb overigens in het algemeen absoluut niets tegen “digitaal” en gecomputeriseerd en de “vooruitgang en zo”, maar wel slechts daar toegepast waar echt een win win resultaat te verwachten valt. Ik heb niet voor niets elektronische ontsteking, LED verlichting en een heuse elektronische 6volt  gelijkstroomdynamo-spanningsregelaar in mijn 50 jaar oude 2CV’tje ingebouwd met schaamteloze lak aan “het originele”…omdat dit soort moderne systemen nu eenmaal veel beter werken dan “die ouwe mechanische meuk”!!

Maar ja….wat dat “elektronisch volgen” betreft heb ik toch wel heel lang de boot afgehouden omdat ik het idee had/heb dat de combinatie van “menselijke computer (mijn grijze neuronenzooi daar hoog op zolder) en menselijke detector (het oog) altijd betere (volg)resultaten geven dan “een prutscamera’tje plus een combi van “domme”  zelf knoppendrukkende chippies en dito “domme” software. Wat mij derhalve vooral heeft tegengehouden om deze digitale sprong in het diepe te maken,  dat is de zogenaamde “stoom uit de oren Irritatie-factor”…..

Met dat handmatige volgen was mijn enige echte “elektrische zorg” een eventueel setje lege kruisdraadverlichtings-batterijen en dat was natuurlijk een simpele kwestie van er altijd voor zorgen dat je een paar extra bij je hebt als je op pad gaat, net zoals je er voor moet zorgen dat je een vol reserve batterijtje voor je camera bij je hebt. De EQ6 montering draait op de accu van de Eend…en al zou ik die helemaal “plat volgen”, iets wat met een verbruik van slechts 2 ampere in feite uitgesloten is, dan kan ik mij ook wat dit “elektrisch ongerief” betreft altijd nog mijn toevlucht nemen tot een “mechanisch redmiddel” en wel in de vorm van de degelijken ouderwetschen slinger om het kleine ozo fijne brul-tweecilindertje to leven te wekken voor de terugrit naar huus!!

Omdat astrofotogedoe in het vrije veld zoiezo altijd al een moeilijke bezigheid is met dat elke keer maar weer moeten opbouwen en afregelen van apparatuur, wil je de combinatie van te gebruiken instrumentarium en dito te volgen procedures zo eenvoudig mogelijk houden om vooral toch maar “gezeik op de vrije veld werkplek” tot een uiterst minimum te beperken….Je wilt tenslotte in die k…kou alleen maar zo effectief mogelijk mooie hemelplaatjes schieten en niet nachten achtereen lopen worstelen met nodeloos gecompliceerde onwillige instrumenten danwel met om de haverklap vastlopende hyper de luxe hopeloos niet intuitief werkende software en zo.

“Een(d)voud is tenslotte het kenmerk van het ware”!!

Dat laatste was vooral de reden waarom ik ook absoluut geen lap top gestuurd auto guide systeem wilde hebben. Ik ben, mocht U dat, wat ik overigens zeer betwijfel,  nog niet opgevallen zijn.. van eigens namelijk bepaaldelijk niet echt een..eh… “rustig typje”….het woord “ZEN”  komt in mijn woordenboek niet voor…..en een beeldscherm vol met van die stomme achterlijke windows foutmeldingen midden in de nacht, in het pikkedonker danwel in de syberishe vrieskou, danwel tijdens het compleet opgevreten  worden door een kudde hysterisch hongerige zomermuggen….welnu…dat is wat Uw nedrige astronomische hoffotograaf betreft echt HET recept voor een one way ticket naar een hartaanval!! Nope….als er ooit “iets digitaals” zou komen dan zou dat zeker een simpel no nonsense stand alone systeem worden…enne…uiteindelijk is dat die Lacerta Mgen geworden.

Maarre….waarom dan dit ogenschijnlijke vreemde artikel??…In een paar van mijn eerdere blogjes, geschreven direct na het in dienst nemen van de Mgen, heb ik toch royaal en luidruchtig de loftrompet getoeterd aangaande het bedieningsgemak en de volgresultaten met dit nieuwe bloedserieuze high tech high price astrospeelje?? Yep….en dat heb ik ook…totdat….het een maandje of twee geleden opeens niet meer zo lekker ging. Inplaats van mooie ronde sterpuntjes verschenen er opeens vreemde en vooral afschuwelijk lelijke onscherpe ster-elipsjes…oeps..arrrgghhhh…dikke chagerijn en vette paniek!!!

