Pulsar GRO J1008-57 heeft het sterkste magneetveld in het heelal dat we kennen

Impressie van een röntgenpulsar met een omringende accretieschijf. Credit: Pixabay/CC0 Public Domain

Sterrenkundigen hebben met de Chinese Insight-HXMT satelliet de pulsar GRO J1008-57 bestudeerd en die blijkt het sterkste magneetveld in het heelal te hebben dat we op dit moment kennen. Uit de waarnemingen blijkt dat het magneetveld op het oppervlak van de pulsar een sterkte van maar liefst een miljard tesla heeft, dat is tientallen miljoenen keren zo sterk als de magneetvelden die we in laboratoria op aarde kunnen opwekken. GRO J1008-57 is een pulsar met een omringende accretieschijf,  die röntgenstraling uitzendt en dat is ook precies wat de Insight-HXMT satelliet, die juni 2017 werd gelanceerd, kan zien. Vanaf augustus 2017 werden door de satelliet bij GRO J1008-57 zogeheten cyclotron resonant scattering features (CRSF) waargenomen, absorptielijnen in het spectrum bij een energie van 90 KeV. Die absorptie heeft direct te maken met het heersende magneetveld en door metingen aan de CRSF’s kon men de sterkte van het magneetveld bepalen. Hier het vakartikel over de waarnemingen aan de pulsar GRO J1008-57, verschenen in the Astrophysical Journal. Bron: Phys.org.

Natuurkundigen leggen theoretische basis voor het bestaan van ‘nucleair leven’

Twee natuurkundigen van The City University of New York, Luis Anchordoqui en Eugene Chudnovsky, beide gespecialiseerd in de hoge-energiefysica, hebben recent een theoretische basis gelegd voor het bestaan van leven dat zich zou kunnen vormen in het binnenste van sterren zelf. Volgens de wetenschappers zouden deze levensvormen zo anders zijn dan het leven hier op aarde dat we het niet als zodanig zouden herkennen, Chudnovsky en Anchordoqui noemen het ‘nucleair leven’. Net zoals er extremofielen hier op aarde zijn, micro-organismen die in de meest extreme en ongastvrije omgevingen kunnen leven, zouden er ook extremofielen kunnen zijn in het universum, zo redeneerde het team. Dit i.t.t. tot hoe de zoektocht naar buitenaards leven meestal wordt aangepakt. Gewoonlijk hebben wetenschappers in de zoektocht naar leven elders in het universum de neiging uit te kijken naar een omgeving die voldoet aan de specifieke levensondersteunende voorwaarden zoals we die op aarde kennen; men zoekt naar een (exo)planeet die om een zon draait, naar water dat aanwezig moet zijn op de (exo)planeet, en deze moet dan ook nog het liefst in een bewoonbare zone (HZ of Goldilocks-zone) liggen. Maar extremofielen in het universum, welke zich kunnen vormen, ontwikkelen en zichzelf repliceren in het binnenste van de sterren zelf, zouden in theorie, volgens dit tweetal ook kunnen bestaan. Het wetenschappelijk artikel over ‘nuclear life’ is gepubliceerd in Letters in High Energy Physics.*
Lees verder

Grijze en oranje luchten

Vanavond vertelde weerman Gerrit Hiemstra ons in het achtuur journaal dat we vandaag boven Nederland een ander licht hadden dan normaal, dat er een soort van grauwsluier over ons lag. Die sluier, die er morgen ook nog zal zijn, komt door rookdeeltjes hoog in de atmosfeer, meer dan 10 km hoog, die afkomstig zijn van… Californië, pakweg 9000 km verderop. Dat daar felle bosbranden zijn is bekend, maar hoe komen die deeltjes helemaal in Nederland en omgeving terecht? Dat blijkt te komen door zogeheten pyrocumulus wolken, die boven de branden ontstaan en die door de hitte van de branden tot grote hoogte kunnen stijgen. De tweet hieronder toont enkele van die gigantische wolken:

De wolken brengen die roetdeeltjes heel hoog in de atmosfeer en daarvandaan trekken ze dan weer de hele wereld over (via die straalstromen? … zei de leek). Bij Cabauw (vlakbij Lopik) heeft het KNMI een wolkenhoogtemeter en die kan dat soort wolken registeren, zoals te zien is aan de afbeeldingen in deze tweet:

En dan Californië zelf: daar zijn de luchten niet grijsgrauw, maar oranje. Ik zie de laatste dagen veel tweets voorbij komen, waarin de vergelijking wordt gemaakt tussen Californië en andere buitenaardse hemelllichamen, zoals Venus en Titan:

Op één van de bergen in West-Californië staat het beroemde Mount Wilson observatorium en daar is de situatie best kritiek, zoals te zien aan deze foto van ruim een half uurtje geleden:

Aiaiai, ik wens ze daar heel veel sterkte, niet alleen bij het observatorium, maar in heel West-Californië met deze branden.

Hubble en de VLT laten zien dat er iets ontbreekt aan onze kennis van donkere materie

MACS 1206. Credit: NASA, ESA, G. Caminha (University of Groningen), M. Meneghetti (Observatory of Astrophysics and Space Science of Bologna), P. Natarajan (Yale University), the CLASH team, and M. Kornmesser (ESA/Hubble)

Ook al kunnen we donkere materie niet direct zien, toch hebben sterrenkundigen dankzij indirecte waarnemingen, zoals aan de rotatiesnelheid van sterrenstelsels en zwaartekrachtlenzen, een aardig beeld van wat donkere materie zou moeten zijn. Maar nu blijkt uit waarnemingen gedaan met de Hubble ruimtetelescoop en de Very Large Telescopes (VLT) in Chili dat dit beeld toch niet volledig is, dat er een belangrijk ingrediënt lijkt te missen. En het zijn juist die zwaartekrachtlenzen – verbuigingen van het licht van zeer ver verwijderde sterrenstelsels door zware clusters van sterrenstelsels tussen ons en dat verre sterrenstelsel in – die de sterrenkundigen dat laten zien. Wat is het geval: een internationaal team van sterrenkundigen onder leiding van Massimo Meneghetti (INAF-Observatory of Astrophysics and Space Science of Bologna in Italië) heeft met Hubble en de VLT drie clusters van sterrenstelsels bestudeerd, MACS J1206.2-0847, MACS J0416.1-2403 en Abell S1063 om precies te zijn, de eerste van deze drie zie je hierboven en hieronder.

Het cluster MACSJ 1206. In de uitvergrotingen details van zwaartekrachtlenzen rondom individuele sterrenstelsels van het cluster. Credit: NASA, ESA, G. Caminha (University of Groningen), M. Meneghetti (Observatory of Astrophysics and Space Science of Bologna), P. Natarajan (Yale University), and the CLASH team.

Ver achter die clusters gezien vanaf de aarde staan sterrenstelsels, waarvan het licht door die clusters wordt verbogen. Clusters van sterrenstelsels bestaan uit gewone materie, maar ook uit de niet zichtbare donkere materie. Die totale som van materie zorgt voor de afbuiging van het licht van erachter liggende sterrenstelsels. Nou ja, feitelijk wordt niet het licht verbogen, maar zorgt de massa ervoor dat de ruimte wordt verbogen en daardoor buigt ook het licht met die ruimte af én wordt de intensiteit van het licht versterkt, net zoals bij een telescooplens gebeurt. Door de afbuiging van ruimte/licht ontstaan er allerlei boogjes van het erachter liggende sterrenstelsel, de zwaartekrachtlenzen (een effect dat reeds door Einstein op basis van z’n Algemene Relativiteitstheorie was voorspeld). In onderstaande grafiek zie je hoe dat werkt.

