Hersenchip Neuralink getest op varkens; doel is genezen hersenaandoeningen en de mens te laten ‘samensmelten’ met KI

Neuralink is een Amerikaans bedrijf dat tot doel heeft hersencomputerinterface(s) bij mensen te implanteren welke een oplossing moet gaan bieden voor een keur aan neurologische aandoeningen. Het bedrijf Neuralink is in 2016 opgericht, mede door techpionier Elon Musk. Recent gaf Musk een gedetailleerde, bijna twee uur durende presentatie over de doelen en de vorderingen van Neuralink. Tevens toonde hij ook de varkens waarop de Neuralink implantaten getest zijn. Primair, zo benadrukte Musk aan het begin van de presentatie, dient de chip om neurologische aandoeningen zoals alzheimer, dementie en ruggenmergletsel te helpen genezen. De lange termijn doelstelling, aldus Musk, is een brede inzet van de chip. Hierbij denkt hij ook een methode te vinden om bv gedachten via de interface om te zetten in schrift, muziek af te luisteren enz. Uiteindelijk streeft Musk ernaar een soort symbiotische relatie tussen mens en machine te bewerkstelligen, als tegenwicht voor kunstmatige intelligentie, die zoals Musk eerder aangegeven heeft, het gevaar in zicht draagt dat de software hiervan mogelijk de mens de baas wordt. Lees verder

Laat-Devonische massa-extinctie wellicht veroorzaakt door een nabije supernova

Simulatie van de invloed van een nabije supernova op de zonnewind in het zonnestelsel. De zon is het rode stipje, de blauwe stippelijn de baan van de aarde. Credit: Jesse Miller

Zo’n 359 miljoen jaar geleden vond de zogeheten ‘Laat-Devonische extinctie’ plaats, één van de vijf grote massa-extincties in de geschiedenis van het leven op Aarde. Bij deze extinctie stierven vooral veel zeedieren. Een team sterrenkundigen onder leiding van Brian Fields (University of Illinois) denkt dat deze extinctie veroorzaakt is door een supernova, die op zo’n 65 lichtjaar afstand staat, een afstand die relatief gezien erg dichtbij is. Het team onderzocht rotsen, die qua leeftijd op de grens liggen van het Devoontijdperk en het daarop volgende Carboontijdperk. Plantensporen in die rotsen laten zien dat er een overvloed is aan UV-licht van de zon, een teken dat er weinig ozon was in de atmosfeer, het molecuul dat UV-straling kan tegenhouden. Verdwijning van ozon zou ook kunnen komen door vulkaanuitbarstingen en klimaatopwarming, maar in die periode zijn daar geen tekenen van bekend. Gammaflitsers, zonneuitbarstingen en meteorietinslagen kunnen óók ozon doen verminderen, maar dat zijn meestal kortdurende gebeurtenissen, die niet voor een structurele verlaging van het ozon kunnen zorgen. Daarom denken de sterrenkundigen dat een supernova de oorzaak moet zijn geweest van deze extinctie. Zo’n nabije supernova bezorgt de aarde in eerste instantie een grote dosis UV- en röntgenstraling, gevolgd door energierijke kosmische straling (vooral protonen). De ozonlaag kan daardoor wel honderduizend jaar in omvang sterk afnemen.

Veroorzaakte een nabije supernova de Laat-Devonische extinctie? Credit: Geralt/Pixabay.

Nou blijkt uit onderzoek dat voorafgaand aan de Laat-Devonische extinctie er al een afname was van de bio-diversiteit. Het zou dus best kunnen dat er niet sprake was van één supernova, maar dat er een keten van sterexplosies was. Een bevestiging van de supernova-theorie voor de massa-extinctie zou de vondst kunnen zijn van de isotopen plutonium-244 en samarium-146 in de rotsen uit die tijd, maar dat is nog niet het geval. Men denkt dat de supernova ongeveer 65 lichtjaar van ons vandaan stond, net iets verder dan de ‘kill-distance’, de afstand die voor een totale massa-extinctie zou hebben gezorgd (25 lichtjaar). Eh… ter vergelijking: Betelgeuze, de rode reus die wellicht ook tussen nu en honderduizend jaar kan exploderen als supernova, staat op 600 lichtjaar afstand. Hier het vakartikel van Fields et al, verschenen in the PNAS. Bron: Universiteit van Illinois.