IC 405, een emissienevel in Voerman. Met deze opname begon het volgfout-drama!!

Hetgeen ik zo bevreesd voor was…..de combinatie van nieuw goed bedoeld peperduur astrospeelgoed en waanzinnig diepnachtelijk “gezeik”, zich hier manifesterend in vorm van oerlelijke volgfouten…..was…snik..opeens een feit. Boehoehoe….krachtterm na krachtterm na krachtterm…zie je nou wel….fuck de vooruitgang en nog heel veel meer aan eh..boeiend en absoluut niet voor hier neerpennen vatbaar verbaal geweld!!

Thuisgekomen na het eerste nachtje tobben en worstelen toch maar eens de uitgebreide gebruiksaanwijzing, users manual zo U wilt,  gedownload….en oepsie, die was toch wel een ongelofelijk stukkie dikker en uitgebreider, ruim 50 pagina’s maar liefst, dan de slechts zes pagina’s tellende “start up manual”. Zucht…..en ik was juist zo blij dat ik met het mij eigen maken van die magere zes pagina’s tekst en uitleg over de verschillende Mgen functie’s en instellingen het hele autoguide circus zo snel en probleemloos aan de gang had gekregen en nu bleek dat ook dit fraaie digitale gevalletje er eentje was met…oh jee…heel veel meer functie’s en instelbare instellingen dan ik had gedacht, maar vooral toch had gehoopt.

Het vooruitzicht om al blauwbekkend op de eeuwige biesbosser astronomische jachtvelden al loerend op het piepkleine Lacerta beeldschermpje te moeten gaan uitzoeken welke van die vele instellingen ik per ongeluk verkeerd had aangetikt deed mij in opperste afschuw wensen dat ik toch beter een “echt leuke hobby” als vrije tijdsbesteding had kunnen/moeten nemen inplaats van dit achterlijke gedoe….maar goed het was niet anders….”a Jan has got to do what a Jan has got do”…enne….vooral, zoals met alle problemen die mij mijn levenspad kruisen ben ik dan ook wel weer zo ingesteld dat…falen gewoon NIMMER een optie is!!! En dus…eerst maar eens heel die 50 pagina’s dikke  uitgebreide users manual tot mij genomen….en daarna….de eerste de beste heldere nacht naar de Biesbos getogen om het euvel proberen te achterhalen.

Omdat dit een testmissie zou worden heb ik deze keer dikke 20cm Newton thuis gelaten en mijn 10cm F10 “SovjetMaksutov” meegenomen in combi met de 50mm Lacerta zoeker-guider. Dit Maksutovje heeft bijna dezelfde brandpuntsafstand (100cm) als de Newton (120cm) maar is wel vele malen lichter en compacter. Het grote verschil in fotografische snelheid…F10 (sloom)voor de Maks tegen F6 (snel) voor de Newt  deed er nu even niet zo toe….het ging tenslotte alleen maar om testplaatjes schieten van Messier 45, de grote heldere open sterrenhoop in het sterrenbeeld de Stier. Maar helaas pindakaas…dik vier uur lang “voor de kat z’n…piep…” met de veelheid aan instelbare parameters van de Mgen zitten “klooien” gezeten op mijn knokige knietjes op een dekentje op de ijskoude biesbosser ondergrond al loerend naar al die voorbijflitsende getalletjes op het kleine Mgen beeldscherm.  Had me ook nog door astroblogs en astrofoto collega Paul Bakker  het verschijnsel “chasing the seeing” laten uitleggen….dan staan je “volginstellingen” zo aggresief…te aggresief…dat je montering ongewenst als ware een dolle hond achter iedere sterbeeld-vervorming veroorzaakt door luchtonrust aan gaat….en dat geeft ook lelijke niet ronde sterbeeldjes…maarre.. dawazz het duzz ook niet,  want zelf met de declinatie-as compleet uitgeschakeld bleven de sterbeeldjes in declinatie-as richting eliptisch…om helemaal knots-knetter-leipo-gestoord van te worden…en derhalve uiteindelijk “ietwat lichtelijk ge-agiteerd” onverrichterzake naar huis gekeerd.

Lelijke onronde sterpuntjes om knettergek van te worden!!

