Simultane waarnemingen van Hubble (HST) en Gemini van de grote Rode Vlek, gedaan op 1 april 2018. Credits: NASA, ESA, and M.H. Wong (UC Berkeley) and team
Gebruikmakend van twee telescopen bij de aarde – de Hubble ruimtetelescoop en de Gemini telescoop op Hawaï – en de ruimteverkenner Juno bij Jupiter hebben onderzoekers tegelijk waarnemingen gedaan aan diens atmosfeer, met bijzondere aandacht voor de Grote Rode Vlek, de gigantische storm op Jupiter, die daar al eeuwenlang woedt. Met Hubble en Gemini is in verschillende golflengtes naar de Grote Rode Vlek gekeken en vanuit z’n baan bij Jupiter heeft Juno daar close-up opnames van gemaakt. Stormen op aarde kunnen enorm zijn, maar op Jupiter is alles een graadje sterker. Donderkoppen van onweersbuien kunnen op Jupiter tot een hoogte van 65 km komen, zo’n vijf keer hoger dan aardse stormen. En de bliksemflitsen op Jupiter kunnen wel drie keer zo krachtig zijn als aardse bliksems.
Boven: de waarnemingen aan de wolkenstructuren op Jupiter. Onder: de interpretatie van de wolkenstructuren en atmosferische circulatie. Credits: NASA, ESA, M.H. Wong (UC Berkeley), A. James and M.W. Carruthers (STScI), and S. Brown (JPL)
De baan van Juno is elliptisch en iedere 53 dagen vliegt ‘ie zeer dicht over het oppervlak van Jupiter. Met z’n microgolf radiometer kan ‘ie diep in de atmosfeer van Jupiter ‘kijken’.
Door de simultane waarnemingen van de bliksems met Juno, Huble en Gemini hebben de onderzoekers kunnen aantonen dat blikseminslagen gepaard gaan met een drievoudige combinatie van wolkenstructuren:
er zijn diepe wolken van waterdamp
hoge convectieve zuilen veroorzaakt door opwelling van vochtige lucht (zeg Joviaanse donderkoppen)
heldere gebieden vermoedelijk veroorzaakt door neerwaartse opwarming van drogere lucht buiten de convectieve zuilen, een soort valwinden.
De Hubble-gegevens tonen de hoogte van de dichte wolken in de convectieve zuilen, evenals de diepte van diepe waterwolken. Die blijken wel vijf keer hoger te kunnen worden dan donderkoppen op aarde.
Verder heeft men onderzoek gedaan naar donkere vlekken in de Grote Rode Vlek die regelmatig verschijnen, na verloop van tijd van vorm veranderen en dan weer verdwijnen. Uit eerdere waarnemingen was niet duidelijk of deze worden veroorzaakt door een mysterieus donkergekleurd materiaal in de hoge wolkenlaag, of dat het gaten in de hoge wolken zijn – vensters in een diepere, donkerdere laag eronder. Nu blijkt door de simultane waarnemingen dat de gebieden die donker zijn in zichtbaar licht zijn erg helder in zijn in infrarood, wat aangeeft dat het in feite gaten zijn in de wolkenlaag. Een vakartikel over de waarnemingen verscheen vorige maand in the Astrophysical Journal Supplement series. Bron: NASA.
Er zijn sterrenstelsels met een actief superzwaar zwart gat in hun centrum en dat openbaart zich meestal met lange, energierijke jets die naar twee kanten toe de ruimte in schieten. Maar vreemdgenoeg zijn er ook enkele sterrenstelsels die vier van die lange jets hebben en die een soort van X-vorm hebben. Vraag was lange tijd waarom die er vier hadden. Is het soms omdat het centrale zwarte gat van rotatie veranderd en dat daarmee ook de richting van de jets veranderd? Of zijn er twee superzware zwarte gaten in het spel, die ieder hun eigen jets de ruimte in sturen? Of valt er wellicht materie terug het sterrenstelsel in en vormt dat het andere paar jets? Eén zo’n sterrenstelsel is onlangs onderzocht met behulp van de MeerKAT radiotelescoop in Zuid-Afrika, een ‘array’ van 64 antennes die samen een radiotelescoop met een diameter van 8 km vormen en die daarmee een zeer goede resolutie van hemelobjecten kunnen bereiken. Met MeerKAT is één zo’n X-sterrenstelsel onderzocht, PKS 2014-55, hierboven op de foto te zien. Dat stelsel staat 800 miljoen lichtjaar van ons vandaan.
