Mercuriosa

Het zijn altijd dezelfde planeten die aandacht krijgen in de media. We zijn weer eens geland op Mars, er is een molecuul gevonden in de atmosfeer van Venus, het rode oog op Jupiter wordt alsmaar kleiner en de ring van Saturnus blijkt uit ijs te bestaan. Van de vijf planeten die met het blote oog zichtbaar zijn aan de hemel, lijkt Mercurius vaak vergeten te worden. Gelukkig is BepiColombo, een satelliet van ESA, onderweg naar de kleinste planeet van ons zonnestelsel om meer over Mercurius te weten te komen. En terecht, Mercurius mag dan bescheiden zijn, de planeet heeft de meest boeiende eigenschap van allemaal: de zon komt in een dag twee keer op en gaat twee keer onder.

Om dit meest uitzonderlijke natuurverschijnsel te zien, moet je huisje wel op de juist plek staan. Vergeet even het gebrek aan atmosfeer en dat de temperatuur op Mercurius varieert van -173 tot meer dan 400 graden Celsius. Een woning op Mercurius is zoveel beter dan op Mars of Venus. De zon staat stralend aan de hemel, een warme cirkel tien keer groter dan hier op aarde. Een Mercurius-dag duurt 176 aardse dagen, twee keer zo lang als een Mercurius-jaar. Je zou denken dat de zon dan eens in de 176 dagen opkomt en ondergaat. Maar de baan van Mercurius rond de zon, vormt geen volmaakte cirkel. De baan is een beetje elliptisch. Dit heeft een gevolg voor de snelheid waarmee Mercurius door ons zonnestelsel heen vliegt. Zoals je kunt lezen in mijn blog Kom dansen kometen, wordt deze snelheid bepaald door de wetten van Kepler. Wanneer Mercurius dicht bij de zon staat (in het punt genaamd periapsis), beweegt de planeet sneller dan wanneer deze ver van de zon af staat (in het punt genaamd apoapsis). Dat heeft een grote invloed op hoe de zon zich door de hemel van Mercurius verplaatst.

Mercurius zoals waargenomen door NASA’s MESSENGER in 2008.

Om dit te begrijpen, kijken we vanuit ons huisje op Mercurius naar de hemel. Het maakt niet uit of het dag is, of nacht. Mercurius heeft geen atmosfeer en dus kleurt de hemel ook niet helder blauw zoals op aarde. De hemel van Mercurius is altijd donker. Dat betekent dat de sterren overdag net zo zichtbaar zijn als ’s nachts. Laten we voor het gemak aannemen dat Mercurius helemaal niet om zijn eigen as zou ronddraaien. Alle sterren aan de hemel staan dan stil, behalve de zon. Mercurius draait immers in 88 aardse dagen rond de zon. Het gevolg is dat we de zon in 88 aardse dagen een keer zien opkomen en een keer zien ondergaan. Opvallend detail: de zon zou dan in het westen opkomen en in het oosten ondergaan.

Maar Mercurius staat niet stil. Hij draait in 59 aardse dagen om zijn eigen as heen. Op Mercurius zien we daardoor iedere 59 dagen de sterren in het oosten opkomen en in het westen ondergaan. Maar wat gebeurt er met de zon? We zagen dat de rotatieperiode van Mercurius bijna net zo lang is als de omloopstijd van Mercurius. Ter vergelijking: de omloopstijd van de aarde is ruim 366 keer zo lang als de rotatieperiode. De rotatie van Mercurius om zijn eigen as zorgt er voor dat de zon van het oosten naar het westen beweegt. De rotatie van Mercurius om de zon heen heeft het tegengestelde effect. Je zou kunnen zeggen dat de zon hierdoor wordt afgeremd in haar baan aan de hemel. Dit zorgt er voor dat de zon veel langzamer door de hemel beweegt dan de verre sterren.

Wat gebeurt er wanneer Mercurius het periapsis benadert en dus sneller rond de zon gaat bewegen? In dat geval wordt de zon nog meer afgeremd, komt tot stilstand en beweegt vervolgens van het westen naar het oosten! Terwijl Mercurius het periapsis passeert, lijkt het alsof de zon zich heeft bedacht. Zij vervolgt haar baan van oost naar west alsof er niets gebeurd is. Indien je woning op de juiste plek staat, dan beleef je een uitzonderlijke dag. ’s Nachts is de hemel zwart en gevuld met heldere sterren. De blauwe gloed van de Melkweg kleurt de hemel als een goddelijke verfstreek. De wereld om je heen is volledig duister. Pas wanneer de zon tergend langzaam in het oosten opkomt, wordt de grond om je heen verlicht. Binnen een paar uur heb je zelfs een zonnebril nodig om de felle weerkaatsing van de omgeving te weerstaan. Maar de hemel blijft zwart. En dan wordt alles weer donker. De zon kruipt terug waar ze vandaan kwam, onder de oosterse horizon. De zonnebril kan weer af. Totdat een aardse dag later de zon opnieuw een poging waagt. En ditmaal houdt de zon vol. Aan de hemel straalt een gigantische verblindende cirkel die het oppervlakte van Mercurius verwarmt. Nooit is er de verkoeling van een wolkje. Meedogenloos en tergend langzaam trekt de stralende zon door de hemel. Een paar maanden later komt zij eindelijk aan bij de westerse horizon. Voor de tweede keer deze dag verdwijnt de zon. Eindelijk is er verkoeling. Het is tevens een mooi moment om de verwarming alvast aan te zetten om de lange kille nacht door te komen.