Overigens had ik hier al, ware ik niet zo volledig ge-obsedeerd geraakt door de gedachte dat het….zie je nou wel…. natuurlijk niets anders kon wezen dan die nieuwe k…t autoguider, kunnen achterhalen wat er werkelijk aan de hand was. Maar goed……ik zat zo verwrongen in die “…(verkeerde)…digihorrorflow” dat er toen echt even geen geestelijke ruimte was voor een andere frisse juiste kijk op zaken. En die verkeerde gedachten-flow gold  toen ook nog eens voor het feit dat ik destijds nog steeds totaal geen vertrouwen had ten aanzien van het gebruik van zo’n 50mm piepzoekertje met een brandpuntsafstand van slechts 18cm als volgkijker. Volgens de bikkelharde old school astrofoto-doctrines moet een volgkijker minimaal een, al dan niet kunstmatige, brandpuntsafstand van minimaal 2 maal van die van de foto-kijker hebben…ofwel..in mijn geval minimaal een dikke 240cm en NIET die lullige 18cm!!…Volkomen de weg kwijt geraakt bedacht ik mij toen dat al mijn succesvolle flapdrol collega astrofotografen  allemaal echt zo gek moesten zijn als een zwart gat en niet ik…en dus….Weg met die 50mm “volg-prul”…knoop de Mgen gewoon weer lekker aan oude mijn 76mm 900mm brandpunt VolgNewton…et voila..probleen opgelost…ja toch, niet dan?!?

En…ach…toen ik toch (weer) aan het het sleutelen was aan mijn telescoop meteen ook maar even alle boutverbindingen van een magere M6 en M8 “opgetapt” naar rocksolid M10 en daar waar ik dat nodig vond met het fijne MIG lasapparaat nog wat extra verstevigingen aangebracht om ook metaan maar alle eventueel nog aanwezige “flexure” de kop in te drukken. “Flexure” is de engelstalige kreet voor alles wat te maken heeft met ongewenste minuscule bewegingen tussen de verschillende optische componenten die met samen elkaar op de montering zijn bevestigd. Een volgsysteem die een andere kant uit “flext/kijkt” dan de hoofdkijker waar de camera aan bevestigd zit is bijkans “smeken” om niet ronde sterpuntjes!!!

Overigens is dit probleem dan weer heel effectief te omzeilen door een zogenaamd “off axis volgsysteem” te gebruiken, waarbij de volgcamera naast de opname-camera aan de focuseerinrichting bevestigd zit. En “yep”….hiermee is het probleem van “flexure” inderdaad volledig mee de wereld uitgemept….MAAR….en natuurlijk is er altijd weer dikke vette gemene…”MAAR”…dan zit je wel weer met het probleem dat je een beetje licht dat eigenlijk voor de opname is bestemd moet gebruiken, onderschept met een klein prima’tje in de lichtweg van de hoofdkijker,  om een volgsterbeeldje op de volgcamera te projecteren.  Bovendien ben je ook nog eens heel beperkt in het vinden van een volgster…want er moet wel toevallig een bruikbare direkt NAAST het te fotograferen object staan. Ik weet dat er liefhebbers/gebruikers zijn van deze methode….ik echter vind het (na het ook geprobeerd te hebben!!) tien keer niks!!

Afijn….Na al deze redelijk ingrijpende ingrepen was het weer wachten geblazen op de eerstvolgende heldere dan wel semi heldere “uitprobeernacht”….Omdat ik ook nu nog niet echt voor het “echie” op pad ging, maakte het me in dit geval niet zo uit of het een echt goede astrofotografie-nacht zou wezen….Een beetje teveel Maan….een beetje teveel nevel…was nu effe geen probleem..Het ging mij er tenslotte alleen maar om of ik (weer) mooie ronde sterpuntjes kon krijgen….maarre….ook bij deze sessie, ondanks alle aanpassingen  c.q. aangelaste verstevigings-modificatie’s, wederom zeer onplezant “naast de ronde sterretjes pot gepiest”..Echt precies hetzelfde hopeloos irritante verschijnsel van elipticiteit in de declinatie-as richting….boehoehoe….het lag dan dus ook niet aan “flexure” danwel aan het gebruik van een 50mm volgkijker…en dus wederom enigszins gedesillusioneerd…understatement of the f…ing century….weer naar huis en dan maar weer, al pillen slikkend en met de moed der wanhoop, verder brainstormen.

