Poster met een montage van foto’s en afbeeldingen ter ere van de eerste twee jaar van onderzoek door TESS. CREDIT: NASA’s Goddard Space Flight Center
Op 4 juli j.l. kwam er een einde aan de primaire missie van de exoplanetenjager Transiting Exoplanet Survey Satellite (TESS). Gedurende die primaire fase, die kort na de lancering in april 2018 begon, heeft TESS 75% van de hemel afgezocht naar exoplaneten en daarin is ‘ie erg succesvol geweest. Hij ontdekte maar liefst 66 nieuwe exoplaneten, die inmiddels met andere instrumenten bevestigd zijn, en bijna 2100 kandidaat-exoplaneten, die nog op bevestiging wachten. Daarnaast heeft ‘ie de uitbarsting van een komeet in ons zonnestelsel gezien en heeft ‘ie waargenomen hoe in een ver sterrenstelsel een zwart gat een op de zon lijkende ster opvrat – je verwacht ’t niet van een planetenjager.
Credits: NASA’s Goddard Space Flight Center
Met het einde van de primaire missie is er geen einde gekomen aan z’n wetenschappelijke werk, want TESS is gewoon gestart aan het vervolg, de ‘extended mission’. Daarin gaat ‘ie onder andere verder bij het bestuderen van de zuidelijke sterrenhemel en later ook het gebied rondom de ecliptica, op zoek naar exoplaneten. De vervolgmissie duurt tot september 2022.
Van de Apollo 11 t/m 17 missies (exclusief #13, daar ging iets fout) kennen we nog de historische, maar ook groezelige, vage beelden op de maan, deels zwart wit, deels in kleur. De eerste wandeling van Neil Armstrong op de maan in juli 1969 werd geschoten met een camera die 12 beelden per seconde opnam, 12 ‘frames per second’ (fps). Wil je vandaag de dag een beetje TV of film kijken dan moet je minstens 24 fps gebruiken, met minder kom je niet weg. Nu is er een club die de DutchSteamMachine heet en die historische foto’s en video’s restaureert – Preserving the Past for the Future is hun motto. Video’s kunnen met een slimme techniek die Depth-Aware Video INterpolation (DAIN) heet worden verbeterd, waarbij de oorspronkelijke fps wordt opgekrikt naar 24 of soms zelfs naar 60 fps. Dat levert een enorme verbetering van de beelden op, die veel meer gaan leven. Kijk bijvoorbeeld eens naar deze video, waarin je de landing van de Apollo 14 op de maan ziet, het neerzetten van de Amerikaanse (wapperende) vlag [1]Nou niet gelijk gaan denken dat die moon-landings-were-fake-lunatics gelijk hebben en dat vlaggen op de maan helemaal niet kunnen wapperen. De vlag hing los aan een stokje en kon heen en weer bewegen … Continue reading en de lancering vanaf de maan.
De oorspronkelijke beelden zijn gemaakt met een 16mm camera bij 12 fps. Dutchsteammachine heeft er 24 fps van gemaakt. Meer video’s zijn te zien op het videokanaal van de DutchSteammachine. Kijken! Bron: AstroBob.
Nou niet gelijk gaan denken dat die moon-landings-were-fake-lunatics gelijk hebben en dat vlaggen op de maan helemaal niet kunnen wapperen. De vlag hing los aan een stokje en kon heen en weer bewegen omdat de astronaut ‘m bewoog, simpel.
Enkele sterren vlak bij Sgr A* (die met een groen kruis is aangegeven). Credit; Florian Peissker.
