Screenshot uit de animatie van ASASSN-14ko. Credit: Carnegie Institution for Science
Op 14 november 2014 werd met de All-Sky Automated Survey for Supernovae (ASAS-SN) een uitbarsting van licht ontdekt in het sterrenstelsel ESO 253-G003, dat 570 miljoen lichtjaar van ons vandaan staat in de richting van het zuidelijke sterrenbeeld Schilder (Pictor). In eerste instantie werd gedacht dat ASASSN-14ko een supernova was, een exploderende ster. Maar vervolgonderzoek door een team van sterrenkundigen onder leiding van Anna Payne (Universiteit van Hawaï) laat zien dat het niet gaat om een supernova, maar om een superzwaar zwart gat dat periodieke TDE’s laat zien – tidal disruption events. ASASSN-14ko blijkt een soort kosmische Old Faithful te zijn, da’s de beroemde geiser in het Yellowstone park, die met regelmaat water uitspuwt. ASASSN-14ko ‘spuwt’ ook regelmatig, want iedere 114 dagen maakt ‘ie een uitbarsting van straling mee, zo blijkt uit vervolgonderzoek, dat deze week gepresenteerd is op de 237e bijeenkomst van de American Astronomical Society, die dit jaar online wordt gehouden. Op basis van de waarnemingen kon men voorspellingen doen van nieuwe uitbarstingen en die werden in 2020 inderdaad waargenomen, de eerste op 17 mei, de tweede op 7 september en de derde op 26 december. Men denkt dat de oorzaak van de uitbarstingen een ‘gedeeltelijke tidal disruption event’ van het superzware zwarte gat in het centrum van ESO 253-G003 is.
Normaal wordt bij een TDE een ster die te dicht bij een zwart gat komt in één keer verorberd, maar in dit geval heeft het slachtoffer een elliptische baan om het zwarte gat en alleen tijdens het zogeheten peribothron, het moment in z’n baan dat ‘ie het dichtst bij het zwarte gat komt, vind er overdracht van materie plaats en vindt er een uitbarsting plaats. Naar schatting gaat er bij iedere TDE van ASASSN-14ko drie keer de massa van Jupiter van de ster naar het zwarte gat. Hoe lang dat nog gaat duren is niet bekend, want de massa van de ster die bij beetjes verpulverd wordt is niet bekend. Hier is het vakartikel over het onderzoek, te verschijnen in the Astrophysical Journal. Bron: Carnegie.
De Nederlandse sterrenkundige Selma de Mink is benoemd tot een van de wetenschappelijk directeuren van het Max-Planck-Institut für Astrophysik (Garching, Duitsland). Dat heeft het instituut zojuist bekendgemaakt. Een directeurschap van een Max Planck Instituut is een van de meest prestigieuze benoemingen in de natuurwetenschappen. De Mink gaat een onderzoeksgroep opzetten rond de levensloop van sterren.
Selma de Mink (1983) studeerde natuurkunde en wiskunde aan de Universiteit Utrecht. Ze promoveerde in Utrecht in 2010 cum laude op onderzoek naar de evolutie van dubbelsterren. Vervolgens was ze onderzoeker aan de Universität Bonn (Duitsland), het Space Telescope Institute (Baltimore, Verenigde Staten) en het California Institute for Technology (Pasadena, Verenigde Staten). In 2014 werd ze universitair (hoofd)docent aan de Universiteit van Amsterdam. In 2019 aanvaardde ze een positie als associate professor aan Harvard University (Verenigde Staten) en bleef ze verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Het onderzoek van De Mink is erkend met vele prijzen en onderscheidingen. Voorbeelden zijn de Hubble- en Einstein-beurzen van de NASA in 2010 en 2013, een ERC-beurs in 2016 en de MERAC-prijs voor Theoretische Astrofysica 2017 van de Europese Astronomische Vereniging. In 2019 werd De Mink verkozen tot lid van de Jonge Akademie van de KNAW.
Artistieke weergave van twee dubbelsterren. (c) ESO/M. Kornmesser/S.E. de Mink
De onderzoeksgroep die De Mink bij het Max-Planck-Institut für Astrophysik in Garching gaat opzetten, draait om het bestuderen van sterren in het algemeen en de zwaarste sterren in het bijzonder. Zware sterren zijn de voorlopers van supernovae, neutronensterren en zwarte gaten. Zware sterren produceren bijna alle zware elementen in het heelal, zoals zuurstof, ijzer en in speciale gevallen zelfs goud. De Mink liet zien dat de meeste zware sterren onderdeel zijn van een dubbelster. Ze voorspelde hoe zulke dubbelsterren uiteindelijk veel zwaardere zwarte gaten kunnen nalaten dan werd verwacht. Onlangs zijn zulke zware zwarte gaten gevonden met behulp van metingen aan zwaartekrachtsgoven. Haar theorie wordt als een van de mogelijke verklaringen gezien voor de oorsprong van deze zwarte gaten.