Credit: UP; NRAO/AUI/NSF; SARAO; DES
De waarnemingen laten zien dat de horizontale jets, die kleiner zijn dan de vertikale jets, inderdaad bestaan uit materie die eerste richting het centrale deel van het sterrenstelsel stroomt en die dan afbuigt en weer terug het sterrenstelsel in stroomt, de zogeheten ‘hydrodynamic backflow’ – weergegeven door de witte gebogen pijlen. Bij die afbuiging speelt een dichte schijf van sterren en gas in het centrum van het X-sterrenstelsel een rol, dat als een soort schild voor de afbuiging zorgt.
Credit: W. Cotton, K. Thorat, J. Condon, et. al.
De X-vorm blijkt ook ‘oud’ te zijn, want dichtbij het centrale zwarte gat heeft men een kleine, nog jonge jet gezien. Een artikel over de waarnemingen aan PKS 2014-55 verschijnt in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Hieronder nog een tweet met een ander fraaie foto van het X-sterrenstelsel, verkregen met MeerKSAT.
Impressie van een 3D geprinte maanbasis. Credit: ESA/Foster + Partners.
Van menselijk afval tot superplastificeerder, urine van astronauten zou een nuttige hulpbron kunnen worden voor het maken van een stevige betonsoort op de maan. Een recente Europese studie, gesponsord door ESA heeft aangetoond dat ureum, de belangrijkste organische verbinding in onze urine, het mengsel voor maanbeton buigzamer zou maken voordat deze verhardt en de definitieve, vaste vorm aanneemt voor toekomstige maanhabitats. Onderzoekers vonden dat het toevoegen van ureum aan het maanpolymeermengsel, een bouwmateriaal vergelijkbaar met beton, beter werkte dan andere veelgebruikte weekmakers, zoals naftaleen of polycarboxylaat, omdat er minder water nodig is. Het 3D-geprinte mengsel bleek sterker te zijn en behield een goede bewerkbaarheid – een nieuw monster kon gemakkelijk worden gemaakt en 10 keer het eigen gewicht dragen zonder van vorm te veranderen. Meer informatie vind je in de bron van deze blog: ESA.
Een onderzoeksteam van de Brown Universiteit, Rhode Island (VS), heeft met behulp van data van NASA’s Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) nieuw bewijs gevonden dat de maan mogelijk geen ‘dode’ rots is. In plaats daarvan zou er een actief tektonisch systeem gevonden zijn. Het team, bestaande uit professor Peter Schultz en Adomas Valantinas, afdeling Earth, Environmental and Planetary Sciences, gebruikte nachtobservaties van het Diviner-instrument van de LRO om plekken te vinden die aan het oppervlak blootgesteld gesteente bevatten. Er werden meer dan 500 plekken met blootgelegd gesteente gevonden aan de, naar de aarde gerichte kant, van de maan. Deze plekken bevonden zich allemaal in en rond maan-maria, de grote donkere vlekken op de maan*.Gebieden zonder regoliet waar gesteente is blootgesteld aan het oppervlak zijn zeldzaam. De beelden tonen richels met blootgelegd gesteente op het oppervlak, die, aldus het team, mogelijk het resultaat zijn van een actief tektonisch systeem. De opwaartse beweging breekt het oppervlak en zorgt ervoor dat regoliet kan wegvloeien in scheuren en holtes, waardoor de rotsen bloot komen te liggen. Daar ‘kale’ plekken meestal snel worden bedekt met regoliet, suggereert het team dat dit breken van het oppervlak recent moet zijn geweest – en mogelijk nog steeds gaande is.