Het eerste wat ik trouwens wel direkt na thuiskomst gedaan heb, dat is het hele zooitje weer terugbouwen naar 50mm volgzoeker/lacerta Mgen combinatie omdat die combi toch NIET het probleem bleek…enne…het zeer aangename verschil met de volgnewton/Mgen combi toch echwel het veel lichtere gewicht en de compactheid van zo’n klein prutszoekertje vergeleken met dat dikke zware extra Newtonnetje plus de benodigde contragewichten. Eén van de meest fysiek onaangename handelingen tijdens mijn astrofotosessies vind ik altijd weer het uit de Eend tillen en op de EQ6 plaatsen van het hele gevaarte en dat terwijl Orion Optics (UK) Newtons van zichzelve altijd hele fijn lichte telescopen zijn. Het zijn de extra dingen die nodig zijn voor het bedrijven van astrofotografie die het hele zooitje dat vervelende en zo nu blijkt ook het onnodige extra gewicht geven. Alleen maar een piepklein extra volgzoekertje maakt echt een heel verschil in handelbaarheid!!

Na deze tweede deceptie maar weer eens mijn heil gezocht op het internet en daar kwam ik bij stom toeval iets tegen wat ik eigenlijk gewoonweg al had MOETEN weten en wat ik onderbewust misschien ook al wel wist, maar omdat ik zo in die verkeerde flow zat,  gewoon even niet tot mijn botte harses wilde doordringen en wel het feit dat de EQ6 zelf ook nog wat instellingen heeft als het gaat om auto guiden. Die specifieke “gewraakte” instellingen zitten weliswaar ergens diep verstopt in het handcontroller-menu maar staan wel heel luid en duidelijk beschreven in….yep…de EQ6-handleiding!! De standaard auto guide speed bij de EQ6 staat ingesteld op 0,5….een gemiddelde “agressiviteit”……..Daar had ik dus effe totaal niet aan gedacht en dat is best wel een heel belangrijke instelbare instelling!!En dus…..jawel…..maar weer hoopvol wachten op testnachtje numero drie. En toen het weer zover was … “loo and behold”….duidelijk zichtbaar verschil en zelfs iets van verbetering!! Nadat ik de EQ6 autoguide parameter van 0.5 naar 0.125 (de laagst mogelijk instelbare “aggresiviteitswaarde”) had veranderd waren de sterbeeldjes duidelijk veel minder eliptisch in de declinatie-as richting….maar toch…….ook nu gewoon nog steeds niet goed genoeg, zucht!!…In het engels noemen ze dat een typische gevalletje van “close but no cigar”….grrrrr. Bovendien zat er nu opeens een volgfout in de rechte klimming as….enne refererend aan wellicht de beroemdste cinematografische verzuchting aller tijden…Carise van Houten in de film Zwartboek met een drie seconden durend achtergrondrolletje voor het nedrige stulpje alwaar ik dit epistel as we speak zit uit te broeden…..”Houdt het nou NOOIT op!!!”!!!! Ok….die rechte klimming volgfout kon ik gelukkig snel rectificeren door in het menu van de Mgen de Rechte klimming agressiviteit wat op te schroeven…maar in declinatie-as richting was “Leiden, snik helaas, nog steeds zwaar in last”!!

Ik was dus zogezegd, tijdens deze derde sessie, alweer bijna vier uur aan het “astro-worstelen”….enne…ik stond dus zo goed als op het punt om” de auto guide handdoek” dan toch maar definitief in de ring te gooien, wat zeg ik, ik was al aan het uitbroeden alwaar aan de over van de Oude Maas ik het hele zooitje in de plompert zou gaan mikken…en toen zomaar opeens…… een magnitude 30 vuurbol, “grande miracle”-Brainwave…..want  aus blauen hinein schoot mij ineens een terloopse opmerking van waarde astroblogs/astrofoto collega Jan Heuser te binnen, toen ik een weekje of wat tevoren op een astroklup-bijeenkomst hem over mijn auto guide malheur had verteld. Hij refereerde namelijk aan het feit dat toen ik de Mgen net had aangeschaft, aan het begin van de zomer, alles zo goed leek te gaan en dat ik er zo happy mee was…..Hmmmm….”aan het begin van de zomer”….toen het eerst zo lekker warm was en daarna zelfs loeierheet….terwijl het nu winter is en dus een flink stukkie  kouder.  Er zou toch geen connectie zijn tussen de buitentemperatuur en “dit volgfout-gezeik”???