De dubbele zonsopgang op Mercurius. Gesimuleerd met Celestia.

Op 5 december 2025 komt BepiColombo aan bij Mercurius. Dan gaan we ontdekken wat voor een wonderbaarlijke eigenschappen Mercurius nog meer herbergt.

Voor meer sterrenkunde bekijk ook mijn video’s:
De maan
Aliens
De ontdekking van kleine groene mannetjes

Nieuwe catalogus van LIGO-Virgo bevat maar liefst vijftig gedetecteerde zwaartekrachtgolven

Credit: LIGO-Virgo/Frank Elavsky/Aaron Geller/Northwestern

Deze week is de tweede Gravitational-Wave Transient Catalogue (GWTC-2) van LIGO en Virgo gepubliceerd en die bevat maar liefst vijftig zwaartekrachtgolven, die met de detectoren in de VS en Italië zijn waargenomen. We zijn nu halverwege de derde waarneemperiode van LIGO-Virgo (O3a genaamd) en in die periode zijn maar liefst 39 zwaartekrachtgolven gedetecteerd. De andere 11 stammen uit waarneemperiodes O1 (3 stuks) en O2 (8 stuks), die in catalogus GWTC-1 beschreven zijn. De allereerste zwaartekrachtgolf was GW150914, welke veroorzaakt werd door twee botsende zwarte gaten. In periode 3a werden ruim drie keer zo veel zwaartekrachtgolven gedetecteerd als in de eerste twee waarneemperiodes. De verwachting is dat in de komende periodes O3b en O3c ook telkens zo’n 40 zwaartekrachtgolven zullen worden gedetecteerd, dus voor de gehele waarneemperiode O3 is de schatting dat er 120 zwaartekrachtgolven zullen worden gedetecteerd. Hierboven zie je alle vijftig golven in beeld gebracht (hier de interactieve versie). Je ziet dat veruit het grootste deel veroorzaakt is door botsende zwarte gaten, twee zijn van botsende neutronensterren en twee zijn van een botsing van zwart gat en wellicht een neutronenster. Hieronder een grafiek met alle zwaartekrachtgolven van O3a (HLV=Hanford-Linvingston, de detectoren in de VS, V=Virgo, de detector in Italië, BBH=binary black hole, NSBH=neutron star or black hole).

Credit: LIGO-Virgo

Bron: Eurekalert + Francis Naukas.

OSIRIS-REx heeft z’n bodemmonsters van planetoïde Bennu veiliggesteld

Credits: NASA/Goddard/University of Arizona/Lockheed Martin

NASA’s Origins, Spectral Interpretation, Resource Identification, Security, Regolith Explorer (OSIRIS-REx) is er in geslaagd om de bodemmonsters van planetoïde Bennu, die op 20 oktober na een succesvolle Touch & Go waren verzameld, te plaatsen in de Sample Return Capsule (SRC) van het ruimtevaartuig. Dat is afgelopen dinsdag en woensdag gebeurd en uit foto’s blijkt dat het plaatsen succesvol is verlopen (zie hierboven). Met de robotarm van OSIRIS-REx werd de opvangkop van het Touch-And-Go Sample Acquisition Mechanism (TAGSAM) naar de SRC gebracht en werd ‘ie vervolgens in de capsule is gezet, die daarna hermetisch werd gesloten. Hieronder videobeelden van hoe dat gegaan is.

Dat ging allemaal eerder dan gepland, hetgeen komt omdat de kop langzaam kleine deeltjes van het gruis bleek te verliezen. Vandaar dat men het veilig stellen van de monsters heeft versneld. De bedoeling is nu dat OSIRIS-REx ergens in maart volgend jaar terugkeert naar de aarde en dat de SRC op 24 september 2023 per parachute zal landen in de woestijn in de Amerikaanse staat Utah. Bron: NASA.

Slechte tijden…..goede tijden….