De NASA gaat z’n beroemde worm logo uit de jaren zeventig weer gebruiken. De felrode letters, die ‘NASA’ in een soort retrostijl laten zien en die ontworpen waren door de firma Danne & Blackburn, werden tussen 1975 en 1992 gebruikt, waarna ze vervangen werden door het huidige logo, de zo niet nog beroemdere ‘meatball’, die oorspronkelijk uit 1959 stamt, de witte letters met sterrenachtergrond en de rode v, die vleugels moeten voorstellen. Op 27 mei zullen Douglas Hurley en Bob Behnken vanaf Kennedy Space Center in Florida met SpaceX Demonstration Mission 2 (SpX DM-2) de eerste bemande vlucht met een ruimtevaartuig van het type Dragon 2 maken, de eerste bemande ruimtevlucht vanuit de Verenigde Staten sinds de laatste spaceshuttlevlucht in 2011. En wat staat er in rode letters op de zijkant van de Falcon 9 raket (ook van SpaceX)? Jawel, het worm logo van de NASA. Zie de Falcon 9 raket hieronder met het logo.
Credit: SpaceX.
Niet dat ze daarmee de meatball aan de kant zetten voor het worm logo, want de NASA wil ze gewoon allebei hanteren.
Dat Venus een unieke planeet is dat wisten we al: de rotatie van de bloedhete planeet is retrograad, d.w.z hij draait de ‘verkeerde’ kant uit en een dag op Venus duurt langer dan een jaar – één omwenteling om z’n as duurt 243 dagen, één rondje om de zon duurt bijna 225 dagen. De ‘super-rotatie’ is ook zo’n vreemde eigenschap van Venus, al is er één hemelobject in het zonnestelsel die dat ook kent, namelijk Titan, de grootste maan van Saturnus. Super-rotatie wil zeggen dat de atmosfeer sneller beweegt dan de planeet. De wind op Venus kan wel zestig keer (!) zo snel bewegen als de planeet. Ter vergelijking bij de aarde heeft de atmosfeer een snelheid van zo’n 10 á 20% van de snelheid van de aardrotatie. Sinds eind jaren zestig weten we dat Venus een super-rotator is, maar al die tijd was niet bekend wat de reden daarvan was. Tot nu. Venus is jarenlang van dichtbij bestudeerd door twee ruimteverkenners, de Europese Venus Express en de Japanse Akatsuki. Op basis van die waarnemingen heeft een internationaal team onderzoekers onder leiding van Takeshi Horinouchi van de Universiteit van Hokkaido een model opgesteld, waarin meerdere factoren de oorzaak blijken te zijn van de snelle atmosferische beweging van Venus, namelijk een combinatie van atmosferische getijdegolven en turbulenties. In het tijdschrift Science schreven ze er dit artikel over: How waves and turbulence maintain the super-rotation of Venus’ atmosphere.”
Credit: Planet-C project team
Die atmosferische getijdegolven ontstaan door de opwarming van de zon aan de dagzijde van Venus bij de evenaar én aan de nachtzijde door afkoeling. Je krijgt dan een soort van warmtegetijde, die als een golf over de planeet trekt en die de atmosfeer z’n grootste versnelling geeft, de gele pijl in de afbeelding hierboven (naar het westen gericht, vanwege de retrograde, tegengestelde rotatie van Venus). Daarnaast is er ook een circulatie van turbulente winden die tussen de verschillende breedtegraden heen en weer gaat en die warmte transporteert van de evenaar naar de polen, weergegeven in de afbeelding met de witte pijlen. Het zijn deze twee systsmen van windcirculatie die de atmosfeer van Venus een boost geven en ervoor zorgen dat ‘ie veel sneller gaat dan de planeet zelf beweegt. Bron: Universe Today.
NASA’s hoofd Jim Bridenstine heeft op 5 mei j.l. bekend gemaakt dat er voor de alleerste keer een ruimtefilm zal komen die ook echt opgenomen zal worden in de ruimte. De acteur Tom Cruise is gestrikt voor een rol in de film. De film zal zich afspelen aan boord van het International Space Station. Echter veel details over het filmproject zijn er verder nog niet bekend. De eerste aankondiging van het project was op de Deadline website. Daarin werd gesuggereerd dat Cruise voor het project met SpaceX zou gaan samenwerken. Noch SpaceX noch NASA hebben dit vooralsnog bevestigd. Lees verder →
Deze artist’s impression toont de omloopbanen van de objecten in het drievoudige systeem HR 6819. Dit systeem bestaat uit een centraal paar, bestaande uit een ster (blauwe baan) en een pas ontdekt zwart gat (rode baan). Daaromheen draait nog een andere ster in een wijdere baan (ook blauw). Credit: ESO/L. Calçada.
