6 juli 2020

Volgens nieuwe berekeningen zijn er minstens 36 intelligente, communicerende beschavingen in de Melkweg

Credit: The Digital Artist / Pixabay.

Nieuwe berekeningen van het aantal ‘Communicating Extra-Terrestrial Intelligent civilizations’ (CETI) in ons Melkwegstelsel geven aan dat het aantal minstens 36 bedraagt met een marge van 175 naar boven en 32 naar beneden. Al decennia geleden heeft Frank Drake een vergelijking opgesteld om het aantal intelligente beschavingen te berekenen, maar die vergelijking is nu door Tom Westby en Christopher Conselice gewijzigd. Dit tweetal heeft ook rekening gehouden met factoren zoals de stervorming in het Melkwegstelsel, het metaalgehalte van sterren en de waarschijnlijkheid dat sterren in hun leefbare zone (de zone waar de temperatuur hoog genoeg is om vloeibaar water te laten bestaan) aardachtige planeten hebben. Ook hanteren ze de zogeheten ‘Astrobiological Copernican Weak and Strong conditions‘, waarbij de situatie van in ieder geval één planeet met leven als basis dient, de aarde. Onder de meest strenge, behoudende condities komen ze uit op 36 +175/-32 beschavingen. Die zouden gemiddeld 17.000 lichtjaar van elkaar verwijderd moeten zijn. Het meest komen de beschavingen voor bij M-dwergen met lage massa, een lichtzwakke categorie sterren. De zon is een G-dwerg en die categorie sterren is volgens Westby en Conselice slecht bedeeld met planeten met intelligente beschavingen – de zon is dus een uitzondering. Omdat M-dwergen nogal grillig kunnen zijn door hun uitbarstingen van sterke sterrenwind zijn de beschavingen daar volgens het tweetal geen heel lang leven beschoren. Hier het vakartikel met de berekeningen, te verschijnen in the Astrophysical Journal. Bron: Francis Naukas.

Comments

  1. Enceladus Enceladus zegt

    “Het meest komen de beschavingen voor bij M-dwergen met lage massa, een lichtzwakke categorie sterren. De zon is een G-dwerg en die categorie sterren is volgens Westby en Conselice slecht bedeeld met planeten met intelligente beschavingen – de zon is dus een uitzondering. Omdat M-dwergen nogal grillig kunnen zijn door hun uitbarstingen van sterke sterrenwind zijn de beschavingen daar volgens het tweetal geen heel lang leven beschoren.”

    Maar als beschavingen het meest voorkomen bij M-dwergen met lage massa maar deze geen lang leven beschoren zijn door uitbarstingen van sterke zonnewind, hoe groot is de kans dan dat er op dit moment 36 CETI’s zijn?

    Bovendien: als de onderlinge afstand ‘maar’ 17.000 lichtjaar is, zouden we dan echt niks van onze astronomische buren merken? Toegegeven: die merken nog niks van ons, maar 17.000 jaar is nou ook weer niet schokkend veel en dan zou je toch verwachten dat wij radioboodschappen zouden moeten kunnen waarnemen?

    Groet,
    Gert (Enceladus)

  2. Wij zijn op dit moment de enige beschaving die we kennen. CETI gaat over beschavingen die kunnen communiceren middels radiogolven en dat doen wij al zo’n 100 jaar. Dat is dan ook de leeftijd L die Westby en Conselice hanteren, de gemiddelde levensduur van dergelijke beschavingen. Is L langer dan zullen er ook meer beschavingen zijn. Door de grilligheid van de M-dwergen zal L ook niet zo hoog zijn schat ik in, tenzij ze zich op de een of andere manier weten te beschutten tegen de uitbarstingen van de ster, bijvoorbeeld door aan de achterzijde van hun planeet te zitten, als deze ‘tidal-locked’ is. Ja, wat die afstand van 17.000 lichtjaar betreft: een signaal van een CETI-beschaving op die afstand wordt natuurlijk zwakker naarmate het signaal verder reikt. Ik denk dat onze radio-oren nog niet sterk genoeg zijn om dat signaal op te vangen.

    • Hallo Arie, jij noemt dat we AL 100 jaar met radiogolven communiceren, maar moet dat niet zijn, PAS 100 jaar, gezien de afstanden en grootte van de melkweg?
      Elektromagnetische straling, want daar praten we dan over neem ik aan, is deze oneindig? En welke snelheid heeft deze?

