Site pictogram Astroblogs

Nieuwe testen laten een constante donkere energie én een vlak heelal zien

Links een klein deel van de onderzochte sterrenstelsels, in deze rechthoek zijn  er 120.000 te zien. Midden en rechts de 3D-kaarten die ervan gemaakt zijn, de heldere gebieden zijn de gebieden met veel sterrenstelsels, donker met weinig sterrenstelsels. Credit: Jeremy Tinker and the SDSS-III collaboration

Sterrenkundigen van de Universiteit van Porthsmouth in Engeland hebben met behulp van nieuwe methodes aanwijzingen gevonden dat de donkere energie, die zorgt voor de versnelde expansie van het heelal, constant is én dat het heelal vlak is, dat wil zeggen dat de krommming van de ruimte van het heelal als geheel nul is. Bij die nieuwe methodes wordt gekeken naar een combinatie van kosmische leegtes – gebieden in het heelal waar relatief weinig sterrenstelsels voorkomen – en de zwakke ‘afdrukken’ van geluidsgolven in het vroege heelal – de zogeheten ‘baryonische acoustische oscillaties’ (BAO’s) – die gezien kunnen worden in de verdeling van sterrenstelsels. Het team van sterrenkundigen, dat onder leiding stond van Seshadri Nadathur, maakte gebruik van de gegevens van miljoenen quasars en sterrenstelsels, die afgelopen jaren verzameld zijn met behulp van de Sloan Digital Sky Survey (SDSS). Met die gegevens wisten ze een driedimensionale kaart van het heelal te maken, waarvan een deel hierboven in de afbeelding te zien is.

In oranje de resultaten van de metingen aan de energiedichtheid van materie en donkere energie. Credit: Seshadri Nadathur

Uitkomst van alle metingen is dat de donkere energie constant lijkt te zijn en niet, zoals de laatste tijd vaker wordt gehoord, dat ‘ie in de loop der tijden langzaam kan evolueren. Ook blijkt dat het heelal vlak lijkt te zijn en niet, zoals de laatste tijd vaker wordt gehoord, dat ‘ie een zeker kromming lijkt te vertonen. De onderzoeksgroep heeft ook gekeken naar de waarde van de Hubble constante H0. Kijk je naar relatief nabije kosmische leegtes en BAO’s dan komt men uit op een H0 van 69±1,2 km s?¹Mpc?¹. Nemen ze echter ook de absorptielijnen van ver verwijderde quasars mee dan komen ze uit op een waarde van H0 van 72,3±1,9 km s?¹Mpc?¹, beide uitkomsten zijn in lijn met de uiterste waarden van de Hubble-spanning, de al jaren durende discussie over de Hubble constante, die de snelheid waarmee het heelal uitdijt weergeeft. Hier het vakartikel van de sterrenkundigen, gepubliceerd in the Physical Review Letters. Bron: Universiteit van Porthsmouth.

Mobiele versie afsluiten