Drie nieuwe ultralichtzwakke dwergstelsels bij NGC 253 ontdekt

In rood de lokaties van de drie ultralichtzwakke dwergstelsels die ontdekt zijn, in rood de twee eerder ontdekte UDF’s. Credit: Mutlu-Pakdil et al., 2021

Sterrenkundigen hebben met behulp van de Hubble ruimtetelescoop vlakbij het spiraalstelsel NGC 253 drie nieuwe ultralichtzwakke dwergsterrenstelsels (Engels: ultra-faint dwarf galaxies UFD’s) ontdekt. Twee waren eerder al ontdekt (in 2014 en 2016), dus dat maakt dat er nu vijf van die dwergstelsels vlakbij NGC 253 bekend zijn. UDF’s zijn de meest lichtzwakke sterrenstelsels die er zijn en ze bestaan hoofdzakelijk uit donkere materie. Chemisch gesproken zijn ze het minst van alle sterrenstelsels ontwikkeld en daarom beschouwen sterrenkundigen ze dan ook als fossielen uit het vroege heelal. De drie dwergstelsels werden ontdekt in het kader van het Panoramic Imaging Survey of Centaurus and Sculptor (PISCeS) project. Een team van sterrenkundigen onder leiding van Burçin Mutlu-Pakdi (Universiteit van Chigago) doet mee met PISCeS en zij ontdekten de drie UDF’s met behulp van Hubble. NGC 253 is het hoofdstelsel van een cluster van sterrenstelsels genaamd de Sculptor Groep, gelegen op 11,4 miljoen lichtjaar afstand. De stelsels zijn moeilijk zichtbaar (logisch als UDF zijnde), maar door te kijken naar ruimtelijk compacte ‘overdichtheden’ in de sterren kon men de drie ultralichtzwakke stelsels onderscheiden. Het drietal heeft de naam Scl-MM-dw3, Scl-MM-dw4 en Scl-MMdw5 gekregen, ja je raadt het al, de eerdere UDF’s waren Scl-MM-dw1 en Scl-MM-dw2. Hun leeftijd is zo’n 12 miljard jaar, dus het zijn fossiele sterrenstelsels uit de tijd van de reïonisatie in het vroege heelal, toen de allereerste sterren en sterrenstelsels met hun sterke UV-straling zorgden voor de reïonisatie van het neutrale waterstofgas. Scl-MM-dw3 is de kleinste van het drietal, zo’n 362 lichtjaar in straal, 11,34 miljoen lichtjaar van de aarde, 264.000 lichtjaar van NGC 253 verwijderd, met een massa van 110.000 zonsmassa. Scl-MM-dw4 is net zo zwaar als Scl-MM-d3, maar met een straal van 613 lichtjaar is ‘ie wel 70% groter dan Scl-MM-dw3. Hij ligt 13,37 miljoen lichtjaar van ons vandaan en 280.300 lichtjaar van NGC 253 vandaan. Scl-MM-dw5 is met een straal van 1.167 lichtjaar de grootste van de kleintjes en telt 140.000 zonsmassa op de weegschaal. Hij staat op 12,71 miljoen lichtjaar afstand van ons en 313.000 lichtjaar van NGC 253. Hier het vakartikel over de drie UDF’s. Bron: Phys.org.

Koude planeten heb je in de hele Melkweg, zelfs in de galactische verdikking

Voorstelling van de verdeling van planeten door de hele Melkweg heen. Links zie je in blauw het stukje van de Melkweg dat Kepler kon zien. Rechts in de inzet een impressie van een planetenstelsel in de centrale verdikking van de Melkweg. Credit: Osaka University.

We kennen inmiddels meer dan vierduizend exoplaneten, maar die zijn allemaal ontdekt in de nabije omgeving van het zonnestelsel – zie de afbeelding hierboven, waarin met blauw het stukje is weergegeven waarin de meeste exoplaneten (door Kepler) zijn ontdekt. Maar hoe zit het met de rest van het Melkwegstelsel, dat pakweg 100.000 lichtjaar in diameter is en waarvan we maar een klein stukje nu hebben verkend? Komen daar ook planeten voor? Onderzoekers van de Osaka Universiteit in Japan en de NASA hebben nu het antwoord gevonden: ja, ook in de rest van de Melkweg komen planeten voor, zelfs in de galactische verdikking, de dichte opeenhoping van gas en sterren in het centrum van de Melkweg. Om de vraag te beantwoorden moesten ze een combinatie doen van waarnemingen en theoretische modellen bedenken. Die waarnemingen bestonden uit de zogeheten micro-zwaartekrachtlenzen, waarbij planeten ver weg in de Melkweg gezien vanaf de aarde voor een erachter liggende ster passeren en dan net het licht van die ster versterken en afbuigen. Met die micro-lenzen is men in staat om heel ver weg koude planeten te zien, planeten zoals Neptunus en Jupiter in ons zonnestelsel (je hebt ook ‘hete Jupiters’, maar die zijn hier ongeschikt voor).

Voorstelling van een micro-zwaartekrachtlens. Credit: NASA

De onderzoekers keken naar de verdeling van een hoeveelheid die de relatieve beweging van de lens (de planeet) en de achtergrondster beschrijft en die vergeleken ze vervolgens met een voorspelling volgens een galactisch model. Zo kon het onderzoeksteam de galactische verdeling van planeten afleiden. Daaruit komt naar voren dat er in die verdeling niet een sterke wisselwerking is tussen aantal planeten en afstand tot het centrum van het Melkwegstelsel, nee in de gehele Melkweg komen ongeveer in dezelfde hoeveelheid planeten voor, óók in de centrale verdikking van de Melkweg. Dat laatste is wel opvallend, want in die verdikking staan de sterren veel dichter bij elkaar en zijn e sterren ook een stuk ouder. Hier is het vakartikel over de waarnemingen aan planeten in het Melkwegstelsel, verscheen in The Astrophysical Journal Letters (2021). Bron: Phys.org.

De James Webb Space Telescope heeft alle testen goed doorstaan – nu de lancering nog

Credits: NASA/Chris Gunn

De James Webb Space Telescope (JWST), de opvolger van de Hubble ruimtetelescoop, heeft alle testen [1]De testen waren bedoeld om te kijken of de telescoop in de ruimte gaat doen waarvoor ‘ie ontworpen is en of de reis naar Lagrangepunt L2 en het verblijf in de ruimte aldaar goed zullen worden … Continue reading goed doorstaan en wordt nu gereed gemaakt voor het transport van de telescoop via het Panamakanaal naar Kourou in Frans-Guyana, waar ‘ie ergens in november (of begin december) dit jaar gelanceerd zal worden met behulp van een Ariane 5 raket van de ESA. De ruimtetelescoop is uitgebreid getest in de ‘Northrop Grumman’s facilities’ in Rendondo Beach in de VS en die zijn allemaal goed verlopen. In de video hieronder zie je hoe de JWST na alle testen in z’n opgevouwen toestand wordt gebracht, waarmee de telescoop de ruimte in zal worden gebracht. De bovenste trap van de Ariane 5 raket, waarin de JWST komt te zitten, is eerder deze maand richting Frans-Guyana getransporteerd.

Bron: NASA.

References[+]

References
1 De testen waren bedoeld om te kijken of de telescoop in de ruimte gaat doen waarvoor ‘ie ontworpen is en of de reis naar Lagrangepunt L2 en het verblijf in de ruimte aldaar goed zullen worden doorstaan.

Hubble ziet een vijfvoudige quasar

Credit: ESA/Hubble & NASA, T. Treu.

