Een team Russische astrofysici o.l.v. Mikhail Piotrovich verbonden aan het Centraal Astronomisch Observatorium, Pulkovo, St. Petersburg, heeft de hypothese geopperd dat ongewone hoogenergetische gammaflitsen mogelijk zouden kunnen onthullen dat wat supermassieve zwarte gaten (SMBH’s) lijken, in werkelijkheid wormgaten blijken te zijn. Bij deze nieuwe zoekmethode voor potentiële wormgaten, detectie aan de hand van ongebruikelijke gammaflitsen, stelt Piotrovich en zijn team dat deze supermassieve zwarte gaten feitelijk de ‘ingang’ of ‘mond’ vormen tot deze wormgaten. Een wormgat, ook bekend als Einstein-Rosenbrug, is een hypothetische mogelijkheid om binnen ruimtetijd sneller dan het licht te reizen, ze vormen a.h.w. speculatieve bruggen tussen verre locaties in de ruimte, en bieden zo een potentiële kosmische snelkoppeling naar bestemmingen die met andere middelen onbereikbaar zouden zijn. Hoewel wormgaten worden voorspeld door Einsteins algemene relativiteitstheorie, moet hun bestaan i.t.t. zwarte gaten, nog empirisch worden bewezen. Toch lijken ze in veel opzichten op elkaar. Beide soorten objecten zijn extreem compact en bezitten een buitengewoon sterke aantrekkingskracht. Het belangrijkste verschil is dat objecten uit zwarte gaten, na het passeren van de waarnemingshorizon van het zwarte gat – de drempel waar de snelheid die nodig is om aan de zwaartekracht van het zwarte gat te ontsnappen groter is dan de snelheid van het licht – niet meer kunnen ontsnappen terwijl elk object dat een wormgat binnengaat, in theorie van koers zou kunnen veranderen.
Maandelijks archief: oktober 2020
Mangaan vertelt ons meer over de oorsprong van type Ia supernovae
Twee modellen van een type Ia supernova, boven van een hoofdreeksster of rode reus als compagnon van de witte dwerg, onder met een andere witte dwerg als compagnon. Credit: Kavli IPMU / Chiaki Koba-yashi et al
Door goed te kijken naar het element mangaan in onze Melkweg heeft een team van Kavli IPMU en California Institute of Technology meer inzicht gekregen in de oorsprong van type Ia supernovae. Dat zijn supernovae die ontstaan in binaire systemen, waarin één van de sterren een witte dwerg is, een compacte ster vooral bestaande uit koolstof en zuurstof met de massa ongeveer van de zon. En de andere ster van het systeem? Dat is nou juist het grootste raadsel, waar alle sterrenkundigen nieuwsgierig naar zijn, maar waar nog geen duidelijkheid over is. Bij de explosie van Ia supernova worden ook ‘metalen’ geproduceerd, elementen die zwaarder zijn dan helium, elementen zoals mangaan (Mn), nikkel (Ni) en ijzer (Fe). Die metalen, geproduceerd door vroegere supernovae, komen in de interstellaire ruimte terecht en zo uiteindelijk weer in nieuwe sterren. Door de hoeveelheden van die elementen te meten in de spectra van sterren komen sterrenkundigen meer te weten over de eigenschappen van die vroegere supernovae, zoals fossielen archeologen iets vertellen over het vroegere leven op aarde.
De metingen van de hoeveelheid zuurstof (links) en mangaan (rechts) bij sterren in de buurt van de zon. Credit: Kavli IPMU / Chiaki Kobayashi et al
Zodra een witte dwerg door massatoevoer van z’n onbekende partner zwaarder wordt dan de Limiet van Chandrasekhar (1,4 zonsmassa – genoemd naar de indische natuurkundige Subrahmanyan Chandrasekhar, die er in de jaren dertig van de vorige eeuw mee aan kwam) dan explodeert ‘ie. Er zijn twee scenario’s voor zo’n massatoevoer en daaropvolgende explosie: het “single degenerate scenario” als de compagnon een hoofdreeksster of rode reus is, leidend tot een “near-Chandrasekhar-mass white dwarf“, en het “double degenerate scenario” als beide sterren van het binaire systeem een witte dwerg zijn, leidend tot een “sub-Chandrasekhar-mass white dwarf” (excuus voor alle Engelse termen). De sterrenkundigen, die onder leiding stonden van Chiaki Kobayashi, hebben de scenario’s onderzocht en daarbij bleek dat met name het element mangaan een belangrijk onderscheid vormt. Uit de simulaties én waarnemingen aan de hoeveelheid mangaan in het Melkwegstelsel blijkt dat minstens 75% van alle type Ia supernovae ontstaat door een “near-Chandrasekhar-mass white dwarf”, dus door een witte dwerg met een hoofdreeksster of rode reus als compagnon. Hier het vakartikel, waarin alles toegelicht wordt, verschenen in the Astrophysical Journal. Bron: IPMU.
