Onderzoek aan bolhopen wijst op een leeftijd van 13,35 miljard jaar van het heelal

IC 4499, één van de onderzochte bolhopen. Credit: ESA/Hubble & NASA

Tsjonge, de leeftijd van het heelal staat in de belangstelling: gisteren het bericht dat men op basis van de ‘Baryonische Tully-Fisher relatie’ van vijftig sterrenstelsels de leeftijd inschat op 12,6 miljard jaar. En nu dan het nieuws dat men op basis van onderzoek aan bolvormige sterrenhopen (kortweg bolhopen genoemd) de leeftijd schat op 13,35 miljard jaar. Dat bolhopen behoren tot de oudste objecten in het heelal was al bekend. Toen de eerste sterren in het heelal onstonden groepeerden die vrijwel gelijk in bolhopen en door botsingen moeten die toen de eerste sterrenstelsels hebben gevormd. Een internationaal team van sterrenkundigen onder leiding van David Valcin (Institute of Cosmos Sciences at the University of Barcelona) heeft nu 68 bolhopen in de halo van de Melkweg onderzocht met Hubble Advanced Camera for Surveys (ACS). Daarbij keken ze naar de kleur, helderheid en verdeling van de sterren in de bolhopen en door deze gegevens te stoppen in twee modellen van evolutie van sterren in bolhopen kon men de gemiddelde leeftijd van de oudste bolhopen bepalen op 13,13 miljard jaar. Rekening houdend met de tijd tussen de oerknal en het ontstaan van de eerste bolhopen komt men daarom op een leeftijd van 13,35 ± 0,16 miljard jaar voor het heelal (68% betrouwbaarheid). Het is lager dan de 13,8 ± 0,02 die door de Planck missie aan de hand van de kosmische microgolf-achtergrondstraling is gemeten, maar hoger dan de 12,6 miljard jaar die gisteren in het nieuws verscheen. Hier het vakartikel over de metingen aan de bolhopen. Bron: Universe Today.

Pionier RAVE geeft gegevens van half miljoen sterren vrij

RAVE rafelde van bijna een half miljoen sterren in onze Melkweg het licht uiteen. Op de afbeelding bewegen de rode en oranje sterren van ons af en de blauwe sterren naar ons toe. De achtergrond toont de hele Melkweg met een assenstelsel voor de afstanden. RAVE onderzocht de sterren die dichtst bij de aarde staan, tot een afstand van zo’n 15.000 lichtjaar ofwel 5 kpc. Credit: AIP/K. Riebe, the RAVE Collaboration [achtergrondplaatje van de Melkweg: R. Hurt (SSC); NASA/JPL-Caltech].


Een internationaal team van sterrenkundigen, onder wie Amina Helmi (Rijksuniversiteit Groningen), heeft de zesde en laatste database van de RAVE-survey vrijgegeven met spectroscopische gegevens van een half miljoen sterren in de Melkweg. Uit de gegevens – hier het vakartikel erover – kunnen astronomen onder meer temperaturen en samenstellingen van sterren afleiden. RAVE was een van de eerste grote projecten die systematisch de hemel afspeurden.

RAVE, dat staat voor RAdial Velocity Experiment, rafelde van 451.783 sterren in de buurt van de aarde systematisch het licht uiteen in de kleuren van de regenboog. Dat gebeurde met de UK Schmidt telescoop in het Australische Siding Spring. Die telescoop stond van 2003 tot 2013 bijna elke heldere nacht in dienst van het project. Het project werd geleid door het Duitse Leibniz-Institut für Astrophysik Potsdam.

De afgelopen jaren gaven de sterrenkundigen vijf eerdere pakketten met gegevens vrij. Het slotpakket is gekoppeld aan de nieuwere Gaia-catalogus. die van meer dan een miljard sterren de snelheden, posities en afstanden in kaart bracht.