Video: spectaculaire ‘Hot fire abort’ van de Delta IV Heavy raket

Credit: ULA Webcast (via YouTube).

Gisteren was de bedoeling dat de Delta IV Heavy raket van United Launch Alliance (ULA) vanaf Cape Canaveral in Florida zou lanceren om de NROL-44 spionagesatelliet van het National Reconnaissance Office in de ruimte te brengen. Maar het liep allemaal iets anders. Slechts drie seconden voor lift off, terwijl de vlammen al uit de raketmotoren kwamen, werd de lancering stopgezet. Hieronder de spectaculaire beelden van die ‘hot fire abort’, zoals dat heet.

Onderzocht wordt nog wat er precies is gebeurd zodat de lancering werd afgebroken. Men verwacht de lancering later deze week te kunnen doen.

Asteroïde op impacttraject met de aarde blijkt 56 jaar jonge satelliet; vanavond brandt hij op in de aardse atmosfeer

De Orbiting Geophysics Observatory 1 is een NASA-satelliet welke in september 1964 gelanceerd werd om de magnetosfeer van de aarde te scannen. De 500 kilo wegende satelliet, kortweg OGO-1, zal dit weekend naar de aarde vallen om aldaar in de atmosfeer op te branden. De verwachte reentry van OGO-1 is rond 5:10 PM Eastern Time ofwel zo rond 23:00 NL’se tijd. NASA verwacht dat de satelliet de aardse atmosfeer zal bereiken ter hoogte van Tahiti en de Cook-eilanden in de Stille Oceaan. De satelliet zal desintegreren, deels opbranden in de atmosfeer en restanten zullen in de oceaan terecht komen, NASA verwacht dat er verder geen problemen zullen zijn. De 56 jaar jonge satelliet is reeds sinds 1969 in standby modus. Het OGO-aardobservatieprogramma van NASA bestond oorspronkelijk uit zes satellieten die waren ontworpen om de magnetosfeer van de aarde te bestuderen en in gebruik waren tussen 1964 en 1972.  Elke satelliet had 20 tot 25 instrumenten aan boord. OGO 1, OGO 3 en OGO 5 bevonden zich in equatoriale banen; OGO 2, OGO 4 en OGO 6 bevonden zich in lagere polaire banen. De andere vijf satellieten van de OGO-familie zijn reeds allen gedesintegreerd in de aardse atmosfeer en restanten zijn in de oceaan gevallen.
Lees verder

Artist’s impression van het zwarte gat in het hart van M87

Credit: Jordy Davelaar et al./Radboud University/BlackHoleCam

Deze artist’s impression toont het zwarte gat in het hart van het elliptische reuzenstelsel M87. Dit zwarte gat is gekozen als onderwerp van baanbrekende waarnemingen van de Event Horizon Telescope. Naast het superhete materiaal rond het zwarte gat is ook de door het zwarte gat ‘gelanceerde’ relativistische jet van M87 te zien.

Bron:

Jonge sterren worden gevoed met materie via hun magnetische veldlijnen

Impressie van een jonge ster die via z´n magnetische veldlijnen materie krijgt aangevoerd. Credit: A. Mark Garlick

Met behulp van het GRAVITY instrument zijn sterrenkundigen erin geslaagd om jonge sterren in hun onmiddellijke nabijheid te bestuderen. Daaruit blijkt dat een al dertig jaar oude theorie inderdaad juist is, namelijk dat jonge sterren materiaal vanuit de omringende accretieschijf aangeleverd krijgen via hun magnetische veldlijnen.