Een directeurschap van een Max Planck Instituut is een van de meest prestigieuze banen in de natuurwetenschappen. Wetenschappelijk directeuren van een Max Planck Instituut worden benoemd tot hun pensioen. Daarbij krijgen ze per jaar een fors budget voor hun onderzoeksgroep en hebben ze weinig onderwijsverplichtingen. Bekende wetenschappelijk directeuren zijn bijvoorbeeld Reinhard Genzel en Emmanuelle Charpentier. Genzel kreeg in 2020 de Nobelprijs voor natuurkunde voor onderzoek naar het zwarte gat in het centrum van onze Melkweg. Charpentier ontving de Nobelprijs voor de chemie in 2020 voor de ontwikkeling van Crispr-Cas, het gereedschap om DNA mee te manipuleren.
Selma de Mink blijft verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Ze verblijft nu in een quarantaine-hotel in Duitsland vanwege recente verhuizing. Bron: Astronomie.nl.
EUCARA, de conferentie voor radioastronomie die om de twee jaar wordt gehouden zal dit jaar worden georganiseerd door CAMRAS. Vanwege de corona wordt het een online gebeuren en wel op zaterdag 17 april, de dag dat het 65 jaar geleden is dat de Dwingeloo radiotelescoop door koningin Juliana in gebruik werd genomen. CAMRAS is de organisatie van amateurastronomen die de Dwingeloo radiotelescoop beheren. De vorige EUCARA conferentie werd in 2018 gehouden bij de Radiopeiler radiotelescoop in Stockert (Duitsland). In 2016 was de conferentie ook al door CAMRAS georganiseerd. De bedoeling was dat er in 2020 door CAMRAS een volgende EUCARA conferentie zou worden gehouden, maar die ging toen vanwege COVID-19 niet door.
De Dwingeloo radiotelescoop met stersporen. Credit: Manuel Steinbrecher.
Nu wordt er dus een alternatief geboden in de vorm van een online conferentie. Mensen die de conferentie bij willen wonen of die een presentatie willen geven kunnen hier meer informatie vinden. De deelname is gratis en aanmelden kan tot 4 april.
Artistieke impressie van de quasar J0313–1806. Credit: NOIRLab/NSF/AURA/J. da Silva
Sterrenkundigen hebben met behulp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA)-telescoop in Chili een quasar ontdekt die de nieuwe recordhouder in afstand is, zo werd vandaag bekend gemaakt op de 237e bijeenkomst van de American Astronomical Society. Het gaat om de quasar J0313-1806, die meer dan 13 miljard lichtjaar van ons vandaan staat en die in z’n kern een superzwaar zwart gat bevat dat 1,6 miljard keer zo zwaar is als de zon. De lichtkracht van J0313-1806 is maar liefst duizend keer zo groot als de lichtkracht van het Melkwegstelsel. J0313-1806 bestond al toen het heelal nog maar 670 miljoen jaar oud was en dat levert gelijk al een groot probleem op voor de sterrenkundigen: hoe kon een quasar met zo’n superzwaar zwart gat zo kort na de oerknal al bestaan? Met de ontdekking van J0313-1806, welke bevestigd is door andere waarnemingen gedaan met de 6,5-meter Magellan Baade telescoop, de Gemini North én South telescopen, kunnen feitelijk twee hypotheses hoe superzware zwarte gaten ontstaan in de prullenbak. De ene hypothese zegt dat ze ontstaan als er een reeks zware sterren is die als supernovae exploderen en die vervolgens zwarte gaten vormen, die daarna samensmelten tot een superzwaar zwart gat. De andere hypothese wordt gesteld dat er een zware cluster van sterren is die ineenkrimpt tot een superzwaar zwart gat. Beide hypothesen hebben een veel langere tijd nodig om tot het onstaan van zo’n superzwaar zwart gat te komen als de feitelijke tijd die J0313-1806 nodig had om te groeien. Eén hypothese is overeind gebleven, namelijk dat zwarte gaten tot enorme proporties kunnen groeien als enorme hoeveelheden van oer-waterstof, afkomstig van de oerknal, aangetrokken worden door een ‘seed black hole’.
