Meer bekend over de pulsaties van Delta Scuti veranderlijken dankzij TESS

Impressie van een Delta Scuti ster, credit: NASA’s Goddard Space Flight Center.

Sterrenkundigen zijn dankzij waarnemingen van NASA’s Transiting Exoplanet Survey Satellite (TESS) meer te weten gekomen over de pulsaties van Delta Scuti sterren, dat zijn veranderlijke sterren, genoemd naar het prototype, Delta Scuti (δ Scuti) in het sterrenbeeld Schild. Deze sterren zijn ongeveer 1,5 tot 2,5 keer zo zwaar als de zon en in zeer korte tijd veranderen ze een heel klein beetje in lichtsterkte – de periode van Delta Scuti sterren is minder dan 8 uur en de amplitude is meestal slechts ongeveer 0,02 magnitude (maar kan 0,8 magnitude bereiken). En zijn duizenden Delta Scuti sterren bekend en net als de bekende Cepheïden, een andere soort veranderlijke sterren, is er een relatie tussen de periode en lichtkracht. Probleem van de Delta Scuti sterren is dat de sterrenkundigen hun pulsaties moeilijk kunnen doorgronden. Ze hebben een snelle rotatie, van een á twee rotaties per dag – de zon doet er ongeveer 23 dagen over. Ze vertonen radiale pulsaties (in de grondtoon) en niet-radiale pulsaties (boventonen) en door die snelle rotatie worden die pulsaties door elkaar gehaald, waardoor ze ingewikkelder en moeilijker te ontcijferen zijn [1]Waarom die pulsaties ontstaan? De sterren hebben een heliumrijke atmosfeer. Als helium wordt verhit, neemt de ionisatiegraad toe, waardoor de atmosfeer minder straling doorlaat (de opaciteit neemt … Continue reading. Een voorbeeld van die radiale pulsaties zie je in de animatie hieronder.

Credits: NASA’s Goddard Space Flight Center

Met TESS worden dagelijks duizenden sterren in de gaten gehouden op jacht naar aardachtige exoplaneten en daarbij kijkt ‘ie naar de lichtsterkte van die sterren. Er zitten ook enkele Delta Scuti veranderlijken bij en een team van sterrenkundigen onder leiding van Tim Bedding (Universiteit van Sidney) heeft van die waarnemingen gebruik gemaakt om meer over de pulsaties van de Delta Scuti sterren te weten te komen. Er blijken twee types te zijn, waarvan de ene die radiale pulsaties vertoont en waarbij de hele ster periodiek inkrimpt en uitzet en de andere de niet-radiale pulsaties, waarbij één helft van de ster uitzet en de andere helft van de ster op hetzelfde moment krimpt.

Net als aardbevingen geologen iets kunnen vertellen over de interne structuur van de aarde, kunnen de pulsaties van sterren de sterrenkundigen iets vertellen over de interne structuur van sterren, iets wat asteroseismologie wordt genoemd. Sommige Delta Scuti sterren hebben een grillig patroon van pulsaties, waarbij niet alleen de twee hemisferen van de ster zich verschillend gedragen, maar zelfs de ‘kwadranten’ van de ster zich ieder apart gedragen. Maar dankzij de waarnemingen van TESS waren Bedding en z’n team in staat bij zestig van die sterren – meest jonge Delta Scuti sterren – er een bepaalde orde in te ontdekken. Hieronder een video van één van die waargenomen sterren, HD 31901. Gedurende 27 dagen heeft TESS die waargenomen en in die periode vertoonde de ster 55 pulsen van toe- en afname van de lichtsterkte. Die pulsen zijn omgezet in geluid en 27.000 keer versneld voor de video.

In Nature publiceerden Bedding et al er een vakartikel over. Credit: NASA.