Zo werkt een zwaartekrachtlens. Credit: NASA and ESA

Nou zorgt niet alleen de totale massa van het cluster voor afbuiging van het licht, maar dat doen ook de afzonderlijke sterrenstelsels van het cluster. En dat is precies wat geleid heeft tot de constatering dat er waarschijnlijk iets mist aan de kennis die we hebben van donkere materie. Het blijkt namelijk dat die afzonderlijke sterrenstelsels, waaromheen zich kleine opeenhopingen van donkere materie bevindt, zwaartekrachtlenzen produceren die maar liefst tien keer zo groot zijn als voorspeld door de modellen. Die theoretische modellen kloppen dus kennelijk niet, het vermoeden bestaat dat er een belangrijk ingrediënt van donkere materie ontbreekt.

Hier het vakartikel over de waarnemingen aan de drie clusters, dat vandaag verschenen is in Science. Bron: Hubble.

Voorstel voor bouw Einstein Telescope ingediend voor Europese research roadmap

Impressie van de Einstein Telescope, een ondergronds instrument voor het meten van zwaartekrachtsgolven met laserarmen van 10 kilometer lengte. In het glooiende heuvelland in de grensregio bij Vaals is een optie. BEELD Nikhef / Thijs Balder

Gesteund door Nederland, België, Polen en Spanje heeft de Italiaanse regering woensdag 9 september een aanvraag ingediend om de Einstein Telescope op te nemen in een Europese routekaart voor grote onderzoeksinfrastructuren. Als de Einstein Telescope op deze ESFRI-roadmap komt, is dat een erkenning voor het belang van de Einstein Telescope voor Europa.

De Einstein Telescope wordt volgens vergevorderde plannen het grootste observatorium ooit voor het waarnemen van zwaartekrachtsgolven, afkomstig van botsende sterren en zwarte gaten in het heelal. Zulke waarnemingen bieden een nieuw venster op de kosmos en zijn geschiedenis.

Wetenschappers van 41 onderzoeksinstituten in 10 landen hebben de aanvraag samen voorbereid. Woensdag 9 september is die ingezonden. Hoewel Italië het voorstel heeft ingediend, betekent dit niet dat de infrastructuur in Italië komt. Er zijn op dit moment twee mogelijke locaties: Sardinië en het grensgebied van België, Duitsland en Nederland (Euregio Maas-Rijn). Beide mogelijke locaties zijn in de aanvraag opgenomen.

De ESFRI-routekaart wordt gelanceerd in oktober of november 2021. Als de Einstein Telescope de ESFRI-status krijgt, zullen de overheden beslissen of ze zich kandidaat stellen om de infrastructuur te huisvesten. Dit zal waarschijnlijk rond 2023 gebeuren. Het besluit over de locatie valt binnen vijf jaar.

Belangrijke mijlpaal

Nikhef-directeur prof. Stan Bentvelsen is verheugd over de voortgang: “De Einstein Telescope garandeert een lange toekomst van fascinerend onderzoek. Dit instrument detecteert zwaartekrachtsgolven met ongekende precisie en geeft ons een spectaculair nieuwe blik op ons universum. Binnen de Nikhef-strategie is de Einstein Telescope een van de speerpunten. Ik ben trots dat dit brede consortium erin geslaagd is vandaag de ESFRI- aanvraag in te dienen. Als dit observatorium in de Euregio Maas-Rijn mag landen, halen we de wereldtop aan wetenschappelijke infrastructuur binnen.”

Prof. Andreas Freise werkt aan het technische ontwerp van de Einstein Telescope en is verheugd. “De ESFRI-indiening markeert het moment waarop we het enthousiasme en de steun van anderen voor ons project formaliseren. De politieke steun van vijf Europese regeringen bijvoorbeeld, en de grote belangstelling van de regio’s waar de Einstein Telescope zou kunnen komen”.

Professor Frank Linde bevestigt: “Dit is een belangrijke mijlpaal voor het Einstein Telescope consortium.” En hij legt de vervolgstappen uit: “Mijn collega’s en ik blijven hard werken aan een optimale inbedding van de Einstein Telescope in de Euregio Maas-Rijn. We leggen ook contact met potentiële partners in de industrie, om samen de meest uitdagende technologische innovaties te ontwikkelen. En hopelijk presenteren we dan in 2024 een subliem bidbook om de Einstein Telescope te hosten”.