      Groeten Yochem

      • Hoi Yochem,

        Licht en alle andere electromagnetische straling verplaatst zich met de lichtsnelheid. Deze bedraagt zo’n 300.000 kilometer per seconde.
        Licht deeltjes(fotonen) uitdoven niet uit naar een bepaalde tijd, maar kunnen wel ergens opbotsen of door een spiegel of een krachtveld van richting veranderen. Maar in principe gaan ze anders ‘oneindig’ rechtdoor.

        Groet, Paul

        https://nl.wikipedia.org/wiki/Lichtsnelheid

    • Quote: ” CETI gaat over beschavingen die kunnen communiceren middels radiogolven en dat doen wij al zo’n 100 jaar. Dat is dan ook de leeftijd L die Westby en Conselice hanteren, de gemiddelde levensduur van dergelijke beschavingen. ”

      Lekker positief zijn de heren Westby en Conselice over het voortbestaan van de Aarde ( en andere communiceren beschavingen…)
      Ik kan uit die insteek toch slechts afleiden dat de Aarde (en haar bewoners) nu eigenlijk al in reserve tijd spelen… 🙁

      Trouwens… de eerste testen met draadloze (=radio-) verbinding over Het Kanaal en de Atlantische Oceaan vonden plaats in resp. 1899 en 1901.
      Me dunkt dat die heren statistici dan best 120 jaar in die vergelijking kunnen stoppen, als wij ons dit jaar naar het stenentijdperk (of erger) werken**.
      Dat scheet toch mooi weer een 7-tal extra van deze communicerende beschavingen. En dan zit de next-beschaving statistisch gezien op zo’n 10.000 lichtjaar. Dat wordt dus weer wat draagbaarder. 😀

      Hartelijke Groet en Beterschap, Paul 😉

      ** Voorheen had ik gezegd “naar het stenentijdperk bombarderen, maar kennelijk is het niet een Nucleair-instrument wat ons de kop kost, maar de wereldhandel, die niet alleen leuke goederen maar ook dodelijke Vira in het rondstrooit…

      • Ik denk niet dat “de heren (…) lekker positief” dan wel negatief zijn. Ze zeggen zelf (in de inleiding van hun artikel): “… this is a lower limit, based on the assumption that the average life-time, L, of a communicating civilization is 100 years (based on our own at present).” Ik heb het hele artikel niet gelezen, maar ik vermoed dat ze de gemiddelde levensduur gelijkstellen met onze levensduur (als “communicating civilization”, en die is ongeveer 100 jaar (voor mijn part mag je daar 120 van maken). Over hoe lang we het nog uithouden, weten we niets, dus je moet L niet groter gaan maken dan de waarde waarvan je iets met zekerheid kunt zeggen. In die zin zeggen de auteurs helemaal niets over of en hoe lang we al in reservetijd spelen.

        Ik snap ook niet goed hoe je met “een 7-tal extra van deze (…) beschavingen” van 17.000 naar 10.000 lichtjaar gaat, maar dat kan aan mij liggen. Voor amper 7 meer lijkt die sprong mij wel wat te groot: als onze eerstvolgende buur al op 10.000 lichtjaar zit, zou ik denken dat het aantal beschavingen in kwestie een heel pak groter zou zijn.

        • De dikte van de Melkweg is ca 3000 lichtjaar, wat (bijna) in het niet valt bij de berekende ‘gemiddelde afstand van 17.000 ly’. De verdeling zal dus over het oppervlakte van de disc ( o.a. spiraalarmen ) moeten plaatsvinden: een verdeling in de hoogte van de Melkweg biedt nl. geen uitkomst.