References[+]

References
1 Waarom die pulsaties ontstaan? De sterren hebben een heliumrijke atmosfeer. Als helium wordt verhit, neemt de ionisatiegraad toe, waardoor de atmosfeer minder straling doorlaat (de opaciteit neemt toe) en de ster minder helder wordt. Op het moment van de kleinste helderheid gedurende de lichtkromme bevat de atmosfeer veel voor licht niet doorlaatbaar geïoniseerd helium. De energie van het geblokkeerde licht veroorzaakt een grotere stralingsdruk, waardoor de ster begint uit te zetten. De expanderende atmosfeer wordt dan koeler en de hoeveelheid geïoniseerd helium en daardoor de opaciteit nemen weer af. Dit leidt tot vermindering van de stralingsdruk, waardoor de zwaartekracht de ster weer doet samentrekken, wat weer een verhoging van druk en temperatuur tot gevolg heeft. Bron: Wikipedia.

BepiColombo, dáár zit muziek in!

ESA heeft recent ‘sonificaties’ vrijgegeven van de telemetrie die is teruggezonden door de BepiColombo Mercurius ruimtesonde tijdens de flyby van de aarde op 20 april j.l. De sonificaties, omzetting van niet-auditieve data naar geluid, klinken als een reeks atonale – zonder vaste toonsoort – symfonische muziekstukken, bestaan uit een vijftal audio-opnamen vastgelegd door twee instrumenten die waren geïnstalleerd op één van de twee aan elkaar gekoppelde orbiters van de BepiColombo. Lees verder

Speurtocht met neurale netwerken levert honderden nieuwe zwaartekrachtlenzen op

Links een zwaartekrachtslens vanaf de aarde gefotografeerd, rechts met Hubble. Credit: Dark Energy Camera Legacy Survey, Hubble Space Telescope.

Door met neurale netwerken, waarbij men een algoritme gebruikt dat ontwikkeld is voor machinaal leren,  te duiken in de gegevens die verzameld zijn in het kader van het Dark Energy Spectroscopic Instrument (DESI) zijn onderzoekers erin geslaagd om maar liefst 335 nieuwe sterke zwaartekrachtlenzen in het heelal te ontdekken. Zwaartekrachtlenzen werden meer dan honderd jaar geleden al voorspeld op basis van Einstein’s Algemene Relativiteitstheorie. Ze ontstaan als in het heelal het licht van bijvoorbeeld een zeer ver verwijderd sterrenstelsel onderweg naar de aarde een tussenliggend zwaar cluster van sterrenstelsels passeert en dat cluster door z’n massa de ruimte verbuigt (zie afbeelding hieronder).

Zo werkt een zwaartekrachtlens. Credit: NASA and ESA

Het licht van het verre sterrenstelsel zal daardoor verbuigen én versterkt worden, net zoals een lens in een telescoop invallend licht verbuigt en versterkt. Sterrenkundigen maken daarbij onderscheid tussen sterke en zwakke lenzen, afhankelijk van de massa van het tussenliggende lensobject. Wat de onderzoekers deden was op Cori, een supercomputer van Berkeley Lab in de VS, een algoritme draaien, dat ontwikkeld was in het kader van een internationale wedstrijd die eind 2016 en begin 2017 was, waarbij men neurale netwerken moest maken om sterke zwaartekrachtlenzen te vinden. Wat ze deden was de computer voeren met foto’s van sterrenstelsels, waarvan er 423 reeds bekende lenzen zijn en 9451 geen lenzen. Met zo’n neuraal netwerk, een vorm van kunstmatige intelligentie, leert de computer zelf nieuwe dingen, zoals het onderscheid maken tussen (clusters van) sterrenstelsels met of zonder een gelensd sterrenstelsel eromheen, zichtbaar als lichtzwakke, gebogen lijntjes (zie foto’s hierboven en onder).