Een team van astronomen van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) en andere instituten heeft een zwart gat opgespoord op slechts duizend lichtjaar van de aarde [1]Hier een Astroblog over de vorige recordhouder.. Daarmee bevindt dit zwarte gat, dat deel uitmaakt van een drievoudig systeem dat waarneembaar is met het blote oog, zich dichter bij ons zonnestelsel dan alle andere die tot nu toe zijn ontdekt. Het team ontdekte bewijs voor het onzichtbare object door de bewegingen van zijn twee begeleidende sterren te volgen met de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop van de ESO-sterrenwacht op La Silla in Chili. Ze zeggen dat dit systeem wel eens het topje van de ijsberg kan zijn, en dat in de toekomst nog veel meer van dit soort zwarte gaten ontdekt kunnen worden.
‘We waren volkomen verrast toen we beseften dat dit het eerste stersysteem met een zwart gat is dat met het blote oog waarneembaar is’, zegt Petr Hadrava, emiritus wetenschapper aan de Academie van Wetenschappen van de Tsjechische Republiek in Praag en mede-auteur van het onderzoek. Het systeem, dat in het zuidelijke sterrenbeeld Telescoop staat, is zo dichtbij dat zijn sterren op een donkere, heldere avond zonder telescoop of verrekijker te zien zijn. ‘Dit systeem bevat het meest nabije zwarte gat dat we kennen’, zegt ESO-wetenschapper Thomas Rivinius, die het vandaag in Astronomy & Astrophysics gepubliceerde onderzoek leidde.
Positie van HR 6819 in het sterrenbeeld Telescoop. Credit: ESO, IAU and Sky & Telescope
Het team nam het systeem, dat HR 6819 heet, oorspronkelijk waar in het kader van een onderzoek van dubbelstersystemen. Maar toen de astronomen hun waarnemingen analyseerden ontdekten ze tot hun verbazing dat HR 6819 nog een derde, onbekend object bevatte: een zwart gat. De waarnemingen met de FEROS-spectrograaf van de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop op La Silla lieten zien dat een van de twee zichtbare sterren eens in de veertig dagen om een onzichtbaar object draait, terwijl de tweede ster zich op ruime afstand van dit centrale paar bevindt.
Dietrich Baade, emeritus astronoom bij ESO in Garching (Duitsland) en mede-auteur van het onderzoek zegt: ‘De waarnemingen die nodig waren om de omlooptijd van veertig dagen vast te stellen moesten over enkele maanden worden verspreid. Dit was alleen mogelijk dankzij ESO’s baanbrekende observatiedienst, waarbij ESO-personeel waarnemingen doet namens de wetenschappers die deze nodig hebben.’
Overzichtsfoto van het hemelgebied rond HR 6819. Credit: ESO/Digitized Sky Survey 2. Acknowledgement: Davide De Martin
Het verborgen zwarte gat in HR 6819 is een van de allereerste zwarte gaten van stellaire massa die zijn opgespoord terwijl ze geen heftige interacties met hun omgeving aangaan en daardoor werkelijk zwart lijken. Het onderzoeksteam kon zijn aanwezigheid vaststellen en zijn massa berekenen door de baanbeweging van de ster in de centrale dubbelster te onderzoeken. ‘Een onzichtbaar object met een massa die minstens vier keer zo groot is als die van de zon kan alleen een zwart gat zijn’, besluit Rivinius, die in Chili is gestationeerd.
Tot nu toe hebben astronomen slechts enkele tientallen zwarte gaten in ons Melkwegstelsel ontdekt. Bijna al deze objecten staan in wisselwerking met hun omgeving en verraden hun aanwezigheid via de krachtige röntgenstraling die daarbij vrijkomt. Maar wetenschappers vermoeden dat in de loop van het bestaan van de Melkweg veel meer sterren aan het einde van hun leven tot zwarte gaten zijn ineengestort. De ontdekking van het ‘stille’, onzichtbare zwarte gat in HR 6819 kan helpen verklaren waar al die zwarte gaten zich schuilhouden. ‘Het moet gaan om honderden miljoenen zwarte gaten, maar daarvan kennen we er slechts een paar. Weten waar we op moeten letten, zou ons in een betere positie moeten brengen om ze te vinden’, zegt Rivinius. Baade voegt daaraan toe dat de ontdekking van een zwart gat in een zo nabij drievoudig systeem erop wijst dat we slechts ‘het topje van een spannende ijsberg’ zien.