Nieuw 3D-model gemaakt om de hexagoon op Saturnus’ noordpool te verklaren
(Credit: Jeremy Bloxham and Rakesh K. Yadav)
Onderzoekers hebben een nieuw 3D model opgesteld dat een verklaring zou kunnen bieden voor de mysterieuze hexagoon op de noordpool van Saturnus, de gigantische storm die daar woedt met z’n bijzondere hexagone, zeshoekige vorm, die ruim 30.000 km in diameter is. De hexagoon werd voor het eerst opgemerkt in de jaren tachtig door de Voyagers, die langs Saturnus vlogen. Afgelopen jaren is ‘ie uitgebreid bestudeerd met NASA’s Cassini missie. De winden in de storm waaien er met een snelheid van bijna 500 km/uur. Twee interplanetaire ‘storm chasers’, Jeremy Bloxham en Rakesh K. Yadav (Harvard), komen nu met een nieuw model, waarin ze een driedimensionaal van de storm hebben opgesteld. Grote stormen komen op meer planeten voor, zoals de orkanen op aarde en de grote Rode Vlek op Jupiter, maar nergens hebben ze zo’n hexagonale vorm als op Saturnus.
Ze denken dat de onnatuurlijk ogende orkaan optreedt wanneer atmosferische stromen diep in de atmosfeer van Saturnus grote en kleine wervelingen (ook wel cyclonen genoemd) creëren, wervelingen die een grotere horizontale straalstroom omringen die naar het oosten blaast vlakbij de noordpool van Saturnus. De kleinere stormen werken samen met het grotere systeem en als resultaat ‘knijpen’ (Engels: “pinch”) ze de oostelijke straalstroom, waardoor deze vervormt tot een zeshoek. “De kleinere stormen knijpen in feite de grotere stormen in het poolgebied af en aangezien ze naast elkaar moeten bestaan, moeten ze op de een of andere manier een ruimte vinden om elk stormsysteem te huisvesten. Door dat te doen krijgen ze uiteindelijk deze veelhoekige vorm”, aldus Yadav. De onderzoekers denken dat de stormen duizenden kilometers diep zijn en dat ze tot ver onder de wolken van Saturnus reiken.
Zowel bij de stormen op aarde als op Saturnus speelt convectie een belangrijke rol: stromingen in de atmosfeer aangedreven door de warmte van binnenuit de planeet, zodat er aan de bovenkant van de atmosfeer bellen ontstaan, net zoals het geval bij kokend water. De storm woedt al meer dan dertig jaar en er zijn geen tekenen van groei of afname van de storm. Hier het artikel dat Bloxham en Yadav geschreven hebben over hun 3D-model van de hexagoon op Saturnus, verschenen in PNAS. Bron: Harvard.
Mars staat vandaag in z’n baan het dichtst bij de aarde
Om 16.00 uur vanmiddag stond Mars in z’n baan het dichtst bij de aarde. Hij staat vandaag 0,41492 Astronomische Eenheid van ons vandaan, oftewel 62.070.000 km (1 AE is de afstand aarde-zon, 149 miljoen km). De schijf van Mars heeft daarom vandaag z’n grootste schijnbare diameter, 22,6″. Omdat de banen van de aarde en Mars geen cirkels zijn, maar ellipsen, valt het tijdstip waarop de kleinste afstand wordt bereikt niet precies samen met het moment van de oppositie. Dat moment is op 14 oktober om 01.00 uur ’s nachts. Pas in september 2035 zal Mars weer zo dichtbij de aarde komen als nu.