Zo op het oog denk je dat je op de foto hierboven in het midden zes heldere stippen ziet. Twee in het midden en vier in de ring eromheen. Hubble heeft het kosmische tafereel gefotografeerd en wel met z’n Wide Field Camera 3 (WFC3). Nou klopt het dat je in die ring vier stippen ziet en dat zijn niet vier afzonderlijke objecten, nee het is maar één object en wel de quasar genaamd 2M1310-1714. Die staat ver achter de twee stippen in het midden, twee sterrenstelsels vlak bij elkaar die precies tussen de quasar en de aarde in staan en die met hun massa de ruimte er omheen verbuigen en die daarmee zorgen voor afbuiging én versterking van het licht van de quasar. Daardoor wordt dat beeld van de quasar in meerdere beeldjes gesplitst. Maar feitelijk zijn het niet vier beeldjes die gecreëerd zijn door de zwaartekrachtlens, nee het zijn er vijf! Dat vijfde beeld van de quasar moet je even zoeken: hij staat precies tussen de twee sterrenstelsels in het midden van de lens. Bekijk de foto in z’n grootste resolutie en je ziet dat vijfde beeldje al een vaag stipje precies tussen de twee stipjes van de sterrenstelsels. Bron: NASA.

Boekrecensie Sekret Machines: Man ‘De alien als parasiet van de mens?’ (1/2)

Is de mens slechts een instrument in een parasitaire cyclus met aliens? Zit dit scenario voorgeprogrammeerd in ons, in ons DNA bijvoorbeeld, en is aliencontact een expressie van dit scenario? Deze ideëen bevatten de kern van het lijvige boek ‘Sekret Machines; Gods, Man, War’. Het boek is het tweede deel uit de gelijknamige trilogie, samengesteld en uitgegeven door To The Stars Academy of Arts and Science, waarin het UAP/alien-fenomeen m.b.t. wetenschappelijk onderzoek centraal staat. De auteurs zijn TTAAS‘ Tom DeLonge en Peter Levenda. Meer over TTAAS, zie deze AB en een overzicht van blogs over UAP’s zie deze Recap. Met deze blogs ‘De alien als parasiet van de mens?’ en ‘Gray’s anatomie of cyborg?’, wil ik de beladen vraagstukken belichten die het UAP/alien-onderzoek tarten. Voor alles betoogt het boek een multidisciplinaire aanpak van ‘het fenomeen’, en wil het het grote publiek bewegen tot het verlaten van hokjesdenken aangaande deze materie, wat tevens de reden is dat ik deze blogs presenteer. Een brede selectie aan onderzoeksvelden wordt geïntroduceerd – genetica, neurobiologie, psychologie, robotica – en gerelateerd aan het thema. Het boek noopt tot het verlaten van het universele, populaire beeld van een ‘vliegende schotel van onbekende, mogelijk buitenaardse, oorsprong’, het weerspiegelt slechts een fractie van ‘het fenomeen’. ‘Man’ zet helder uiteen, dat er sprake is van een scala aan onverklaarbare verschijnselen waarvan UAP/alien(contact) deel uitmaakt. (De klassieke driedeling ‘close encounters of the 1st, 2nd, en 3rd kind’ ooit door Allen J. Hynek bedacht, vertroebelt het beeld van UAP’s en aliens en staat dieper inzicht in de weg). In één adem wordt naast de empirische wetenschap, ook de ‘rejected knowledge’, kennis m.b.t. telepathie, remote viewing enz. in relatie tot ‘het fenomeen’ behandeld. Onder de noemer ‘paranormale fenomenen’ schuilde deze kennis eeuwenlang bij religieuze instituties, laatstgenoemden (be)- en veroordeelden de ‘lijders’ hieraan. De rol van deze instituties werd gemarginaliseerd, en de psychologie, vulde deels dit vacuüm. Blog 1 gaat in op de problematiek inzake de definitiebepaling van UAP/alien(contact), op ‘alienontvoeringen’ vanwege de direct aantoonbare fysiologische schade bij getroffen personen, alsook de opkomst van de zogenoemde ‘psy-ops’, geïnitieerd door het Amerikaanse militair apparaat na WOII. De politiek-sociaal-culturele context is die van de strijd om de wereldsuprematie, de, vanuit het  perspectief van het vrije westen dreigende communistische regimes, het wetenschappelijk onderzoek na WOII, het verschil in perceptie van religie in diverse politieke systemen, en o.a. taal- en media gerelateerde zaken die invloed hebben op de interpretatie van ‘het fenomeen’.

UFO-vorm wolkendek, credits; wikimedia commons

Sekret Machines definieert UAP’s als volgt: “Het gaat niet alleen om feitelijke waarnemingen – inclusief maar niet beperkt tot foto’s, film, radarsporen, enz., maar soms ook om fysiek contact met de aarde en met mensen op aarde. Het gaat om verschillende vormen van communicatie; schendingen van wat wij verstaan onder fysieke wetten; onmogelijke vormen van voortstuwing; psychologische desoriëntatie bij waarnemers; fysiek trauma voor waarnemers; anomalieën van alle soorten; paranormale gebeurtenissen, waaronder telepathie, telekinese, enz. resulterend in confusie in politieke militaire en industriële sectoren. Dit is een fenomeen dat zich al sinds de vroegste dagen van de opgetekende geschiedenis voordoet, vrijwel zonder noemenswaardige afwijkingen van tijdperk tot tijdperk. Dus om het te karakteriseren als UFO of UAP of vliegende schotels, enz., is hopeloos ontoereikend. In plaats daarvan willen we alle bovenstaande kenmerken en ervaringen onder de enkele rubriek van het ‘fenomeen’ onderbrengen.”

Indeling boek ‘Sekret Machines; Man’, tweeluik blogs, ‘Fight the future’
Het boek ‘Man’ is opgedeeld in drie delen van ieder vijf hoofdstukken en telt 423 bladzijden inclusief inhoud en bibliografie. Deeltitels zijn ‘Genetics and the ET-hypothesis’, ‘Consciousness’ en ‘Human-Machine Symbiosis’. Beladen vraagstukken worden gelanceerd: is DNA, drager van ons erfeljk materiaal, het ontwerp van een onbekende, al dan niet buitenaardse, intelligentie? En heeft zo’n intelligentie DNA al dan niet bewust verspreid o.a. hier op aarde, met de bedoeling het te laten floreren en het uiteindelijk in ‘eigen’ voordeel te gebruiken, m.a.w. is er sprake van een parasitaire relatie? En is dit gebeurd door een ‘EBE‘ (extraterrestrische biologische entiteit) of een ‘sentient machine’ i.d. vertaald als ‘bewustzijnsmachines’? En hoe bepaalt men wat het verschil is tussen deze? En als de mens slechts een met bewustzijn behepte machine is – gecreëerd door zo’n alien entiteit – zijn er personen onder ons die, mogelijk via een mind-control mechanisme, in staat zijn contact te leggen met dit ‘alien’ (zie o.a. het Hills-incident)? Is ‘reverse-engineering’ van dit mechanisme ooit overwogen voor aliencontact? Het boek speculeert ook over ‘alien anti-lichamen’, welke rebellie tegen ongewenste ‘alien-invloed’ zou vormen en betreedt zo, door hiermee een sprong te maken naar rassenleer, het mijnenveld van de eugenetica. Blog 2 stelt aliencontact ervaringen gerelateerd aan telepathie, neurobiologie en quantum mechanica centraal. I.p.v. op DNA-niveau wordt er op atomair niveau gekeken naar de stand van zaken m.b.t. kennis over het bewustzijn en de implicaties voor inzicht in het UAP/alien(contact). Vragen als; waar zetelt het bewustzijn? Evolueert ons bewustzijn verder? En is de vrije wil een mogelijke expressie van ‘rebellie’ tegen aliencontact? worden gesteld. Vervolgens wordt de anatomie van aliens in contactervaringen uitgelicht. Benadrukt wordt de gemene deler, de beschrijving van aliens als uniforme, empathieloze wezens. Deze is dominant, en duidt, aldus het boek, op aliens als ‘sentient machines’. Tenslotte wijst het boek op een mogelijke valkuil m.b.t. geavanceerde technologie. Onze verwoede pogingen tot het bouwen van cyborgs, à la Gray’s anatomie, is nu juist het doel van aliens die in een eindstadium van ontwikkeling staan. Wordt de mens al dan niet bewust gedwongen tot fabricatie van een empathieloze versie van zichzelf? Is dit het geval, aldus ‘Man’, zouden aliens de mens klem zetten in een parasitaire cyclus en ons als machine gebruiken om zelf verder te komen? En is deze staat van door onszelf gecreëerde ‘convergence’, de ‘human-machine symbiosis’ een eindpunt? En noopt dit alles ons tot, zoals de subtitel luidt van de X-filesfilm ‘Fight the future‘?