Ofwel….in de traditie van het gedachtegoed van ene Sherlock Holmes dat wanneer alle ogenschijnlijk logische oplossingen geen soelaas lijken te bieden, de enig juiste oplossing gezocht dient te worden in de meest onlogisch lijkende oplossing.

Deze gedachtegang gecombineerd met de evenzo plotselinge en heldere realisatie dat wanneer je de volgmotor van de declinatie-as helemaal hebt uitgeschakeld, iets wat ik tijdens mijn eerste “gezeiknacht” al eens had gedaan en er dan nog steeds volgfouten te zien zijn in deze as-richting bij deze hele korte belichtingstijden…..(volgfouten door een niet zo exacte poolas-afstelling worden pas goed zichtbaar bij toepassing veel langere subjes-belichtingstijden)……..de oorzaak simpelweg NIET gezocht dient te worden in iets “software-matigs” maar in iets MECHANISCH.

Vervolgens schoot mij ook nog eens te binnen dat ik, ooit alweer een tijd geleden, bij het vervangen van het setje gewone standaard NIET GoTO EQ6volgmotoren voor een nieuw setje WEL GoTO EQ6 volgmotoren, ik..eh…bepaaldelijk niet “onroyaal” ben geweest met het “doorsmeren” van heel dat nieuwe volgmotorengebeuren. Ofwel….het hele mechaniek zit plezant en dik in de vette smeersmurrie. Dit zou zomaar kunnen inhouden dat, als je alle benodigde speling in het mechaniek eruit zou willen “balanceren”, er best wel het nodige aan onbalans vereist is om al het eventueel overbodige vet tussen alle onderdelen van de aandrijflijn “er van tussen geperst te krijgen”….enne…omdat vet onder warme omstandigheden logischerwijze altijd net effe iets minder taai is dan onder koude omstandigheden, is er in de winter gewoon net effe iets (veel) meer kracht nodig om dit te bewerkstelligen……

Of zoals Mister Scott, the chief engineer of The starship Enterprise, dit gegeven met een wonderschoon rollend schots accent altijd pleegde te verwoorden “I can’t change the laws of physics, Captain”!! Zou die stomme declinatie-as in standje “zomer-onbalans” in de winter, ongeacht of ie wordt aangedreven of niet, simpelweg door gebrek aan voldoende onbalans als het ware een beetje “in z’n stijve koude vet zitten te huppelen”, ah nee toch, heh??????????? Het “gezeik” zou toch niet gewoon te verhelpen zijn door het toepassen van “iets” meer onbalans om de weerstand van het koude vet te overwinnen??

Jemig de pemig, welk een heerlijke verhelderende out of the horrorflow gedachtentrein der bevrijding  kwam daar zomaar pardoes mijn neuronenstation binnen tjoeken”…wow!!!

Ook al was het dus al rijkelijk aan de late kant en ook al was ik redelijk tot op het bot verkleumd en ook al kwam de stoom der frustratie nog steeds luidgierend uit mijn oren gefloten……toch maar even mijn opruimplannen opzij gezet en….oh, hoe simpel kan het toch wezen….de hoofdkijkerbuis even een stukje gelost en vervolgens zodanig naar boven geschoven dat ie echt bijkans met “meteorspeed” naar beneden kwam duiken bij het loszetten van de declinatie-asklem. Vervolgens declinatie-as-volgfunctie van Mgen uitgeschakeld en daarna een subje van vijf minuten gemaakt van het Zevengesternte….en ja hoor….hoe is piep..piep..piep f……ing mogelijk…..retestrakke sterpuntjes in beide as-richtingen….ach…ach…ach!!!

Voor de zekerheid en tegen het ongeloof heb ik er hierna toch nog vier stuks extra geschoten en ook die waren perfect genoeg!! Daar zowel de mist der vermoeidheid als de meteorologische variant hiervan rondom mijn waarneemplek uiteindelijk toch nog waarlijk grotesk ondoordringbare vormen hadden aangenomen,  bijzonder content het hele “circus”  achterin de Eend gemikt en veilig ende gezwind naar huis gescheurd……

“Het Volgfout-lijk was eindelijk uit de kast…hoeraaaaaaa!!