Gelabelde versie van de afbeelding van J0313-1806. Credit: NOIRLab/NSF/AURA/J. da Silva
Quasar J0313-1806 is eigenlijk een sterrenstelsel, maar door de enorme afstand en door het feit dat het actieve zwarte gat het omringende sterrenstelsel overstraald zien we het stelsel niet. De waarnemingen met ALMA laten zien dat het stelsel een snelheid van stervorming heeft die 200 keer zo groot is als die van het Melkwegstelsel. Ook blijkt J0313-1806 een veelvraat te zijn: jaarlijks valt er zo’n 25 zonsmassa in het zwarte gat, zodat z’n omvang blijft toenemen. Toch is dat ook het begin van z’n einde, want door die vreetbui spuwt het zwarte gat grote hoeveelheden geïoniseerd gas weg en dat zorgt er voor dat ‘ie z’n nabije omgeving helemaal leeg veegt, een proces dat quenching wordt genoemd. Dat zal er uiteindelijk voor zorgen dat de stervorming in het stelsel stopt en dat het zwarte gat minder voedsel zal krijgen. Bron: Eurekalert.
Detectie van de radiogolven van superzware zwarte gaten door LOFAR en WSRT-Apertif. Het verschil in flux waarbij LOFAR en WSRT-Apertif een superzwaar zwart gat detecteren, bepaalt of het zich in de uitstortingsfase bevindt (a) of niet (b). Hoe lager de flux van b, hoe langer geleden het was dat het superzware zwarte gat zich in zijn uitstortingsfase bevond. (Credit: Studio Eigen Merk/ASTRON)
Met een gecombineerde observatie van zowel de Low Frequency Array (LOFAR) als de Westerbork Synthese Radiotelescoop (WSRT-Apertif) hebben astronomen de levenscyclus van een superzwaar zwart gat gemeten. Het is voor het eerst dat beide radiotelescopen van het Nederlands instituut voor radioastronomie (ASTRON) gebruikt zijn om hetzelfde deel van het universum gelijktijdig te observeren. Deze proof of concept studie, onderdeel van de LOFAR deep fields surveys, toont aan dat een gecombineerde LOFAR/WSRT-Apertif-observatie kan onthullen in welke fase van zijn levenscyclus een superzwaar gat zich bevindt.
Het is bekend van superzware zwarte gaten (Engels: supermassive black holes) dat ze zowel ‘actieve’ als ‘stille’ fases hebben. In hun actieve fase stoten ze enorme hoeveelheden energie uit, die uiteindelijk gas en materie aan sterrenstelsels kunnen onttrekken en de vorming van nieuwe sterren kunnen beïnvloeden. Deze uitstoten worden verondersteld enkele tientallen tot honderden miljoenen jaren te duren, wat in de levensduur van een heelal slechts een kort moment is. Na deze actieve fase gaat het superzware gat een stille fase in.
Een deel van de uitgestoten energie – ook wel ‘flux’ genoemd – is in de vorm van radiogolven, zowel op lage als op hoge frequenties. Een gecombineerde observatie van de ASTRON-radiotelescopen LOFAR (lage frequentie radiogolven) en WSRT-Apertif (hoge frequentie radiogolven) is in staat deze uitgezonden radiogolven te detecteren. “Hoge frequentie radiogolven verliezen vlug hun energie, hun flux – en als consequentie daarvan hun helderheid – terwijl de lagere frequentiegolven dat veel langzamer doen”, aldus prof. dr. Raffaella Morganti, eerste auteur van het wetenschappelijke artikel over deze gecombineerde observatie.
Delen van de radiostraling in de hemel die bij dit project zijn gedetecteerd, waarbij vele sterrenstelsels met superzware zwarte gaten die radiostraling uitzenden, zichtbaar zijn. De kleuren zijn een indicatie van de fase van het actieve leven van de superzware zwarte gaten. De rode kleuren geven de uitstoting van de zwarte gaten aan, in de latere fase, aan het einde van hun actieve leven. Groenere kleuren geven zwarte gaten vroeg in hun uitstotingsfase aan. (Credit: ASTRON)
Cycli
In een eerder onderzoek is LOFAR ingezet om mogelijke superzware zwarte gaten te ontdekken die zich in hun stervende fase of herstartende fase bevinden. In deze studie zijn dezelfde bronnen bestudeerd, maar dit keer samen met WSRT-Apertif. De relatieve sterkte van de radiogolven op twee verschillende radiofrequenties is vervolgens gebruikt om, naar eerste orde, af te leiden hoe oud een radiobron is en of deze zich al in een stervende fase bevindt.