          Als er 20% meer beschavingen zijn, is hun verdeling 44% minder afstand tussen de afzonderlijke stelsels.
          [ 1,20 ^ 2 = 1,44 ]
          [ 17.000 / 1,44 = 11.806 ]
          Ik ben wellicht iets te kort door de bocht gegaan: die 10.000 had ook 12.000 mogen zijn. 😉

          . ..
          Uiteraard zeggen de Heren Wetenschappers niks expliciets over of wij in de reserve tijd spelen of niet, maar impliciet melden ze dat natuurlijk precies wel !!! Volgens Westby en Conselice is het de gemiddelde levensduur van ‘dergelijke beschavingen’, waarvan wij er één zijn. ( Misschien toch nog even je extra focussen op de randvoorwaarden die de heren stellen? 😉 🙂 )
          Natuurlijk is het andersom: wij zitten niet in reservetijd, maar zij werken met de helaas nog beperkte gegevens die ze kennen, en hopen dat de enige beschaving waar ze wat over weten (die op Aarde) een aardige voorspelling is voor andere beschavingen…
          [ Dus als we het minimaal nog 80 jaar volhouden (tot eind deze eeuw) is de kans(!) op meer beschavingen dubbel zo groot. De gemiddelde afstand tot de next-beschaving slechts 4250 ly. Ons bolletje van kunstmatige radiostraling heeft dan slechts een straal van 200 ly. )

          Groet, Paul

          • Dank voor je berekening – die kan ik volgen. Je negeert de centrale verdikking wel, maar die zal geen noemenswaardig verschil maken, vermoed ik. En misschien is het er ook gewoon “te druk” voor veel leven …

            Wat het andere punt betreft, volg ik je nog altijd niet. Het gaat allereerst om een ondergrens: hoeveel CETI’s (“Communicating Extra-Terrestrial Intelligent civilizations”) mogen we ten minste verwachten als we vertrekken van de laagst mogelijke CETI-tijd, zijnde onze eigen tijd tot nu toe, het enige bekende en zekere geval (100 jaar hebben we, wat erbij komt, weten we niet). Dat betekent echter allerminst dat zij “hopen dat (…) dat een aardige voorspelling is voor andere beschavingen…”, integendeel: het gaat om “the most pessimistic assumption”, waarin wij alleen zijn en op sterven na dood, en dan geldt “N = 1 and L = 100 years”. Een andere quote:

            “The simple statement (Equation 20) at least allows a lower limit to be made, given the communicating civilization on Earth has persisted for of order 100 years, which implies that a minimum value for ???? can be estimated (within our assumptions) by setting ???? = 100 ????????.” (https://arxiv.org/ftp/arxiv/papers/2004/2004.03968.pdf, p. 35)

            Kortom, het gaat om een “lower limit” die een “minimum value” voor N (het aantal CETI’s) oplevert, niet om de “gemiddelde levensduur van ‘dergelijke’ beschavingen (volgens Westby en Conselice)”.
            Daarnaast overlopen zij een hele resem (gunstiger) scenario’s, met heel wisselende waarden voor L (tot een miljoen jaar), en de enige keer dat zij iets laten doorschemeren (maar ook niet meer dan dat) van wat een aardige voorspelling zou kunnen zijn, is wanneer zij 2.000 jaar “a perhaps more realistic lifespan” noemen dan “an average CETI (…) of a million years”. En dan heb je er nog het raden naar of ze 2.000 zelf, dan wel “iets meer” (20.000, 200.000 …) “het aardigst” vinden. Maar om wat “aardig” zou zijn, gaat het dus niet. Wel om wat je minimaal mag verwachten, wat andere scenario’s opleveren en ook wat een en ander betekent i.v.m. de beroemde Fermiparadox.