Credit: Dark Energy Camera Legacy Survey, Hubble Space Telescope)

De foto’s waarmee Cori gevoerd werd waren afkomstig van de Dark Energy Camera Legacy Survey (DECaLS), één van de drie onderdelen van DESI, die gebruik maakt van de 4-meter Victor M. Blanco Telescoop van het Cerro Tololo Inter-American Observatorium (CTIO) in Chili. Dankzij z’n lerend vermogen kon de computer 335 nieuwe sterke zwaartekrachtlenzen ontdekken op de foto’s. Vervolgens werd met de Hubble ruimtetelescoop de ontdekking van enkele ervan bevestigd, een teken dat de ontdekking geen fout was. In the Astrophysical Journal verscheen over de waarnemingen een vakartikel.

Ehhh… nu we het toch over kunstmatige intelligentie hebben: onderzoekers van de Universiteit van Californië in Santa Cruz hebben met een nieuw computerprogramma genaamd Morpheus (hé, leuke naam) foto’s van sterrenstelsels pixel voor pixel geanalyseerd en daarmee konden ze al die sterrenstelsels classificeren. Sterrenstelsels zijn er in allerlei klassen, zoals spiraalstelsels, balkspiraalstelsels en elliptische stelsels. Morpheus kreeg foto’s te zien die gemaakt waren met Hubble en na analyse kon ‘ie daar allerlei klassen van sterrenstelsels in herkennen, zoals hieronder te zien.

Credit: NASA/STScI/Ryan Hausen

Ook Morpheus maakt gebruik van kunstmatige intelligentie, die ontwikkeld is om beelden en geluid te herkennen. Ook hiervan verscheen een vakartikel en wel in the Astrophysical Journal supplement series. Bron: Berkeley + Eurekalert.

SpaceX biedt simulatorervaring aan voor koppelingsmanoeuvre Crew Dragon 2 aan het ISS

Vergeet even de virtuele ruimtereizen van Star Wars: TIE Fighter, Outer Worlds of Elite Dangerous computerspellen. SpaceX biedt sinds kort een online-simulator ‘ISS Docking Simulator’ van het Crew Dragon 2 ruimteschip aan die gratis en publiekelijk toegankelijk is. De simulator biedt de uitdaging om handmatig het ruimteschip aan het International Space Station te koppelen. De simulator is een browsergebaseerde tool* en presenteert spelers een digitale kopie van het echte control systeem dat astronauten gebruiken als ze handmatig zouden moeten aanmeren bij het ISS. ‘Echte’ astronauten brengen honderden uren door achter en in de trainingsimulatoren en op enkele plekken in de wereld is er ook voor het publiek de mogelijkheid om in een ruimtevaartsimulator, tegen betaling, plaats te nemen. Een voorbeeld hiervan is de Space Shuttle Atlantis® simulatorervaring op het Kennedy Space Center in Florida (VS). Daarin leer je de Shuttle te besturen, aanmeren bij het ISS en landen bij de Shuttle Landing Facility van het KSC.  Lees verder

Nog meer bewijs dat Jupiter’s maan Europa waterpluimen uitstoot

Een door Galileo gemaakt foto van Europa, met in de uitvergroting twee dondergekleurde gebieden, Thera en Thrace. Credit: Galileo Project, Univ. Arizona, JPL, NASA.

We weten al dat de kleine maan Enceladus bij Saturnus waterpluimen uitstoot, omdat Cassini dat meerdere malen heeft waargenomen. En dat de maan Europa bij Jupiter hetzelfde doet vermoeden we al, sinds de Hubble ruimtetelescoop dat in 2016 voor het eerst fotografeerde (mogelijk zelfs al in 2013). Dat laatste lijkt nu bevestigd te zijn, dat ook Europa waterpluimen uitstoot, want een team van onderzoekers onder leiding van Hans Huybrighs (Max Planck Institute for Solar System Research) heeft in gegevens die verzameld zijn met de Galileo sonde, die jarenlang om Jupiter draaide en daar onderzoek deed, gegevens hiervoor gevonden. Eén van de instrumenten aan boord van Galileo was de Energetic Particles Detector (EPD) en daarmee kon men geladen deeltjes zoals protonen en elektronen waarnemen. Af en toe vloog Galileo ook vlak langs Europa.