Astronomen vermoeden dat een zwart gat gedurende zijn bestaan meerdere keren een uitstotende cyclus kan initiëren. Door superzware zwarte gaten met zowel LOFAR als WSRT-Apertif te observeren, kunnen wetenschappers vaststellen welke van deze superzwarte gaten zich op dit moment in de uit-fase bevinden en hoe lang geleden ze die fase in gingen. Ook hebben ze gevallen geïdentificeerd waar de uitstotende fase van een superzwaar zwart gat ‘recentelijk’ opnieuw is opgestart.
Morganti: “Interessant is dat het relatieve aantal radiostelsels dat we in de uit-fase vonden ook indicatief is voor hoe lang een superzwaar zwart gat al in de uit-fase staat. Deze objecten zijn zeldzaam en daarom zijn grootschalige metingen nodig, om voldoende van deze bronnen te vinden, zodat we een database van voldoende omvang kunnen aanleggen voor statistische analyse.”
Geweldige combinatie
Met deze proof of concept studie hebben Morganti en collega’s aangetoond dat een gecombineerde waarneming van LOFAR en WSRT-Apertif inderdaad de fase waarin een superzwaar gat zich momenteel bevindt, kan vaststellen. Morganti: “LOFAR is uniek in zijn gevoeligheid en spatiale resolutie bij lage frequenties. En hoewel er andere radiotelescopen zijn die waarnemingen in de hogere frequenties kunnen verrichten, observeert Apertif momenteel grote delen van de lucht van het noordelijk halfrond, in plaats van slechts een enkele bron.” Dat is essentieel, omdat Morganti en collega’s van plan zijn om alle waarneembare superzware zwarte gaten die radiostraling uitzenden in kaart te brengen, zodat ze meer kunnen leren over de geboorte- en levenscycli van sterrenstelsels.
Drie afbeeldingen van de exoplaneet DH Tau b (steeds linksonder). De linker toont al het licht, dus ongepolariseerd en gepolariseerd licht. De middelste afbeelding toont alleen het gepolariseerde licht. De rechter afbeelding laat daarnaast de richting van het gepolariseerde licht zien. In gepolariseerd licht is de planeet DH Tau b te zien, wat wijst op een schijf van stof en gas om deze planeet. De schijf rond de ster is ook zichtbaar. (c) ESO/VLT/SPHERE/Van Holstein et al.
Een internationaal team van sterrenkundigen onder Nederlandse leiding heeft na jaren speuren en de grenzen van een telescoop tarten, voor het eerst direct gepolariseerd licht opgevangen van een exoplaneet. Ze kunnen uit het licht afleiden dat er een schijf van stof en gas rond de exoplaneet draait waarin mogelijk manen gevormd worden. De onderzoekers publiceren hun bevindingen binnenkort in het vakblad Astronomy & Astrophysics.
De ontdekking betreft exoplaneet DH Tau b. Dat is een zeer jonge planeet van slechts 2 miljoen jaar oud op 437 lichtjaar van de aarde in het sterrenbeeld Stier. Exoplaneet DH Tau b lijkt niet op onze aarde. De planeet is minstens elf keer zwaarder dan Jupiter, de zwaarste planeet in ons zonnestelsel. Ook staat de planeet tien keer verder van zijn ster dan onze verste planeet Neptunus. De planeet gloeit nog na van zijn ontstaan. Daardoor zendt hij warmte uit in de vorm van infraroodstraling.
De onderzoekers ontdekten dat de infraroodstraling van de planeet gepolariseerd is. Dat betekent dat de lichtgolven in een voorkeursrichting trillen. En dat, zo denken de onderzoekers, komt doordat de infraroodstraling van de planeet wordt verstrooid door een schijf van stof en gas die om de planeet draait. In zo’n stofschijf kunnen manen ontstaan.
Klik op de afbeelding voor de geanimeerde versie. (c) ESO/VLT/SPHERE/Van Holstein et al.
Verder blijkt de schijf om de planeet een andere oriëntatie te hebben dan de schijf om de ster. Zo’n ‘schuine schijf’ wijst erop dat de planeet waarschijnlijk op grote afstand van de ster is gevormd. Dat gaat tegen de theorie in die zegt dat planeten dichtbij hun ster worden gevormd en dan naar buiten migreren.
De astronomen gebruikten voor hun waarnemingen het SPHERE-instrument op de Very Large Telescope van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili. Dat instrument kan onder andere het overweldigende licht van de bijbehorende ster afschermen en van het overgebleven licht de polarisatie bepalen.