Één met de goden, grenslijn tussen leven en niet-leven
Het eerste boek ‘Gods‘ exploreerde vermeend aliencontact bij oude culturen. Het stelt dat de drang om wereldwijd beschavingen te laten ontstaan rond(om) architectuur en religieuze teksten die gelinkt waren aan hemelse figuren sterke aanwijzingen voor aliencontact vormen. Boek 2 Man’ daarentegen belicht, aan de hand van voorbeelden, de materie uit wetenschappelijk oogpunt. Gerenommeerde wetenschappers hebben vastgesteld dat er bij de door hen onderzochte aliencontact ervaringen sprake was fysieke en mentale trauma’s veroorzaakt door onverklaarbare fenomenen in de vorm van UAP/aliencontact. Een vooraanstaand Harvard Medical School psychiater prof. John Mack (1926-2004) onderzocht naast het PTSD trauma van het echtpaar Hills ten gevolge van UFO/aliencontact op 20 september 1961, nog honderden andere dergelijke zaken. Mack stelde, en ik citeer: “I would never say, yes, there are aliens taking people. I would say there is a compelling powerful phenomenon here that I can’t account for in any other way that is mysterious.” Psychiater en radioloog Dr. Chris Green onderzocht medische dossiers inzake het Rendlesham Forest UAP-incident in Engeland in december 1980. De conclusies waren verrassend. Verder is de ‘Directed panspermia’-theorie van geneticus en nobelprijswinnaar Francis Crick prominent in dit eerste deel; leidt de kennis over het DNA ons tot dieper inzicht in ‘het fenomeen’? Aldus gaat dit boek en blog, en ik citeer Harry Reid, uitgesproken apologeet van meer UAP-onderzoek en betrokken bij AATIP en TTAAS: This is about science and national security” .

DNA streng deposit photos

De theorie van Francis Crick e.a. waarin DNA mogelijk doelbewust gezaaid hier is op aarde om op een planeet te floreren wordt in ‘Man’ gecombineerd met het idee ‘dat aliens van deze ontwikkeling uiteindelijk profiteren’. Eenmaal gelanceerd in het boek werpt dit idee zijn licht vooruit in de discussie over de grenslijn tussen wat ‘leven’ en ‘niet-leven’ inhoudt. Nu de mens inmiddels zelf op het punt staat een machine naar zijn evenbeeld te creëeren, en, mogelijk in de toekomst m.b.v. AI, zelfs een met bewustzijn behepte machine (ervan uitgaande dat bewustzijn niet het exclusief terrein is van biologische structuren maar ook van geavanceerde machines) en, daar wij onszelf beschouwen als biologische entiteiten, we ons ook af moeten gaan vragen of deze UAP/aliens mogelijk niet slechts EBE’s zijn maar ‘sentient machines’. Zijn de ‘alien figuren uit onze persoonlijke ervaringen, van camera- of radarbeelden, mogelijk creaties van bewustzijnsmachines die hun tijd vooruit zijn? Hieruit spruit voort de vraag of wij, mensen, in de toekomst nog wel onderscheid kunnen maken tussen wel of niet organisch leven? En wat dan, als ‘wij’ geen onderscheid kunnen ontwaren? En kunnen ‘zij’ dit wel? Daarom noopt het boek met name de alienontvoeringszaken te bekijken, de slachtoffers vertonen de tekenen van fysiologisch contact met ‘het fenomeen’ en biedt mogelijk dieper inzicht in de materie dan ooggetuigenverslagen of beelden alleen. Gerespecteerde wetenschappers als Mack en Green, Hal Puthoff e.v.a. bestudeerden deze (neuro)biologische sporen, en het boek stelt, ik citeer: “It’s the ‘Man’ variable in Sekret Machines; it’s the Phenomenon leaving fingerprints at the scene of the crime.”

Interpretatie UFO’s versus de ervaring van ‘het fenomeen’
Toen de as van WOII was neergedaald en de strijd om de politieke wereldsuprematie in volle hevigheid woedde, met o.a. de (atoom)wapenwedloop, de Korea-oorlog, de jacht op de ‘commies’ in de VS als gevolg, worstelde de VS met een storm aan UFO-meldingen. In het kielzog van deze strijd, ontsproten uiterst geheime defensie-projecten als ‘Manhattan’, ‘Vanguard’ en ‘MK-Ultra‘. Er moest met deze UFO-incidenten (met ‘Roswell‘ als bekendste) korte metten gemaakt worden. Het nationale luchtruim was ‘the new frontier’, en moest gecontroleerd en verdedigd worden. De USAF werd in 1947 als zelfstandige defensietak opgericht, het publiek moest zich van alles wat zich in het luchtruim afspeelde afzijdig houden. In 1951 werd er op instigatie van de Amerikaanse regering project Sign (later Blue Book) opgericht. Privé UFO-groeperingen werden verboden, BB onderzocht de UFO-meldingen, de meeste werden uitgelegd als weerfenomenen of ballonnen, aliencontact werd afgedaan als hallucinatie, slaapparalyse of jeugdtrauma. Het is daarom dat ‘Man’, aan de hand van enkele bekende voorbeelden, de psychologische, neurologische en effecten t.g.v. UAP/aliencontact van de getroffen personen bespreekt in relatie tot hoe dit opgevat werd door de overheid, wetenschappers en het publiek. Stap voor stap toont het boek, met als eerste voorbeeld het echtpaar Hill, hoe hun zwaar traumatische ervaring met aliencontact afgedaan werd als jeugdtrauma maar uiteindelijk belandt op de professionele snijtafel van gerenommeerd Harvard psychiater professor John Mack. Het Hill-incident plaveide het pad voor een serieuzere en brede aanpak van het UAP/aliencontact fenomeen. Enerzijds was er dus de neiging om vanuit de wetenschap de UAP/aliencontact ervaringen serieuzer te nemen, anderzijds, zo benadrukt het boek, werd dit deels teniet gedaan door de door cultuur bepaalde kaders van taalgebruik, media, enz. los te laten op deze hoog mysterieuze persoonlijke ervaringen, ik citeer: “As we have seen in Sekret Machines; Gods, human beings perceive this Phenomenon in different ways depending on their cultural conditioning but the Phenomenon still exists as an event seperate from normal waking (and sleeping) reality and is perceived accordingly.” De ervaringen rammelen aan de gevestigde sociaal-culturele kaders. En de oorzaak van het zwaar geconditioneerde tegengeluid, aldus de auteurs ligt er deels in dat onze wetenschap de aan het bewustzijn gerelateerde velden als religie en mystiek links laat liggen, de mysterieuze ervaringen worden in ongeschikt jargon uitgedrukt. De Hills spraken terughoudend over hun ervaringen, deden dit in ‘cultuurbesmet’ taalgebruik, maar dit deed niets af aan de ervaring zelf. Een ervaring, even mysterieus, als ‘anders’ dan welke menselijke ervaring ook, ik citeer: “..that there is a ‘heavy consciousness’ aspect to the UFO experience is undeniable. In fact, it would seem that many of those who later claimed an abduction experience were UFO witnesses first, sometimes on the very same day, as in the case of the Hills. This is why it is so difficult to separate the observation of what appear to be very material, very physical aerial craft from the psychological effects they seem to produce in witnesses. This is a unique aspect of the Phenomenon, something that sets it apart from other types of human experiences.” Dit aspect dwingt, aldus het boek, tot het stellen van de wezenlijke vraag: “Is there a context for the alien abductee experience and to what extent is it related to the UFO phenomenon?” en wendt zich daarom tot twee zeer bekende UFO-incidenten waar de fysieke schade ten gevolge van een UAP-encounter onomstotelijk bewezen is.