Mars 26 Oktober 2020

Nou ja, laten we het maar op vreemde tijden houden en het waarde-oordeel laten afhangen van waar je mee bezig bent of wat je bezighoudt op dit moment…….enne…..in deze te zot voor woorden tijden lijken het onheil-pret-contrasten toch soms wel erg groot, hoor….Sectoren in de samenleving die onvrijwillig c.q. compleet stil liggen en sectoren waar ze van voren niet meer weten of ze van achteren nogwel leven vanwege de knallende werkdruk.
Ok, dat er bijvoorbeeld in de medische sector woest hard gezweet en gezwoegd wordt dat moge zo langzamerhand (helaas)  gevoeglijk wel bekend zijn….maarre….hoe maf dit ook moge klinken…ook in de “astro-sector” wordt er heel fanatiek “peentjes gezweet” en zijn “astrospeeltjes groot en klein” soms amper meer aan te slepen zo vernam ik afgelopen zaterdag bij mijn favo astrospeeltjes-honk Robtics te Leidschendam, toen ik daar voor een (even, maar waarschijnlijk langer niet meer leverbaar) Marsvriendelijk roodfiltertje ging sjoppen.

Het lijkt wel of bijkans heel Nederland een telescoop heeft aangeschaft danwel bezig is om die te willen aanschaffen!! We zitten meer thuis….de luchten zijn duidelijk merkbaar schoner en zeg nou zelf, als er één social distancing proof bezigheid pur sang is op deze “bug infested third rock from the Sun”, dan is dat zeker wel de edele sport van het eenzaam en alleen Hemelgluren. Heel leuk en gezellig allemaal, hoor… zij het toch met een ietwat lichtelijk dubieuze bijsmaak, zalle we dan maar zegge.

Afijn……om het geteisterde gemoed toch enigszins op de rails te houden probeer ik de impact van het, naar mijn bescheiden mening, net effe iets teveel aan,  van slecht nieuws doordrenkte,  mediageweld zoveel mogelijk buiten mijn neuronendeur te houden en mij vooral toch te concentreren op de dingen die goed gaan c.q. die leuk zijn in het leven…enne…die zijn er overigens, als je er maar doelbewust naar zoekt, meer dan genoeg! Op het vlak van de voornoemde edele sport van het hemelgluren heb ik er zelfs maar liefst drie te melden!!

Zoals zolangzamerhand gevoeglijk bekend moge zijn staat het verschijnsel “astrovakantie en uw nedrig astroscribent” nogal heftig op gespannen platgeregende voet met elkaar (zie La Palma..zie Zuid Frankrijk…zie de Algarve/Portugal….etc…etc…etc…the cloudy and rainy list is endless!!)…EDOCH….die ranzige meteorologische banvloek is onlangs zowaar een beetje opgeheven en wel middels een heuse supernacht met “Doris de hemeldansende 40cm dikke monster-Dobson” op een heus astrovriendelijk (= doelbewust weinig/geen lokale lichtvervuilig!!) kampeer/vakantiepark genaamd “Torentjeshoek” te Dwingeloo.

Dit vakantiepark ligt bijkans pal naast het (helaas nu even tijdelijk heftig op z’n gat liggende) Planetron alwaar de eigenaar van  Torentjeshoek bij de onlangs gehouden Planetron-opheffingsveiling een hele fraaie VIXEN 200 S Newton op dikke Atlux-montering op de kop had weten te tikken.  Dit omdat hij, zo vertelde hij mij tijdens het bewonderen van het nieuwbakken schone astrospeeltje, best wel grootse plannen had om “Torentjeshoek” helemaal “astrovriendelijk” te maken, als in zijn terrein om te toveren tot een klein lokaal deep sky reserve’je!!!
De naam Dwingeloo en sterrenkunde zijn vanwege de zeer nabije aanwezigheid van de radiosterrenkunde pro’s van ASTRON zoiezo al tijden aan elkaar verbonden en de Torentjeshoek-eigenaar vind het dus eigenlijk niet meer dan normaal om in dit stikdonkere gebied dan ook de amateurs op hun wenken bedienen….enne….als het daar onbewolkt en helder is…dan is het ook echt gestoord (zeker bezien door verzuurde randstad-ogen!!) kraakiehelder, zeg….jemig de pemig.

In amper twee uurtjes tijd heb ik, met mijn dobsonnetje fijn dichtbij op het terras van mijn knusse vakantiehuisje,  echt een ongeneerde visuele deep sky orgie gehad.
Zaken zoals bijvoorbeeld de stofbanden in de Andromeda-nevel die alhier in de Randstand gewoon simpelweg niet of heel…heel…heel moeilijk te zien zijn waren daar een one way ticktet naar een ernstig gevalletje las-ogen!!!! Ofwel…..mijn tweede (mijn eerste was in het immer regenvrije Cornwall!!) heuse super deep sky nacht was een feit..hoeraaa!!