De astronomen vermoeden dat hun ontdekking ook meer duidelijkheid kan geven over een ander stersysteem. ‘We beseften dat een ander object, LB-1 geheten, wellicht ook zo’n drievoudig systeem zou kunnen zijn, al zijn er meer waarnemingen nodig om daar zekerheid over te verkrijgen’, zegt Marianne Heida, postdoc bij ESO en medeauteur van het artikel. ‘LB-1 is wat verder van de aarde verwijderd, maar naar astronomische maatstaven toch behoorlijk dichtbij. Dat betekent dat systemen als deze waarschijnlijk heel talrijk zijn. Door ze op te sporen en te onderzoeken kunnen we veel leren over het ontstaan en de evolutie van de weinige sterren die hun bestaan beginnen met meer dan acht keer de massa van de zon en eindigen met een supernova-explosie die een zwart gat achterlaat.’
De ontdekking van deze drievoudige systemen bestaande uit een centraal paar en een ster op ruime afstand kan ook licht werpen op de heftige kosmische samensmeltingen waarbij zwaartekrachtgolven vrijkomen die krachtig genoeg zijn om op aarde te worden gedetecteerd. Sommige astronomen denken dat zulke samensmeltingen plaatsvinden in systemen die qua configuratie op HR 6819 of LB-1 lijken, maar waarbij het centrale paar uit twee zwarte gaten of uit een zwart gat en een neutronenster bestaat. Het verre buitenste object kan een zodanige zwaartekrachtsinvloed op het centrale paar uitoefenen dat het tot een samensmelting komt. Hoewel HR 6819 en LB-1 slechts één zwart gat bevatten en geen neutronensterren, kunnen systemen als deze wetenschappers leren begrijpen hoe zulke botsingen in drievoudige stersystemen kunnen ontstaan [2]Van LB-1 is recent ook geopperd dat die helemaal geen zwart gat bevat, maar dat het bestaat uit een B-ster en een Be-ster, twee sterren van spectraalklasse B, waarvan eentje met sterke emissielijnen.. Bron: ESO.
Van LB-1 is recent ook geopperd dat die helemaal geen zwart gat bevat, maar dat het bestaat uit een B-ster en een Be-ster, twee sterren van spectraalklasse B, waarvan eentje met sterke emissielijnen.
Artistieke impressie van exoplaneet KELT-9b (rechts) en de bijbehorende ster KELT-9. Credit: NASA/JPL-Caltech
Een internationaal team van onderzoekers, onder leiding van sterrenkundigen van de Universiteit van Amsterdam, heeft voor het eerst direct ijzer aangetoond in de atmosfeer van een exoplaneet. De onderzoekers ontdekten emissielijnen van ongeladen ijzeratomen in het lichtspectrum van KELT-9b. De waarneming was ingewikkeld, want de exoplaneet wordt overstraald door zijn ster.
De exoplaneet KELT-9b draait in 36 uur om zijn ster KELT-9. De ster en de planeet bevinden zich op een afstand van ongeveer 620 lichtjaar van de aarde in het sterrenbeeld Zwaan. De ster heeft een temperatuur van meer dan 10.000 graden. Dat is bijna twee keer zo heet als de zon. Planeet KELT-9b is groter dan Jupiter. Hij staat dichtbij zijn ster, zo’n dertigmaal dichterbij dan de aarde bij de zon.
De onderzoekers wisten al dat er ijzer in de planeetatmosfeer moest zijn. Een paar jaar geleden zagen ze daar namelijk al aanwijzingen voor toen ze het sterlicht bestudeerden terwijl de planeet voor de ster langs schoof.
Bij de nieuwe waarnemingen keken de onderzoekers direct naar het licht van de planeet. Dat is ingewikkeld, want de ster overstraalt de planeet. Bovendien staat de planeet vaak met de nachtkant naar de aarde toe. De onderzoekers vingen het licht op net voordat de planeet achter de ster verdween.