De Galileo sonde bij Jupiter. Credits: wikipedia

Nu blijkt dat met de EPD tijdens scheervlucht E26 op 3 januari van het jaar 2000 langs Europa veel minder protonen werden gedetecteerd. In eerste instantie dacht men dat die verminderde hoeveelheid door Europa zelf werd veroorzaakt, maar Huybrighs en z’n collega’s denken nu dat het komt omdat een waterpluim die toen werd uitgestoten de protonen heeft ‘onderschept’. Net als Enceladus heeft Europa een dikke ijskorst aan de buitenkant en daaronder zit – vermoedelijk – een vloeibare oceaan. Door scheuren in die korst kan er af toe waterdamp naar buiten spuiten, net zoals gebeurt met geisers op aarde. Door de waterpluim werden de ijle atmosfeer van Europa en het magnetisch veld rondom verstoord en dat zorgde er voor dat de protonen combineerden met elektronen tot neutrale waterstofdeeltjes – ionen dus – en dat zorgde voor de afname van de hoeveelheid geladen protonen. Met toekomstige missies zoals de Europese JUICE missie wil men van dichtbij onderzoek gaan doen aan de manen van Jupiter, waaronder Europa. Die wordt als ’t goed is in 2022 gelanceerd en hij gaat met maar liefst tien instrumenten onderzoek doen aan Europa, Callisto en Ganymedes. Hier het vakartikel van Huybrighs et al.

Credit: NASA/JPL-Caltech

Ehhhh…. over Europa gesproken: we kennen allemaal de foto’s die door Galileo tussen 1995 en 2003 gemaakt zijn van de maan, foto’s die een bizar oppervlak laten zien zonder bergen en kraters, maar met allerlei strepen over de ijzige oppervlakte, waar het gemiddeld zo’n 160 graden onder nul is. Onlangs hebben ICT’ers in dienst van de NASA die ‘oude’ foto’s van Galileo onder handen genomen en van drie specifieke gebieden hebben ze die met hedendaagse technieken verbeterd. Het gaat om gebieden waar sprake is van zogeheten ‘chaos terreinen‘, gebieden waar vlaktes, scheuren en ruggen over elkaar heen buitelen en een chaotische indruk maken. Hierboven zie je een foto van Europa, gemaakt met Galileo in 1998, met daarin aangegeven welke drie gebieden recent zijn verbeterd. Hieronder één van die gebieden, genaamd ‘Crisscrossing Bands’.

Credit: NASA/JPL-Caltech/SETI Institute

Bron: ESA + Universe Today + Centauri Dreams.

Wat zijn toch die parameters waar natuurkundigen en sterrenkundigen opgewonden van worden?


Gisteren had ik het nieuws over de spanning die recent aan de orde kwam met betrekking tot de parameter genaamd σ-8. Net als de meeste lezers lag ik daar zelf niet wakker van, maar op de één of andere manier kunnen natuur- en sterrenkundigen er behoorlijk opgewonden van worden. En niet alleen van σ-8; . Ik heb op de Astroblogs een korte inventarisatie gehouden van dergelijke parameters:

  • De mixhoek θ13. Heeft te maken met oscillerende neutrino’s, waar ik in 2012 deze blog over schreef. Laatste stand van zaken: θ13 = 9°
  • De verhouding tussen de tensor van de zwaartekrachtsgolven en de scalar van de dichtheidsgolven r, waar ik in 2014 deze blog over schreef. Laatste stand van zaken: r < 0,11.
  • De scalar spectral index, welke aangeeft hoe de dichtheidsvariaties van materie veranderd met de schaalgrootte, ns Al weer lang geleden dook ‘ie in deze blog op. Laatste stand van zaken: ns = 0,96.
  • Het huidige kwadratisch gemiddelde van de dichtheidsvariaties van materie in een bol met een straal 8 h – 1  Mpc (waarin h=de gereduceerde Hubble constante) σ-8. Gisteren had ik er deze blog over, veel eerder ook al deze. Laatste stand van zaken: σ-8 = 0,74.
  • De δ-cp fase, een term die de CP-schending in neutrino oscillaties weergeeft. Zie deze blog daarover. Laatste stand van zaken: δ-cp = – 90°
  • De dichtheidsparameter van het heelal, bepalend voor de vorm van het heelal, Ω0. Zie deze blog daarover. Laatste stand van zaken: Ω0 = 1
  • De Y-parameter, die gebruikt wordt voor het testen van de Relativiteitstheorie. Zoals het onderzoek dat hier is beschreven. Laatste stand van zaken: Y = 0,88.
  • De toestandsvergelijking van het heelal, d.w.z. de relatie tussen de dichtheid van materie en de druk, omega. Deze blog gaat daar bijvoorbeeld over. Laatste stand van zaken: ω = -1.
  • De grootte van de CP-schending, ΔA. Zie deze Astroblog daarover. Laatste stand van zaken: ΔA=-0,62%, d.w.z. dat in 0,62% van de gevallen een gemeten meson méér in een deeltje vervalt dan in een antideeltje.
  • Het magnetische moment van muonen g-2. Daar ging deze blog over. Hier de meest recente waarde, 12 juni 2020 gepubliceerd: a = (g-2)/2 (muon, expmt) = 116 592 089(63) x 10^-12

En… ook al een beetje opgewonden? 😀

China legt laatste hand aan eerste éigen Marsmissie ‘Tianwen-1’

China heeft wat betreft toekomstige interplanetaire ruimtevaartmissies flink wat pijlen op haar boog. Voor 2020 staan er nog een maan- en Marsmissie op de agenda, maar ook een asteroïde-missie, een Jupiter- en een interstellaire missie staan, voor de langere termijn op het Chinese ruimtevaartprogramma. En ondanks dat het land zwaar getroffen is door het COVID-19 virus zijn er nog geen berichten dat de Marsmissie ‘Tianwen-1′ van komende zomer, uitgesteld wordt. Dit i.t.t. ESA’s ExoMars missie welke uitgesteld is naar 2022. Momenteel wordt in China de laatste hand gelegd aan de missie naar Mars, deze grote gebeurtenis zal de komende maanden centraal staan.

Lees verder

De maan zó gedetailleerd gefotografeerd kan eigenlijk helemaal niet

Credit: Andrew McCarthy.

De Amerikaanse fotograaf Andrew McCarthy heeft enkele weken terug bovenstaande foto van de maan op z’n Instagram account gezet. Ziet er best gedetailleerd uit, nietwaar? De kraters spatten bijna van het scherm af, de zeëen lijken donkere dieptes, waar je zo zou kunnen verdrinken, en er zijn zelfs blauw- en bruingetinte gebieden zichtbaar, echt anders dan de eentonige grijze kleuren die we op de maan gewend zijn. Maar ja, de eerlijkheid gebied te zeggen dat deze foto ook helemaal niet kan. Oh jawel, McCarthy heeft er echte foto’s voor gebruikt, duizenden foto’s zelfs, allemaal door hemzelf gemaakt met z’n telescoop en camera. En die heeft ‘ie in twee weken gestacked, op de computer op elkaar ‘gestapeld’ tot er één compositiefoto overbleef, de foto hierboven. Maar wat hij daarbij vooral heeft gedaan is kijken naar de terminator, het gebied op de maan waar de grens ligt tussen de door de zon verlichte zijde en de donkere zijde.

Deel van de maanfoto. Links de heldere krater Copernicus. Credit: Andrew McCarthy.