Heel fijn bijkomend voordeel van dit astroplekkie in Dwingeloo is tevens dat als het de weergoden gerieft om alsnog jouw weekje “astrovakantie” te willen “wegwateren”, het maar 250km weer naar huis is, mocht je toch onverhoopt net effe iets te veel last krijgen van een onverteerbaar pestpokke-humeur!! Eh…Of…je blijft gewoon hangen en je geniet nat en wel van alle geneugten die het Drentse te bieden heeft, da ken ook!!

40cm Dobson op vakantiepark Torentjeshoek in Dwingeloo

Maar goed….”Torentjeshoek-Dwingeloo”…een aanrader. Wat ik trouwens ook nog vernam bij monde van de uitbater van Torentjeshoek is dat er schijnbaar vergevorderde plannen zijn om het droevig vervallen Planetron om te willen toveren tot een soort van “NEMO-science park van het Noorden”….hupsakeetje….zie daar, nog een plezant nieuwtje!

Mijn tweede wonderbaarlijke astronomische “belevenis” betrof het feit dat ik afgelopen vrijdagnacht ergens net iets na middernacht, zeg maar precies tijdens het hoogtepunt van het redelijk bruisende uitgaansleven alhier (maar nu even NIET), met mijn 40cm Dobsonnetje op straat voor de deur in hartje binnenstad Dordrecht, bijkans op de rijbaan, compleet ongestoord Mars heb kunnen waarnemen!!!
Een 40cm Dobson-kanon zo op straat “gekwakt” is me dunkt bepaaldelijk…eh…geen onopvallende verschijning…Of je krijgt “aandacht” van Oom & Tante Agent omdat je met je levensgevaarlijke kanon bezig lijkt te zijn de Dordtse Dom op te blazen…..of ladderzatte “lollige” voorbijgangers zien in jouw bloedserieuze astro-instrument een handige buiten-plee….of….en dat vind ik in principe wel heel leuk en gezellig….je staat voor je het weet een hele avond voor een grote menigte een rondje mini nationale sterrenkijkdagen te doen..

Hoe dan ook…..je trekt aandacht, big time(!!!)…..maarre nu…met..eh..“dank”(??) aan een..eh.. “zeker griepje”(??)……helemaal nada, noppes niets, behalve één voorbijfietsende lichtelijk verbaasd kijkende vriendelijke dame waar ik, uiteraard op gepaste afstand, een heel beleefd “goedenavond” mee heb uitgewisseld….. en tja, wat Mars betreft, die wilde deze avond dan weer even niet “meespelen” met dank aan “Moeder Aard” die het nodig vond om de laatste 10 kilometer lucht boven Dordt eens lekker door mekaar te rossen…ofwel…de zogenaamde “seeing” was deze specifieke avond niet zo best.. Dit gezegd hebbende was het toch voorwaar een wonderlijk avondje sterrenkijken.

Mijn derde pretavondje sterrenkijken betrof mijn allereerste poging om Mars 2020 op de kiek te zetten. Na mijn zojuist beschreven plezante ongestoorde “Dobson straatwaarneemsessie” leek het mij een nu prima idee’tje om mijn vintage Philips ToU Pro webcam plus dito vintage Windows 98 laptop weer eens “uit het vet te halen”….Dit klassieke digitale speelgoed in combinatie met de 20cm Newton is weliswaar bepaaldelijk niet hypermodern en state of the art..maar er zijn nog steeds best aardige planeetkiekjes mee te maken….eh…mits de “seeing”/de luchtonrust geen roet in het planeet-detailvreten wenst te gooien uiteraard.

Deze avond waren de waarneemomstandigheden zeer zeker beter dan tijdens het Dobson-avondje maar echt ideaal tussen al die statige oude gebouwen wordt het natuurlijk nooit. Natuurlijk kijk ik met een mengelmoes van intense bewondering en een ietsie pietsie gezonde jaloezie naar bijvoorbeeld die werkelijk gestoord schitterende gedetailleerde Mars opnames van vader en zoon Sussenbach,  maar met mijn spullen, waarneemplek en werkwijze moet ik mij vooral toch maar niet de illusie koesteren dat dat soort opnames ooit mijn deel zullen worden. Leren tevreden zijn met de beperkingen en dito bijbehorende resultaten is het belangrijkste kunstje als het om deze tak van sport gaat.