Amina Helmi (Rijksuniversiteit Groningen), die ook betrokken is bij de Gaia-catalogus, nam ook aan de RAVE-dataverzameling deel. Ze zegt: “RAVE is een echte pionier. We zullen de survey blijven gebruiken. Onder andere om de opvolgers te trainen.” Die opvolgers zijn bijvoorbeeld de mede door Nederlanders gebouwde WEAVE voor een telescoop op La Palma en 4MOST voor een Europese telescoop in Chili.

Dankzij RAVE is onder andere berekend hoe snel een ster minimaal moet bewegen om uit de Melkweg te ontsnappen. Die berekening vormde een bevestiging dat ons sterrenstelsel veel onbekende, donkere materie moet bevatten. Ook konden sterrenkundigen met RAVE systematisch naar metaal-arme sterren speuren. Daardoor leerden ze meer over de vroege Melkweg. Bron: Astronomie.nl.

Nieuwe methode komt met een leeftijd van 12,6 miljard jaar voor het heelal

Credit: ESA/NASA

Sterrenkundigen hebben met behulp van de zogeheten ‘Baryonische Tully-Fisher relatie’ de afstanden van 50 sterrenstelsels ingeschat en op basis daarvan komen ze met twee waarden voor de leeftijd van het heelal en de Hubble constante: 12,6 miljard jaar resp. 75,1 ± 2,1 km/s/Mpc. James Schombert (Universiteit van Oregon) en z’n team bestudeerden de gegevens van de sterrenstelsels, die verzameld waren met de Spitzer IR-ruimtetelescoop van de NASA. De Tully-Fisher relatie is al lange tijd bekend – het is de empirische relatie tussen de massa, of de intrinsieke lichtkracht van een spiraalvormig sterrenstelsel en zijn asymptotische rotatiesnelheid, of de breedte van zijn emissielijnen. Die baryonische variant daarvan is een nieuwe methode, waarbij de massa en rotatiesnelheden van de sterrenstelsels nog nauwkeuriger meetellen in de berekeningen. De waarden voor de leeftijd van het heelal en de Hubble constante H0 liggen in lijn met de waarden gemeten volgens de Cepheïden en type Ia supernovae, het ‘kamp’ van het huidige heelal in de Hubble-spanning. Volgens de Oregon-sterrenkundigen kan een H0 lager dan 70 km/s/Mpc met een zekerheid van 95% worden uitgesloten. Laat het ‘vroege heelal-kamp’ van Planck/eBOSS/ACT nou net met een H0 van ongeveer 67 km/s/Mpc zitten. En sinds de metingen met NASA’s Wilkinson Microwave Anisotropy Probe in 2013 wordt de leeftijd van het heelal ingeschat op 13,77 miljard jaar, dus daar zit de Oregon-groep ver onder. Hier het vakartikel van Schombert et al, verschenen in the Astronomical Journal. Bron: Eurekalert.

Daar waar men methaan verwachtte is ozon en kooldioxide in de Marsatmosfeer aangetroffen

Impressie van de TGO. Credit: ESA/ATG medialab

Gedurende twee jaar is de atmosfeer van Mars uitgebreid bestudeerd door de Europese Trace Gas Orbiter (TGO), die zich richt op de samenstelling van de atmosfeer van Mars en dan met name op de aanwezigheid van methaan. Eén Marsjaar (687 aardse dagen) lang is de atmosfeer van de Rode planeet onderzocht met de Atmospheric Chemistry Suite (ACS) aan boord van de TGO en dat heeft een verrassing opgeleverd: op de plekken waar men de hoogste hoeveelheid methaan verwachtte daar trof men ozon (O3) en kooldioxide (CO2) aan. Die zijn eerder ook al waargenomen, onder andere met de Europese Mars Express sonde in het UV-gedeelte, maar niet in dit gedeelte van het spectrum, het infrarode gedeelte. Met infrarood kan men dieper in de atmosfeer kijken, dus biedt dit de gelegenheid om beter te zien in welke hoeveelheden ozon op de verschillende hoogtes boven Mars voorkomt. Zowel op aarde als op Mars zorgt ozon er voor dat de chemische samenstelling van de atmosfeer stabiel blijft.