Vanwege de korte afstand tussen Mars en de aarde is het een geliefd object om te fotograferen, zoals Steve ‘Sirius’ Brown heeft gedaan.
Today #Mars is at its closest point to Earth for this season. It reaches an apparent diameter of 22.6 arcseconds – get a telescope on it if you can! ? #astronomy #space pic.twitter.com/2MnA8KSARX
— Steve 'Sirius' Brown – amateur astronomer ???? (@sjb_astro) October 6, 2020
Bron: Sterrengids 2020.
Tsjonge, ben je een radiozendamateur en ontvang je opeens radiosignalen vanaf… Mars
Het zal je toch maar gebeuren dat je een radiozendamateur bent en dat je opeens een radiosignaal met je radioschotel ontvangt dat afkomstig is van Mars. Het overkwam afgelopen zondag 4 oktober Scott Tilley, die gespecialiseerd is in radiosignalen van satellieten rondom de aarde, vooral ‘dode’ satellieten, ‘zombie’ satellieten en spionagesatellieten. Maar dit keer kwam het signaal van veel verder, vanaf Mars maar liefst. Nee, het waren geen Marsmannetjes die Tilley lieten weten dat ze er zijn, het signaal kwam van NASA’s Mars Reconnaissance Orbiter (MRO), die om de Rode Planeet cirkelt. De NASA zelf hanteert de grote radioschotels van z’n Deep Space Network om die signalen te ontvangen, maar het lukte Tilley zondag dus met zijn 60 cm grote radioschotel in z’n achtertuintje in Roberts Creek (Canada). Dát het hem lukte komt omdat Mars nu dichtbij de aarde staat en de radiosignalen een kortere weg afleggen en daarmee sterker zijn. Hieronder een video met de radiosignalen van Mars.
Radio Signals from Mars from Earth to Sky Calculus on Vimeo.
Mmmmm, wat Tilley kan dat kunnen we hier in Nederland met onze Camras in Dwingeloo toch ook? 🙂 Bron: Spaceweather.
De Nobelprijs voor Natuurkunde gaat naar onderzoekers van zwarte gaten
De Koninklijke Zweedse Academie voor Wetenschappen heeft bekendgemaakt dat de Nobelprijs voor Natuurkunde is toegekend aan Roger Penrose (Verenigd Koninkrijk), Reinhard Genzel (Duitsland) en Andrea Ghez (VS) voor hun onderzoek aan zwarte gaten. Penrose krijgt de helft van de prijs, Genzel en Ghez delen de andere helft. De winnaars krijgen een gouden medaille en tien miljoen Zweedse kronen, dat is een miljoen euro. Penrose is een wis- en natuurkundige. Samen met Stephen Hawking liet Penrose zien dat instortende zware sterren binnen de algemene relativiteitstheorie kunnen leiden het ontstaan van ‘singulariteiten’ of zwarte gaten. Ghez en Genzel zijn astronomen. Ze krijgen de prijs voor de bevestiging dat zich in het centrum van onze Melkweg een zwart gat bevindt, het superzware zwarte gat Sagittarius A*. Ze leidden het bestaan van het zwart gat af uit van bewegingen van sterren eromheen. Vorig jaar werd de Nobelprijs ook al toegekend aan sterrenkundigen, James Peebles voor z’n werk aan de oerknal en Michel Mayor en Didier Queloz voor hun ontdekking van de eerste exoplaneet. Bron: NRC.
Nooit eerder is het westelijke deel van de Carinanevel zó scherp in beeld gebracht
Sterrenkundigen hebben gebruik makend van de 8,1 meter Gemini South telescoop op de Cerro Pachon in Chili én van de techniek der adaptieve optiek de ‘Westelijke Muur’ van de Carinanevel in het nabije infrarood haarscherp in beeld gebracht. Door die techniek heeft men de nevel maar liefst tien keer zo scherp kunnen fotograferen. Het resultaat is dat er allerlei structuren te zien zijn, zoals golven en jets, die nooit eerder gezien waren (zie ook de gelabelde versie hieronder).