Met de 20cm Newton op de, op de gok op het noorden uitgelijnde, EQ6….(de poolster staat pal achter mijn nedrige rijksmonumentale stulpje verscholen!)…. eerst  een drie keer Barlowlens in de oculairhouder geplaatst. Dit geeft een kunstmatig verlengde brandpuntsafsstand van 3 x 120 = 360 cm en daarmee een groot genoeg pixelvriendelijk Marsbeeldje op de CCD-chip van de ToU Pro webcam die ik dan vervolgens weer achter die Barlowlens plaats.
Hiermee is het “optische treintje” compleet.

Optische straatschoffies in aktie!!

Nog even ter herinnering, de To U Pro is nooit bedoeld voor het betere planeetfotografiewerk. Een goochem individu in astroland heeft ooit bij toeval ontdekt dat wanneer je de lens wegmikt en vervangt voor een geïnproviseerd eigenbouw adaptertje het gevalletje in staat bleek te zijn tot dusdanige spectaculaire resultaten dat de toenmalige regerende natte fotografie van de ene op de andere dag compleet het nakijken had. Dat toenmalige geinproviseerd roeien met de riemen die je hebt geldt ook voor de software die het kekke gevalletje aanstuurt…..nooit voor bedoeld…maar er is (nog steeds) prima mee te werken.
Moderne planeetcam’s plus software hebben werkbare snelheden van soms wel tot 100 frames per seconde, met de ToU pro ligt de de werkbare limiet op maximaal 20. Met de gain zo laag als maar mogelijk is schiet ik meestal avi-filmpjes van tussen de 1 a 2 minuten en dat resulteert dan weer in avi-filmpjes van zo’n 1000 tot 2000 “subjes”. Deze avi-filmpjes “ros” ik dan vervolgens door het programma Registax en het daar uit voortvloeiende JPEG’je bewerk ik dan, wanneer dit nog nodig is, nog even een beetje met Photoshop en/of GIMP…..en dat mot het dan maar weze!!!
Overigens ben ik zeer tevreden met het nevenstaande resultaat, hoor…enne nu zou ik heel slim en geleerd kunnen gaan doen en U allen lastigvallen met mijn hoogstaande kennis van de topografie van Mars….maarre…da gaane we nie doen….. de waarheid gebied natuurlijk eerlijk te zeggen dat die Mars-topografische kennis mijnerzijds zo goed als niet aanwezig is…..want ik ben al heel mijn leven, zo moge gevoeglijk bekend zijn, meer een “fuzzy blob mens” dan een “soepballen-mens” geweest….en “soepballen” is al jarenlang mijn koosnaampje…nou ja…meer scheldwoord  richting de planeten, omdat ik in elk geval visueel nooit ene reet aan/op die krengen heb kunnen waarnemen…iets dat met de komst van mijn 20cm High spec 1/8 lambda Newton en de webcam wel iets verbeterd is…maarre….het is en blijft voor mij nog steeds wel iets van een moeilijk “dingetje” als het gaat om de geneugten van het hemelgluren.

Ik ben blij dat ik op deze opname het zuidelijke pool(mond)kapje kan zien plus een redelijke hoeveelheid aan (nu nog) voor mij ondefinieerbare grijze vlekken en nog iets aan hoge blauwe wolken!! Zodra mijn Mars roodfiltertje op de mat valt gaan we nog maar eens een poging wagen.

Afijn…tot zover mijn drie astronomische geneugten van de afgelopen paar weken. Het gaat U allen goed en U zijt allen van harte gegroet!!

Blauwe maan met Halloween

Credit: Activedia/Pixabay

Morgen is het halloween, het uit de Verenigde Staten overgewaaide feest, waarbij verkleedde kinderen als het donker wordt aanbellen of kloppen bij huizen in de buurt, die versierd zijn met pompoenen en lichtjes en dan roepen ze trick or treat!, waarbij de keuze wordt gegeven tussen slachtoffer van een plagerijtje worden (trick) of iets lekkers krijgen (treat, meestal snoep). Nou ja, de vraag is of het in deze Coronatijd allemaal nog doorgaat. Afijn, zo in het donker is het extra griezelig als het Volle Maan is en deze extra fel schijnt, zodat schaduwen spookachtig worden. En laat het nou uitgerekend zaterdag 31 oktober, de dag van Halloween, Volle Maan zijn! Om 15.49 uur Nederlandse tijd is het zo ver, dan staat de maan recht tegenover de zon. En om het helemaal spooky griezelig te maken is het ook nog eens een Blauwe Maan. Nou ja, niet dat ‘ie dan echt blauw is. Zo’n Blauwe Maan noemen ze de tweede Volle Maan in één maand tijd. Op 1 oktober om 23.05 uur was het ook Volle Maan, dus morgen is de tweede in oktober. De synodische periode van de maan is 29,5 dagen, dát verklaart de tijdsspanne tussen de twee Volle Manen. Dat verschijnsel van die tweede maan is in de volksmond de Blauwe Maan gaan heten (zie het stukje hieronder). Zoiets is niet zeldzaam, het komt gemiddeld zo eens per 2,4 jaar voor. Maar een Blauwe Maan met Halloween is wel zeldzaam. De laatste keer dat ’t gebeurde was in 1974 en de eerstvolgende keer zal in 2039 zijn.