Een nieuw venster op het universum

Onderzoekers detecteerden voor het eerst zwaartekrachtsgolven in 2015. Deze ontdekking met detectoren in de VS en Italië bood een compleet nieuwe manier om het heelal te bestuderen en opende een nieuw onderzoeksgebied in de natuur- en sterrenkunde. De Einstein Telescope wordt veel gevoeliger dan de bestaande zwaartekrachtsgolfdetectoren. Daardoor stelt het observatorium wetenschappers in staat om voor het eerst in de ‘dark ages’ van het heelal te kijken, tot vlak na de oerknal.

De Einstein Telescope is een toekomstig zwaartekrachtsgolfobservatorium. De detector is ontworpen als een driehoek van lange tunnels, die elk 10 km lang zijn. Het instrument komt 200-300m onder de grond.

Voorbereidingen in België, Duitsland en Nederland

Veel onderzoeksinstituten, overheden en bedrijven in België, Duitsland en Nederland zijn al betrokken. Ze onderzoeken de ondergrond, werken aan de technologische uitdagingen en onderzoeken de economische impact. Een studie uit 2019 laat zien dat de ondergrond van de Euregio Maas-Rijn ‘stil genoeg’ lijkt voor de Einstein Telescope. Het observatorium kan ook een belangrijke economische impact hebben op de Euregio.

Er is ook veel interesse vanuit de industrie om samen te werken. Ruim vijftig verschillende bedrijven woonden recent webinars bij over technologische uitdagingen. Verdere geologische studies, technologische innovaties en andere voorbereidingen lopen nog. Een deel van deze activiteiten valt onder de projecten ETpathfinder en E-TEST. Momenteel wordt ook een project voorbereid om de samenwerking tussen wetenschap en industrie verder te ondersteunen. Bron: Nikhef.

Sterrenkundigen denken over milieu en beginnen bij zichzelf

De Little Green Machine II is een voorbeeld van een speciale computer op basis van grafische kaarten. Deze kleinste supercomputer van Nederland is, zonder monitor, vier pizzadozen groot en was in 2017 net zo snel als 10.000 normale pc’s bij elkaar. (c) Simon Portegies Zwart

Leidse astronomen publiceren vandaag, donderdag 10 september, twee artikelen over duurzamer sterrenkunde in een speciaal katern van het vakblad Nature Astronomy (zie links onderaan). Ze berekenen onder andere dat hun eigen online congres drieduizend keer minder kooldioxide verbruikte dan het offline congres een jaar eerder. Ook laten ze zien dat de veel door astronomen gebruikte programmeertaal Python, een ware energieverslinder is.

Het idee voor een speciaal katern over duurzaamheid en klimaat ontstond tijdens de virtuele conferentie van de European Astonomical Society. Deze conferentie in juni 2020, zou plaatsvinden in Leiden, maar verliep vanwege de corona-crisis online.

Conferenties
Het artikel over duurzamere conferenties vergelijkt de koolstofvoetafdruk van de Europese sterrenkundeconferentie van 2019 die offline in Lyon werd gehouden met die van de online conferentie van 2020 in Leiden. Het blijkt dat een online conferentie drieduizend keer minder kooldioxide uitstoot dan een face-to-face-meeting.

Leo Burtscher (Sterrewacht Leiden, Universiteit Leiden), een van de organisatoren van de online conferentie in 2020 en eerste auteur over het artikel: “Dat online minder CO2 zou uitstoten, hadden we wel verwacht, maar dat het verschil zo groot was, kwam als een verrassing.”

Burtscher en zijn medeauteurs opperen dat een combinatie van online lezingen met regionale offline ontmoetingen een goed alternatief kan zijn. Die face-to-face-ontmoetingen zorgen voor de door astronomen gewenste interactie en zouden dan bijvoorbeeld tegelijkertijd op diverse locaties kunnen plaatsvinden in heel Europa.

Computers
Het artikel over zuiniger omgaan met computers werd geschreven door hoogleraar computationele astrofysica Simon Portegies Zwart (Sterrewacht Leiden, Universiteit Leiden). Portegies Zwart somt vijf winstpunten op: “Doe je dagelijkse werk, zoals mailen en teksten schrijven, op een simpele laptop. Als je een supercomputer gebruikt, ga dan niet tot de volledige capaciteit. Als je op een snel werkstation rekent, overklok die computer dan niet. Gebruik voor je berekeningen en simulaties speciale computers met hardware op basis van grafische kaarten. En, heel belangrijk: programmeer niet in Python als je grote berekeningen wilt doen.”

Veel sterrenkundigen zullen het pleidooi voor minder Python niet leuk vinden, denkt Portegies Zwart. Die programmeertaal is namelijk gebruiksvriendelijk en er zijn veel verzamelingen met gratis stukken code die sterrenkundigen in hun eigen programma’s kopiëren. Portegies Zwart roept op om de programmeercolleges voor studenten minder te laten focussen op Python en meer op programmeertalen die veel efficiënter met de processor van de computer omgaan.

Artikelen

The ecological impact of high-performance computing in astrophysics. Door: Simon Portegies Zwart. In: Nature Astronomy, 10 september 2020. https://www.nature.com/articles/s41550-020-1208-y

The carbon footprint of large astronomy meetings. Door: Leonard Burtscher et al. In Nature Astronomy, 10 september 2020. https://www.nature.com/articles/s41550-020-1207-z

Editorial The climate issue. In Nature Astronomy, 10 september 2020. https://www.nature.com/articles/s41550-020-01216-9

Bron: Astronomie.nl.

Nee, in de richting van de Zeilen is er geen intelligente buitenaardse beschaving

De MWA. Credit: Dragonfly Media

Sterrenkundigen hebben met behulp van de Murchison Widefield Array (MWA) radiotelescoop in West-Australië ‘geluisterd’ naar ’technosignalen’ van intelligente buitenaardse beschavingen bij meer dan tien miljoen sterren die in de richting staan van het zuidelijke sterrenbeeld Zeilen (Vela). Resultaat: nul komma niks technosignalen, géén aliens in die richting. Bij de speurtocht werd het sterrenbeeld 17 uur lang bestudeerd op signalen van radiostraling bij frekwenties vergelijkbaar met FM radiofrekwenties.

Kaart van het sterrenbeeld Zeilen. Nee, hier zijn geen intelligente buitenaardse beschavingen te vinden. Credit: 2003 Torsten Bronger/Wikipedia.

De speurtocht ging honderd keer zo ver als bij eerdere SETI’s naar buitenaardse beschavingen. Als een verrassing komt het niet vinden van intelligente buitenaardse beschavingen niet. “Zoals Douglas Adams schreef in ‘The Hitchhikers Guide to the Galaxy‘ is de ruimte groot, héél groot”, aldus Steven Tingay (Curtin University), één van de onderzoekers. Hier het vakartikel over de speurtocht, 8 september gepubliceerd in de Publications of the Astronomical Society of Australia (PASA). Bron: Phys.org.

Twee kosmologische spanningen – de Hubble en Sigma-Acht spanning- hoe los je die op?

Kosmologische spanningen teisteren het Lambda-CDM model. Credit: ESO/T. Preibisch.