  3. Buitenaards leven.
    Altijd een leuk onderwerp om over te filosoferen, persoonlijk ben ik voorstander van een situatie zoals Steven Spielberg het aanreikte in Close Encounters een van mijn favorieten films. Maar of die buitenaardsen zo vriendelijk zullen zijn als ze in deze film tonen blijft maar hopen. En om überhaupt iemand op bezoek te krijgen daarvoor moeten deze wezens waarschijnlijk meer dan 1000 jaar ouder zijn dan wij Aardbewoners het nu zijn. Want reizen op de NASA manier zal geen succes worden op een afstand van 17.000 lichtjaar. Het verste wat we werkelijk zijn geweest was op onze Maan, iets wat bijna 2 dagen duurde en hoeveel kabaal is er al gemaakt de laatste jaren om uiteindelijk toch naar Mars te gaan. Ik hoop nog te leven om daar iets van te mogen mee beleven. Reizen door de ruimte is een uitermate ingewikkeld proces, toen ik bij André Kuipers op bezoek was vertelde deze hoeveel moeite hij moest doen om weer gewoon een aardmens te worden na zijn feitelijk kortdurend bezoek aan het ISS. Je kunt je dan de vraag stellen wat we feitelijk op een andere planeet zouden moeten doen als deze niet via teleportatie bereikbaar is. En dan te weten dat het kosmische-stralingsprobleem een nog veel groter iets is om onze koolstofconstructies door de ruimte van A naar B te transporteren zonder dat deze onherstelbare schade ondervinden. Wubbo Ockels ( ook eens ooit een paar uur mee gesproken ) kon hier echt over mee praten en hoe dat uitwerkte weet iedereen. En ja, ik vind het ook leuk als ik de Drake vergelijking weer anders kan vertellen dan hoe ik het voor het eerst deed in 1999, toch blijven het gewoon getallen waar we feitelijk niets aan hebben als we geen werkelijk contact hebben met de besproken levensvorm. Nog niet eens behandeld; Op welke manier en hoe men deze communicatie zou moeten doen. Laten we maar eerst eens een werkelijk functioneel gesprek gaan voeren met een dolfijn, daarna hebben we een idee hoe dat met die nog te ontdekken levensvorm zou kunnen gaan. In Close Encounters is het muziek en een primitieve doventaal. En toch denk ik dat we op reis moeten, op reis om buitenaardsen te gaan ontmoeten want onze ruimteschip – Aarde blijft niet voor altijd de ideale plaats om te vertoeven. Maar hoe dat is de vraag. O ja van al dat buitenaards radiocontact daar weet ik van dat er ergens in 1977 iets is ontvangen op de destijdse manier, iets wat wij nu in 2020 waarschijnlijk beter kunnen. Alleen ik hoor of zie geen succesverhalen wat iedere aardbewoner zou mogen weten. Dus wie weet zijn we verder dan nu algemeen bericht. Ik heb het al 10 tallen keren mee gemaakt dat informatie uit eerste hand op een lezing pas 24 maanden later in een tijdschrift of in de krant stond. Dus ET kom maar, je mag bij mij overnacht.

    • Monique Monique zegt

      Het lijkt me zeker in deze periode uitgesloten dat buitenaards intelligent leven de behoefte heeft om hier te komen buurten met dat vreemde COVID-19 virus. Of…is COVID-19 wellicht hun ‘uitnodigingskaartje’ dat ze verspreid hebben.

      • Enceladus Enceladus zegt

        Het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat buitenaards leven vatbaar zou zijn voor aardse virussen en andersom dat wij vatbaar zouden zijn voor buitenaardse virussen. Tenzij je ervan uitgaat dat alle leven in het hele universum dezelfde oorsprong heeft en gebaseerd is op dezelfde DNA-structuren en chemie etc. In dat geval zijn buitenaardsen eigenlijk geen aliens.

        Groet,
        Gert (Enceladus)

        • Ik denk dat leven, leven is en dat ze juist daardoor vatbaar zouden kunnen zijn voor virussen welke op de Aarde aanwezig zijn. Wij hebben met de aanwezige virussen leren leven, het zou denkbaar kunnen zijn, dat er op Aarde iets rond dwarrelt wat bij het buitenaards leven de stoppen doet doorspringen.

          • Monique Monique zegt

            Yochem, ik denk dat jij een punt hebt. In het universum zijn de ingrediënten koolstof, waterstof, zuurstof, stikstof, zwavel en fosfor. Het DNA is een complexe chemische verbinding. Het is echt een wonder dat op de een of andere manier alles klopt om een wezen als de mens te laten ontstaan op de juiste leefbare plaats in het universum. Het is op aarde gelukt. Ik denk dat ergens anders in het universum ook het geval is. Mooi, maar gelukkig is het universum groot genoeg om daar geen gedoe mee te hebben en andersom.
            Wij hebben onze virussen, zij waarschijnlijk andere virussen. Zijn zij verder in de bestrijding van virussen dan zien ze er waarschijnlijk uit als op het plaatje boven in de blog (en dat valt dan nog best mee)

  4. Toch bijzonder dat er telkens weer iemand een publicatie de wereld inslingert waarin dezelfde vergelijk telkens weer wordt ingevuld met getallen die iedere keer weer op een iets andere manier uit de lucht gegrepen worden.