GRAVITY is verbonden aan alle vier grote VLT telescopen van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), gezamenlijk kunnen ze details zien waar een 100 meter telescoop voor nodig is. Met GRAVITY keken ze onder andere naar TW Hydrae, een jonge T-Tauri ster (5-10 miljoen jaar oud) op 196 lichtjaar afstand. Die ster is omgeven door een accretieschijf van gas en stof en gezien vanaf de aarde kijken we recht van boven op de schijf. Je zou verwachten dat materie vanuit het binnenste deel van de accretieschijf op de ster valt en dat deze zo in massa groeit. Maar dat blijkt niet het geval te zijn en de oorzaak is de bekende wet van behoud van impulsmoment. Daardoor heeft de materie een bepaalde snelheid in haar baan om de jonge ster en is het lastig om direct naar de ster te vallen. Het blijkt dat materie binnen tien keer de straal van de ster zich door die behoudswet anders gaat gedragen. Stof in de accretieschijf lijkt tot een afstand van 7,5 keer de straal van de ster te kunnen voorkomen, gas tot 3,5 sterstralen (zie afbeelding hieronder).

Het proces van magnetosferische accretie bij jonge sterren. Credit: MPIA graphics department

Dertig jaar geleden kwam Max Camenzind (Landessternwarte Königstuhl) met een theorie om het probleem van de invallende materie op te lossen: sterren hebben een magnetisch veld en via hun magnetische veldlijnen zou de materie naar de ster kunnen vloeien. Dat wordt magnetosferische accretie genoemd, iets dat drie decennia hypothetisch was. Maar nu is het dus daadwerkelijk waargenomen en wel met het GRAVITY instrument vij TW Hydrae. Rebeca García López en haar collegae konden met GRAVITY een emissielijn waarnemen, die Brackett-? (kortweg Br?) wordt genoemd. De straling komt van een gebied dat maximaal 3,5 keer de straal van TW Hydrae vandaan ligt, da’s drie miljoen km, acht keer de afstand aarde-maan. Dat ligt kan niet afkomstig zijn van de accretieschijf, volgens de behoudswet, en het kan ook niet afkomstig zijn van de ster zelf, dus moet het wel komen van materie die via de magnetische veldlijnen vanuit het binnenste deel van de accretieschijf naar de ster vloeit. Hier het vakartikel over de waarnemingen, verschenen in Nature. Bron: Max Planck.

Hiep….

M34 in Perseus

erdepiephoeraaaa…Vooral voor het nevenstaande geslaagde testkiekje maar tevens ook..heel fout hihi…een beetje voor mijzelve, daar uw nedrig astroblogs-scribent vandaag, 29 augustus 2020, op den kop af 59 rondjes om den koopren ploert heeft volbracht…..enne….dat heuglijken/droevige(??) feit vier ik bij deze op bescheiden wijze door mijzelve te trakteren op een bescheiden kiekje van een bescheiden hemelobject zijnde de best wel aardige, maar meer ook niet, open sterren sterrenhoop Messier 34, welke met GoTo blindelings en met een sterrenkaart en zoeker met iets meer moeite te vinden is in het sterrenbeeld Perseus.
De bedoeling van deze opname was dan ook niet om helemaal waanzinnig krankjorum gestoord spectaculair te wezen…maar om even dienst te doen als testkiekje gemaakt met de (herboren) grote Maksutov-broer van Vladimira (500mmF8 Maks) zijnde de veelzijdige, in astrofotoland redelijk bekende en zeer gewaardeerde, 1000mmF10 “russentone” Maksutov telelens/telescoop. Oh….enne….hoi Wim en Hoi Frida……ben dus nog steeds zeer blij met “de grote kleine”!!!