Het spectrum door TGO gemeten met daarin de lijnen van ozon en kooldioxide. Credit: K. Olsen et al. (2020)

Het bestuderen van methaan in de atmosfeer van Mars is van belang omdat het methaan op aarde een biologische oorsprong heeft en dat op Mars wellicht ook zo is. Methaan breekt al in ongeveer 400 jaar, dus er moet iets zijn wat er voor zorgt dat het methaan op Mars – dat door meerdere instrumenten is waargenomen – telkens aanvult, een biologische óf geologische bron. Het is nog niet duidelijk wat de detectie van ozon en kooldioxide in dit deel van het spectrum op de plek waar men methaan verwachtte betekent. Hier de twee vakartikelen over de waarnemingen met TGO, beiden verschenen in Astronomy & Astrophysics:

Bron: ESA.

Honderden kandidaat-sterrenstelsels gezien in protocluster D1UD01

De waargenomen kandidaat-sterrenstelsels in protocluster D1UD01. Credit: Shi et al., 2020.

Sterrenkundigen hebben de protocluster D1UD01 in meerdere golflengten bestudeerd en daarbij hebben ze meer dan 350 kandidaat-sterrenstelsels [1]Zolang ze niet door een ander instrument onafhankelijk zijn geïdentificeerd zijn het kandidaat-sterrenstelsels. geïdentificeerd. Protocluster D1UD01 werd in 2016 ontdekt en staat op 11,6 miljard lichtjaar afstand (roodverschuiving z=3,13). In eerste instantie vond men vijf sterrenstelsels in deze protocluster – da’s een voorloper in het vroege heelal van een cluster van sterrenstelsels – maar toen een team van sterrenkundigen onder leiding van Ke Shi (Xiamen University, China) er in meerdere golflengten naar ging kijken vond men er veel meer. Zij maakten daarbij gebruik van de gegevens die verzameld waren met de Canada-France-Hawaii-Telescope Legacy Survey (CFHTLS), de WIRCam Deep Survey (WIRDS) en met NASA’s Spitzer IR-ruimtetelescoop. In eerste instantie bekeek men 532 bronnen binnen D1UD01, maar op grond van gegevens van fotometrische roodverschuiving viel een deel af en bleven er 356 bronnen over, die mogelijk zware sterrenstelsels zijn, die een hoge graad van stervorming kennen.

In de protocluster kon men twee plekken zien waar zich een ‘overdichtheid’ aan sterrenstelsels bevindt, die ‘A’ en ‘B’ worden genoemd (zie de afbeelding hierboven). Men vermoedt dat ze twee aparte protoclusters zijn, die kunnen uitgroeien tot zware clusters, die dan vervolgens weer aaneen kunnen groeien tot een supercluster van sterrenstelsels. In the Astrophysical Journal zal dit vakartikel over de waarnemingen aan D1UD01 verschijnen. Bron: Phys.org.

References[+]

References
1 Zolang ze niet door een ander instrument onafhankelijk zijn geïdentificeerd zijn het kandidaat-sterrenstelsels.

And now…..

M20 (Triffidnevel) & M8 (lagune-nevel) in het sterrenbeeld Boogschutter

…For something completely different….Om maar eens met deze beroemde Monty Python-kreet met de deur in huis te vallen!!  Doelend op het feit dat er mijns inziens nu wel genoeg aandacht is besteed aan komeet Neowise en dus fluks weer terug naar de goede ouderwetschen core business van “fuzzy blob fotografie”!!

Maar….nu even toch weer niet helemaal zoals vanouds met de 20cm Newton edoch nu optisch tot de tanden gewapend met het eerder de sterrenhemel ingeprezen very cheapo 500mm F8 Maksutov telelensje.
De middag voor onze gezamelijke astroblogs, eendenklup, flyboys-expeditie naar de Biesbos ter eerste aanschouwing c.q. bewondering van Komeet Neowise had ik al haastigerwijze het kleine Maksje samen met het grote Maksje (10cm F10) tesaam enigszins provisorisch op de EQ 6 “geflanst”. Na het bij thuiskomst weer heavy voelen oplaaien van de “optisch madly in love vlinders” jegens “Vladimira”, het kleine Maksje, toch maar even een avondje heel serieus met MIG lasapparaat en aanverwante ijzerbewerkingswerktuigen een echt “bevestigingsgevalletje voor op de EQ6 “voor haar in elkaar geknutseld alvorens met haar weer serieus op “Fuzzy blog date” te gaan naar de heilige jachtvelden der Dordtschen Biesbos.

