Yep, de voorjaarsluchten zijn uitzonderlijk blauw

Credit: Jplenio/Pixabay.

We hadden al het gevoel dat de luchten de afgelopen tijd erg blauw waren, maar dat blijkt echt zo te zijn. Het KNMI houdt dat in de gaten en ze hebben er zelfs een nieuwe, experimentele methode voor bedacht om het te meten. Wat blijkt: de ‘blauwste dag’ was 22 maart, gevolgd door 31 maart. De geringe aanwezigheid van vliegtuigstrepen en minder luchtvervuiling hebben deze zeer blauwe luchten mogelijk gemaakt.

Waarom is de hemel eigenlijk blauw? Het was Lord Rayleigh – eigenlijk John William Strutt (1842-1919), de derde baron van Rayleigh – die het antwoord gaf op de vraag waarom de lucht eigenlijk blauw is. Het komt volgens hem door de verstrooiing van licht door deeltjes die kleiner zijn dan de golflengte van het licht. De hoeveelheid Rayleighverstrooiing – zoals het wordt genoemd – voor een lichtstraal is afhankelijk van de grootte van de deeltjes en de golflengte van het licht.

Voorstelling van de Rayleigh verstrooiing. Credit: C3.

De golflengte-afhankelijkheid is bijzonder sterk: de hoeveelheid verstrooid licht is omgekeerd evenredig met de vierde macht van de golflengte. Die sterke afhankelijkheid van de golflengte zorgt ervoor dat blauw licht veel meer wordt verstrooid dan rood licht: blauw licht heeft een golflengte die ongeveer twee keer zo kort is als rood licht, en blauw licht wordt daardoor 2 tot de macht 4 is 16 keer zo goed verstrooid. De atmosfeer verstrooit het licht naar alle kanten en geeft de zachtblauwe kleur – ehhh.. nu dus de strakblauwe luchten – behalve waar men de zon direct ziet.

Het KNMI meet sinds 2005 in Cabauw (20 kilometer ten zuidwesten van De Bilt) de zonnestraling in het kader van het wereldwijde Baseline Surface Radiation Network (BSRN). In Cabauw worden ook frequent beelden van de hemel gemaakt met een sky imager (een naar boven gerichte camera met een fish eye lens). In de afgelopen periode was 22 maart, kort na het begin van de coronamaatregelen, een zeer mooie dag met een diepblauwe hemel. De zonnestralingswaarnemingen in Cabauw laten zeer weinig variabiliteit zien en zijn zo ‘glad’ als we zelden zien. Foto’s en meer info over de metingen vind je in de bron: KNMI.

Experimenteel satellietenduo vormt Noors-Nederlandse observatiepost in de ruimte

Credit: NLR en TNO en het Noorse Defensie-onderzoeksinstituut FFI

Nederland en Noorwegen gaan een gezamenlijke experimentele satellietmissie uitvoeren. Het gaat om de ontwikkeling van 2 satellieten die in tandemformatie om de aarde gaan vliegen. Het satellietenduo vormt een experimenteel observatiesysteem dat radarsignalen kan detecteren en lokaliseren. Dit is belangrijke informatie voor krijgsmachten. De ontwikkeling van eigen satellieten maakt de krijgsmachten daarbij minder afhankelijk van externe, commerciële partijen.

In 2017 kondigden Noorwegen en Nederland aan om wetenschappelijk onderzoek te verrichten op het gebied van ruimtevaart. Die samenwerking wordt nu concreet met de zogenoemde BROS-missie (Binational Radiofrequency Observing Satellites). Deze demonstratiemissie wordt ontwikkeld door de Nederlandse onderzoeksinstituten Koninklijke NLR en TNO en het Noorse Defensie-onderzoeksinstituut FFI (Forsvarets Forskningsinstitutt). De lancering van de satellieten staat gepland voor halverwege 2022.

NanoAvionics uit Litouwen bouwt de satellieten Birkeland en Huygens. Het innovatieve radardetectiesysteem dat hiermee ontstaat, kan onder alle weersomstandigheden (scheeps)radarsignalen detecteren en lokaliseren. Dit gebeurt met een meetinstrument dat wordt ontwikkeld door het Noors-Nederlandse consortium.

De satellieten vliegen in tandemformatie op een hoogte van ongeveer 600 kilometer in een baan om de aarde. Ze vliegen op een onderlinge afstand van 15 à 25 km. Hierdoor detecteren ze vrijwel gelijktijdig radarsignalen. Het consortium verwacht dat deze missie waardevolle inzichten oplevert over formatievliegen met nanosatellieten.

Consortium

Nederland en Noorwegen werken samen in SMART (strategic mutual assistance in research and technology). Het gaat hierbij om strategische projecten, waaronder MilSpace. Binnen het consortium zijn de taken verdeeld. Koninklijke NLR ziet toe op de verwerving van de BROS-satellieten en het inbouwen van de instrumenten. TNO bouwt de onderdelen van de instrumenten zoals de antennes en de signaalontvangers. FFI maakt het systeemontwerp van het meetinstrument. Ook is het verantwoordelijk voor het grondstation en de dataverwerking. Bron: Defensie.