UFO artistieke impressie credits; Pixabay

Het boek stelt dat tussen het waarnemen van UAP’s en de alienontvoeringen er een ‘intermediair’ type encounter is. UAP-encounters die (neuro)biologische schade veroorzaakten. Juist deze zijn van belang daar ze biologisch tastbaar bewijs aandragen van contact tussen mensen en ‘het fenomeen’. Deze biologische sporen zijn mogelijk veelzeggender dan videomateriaal en ooggetuigenverklaringen, en vormen a.h.w. de ‘vingerafdrukken’ van ‘het fenomeen’. De twee incidenten, Rendlesham Forest (26 en 28 december 1980) en Cash-Landrum (29 december 1980), speelden zich vrijwel gelijktijdig af maar in verschillende delen van de wereld, resp. Woodbridge (GB) en Texas (VS). Tijdens de encounters die door meerdere personen waargenomen werden raakten enkele van hen die nabij de UAP kwamen zeer ernstig gewond. In de nasleep van beide zaken hebben vooraanstaande neurobiologen de medische dossiers (het RF medisch rapport is zeer lang geheim gebleven) onder de loep genomen en deden onthutsende ontdekkingen. De medische schade die o.a. bij USAF Airman 1st class John Burroughs voor een defecte hartklep zorgde, was ontstaan t.g.v. elektromagnetische straling. In beide zaken werd de fysieke schade uiteindelijk t.g.v. een UAP-ontmoeting  gerapporteerd. De RF-rechtszaak leidde tot een ‘Catch-22‘ situatie voor het leger; dit kwam erop neer dat het leger wel moest toegeven dat de schade niet van hun militaire apparaten kwam, maar veroorzaakt werd door een UAP. Ook in de Cash-Landrum zaak werd geconcludeerd dat de schade aan de familie niet veroorzaakt was door een toestel of wapen van het leger maar door een UAP.

Nieuwe voedingsbodem voor speculaties, aliencontact
Nadat project Blue Book in 1969 met het Condon-rapport afgesloten werd, ontstond er in de VS een nieuwe voedingsbodem voor wilde speculaties rondom UAP’s en alienontvoeringen. Het boek stelt dat als zijeffect van geo-politieke spanningen (Vietnam-oorlog), corruptie (Watergate), en de kernwapenwedloop er sluipenderwijs een soort venijnige cocktail ontstond waarin ‘het fenomeen’ gerelateerd werd aan afschrikwekkende, duivelse praktijken. Gelardeerd met deze vleug overgebleven religieuze hysterie – als restant van eeuwenlange oppermachtige godsdienstige invloeden – en gretig gevoed door een groot aanbod aan film- en tv-producties waarin thema’s als exorcisme, enz. centraal stonden neigde een vertroebeld beeld te ontstaan van de UAP/alien ervaringen van de slachtoffers. Het boek benadrukt dat juist in deze chaotische en gespannen politieke context met name het ‘angstaspect’ a.h.w. oplicht en mensen extra bevattelijk maakt voor een psychologisch fenomeen, ooit gedefinieerd door psychiater Carl Jung, dat het ‘acausal connecting principle’ genoemd wordt; mensen zijn altijd in staat geweest om relaties op te zetten tussen fenomenen die ogenschijnljk niet bestaan in een Newtoniaans wereldbeeld. Men ‘fabriceert’ verbanden en betekenis, en zo interpreteren we de wereld om ons heen, UFO’s zijn een voorbeeld hoe we onze realiteit interpreteren. De verbeelding neemt een enorme loop, en zo ging het ook met deze materie, er werd naar hartelust geïnterpreteerd en gespeculeerd. Het publiek moest, zonder toegang tot geheime dossiers, wel zijn toevlucht nemen tot eigen interpretatie. Hieruit ontsproten revelaties als de ‘hybride alien-mens‘, holografische projecties en implantaten door aliens gezet, enz. Echter, en ik citeer: “Basically speaking, a UFO is nothing more than a machine that appears and disappears according lo laws an motivations that are unknown to us; a sekret machine.” Dit alles stond solide onderzoek naar ‘het fenomeen’ in de weg.

Mentale deformatiestoornissen ‘DSM’s’ oorzaak UAP’s?
Kortom, in het vrij westen waar geloofsvrijheid heerste, de associatie van aliens met demonen vrij spel had, en de gespannen politieke situatie ’s werelds machtigste natie verdeelde, vielen de UAP/alien ervaringen aan speculatie ten prooi. Met de expansie van lucht- en ruimtevaart verkreeg destijds het luchtruim de hoogste prioriteit, en ‘UFO’ adepten kon men in dit verband niet gebruiken. Een oplossing in dit gecreëerd vacuüm waarin en ik citeer: “Civilian authorities realize, however, that personal experience can be in conflict with – or entirely opposed to- what the state considers ‘reality”, werd gezocht in de psychologie. Naast psycho-analyse, zou men nu ook de mentale gesteldheid gaan meten. Psychologisch onderzoek o.a. in de vorm van ‘DSM-1’ (diagnostic and statistical manual of mental disorders, geïnstigeerd niet vanuit de wetenschap maar vanuit defensie, DoD) moest UFO-ervaringen in harmonie brengen met de ‘sactioned reality of science and state’. Het is het leger dat de wetenschap inzet of iets wel of niet tot de geaccepteerde realiteit behoort. Officieel luidde het devies dat DSM-experimenten noodzakelijk was soldaten voor dienstontwijking te weerhouden. De experimenten namen in de loop van de tijd steeds extremere vormen aan, zie o.a. het MK-Ultra project. Deze DSM-1 werd ingezet voor mind-control, de beheersing van de massa m.b.v. een geaccepteerde vorm van wetenschap. M.b.v. dit objectieve meten van iemands ‘sanity’ konden de UAP/alien verschijningen rustig naar het rijk der fabelen gewezen worden, en personen ‘behept’ met deze ervaringen in de DSM-1 hoek stoppen. Echter de UAP-meldingen bleven binnenstromen, ‘het fenomeen’ rammelt harder aan de kaders van het wetenschappelijk-sociaal geaccepteerde, dan dat de psychologie ze teniet kan doen. De bak met DSM-1 zaken bleek over te lopen, compleet gezonde personen lijden niet collectief aan mentale deformatiestoornissen. Men schoof deze problematiek voor zich uit, en ik citeer: “This relinquishing (afstand doen van) of authority on behalf of trusted instituions may serve a short-term goal, but in the long term it has eroded public confidence in the abilityof the state or its component parts to inform, protest, and defend them” Dit alles zou uiteindelijk de opmaat betekenen voor officieel onderzoek in de vorm van AATIP.