Tijdens deze R & D knutselsessie ook meteen tot de conclusie gekomen dat “het met nog minder nog net weer effe iets beter kan” en dat het nut van het laten meeliften van de Grote Maks in feite nihil is/was en dat het Canon 1000D-Vladimira-duo samen met de 50mm zoeker Lacerta Mgen autoguider combi op de EQ6 in principe zomaar voldoende zou moeten zijn voor een effectief avondje fuzzy blobs schieten. Tevens is het voetje waar de 50mm zoeker Lacerta Mgen combi in klikt ook direct geschikt voor een “gewone 50mm zoeker” die in het begin van de sessie even handig is voor bij het afstellen van pool-as en het afstellen van het GoTo gebeuren.

Als ik nou echt slim zou zijn dan zou ik eerst de EQ6 opstarten in non GoTo modus om vervolgens met behulp van een redelijk heldere ster….tijdens deze sessie Altair in het sterrenbeeld Adelaar…..en de lifescreen functie (ozo handig, ozo simpel en vooral ozo afdoende!!!) van de Canon 1000D het hele zwikkie goed scherp te stellen en daarna pas het GoTo circus opstarten…..maar dat wil ik nog wel eens vergeten en dan moet ik deze handeling tijdens het “twee/drie sterren GoTo uitlijnings-ritueel” erdoorheen zien te wringen. Lukt altijd wel maar geeft wel een iets minder by the book en een iets grote chaos en paniek-gevoel.
Maar goed, zodra uiteindelijk het te kieken object met behulp van de GoTo-functie van de EQ6 enigszins acceptabel op het Canon 1000D schermpje te zien is (de maffe engelse kreet “plate solven” wordt hiervoor door de “pro’s” nog wel eens gebezigd), klik ik de zoeker eruit en en het autoguide gevalletje erin….en dan is het slechts een kwestie van een paar kabeltjes inpluggen, de Lacerta Mgen opstarten, met behulp van de grandioze “starsearch functie” van de Mgen een geschikte volgster op de kop tikken, daarna de Mgen nog even de EQ6 “heen en weer laten schudden” (kalibreren heet dat in autoguide-lingo) opdat de Mgen autoguider “weet” hoe de EQ6 gaat reageren op haar commando’s…..en dat is het eindelijk tijd om subjes te gaan schieten en tevens al “monitorend” (braak-kreet!!)…….lekker op een dekentje op m’n rug liggend met een verrekijker ontspannen dat halve uurtje (standaardritueel 6 subjes van 5 minuten) fijn vrijblijvend langs de hemel te zwalken, danwel het chassis van mijn godinnelijke BestelEendje te bewonderen.
Zucht, wat een “zen-ervaring” is dat dan toch, zo in het mooie vrije veld omringd te te zijn door, in dit geval, zulke aangenaam blij makende materiële zaken in de vorm van ter linkerzijde de zachtsnorrende EQ6, de optisch verrukkelijke Vladimira en de heerlijk ontstressende autoguide Mgen, ter bovenzijde het aanzicht van een overweldigende kraakheldere sterrenhemel en ten slotte ter rechterzijde het uitzicht op “de beste auto die ik ooit gehad heb c.q. die ik ooit zal hebben” zijnde dat wonderlijke gele Besteleendje….

Ach, welk één geluk, ach,  welk één  heerlijkheid….TOTDAT…..er ergens in de diepe digitale spelonken van het astrospeelgoed zomaar aus blauen hinein “een chippie omvalt” en bijvoorbeeld  je altijd zo braafbetrouwbare EQ6 opeens met 20 000 omwentelingen per etmaal, gelijk een plotsklaps hysterisch geworden wentelwiek,  het hemelruim wenst te kiezen en alle astrofotografische sereniteit in ene luttele seconde omslaat naar zo’n kenmerkend typisch gevalletje van “heftig uitgebroken astro-pleuris”!!

MAARRE…..gelukkig NIET deze keer!!! Hoogstens even nog wat gedoe met het lokaliseren van het te kieken object…..M20 zijnde de Triffid nevel,  te vinden in het laag boven de zuidelijke horizon gelegen pur sang zomersterrenbeeld Boogschutter….omdat ie net even verstopt bleek te zitten achter een wat hoger dan gemiddeld horizonboompje. en dus….even braaf geduldig een half uurtje wachten en daarna hopsakeetje…vooruit met de belichtingsgeit!!
Het mooie van het plaatjezzz schieten met dit kleine Maksje is het feit dat het beschikbare beeldveld zo heerlijk veel groter is als dan bij het standaard astrofotografische werkpaard zijnde de 20cm Newton. Derhalve is de kans op “gratis bijvangst” ook een flink stukkie groter.

Zogezegd….het doelwit van deze zomeravondsessie was dus M20…de Triffidnevel…maarre…vond het totaal geen probleem om de zeer nabij gelegen fraaie Lagunenevel…M8….(had ik vorig jaar al bij de digitale kladden gevat)…. gezellig nog een keertje mee te laten liften met het oorsponkelijke doel van deze astrofoto-sessie. OK……het positioneren (het zogenaamde plate solven ) is wellicht niet helemaal perfect gelukt…..maarre aangezien ik bij dit soort van late night zomer astrofoto-sessies niet helemaal in het holst van de ochtend mijn “vlooienbunker” in wens te draaien, heb ik op een gegeven moment eieren voor mijn geld gekozen en besloten genoegen te nemen met deze compositie.

Beide objecten liggen in de richting van het megadruk bevolkte centrum van ons melkwegstelsel.
Het barst daar echt van de sterrenhopen, nevels..etc…etc…etc..!!!!
Heel jammer voor ons “noorderlijk halfronders” is het feit dat het sterrenbeeld Boogschutter, waar al dit schoons incluis het galactische centrum te vinden is, zeker in onze noordelijke kikkerlandstreken, zo vervelend laag boven de horizon komt en dan ook nog eens tijdens die droevig korte zomernachten. Het schieten van objecten in deze regio is dan ook best wel een lastige kwestie van strakke (zomer)timing en het vinden van een vrije zuidelijke horizon met zo weinig mogelijk lichtvervuiling.
Maar goed……6 relaxte subjes van 5 minuten….en zie daar welk één schoon hemelkiekje met dat maffe kleine telelensje……smaakt zeer….naar MEER!!!

Donderdag 30 juli wordt NASA’s nieuwe Marsrover Perseverance gelanceerd – volg het hier live!

Credit: NASA

Op donderdag 30 juli om 13.50 uur Nederlandse tijd wordt vanaf lanceerplatform 41 op Cape Canaveral Air Force Station in Florida NASA’s nieuwe Marsrover Perseverance gelanceerd, de opvolger van Marsrover Curiosity [1]Als het die dag niet lukt, is er tot 15 augustus iedere dag ergens na 13.55 uur een nieuwe mogelijkheid.. De Perseverance, bijgenaamd ‘Percy’, zal met een United Launch Alliance (ULA) Atlas V raket de ruimte in worden gebracht en dan beginnen aan een tocht naar Mars die zeven maanden zal duren. Bestemming van de Marsrover is de Jezero krater op Mars, waar ‘ie op 18 februari 2021 zal landen en zal beginnen aan de Mars 2020 missie, waarbij ‘ie minstens één Marsjaar (687 aardse dagen) onderzoek zal doen naar geologische processen en eventueel vroeger leven of de mogelijkheid daartoe op Mars. Er gaat met de Perseverance ook nog een experimentele zelfsturende marshelikopter mee, die Ingenuity (vindingrijkheid) heet. De lancering van Percy en Ingenuity zal hieronder live te volgen zijn.

Bron: NASA.

References[+]

References
1 Als het die dag niet lukt, is er tot 15 augustus iedere dag ergens na 13.55 uur een nieuwe mogelijkheid.

Gelukt: SpaceX heeft voor het eerste beide ‘fairings’ van de Falcon 9 raket opgevangen

Credit: SpaceX.

Het is SpaceX deze week voor het eerst gelukt om beide ‘fairings’ van de Falcon 9 raket op zee op te vangen. Ehhh… fairings, wat zijn dat voor dingen zal je je wellicht afvragen? Welnu, iedere satelliet die de ruimte in gaat zit ‘verpakt’ in een grote laadruimte en die bestaat bij de Falcon 9 raket uit twee helften, de fairings – wie kent er een goed Nederlands woord voor, raketneus? Afgelopen maandag 20 juli werd met een Falcon 9 raket de Zuid-Koeraanse militaire communicatiesatelliet ANASIS-II gelanceerd. Die satelliet zat bovenop de Falcon 9 v1.2 (block-5) draagraket in de laadruimte, gevormd door de twee fairings. Voor het eerst slaagde SpaceX erin om niet één fairing te vangen, hetgeen op 22 februari 2018 voor het eerst boven zee was gelukt, maar alle twee de fairings. Voor dat vangen heeft SpaceX twee speciale boten gebouwd, die voorzien zijn van een groot vangnet, de Ms. Tree en Ms. Chief (die eerdere vangst februari 2018 was met een ander schip, de Mr. Steven). Hieronder een serie tweets, waarin filmpjes te zien zijn van het neerkomen van de twee fairings in de netten.

Na de lancering, die vlekkeloos verliep en waarbij de tweede trap van de Falcon 9 raket de satelliet keurig de ruimte in zette, maakte de eerste trap van de Falcon 9 raket ook een zachte landing op SpaceX’s Autonomous Spaceport Drone Ships (ASDS), Just Read the Instructions – een landing die tegenwoordig voor SpaceX lopende bandwerk is. Fairings die niet worden opgevangen zinken naar de bodem van de zee en kunnen niet meer herbruikt worden. Ze kosten zo’n $6 miljoen per stuk, dus iedere fairing die opgevangen wordt is besparend voor SpaceX – twaalf miljoen dollar bij een dubbele vangst. SpaceX is ook bezig om te kijken of ze de tweede trap van de Falcon 9 raket zacht kunnen laten landen. De totale kosten van één lancering met een Falcon 9 kosten $62 miljoen. Herbruikbare 1e en 2e trap én fairings leveren een flinke kostenreductie op! Bron: Universe Today.

Spectaculaire ultraviolette flits gezien bij type Ia supernova

De blauwe stip is SN2019yvq. Credit: Northwestern University

Type Ia supernovae zijn al heel vaak waargenomen, maar het is pas voor de tweede keer dat er bij zo’n supernova een bijzonder heldere ultraviolette flits is waargenomen. Het gaat om supernova SN2019yvq, die in december 2019 ontdekt werd met de Zwicky Transient Facility, een geautomatiseerde telescoop in Californië, die de hemel afspeurt naar exploderende supernovae. SN2019yvq vond plaats in NGC 4441, een sterrenstelsel 140 miljoen lichtjaar van de aarde – da’s voor astronomen relatief dichtbij – in de richting van het noordelijke sterrenbeeld Draak. Met NASA’s Neil Gehrels Swift Observatorium in de ruimte kon men waarnemen dat SN2019yvq niet alleen zichtbaar in licht was, maar dat ‘ie ook röntgen- en utraviolette straling uitzond. Met name was opmerkelijk, want SN2019yvq is pas de tweede type Ia supernova waar dat bij waargenomen is [1]De eerste supernova waarbij dit is waargenomen was iPTF14atg, die op 3 mei 2015 werd ontdekt.. De ‘UV-flits’ duurde enkele dagen. Type Ia supernovae ontstaan als een witte dwerg te zwaar is geworden door toevoer van materie en de kritische grens van de limiet van Chandrasekhar (1,44 keer de massa van de zon) overschreden wordt. Dat er een UV-flits optrad bij SN2019yvq betekent dat er ‘iets’ bij de supernova héél heet was geworden, iets dat een factor drie of vier keer heter is dan de zon. Aangezien witte dwergen normaal gesproken steeds koeler worden naarmate ze ouder worden verwacht je zo’n UV-flits niet bij een exploderende witte dwerg. Er moet dus iets gebeurt zijn waardoor die bijzondere flits optrad.