Eerste auteur en leider van het onderzoek Rob van Holstein (Universiteit Leiden) is al sinds zijn studie in 2014 bezig met het SPHERE-instrument: “Doordat we het instrument helemaal goed begrepen, konden we het instrument beter laten presteren dan waarvoor hij ontworpen was. We hebben uiteindelijk van twintig exoplaneten het licht op kunnen vangen en daar was er dus een bij met gepolariseerd licht.”
Medeauteur Frans Snik (Universiteit Leiden) probeert al sinds 2012 gepolariseerd licht van planeten op te vangen: “Het is al zeer speciaal dat we een planeet los kunnen zien van de ster waar deze omheen draait. Nu kunnen we dus ook afleiden dat rondom deze planeet ook weer van alles ronddraait, en wel onder een totaal andere hoek dan de schijf die om de ster draait. Dit geeft ons een unieke aanwijzing over hoe zo’n planeet en eventuele manen ontstaan.”
In de toekomst hopen de onderzoekers vergelijkbaar onderzoek te doen op de in aanbouw zijnde Extremely Large Telescope. Die telescoop moet het mogelijk maken om het licht van rotsachtige, aardachtige planeten te bestuderen. Aan de hand van de polarisatie van het licht is dan meer informatie te halen over de atmosfeer van zulke planeten en of er mogelijk signalen van leven zijn. Bron: Astronomie.nl.
Impressie van NANOGrav, waarmee pulsars in de gaten worden gehouden. Credit: David Champion
Zwaartekrachtgolven zijn sinds 2015 al vele malen gedetecteerd, maar dat betrof telkens detecties gedaan met de LIGO en Virgo detectoren in de VS resp. Italië. Het zou kunnen dat er voor het eerst ook op een andere manier zwaartekrachtgolven zijn gedetecteerd en wel met de NANOGrav detector. De North American Nanohertz Observatory for Gravitational Waves detector is een netwerk van aan elkaar verbonden radiotelescopen, die al in 2007 van start is gegaan en die als doel heeft om met behulp van het waarnemen van milliseconde-pulsars passerende zwaartekrachtsgolven te detecteren. Het gaat daarbij om zwaartekrachtsgolven met een lage frequentie, die afkomstig zijn van om elkaar draaiende superzware zwarte gaten, zwarte gaten die miljoenen of miljarden keren zo zwaar zijn als de stellaire zwarte gaten, die de zwaartekrachtgolven produceren die LIGO en Virgo gezien hebben.
Credit: NANOGrav/T. Klein.
Afgelopen drie jaar zijn met NANOGrav 45 van die pulsars in de gaten gehouden en nu blijkt dat er door een team van onderzoekers onder leiding van Joseph Simon (University of Colorado Boulder) in hun timing een hele kleine afwijking is geconstateerd, die mogelijk veroorzaakt is door passerende zwaartekrachtgolven. Het zou in dit geval niet om een kortdurende piek gaan, maar om een continu ‘gezoem’ van passerende golven. Of het echt veroorzaakt wordt door zwaartekrachtgolven van grote om elkaar draaiende superzware zwarte gaten moet uit verder onderzoek blijken. De resultaten van het onderzoeksteam zijn vandaag bekend gemaakt op de 237e (digitale) bijeenkomst van de American Astronomical Society (AAS). In The Astrophysical Journal Letters verscheen dit vakartikel erover – hier de gratizzz versie op de ArXiv. Bron: Eurekalert.
Deze artist’s impression toont het sterrenstelsel ID2299, het resultaat van een galactische botsing, en een deel van zijn gas dat wordt uitgestoten door de ‘getijdenstaart’ die het gevolg is van deze fusie. Bij nieuwe waarnemingen met ALMA, waarin ESO een partner is, zijn de vroegste stadia van deze uitstoot vastgelegd, dus vóórdat deze de zeer grote omvang bereikte die hier is afgebeeld. Credit: ESO/M. Kornmesser
Sterrenstelsels beginnen te ‘sterven’ wanneer ze stoppen met het vormen van nieuwe sterren, maar tot nu toe was het begin van dit proces bij een ver sterrenstelsel nog nooit duidelijk gezien. Met behulp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), waarin de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) een partner is, hebben astronomen nu een sterrenstelsel waargenomen dat bijna de helft van zijn sterren-vormende gas heeft uitgestoten. De lozing van gas voltrekt zich verrassend snel: met het equivalent van 10.000 zonnen per jaar. Het onderzoeksteam denkt dat deze spectaculaire ontwikkeling in gang is gezet door een botsing met een ander sterrenstelsel. Mogelijk zullen astronomen hun ideeën over hoe de stervorming in sterrenstelsels tot stilstand komt moeten herzien.