    Totdat we bewijs vinden dat er buitenaards leven is, is ‘berekenen’ van het aantal intelligente beschavingen een illusie. Het kan net zo goed 1 zijn als 10 tot de tigste.

    • Nee het is niet dezelfde vergelijking, hij is uitgebreid. Zie de blog en het vakartikel.

      • Je hebt gelijk, ik was wat snel met mijn oordeel.
        Maar nu ik het beter gelezen heb: het is toch wel een variant van hetzelfde type berekening, en de aannames die je moet doen om hem in te vullen zijn (onvermijdelijk) niet echt te onderbouwen tot we leven op een andere planeet ontdekken:

        “we make the assumptions that if a planet could potentially support life, then it will inevitably develop a CETI but no earlier than ???????? ? 5 ????????????”

        Als we ooit leven ontdekken dan hoop ik enorm dat het echt een duidelijk onafhankelijk van de aarde ontstane variant is. Als we op mars bijvoorbeeld leven ontdekken met dezelfde biochemische basis, dan blijven we zitten met de mogelijkheid dat het leven van aarde naar mars of omgekeerd is getransporteerd.

  5. Tja, je kan publiceren wat je wilt maar het bewijs komt er nooit als we 17.000 lichtjaar achteruit moeten kijken. Het is compleet zinloos onderzoek zolang we geen manier vinden om die afstand “in no time” te overbruggen. Het enige houvast zijn de stomme vliegende schotels die we bedacht hebben. B.t.w. is een virus intelligent als die de halve aardbol kan domineren door telkens slim “fuzzy logic?”zijn interne structuur aan te passen? Of een plant die zijn voortplanting volledig overlaat aan bijen zonder te “weten” dat ze bestaan? https://clearthinking.co/will-2020-see-the-start-of-a-pandemic-a-bayesian-approach/ Ofwel wat is de definitie van intelligentie?

    • Wybren de Jong zegt

      Over intelligentie valt nog heel veel te zeggen.
      Zijn wij bijvoorbeeld de enige intelligente soort die deze aarde kent en gekend heeft?
      Het lijkt er sterk op dat ook de Neanderthalers intelligent waren, al kunnen we hen niet meer direct onderzoeken.
      En wat te denken van andere soorten oermensen, zoals de Denisovans?
      En nog verder terug, wat weten we eigenlijk over de homo erectus?
      En de mensapen die nog steeds voortbestaan, zoals de chimpansees, de oerang-oetangs en de bonobo’s?
      Gorilla’s lijken niet erg intelligent, maar is dat niet een cultureel vooroordeel?
      En onderzoek aan varkens laat zien dat ze ook allerlei puzzels kunnen oplossen.

  6. Minstens 36 +175/-32 is dus van 4 tot 211. Dat lijkt me niet denderend, vooral niet als het maar 4 (of daaromtrent) zou zijn. Zolang we echter maar 1 enkel voorbeeld hebben, zijn zulke berekeningen bijna gratuit. Men moet zich namelijk baseren op dat ene voorbeeld, zonder dat men goed weet wat er allemaal bij is komen kijken om dat intelligent leven daar te brengen (figuurlijk). Misschien zijn er wel (vooralsnog onbekende) factoren die verhinderen dat intelligent leven dat het alvast een tijdje uithoudt meer dan 1 keer per sterrenstelsel voorkomt. De Melkweg, 1 keer prijs, dat klopt voorlopig nog heel aardig. Maar goed, laten we gewoon wachten op de volgende “aangepaste” berekening(en). De kans is groot dat die veel sneller komt dan dat we dat intelligent leven ooit echt ontdekken.

  7. @ Paul (Obelix)

    In mijn laatste reactie is de quote gedeeltelijk onleesbaar. Hier (hopelijk) de juiste versie:

    ““The simple statement (Equation 20) at least allows a lower limit to be made, given the communicating civilization on Earth has persisted for of order 100 years, which implies that a minimum value for N can be estimated (within our assumptions) by setting L= 100 yr.”

    (https://arxiv.org/ftp/arxiv/papers/2004/2004.03968.pdf, p. 35)

    Groet

    HC

Trackbacks

  1. […] Copernicaanse limieten[1] minstens 36 bedraagt. Ik heb er ruim twee maanden geleden al een artikel aan gewijd, maar middels persberichten (zie de bron) is het pas deze week overal in de publiciteit […]

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: