Belangrijkste veronderstelling voor bestaan van donkere energie is mogelijk onjuist

Bestaat donkere energie wel? Credit: NASA/ESA.

In 1998 ontdekten twee onafhankelijke teams van sterrenkundigen van elkaar dat het heelal versneld uitdijt, hetgeen ze deden op basis van waarnemingen aan type Ia supernovae (SN Ia) , dat zijn exploderende witte dwergsterren, die door massatoevoer van een begeleidende ster zwaarder worden dan de Limiet van Chandrasekhar, ongeveer 1,4 keer de massa van de zon. Voor die ontdekking kregen Saul Perlmutter, Brian Schmidt en Adam Riess, de leiders van de twee teams, in 2011 de Nobelprijs voor de Natuurwetenschappen. Beide teams kwamen met één verklaring  voor de versnelling van de uitdijing: de donkere energie, die een afstotende werking heeft, tegengesteld aan de aantrekkende werking van de zwaartekracht. Het resultaat van de twee teams was wel gebaseerd op de veronderstelling dat de gecorrigeerde lichtkracht van SN Ia door de empirische standaardisatie niet zou evolueren met roodverschuiving, dat wil zeggen dat men aannam dat deze supernovae altijd dezelfde lichtkracht hebben, ongeacht de afstand (roodverschuiving is een maat voor de afstand).

De evolutie in de lichtkracht van type Ia supernovae, die donkere energie kan nabootsten. Het ‘Hubble-residu’ is het verschil in SN-helderheid ten opzichte van het kosmologische model zonder donkere energie (de zwarte stippellijn). De rode lijn is de waargenomen curve van de onderzoekers, de blauwe cirkels zijn eerder gedane waarnemingen aan supernovae. Credit: Yonsei University

Maar wat blijkt nu: sterrenkundigen van de Yonsei Universiteit (Seoul), de Universiteit van Lyon en KASI hebben met behulp van de 2,5-m telescoop van het Las Campanas Observatorium en de MMT 6,5-m telescoop gedurende negen jaar (!) spectroscopische waarnemingen gedaan aan SN Ia en daaruit komt naar voren dat die veronderstelling mogelijk onjuist is! Het blijkt dat de SN Ia wel degelijk een helderheidsevolutie meemaken, dat de witte dwergen in sterrenstelsels in het vroege heelal, die als supernova exploderen, jonger zijn dan witte dwergen in latere sterrenstelsels – in de grafiek hierboven hun resultaten. En daarmee lijkt de grondslag voor hét bewijs voor het bestaan van donkere energie, de absolute helderheid van type Ia supernovae als standaard kaars om als betrouwbare afstandsindicator te gelden, vervallen! Het lijkt erop dat de helderheidsevolutie van de SN Ia doet voorkomen alsof donkere energie bestaat, maar dat is slechts schijn.

Zo kunnen type Ia supernovae ontstaan: als een witte dwerg door massatoevoer van een begeleidende ster te zwaar wordt en explodeert. Credit: ESO.

Het bestaan van donkere energie wordt ook ondersteund door andere waarnemingen, zoals gedaan aan de kosmische microgolf-achtergrondstraling (Engels: CMB) en de ‘baryonische akoestische oscillaties’ (BAO), maar die zouden ook zónder het bestaan van donkere energie kunnen. De resultaten van de onderzoekers werden gisteren bekendgemaakt op de 235e bijeenkomst van de American Astronomical Society (AAS) in Honolulu op Hawaï. Hier het vakartikel, dat deze maand zal worden gepubliceerd in the Astrophysical Journal. Bron: Phys.org.