Het is voor het eerst dat we een karakteristiek massarijk sterrenstelsel in het verre heelal hebben waargenomen dat door een enorme uitstoot van koud gas begint te ‘sterven’, zegt onderzoeksleider Annagrazia Puglisi van de Universiteit van Durham (VK) en het onderzoekscentrum CEA-Saclay (Frankrijk). Het onderzochte sterrenstelsel, ID2299, staat zo ver weg dat zijn licht er ongeveer 9 miljard jaar over heeft gedaan om ons te bereiken. We zien het toen het heelal nog maar 4,5 miljard jaar oud was.
Het sterrenstelsel stoot gas uit in een tempo van tienduizend zonsmassa’s per jaar en zal daardoor maar liefst 46 procent van zijn totale hoeveelheid koud gas kwijtraken. Omdat het stelsel ook in een zeer hoog tempo nieuwe sterren vormt – honderden keren sneller dan ons Melkwegstelsel – zal ook het overgebleven gas heel snel opraken, waardoor de sterproductie in ID2299 binnen enkele tientallen miljoenen jaren tot stilstand zal komen.
Het onderzoeksteam denkt dat dit spectaculaire gasverlies is veroorzaakt door een botsing tussen twee sterrenstelsels die zich uiteindelijk tot ID2299 hebben samengevoegd. Dat leiden de wetenschappers af uit de connectie van het uitgestoten gas met een ‘getijdenstaart’. Getijdenstaarten zijn langgerekte stromen van sterren en gas die ontstaan ??wanneer twee sterrenstelsels samensmelten, maar ze zijn doorgaans te zwak om ze bij verre sterrenstelsels te kunnen waarnemen. Omdat de getijdenstaart van ID2299 nog maar net de ruimte in ‘gelanceerd’ is, en daardoor relatief helder is, heeft het team deze toch kunnen herkennen.
De meeste astronomen denken dat de uitstoot van stervormingsmateriaal die ertoe leidt dat een sterrenstelsel geen sterren meer kan produceren wordt veroorzaakt door de ‘winden’ die het gevolg zijn van stervorming en van de activiteit van het zwarte gat in de kern van het stelsel. Maar het nieuwe onderzoek dat vandaag in Nature Astronomy wordt gepubliceerd wijst er nu op dat ook botsingen tussen sterrenstelsels daar verantwoordelijk voor kunnen zijn.
‘Ons onderzoek suggereert dat de oorzaak van de gasuitstoot kan liggen bij het samensmeltingsproces, en dat winden en getijdenstaarten heel veel op elkaar kunnen lijken’, zegt mede-auteur Emanuele Daddi van CEA-Saclay. Daarom zouden de winden die sommige teams bij verre sterrenstelsels hebben waargenomen in werkelijkheid wel eens getijdenstaarten kunnen zijn. ‘Wellicht zijn we genoodzaakt om onze ideeën over hoe sterrenstelsels ‘sterven’ bij te stellen’, voegt Daddi daaraan toe.
Puglisi beaamt het belang van de nieuwe bevindingen: ‘Ik vond het geweldig om zo’n bijzonder sterrenstelsel te ontdekken! En ik kon niet wachten om meer te weten te komen over dit vreemde object, omdat ik ervan overtuigd was dat daaruit een belangrijke les kon worden geleerd over de evolutie van verre sterrenstelsels.’
De verrassende ontdekking werd bij toeval gedaan, toen het team de resultaten onder de loep nam van een ALMA-survey die was opgezet om de eigenschappen van koud gas in meer dan honderd verre sterrenstelsels te onderzoeken. ID2299 werd slechts een paar minuten met ALMA waargenomen, maar voor dit krachtige instrument in het noorden van Chili was dat lang genoeg om het sterrenstelsel en zijn gasstaart te kunnen detecteren.
‘ALMA heeft nieuw licht geworpen op de mechanismen die de vorming van sterren in verre sterrenstelsels kunnen stopzetten. De waarneming van deze kolossale ontwrichtende gebeurtenis voegt een belangrijk stukje toe aan de ingewikkelde puzzel van de evolutie van sterrenstelsels,’ zegt Chiara Circosta, onderzoeker aan University College London (VK), die eveneens aan het onderzoek heeft bijgedragen.
In de toekomst zou het team ALMA kunnen gebruiken om dit sterrenstelsel nog nauwkeuriger te bekijken, om zo meer te weten te komen over de dynamiek van het uitgestoten gas. Waarnemingen met de toekomstige Extremely Large Telescope van ESO kunnen het team in staat stellen om de verbanden tussen de sterren en het gas in ID2299 te onderzoeken, om meer inzicht te krijgen in de evolutie van sterrenstelsels.