Het restant van een andere type Ia supernova. Credit: NASA/CXC/U.Texas

Adam Miller (Northwestern University) en z’n team komen met vier mogelijke verklaringen aan voor het optreden van de UV-flits bij SN2019yvq:

  1. Het zou kunnen dat de witte dwerg een nabije compagnon – een gewone ster – door z’n zwaartekracht aan het oppeuzelen was en dat ‘ie toen explodeerde. Toen de witte dwerg en de restanten van die ster op elkaar botsten ontstond de UV-flits.
  2. Mogelijk trad er in het binnenste van de witte dwerg een mix op van heet radioactief materiaal van de kern met de koelere buitenlagen en dat zorgde er voor dat die buitenlagen veel heter werden dan normaal en dat ze bij de supernova zelfs UV-licht gingen geven.
  3. Het zou ook kunnen dat er in de buitenlagen van de witte dwerg helium is gaan fuseren tot koolstof en dat de temperatuur daardoor zo hoog werd dat een dubbele explosie plaatsvond, waarbij ook UV-straling werd geproduceerd.
  4. Tenslotte zou het kunnen zijn dat twee witte dwergen op elkaar botsten en samensmolten en dat de temperatuur daarbij zo hoog steeg dat er een UV-flits ontstond.

OK, vier mogelijkheden om die UV-flits te verklaren. Maar welk is nou de juiste? Daarvoor willen ze wachten tot het najaar, om dan middels vervolgonderzoek aan SN2019yvq meer te weten te komen over de geëxplodeerde witte dwerg. Met supernovae is het zo dat naarmate de tijd vordert de uitdijende wolk van heet gas dunner wordt en je steeds dieper naar het hart van de geëxplodeerde ster kunt kijken. Na een jaar kan je zelfs tot in het centrum van de explosie kijken, dus in december dit jaar moet dat mogelijk zijn. Dán willen ze kijken wat er precies gebeurd is en welk van de vier opties overeind blijft. Om twee redenen is dat vervolgonderzoek interessant: ten eerste omdat type Ia supernovae de belangrijkste producenten zijn van ijzer, het element waar we ook veel van aantreffen in de aarde. En ten tweede omdat deze type supernovae gebruikt worden als afstandsmeter in het heelal en ze een belangrijke rol spelen in het bepalen van de expansiesnelheid van het heelal. Als er meerdere varianten type Ia supernovae zijn heeft dat effect op de metingen, want niet alle types zullen dezelfde absolute lichtkracht hebben. Hier is het vakartikel van Miller et al, verschenen op 23 juli in the Astrophysical Journal. Bron: Phys.org.

References[+]

References
1 De eerste supernova waarbij dit is waargenomen was iPTF14atg, die op 3 mei 2015 werd ontdekt.

Neowise encore!!

Komeet Neowise

Hoewel je de afgelopen dagen in the media and far beyond bijkans lijkt te worden “doodgegooid” met foto’s van “de komeet”….EN… hoewel het er vet op begint te lijken dat zo ongeveer iedere puberale “astrofoto-novice” in de leeftijd van acht tot ver boven de tachtig zich allemaal lijken te ontpoppen als “doorgewinterde ervaren astrofotogafen”, slechts gewapend met een miezerige 70mm meade ETX k..tkijkertje en een state of the art zzzzmartvoon…(hmmmm Arie, wie zou zich met deze intrumentarium-omschrijving nu aangesproken voelen, denk je..hihi??!!) voel ik me als ervaren, bloedserieuze  noest zwoegende hard core open veld astrofotograaf desondanks toch geroepen om ook nog maar even een extra astrofotografische duit in het “komeet Neowise zakje” te doen en wel in de vorm van nevenstaande afgelopen week geschoten hemelportret van dit best wel erg schattige staartsterretje die nu, na haar recente zons-passage weer bezig is om ons zonnestelsel te verlaten.