Het was dus een simpele kwestie van het verkrijgen van meer onbalans middels het verschuiven van de kijkerbuis…..maar dat verschuiven van de kijkerbuis middels het lossen van de kijkerbuisbevestigingsringen die de telescoop met de EQ6 verbinden vond/vind ik een beetje weinig subtiele methode voor iets wat best wel een precies klusje is. Nu had ik mijn kijkerbuis al een tijdje geleden uitgerust met een schuifsysteem voor extra contragewichtjes. Deze zaten gemonteerd op stangen parallel op en aan de kijkerbuis, zoals je dat wel vaker ziet…maarre…deze home made constructie, aanschouwd met mijn hervonden out of the dark flow-blik, kon bij nader en nu beter inzien, echt meteen de schrootbak in!!! Wat een k..constructie…dat MOEST echt anders….en dus middels wat denk en laswerk, in dezelfde stijl als het contragewicht van de rechte klimming-as,  een ophangpunt gemaakt voor een stang met contragewicht HAAKS op de declinatie-as.

Nieuwbakken nu wel goed regelbare declinatie-as contragewicht

Middels deze (andere) manier van contragewichtbevestiging kan ik de kijker zowel voor visueel als voor astrofotografie in zomer en winter harstikke makkelijk en precies helemaal in de gewenste balans danwel gewenste onbalans “configureren”…oh joy…oh joy!!!

Afijn….gaat dit “kerstverhaal”,  na een dikke drie weken heavy ploeteren met woordjes, schrijlings gezeten achter mijn 19 jaar oude “digiklassieker” een windows 98 HP Omnibook, nog  een “happy  end opleveren??

Wordt dit alsnog een astrofotografisch Eind goed al goed??

….Oh Jazeker wel….want bij mijn hierna volgende biesbostrip, expeditie volgfout nummero vier……met de telescoop nu strak en wel voldoende uit balans gebracht en met Lacerta Mgen/EQ6 combinatie vrolijk draaiend “op de juiste getalletjes”, heb ik de mooie sterrijke open sterrenhoop Messier 37 op de korel genomen, met nevenstaand fijn strak hemels resultaat!!

6 probleemloze subjes van 5 minuten elk op iso 800 met de gemodificeerde Canon 1000D, gekoppeld aan de 20cm F6 Orion Optics (UK) Newton op een (zwarte) EQ6 montering, gevolgd met een 50mm zoeker/volgkijker-Lacerta Mgen-combi, De 6 light frames, 20 dark frames en 20 flatfields zijn middels Deep sky stacker, Canon digital professional en Photoshop verwerkt tot nevenstaande, me dunkt, al zeg ik het zelf, “kerststalwaardige” eindresultaat!!

Ik ga derhalve dit jaar gelukkig toch nog met een fijn en tevreden gevoel afsluiten om hierna het aanstormende nieuwe jaar met een evenzo fijn, tevreden en hoopvol gevoel weer tot mij nemen….enne…U allen bij deze alsnog een zeer prettige voortzetting van deze tweede kerstdag en tevens ook van harte een zeer “volgfoutvrij” nieuwjaar  toegewenst!!!

 

 

 

 

Wat geeft meer energie aan je oog: een supernova op de plek van de zon of een waterstofbom tegen je oog aan?

Betelgeuze gefotografeerd met de Digitized Sky Survey 2 (DSS2). Credit: ESO / Digitized Sky Survey 2. Ackn.

Het bericht dat de rode superreus Betelgeuze als supernova zal ontploffen – ergens tussen nu, Eerste Kerstdag, en 100.000 jaar na vandaag – roept bij lezers vragen op zoals ‘heeft zo’n supernova effect op de aarde‘? Grappig is dat ik door deze tweet van wetenschapsschrijver Corey S. Powell op een opmerkelijk artikel van XKCD stuitte. De vraag die daarin beantwoord wordt luidt: “How close would you have to be to a supernova to get a lethal dose of neutrino radiation?“, maar in het artikel zit ook de bizarre vraag van deze Astroblog verscholen: “Wat geeft meer energie aan je oog: een supernova op de plek van de zon of een waterstofbom tegen je oog aan?” Betelgeuze staat op pakweg zo’n 640 lichtjaar (één lichtjaar is 9,46 biljoen kilometer) en als die als type II supernova kaboem gaat krijgen we maandenlang een prachtige schijnwerper aan de hemel, maar veel schade zullen we er niet van ondervinden. Maar stel nou eens dat ‘ie op de plek van de zon staat, dus geen 640 x 9,46 biljoen km, maar slechts 149 miljoen km van ons vandaan. Wat merken we er dan van? Nou ten eerste dat Betelgeuze in z’n huidige omvang (dus pre-supernova) enorm groot is, zoals te zien op onderstaande figuur. We bevinden ons dan al ergens in de centrale regionen van de ster.