Felix Ziegel, USSR, astronoom, ufo-onderzoeker credits; wikimedia

Nationale veiligheid is breekpunt, leidt o.a. tot AATIP, UAP’s in de Sovjet-Unie
Konden individuen met persoonlijke UAP/alienervaringen die botsten met de ‘gesanctioneerde realiteit’ nog met een ‘DSM-1’ kluitje in het riet gestuurd worden, het DoD had wel degelijk zelf een levensgroot probleem aangaande de UAP-meldingen. De opbloei van lucht- en ruimtevaart moest de veiligheid van het luchtruim waarborgen. En in het kielzog hiervan die van nucleaire wapens en installaties. Ruim voor AATIP geinitieerd werd, werd er reeds uitgebreid gerapporteerd over uitval van deze installaties n.a.v. UAP’s, zowel in de VS als in USSR. De angst die burgers ervaarden n.a.v. UAP/alien(contact) ervaringen was één ding, maar (lucht)defensie was andere koek, en zo ik citeer: “Yes, this is a dangerous phenomenon with the capability of instigating global nuclear concflict. We have to begin a serious study with goal of protecting citizens.” Dit bleek een opmaat naar toekomstig officieel onderzoek van overheidswege, AATIP.  Het is interessant, aldus de auteurs, een vergelijk te maken tussen wat in die tijd als ‘het vrije westen’ bekend stond en de communistisch geleide regimes i.v.m. ‘het fenomeen’. In het westen werd naast de psychologische verklaringen (DSM) ook nog de invloed van religie gevoeld, deels leidde dit bijgeloof en, resulterend in hoon en spot fungeerde dit a.h.w. als censuur richting de slachtoffers van aliencontact. Het was juist in de communistische regimes, waar de antireligieuze wind doorheen waaide, dat UFO/alien-fenomenen ver van  bijgeloof afbleef. En waar alles m.b.t. dit thema in het westen grotendeels het ‘gek’ of ‘bijgeloof’- stempel opgedrukt kreeg, kreeg dat in de USSR geen kans. De tweedeling in dit land m.b.t. dit thema schepte duideljkheid, de Sovjets rapporteerden of natuurlijke fenomenen of raketcomponenten. De overige, onopgeloste 10% werd onder het kopje ‘paranormale fenomenen’ ingedeeld. Het was juist de Sovjet-Unie, die niet geassocieerd wilde worden met het door Amerikaanse defensie bedachte ‘UFO’, die de benaming ‘paranormaal fenomeen’ bedacht. Hierdoor gaf de USSR ruimte dit thema binnen het veld van de ‘rejected knowledge’ te plaatsen, en bleef ver van bijgeloof. Door deze methodische aanpak ging de Sovjet-Unie zo mogelijk nog een stap verder en exploreerde de communicatiemogelijkheden met ‘aliens’, ik citeer: “In fact the presence of UFO’s over Soviet military bases became so well known and to an extent predictable, that methods were developed by the Soviet military to determine whether communication with these objects was possible,” en verder: “So to insist that the Phenomenon is a culturally conditioned hoax is to ignore the evidence,” en “the interpretation of the Phenomenon may very well be the result of prevailing cultural attitudes but the Phenomenon does exist and does challenge the resoucrces of goverments both capitalist and communist.”

Aliens als projectie mensbeeld of autonome wezens?
Het boek stelt dat de problematiek rondom ‘het fenomeen’ deels een gevolg is van de rigide driedeling van Allen Hynek. Deze indeling volstaat niet, en ontaardt veelal in het direct linken van een UFO met ‘little green/gray men’. We projecteren een mens/machine beeld, een eigenbeeld op een mysterieus fenomeen dat mogelijk absoluut niets van doen heeft met hoe en wat wij zelf onder machines verstaan.  We zien ‘ze’ omdat we ‘ze’ wel moeten zien, een UFO als een bewust gecontroleerde machine. We creëeren zo de alien als een ‘liminal figuur‘, opdat onze onze geest zich rond het feit kan werpen dat er een fenomeen bestaat waarvoor geen andere rationele verklaring bestaat, ‘het fenomeen’ wordt geantropomorfiseerd. Stel, aldus het boek, dat we het nu eens omdraaien. Dat, in het licht van het creationisme bezien, – een god die mensen naar zijn evenbeeld ‘maakt’ – het ‘mensenras’ inderdaad eens voor als een machine project voor aliens, behept met micro niveau communicatie (de persoonlijke aliencontact-ervaringen gaan vaak gepaard met communicatie in beelden). En bij deze ervaringen is ook dominant de beschrijving dat aliens deze mensmachine als marionet, als simulacra van autonome wezens, die gefikst moeten worden beziet. De mens als ‘golem‘? (In de Joodse Golem-legende, is dit een creatie met een implantaat voor bescherming). Het is dan omgekeerd, de aliens zijn de ‘actual autonomous beings’? Zij bezitten superieuze eigenschappen en technologie en wij zijn de ‘golems’. De rol van implantaten gaat next-level’,  i.p.v. een trackmechanisme zou het een ‘activitatie van een menswezen’ of ‘controlesysteem’ kunnen zijn. Het waren de gedragswetenschapper John Lilly die reeds in de jaren ’60 bij dieren met ‘remote control’ implantaten experimenteerde en de astronoom en UFO-onderzoeker Jacque Vallée die UFO/aliencontact reeds als een multidisciplinair controlesysteem definieerde. O.a. de CIA experimenteerde tot in extremis met deze materie, van het wissen van geheugen, implantaten, hypnose, drugs (MK-Ultra) i.v.m. UAP/aliencontactproblematiek. De hamvraag, aldus het boek, waar komt al deze kennis vandaan? Is het door de mens opgedane kennis of is het kennis die voortkomt uit contact met ‘het fenomeen’? Kortom, draaide dit alles om ‘reverse engineering’ van alienmateriaal? Was er bij de CIA e.a. slechts sprake van inspiratie door verhalen over alienhybrides enz. of zou de CIA reden gehad hebben deze materie te geloven?

Allen Hynek (l) en collega astronoom en UFO deskundige Jacques Vallee credits; wikipedia

Ray Kurzweil, UAP als manifestatie voor de mens zich te prepareren voor transhumane staat?
Hoe dan ook, of wij ‘geknutselde’ bewustzijnsmachines zijn of geëevolueerde, hier of vanuit elders, biologische entiteiten, we leven inmiddels in een tijdperk waarin meer dan ooit de mens als een ‘machine’ beschouwd wordt waarin je tot op microniveau aan kunt knutselen, om het oneerbiedig uit te drukken. Google Engineering-hoofd, futuroloog en schrijver Ray Kurzweil heeft in de afgelopen jaren bijvoorbeeld breed zijn licht laten schijnen over de mogelijkheden die het component DNA biedt in o.a. de medische wereld. Het is niet dat Kurzweil ooit verwees naar alien implantaten maar dit ‘geknutsel’ aan het DNA, en al de eerdere mind-control projecten, lijken een signaal, en aldus het boek, is het alsof alle wereldwijd talrijke UAP/aliencontact ervaringen neergelegd in de verklaringen, hun licht vooruitwierpen op wat komen gaat, ik citeer: “Instead, one could make the argument that the abductee phenomenon was a visceral manifestion of those same programs, a bleed-through of the secret projects into the fears of the general population.” En vervolgt: “This juxtapostion of emotions is evidence of the type of ‘high strangeness’ that accompanies the Phenomenon, as if human beings are being made to experience a kind of psychological state for which there is no known precedent.”  Is technologie verlichting of de grootst mogelijke spirituele beproeving? En brengt het de mens aan de vooravond van een mentale staat die ongekend is, al dan niet geactiveerd door ‘het fenomeen’? Een fenomeen dat alle familiaire, emotionele gemoedstoestanden overstijgt, maar dat een eigen ruimte en regels creëert.