Repeterende ‘snelle radioflits’ uit nabij spiraalstelsel vergroot mysterie over de oorsprong van deze signalen

Artistieke impressie van de lokalisatie van FRB 180916.J0158+65 (ook bekend als R3) in zijn gast-sterrenstelsel SDSS J015800.28+654253.0. De afbeelding van het gast-sterrenstelsel komt van de Gemini-North-telescoop op Mauna Kea in Hawaï. De flits is gebaseerd op data die zijn verkregen met 100-meter Effelsberg-radiotelescoop in Duitsland. De acht afgebeelde radioschotels maken deel uit van het European Very-long-baseline-interferometry Network (EVN). De koepel is die van Gemini-North. Credit: Danielle Futselaar (artsource.nl)

Telescopen van het European VLBI Network (EVN) hebben een repeterende snelle radioflits waargenomen, afkomstig uit een spiraalvormig sterrenstelsel zoals het onze. De fast radio burst (FRB) is de dichtstbijzijnde die ooit is gelokaliseerd, en is aangetroffen in een omgeving die radicaal afwijkt van die van eerdere flitsen. Door deze ontdekking moeten astronomen hun ideeën over de oorsprong van de geheimzinnige extragalactische signalen opnieuw bijstellen. Het resultaat werd bekendgemaakt op de 235ste bijeenkomst van de American Astronomical Society (AAS) in Honolulu, Hawaï, VS, en verschijnt vandaag in Nature.

Het is voor astronomen een raadsel waar de korte, hevige uitbarstingen van radiostraling vandaan komen. Hoewel deze uitbarstingen maar eenduizendste van een seconde duren, zijn er tot nu toe al honderden gedetecteerd. Van slechts vier FRB’s is de exacte bron bekend.

Beeld van SDSS J015800.28+654253.0, het gast-sterrenstelsel van 180916.J0158+65 (ook bekend als R3), verkregen met de 8-meter Gemini-North-telescoop. Credit: Shriharsh Tendulkar / Gemini Observatory.

In 2016 werd vastgesteld dat een van deze vier gelokaliseerde bronnen zich op onvoorspelbare wijze herhaalde. De betreffende radioflitsen kwam steeds uit de richting van hetzelfde stukje hemel. Sindsdien maken onderzoekers onderscheid tussen FRB’s waarvan slechts één uitbarsting is waargenomen (niet-repeterende) en die waarvan meerdere radioflitsen zijn geregistreerd (repeterende).

“De meervoudige flitsen die we van de eerste repeterende FRB hebben gezien, kwamen voort uit heel specifieke en extreme omstandigheden in een heel klein (dwerg)sterrenstelsel,” zegt Benito Marcote van het Joint Institute for VLBI ERIC en hoofdauteur van het huidige artikel. “Die ontdekking vormde het eerste stukje van de puzzel, maar riep meer vragen op dan zij beantwoordde, zoals de vraag of er een fundamenteel verschil bestaat tussen repeterende en niet-repeterende FRB’s. En nu hebben we een tweede repeterende FRB gelokaliseerd, die onze eerdere ideeën over wat de bron van deze radioflitsen kan zijn weer in twijfel trekt.”

Kaart met de telescopen van het Europese Network (EVN) die bij de waarneming zijn gebruikt. Credit: Paul Boven (JIVE). Satellietbeeld: Blue Marble Next Generation, met dank aan NASA Visible Earth (visibleearth.nasa.gov)9

Op 19 juni 2019 deden acht telescopen van het European VLBI Network (EVN) gelijktijdige waarnemingen van een radiobron die bekendstaat als FRB 180916.J0158+65. Deze bron was al in 2018 ontdekt met de CHIME-telescoop in Canada, en dat stelde het team onder leiding van Marcote in staat om met het EVN met zeer hoge resolutie naar FRB 180916.J0158+65 te kijken. In de loop van vijf uur namen de onderzoekers vier radioflitsen waar, die stuk voor stuk minder dan tweeduizendste van een seconde duurden. De hoge resolutie werd bereikt door de combinatie van radiotelescopen, verspreid over de wereld. Dankzij deze techniek, die Very Long Baseline Interferometry (VLBI) wordt genoemd, konden ze vaststellen dat de radioflitsen allemaal afkomstig waren uit een gebied aan de hemel van slechts ongeveer zeven lichtjaar groot. Deze lokalisatie is vergelijkbaar met het vanaf de aarde opsporen van een mens op de maan.

Met behulp van deze locatie kon het team waarnemingen doen met een van de grootste optische telescopen ter wereld, de 8-meter Gemini North op Mauna Kea (Hawaï). Door de omgeving van de bron te onderzoeken stelden de astronomen vast dat de radioflitsen afkomstig zijn uit een spiraalstelsel (SDSS J015800.28+654253.0) dat 500 miljoen lichtjaar van de aarde is verwijderd, en – meer specifiek – uit een gebied in dat stelsel waar veel stervorming plaatsvindt.

“De gevonden locatie is compleet anders dan die van de eerder gelokaliseerde repeterende FRB, maar verschilt ook van alle andere onderzochte FRB’s,” legt Kenzie Nimmo, promovendus aan de Universiteit van Amsterdam, uit. “De verschillen tussen repeterende en niet-repeterende snelle radioflitsen zijn dus minder duidelijk, en we denken nu dat deze verschijnselen niet gebonden zijn aan een specifiek type sterrenstelsel of omgeving. Het zou zomaar kunnen zijn dat FRB’s op een grote verscheidenheid aan locaties in het heelal kunnen optreden en alleen specifieke omstandigheden vereisen om waarneembaar te zijn.”

Hoewel het huidige onderzoek eerdere aannames in twijfel trekt, is deze FRB de meest nabije die ooit is waargenomen. Dat stelt astronomen in de gelegenheid om dit verschijnsel gedetailleerder dan ooit te onderzoeken.

“We hopen dat verder onderzoek duidelijk zal maken onder welke omstandigheden deze geheimzinnige flitsen ontstaan. We streven ernaar om meer FRB’s nauwkeurig te lokaliseren en uiteindelijk hun ontstaan te begrijpen,” besluit corresponderend auteur van het onderzoek, Jason Hessels (Nederlands Instituut voor Radioastronomie (ASTRON) en de Universiteit van Amsterdam). Bron: Astronomie.nl

Samsung introduceert eerste ‘kunstmatige mens’ NEON genaamd

Even een kleine zijsprong naar kunstmatige intelligentie welke inmiddels ook in de sterrenkunde en ruimtevaart al breed wordt ingezet, denk bijvoorbeeld aan CIMON, de AI assistent in het ISS. Maar gaat het Zuid-Koreaanse Samsung AI naar een ‘next-level’ brengen met de eerste ‘AI-Human’ is de vraag die recentelijk over het web gonst. Het bedrijf introduceert namelijk op dinsdag 7 januari a.s., tijdens CES 2020*, een AI-product genaamd ‘NEON’. Lees verder

Iedereen een gelukkig perihelium!

Credit: Maniago – Based on image made by Crylic. CC BY-SA 3.0

Vandaag om 08.47 uur bereikt de Aarde in z’n baan het perihelium, het punt dat ‘ie het dichtst bij de Zon staat. De afstand bedraagt op dat moment 147.091.144 km oftewel 0,983244 astronomische eenheid. Het aphelium – het punt dat ‘ie het verste van de zon staat – zullen we dit jaar op 4 juli meemaken, als we 152.095.295 km van de zon verwijderd zijn, zo’n vijf miljoen km (2%) verder.

Credit: Anthony Ayiomamitis

Door het perihelium lijkt de Zon vanaf de Aarde gezien groter dan gemiddeld, zoals je goed op de afbeelding hierboven kunt zien. De Aarde ontvangt door de kleinere afstand bijna 3,5% meer licht en warmte van de Zon. Hierdoor zijn de zomers op het zuidelijk halfrond meetbaar warmer dan die op het noordelijk halfrond, maar ook ruim een week korter!

Credit: Ilse Cleymans

Je zal wellicht denken dat het vreemd is dat op dit moment – bij ons winter – de aarde het dichtst van de Zon staat en dat je het omgekeerde zou verwachten. Maar dat is te verklaren: de seizoenen ontstaan niet door de wisselende afstand van de aarde tot de Zon, maar door de schuine stand van de aardas ten opzichte van de ecliptica (zie de afbeelding hierboven). Vandaag beweegt de aarde ook het snelst in haar baan. De snelheid is nu 30,3 km/s, terwijl dat 29,3 km/s is op 5 juli. In het perihelium is de aarde dus 3,4% sneller dan in het aphelium. Zoef, veiligheidsriemen vast! Bron: Hemel.waarnemen + Time & Date + Sterrengids 2020.

