Site pictogram Astroblogs

Clusters van supernovae in Melkwegkern slingeren mogelijk sterren weg

Een gesimuleerd sterrenstelsel in het FIRE-2 project. Credit: Sijie Yu / UCI.

Het zou best wel eens kunnen zijn dat er in de halo rondom de platte schijf van het Melkwegstelsel sterren zijn die daar zijn als gevolg van ‘clusters van supernovae’. Sterrenkundigen van de Universiteit van Californië/Irvine (UCI) hebben in het zogeheten Feedback in Realistic Environments 2 project (FIRE-2) simulaties uitgevoerd op de computer en daaruit blijkt dat het goed mogelijk is dat er sterren door een cluster van supernova-explosies de halo in worden geslingerd. Een team van sterrenkundigen, onder leiding van James Bullock, heeft daar in the Monthly Notices of the Royal Astronomical Society een artikel aan gewijd. in de kern van het Melkwegstelsel, waar de dichtheid aan grote, zware sterren erg groot is, kunnen groepen supernovae achter elkaar exploderen. Door die explosies wordt het gas in hun omgeving weggeblazen en komt het terecht in de bolvormige halo rondom de Melkweg. Als dat gas dan afkoelt kunnen er sterren uit ontstaan. In die zin zijn het dan ook geen sterren die uit de Melkweg worden gekatapulteerd, zoals waar de bron over spreekt, maar het materiaal waaruit die halo-sterren ontstaan.

Een simulatie die laat zien waar sterren vormen aan de rand van een supernova bel. Paars laat zien waar sterren zich vormen, blauw een regio met reeds gevormde, jonge sterren, rood/bruin waar stof het sterlicht verduisterd. Credit: Sijie Yu / UCI.

De sterrenkundigen denken dat de sterren in de halo die door deze “supernova feedback” zijn ontstaan maar liefst 40% van alle sterren daar vormen. Tot nu toe dacht men altijd dat de meeste sterren daar kwamen door botsingen van kleine dwergstelsels met het Melkwegstelsel, waardoor die dwergstelsels uit elkaar werden getrokken en slierten sterren in de halo terecht kwamen. De clusters van supernovae treden niet continu op, dat is iets wat vermoedelijk in golven gaat, waarbij periodes van grote stervorming worden afgewisseld met periodes van lagere stervorming. Genomen over de hele levensduur van een sterrenstelsel zouden sterren gevormd door clusters van supernovae zo’n 2% van het totaal uitmaken. Maar ten tijde van uitbarstingen van stervorming kan dat aantal wel oplopen tot 20%.

Bron: UCI.

Mobiele versie afsluiten