Het gangbare heelalmodel, het Lambda (Λ)-CDM model, ook wel het kosmologische concordantie model genoemd, heeft het lastig. Al een jaar of vijf is er de hardnekkige Hubble-spanning, het debat tussen sterrenkundigen over de vraag hoe snel het heelal uitdijt. En sinds een maand of vijf is daar ook de zogeheten Sigma-acht (σ8)-spanning, het debat over de vraag hoe sterk materie aan elkaar verbonden is, hoe homogeen het heelal is (hoe meer materie aan elkaar ‘kleeft’ des te lager de homogeniteit). De Sigma-acht spanning [1]σ-8 is één van de afgeleide kosmologische parameters. Officieel staat σ8 voor ‘The present root-mean-square matter fluctuation averaged over a sphere of radius 8 h – 1  … Continue reading kreeg een maand geleden een enorme boost toen de resultaten van de KIDS-1000 survey bekend werden gemaakt. Volgens die metingen zou het heelal 10% homogener zijn dan wat het Lambda-CDM model voorspelt.

Het Λ-CDM model. Credit: Design Alex Mittelmann, Coldcreation

Afijn, twee kosmologische spanningen, die beiden waarschijnlijk niet zijn toe te schrijven aan instrumentele fouten, maar die wijzen op mechanismen, die niet in het Lambda-CDM model zijn opgenomen. Werk aan de winkel dus voor de theoretici om nieuwe mechanismen te bedenken die nog niet in het gangbare model zitten. Maar dan komt gelijk het grote probleem om de hoek: mogelijke oplossingen van de ene spanning staan oplossingen van de andere spanning in de weg. Zo zou je de Hubble-spanning op kunnen lossen door de introductie van ‘donkere straling’ in het vroege heelal [2]Het is één van de vele oplossingen die zijn bedacht, zie dit vakartikel bijvoorbeeld met een overzicht ervan., zodat die zorgt voor een extra versnelling van het heelal, nodig om het verschil tussen het ‘langzaam’ uitdijende vroege heelal (zoals waargenomen door de Planck sonde) en het ‘snelle’ uitdijende tegenwoordige heelal (zoals waargenomen door de Hubble ruimtetelescoop) te overbruggen. Maar die introductie van een extra term in de modellen levert noodzakelijkerwijs ook meer materie op en dat zou zorgen voor meer aaneen klitten van materie, minder homogeniteit. En da’s nou juist wat KIDS-1000 niet heeft gezien, minder homogeniteit.

Door te kijken naar zwaartekrachtlenzen krijgen sterrenkundigen een beeld van de homogeniteit van het heelal. Credit: Agentur der RUBHubble

Je kunt dus stoeien met de hoeveelheid donkere materie, donkere energie, met de introductie van nieuwe exotische vormen, zoals donkere straling of vroege donkere energie, maar de balans tussen al die termen moet wel leiden tot oplossing van beide kosmologische spanningen en de vraag is of dat gaat lukken. De sterrenkundigen kijken nu al reikhalzend uit naar de nieuwe resultaten van twee surveys, die nog verder gaan dan de KIDS-1000 survey, de Dark Energy Survey (DES) in Chili en de survey van de Japanse Hyper Suprime-Cam van de Subaru telescoop in Hawaï. Bij de laatste DES-campagne is een gebied in het heelal bestudeerd dat vijf keer groter is dan wat KIDS-1000 heeft bekeken en die resultaten worden ergens komende maanden bekendgemaakt. Die resultaten zouden een bevestiging kunnen zijn van de KIDS-1000 uitkomsten, maar ze zouden ook iets anders kunnen zijn. We wachten het af… met spanning. Bron: Quanta Magazine.

References[+]

References
1 σ-8 is één van de afgeleide kosmologische parameters. Officieel staat σ8 voor ‘The present root-mean-square matter fluctuation averaged over a sphere of radius 8 h – 1 Mpc‘, jawel.
2 Het is één van de vele oplossingen die zijn bedacht, zie dit vakartikel bijvoorbeeld met een overzicht ervan.

Regenboogkomeet met een hart van spons

Een afbeelding van de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko genomen door de ‘dashboardcamera’ van Rosetta op 7 juli 2015. Credit: ESA/Rosetta/NAVCAM.