Deze bijzondere Maksutovjes van oerdegelijke Russische makelij kennen een best wel redelijk grote schare van zeer tevreden gebruikers zowel in astrofotoland als daarbuiten…..maarre….het moet eerlijkheidshalve wel gezegd worden dat in tegenstelling tot de standaard superbeeldkwaliteit van de kleine Maks (de 500mm F8) er helaas bij deze grote Maksjes nog wel een aantal “probleemgevalletjes”  “outthere” zijn.
Het verkrijgen van echt mooi strakronde Sterbeeldjes wil nog wel eens een probleempje zijn bij deze fijne optische speeltjes uit het land van “oom Vladimir”….enne…. ironisch genoeg is dat dat “probleemje” juist  “te danken”  aan diezelfde grofstoffelijke functioneel simpele manier van “rocksolid russian engineering”.

De joekel van een megasolide opsluitring van de hoofdspiegel wil nog weleens…iets…danwel…veels…te vast zijn gezet. Hierdoor komt er nodeloos veel spanning op de hoofdspiegel te staan waardoor deze gaat “vervormen”. Deze “vervorming” hoeft al niet meer te zijn dan een paar golflengtes om roet in het optische vreten te gooien.
Er is altijd een soort van een lastig spanningsveld tussen hoe vast en hoe los optische elementen moeten zitten om hun delicate werk goed te kunnen verrichten. Mijn ervaring is dat ik toch liever een hoofdspiegel voel en hoor bewegen in zijn spiegelcel dan helemaal niet!!

Bij de 1000mmF10 maks wil de hoofdspiegel helaas dus nog wel eens “net iets te vast zitten voor het mooie, met de optische afwijking “astigmatisme” tot gevolg. Bij deze optische afwijking is het heel lastig zo niet onmogelijk om bij het scherpstellen mooie ronde sterbeeldjes te krijgen. In plaats daarvan blijf je helaas altijd met hele kleine maar toch net hinderlijk genoeg zijnde “ster-ellipsjes” opgescheept.

Dit verhelpen is op zich absoluut geen rocket science maar je moet wel effe het lef bij elkaar schrapen om je nieuwbakken optische speeltje tot op het bot uit elkaar te halen. Als je het hele gebakkie uiteindelijk in stukkies op je keukentafel hebt liggen dan is het vooral NIET te hopen dat de brave sovjet-russische optiekmonteur/monteuze, die jouw grote Maksje liefderijk in elkaar heeft gesleuteld, toevallig de lokale kampioen armpje worstelen was…..want dan is het wel……”Houston, we have a problem”….hmmmm, of…eh…beter/slechter nog…”Moskwa, Oe nast jest problemoe”!!!

Helaaski pindakaaski…..blijkt dit specifieke grote Maksje toevallig in elkaar gezet te zijn niet door de wereldkamioen maar zelfs Universum-kampioen armpje worstelen….want kolere,…..wat zit/zat/zit me deze ringmoer toch werkelijk gestoord vast, zeg….aaaarrrggghhh.
Ik heb al eens eerder een poging gewaagd om dit “ringetje” los/losser te krijgen en toen was het al “hangen en wurgen” geblazen.

Deze eerste ringwurgpoging bleek weliswaar vruchtbaar edoch nog steeds “close but no sigar” zoals we dat in goed russisch plegen te zeggen….en omdat ik dus, zoals uit voorgaande blogjes, me dunk, duidelijk genoeg naar voren is gekomen, ik opeens weer ganz und geheel in de “maksutov-mood” ben geraakt, heb ik dus nog maar eens een poging gedaan om die “….grom…vloek…grrrr….krachtterm…grrrr…krachtterm………k…piep…ring” losser te krijgen….de illusie dat ik die ring helemaal los ga krijgen heb ik allang met het schip der wanhoop laten wegvaren!!
Maarre……ik moet zeggen dat ik nu, al glurend naar bovenstaand M34-testkiekje, eigenlijk zelfs best wel dik tevreden ben met het resultaat van “ringwurgpoging nummero zwei”.