Cyborg, term bedacht door Nathan Kline, 1960 credits; wikimedia

Rebellie tegen de ‘goden’ die ons maakten
Of ‘het fenomeen’ al dan niet een manifestie is van alien bewustzijnmachines die contact zoeken via bepaalde uitgekozen personen, of anderzijds het resultaat is van CIA-technologie in de vorm van mind-control programma’s die op hun beurt mogelijk weer ‘afgekeken’ zouden kunnen zijn van alientechnologie, er zou, zo stelt ‘Man’, een revolte mogelijk moeten zijn tegen deze beproeving. Net zoals in de oudheid ook de mens het monster/God/? bevocht dat hem gecreëerd had, of in ieder geval ageerde tegen zijn scheppers, de pogingen waren tevergeefs. Maar in de toekomst, op het punt dat er nauwelijks meer onderscheid te maken is tussen een op een natuurlijk manier geëvolueerd wezen of een simulacra of cyborg, openbaart zich bij ons dan een soort superbewustzijn, is er sprake van een evolutie m.b.t. het bewustzijn en is onze vrije wil mogelijk een manifestie van deze rebellie? Het boek stelt en ik citeer: “We were asked to consider that some ethnicities might be carriers of specific genes that were resistant to alien manipulation and that genocide was an alien-inspired or alien-directed program to weed out any potential problems; obstacles to alien control lurking in the human gene pool as it had evolved on our planet.” Als voorbeelden draagt het boek de hybride erwtenplanten van Gregor Mendel aan en de ark van Noach, de meest gewenste exemplaren worden uitverkoren. Het boek betreedt zo het veld van de eugenetica en oppert, wat nu als er genen zijn bijvoorbeeld gelegen in ons junk-DNA die potentieel gevaarlijk voor aliens zouden zijn? M.a.w. wat als de mensheid (of een etniciteit) ‘alien anti-lichamen’ ontwikkelt die onkwetsbaar maken voor wat het ook is dat ‘het fenomeen’ voor ons in petto heeft, een voorbeeld is een ‘alienhybride’ programma. En verder, zou ‘het fenomeen’ reeds maatregelen hebben genomen om te voorkomen dat de mens zich hier meer en meer bewust van wordt. Een maatregel, zo speculeert het boek, die een mechanisme of kracht dat leidt tot een voor de mens soort ‘superbewustzijn’ van deze aanwezigheid, ontregelt. En het boek gaat dan next-level, en stelt dat polarisatie op aarde tussen mensen een opzet is van dit programma dat ‘het fenomeen’ voor ons uitgerold heeft. Alles hoogst speculatief, echter, dienen deze geopperde vraagstukken, zo bendrukt het boek, als aanzet voor verdere studie en multidisciplinair onderzoek.

Alienation
Dit alles heeft tot gevolg aldus het boek dat zich een mogelijke verklaring aandient, dat van de mens als slaaf, al sinds mensenheugenis waren verhalen rond dat de mens gecreëerd is om als slaaf van zijn schepper te dienen. In het boek wordt gesteld dat de mens, op welke manier dan ook hier op aarde terecht gekomen, we een transitie, een overgang hebben doorgemaakt van een stadium waarin we ooit als samenwerken wezens met de ons omringende natuur een eenheid vormden, we zelf scheppers werden, hierbij werd het heersen over de planeet het devies. De wetenschap en technologie gaf ons de middelen daarvoor. En overkomt ons, eender als het Adam en Eva verging, die van gasten in het paradijs, waar ze alles konden nemen behalve één ding, hiervoor gegestraft werden. Dit verklaart volgens het boek het gevoel van ‘vervreemding’, een fundamenteel sentiment, de mens is een ‘gevangene van de realiteit’. Organisch leven mag dan floreren op deze planeet, echter er zijn onnoemelijk veel aspecten aan het leven, geweld, honger, enz. die in veler ogen tot niets dient. De mens lijkt, ook al evolueerde het net als al het andere leven vanuit de Big Bang naar onze huidige staat, een anomalie van de natuur, en leidt aan een psychische conditie van ‘vervreemding’, en stelt: “Our alienation from our surroundings is not the result of our contrary nature as human beings; it is due to something far more profound.”  En mogelijk ligt dit in: “…some genetic memory that has been encoded and retained. Junk DNA perhaps; and like the stone the builders rejected, it may be the cornerstone of our particular temple.”

DNA en ‘directed panspermia’, superbewustzijn
De evolutietheorie van Darwin is in de wetenschap een feitelijk gegeven, er zijn nog enkele missing links betreffende mutaties, speciatie, echter de theorie staat als een huis. Het creationisme leeft bij een steeds kleinere groep en het ‘Intelligent Design’-theorie wordt momenteel verkend. Het was geneticus en nobelprijswinnaar Francis Crick (1916-2004), die, in het bezit van een zeer respectabelel palmares, het zich kon permitteren flink ‘out-of-the-box’ te denken. Het was Crick die stelde dat het leven op aarde mogelijk niet spontaan geëvolueerd was maar met opzet gezaaid, het was de theorie van de ‘directed panspermia’ die Crick opperde. Met collega-geneticus Leslie Orgel onderzocht hij jarenlang hoe een handvol aminozuren leven kon creëeren en in het kielzog hiervan wat de rol van bewustzijn in dit proces was. Zij stelden dat, gezien het uniforme en gestructueerde model van het DNA-molecuul, dat dit molecuul wel ontworpen moest zijn. Het DNA dat het mogelijk maakte dat het leven evolueerde van meer eenvoudige vormen naar zeer complexe vormen noopte Crick ook te bedenken dat ons bewustzijn, net als ons fysiek mogelijk meebeweegt in de evolutie, naar een superbewustzijn. En, zo vroeg Crick zich af, zijn de ‘ontwerpers van DNA’ in het bezit van identiek DNA. De jacht op bewijzen voor deze vorm van panspermie was geopend, maar is nog niet opgehelderd. Support verkreeg de theorie van enkele Russische mathematici die verder zochten in het DNA-molecuul en meer ontdekten over de structuur, ze ontdekten onder meer de zogenoemde start- en stopcodons. Crick concludeerde, ook al is er geen sluitend bewijs, dat de genetische code niet willekeurig geëvolueerd kan zijn.

Lichtzeilsonde Credits; Breakthrough Initiatives

Aliens en ‘ons’ DNA
In het licht bezien dat talloze personen met UAP/aliencontact ervaringen de aliens beschrijven als empathieloze, robotachtige wezens die ogenschijnlijk geen interesse hebben in onze gevoelens maar direct naar het lichaam gaan om te onderzoeken, lijkt dit een soort naadloos te passen in de gedachte die het boek oppert dat aliens parasieten zouden zijn en in de Crick’s panspermie theorie. Wat nu, zo stelt dit deel tenslotte, als, en ik citeer; “What if ‘the Others’ own genetic evolution has reached some kind of end stage?” Is er mogelijk sprake van een aliencultuur die aan inteelt lijdt, m.a.w. zien ze zich gedwongen hun DNA een ‘reset’ te moeten bewerkstelligen, aangezien ‘ze’ zelf op een evolutionair dood spoor zitten. Het zijn slechts speculaties, stof tot nieuwe studies, een platform voor verder ondezoek, echter, zo stellen de auteurs, inmiddels staat de mens, al dan niet behept ‘alien’ of natuurlijk geëvolueerd DNA, op het punt met behulp van geavanceerde technieken als CRISPR, zwermen robotsondes naar andere stersystemen (Breakthrough Starshot), zelf ons DNA dieper dan ooit te onderzoeken, te bewerken en dieper dan ooit de ruimte in te brengen. Zijn we originele verspreiders of verspreiden we slechts opnieuw deze fascinerende, ingenieuze bouwstenen van leven, terug naar waar het vandaan komt? In deel 2 behandel ik het UAP/alienfenomeen gerelateerd aan de de thema’s ‘Consciousness’ en Human-Machine Symbiosis’, met als titel ‘Gray’s anatomie of cyborg?’. Bron: Sekret Machines: Gods, Man, War

Even SpaceX’ Mechazilla in beeld gebracht

Credit: SpaceX.

We zijn al onder de indruk van de zachte landingen van de eerste trap van de Falcon 9 raket, welke het mogelijk maken om de raket meerdere keren te gebruiken. Maar het kan allemaal nog beter, sneller en efficiënter, zo liet SpaceX-baas Elon Musk in januari dit jaar weten. Want met de zogeheten Mechazilla zou de tijd om gelande raketten gereed te maken voor een volgende lancering sterk worden ingekort. Het idee er achter is dat toekomstige Super Heavy boosters en Starships door de lanceertoren worden ‘gevangen’, zodat die raketten niet meer hoeven te worden voorzien van een uitgebreid landingsgestel. Hieronder een video van hoe zo’n Mechazilla zou werken.