Astroblogs is de website voor ‘astronomisch nieuws, wetenswaardigheden en persoonlijke opinies‘, zo valt te lezen in onze header, die al meer dan vijftien jaar oud is. Astrologie hoort uiteraard niet thuis in de categorie astronomisch nieuws en toch wil ik er kort aandacht aan besteden en wel omdat er recent twee ietwat verontrustende berichten over verschenen in het nieuws. Het eerste was dat gebleken is dat sinds de corona astrologie nog populairder is geworden onder jongeren, zo berichtte de NOS deze week. Jongeren downloaden massaal astrologie-apps, kopen de voorraad astrologie-boeken bij sites als bol.com op en starten op TikTok en Instagram continu astrologie-accounts. Voor de oorzaak hoef je geen volleerd psycholoog te zijn: de coronacrisis heeft veel onzekerheid gebracht en astrologie biedt jongeren hierin kennelijk een veilige vluchtheuvel, een houvast in je leven. Bovendien levert astrologie geld op, want wie als ‘professioneel-astroloog’ te boek staat kan er een flinke boterham aan verdienen.
De bestorming van het Capitool op 6 februari. Credit: Tyler Merbler / Wikipedia.
Tweede bericht kwam eergisteren tot ons: de zusjes Lieke en Jetteke van Lexmond, volgens intimi twee bekende Nederlanders, denken dat de bestorming van het Capitool in Washington op 6 januari te maken heeft met de stand van planeet Mars. Jawel, de energie van de Rode Planeet heeft z’n invloed doen gelden: Mars is naar het sterrenbeeld Stier gegaan en dat heeft gezorgd voor die toestand afgelopen woensdag, aldus het bericht in de Mediacourant.
Waarom zou dit alles ietwat verontrustend zijn, zoals ik het hierboven omschreef? Je kan toch ook een diepe zucht slaken en dan verder gaan tot de orde van de dag? Nee, dat kan ik bij deze berichten nou juist niet. En daar zijn verschillende redenen voor. De eerste is dat astrologie bewezen onzin is, waar Sextus Empiricus in de klassieke oudheid met z’n tweeling-paradox al gehakt van wist te maken. Ik heb hier op de Astroblogs ook af en toe astrologie besproken en beargumenteerd laten zien dat het 100% onzin is. Maar daarmee kom ik bij de tweede reden om het niet onbesproken te laten: voor veel mensen werkt het beargumenteerd ontkrachten van iets averrechts. Je kunt honderd redenen noemen waarom astrologie de grootst mogelijke onzin is of waarom de aarde rond is en niet plat of waarom er echt mensen op de maan hebben gestaan, maar voor sommigen tellen die argumenten niet en blijven ze bij hun standpunt. Neem bijvoorbeeld de stelling van de gezusters van Lexmond: dat de bestorming van het Capitool op 6 januari komt omdat Mars in Stier kwam. De sterrenbeelden zijn al heel oud, sommigen stammen uit de Soemerische tijden ver voor het begin van de jaartelling. Maar de grenzen tussen de sterrenbeelden zijn nog niet zo oud, de Internationale Astronomische Unie (IAU) heeft die grenzen officieel in 1930 vastgesteld. Wat blijkt: Mars stond 6 januari niet eens in Stier, hij stond en staat nog steeds in het sterrenbeeld Ram (Aries)! Dus daarin blijken de dames Van Lexmond, die vast en zeker over getalenteerde acteertalenten zullen beschikken, astrologische amateurs te zijn. Planetariaprogramma’s zoals Stellarium laten zien dat Mars pas op 24 februari de grens van Ram maar Stier zal overschrijden – nee schemergebieden tussen sterrenbeelden waar je een beetje tussen de twee sterrenbeelden inzit bestaan niet, de grenzen zijn scherp gedefinieerd, je kunt ook niet een beetje zwanger zijn, je bent het of je bent het niet. Hieronder een schermafbeelding van Stellarium van een dag voordat Mars de grens van Ram naar Stier passeert.
Mars op 23 februari als ‘ie nog net in Ram zit, een dag voor de overgang naar Stier (afbeelding uit Stellarium).
En áls Mars dan op 24 februari in Stier is, komt er dan een lading kosmische energie vrij die z’n weerga niet kent, gaan we dan weer een bestorming van het Capitool meemaken? Nee nee nee, driewerf nee, als Mars de Stier binnentreedt zullen we daar op aarde niets van meekrijgen, behalve dat wat handige astrologisch onderlegde sterrenwichelaars een paar miljoen wappies op het verkeerde been zullen zetten en een paar dollar of euro lichter zullen maken voor verkeerde adviezen.