Eerst hadden we ster S2 waarvan we dachten dat ‘ie het dichtste bij Sagittarius A* kwam, het superzware zwarte gat in het centrum van het Melkwegstelsel. Vorig jaar bleek echter dat S62 dichterbij Sgr A* (de afkorting van Sagittarius A* ) komt dan S2. En nu zijn daar maar liefst vijf S-sterren ontdekt, die nog dichterbij S2 staan: S4711, S4712, S4713, S4714 en S4715. Ze zijn ontdekt door een team van sterrenkundigen onder leiding van Florian Peissker (Universiteit van Keulen), dat ook al S62 ontdekte, net als nu met de NACO en SINFONI instrumenten van de VLT in Chili. Van het vijftal nieuw ontdekte sterren vlakbij Sgr A* zijn er twee bijzonder: S4711 en S4714. S4711 omdat ‘ie een omloopbaan van 7,6 jaar blijkt te hebben en da’s de kortste omloopbaan om Sgr A* die we nu kennen – S62 draait in 9,9 jaar om het superzware zwarte gat. En de andere bijzondere, S4714, blijkt de ster te zijn die het dichtste in de buurt van Sgr A* komt. Z’n omloopbaan is langer dan die van S4711, 12 jaar om precies te zijn. Maar die baan is zeer excentrisch (zeer langgerekt), de eccentriciteit bedraagt maar liefst 0,985 (op een schaal van 0 tot 1, 0 is een perfecte cirkel, 1 betekent niet meer terugkeren). S4714 komt tot 1,9 miljard km van het zwarte gat, een nadering die geen andere ster ‘m nadoet.
De banen van S-sterren vlakbij Sgr A*. Credit: FLORIAN PEISSKER ET AL., APJ, 899:50 (2020).
Dat peribothron van S4714, het punt in z’n baan dat ‘ie het dichtste bij het zwarte gat staat, wordt in 2029 bereikt. Dan zal de ster een snelheid van maar liefst 8% van de lichtsnelheid hebben, 24.000 km/s. Daarmee is ‘ie dan direct de snelste ster die ooit door het Melkwegstelsel vloog. En dat niet alleen bij die snelheid vinden ook relativitstische effecten plaats, zoals tijddillatatie, Schwarzschild en Lense-Thirring precessie. Bij die volgende passage over negen jaar willen ze die effecten uitgebreid gaan meten. Peisker en z’n team denken dat S4711 en S4714 de eerste echte kandidaten zijn van zogeheten ‘squeezars’, hypothetische sterren die al in 2003 werden geopperd. Squeezars zouden sterren zijn die met een sterk excentrische baan zo dicht in de buurt van een superzwaar zwart gat komen dat ze door de getijdewerking van het zwarte gat ‘geknepen’ worden en dan tijdelijk meer licht gaan uitstralen. Hier het vakartikel over de ontdekking van de sterren vlakbij Sgr A*. Bron: Science Alerts + Starts with a Bang
Yep…dames en heren….”this is the place to be at the moment”..eh… tenminste, als je wilt ontsnappen aan die verschrikkelijke kolere-hitte van de afgelopen veels te lange ruim een week…Barnard 92 in het sterrenbeeld Boogschutter, jawel!! Althans uw nedrige lichtelijk neurotische astroblogs scribent, die absoluut niet tegen dit soort van “lekker zomerweer….yeah right”….bestand is, zou nu toch echt voor een enkele UFO-obduction-reis richting dit, zich op zo’n 10 000 lichtjaar bevindende, object kiezen om toch maar even (tijdelijk) aan ons tropisch en ook nog eens redelijk corona-gek klein kikkerlandje te mogen ontsnappen.
Schielijk achter mijn laptoppie gezeten onder een nog enigszins koele steen in het Dordtse kan ik dit, op dit moment heftig diepgewortelde, verlangen met slechts één kort luid en duidelijk zinnetje omschrijven…: “Het is er zo heerlijk koel bij Barnard 92”!!!!!
Barnard 92 is een zogenaamde interstellaire donkere stofwolk van hetzelfde soort als bijvoorbeeld de beroemde Paardekopnevel en de zogenaamde “great rift nebula”….deze laatste is die hele grote langwerpige donkere stofband die het gedeelte van onze melkweg gelegen in het sterrenbeeld Zwaan in tweeën deelt.
