Site pictogram Astroblogs

Interstellaire kometen zoals Borisov zijn wellicht helemaal niet zo zeldzaam

Komeet Borisov. Credit: NASA, ESA and D. Jewitt (UCLA)

In 2019 werd 2I/Borisov ontdekt, na 1I/2017 U1 (‘Oumuamua) het tweede interstellaire object dat van buiten het zonnestelsel ons zonnestelsel was binnengevlogen. Van Oumuamua weten we nog steeds niet exact wat het voor een object was, maar van Borisov is wel bekend dat het om een komeet gaat, een interstellaire komeet dus, eentje die met een snelheid van 177.000 km/u door ons zonnestelsel raast. Als de enige interstellaire komeet in twee jaar zou je denken dat ze zeldzaam zijn. Maar een recent onderzoek door Amir Siraj en Avi Loeb (Center for Astrophysics | Harvard & Smithsonian) laat zien dat ze mogelijk in veel grotere getale het zonnestelsel doorkruisen. Volgens dit tweetal (dat we met allerlei gewaagde ideeën vaker op de Astroblogs zijn tegengekomen) zitten er in de Oortwolk aan de verre rand van het zonnestelsel mogelijk meer interstellaire komeetkernen dan ‘inheemse’ komeetkernen. De berekeningen baseren ze enkel op de baan van komeet Borisov, dus er zitten heel wat onzekerheden in de uitkomsten, maar zelfs met die onzekerheden rekening gehouden denken ze dat er nog steeds meer kometen van buiten in de Oortwolk zitten dan eigen kometen. Probleem is dat die ijskoude komeetkernen in de Oortwolk – welke pakweg 300 miljard tot 160 biljoen km van de zon verwijderd is – niet te zien zijn omdat ze zo ver weg staan en weinig licht geven. Wellicht dat er dichter bij de zon kometen én ook planetoïden zijn, waarvan we dachten dat ze tot ons eigen zonnestelsel behoren, maar die in werkelijkheid interstellaire zijn. Die hebben we dan tot nu toe gewoon niet als zodanig herkend. Met toekomstige telescopen zoals het Vera C. Rubin Observatorium (te lanceren ergens in 2022) en de Transneptunian Automated Occultation Survey (TAOS II, mogelijk dit jaar al actief) hoopt men meer interstellaire objecten te kunnen identificeren. Hier het vakartikel van Siraj en Loeb, verschenen in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society: Letters (2021). Bron: Phys.org.

Mobiele versie afsluiten