De animatie is gemaakt door Erc X en in antwoord op de animatie zei Musk op Twitter:

“We’re going to try to catch the Super Heavy Booster with the launch tower arm, using the grid fins to take the load… Saves mass & cost of legs & enables immediate repositioning of on to launch mount—ready to refly in under an hour.”

Yep, binnen één uur weer gereed voor een volgende vlucht! Indrukwekkend hoor. Bron: Phys.org.

‘Hyceaanse’ planeten – hete oceaanwerelden met waterstofrijke atmosferen – kunnen de speurtocht naar buitenaards leven bespoedigen

Impressie van een hyceaanse planeet. Credit: Amanda Smith

Jawel, een nieuwe naam die wordt geïntroduceerd in de sterrenkunde: hyceaanse planeten. Het staat voor een nieuwe klasse van exoplaneten, die geïdentificeerd is door een team van sterrenkundigen onder leiding van Nikku Madhusudhan (Cambridge’s Institute of Astronomy). Het staat voor leefbare hete oceaanwerelden met waterstofrijke (H2) atmosferen, die volgens de onderzoekers wel eens vaker kunnen voorkomen in de Melkweg dan de ‘gewone’ aardachtige planeten. Het gaat om leefbare planeten, dus ze zijn qua massa, temperatuur, omvang en atmosferische omstandigheden geschikt om leven te herbergen. Dat maakt het volgens de onderzoekers goed mogelijk dat we al binnen twee tot drie jaar biosignaturen van leven op dergelijke planeten kunnen detecteren, zoals ze schrijven in dit artikel, dat gepubliceerd is in The Astrophysical Journal. Veel van de kandidaat-hyceaanse planeten die gevonden zijn die zijn groter en heter dan de aarde. Maar dat maakt ze niet minder aantrekkelijk om gastheer te zijn van oceanen met microbacterieel leven, zoals we dat ook op aarde aantreffen bij de zogeheten extremofielen, organismen die bij extreme omstandigheden kunnen leven. De hyceaanse planeten hebben een groter temperatuurbereik waarbij leven nog mogelijk is, dus hun leefbare zone (de zogeheten Goudlokjezone) is groter dan die van aardachtige planeten.

Impressie van de planeet K2-18b. Credit: ESA/Hubble, M. Kornmesser

Er zijn momenteel 4833 exoplaneten ontdekt en de meeste daarvan zijn planeten met afmetingen tussen die van de aarde en Neptunus, de zogeheten super-aardes en mini-neptunussen. De meeste van die mini-Neptunussen zijn groter dan 1,6 keer de diameter van de aarde en er werd altijd van gedacht dat de druk in de atmosfeer van deze planeten te groot was om leven te kunnen herbergen. Maar onderzoek van één zo’n mini-Neptunus – K2-18b om precies te zijn – door het team van Madhusudhan laat zien dat zo’n planeet wel degelijk leven kan herbergen. Naar aanleiding daarvan ging men uitzoeken onder welke condities planeten leven kunnen herbergen en dat leidde tot de identificatie van deze nieuwe klasse van exoplaneten, die veel oceanen bevatten en een waterstofrijke atmosfeer. Ze kunnen tot 2,6 keer zo groot als de aarde zijn en het kan er 200 °C worden. Het zijn die oceanen die leven zouden kunnen bevatten. Met toekomstige telescopen zoals de James Webb Space Telescope (JWST), die eind dit jaar wordt gelanceerd, hopen ze een begin te kunnen maken met de speurtocht naar de biosignaturen bij de hyceaanse planeten, om te beginnen bij K2-18b. Alle kandidaat-hyceaanse planeten die ze met de JWST willen onderzoeken draaien om rode dwergsterren en liggen tussen 35 en 150 lichtjaar van ons vandaan. Bron: Universiteit van Cambridge.

Bron ritmische snelle radioflits brandschoon en niet gehinderd door dubbelster

Een Nederlands team van astronomen heeft ontdekt dat het herhalende patroon in de kosmische radioflitser FRB20180916B niet wordt veroorzaakt door de krachtige sterrenwind van een begeleidende ster, zoals eerder werd vermoed. De flitsen komen mogelijk van een zeer sterk gemagnetiseerde maar eenzame neutronenster, een zogeheten magnetar. De astronomen deden deze ontdekking binnen een unieke combinatie van waarnemingen met twee van de grootste radiotelescopen ter wereld: LOFAR en Westerbork.

De Westerborktelescoop (links) nam een ritmische snelle radioflits als eerste waar, aan de blauwe, korte-golf radiohemel. Pas veel later zond de bron rode, lange-golfflitsen uit. De LOFAR-telescoop (rechts) heeft zulke flitsen nu voor het eerst waargenomen. Het kleur-afhankelijke flitsgedrag betekent dat de bron niet periodiek door de wind van een begeleidende ster wordt verduisterd. (Credit: Joeri van Leeuwen)

Snelle radioflitsen (Fast Radio Bursts – FRB’s) behoren tot de heftigste uitbarstingen in het heelal, maar astronomen dachten tot nu toe dat ze door een elektronenmist werden verhuld. Uit de nieuwe waarnemingen blijken ze echter helder zichtbaar. Het resultaat verschijnt deze week in het tijdschrift Nature.

Het gebruik van ‘radiokleuren’ leidde tot de doorbraak. In zichtbaar licht zien we de verschillende golflengten als verschillende kleuren. Zo loopt de regenboog van blauw licht (kortere golflengte) naar rood licht (langere golflengte). Elektromagnetische straling waarvan de golflengte te kort of te lang is voor het menselijke oog, kan ook als licht worden omschreven. Sterrenkundigen noemen dit bijvoorbeeld ultraviolet licht, of radiolicht. Radiolicht bevindt zich voorbij de rode kant van de gewone regenboog. Binnen het radiolicht is blauwer licht (kortere golflengte) weer te onderscheiden van roder licht (langere golflengte). Radiogolven zijn een miljoen maal langer dan die in zichtbaar blauw en rood licht, maar in essentie zijn verschillende radiogolflengtes ook gewoon kleuren.

De onderzoekers bestudeerden de snelle radioflitser FRB20180916B op twee golflengtes tegelijk: één blauwer, en één veel roder. De radioflitsen zijn zeer energierijke fenomenen en duren slechts een duizendste van een seconde. De energie achter de flits moet immens zijn, maar sterrenkundigen snappen nog niet precies hun herkomst. Sommige FRB’s zenden meerdere flitsen uit, FRB20180916B zelfs met regelmaat. Sterrenkundigen vermoedden daarom dat de flitsen van dubbelsterren komen. Die draaien zeer regelmatig om elkaar heen, en kunnen elkaar met hun sterrenwind verduisteren. “De sterrenwind van de begeleider zou het meeste blauwe, korte-golf-radiolicht moeten doorlaten, maar het rode, lange-golf-radiolicht niet,” zegt eerste auteur Inés Pastor-Marazuela (Universiteit van Amsterdam en ASTRON).

Sterrenkundigen dachten dat een dichte elektronmist snelle radioflitsen verduisterde. Waarnemingen met LOFAR (rechts) en Westerbork (links) hebben dit nu ontkracht. Nu hun omgeving brandschoon blijkt, zijn de flitsers nog betrouwbaardere bakens in het heelal (Credit: Joeri van Leeuwen).

Om dat idee te testen, combineerden de astronomen de LOFAR-telescoop met de vernieuwde Westerbork-telescoop. Zo konden ze FRB20180916B tegelijkertijd in twee radiokleuren waarnemen. Westerbork onderzocht de blauwere golflengte van 21 centimeter; LOFAR keek naar de veel rodere golflengte van 3 meter. De telescopen maakten elk een hogesnelheidsfilm van de bron, met duizenden beelden per seconde. Een zelflerende supercomputer doorzocht de beelden direct en continue. “Toen we de twee kleuren vergeleken, wachtte ons een grote verrassing,” zegt Pastor-Marazuela. “Uit de gangbare sterrenwindmodellen voor FRB’s zou je namelijk verwachten alleen, of in ieder geval vooral, blauwere flitsen te zien. Maar wat we vonden was twee dagen vol blauwere radioflitsen, gevolgd door drie dagen met rodere. De eerdere modellen kunnen dus niet kloppen, er is iets anders aan de hand.”