Op plaatsen waar het genoeg donker wordt om de melkweg echt goed te kunnen zien, zie je dat over de hele lengte van het sterrenbeeld Zwaan er een stuk van de Melkweg als het ware lijkt te “ontbreken”. Vroegâh dachten het te veel aan heren en het te weinig aan dames in de sterrenkunde dat dit gebieden in ons platte pannekoek-sterreneiland waren met veel minder sterren …..alwaar je zo door de spiraalarmen van ons melkwegstelsel heen kon kijken, zo de intergalactische ruimte in.
Ene Edward Barnard, een in 1857 onder zeer armoedige omstandigheden in Nashville, Tennessee geboren self made observaholic astronoom, kwam na vele vele, onder moeilijke omstandigheden gedane, waarnemingen er achter dat deze ogenschijnlijke “zwarte gaten” echter helemaal geen sterloze gaten in de Melkweg waren maar grote donkere stofwolken die ons het uitzicht op de erachter gelegen (Melkweg) sterren benamen.
Barnard 92, te vinden in het Messierobject M24 zijnde niet een echte open sterrenhoop maar een toevallig opvallend zeer sterrijk gebied gelegen in het sterrenbeeld Boogschutter in de richting van het centrum van ons Melkwegstelsel, was één de eerste donkere stofwolkobjecten die Barnards aandacht trok.
Het object heeft heel lang de (bij)naam “Black hole nebula” gehad omdat er toen nog gedacht werd dat dit soort donkere “lege” plekken in sterrijke spiraalarmen als het ware gaten waren waardoor je naar de donkere hemelachtergrond van de achterliggende intergalactische wereldruimte kon “gluren”.
Het toevallig maffe is trouwens dan wel weer het feit dat we richting Barnard 92 (en 93…net buiten beeld) en M24 kijkende toch door een echt soort van “gat” blijken te kijken.
De sterren van “sterrenhoop Messier 24” blijken namelijke een flink stukkie (helder!) blauwer van kleur te zijn dan hun (door donker stof gedimde!) geelrode collega omgevingssterren. Richting Barnard 92/M24 blijkt het aandeel aan dit (rood) licht absorberend donker stof (“interstellar reddening” genaamd in profi astro-lingo) toevalligerwijze hier even veel minder te zijn en daardoor als het ware een “interstellair kijkgat” te vormen naar de achter “onze” lokale “Boogschutter-spiraalarm” gelegen “Norma-spiraalarm”. Norma is een zuidelijk halfrond sterrenbeeld…..ofwel….de juist afwezigheid van donker stof zorgt hier voor een soort van galactisch piepshowgat!!
Later toen de echte zwarte gaten op het astro-toneel verschenen heeft men deze (bij)naam van Barnard 92…”the black hole nebula” doelbewust in de vergetelheid doen laten geraken.
Deze koele donkere stofwolken bestaan voornamelijk uit een “mist” van hele kleine koolstof, zuurstof en stikstof deeltjes….waarbij koolstof de overhand heeft. Deze kleine deeltjes zijn heel goed in het tegenhouden en verstrooien van (hoogenergetische) fotonen…..ofwel sterlicht. Het licht van de achter deze wolken gelegen sterren worden door deze wolken geabsobeerd en daarna weer de interstellaire ruimte ingezonden in een golflengte niveautje lager. Dit gegeven houdt in dat dit soort koele donkere stofwolken in zichtbaar licht onzichtbaar zijn…tenzij ze toevallig op dezelfde gezichtslijn liggen met een sterrenrijk achtergrond gebied….
In het infrarode gebied van het EM-spectrum zijn deze donkere stofwolken echter wel behoorlijk helder. Vanaf Moeder Aard zijn, omdat infrarood vanaf “de grond” heel lastig is waar te nemen, dit soort objecten dus alleen maar goed te zien tegen “een leuk achtergrondje”…..om de Barnard catalogus “helemaal compleet” gemaakt te krijgen moest er toevlucht worden gezocht tot de geneugten van de ruimtevaart middels verscheidene Infrarood ruimte observatoria.