In 1946 verscheen een artikel over de blauwe maan in het populaire sterrenkundeblad Sky & Telescope, waarin een andere definitie van het begrip werd uitgelegd dan tot dan toe altijd werd gehanteerd. In de Amerikaanse staat Maine werd lang geleden jaarlijks een boerenalmanak uitgegeven – de Maine Farmer’s Almanac – en daarin stond dat de blauwe maan de derde Volle Maan in een kwart jaar was áls er in dat kwart jaar vier volle manen waren. Normaal vallen er in een kwart jaar (bijv. januari t/m maart) drie volle manen, maar soms zijn het er ook vier.  In 1948 kwam radiojournaliste Deborah Byrd het artikel in Sky & Telescope in de bibliotheek tegen en zij gebruikte het voor haar programma Star Date. Maar zij had een verkeerde interpretatie van het begrip blauwe maan, namelijk de tweede Volle Maan in één kalendermaand. Haar radioprogramma werd ook beluisterd door de makers van het toen al populaire Trivial Pursuit en die namen er een vraag over op in hun bordspel. En zodoende kwam de nieuwe definitie van blauwe maan in de wereld. Ruim zestig jaar later werd door Sky & Telescope zelf de fout ontdekt en op hun website is daarover een correctie verschenen.

Bron: Universe Today.

Sterren en schedels: nieuwe ESO-opname toont griezelige nevel

Nieuwe VLT-opname van de Schedelnevel. Credit: ESO.

Dit vluchtige overblijfsel van een lang geleden gestorven ster, in de buik van de Walvis, vertoont een verontrustende gelijkenis met een schedel die in de ruimte zweeft. Deze nieuwe, verbazingwekkend gedetailleerde opname van de griezelige Schedelnevel, in prachtige bloeddoorlopen kleuren, is gemaakt met ESO’s Very Large Telescope (VLT). Deze planetaire nevel is de eerste waarvan vaststaat dat deze verband houdt met een nauwe dubbelster waar een derde ster omheen cirkelt.
De Schedelnevel, ook bekend als NGC 246, bevindt zich op een afstand van ongeveer 1600 lichtjaar van de aarde in het zuidelijke sterrenbeeld Cetus (de Walvis). Hij ontstond toen een oude zonachtige ster zijn buitenste lagen van zich af schudde en zijn naakte kern – een witte dwerg – achterliet. (Een van de twee sterren die in het centrum van NGC 246 te zien zijn.)

De Schedelnevel in het sterrenbeeld Cetus (Walvis). Credit:
ESO, IAU and Sky & Telescope

Hoewel deze nevel al eeuwen bekend is, ontdekten astronomen pas in 2014 met behulp van ESO’s VLT dat er naast de witte dwerg en zijn metgezel nog een derde ster in het hart van de Schedelnevel schuilgaat. Deze ster, die op deze foto niet te zien is, is een zwakke rode dwerg die zich nabij de witte dwerg bevindt, op ongeveer vijfhonderd keer de afstand tussen aarde en zon. De rode en de witte dwerg cirkelen als een paar om elkaar heen, en de buitenste ster draait op ongeveer 1900 keer de afstand aarde-zon om dit tweetal heen. Tezamen maken deze drie sterren NGC 246 tot de eerste bekende planetaire nevel met een hiërarchisch drievoudig stersysteem in zijn centrum.

Het hemelgebied rond de Schedelnevel. Credit:
ESO/Digitized Sky Survey 2. Acknowledgement: Davide De Martin

De nieuwe opname van de Schedelnevel, gemaakt met het FORS 2-instrument van ESO-s VLT in de Chileense Atacama-woestijn, legt licht vast dat op de specifieke golflengten van waterstof- en zuurstofgas wordt uitgezonden. Waarnemingen van het licht dat deze elementen uitzenden leveren een schat aan informatie op over de chemische en structurele samenstelling van een object. De foto laat zien waar NGC 246 rijk of arm is aan waterstof (weergegeven in rood) en zuurstof (afgebeeld in lichtblauw).
De opname is gemaakt in het kader van het ‘Cosmic Gems’-programma van ESO – een initiatief waarbij interessante, intrigerende of visueel aantrekkelijke objecten voor educatieve of publicitaire doeleinden met ESO-telescopen worden gefotografeerd. Dit programma maakt gebruik van ‘telescooptijd’ die niet geschikt is voor wetenschappelijke waarnemingen. Voor het geval de verzamelde gegevens ook bruikbaar zijn voor wetenschappelijke doeleinden, worden ze via het wetenschappelijke archief van ESO ook ter beschikking gesteld van astronomen.