Tevens heb ik de grote Maks voorzien van een stevig zoekervoetje voor het bevestigen van de 7×50 lacerta Mgen zoeker/autoguider-combi. Het zoekervoetje is uiteraard zoals ALTIJD…voor de veiligheid… voorzien van TWEE vastklemschroeven….De nachtmerrie-gedachte aan het op de grond zien kletteren van duur optisch/elektronisch speelgoed is voor mij goed genoeg afschrikwekkend om niet op zoiets lulligs goeiekoops als een tweede vastklemschroef te besparen!!!
Verder heb ik nog extra schoefdraad getapt voor een tweede zoekervoetje opdat ik zowel een 7×50 zoeker als de autoguider op de grote maks kan laten meeliften. Nu moet ik nog na het GoTo-gebeuren de 7×50 zoeker verwisselen voor de autoguider….op zich geen probleem maar dat kan dus handiger!

Optisch speelgoed uit “de goeie ouwe natte tijd” is heel vaak voorzien van zogenaamd “praktica-draad” (M42) als bevestigingsmedium tussen camerabody en (tele)lens, terwijl hedendaagse droge digitale camerabodies vaak van bajonet-achtige bevestigingsmechanismen zijn voorzien…en zo ook….de Canon 1000D. Gelukkig zijn er tegenwoordig hele fijne ozo praktische hele solide verloopringen te koop….”voor weinag”!

Bij de grote Maks gaat die verloopring OVER M42-Oculairvatting (M42 draad aan de buitenkant en “oculairgat” aan de binnenkant) heen en dat betekent dat je je camera zo op de Maks kunt klikken…..daarna scherpstellen….en dan de camera er weer van af halen…om daarna vervolgens zo het zenitprisma plus oculair in het vrijgekomen oculairgat te kunnen plaatsen voor het zogenaamde “platesolven”.
Het oculair hoeft maar een piepklein beetje in zijn houder verschoven te worden om ook hier perfecte scherpstelling te verkrijgen.
Dit laatste is bijzonder handig bij het vinden van objecten (old school GoTo is helaas niet altijd 100% spot on!!) dan wel bij het zogenaamde “platesolven”…..wat, zoals we in eerder blogje hebben vastgesteld, een chique de friemel techie-woord is voor “het te kieken object netjes op de fotografische plaat positioneren”.

Na het “platesolven” schuif ik het zenitprisma-oculair simpelweg weer van de grote maks af en klik ik de (eerder scherp gestelde) camera weer terug op de grote Maks om daarna aan het belichten te beginnen…..voorwaar een heel prettig systeem waar heel goed mee te werken is in het donker. Dat laatste aspect kan namelijk ook nog wel eens voor onaangename verrassingen zorgen. Iets wat bij daglicht in eerste instantie heel intuïtief aanvoelt kan in het pikkedonder opeens zomaar totaal niet lekker werken. Ook daar zijn deze testsessie’s erg handig voor……perfectioneren van de interactie tussen mens, optisch-mechanisch speelgoed en de sterrenhemel!

Afijn…..6x5minuten buitenshuis belichten en daarna een avondje binnenshuis aanknoeien met “astro-zachtwaar” ….et voila…een alleraardigst ietwat kleurloos kiekje van M34 met prima ronde sterpuntjes……
M34…open sterrenhoop….afstand 1400 lichtjaar….diameter 14 lichtjaar….leeftijd 220 miljoen jaar……prima…prima…prima
Enige kanttekening: Voor echt zwakke nevelachtige deep sky objecten is die F10 waarde van dit mooie optische speelgoedje wellicht wat problematisch omdat dat gegeven natuurlijk noodzakelijkerwijze “riekt” naar (hopeloos??) lange belichtingstijden….iets wat, toen ik nog geen autoguider had en manueel het volgwerk deed, uiteraard een..eh… “dingetje” was….maar ja….nu de automaat dit werk voor mij doet, kan ik mij “opeens” natuurlijk met gemak veel langere belichtingstijden kan “permiteren”….een gegeven en een gebruikersgemak waar ik echt nog behoorlijk..eh..aan moet wennen!!
Afijn…dit Grote maks-experiment is geslaagd en dan nu…tijd voor een lekker stukkie taart!!!