Afijn…tot zover mijn “astrogeneuzel” aangaande dit onopvallende zwarte vlekkie tegen een grappig sterrenrijk hemelachtergrondje met nog deze mededeling dat ook dit kiekje werd gemaakt met de 500mm F8 telelens op de EQ6 en dat ik voor deze opname maar 1 subje van 5 minuten heb geschoten….Waarom zo weinig? Ik was het gejengel en geprik van al die hitsige horror Biesbosmuggen opeens helemaal zat!!
Ik zou ongetwijfeld nog veel meer kunnen en moeten(??) vertellen over dit “duistere object”….maarre….mijn hersens zijn wederom aan de kook geraakt….enne…derhalve, voordat ik echt ga “hittestress-raaskallen” gooi ik nu echt heel resoluut het blogbijltje erbij neer. U zijt allen van harte gegroet en tot ziens in koelere tijden.
Impressie van een stofwolk die een deel van Betelgeuze verduistert. Credit: ESO, ESA/Hubble, M. Kornmesser
Waarnemingen met de Hubble ruimtetelescoop van ESA/NASA hebben laten zien dat de verzwakking van de lichtkracht van de rode reus Betelgeuze in Orion komt doordat de ster een grote wolk plasma uitstootte, die afkoelde en toen als stofwolk een deel van de ster verduisterde. Oktober 2019 kon iedereen zien dat de ster afnam in lichtkracht – half februari dit jaar was z’n lichtkracht met een factor drie afgenomen. Al snel deden geruchten de ronde dat ‘ie mogelijk op het punt stond als supernova uit te barsten, hetgeen niet het geval was. De grote vraag was wat de oorzaak was van de verzwakking van de lichtkracht van Betelgeuze. Onderzoek met de Hubble ruimtetelescoop in ultraviolet licht door een team van sterrenkundigen onder leiding van Andrea Dupree (The Center for Astrophysics | Harvard & Smithsonian), dat al in februari 2019 begon, laat zien dat er in de periode september-november 2019 heet gas (plasma) vanuit een convectiecel in het zuidoostelijk deel van de ster naar buiten werd gestoten, materiaal dat wel twee tot vier keer zo helder was als de normale lichtkracht van Betelgeuze.
De ultraviolette atmosfeer van Betelgeuze. Credit: Andrea Dupree (Harvard-Smithsonian CfA), Ronald Gilliland (STScI), NASA and ESA
Dat gas kwam miljoenen km van de ster terecht en daar ging het afkoelen, zodat het gas in een stofwolk veranderde. En het is die stofwolk die ervoor zorgde dat het zuidelijke halfrond van Betelgeuze in lichtkracht afzwakte – zie de afbeelding hieronder, waarin die gebeurtenissen worden weergegeven.
Credit: NASA, ESA, and E. Wheatley (STScI)
Niet bekend is de oorzaak van de uitstoot van het hete gas, maar het zou te maken kunnen hebben met de reguliere cycli van activiteit van de rode reus, die door elkaar heen lopen en elkaar kunnen versterken. Overigens laten recente waarnemingen aan Betelgeuze, gedaan met STEREO-A, een satelliet van de NASA die normaal gesproken de zon observeert, zien dat de helderheid van Betelgeuze opnieuw aan het afnemen is. Wij kunnen de ster vanaf de aarde niet zien, omdat ‘ie in de buurt van de zon staat, maar die satelliet kan dat vanuit de ruimte wel. Hier het vakartikel van Dupree et al, te verschijnen in the Astrophysical Journal. Bron: Hubble.