Bron: ESO

Bepaling expansiesnelheid heelal met supernovae nader bekeken

In stelsel 1 wordt de roodverschuiving van het sterrenstelsel, waarin de supernova plaatsvind gemeten.  Credit: Peter Laursen.

De bepaling van de snelheid waarmee het heelal uitdijt blijft ons bezighouden. Al meer dan vier jaar is een discussie gaande over de vraag hoe hoog die snelheid is, een discussie waarin twee ‘kampen’ te onderscheiden zijn, het kamp van het vroege heelal dat zich o.a. baseert op metingen aan de kosmische microgolf-achtergrondstraling en dat met een lage waarde van de expansiesnelheid komt versus het kamp van het huidige heelal dat zich o.a. baseert op metingen aan supernovae en dat men een hoge waarde van die snelheid komt. Die discussie staat bekend als de Hubble-spanning en er zijn twee mogelijke oplossingen: één van de twee kampen heeft het bij het verkeerde eind of er klopt iets niet aan het gangbare heelalmodel, het Lambda-CDM model, het model dat ervan uit gaat dat het heelal donkere energie (Lambda=de Kosmologische constante) en donkere materie (Cold Dark Matter) bevat.

Die supernovae welke voor de snelheidsbepaling van het huidige heelal-kamp gebruikt worden zijn type Ia supernovae, witte dwergen die exploderen als ze door massatoevoer van een begeleider zwaarder worden dan de Limiet van Chandrasekhar. Kijk wat de roodverschuiving van die supernovae is, bepaal daarmee de snelheid waarmee ze zich van ons verwijderen en bepaal daar vervolgens de snelheid van de expansie van het heelal mee, dát is afgelopen 25 jaar de manier geweest waarmee men gepoogd heeft die expansiesnelheid van het heelal te bepalen. Maar recent onderzoek van sterrenkundigen van het Cosmic Dawn Center (Niels Bohr Institute, University of Copenhagen) laat echter zien dat het niet zo makkelijk is. Het probleem is namelijk dat die roodverschuiving van het licht dat van de supernova op ons af komt niet alleen komt door de snelheid waarmee het moeder-sterrenstelsel, waarin de supernova plaatsvind, van ons af beweegt, maar het komt deels ook door de expansiesnelheid van het materiaal dat door de supernova is weggeblazen. De Deense groep heeft meer dan duizend waaernemingen aan type Ia supernovae geanalyseerd en daaruit blijkt dat het niet zo gemakkelijk is een model te maken voor de expansie van het explorende materiaal van zo’n supernovae en dat het daarom lastig is te bepalen welke invloed dat heeft op de roodverschuiving. Vandaar dat men het plan heeft opgevat om met de Nordic Optical Telescope op Gran Canaria roodverschuivingen van moederstelsels van supernovae te gaan meten en om daarmee het verschil te krijgen met de roodverschuiving van moederstelsels + supernovae. Dat zou dan meer inzicht moeten bieden in de wijze waarop type Ia supernovae exploderen en ze hun materiaal wegslingeren. Hier het vakartikel over de recente analyse aan de supernovae. Bron: Eurekalert.

Ronddolende planeet ter grootte van de aarde ontdekt in de Melkweg

Credit: University of Warsaw Astronomical Observatory

Rogue planets worden ze genoemd in het Engels, ronddolende planeten. Normaal gesproken draaien planeten altijd rond een ster, zoals de aarde en zeven andere planeten dat doen rond Sol, de zon, onze ster. Maar ronddolende planeten zijn zwervers, ze vliegen door de Melkweg zónder dat ze om een ster draaien. De laatste van die merkwaardige zwervers is OGLE-2016-BLG-1928, genoemd naar het Poolse project waarmee die ontdekt is, OGLE, dat staat voor ‘The Optical Gravitational Lensing Experiment’. Dat project is gestart in 1992 en het probeert exoplaneten op te sporen door te kijken naar gravitationele microlenzen. Als zo’n planeet gezien vanaf de aarde exact voor een ster langs schuift dan buigt ‘ie gedurende korte tijd het licht van de ster even af, hetgeen een lenseffect met zich meebrengt (zie afbeelding hierboven). De kans dat je dat vanaf de aarde ziet is erg klein, maar door de lichtkracht van miljoenen sterren tegelijk in de gaten te houden kan je zo af en toe zo’n microlensing event meemaken. De sterren worden continu in de gaten gehouden met de 1,3 meter telescoop van de Universiteit van Warschau, die deel uitmaakt van het Las Campanas Observatorium in Chili. Daarmee zagen ze de gebeurtenis van de microlens van OGLE-2016-BLG-1928, die in totaal 42 minuten duurde. De sterrenkundigen hebben uit de gegevens afgeleid dat het een planeet betreft die kleiner dan de aarde is, dus maatje Mars ongeveer. En daarmee is het de kleinste zwervende planeet in het melkwegstelsel die nu bekend is.