Dichtheid van een witte dwerg is nagebootst in een ‘hohlraum’

Impressie van een opbouw van een witte dwerg. Credit: University of Warwick / M. Garlick.

Na zwarte gaten en neutronensterren zijn witte dwergen de meest compacte objecten in het heelal die we kennen. Ze hebben een massa van maximaal 1,4 keer de massa van de zon (de Limiet van Chandrasekhar) en dat zit gepropt in een volume ter grootte van de aarde. Men denkt dat witte dwergen bestaan uit koolstof en zuurstof (volledig geïoniseerd in de vorm van een dicht plasma), met een atmosfeer van waterstof en helium. De dichtheid is enorm, een miljoen keer de dichtheid van de zon, zeg 1 ton per cm³ – ding dong, één theelepel witte dwerg weegt net zoveel als een auto. En nu heeft men die dichtheid van een witte dwerg met behulp van intens laserlicht kunnen nabootsen in een laboratorium, in een ‘hohlraum’ welteverstaan. Dat is een klein gouden vat, waarin ze een klein beetje methine (CH) hebben gestopt, dat bestaat uit een waterstof- en een koolstofatoom.

Dat is ‘m, een hohlraum. Credit: Lawrence Livermore National Laboratory.

Door het methine te bestoken met intens röntgenlicht wist men de dichtheid in het vat te verhogen tot 450 miljoen atmosfeer en een temperatuur van 3,5 miljoen graden. Verhoogt men de straling dan ontstaat er een schokgolf, die met een snelheid van 200 km/s naar het centrum van de hohlraum toe beweegt. Het gebeurt allemaal in een fractie van een seconde, maar het is genoeg om meer te kunnen vertellen over de omstandigheden in een witte dwerg, om precies te zijn in één variant ervan, de zogeheten DQ witte dwerg. Dat zijn zeldzame witte dwergen die zeer heet zijn en die een atmosfeer van koolstof hebben. Dankzij de nabootsing in de hohlraum was men in staat om van dit type witte dwerg de ‘vergelijking van staat’ (Engels: equation of state) op te stellen, een formule waarin de dichtheid, druk en temperatuur van een object aan elkaar worden gerelateerd. In Nature verscheen een vakartikel over de nabootsing van een witte dwerg in een hohlraum. Bron: Koberlein.

Enorme halo rondom Andromedastelsel bestaat uit twee delen, aldus Hubble waarnemingen

Impressie van de enorme halo rondom het Andromedastelsel, als we dat met onze ogen aan de hemel zouden kunnen zien. Het Andromedastelsel zelf is het kleine schijfje in het midden van de halo. NASA, ESA, J. DePasquale and E. Wheatley (STScI), and Z. Levay (background image).

Sterrenkundigen hebben met behulp van de Hubble ruimtetelescoop de enorme halo van geïoniseerd gas rondom het Andromedastelsel (M31) verder kunnen bestuderen. Daaruit is naar voren gekomen dat de halo, die in 2015 al eens eerder werd bestudeerd, uit twee afzonderlijke delen bestaat, twee schillen als het ware óm het Andromedastelsel. De binnenste schil reikt tot een half miljoen lichtjaar en het gas is er erg complex en dynamisch, vermoedelijk doordat er een sterke interactie is met gas dat door supernovae vanuit de schijf van het Andromedastelsel in de halo wordt geblazen. Daarbuiten bevindt zich nog een andere schil, die meer homogeen is en die ook veel heter is dan de binnenste schil. Die schil reikt 1,3 miljoen lichtjaar, op sommige plekken zelfs 2 miljoen lichtjaar ver. Bedenk dat het Melkwegstelsel en het Andromedastelsel zo’n 2,5 miljoen lichtjaar van elkaar af staan, dus grote kans dat de halo’s van de twee buurstelsels elkaar al raken.