Door de omloop van de maan om de aarde ontstaan de schijngestalten en dat zorgt er voor dat die terminator iedere dag een stukje opschuift. Vooral daar in de buurt van de terminator is het contrast tussen licht en donker het grootst en dat levert de meest contrastrijke en daarmee fraaiste foto’s op. Vandaar dat McCarthy telkens de gebieden bij de terminator eruit plukte en die gebruikte voor z’n All Terminator, zoals hij de foto noemt. En dat kan in werkelijkheid dus niet, want we zien de maan nooit helemaal in die terminator-stand, alleen een smalle rand. Maar goed, het blijft toch een heel mooi gezicht, nietwaar?

Tip voor deze blog kwam van collega-astroblogger Olaf, waarvoor dank! Bron: Space.com.

Massabepaling heelal levert een nieuw probleem op: de Sigma-Acht Spanning

credit: NASA/JPL/STScI Hubble Deep Field Team

Hoe zwaar is het heelal? Die vraag staat centraal in een onderzoek dat de ‘Kilo-Degree Survey‘ (KiDS) wordt genoemd. Samen met nog een ander onderzoek – de ‘VISTA Kilo-Degree Infrared Galaxy Survey‘ (VIKING) – hebben sterrenkundigen die simpele vraag proberen te beantwoorden. OK, eigenlijk mag je de vraag zo niet stellen, maar moet je ’t hebben over de massa, hoeveel massa heeft het heelal. Al meer dan honderd jaar proberen sterrenkundigen de massa van ’t heelal te meten en da’s best lastig, zeker als je weet dat het grootste deel onzichtbaar is, bestaat uit donkere materie. Maar daarvan kan je toch weten waar het zit en in welke hoeveelheden, want het heeft ook zwaartekrachtsinvloed en die is meetbaar met behulp van zwaartekrachtslenzen. En je kan het ook meten door naar de kosmische microgolf-achtergrondstraling (Engels: CMB) te kijken, de restant-straling van de hete oerknal, waarmee 13,8 miljard jaar geleden het heelal ontstond. Maar wat blijkt nu – en ik denk dat je ‘m al voelt aankomen: de resultaten tussen deze twee methodes geven verschillende waarden te zien!

Credit: H. Hildebrandt et al.

Bij de metingen draait het om de parameter genaamd sigma-acht, σ-8, die niet alleen de dichtheid van de materie in het heelal aangeeft, maar ook de mate waarin materie aan elkaar klontert [1]Ik had σ-8 ook staan in mijn blog over de kosmologische parameters. Het is één van de afgeleide parameters.. Na waarnemingen met de twee onderzoeksmethodes aan 15 miljoen sterrenstelsels verspreid over een gebied van 350 vierkante graad aan de hemel komen de onderzoekers uit op σ-8=0,74 (de groene lijn hierboven). Maar wat zeggen de gegevens van de CMB, verzameld met de Europese planck-satelliet? Dat σ-8 0,81 is (het kleine rode gebiedje)! Er is een kans van slechts 1% dat het verschil tussen die twee waardes statistische ruis is.

Credit: Design Alex Mittelmann, Coldcreation

En dat lijkt erg veel op een andere spanning, waar de sterrenkundigen al meer dan vijf jaar mee worstelen: de Hubble-spanning, die gaat over de vraag hoe snel het heelal uitdijt. En net als bij die voortgaande discussie gaat het feitelijk om de vraag of er iets mis is met één van de twee gebruikte methodes óf dat er mogelijk sprake is van Nieuwe Natuurkunde, da’s natuurkunde die verder gaat dan het Standaard Model van de elementaire deeltjes en de natuurkrachten daartussen. De onderzoekers denken dat het laatste wel eens het geval zou kunnen zijn. Mogelijk is ook het vigerende kosmologische model, da’s het Lambda-CDM model, onjuist. Dat model gaat uit van een constante hoeveelheid donkere energie, maar het zou volgens Hildebrandt et al kunnen zijn dat die hoeveelheid langzaam varieert. Het boeiende is dat de twee spanningen, de Hubble-spanning en de σ-8 spanning, verband houden met elkaar: de vraag hoe snel het heelal uitdijt hangt namelijk sterk af van de vraag hoeveel massa dat heelal heeft (en daarmee hoeveel zwaartekracht die uitoefent). Spannend wat de oplossing gaat zijn!