Hoofdonderzoeker Lorenzo Pino (Universiteit van Amsterdam) vergelijkt het onderzoek naar de exoplaneet bij de ster met het kijken naar een vuurvliegje in de buurt van een lantarenpaal: “Een paar jaar geleden zagen we de schaduw van de vuurvlieg, of in ons geval, de schaduw van de exoplaneet. Nu hebben we de exoplaneet direct bekeken.”
De onderzoekers deden hun waarnemingen in de nacht van 22 op 23 juli 2018 op het Spaanse eiland La Palma met behulp van een Italiaanse telescoop, de Telescopio Nazionale Galileo. Op die telescoop bevindt zich HARPS-N. Dat is een spectrograaf die licht uiteen kan rafelen en de aanwezigheid van atomen en moleculen kan aantonen. De onderzoekers brachten de emissielijnen van atomen in kaart met behulp van kruiscorrelatie.
Pino vergelijkt kruiscorrelatie met het photoshoppen van een reeks filmbeelden: “De ster staat stil, maar de planeet beweegt. De kruiscorrelatie is een soort filter die meebeweegt met de planeet. Daardoor kunnen we het planeetlicht isoleren.”
Op basis van de gegevens denken de onderzoekers nu dat het ijzer in de atmosfeer van exoplaneet KELT-9b ervoor zorgt dat het bovenste deel van de atmosfeer warmer is dan het onderste deel. Het idee is dat het ijzer het sterlicht absorbeert waardoor de atmosfeer opwarmt. Op aarde vindt een vergelijkbaar proces in de atmosfeer plaats. Alleen zorgt daar niet ijzer, maar ozon voor de opwarming van de bovenste lagen.
In de toekomst hopen de onderzoekers meer metingen aan het ijzergehalte in de planeetatmosfeer te kunnen doen. Dat kan bijvoorbeeld met de Hubble Ruimtetelesoop waarop Lorenzo Pino meettijd toebedeeld heeft gekregen. Uiteindelijk hopen de onderzoekers te ontrafelen hoe zulke grote, hete exoplaneten als KELT-9b ontstaan en waarom er geen vergelijkbare exemplaren in ons zonnestelsel zijn. Hier is het vakartikel, geaccepteerd voor publicatie in The Astrophysical Journal Letters. Bron: Astronomie.nl.
Voorbeelden van geulen die bewaard zijn gebleven in afzettingslagen in het Hellas-bekken op Mars, de bewijzen van rivieren die meer dan 3,7 miljard jaar geleden op het Marsoppervlak actief waren. HiRISE-beeld – ESP_055357_1540; 25 cm/pixelresolutie. Credit: NASA/Francesco Salese et al.
Het was al bekend dat er water op Mars moet zijn geweest, maar nu zijn er voor het eerst sporen gevonden van rivieren die gedurende lange tijd gestroomd moeten hebben. “Rivieren die voortdurend hun geulen verlegden en waardoor er zandbanken ontstonden, vergelijkbaar met de Rijn of de rivieren die je ziet in Noord-Italië.” Met behulp van hoge-resolutie satellietbeelden van het Marsoppervlak ontdekte een internationaal team van wetenschappers gesteentelagen die gevormd zijn door een uitgebreid rivierenstelsel. De lagen zijn aangetroffen bij Izola Mensa in de noordwestelijke rand van het Hellas-bekken. Hun onderzoek verscheen onlangs in het prestigieuze tijdschrift Nature Communications.
Een 200 meter hoge rotswand (twee keer zo hoog als de Domtoren in Utrecht of de krijtrotsen van Dover) vertelt het verhaal van een oud waterrijk landschap. Dit zijn afzettingsgesteenten, 3,7 miljard jaar oud, en ze werden gevormd door rivieren die waarschijnlijk actief waren gedurende meer dan 100.000 jaar van de geschiedenis van de rode planeet. In de afgelopen decennia zijn we, dankzij een armada van ruimtesondes, Marsverkenners en landingsmodules, al veel te weten gekomen over het verre verleden van Mars. Zo weten we nu dat het oppervlak van de planeet ooit werd doorkruist door aanzienlijke hoeveelheden stromend water. Nu hebben dr. Francesco Salese en dr. William McMahon met een internationaal team van wetenschappers uit Italië, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland het Hellas-bekken (Izola mensa) onderzocht met hoge-resolutie satellietbeelden (25 cm/pixel) om de nieuw ontdekte gesteenten te bestuderen. Hun studie werpt nieuw licht op de hoeveelheden water die ooit door deze oude landschappen gestroomd moeten hebben.