Dit was de eerste keer dat astronomen een snelle radioflits zagen met LOFAR. Op golflengtes langer dan 1 meter waren ze nooit eerder waargenomen. “We proberen al meer dan 10 jaar FRB’s te ontdekken met LOFAR. We hadden al onvoorstelbaar veel data doorzocht. Tot nu toe zonder resultaat. Ik had het al bijna opgegeven,” zegt coauteur Sander ter Veen (ASTRON).

De detectie is belangrijk omdat het betekent dat het rodere, lange-golf-radiolicht toch kan ontsnappen uit de directe omgeving van de felle bron. “Sommige FRB’s blijken dus kraakhelder zichtbaar, ongehinderd door eventuele elektronenmist in hun sterrenstelsel. Dat is heel interessant”, zegt coauteur Liam Connor (UvA/ASTRON), “omdat we FRB’s daardoor kunnen gebruiken als bakens om de atomen in het heelal in kaart te brengen. Een groot deel van die materie lijkt namelijk kwijt.”

De LOFAR radiostations in West-Europa. Credit: ASTRON.

De twee Nederlandse radiotelescopen speelden een sleutelrol in de ontdekkingen. LOFAR is een lange-golf-radiotelescoop die verspreid is over heel Europa, met Drenthe als centrum. De schotels bij Westerbork zijn recent vernieuwd met de (kortere golf) Apertif-ontvangers, radio-hogesnelheidscamera’s. Daarmee is ook de Westerbork-telescoop weer wereldwijd toonaangevend. De doorbraak kwam toen het team de twee direct op elkaar aansloot, en als één liet samenwerken.

Onderzoeksleider Dr. Joeri van Leeuwen (ASTRON/UvA): “We hebben eerst een zelflerende supercomputer voor Westerbork gebouwd. Die fungeert als de visuele hersenen en kan de flitsen razendsnel herkennen. Bij iedere korte-golf-FRB seinde Westerbork volautomatisch LOFAR in, maar LOFAR zag niks. Eerst verdachten we de voorspelde mist rond de FRB-bron ervan die rodere, lange-golf-flitsen tegen te houden – maar tot onze verbazing verschenen de rodere flitsen alsnog, toen de blauwere al gestopt waren. Meteen was duidelijk dat de dubbelsterwind-modellen niet zomaar konden kloppen. De snelle radioflitsen ontsnappen ongehinderd, en worden waarschijnlijk uitgezonden door magnetars.”

Zulke magnetars zijn neutronsterren met een dichtheid vele malen hoger dan lood, en zijn ook gigantisch sterk gemagnetiseerd. “Een eenzame, langzaam draaiende magnetar verklaart het nieuw ontdekte gedrag het beste,” zegt Pastor-Marazuela. “Het voelt alsof je een detective bent die dicht bij de ontknoping is – onze waarnemingen laten nog maar weinig modellen voor FRB’s over.” Bron: Astronomie.nl.

Interstellaire kometen zoals Borisov zijn wellicht helemaal niet zo zeldzaam

Komeet Borisov. Credit: NASA, ESA and D. Jewitt (UCLA)

In 2019 werd 2I/Borisov ontdekt, na 1I/2017 U1 (‘Oumuamua) het tweede interstellaire object dat van buiten het zonnestelsel ons zonnestelsel was binnengevlogen. Van Oumuamua weten we nog steeds niet exact wat het voor een object was, maar van Borisov is wel bekend dat het om een komeet gaat, een interstellaire komeet dus, eentje die met een snelheid van 177.000 km/u door ons zonnestelsel raast. Als de enige interstellaire komeet in twee jaar zou je denken dat ze zeldzaam zijn. Maar een recent onderzoek door Amir Siraj en Avi Loeb (Center for Astrophysics | Harvard & Smithsonian) laat zien dat ze mogelijk in veel grotere getale het zonnestelsel doorkruisen. Volgens dit tweetal (dat we met allerlei gewaagde ideeën vaker op de Astroblogs zijn tegengekomen) zitten er in de Oortwolk aan de verre rand van het zonnestelsel mogelijk meer interstellaire komeetkernen dan ‘inheemse’ komeetkernen. De berekeningen baseren ze enkel op de baan van komeet Borisov, dus er zitten heel wat onzekerheden in de uitkomsten, maar zelfs met die onzekerheden rekening gehouden denken ze dat er nog steeds meer kometen van buiten in de Oortwolk zitten dan eigen kometen. Probleem is dat die ijskoude komeetkernen in de Oortwolk – welke pakweg 300 miljard tot 160 biljoen km van de zon verwijderd is – niet te zien zijn omdat ze zo ver weg staan en weinig licht geven. Wellicht dat er dichter bij de zon kometen én ook planetoïden zijn, waarvan we dachten dat ze tot ons eigen zonnestelsel behoren, maar die in werkelijkheid interstellaire zijn. Die hebben we dan tot nu toe gewoon niet als zodanig herkend. Met toekomstige telescopen zoals het Vera C. Rubin Observatorium (te lanceren ergens in 2022) en de Transneptunian Automated Occultation Survey (TAOS II, mogelijk dit jaar al actief) hoopt men meer interstellaire objecten te kunnen identificeren. Hier het vakartikel van Siraj en Loeb, verschenen in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society: Letters (2021). Bron: Phys.org.

Unieke detector heeft mogelijk twee zwaartekrachtgolven gedetecteerd van… donkere materie

Onderdelen van de ‘ bulk acoustic wave resonator’. Credit: Universiteit van West Australié.

Door 153 dagen achtereen te meten met een unieke detector die kwarts gebruikt om zwaartekrachtgolven te meten hebben onderzoekers van het ARC Centre of Excellence for Dark Matter Particle Physics (CDM) en van de Universiteit van West Australië in 2019 twee gebeurtenissen gezien die mogelijk zwaartekrachtgolven zijn, die nooit eerder zijn gedetecteerd. Het gaat om zwaartekrachtgolven met een hoge frekwentie en die zouden geproduceerd kúnnen zijn door primordiale zwarte gaten – dat zijn zwarte gaten die ontstaan zijn tijdens de oerknal 13,8 miljard jaar geleden – of door wolken van donkere materie. De resultaten van die eerste onderzoeksfase gedaan met de ‘Bulk Acoustic Wave High Frequency Gravitational Wave Antenna‘ zijn deze maand in Physical Review Letters in dit vakartikel verschenen.

Zwaartekrachtgolven werden voor het eerst in 2015 gedetecteerd en wel met de LIGO en later met de Virgo-detectoren. Maar die golven en ook de latere gedetecteerde golven waren lage frekwentie-golven, die veroorzaakt werden doordat zwarte gaten (of in een enkel geval neutronensterren) tegen elkaar botsten. Maar de ‘bulk acoustic wave resonator‘ (BAW), die gebruik maakt van een kwartskristal, kan ook hoge frekwentiegolven detecteren, die door andere bronnen worden geproduceerd, zoals de genoemde oer-zwarte gaten en wolken van donkere materie. Trillingen in de ruimte die de BAW passeren worden versterkt door een zogeheten superconducting quantum interference device (SQUID) [1]Ik had het in 2009 al een keertje over die SQUID’s. en die maakt het mogelijk om zeer minimale rimpels in de ruimte te detecteren. Men gaat nu verder onderzoeken of het echt zwaartekrachtgolven zijn die zijn waargenomen, want in theorie zou het ook om iets anders kunnen gaan, zoals trillingen veroorzaakt door een passerende meteoor of door de aanwezigheid van geladen deeltjes. Bron: Phys.org.

References[+]

References
1 Ik had het in 2009 al een keertje over die SQUID’s.