Impressie van een donkere, bruine dwerg. Zo zou ook een zwarte dwerg er ongeveer uit kunnen zien. Credit: NASA / JPL-Caltech
Supernovae kunnen we ruwweg in twee categorieën indelen: witte dwergen die exploderen als ze door massatoevoer te zwaar worden en exploderen als de ene categorie, heel zware sterren die aan het einde van de fusie van elementen in hun kern zijn gekomen – de fase van ijzerverbranding – en dan hun buitenlagen wegblazen als tweede categorie. Maar ooit zal er wellicht nog een derde categorie verschijnen: de zwarte dwerg-supernovae. Zwarte dwergen zijn vooralsnog hypothetische dwergsterren. Sterren zoals de zon zullen na hun rustige fase van waterstofverbranding in de kern eerst rode reuzen worden en daarna witte dwergen. Ná die fase van witte dwergen, die zelf al biljoenen jaren zou kunnen duren, is de witte dwerg zo ver afgekoeld dat ‘ie in theorie een zwarte dwerg zou kunnen zijn, een sintel van een ster die geen licht en warmte meer uitstraalt (zie de afbeelding hieronder, de zwarte dwerg staat rechtsonder in dit schema).
De levenscyclus van sterren. Credit: R.N.Bailey/Wikipedia.
OK, einde verhaal zou je dan denken, die fase is het roemloze einde van wat ooit een heldere, mooie ster was. Maar wat blijkt nu uit onderzoek van de natuurkundige Matt Caplan (Illinois State University): zwarte dwergen zouden ook kunnen exploderen als supernovae! Net als bij de zeer zware sterren zou het gaan om de fusie van ijzer. Sterren die minder dan tien keer de massa van de zon hebben zijn te licht om die fase van fusie van ijzer te bereiken. Maar zwarte dwergen kunnen dat vreemd genoeg wel. Ze mogen dan wel koude objecten zijn, maar dat betekent niet dat er geen kernreacties meer plaatsvinden. Fusie kan nog steeds, zelfs bij kamertemperatuur en wel door zogeheten kwantumtunneling. Het gaat héél langzaam, maar ooit zal een zwarte dwerg het moment kennen dat ‘ie de fase van fusie van ijzer bereikt. Dat zal alleen gebeuren met de zware zwarte dwergen, die 1,2 tot 1,4 keer de massa van de zon hebben (dus onze zon zal niet zo eindigen, helaas pindakaas). Caplan heeft berekend wanneer dat voor het eerst zal plaatsvinden: over 10¹¹ºº jaar – ding dong, da’s héééél ver weg. Eerst exploderen de zwaarste exemplaren van dat massabereik, gevolgd door de lichtere. De allerlaatste zwarte dwerg die als supernova zal exploderen komt over pakweg 10³²ººº jaar – ding dong, da’s nog vééééééél verder weg. En dat zal dan zo’n beetje gelijk de allerlaatste supernova zijn die ons heelal meemaakt. Hier z’n vakartikel met alle berekeningen, te verschijnen in the Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Bron: ISU.
De totale zonsverduistering van augustus 2017. Credit: Leoleobobeo/Pixabay.
Het is vandaag 12 augustus 2020. Precies over zes jaar zullen we in Europa weer een totale zonsverduistering meemaken. De totale zonsverduistering van 12 augustus 2026 – schrijf ’t alvast in je agenda, het maximum is ergens rond 17.45 uur UTC – zal voornamelijk over het noordpoolgebied en de Atlantische Oceaan trekken, maar ook over Rusland, Groenland, het westen van IJsland, het noorden van Spanje en het noordoosten van Portugal. Het punt met maximale totaliteit ligt op zee vlak voor de westkust van IJsland dicht bij het plaatsje Patreksfjörður en duurt 2 minuten en 18 seconden.
Het is de eerste keer na de zonsverduistering van 11 augustus 1999 dat de kernschaduw van de maan het vasteland van Europa treft. Ze trekt over het noorden van Spanje en schampt daarbij het noordoosten van Portugal. De zon staat dan al zeer laag aan de horizon, het einde van de zonsverduistering is alleen vanuit de Spaanse noordkust te zien. In grote delen van Spanje gaat de zon gedeeltelijk verduisterd onder. Op de Balearen gaat de zon kort na de totaliteit onder.