Een doordringbaar hart met een verharde buitenkant – de rustplaats van Rosetta’s lander Philae op komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko onthult meer over de binnenkant van de ‘badeend’ rondom de zon. Een recente studie suggereert dat de binnenkant van de komeet poreuzer is dan het materiaal nabij het oppervlak. De resultaten bevestigen dat zonnestraling het oppervlak van de komeet aanzienlijk verandert als deze door de ruimte reist tussen de banen van Jupiter en de Aarde. De hitte van de Zon leidt tot een uitwerping en vervolgens tot het terugvallen van materiaal.

Locatie, locatie, locatie. Dat was het belangrijkste voor het radarinstrument op het Rosetta-ruimtevaartuig en de Philae-lander, die ontworpen was om de kern van de komeet te onderzoeken. Het CONSERT-experiment bestond uit twee antennes die precieze signalen naar elkaar stuurden. Maar toen Philae verdween bij de landing in november 2014, moesten wetenschappers werken met geschatte waarden. Philae heeft meer dan twee dagen aan de oppervlakte gewerkt – 63 uur, om precies te zijn.

Rosetta, een zacht hart van steen. Credit: ESA/Rosetta/Philae/CONSERT

De bovenste figuur in de afbeelding hierboven toont het signaal dat het CONSERT instrument van Philae, op het oppervlak van de komeet, verbindt met het signaal van de Rosetta-orbiter. Het waaiervormige aspect is het resultaat van de beweging van Rosetta langs de eigen baan, waarbij de kleuren de afzonderlijke signaalbanen markeren naarmate de baan evolueert. De afbeelding eronder toont de signalen in meer detail, die zich binnenin de komeet verspreiden van Philae naar de punten vanwaar deze de komeet verlaten naar de orbiter.  De kromming is het resultaat van de projectie van de banen op het hobbelige oppervlak van de komeet. De blauwere kleur geeft meer ondiepe banen aan (slechts enkele centimeters), terwijl de rodere tinten aangeven waar de signalen onder 100 m diepte doordrongen.

De tijd die het signaal nodig heeft om zich tussen de twee radars te verplaatsen, biedt inzicht in de kern van de komeet, zoals de poreusheid en de samenstelling. Het team ontdekte dat de stralen zich met verschillende snelheden verspreiden, wat duidt op verschillende dichtheden binnen de komeet. Vandaar de omschrijving van 67P, een doordringbaar hart met een verharde buitenkant. Bron: ESA.

Prof. Hugo van Woerden op 94 jarige leeftijd overleden

Prof. dr. Hugo van Woerden, 1926-2020. Credit: Kapteyn Instituut.

Het Kapteyn Instituut van de Universiteit van Groningen heeft laten weten dat vrijdag 4 september de Groningse sterrenkundige Hugo van Woerden op 94 jarige leeftijd is overleden. Emeritus hoogleraar Van Woerden was een van de oudste, nog levende Nederlandse sterrenkundigen, die zich vooral heeft bezig gehouden met radiosterrenkunde. Zijn proefschrift uit 1962 was in het Nederlands (vermoedelijk één van de laatsten in onze eigen taal) en ging over de neutrale waterstof in het sterrenbeeld Orion. Van Woerden was betrokken bij het in kaart brengen in de jaren vijftig van neutraal waterstof in onze Melkweg met behulp van de 21 cm lijn. In 2009 verscheen over dat baanbrekende werk ‘De Melkweg ontrafeld‘, een documentaire film van Maarten Roos. Naast zijn professioneel werk was Van Woerden ook actief in de amateur-sterrenkunde. Van 1992 tot 2002 was hij voorzitter van de (K)NVWS, op 22 juni 2002 werd hij erelid en erevoorzitter. Naar hem werd de Hugo van Woerdenprijs genoemd, een in 2011 ingestelde prijs die wordt toegekend aan jeugdleden van KNVWS lidorganisaties. In april 2014 nam hij deel aan de ceremonie van de opening van de vernieuwde 25 meter radiotelescoop van Dwingeloo. Bron: Kapteyn Instituut + Astronomie.nl.