Credit:
ALMA (ESO/NAOJ/NRAO)/E. O’Gorman/P. Kervella

En wat als ‘ie dan explodeert als type II supernovae (zie dit overzicht van types supernovae)? Dan rijst meteen die vraag van XKCD, de bekende cartoonist die wetenschappelijke onderwerpen op een leuke en begrijpelijke manier weer uit te leggen. Stel dat er tegen je oog aan een waterstofbom explodeert, een H-bom of thermonucleaire bom, die een atoombom als ontsteking gebruikt en die maximaal 50 megaton TNT aan energie levert. Wat geeft dan meer energie aan je oog: Betelgeuze als supernova op de plek van de zon of een waterstofbom als Tsar-Bomba tegen je oog aan? Het antwoord: de supernova geeft een miljard keer meer energie aan je oog – ding dong! En dan die hoofdvraag van het artikel van XKCD, “How close would you have to be to a supernova to get a lethal dose of neutrino radiation?” Neutrino’s dodelijk, eh… die vliegen toch met miljarden per seconde per vierkante centimeter door je lichaam, zonder dat je er iets van merkt? Yep, die neutrino’s, die kunnen tóch dodelijk zijn, mits ze maar in genoeg aantallen door je lichaam gaan. En hoe luidt dan het antwoord daarop? Dat lees je in de bron: XKCD. 😀

1,5 Miljard jaar na de oerknal hadden de kernen van zware sterrenstelsels zich al gevormd

Credit: NAOJ

Laat ik voordat ik losbarst over levende, dode en gebluste sterrenstelsels eerst iedereen fijne feestdagen en een gelukkig en hopelijk veelal onbewolkt nieuwjaar toewensen! Dat gezegd hebbende kan ik overgaan tot het onderwerp van de blog: levende, dode en gebluste sterrenstelsels. 😀 Wat is namelijk het geval: een internationaal team van sterrenkundigen heeft onderzoek gedaan aan zeer ver verwijderde sterrenstelsels, die zich bevinden in een klein gebied aan de hemel genaamd ‘Subaru/XMM-Newton Deep Field‘. Met behulp van een instrument genaamd MOSFIRE [1]Multi-Object Spectrograph for Infrared Exploration, dat verbonden is aan de Keck I telescoop op Hawaï, konden ze bij een golflengte van 2 micrometer (da’s in het infrarood) opnames maken van sterrenstelsels, waarvan je er eentje op de foto’s hierboven en beneden ziet. Sterrenkundigen classificeren sterrenstelsels in drie categorieën: levend, dood en ‘geblust’ (Engels: ‘quenching’), dat wil zeggen dat ze heel veel sterren vormen en daarmee erg actief zijn, respectievelijk géén sterren meer vormen respectievelijk in een overgangsfase zitten van leven naar dood, stervend dus. In deze classificering is ons Melkwegstelsel dood, er ontstaan amper meer sterren (pakweg 2 per jaar, meer niet, bij levende sterrenstelsels kunnen dat er honderden of duizenden zijn).

Het spectrum rechtsboven van het waargenomen ‘gebluste’ sterrenstelsel, dat slechts 1,5 miljard jaar na de oerknal al bestond. Credit: NAOJ/Tanaka et al. 2019)

Met MOSFIRE kon men aan de hand van de snelheid hun sterren sterrenstelsels zien die al anderhalf miljard jaar na de oerknal geblust waren, dat wil zeggen dat er toen al sprake was van het afremmen van hun sterproductie. Dat betekend dat de kernen van zware sterrenstelsels zich toen al gevormd moeten hebben, stelsels die 12 miljard lichtjaar van ons vandaan staan. Eerder hadden de sterenkundigen kernen van zware sterrenstelsels 2,5 miljard jaar ná de oerknal waargenomen. Nu blijken de verder weg staande kernen van sterrenstelsels zich op dezelfde manier te gedragen als de kernen die dichterbij staan. Hier is het vakartikel over de waarnemingen, op 6 november 2019 verschenen in The Astrophysical Journal Letters. Bron: Subaru.

References[+]

References
1 Multi-Object Spectrograph for Infrared Exploration