Deze zonsverduistering vindt tijdens de vakantietijd plaats. Bovendien is de totaliteitszone in Spanje gemakkelijk te bereizen vanuit Europa en zijn er in Spanje goede waarnemingskansen door het klimaat aldaar. Waarschijnlijk zal er daarom grote belangstelling zijn voor deze zonsverduistering. Hieronder een tweet met daarin een kaart van het pad waar de totaliteit te zien zal zijn.
Six years from today, a total solar eclipse sweeps over Greenland, Iceland, and Spain! Where will YOU be on August 12, 2026?
Gelensd beeld van SPT0418-47. Credit: ALMA (ESO/NAOJ/NRAO), Rizzo et al.
Astronomen die gebruikmaken van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), waar de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) partner in is, hebben een extreem ver en dus zeer jong sterrenstelsel ontdekt dat verrassend veel op onze Melkweg lijkt. Het stelsel is zo ver weg dat zijn licht er meer dan 12 miljard jaar over heeft gedaan om ons te bereiken: we zien het zoals het was toen het heelal nog maar 1,4 miljard jaar oud was. Het is ook verrassend ordelijk, wat in strijd is met de theorie dat alle sterrenstelsels in het vroege heelal turbulent en instabiel waren. Deze onverwachte ontdekking stelt ons begrip van hoe sterrenstelsels ontstaan op de proef en levert nieuwe inzichten op over het verleden van ons heelal.
‘Dit resultaat betekent een doorbraak op het terrein van de stelselvorming en laat zien dat de structuren die we in nabije spiraalstelsels en in onze eigen Melkweg waarnemen 12 miljard jaar geleden al op hun plek zaten,’ zegt Francesca Rizzo, promovendus van het Max-Planck-Institut für Astrophysik in Duitsland, die de leiding had over het onderzoek waarvan de resultaten vandaag in Nature zijn gepubliceerd. Hoewel het onderzochte sterrenstelsel, SPT0418-47, geen spiraalarmen lijkt te hebben, heeft het minstens twee kenmerken die karakteristiek zijn voor onze Melkweg: een roterende schijf en een centrale verdikking of ‘bulge’ – een grote groep sterren die zich rond het centrum van het stelsel hebben verzameld. Het is voor het eerst dat zo’n bulge zo vroeg in de geschiedenis van het heelal is waargenomen. Het maakt SPT0418-47 tot de verste dubbelganger van de Melkweg.
Gereconstrueerd beeld van SPT0418-47. Credit: ALMA (ESO/NAOJ/NRAO), Rizzo et al.
‘De grote verrassing was dat dit stelsel, anders dan op grond van modelberekeningen en eerdere, minder nauwkeurige waarnemingen was verwacht nogal veel op nabije sterrenstelsels lijkt’, zegt medeauteur Filippo Fraternali van het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. De jonge sterrenstelsels in het vroege heelal waren nog niet volgroeid. Daarom verwachtten astronomen dat ze chaotisch zouden zijn en niet de onmiskenbare structuren zouden vertonen die kenmerkend zijn voor volwassen stelsels zoals de Melkweg.
Het onderzoek van verre sterrenstelsels zoals SPT0418-47 is essentieel voor ons begrip van hoe sterrenstelsels zijn ontstaan en zich hebben ontwikkeld. Dit sterrenstelsel is zo ver weg dat we het zien toen het heelal nog maar tien procent van zijn huidige leeftijd had. Zijn licht heeft er namelijk 12 miljard jaar over gedaan om de aarde te bereiken. Door dit stelsel te bestuderen, gaan we terug naar een tijd dat de ontwikkeling van deze babystelsels nog maar net op gang was gekomen.
Beweging van het gas in SPT0418-47. Gas dat van ons af beweegt is met rood aangegeven, gas dat onze kant op komt is blauw ingekleurd. Credit: ALMA (ESO/NAOJ/NRAO), Rizzo et al.