Impressie van de halo en de 43 quasars achter de halo. Credits: NASA, ESA, and E. Wheatley (STScI).

Het licht van de halo van het Andromedastelsel is zo zwak dat zelfs Hubble het niet kan zien. Wat men deed was middels Project AMIGA (Absorption Map of Ionized Gas in Andromeda) met Hubble kijken naar 43 quasars, zeer ver verwijderde sterrenstelsels met een actief superzwaar zwart gat. Gezien vanaf de aarde staan de quasars achter het Andromedastelsel en diens halo. Als het licht van de quasars door de halo van het Andromedastelsel gaat wordt een deel ervan geabsorbeerd door het gas daar en dát kan Hubble wel waarnemen. Op die wijze kon men met Hubble’s Cosmic Origins Spectrograph (COS)  de absorptie in het UV-deel van het spectrum meten en meer te weten komen over de halo rondom het Andromedastelsel. In de halo kwam men zware elementen tegen (metalen genoemd), hetgeen wijst op verontreiniging van het gas door de supernovae in de schijf van Andromeda, de producten van zware elementen. De halo blijkt zo groot te zijn dat als je als mens de halo met je blote ogen zou kunnen zien de halo drie keer zo groot zou zijn als het sterrenbeeld Grote Beer in de breedte. Hier het vakartikel over de waarnemingen aan de halo, verschenen in the Astrophysical Journal. Bron: NASA.

Sterrenkundigen ontdekken drie paren zeldzame superzware zwarte gaten

SDSS J0847-0013, één van de drie ontdekte duale quasars. Credit: Silverman et al

Opnieuw hebben sterrenkundigen paren van superzware zwarte gaten ontdekt, die dicht bij elkaar staan en die om elkaars gemeenschappelijke zwaartepunt draaien. Alle zwarte gaten zijn actief, dat wil zeggen dat hun omringende accretieschijven veel materie en straling uitzenden door aanvoer van materie. De superzware zwarte gaten zitten in de centra van quasars en omdat gezien vanaf de aarde de paren dichtbij elkaar staan spreekt men van duale quasars. Voor de ontdekking maakte men gebruik van drie grote observatoria op de berg Maunakea op Hawaï, met de Subaru Telescoop, het W. M. Keck Observatorium en het Gemini Observatorium. De sterrenkundigen die het onderzoek deden denken dat slechts 0,3% van alle quasars zo’n duale quasar is, waarvan de twee sterrenstelsels (quasars zijn in feite sterrenstelsels met een actief zwarte gat) op den duur zullen botsen en samensmelten. Het lastige is dat quasars op zeer grote afstanden staan en omdat de actieve superzware zwarte gaten het omringende sterrenstelsel compleet overschijnen lijkt het vaak één quasar te zijn, in plaats van twee quasars vlak bij elkaar. Maar met name met de Hyper Suprime-Cam (HSC) camera van de Subaru Telescoop kon men genoeg resolutie in de strijd werpen om de drie duale quasars te onderscheiden.

SDSS J141637.44+003352.2,, één van de andere duale quasars. Deze staan 4,6 miljard lichtjaar van ons vandaan. Hun onderlinge afstand is 13.000 lichtjaar. Credit: Silverman et al.

De speurtocht naar de duale quasars begon door onderzoek aan welgeteld 34.476 bekende quasars uit Sloan Digital Sky Survey (SDSS). Een team van sterrenkundigen onder leiding van John Silverman (Kavli Institute) wist daaruit 421 kandidaat-duale quasars te halen en toen die verder werden onderzocht bleven er uiteindelijke drie echte duale quasars over, waarvan er in deze blog twee te zien zijn. Bij alle drie was gas te zien dat met duizenden kilometers per seconde vanuit de zwarte gaten wordt uitgestoten. Afgelopen week verscheen in the Astrophysical Journal dit vakartikel over de ontdekking van de drie duale quasars. Bron: Keck Observatorium.