De Carinanevel ligt in het zuidelijke sterrenbeeld Kiel (Latijn: Carina), 7500 lichtjaar van ons vandaan en het is een enorm stervormingsgebied, een moleculaire wolk, maar liefst 500 keer groter dan de welbekende Orionnevel, ook een stervormingsgebied. Een team van sterrenkundigen onder leiding van Patrick Hartigan (Rice University) maakte gebruik van de Gemini South Adaptive Optics Imager (GSAOI), een instrument dat met een laserstraal de turbulentie in de aardse atmosfeer meet en die dan vervolgens de spiegel van de telescoop zo stuurt dat de turbulenties worden weggepoetst, dat is de adpatieve optiek. Hieronder zie je welk verschil die techniek oplevert, een foto met én zonder AO.
Dankzij de magnifieke foto’s heeft men in de Westelijke Muur, zoals dit gedeelte van de Carinanevel heet, onder andere een serie parallelle ‘ruggen’ (Engels: ridges) gezien, die het gevolg zou kunnen zijn van een magnetisch veld. Ook is een perfecte golf te zien in de gasnevel en fragmenten die door een sterke wind van de nevel lijken te worden afgeschoven. Tenslotte lijkt men een jet of straalstroom te hebben gezien, die veroorzaakt is door een pasgevormde ster, die materiaal uitspuugt. Hieronder een video over de Carinanevel, zoals waargenomen met de Gemini South telescoop.
De foto’s die van de Carinanevel zijn gemaakt geven volgens de sterrenkundigen een impressie van hetgeen de James Webb Space Telescope allemaal kan, de ruimtetelescoop die volgend jaar oktober wordt gelanceerd. Hier het vakartikel over de waarnemingen aan de Westelijke Muur van de Carinanevel met de Gemini South telescoop. Bron: NSF/Noirlab.
Rusland gaat in 2021 twee nieuwe ISS-modules lanceren
Rusland gaat volgend jaar twee nieuwe modules naar het internationale ruimtestation, ISS, lanceren. Het is voor het eerst in 11 jaar dat er nieuwe modules aan het ISS zullen worden toegevoegd. Het gaat om de Nauka en de Prichal-modules, ze worden resp. in april en september 2021 gelanceerd naar het ISS. Het is de bedoeling dat de Nauka-module in een baan om de aarde wordt gelanceerd door de Proton-M-draagraket vanaf het Kosmodrom, Baikonoer. De ontwikkeling van Nauka (Ned. wetenschap) duurde 13 jaar, er komt met Nauka een slaapplek bij voor de derde Russische kosmonaut, evenals een tweede toilet als aanvulling op het Russische segment Zvezda, welke momenteel twee slaapplekken en één toilet bezit.
Lees verder
Amerikaans bedrijf gaat nucleaire raketmotor ontwikkelen voor militaire cislunaire missies
DARPA, het Defense Advanced Research Projects Agency is een instituut van het Amerikaanse ministerie van defensie dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van militaire technologie. Recent heeft DARPA een 14 miljoen USD toegekend aan Gryphon Technologies voor het ontwikkelen van een nucleaire raketmotor voor DARPA’s DRACO-programma. DRACO staat voor ‘Demonstration Agile Cislunar Operations’. Het nucleair-thermale propulsiesysteem, kortweg NTP, zal het Amerikaanse leger in staat stellen militaire missies in de maanomgeving mogelijk maken. Lees verder
Op 10 juni 2023 om 17.32 uur land de ExoMars 2022 volgens de planning op Mars
Als alles volgens planning verloopt zal de Rosalind Franklin rover van de ExoMars 2022 missie op 10 juni 2023 om 17.32 uur in Oxia Planum op het noordelijk halfrond van Mars landen, om daar te zoeken naar tekenen van vroeger of huidig leven – schrijf de datum maar vast op in je agenda. Op 20 september 2022 start er een lanceervenster van twaalf dagen waarin ExoMars 2022 gelanceerd kan worden en als dat gebeurt is volgt een reis van 264 dagen naar de rode planeet, een pad dat 569 miljoen km lang is. De Rosalind Franklin rover zal op Mars worden gezet door de Russische Kazachok lander – de gehele ExoMars 2022 is een samenwerking tussen ESA en Rusland.
Hieronder een video, waarin over die landingsplaats wordt gevlogen (een video waarin nog gesproken wordt over de ExoMars 2020 missie, zoals het oorspronkelijk heette, vóór de vertraging o.a. door de corona).
Bron: ESA.