Enkele meters diep
Francesco Salese – geoloog aan de Universiteit Utrecht en de International Research School of Planetary Sciences (Italië) – vertelt: “Akkoord, het is niet zoals het lezen van een krant, maar door de extreem hoge resolutie van de beelden konden we de rotsen ‘lezen’ alsof je heel dicht bij de klif staat. Helaas kunnen we ze niet beklimmen om naar de fijnere details te kijken, maar de opvallende gelijkenissen met afzettingsgesteenten op aarde laten weinig aan de verbeelding over”. De pakketten met schuine gesteentelagen getuigen van oude, metersdiepe rivieren. Van het onderzochte gebied hebben de onderzoekers 3D-animaties gemaakt: één in vogelvlucht en een detailstudie (klik op de afbeeldingen om de animaties te kunnen bekijken).
Groot meer
De Hellas-inslagkrater, gelegen op het zuidelijk halfrond van Mars, kan zich al jaren verheugen in de belangstelling van planeetwetenschappers. Het is een van de grootste inslagkraters in het zonnestelsel, met een hoogteverschil van de kraterrand tot de bodem van meer dan 9.000 m. Aan het oppervlak is te zien dat hier ooit een netwerk lag van oude rivieren, delta’s en uitstroomkanalen. Mineralenonderzoek wijst bovendien in de richting van een reusachtig, maar nu verdwenen meer.
William McMahon – geoloog aan de Universiteit van Utrecht – legt uit: “Hier op aarde gebruiken we de stratigrafie, de volgorde en positie van de verschillende lagen van gesteenten gevormd door rivieren, al generaties lang om te kijken naar de omstandigheden op onze planeet, miljoenen of zelfs miljarden jaren geleden. Nu hebben we de technologie om deze methodologie ook toe te passen op een andere aardse planeet, Mars, waarvan de ouderdom van de lagen nog veel verder teruggaan dan bij ons.”
Geluk
Het 200 meter dikke pakket van lagen weerspiegelt slechts een fractie van de totale tijd dat het rivierwater in deze regio stroomde. Net als op Aarde is het merendeel van de lagen door de rivier zelf weer afgesleten, bewaard gebleven in stukken bodem die nog niet ontdekt zijn, of verstopt onder ander materiaal en dus onbereikbaar voor onderzoek. Het is ook niet bekend hoe lang de rivieren zijn geweest. Toch konden Salese, McMahon en hun collega’s zien hoe de verschillende rivierafzettingen op elkaar volgden en van elkaar verschilden, waarbij ze ook konden reconstrueren hoe dit afzettingen gevormd werden. De onderzoekers hadden trouwens geluk: de rotswand was net schuin genoeg en de satelliet was in staat om deze vanaf precies de juiste positie te fotograferen.
Het bewijs wijst op langdurig stromend water, wat goed past bij een hydrologische cyclus met frequente neerslag. Deze conclusie sluit aan bij eerdere argumenten voor de langdurige aanwezigheid van vloeibaar water aan het oppervlak van Mars. “De studie toont aan dat er 3,7 miljard jaar geleden aanhoudende rivierafzettingen op Mars voorkwamen. Voor dit soort langdurig stromende rivieren heb je een omgeving nodig die in staat is om grote hoeveelheden water gedurende lange perioden in stand te houden en die vrijwel zeker een door de neerslag aangedreven hydrologische cyclus nodig heeft. Meer in overeenstemming met langzamere klimaatveranderingen, en minder in overeenstemming met catastrofale uitstroom van plotseling gesmolten grondijs, wat de jongere dalen op Mars vormde. Dit soort bewijs, van een langlevend waterig landschap, is cruciaal in onze zoektocht naar vroeg leven op de planeet”, concludeert Salese. “Voor het eerst hebben satellietgegevens ons in staat gesteld om, door middel van gedetailleerde hoge-resolutie analyse, te kijken naar zo’n grote (1500 m bij 200 m) geologische ontsluiting te onderzoeken, en op basis van het bewijsmateriaal uit de afzettingen en gesteentelagen betrouwbare interpretaties te tekenen van het oude landschap van Mars.” Bron: Universiteit van Utrecht.