De toename van de belangstelling voor astrologie lijkt onderdeel te zijn van een bredere maatschappelijke tendens, iets wat eigenlijk het meest verontrustend is aan de gang van zaken. Mensen die in astrologie geloven, die denken dat de aarde plat is en slechts 6000 jaar oud kennen we al eeuwenlang, maar de laatste jaren zijn er vele nieuwe ‘gelovigen’ bijgekomen, zoals aanhangers van de moon-conspiracy theorieën, klimaatontkenners, antivaxxers, corona-wappies. Rode draad bij hen: ze ontkennen de waarheid die gestoeld is op wetenschappelijk onderbouwde en geverifieerde feiten en ze kennen alleen ‘hun waarheid’, een op ideologie gebaseerde eigen waarheid. Al kom je met honderd bewijzen aan dat er mensen op de maan hebben gelopen, altijd zullen er mensen zijn die geloven dat het slechts beelden uit een Hollywood studio zijn – maak je maar vast klaar voor een Artemis-conspiracy theorie. We kennen talloze wetenschappelijke debatten, zoals die tussen de aanhangers van de theorie van donkere materie en MOND, tussen aanhangers van metingen van het vroege heelal en van het huidige heelal, enzovoorts. Al die debatten worden gevoerd op basis van op waarnemingen gestoelde geverieerde of gefalcificeerde feiten. Maar bij al die gelovige wappies kan dat niet. Ik kan hier betogen dat het sterrenbeeld Stier slechts een verzameling losse sterren is, die op verschillende afstanden in het heelal staan, sterren die fysiek niets met elkaar gemeen hebben (behalve dan de Pleiaden en Hyaden, maar ja, dat zijn geen sterrenbeelden), en dat het sterrenbeeld Stier slechts op voorstel van Eugène Delporte en na besluitvorming door de IAU in 1930 vaste grenzen kreeg, maar dan nog zullen Van Lexmond c.s. denken dat er een een verband is tussen hetgeen hier op aarde gebeurt en het moment dat planeet X zich in sterrenbeeld Y begeeft. En dan velen die dat nog geloven ook en er eventueel zelfs bereid voor zijn geld te betalen. Triest eigenlijk.
UAP (unidentified aerial phenomena)-adepten in de VS kijken reikhalzend uit naar een rapport dat mogelijk in juni a.s. gaat verschijnen en verzamelde gedeclassificeerde inlichtingen betreffende UAP’s moet bevatten. Op 28 december j.l. is de zogenoemde Omnibus Spending Bill in de VS door president Trump ondertekend en in werking getreden. Een veelomvattende wet die o.a. pandemie- defensie- en inlichtingen gerelateerde wet- en regelgeving bevat. Een bijzonderheid in de wet betreft rapportage over UAP’s, deze sectie is ingedeeld onder de FY21 Intelligence Authority Act*. De IAA waarborgt in zijn algemeen dat de inlichtingendiensten hun werk in 2021 voort kunnen zetten, en het codificeert naast Amerikaanse geheime operaties ook regelgeving inzake rapportage aan het Congres. In de sectie over UAP’s wordt specifiek een verzoek gedaan aan inlichtingendiensten zoals FBI, NRO, DIA enz. alsook aan het ministerie van Defensie (DoD) alle informatie te rapporteren over het mogelijk bestaan van ongeïdentificeerde luchtfenomenen. binnen een tijdsbestek van zes maanden. Een sleutelrol in de toevoeging van de sectie over UAP’s was weggelegd voor Christopher Mellon**, voormalig top-inlichtingenamtenaar van Defensie en oud-directeur van de inlichtingencommissie van de senaat (SIC). De nieuwsite The Debrief*** had recent een schriftelijk interview met Mellon over de kwestie. Mellon stelt dat met de uitvaardiging van deze wet, en ik citeer: “…het UAP-fenomeen de steun geniet van beide partijen in beide Houses of Congress.” Met deze omnibuskredietwetgeving, wordt een totaal van $ 1,4 biljoen aan federale financiering voor het fiscale jaar 2021 toegewezen en mogelijk zal er dus m.b.t. UAP’s over 180 dagen, gerekend vanaf 28 december j.l. – om en nabij 24 juni a.s.) een verslag over UAP-onderzoek bij de inlichtingencommissie van het congres op tafel liggen.Lees verder →