Omdat deze sterrenstelsels zo ver weg zijn, zijn gedetailleerde waarnemingen met zelfs de krachtigste telescopen bijna onmogelijk: de stelsels vertonen zich normaal gesproken als kleine, zwakke vlekjes. Het team kon dit obstakel overwinnen door gebruik te maken van een nabij sterrenstelsel dat als een krachtig vergrootglas fungeert – een verschijnsel dat het zwaartekrachtlenseffect wordt genoemd. Met hulp van dit ‘lensstelsel’ kon ALMA ongekend gedetailleerd in het verre verleden kijken. Bij dit effect wordt het licht van het verre stelsel vervormd en afgebogen door de zwaartekrachtsaantrekking van het lensstelsel. Daardoor ziet het verre stelsel er veel groter uit en lijkt het misvormd.
In dit geval vertoont het verre stelsel zich als een bijna volmaakte ring van licht rond het lensstelsel. Dat komt doordat de twee stelsels bijna precies op één lijn staan. Met behulp van een nieuw computermodel heeft het onderzoeksteam aan de hand van de ALMA-data de werkelijke vorm van het verre stelsel en de beweging van het daarin aanwezige gas kunnen reconstrueren. ‘Toen ik het gereconstrueerde beeld van SPT0418-47 voor het eerst zag, geloofde ik mijn ogen niet: er was een schatkist opengegaan,’ zegt Rizzo.
‘Wat we zagen was nogal raadselachtig: ondanks dat het in hoog tempo nieuwe sterren vormt, en dus de locatie van zeer energierijke processen is, is SPT0418-47 het meest geordende schijfstelsel dat ooit in het vroege heelal is waargenomen’, aldus Simona Vegetti, eveneens van het Max-Planck-Institut für Astrophysik. ‘Dit resultaat komt nogal onverwacht en heeft belangrijke gevolgen voor hoe we denken dat sterrenstelsels zich ontwikkelen.’ De astronomen benadrukken echter dat hoewel SPT0418-47 een schijf heeft, en andere eigenschappen die vergelijkbaar zijn met die van de spiraalstelsels die we nu zien, het stelsel zich uiteindelijk tot een andersoortig stelsel zal ontwikkelen. Naar verwachting zal het tot de klasse van de elliptische stelsels gaan behoren – een ander type sterrenstelsel dat, naast de spiraalstelsels, het huidige heelal bevolkt.
Deze onverwachte ontdekking suggereert dat het vroege heelal wellicht niet zo chaotisch was als vroeger werd gedacht en roept de vraag op hoe het kan dat zo’n ordelijk stelsel zo kort na de oerknal kan zijn ontstaan. Deze ALMA-bevinding komt na een eerdere ontdekking, aangekondigd in mei, van een massarijk draaiend schijfstelsel dat op vergelijkbare afstand is opgespoord. Dankzij het lenseffect vertoont SPT0418-47 echter fijnere details, en heeft het behalve een schijf ook een bulge. Daardoor lijkt dit stelsel nog meer op onze huidige Melkweg dan het eerder opgespoorde stelsel.
Toekomstig onderzoek, met onder meer ESO’s Extremely Large Telescope, zal moeten uitwijzen hoe karakteristiek deze baby-schijfstelsels nu precies zijn en of ze van nature inderdaad minder chaotisch zijn dan verwacht. Bron: ESO.
Foto die de schade laat zien aan de Arecibo radiotelescoop. Credit: NSF.
De beroemde Arecibo-radiotelescoop op Putero Rico blijkt afgelopen maandag (10 augustus) zwaar beschadigd te zijn, doordat één van de hulpkabels, die het ontvangerplatform in het brandpunt van de telescoop dragen, knapte. Die kabel is bijna 8 cm dik en toen ‘ie naar beneden viel kwam ‘ie op de uit 40.000 aluminium panelen bestaande 300m-radiotelescoop terecht. Er ontstond een gat van zo’n 30 meter grootte. Ook werden zes tot acht panelen beschadigd van de Gregorium Dome, de behuizing van de ALFA multi-beam radio-ontvanger. Hieronder een tweet met een foto van de afgebroken kabel.