Aanwijzingen gevonden dat Venus nog steeds vulkanisch actief is

Radarbeelden van de vulkaan Idunn Mons in de Imer Regio van Venus. De kleuren geven de temperatuur aan, verkregen met de Visible and Infrared Thermal Imaging Spectrometer (VIRTIS) van Venus Express spacecraft. Credit: NASA/ESA.

Een team van wetenschappers van de Universities Space Research Association (USRA) heeft aanwijzingen gevonden dat er op Venus vandaag de dag nog steeds actief vulkanisme is. Actieve vulkanen of lavastromen zijn niet gedetecteerd, maar het is op een andere (indirecte) wijze aangetoond. Al tientallen jaren wordt vermoed dat er actieve vulkanen op Venus zijn, eerst door het onderzoek met de Amerikaanse Magellaan ruimteverkenner begin jaren negentig, later met de Europese Venus Express in het eerste decennium van deze eeuw – beiden deden dat op basis van infraroodwaarnemingen aan de nachtzijde van Venus. Dr. Filiberto en zijn collega’s van USRA hebben in het laboratorium de dichte en hete atmosfeer van Venus nagebootst en zij zagen dat het olivijn mineraal, dat oorspronkelijk in basalt voorkomt en dat ontstaat door vulkanisme, door inwerking van de atmosfeer in snelle tijd een laagje om zich heen krijgt van magnetiet en hematiet, dat zijn twee ijzerhoudende oxidemineralen. Olivijn is dan vanuit de ruimte niet meer als zodanig te herkennen. Maar uit de gegevens van de Venus Express blijkt dat er nog steeds olivijn op het oppervlak verschijnt, dat maar enkele jaren oud is en daaruit trekt men de conclusie dat er nog steeds actief vulkanisme op Venus is. Daarmee ondersteunt men eerdere waarnemingen van pieken van zwaveldioxide in de atmosfeer van Venus, die gemeten zijn door de Pioneer Venus Orbiter en de Venus Express en die ook wijzen op recent vulkanisme. In Science verscheen er gisteren dit vakartikel over. Bron: USRA.

De maanfases en libratie in 2020 in beeld gebracht door de NASA

Credit: NASA’s Scientific Visualization Studio

Ieder jaar brengt NASA’s Goddard Space Flight Center een animatie uit, waarin de fases en libratie van de maan te zien zijn voor het volgende jaar. Hieronder de aflevering over 2020 – de intervallen zijn per uur. Je ziet linksboven de positie van de maan ten opzichte van de aarde, linksonder de libratie (zie ook hieronder), in het midden de maanfasen met de grootste kraters bij de terminator, de grens tussen licht en donker, horizontaal door het midden de afstand van de maan tot de aarde in zijn elliptische baan. Voor de video is gebruik gemaakt van gegevens van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) van de NASA en diens laser altimeter (LOLA) en camera (LROC).

De maan wijst altijd met dezelfde kant naar ons toe – maar niet altijd precies dezelfde kant! Vanwege de vorm van de omloopbaan, zien we onze trouwe wachter gedurende een maand vanuit verschillende hoeken. Dat betekent dat we soms stukjes van de “achterkant” kunnen zien – zo draait soms een gedeelte van de achterkant “voorbij” de noordpool in beeld. Dit “wiebelen” van de maan wordt libratie genoemd. De muziek bij de animatie is “Calling It a Night” van Matt Cusson, Vocal and Piano by Matt Cusson. 23 Jump Shots ASCAP. ©2017

Bron: NASA/SVS.

Tien Science Fiction films en series voor 2020

Met thema’s als Androïdes, toekomst voorspellende quantum computers,  multi-generatie ruimteschepen en Mars missies, is er in het aanbod van films en TV series voor het komend jaar wel voor ieder wat wils te vinden. Het gros is scifi drama maar er zit ook scifi comedy en de verfilming van Aldous Huxley’s A Brave New World bij. Hieronder een kort overzicht van het cinema en TV aanbod voor 2020.

Lees verder

Het volume van het heelal groeide in 2019 met 170 triljard kubieke lichtjaar

De schaal van het heelal logaritmisch weergegeven. Klik om te veruniversaliseren. Credit: Pablo Carlos Budassi – Wikipedia.