Hier het vakartikel over de ontdekking van OGLE-2016-BLG-1928, te verschijnen in Astrophysical Journal Letters.

Bron: Eurekalert.

Messier 104 gevonden op een vergeten sector van mijn harde schijf

Zo af en toe moet je je zolder opruimen, wat er bij mij op neer komt dat ik de zooi verplaats en iets gestructureerder neerzet. Zoiets was ik ook mee bezig op mijn computer. De ruwe data van mijn astrofoto’s werd een wat rommelige verzameling, dus besloot ik dit jaar het bij nieuwe opnames wat anders aan te pakken. Mijn oude data ging ik daarom ook verplaatsen. Daarbij kwam ik tot mijn verrassing ruwe data tegen uit 2017 dat ik nooit heb verwerkt. Onder andere van Messier 104, de Sombrero-nevel. Er zaten manco’s in de opnamen, waarschijnlijk daarom dat ze zijn blijven liggen en in op een vergeten sector van de harde schijf terecht zijn gekomen.

Maar dit is één van mijn favoriete sterrenstelsels! Dus aan de slag ermee. Door de fraaie stofband, die je in een amateurtelescoop al kan waarnemen, is het een stelsel met een hoog ufo-gehalte. Wauw!

De Sombrero-nevel / Messier 104

Ik ben blij met m’n vondst en dat ik de data het afgestoft. Het is nu wel een out-of-season-plaatje. De sombrero-nevel is juist in het voorjaar goed te zien. Niet erg, toch?

Messier 104 zoeft met een duizelingwekkende 1000 kilometer per seconde van ons vandaan. Doch, op een afstand van 28 miljoen lichtjaar merken in een mensenleven niet dat ie er kleiner uit gaat zien door het vergroten van de afstand. Wie meer van het stelsel wil weten kan een oud hoekje van Astroblogs bezoeken. Olaf heeft er ooit een Messier-maandag-artikel aan gewijd.

Nee, in Venus’ atmosfeer zit géén fosfine

Credit: NASA

Eerst was er op 14 september de wereldwijde bekendmaking dat men met de JCMT en ALMA telescopen in de hogere delen van de atmosfeer van Venus mogelijk fosfine (PH3) had gedetecteerd. Enkele weken later kwam het nieuws dat Nederlandse onderzoekers in de gegevens van ALMA geen signaal van fosfine hebben gevonden (linkjes naar de blogs daarover onderaan, onder deze blog). En gisteren verscheen er nieuw onderzoek, dat duidelijk maakt dat we definitief vaarwel kunnen zeggen tegen fosfine in de atmosfeer van Venus. Op 27 oktober verscheen dit vakartikel:

>G. L. Villanueva, M. Cordiner, …, R. Kopparapu, «No phosphine in the atmosphere of Venus,» Nature Astronomy (26 Oct 2020), arXiv:2010.14305 [astro-ph.EP] (27 Oct 2020).

Met nieuwe calibratietechnieken zijn de gegevens van JCMT (James Maxwell Clark Telescope) en ALMA (Atacama Large Millimeter / submillimeter Array) opnieuw bekeken en G.L. Villanueava en z’n collega laten daarmee zien dat er helemaal geen fosfine in de atmosfeer van Venus zit. Bij een frequentie van 266,944513 GHz wordt geen absorptielijn van fosfine gezien, hetgeen Greaves et al op 14 september beweerden wel te hebben gezien. Hieronder de grafieken waar het daarbij om gaat.

Credit: Villanueva et al.

Opvallend in het artikel van Villanueva et al is deze laatste zin in het abstract: “We ultimately conclude that this detection of PH3 in the atmosphere of Venus is incorrect and invite the Greaves et al. team to revise their work and consider a correction or retraction of their original report.” Ze vragen dus feitelijk of de groep van Greaves hun artikel wil aanpassen of terugtrekken! Wowie, dat heb ik eerlijk gezegd nog niet eerder gezien, zo’n dringend verzoek. Klinkt als: geef toe dat je fout zat en laat dat aan iedereen weten. Niet netjes m.i. Bron: Francis Naukas + In the Dark.