Ik had haar uiteraard zoals gevoeglijk bekend moge wezen (zie het waarnemingsverslag van Hopman Arie van vorige week!!) al eerder op de kiek gezet….maar tijdens een serie van maar liefst drie kraakheldere deep sky astrofoto-expeditie’s achter elkaar van deze week  kon ik haar opdringerige aandachttrekkende in mijn nek gehijg vanuit noordwestelijke hemelrichting toch niet helemaal negeren en dus heb ik er aan het eind van astrofotonacht nummero twee toch nog maar even wat extra (belichtings)tijd aan gespendeerd….met nevenstaande best wel aardig kometenkiekje als redelijk hoegbaar (vind ik!) aanschouwelijk resultaat!

Ik ben de afgelopen paar nachten onder de open veld hemel weer dik in de weer geweest en voor de zoveelste keer vet “madly in love” gevallen met “Vladimira”, mijn langgeleden voor heul weinag (30 jaar geleden en 35 florijnenpieken!!) op de zwarte markt in Beverwijk op de kop getikte kleine maar ozo fijne 500mm (=brandpuntsafstand in telelenzen-lingo!!) F8 Maksutov-telelensje en derhalve zijn de kometenfotonen van Neowise met dit kekke stukkie optiek uit Moedertje Rusland naar het (gemodificeerde) CMOS-hart van de Canon 1000D gedirigeerd.

Mijn plaatje van een weekje of wat geleden had een belichtingstijd van slechts 30 seconden in zijn mik, bij deze gelegenheid ben ik maar even fanatiek overboord gesprongen en heb ik er maar liefst drie minuten tegenaan gesmeten….en hoewel Neowise bij deze opname wel behoorlijk meer “van het doek springt” is en blijft mijn favo-plaatje toch de kortbelichte close up opname die ik een weekje of wat geleden heb genomen…maar goed….ook al druipt er dus best wel een behoorlijk tikkie “verplicht nummer-gevoel” van deze opname af, toch gaat ook deze gewoon braaf mijn “astrofotografisch bejaardenhuis foto album” in.

Tja….en wat vinden we nu eigenlijk van de Komeet Neowise en haar verschijning?? Hmmmm…..ik ben geneigd om deze prangende vraag te beantwoorden met de kreet…”het gebakkie heeft drie gezichten” waarvan één rotponum en twee friendly faces. Dat “rotponum” vind ik omdat het visuele blote oog aanzicht van Neowise mij eigenlijk best wel behoorlijk tegenvalt.

Begin van de week liep ik van mijn thuisbasis aan de voet van de Grote Kerk verwachtingsvol het Plein af in de hoop om bij onderdoor wandelen van de Catharijnepoort naar de Hooikade aan de Oude Maas met zicht op de noordwestelijke richting over Zwijndrecht de komeet in volstralende glorie aan de zonsondergang hemel te mogen aanschouwen….maarre…helaas pindakaas….toch weer een typisch gevalletje van “Kohoutek-telleurstelling”.
Als jong ventje, zo kan ik mij nog heel goed voor de geest halen, heb ik daar ooit vele avonden achter elkaar voor de kat z’n viool naar de spetterend voorspelde komeet Kohoutek staan zoeken….enne….dat was dus mijn allereerste astroranzige kometen-miskleun met helaas vele toekomstige telleurstellende “volgelingen”, Kometen Hale Bob, Hyakutake en Holmes uitgezonderd.
Nou geloof best wel dat Neowise aanschouwd vanaf een echte donkere plek wel een visueel ogenpretje is (geweest??) maar alhier in het lichtovergoten westen vond ik dat dus wel een beetje tegenvallen. Echter met een (heel klein)beetje verrekijker danwel met een (heel klein)beetje aan fotografische hulpmiddelen is Neowise wel een alleraardigst en prima te hoegen komeetje gebleken en dus….Encore Neowise….tot over een jaartje of 7000!!