Blogger en sterrenkundige Ethan Siegel van Starts with a Bang heeft in een gisteren gepubliceerde post een mooi rijtje met data van de veranderingen die het heelal afgelopen kalenderjaar heeft ondergaan – het 2019e rondje om de zon sinds het begin van de jaartelling. Zoals dat de maan weer een paar centimeter verder van de aarde af staat, dat de zon 0,000000005% meer energie heeft geproduceerd, dat er in de Melkweg weer 0,68 zonsmassa aan nieuwe sterren is bijgekomen, enzovoorts. Eén getal wil ik met name noemen: die van de toename van het volume van het heelal in 2019. De straal van het heelal is, zoals ik meer dan tien jaar geleden al schreef, ongeveer 46,5 miljard lichtjaar. In 2019 nam de straal van het heelal toe met 6,5 lichtjaar – yep, meer dan 1 lichtjaar per jaar, u leest het goed. Doordat het heelal zo groot is betekent die toename van de straal dat het volume van het heelal met 170 triljard kubieke lichtjaar is toegenomen (mmmmm, leuke vraag voor een Astroquiz 2020 😀 ). Siegel noemt het ‘170 sextillion cubic light-years’. In de Amerikaanse notitie staat sextillion voor 10²¹. Wij noemen dat triljard (voorvoegsel: zetta). Honderdzeventig triljard lichtjaar³ erbij in één jaar tijd, niet slecht voor een heelal. In principe zou dat betekenen dat er dan 850 sterrenstelsels bij zijn gekomen, die we vanaf de aarde door die extra ruimte kunnen zien, maar in de praktijk kunnen we juist minder sterrenstelsels zien, omdat door de invloed van de donkere energie het heelal versneld uitdijt en steeds meer sterrenstelsels buíten het zichtbare deel van het heelal terecht komen. Da’s dan weer minder leuk. Bron: Starts with a Bang.

Boekbespreking: het kosmisch rariteitenkabinet

Op 17 december j.l. zag ik ze op het Gala van de Sterrenkunde in Leiden, de sterrenkundigen en wetenschapsjournalisten George van Hal (de Volkskrant) en Ans Hekkenberg (New Scientist), de auteurs van het boek ‘Het kosmisch rariteitenkabinet’. Op dat gala deden ze een korte, maar boeiende presentatie van enkele bijzondere rariteiten die er in het heelal zijn, zoals daar is de allergrootste bliksemflits in het gehele heelal, eentje die vanuit het sterrenstelsel 3C303 wordt uitgestoten en die een sterkte van maart liefst 10^18 ampère heeft – gelukkig staat dat stelsel met z’n bizarre flits op een veilige afstand van twee miljard lichtjaar. Ik kende het boek toen op die avond nog niet, maar dacht wel na die ‘flitsende’ presentatie dat ’t zeker waard zou zijn om het eens te lezen. En aldus geschiedde en het feit dat ik Kerstvakantie had en dus tijd had om iets te lezen maakte het ook makkelijker om het in één ruk uit te lezen.

In Het kosmisch rariteitenkabinet beschrijven Van Hal en Hekkenberg in 30 hoofdstukken de meest vreemde, hilarische, bizarre en grootste objecten die het heelal herbergt en raadselachtige berichten en signalen van dingen die vanuit het heelal tot ons komen, van dingen in de buurt van de aarde – neem de Zuid-Atlantische Anomalie (ZAA) als voorbeeld, de Bermudadriehoek van de ruimte – tot dingen héél ver weg, zoals de Thorne-Zytkow objecten, waarbij een neutronenster zich schuilhoudt in de kern van een rode reuzenster, en die bliksemflits uit 3C303. Ik vind het een heel leuk en ook verhelderend boek, dat uitnodigde om steeds maar verder te lezen. Het zijn korte hoofdstukken, waarin de rariteiten die ons heelal kent op een vlotte en vaak ook humoristische manier beschreven worden en na ieder hoofdstuk denk je ‘snel verder lezen, kijken of het nog gekker kan worden’… en ja hoor, het kan steeds gekker worden. Nou weet ik na ruim 14 jaar Astroblogs dat het heelal nog tal van bizarre objecten kent die niet in Het kosmisch rariteitenkabinet staan (ik noem even wat dingen, zoals vierkante kraters op de maan, het inmiddels beroemde Hanny’s Voorwerp (waarin ook een dode quasar een rol speelt) en Groene Erwtstelsels), maar er zal vast nog wel eens een deel twee uitkomen, dus wie weet komen we die objecten daarin tegen. Het boek eindigt met een bezoek aan het ontstaan van het heelal – inclusief de inflatieperiode – middels een reisje georganiseerd door de Oerknaltours – zeg maar het Restaurant aan het Eind van het Heelal uit de Hitchhikers Guide to the Galaxy, maar dan omgekeerd. Kortom, een boek dat ik iedereen aan kan raden en dat ik bij het verschijnen van een deel twee zeker weer zal lezen.