Het ontvangersplatform hangt gelukkig nog steeds boven de schotel, dankzij de andere hulpkabels, die vanuit de drie grote pilaren naar het platform toe lopen. Het is niet bekend waardoor de kabel knapte. De radiotelescoop raakte eerder al beschadigd in september 2017, toen de orkaan Maria over Puerto Rico trok. De reparaties daarvan waren eigenlijk nog steeds niet afgerond. In juli trok de tropische storm Isaias over Puerto Rico, maar daar ondervond men weinig hinder van bij Arecibo. Men gaat nu onderzoeken hoe het kan dat de kabel knapte. De wetenschappelijke onderzoeken die gaande waren zijn stilgelegd. Bron: UCF.
De Mol zit helemaal in de grond. Links de kabels, waarmee de Mol met Insight verbonden is. Je ziet ook de schep, die de Mol de grond induwde. Credit: NASA/JPL-Caltech
Het heeft eventjes geduurd, maar eindelijk is het gelukt om de thermische ‘Mol’, da’s de warmtesonde van NASA’s Marslander InSight (‘Interior Exploration using Seismic Investigations, Geodesy and Heat Transport’), de grond in te krijgen. Eigenlijk heet die Mol de ‘Heat Flow and Physical Properties Package´ (HP³) en is ‘ie niet niet gebouwd door de NASA, maar door het Deutsches Zentrum für Luft- und Raumfahrt (DLR). Het is een soort van boor is, ook wel een ‘mole hammer’ genoemd – een 40 centimeter lange pen, voorzien van een inwendig hamermechanisme, die de temperatuur en het warmte-geleidende vermogen van de ondergrond van Mars moet gaan meten. De bedoeling was dat met de Mol tot een diepte van 3 tot 4,5 meter zou worden geboord. Maar zo ver kwam het nooit, want er bleek al snel dat er onder InSight een harde laag zit, een duricrust geheten, waar ‘ie niet doorheen kwam. Plus bleek dat door het hamerproces de Mol steeds weer zoveel gruis terug het gat in schoof, dat ‘ie zichzelf weer uit het gat omhoog werkte.
I’ve used my scoop to help fill in the pit around my robotic mole. This, combined with another push on the soil from above, may help give the mole the boost it needs to keep making progress. Step by step.
Afijn, sinds juni 2019 zijn er vele pogingen ondernomen om de Mol toch de grond in te krijgen, maar niets leek te lukken. De laatste maanden is er echter vooruitgang geboekt en wel door de Mol met behulp van de schep, die zich aan het uiteinde van de lange robotarm bevindt, de grond in te duwen. En da’s gelukt, de Mol zit nu helemaal in de grond, waarbij alleen nog de kabels boven de grond uitsteken, waarmee het instrument verbonden is aan inSight. Helemaal zonder risico was dat duwen niet, want de kans bestond dat de schep uit zou schieten en dat die kabels – essentieel voor het doorgeven van de data van de Mol aan InSight en daarmee aan de vluchtleiders – beschadigd zouden raken. In de video in de tweet hieronder zie je goed hoe dat duwen in z´n werk ging. Uiteindelijk is ´t allemaal goed gegaan.
After several assists from my robotic arm, the mole appears to be underground. It’s been a real challenge troubleshooting from millions of miles away. We still need to see if the mole can dig on its own. More from our @DLR_en partners: https://t.co/7YjJIF6Asx#SaveTheMolepic.twitter.com/qHtaypoxPp
Nu hopen dat de Mol verder met z´n eigen hamermechanisme verder de grond in kan en dan metingen kan gaan doen aan het warmtetransport in de grond van Mars. Bron: DLR.