Hier het vakartikel van H.Hildebrandt en z’n collega’s over de metingen aan Sigma-8, verschenen in Astronomy & Astrophysics 633 (2020): A69. Bron: Koberlein + Scientific American.

References[+]

References
1 Ik had σ-8 ook staan in mijn blog over de kosmologische parameters. Het is één van de afgeleide parameters.

Hete gasbrug ontdekt van drie miljoen lichtjaar lengte tussen twee clusters van sterrenstelsels

Credit: X-ray: NASA/CXC/SAO/V.Parekh, et al. & ESA/XMM-Newton; Radio: NCRA/GMRT

Met behulp van de Europese XMM-Newton en de Amerikaanse Chandra röntgen-ruimtetelescopen hebben sterrenkundigen tussen twee clusters van sterrenstelsels een enorme lange en ook zeer hete gasbrug ontdekt. Aanvullend is met de Giant Metrewave Radio Telescope (GMRT) in India de jet, die vanuit de superzware zwarte gaten de clusters in schiet, bestudeerd. Het gaat om het systeem genaamd Abell 2384, dat 1,2 miljard lichtjaar van ons vandaan ligt in de richting van het sterrenbeeld Steenbok (Capricornus). Eigenlijk bestaat Abell 2384 uit twee clusters van sterrenstelsels, een noordelijk cluster en een zuidelijk cluster, bij elkaar zo’n 17 miljoen lichtjaar in diameter. De twee clusterdelen kwamen honderden miljoenen jaren geleden al eens in botsing met elkaar en toen zijn de afzonderlijke sterrenstelsels door elkaar heen gevlogen en in de huidige toestand terechtgekomen, de hete gasbrug als restant achterlatend. De massa van Abell 2384 bedraagt naar schatting zo’n 260 biljoen (!) zonsmassa, inclusief de massa van de donkere materie. De gasbrug tussen de twee clusterdelen telt zo’n zes biljoen zonsmassa op de weegschaal, ook geen geringe hoeveelheid. Z’n lengte is drie miljoen lichtjaar.

X-ray Image, Labeled (Credit: NASA/CXC/SAO/V.Parekh, et al.)

Vanuit het superzware zwarte gat in het zuidelijke deel schiet een energierijke jet of straalstroom twee kanten op, door de GMRT waargenomen als twee radiolobs. De jet is zo krachtig dat de gasbrug tussen de twee clusterdelen er door afbuigt. zoals aangegeven op de afbeelding hierboven. Die gasbrug bestaat uit heet gas, dat röntgenstraling uitzendt, hetgeen door Chandra en XMM-Newton kan worden gezien. Het vreemde is dat het superzware zwart gat in het zuidelijke deel van Abell 2384 niet ligt in het centrale, dominerende sterrenstelsel daarvan, maar ergens in de buitenregionen ervan. Wellicht is deze verschuiving een gevolg van de botsing van miljoenen jaren terug.

Radio Image, Labeled (Credit: NASA/CXC/NCRA/GMRT)

De sterrenkundigen denken dat de twee clusterdelen net als een pendulum nog een paar keer heen en weer zullen slingeren en dagt ze uiteindelijk tot één cluster zullen ‘samensmelten’. Hier een vakartikel over de waarnemingen aan Abell 2384, afgelopen januari verschenen in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Hieronder nog een video erover.

Bron: Chandra.