Het kosmisch rariteitenkabinet
Auteurs: George van Hal, Ans Hekkenberg
Uitgever: Fontaine Uitgevers B.V.
Uitgave: oktober 2019
176 bladzijden
ISBN: 9789059569577

NGC 1931, een goed begin……

NGC 1931 in Auriga

…..is het halve werk, maar een goed begin is ook wat ik U  allen wens voor het nieuwbakken jaar 2020!!  Enne….in aansluiting op het voorgaande onheil en rampspoed joekelblogje dat uiteindelijk toch een happy end had,  kan ik nu met volle overtuiging vaststellen dat…ik…oh joy..oh joy… weer helemaal back in business ben.!!!!….Astrophotography-business wel te verstaan!! En…dat allemaal dankzij het fabriceren c.q. installeren van een lullig effectief geplaatst stangetje plus contragewichtje!! Nou ja…..het zal mij nu allemaal aan de spreekwoordelijke nieuwjaars bilnaad oxideren….het “circus” doet het weer….en hoe!!

Om het feest van het herboren astrofoto-circus te vieren waren de,  afgelopen paar weekjes toch best wel behoorlijk zeeuws zuinige, weergoden vorig jaar  (wat klinkt dat toch maf eigenlijk!!) 30 december zomaar opeens zo gul met een waarlijk schitterendkraakheldere winteravond.  Onder het vriendelijk toeziend oog van vadertje Orion, fier boven de zuid oostelijke horizon stijgend,  heb ik deze heerlijke avond, waarbij alles werkelijk perfect verliep,  even lekker echt alles uit de kast gehaald!!

Normaal “onder het oude regime van het betere  handwerk” hield ik wat het subjes-schieten betreft braaf bij mijn standaardrecept van 6 subjes van 5 minuten,  maar omdat het nu alleen maar een kwestie was van opbouwen,  afstellen en vervolgens alleen maar toekijken en in de gaten te houden EN omdat het hele proces dit keer zo vlot en zo probleemloos verliep….ter plekke besloten om even lekker de “astrophoto-hooligan uit te hangen” en i.p.v. “het oude standaardrecept” maar liefst 10 subjes van een wereldschokkende 6 minuten toe te passen.

Dankbaar “slachtoffer”  van dit beestachtige gedrag was het kleine kekke emissieneveltje/open sterrenhoop NGC 1931, welke te vinden is in het deep sky objecten rijke sterrenbeeld Auriga…Voerman. Dit grappige op zo’n 7000 lichtjaar afstand gelegen object wordt “in de literatuur” ook wel eens beschreven als een “miniatuur Orionnevel”…enne….daar zit zeker wel iets in! Net zoals de Orionnevel is dit object een  mengelmoesje van jonge sterrenhoop, emissienevel (rood), reflectienevel(blauw) en ook nog een klein veugje donker stof…ofwel  alle “galactische stervormingssmaakjes” zijn ook hier, net zoals bij de Orionnevel, maar dan op een iets kleinere schaal,  vertegenwoordigd!! Na het subjes schieten heb ik thuis nog tien nieuwe 6 minuten dark frames geschoten en deze vervolgens gecombineerd met 20 flatframes en middels deep sky stacker verwerkt tot nevenstaande schone astrofotografische eersteling van het nieuwe jaar!!