De Grote Rode Vlek op Jupiter roteert steeds sneller, zo laat Hubble zien

credit: NASA, ESA, M. H. Wong (UC Berkeley).

De beroemde Grote Rode Vlek is een enorm stormsysteem op Jupiter dat al eeuwen vanaf aarde te zien is. Waarnemingen van de storm met de Hubble ruimtetelescoop laten zien dat de buitenste ‘baan’ van winden sneller gaat dan de binnenste baan en ook dat die snelheden tussen 2009 en 2020 met 8% zijn toegenomen. De Grote Rode Vlek draait tegen de wijzers van de klok (hij is anticyclonaal zoals dat heet) en de windsnelheden kunnen tot meer 640 km/u reiken. Met de hoge resolutie van Hubble kunnen details in de Grote Rode Vlek worden gezien die 170 km groot zijn en het is dankzij die details dat men de snelheden in de gaten kan houden. Niet bekend is of het ook dieper in de atmosfeer van Jupiter harder is gaan waaien. Ook is de oorzaak van de toename van de windsnelheid niet duidelijk. Wel is afgelopen decennium gezien dat de storm steeds kleiner wordt en in plaats van ovaal ook steeds meer cirkelvormig. Momenteel is ‘ie 16.000 km in diameter, hetgeen betekent dat de aarde er met gemak inpast. Hier het vakartikel over het onderzoek aan de windsnelheden in de Grote Rode Vlek.

Bron: ESA Hubble.

Marsonderzoek komende weken even op een laag pitje

Credit: NASA/JPL-Caltech

De Sterrengids 2021 voor de maand oktober zegt het al: de planeet Mars is dan niet zichtbaar. De reden is dat Mars dan gezien vanaf de aarde achter de zon staat, iets dat iedere twee jaar plaatsvind (een zogeheten conjunctie van zon en Mars). De NASA heeft om die reden besloten om tussen 2 en 16 oktober het onderzoek van diverse missies op Mars op een laag pitje te zetten. Dat betreft dit rijtje met missies die momenteel gaande zijn:

  • Perseverance rover en Ingenuity Mars Helicopter
  • InSight lander
  • Odyssey orbiter
  • MAVEN orbiter
  • Curiosity rover
  • Mars Reconnaissance Orbiter

(hierboven in de afbeelding allemaal te zien vabaf rechtsboven met de klok mee). Het komt eigenlijk door het hete geïoniseerde gas dat de zon uitstraalt dat Mars enkele weken niet ‘zichtbaar’ is. Door die gassen wordt het radioverkeer verstoord en dat zorgt er voor dat de vluchtleiding op aarde geen contact kan hebben met de missies op Mars. Zou men wel berichten uitzenden, dan zouden die mogelijk anders aan kunnen komen op Mars en voor gekke dingen gaan zorgen. Het betekent niet dat de zes missies komende tijd helemaal plat liggen. Ze hebben ‘huiswerk’ opgekregen, waar ze in die tijd mee aan de slag gaan, zoals Perseverance die het weer in de gaten houdt en die stofhozen probeert waar te nemen, Curiosity die straling gaat meten en InSight die Marsbevingen blijft registreren. Ehh… nu we het toch over Mars hebben, nog kort even drie berichten aangaande de Rode Planeet:

  • Onderzoekers van de Universiteit van Texas hebben aanwijzingen dat het oppervlakte van Mars voor een groot deel gevormd is door snelle en grote overstromingen vanuit volgelopen kraters. Op aarde zijn dat processen die wel miljoenen jaren kunnen duren, maar op Mars kon dat veel sneller gaan. Bron: Phys.org.
  • InSight, waar ik het hierboven ook al even over had, heeft op 18 september j.l., toen hij precies 1000 Marsdagen op de Rode Planeet was, de zwaarste beving tot nu toe geregistreerd. De sterkte van de beving was 4,2 en hij duurde maar liefst 90 minuten. Bron: Astronomy Now.
  • Onderzoek aan de Arabia Terra regio in het noorden van Mars heeft laten zien dat er daar in het verleden mogelijk meer dan duizend super-uitbarstingen van vulkanen hebben plaatsgevonden. Dat moet tussen 4 miljard en 500 miljoen jaar geleden zijn gebeurd. Bron: Phys.org.

Bron: NASA.

BepiColombo zal zaterdag 2 oktober z’n eerste scheervlucht langs Mercurius maken

Credit: ESA/ATG medialab

De BepiColombo missie van ESA en JAXA (de Europese resp. Japanse ruimtevaartorganisatie) zal komende zaterdagnacht z’n eerste scheervlucht maken langs Mercurius. Die planeet, de binnenste planeet van het zonnestelsel, is ook het doel van de missie, maar om in een stabiele baan te komen moeten er in totaal zes scheervluchten om de planeet heen worden gemaakt. Pas in 2025 zal de ruimteverkenner die uiteindelijke baan bereiken. Om 01.34 uur Nederlandse tijd (dus ’s nachts) zal BepiColombo zijn dichtste nadering tot Mercurius meemaken, waarbij hij tot een afstand van 200 km boven het oppervlak zal vliegen. Eerder dit jaar (in augustus) had BepiColombo een scheervlucht langs Venus, ook bedoeld om hem een gravitationele boost richting Mercurius te geven.

Credit: ESA

Tijdens de scheervlucht (Engels: flyby) zullen er met twee van de drie monitoring cameras (MCAM’s) foto’s worden gemaakt en zullen wetenschappelijke instrumenten worden gebruikt (zie de illustratie hieronder). De scheervlucht vindt plaats aan de nachtzijde van Mercurius, dus echt spectaculair zullen de foto’s niet worden, ook niet omdat de hoge resolutie-camera’s nog niet zullen werken. De bedoeling is dat er in totaal negen scheervluchten worden gemaakt om BepiColombo in z’n juiste baan te krijgen, eentje om de aarde heen (die al geweest is), twee om Venus heen (ook al geweest) en zes om Mercurius heen (zie de animatie hierboven wanneer dat allemaal was/is).

Credit: ESA.

De ruimteverkenner bestaat uit twee onderdelen, te weten de Mercury Planetary Orbiter van de ESA en de Mercury Magnetospheric Orbiter van de JAXA. Hieronder een video waarin je een korte impressie ziet van de scheervlucht komend weekend.

Bron: ESA.

Van het zwarte gat M87* tussen 2009 en 2017 is een video gemaakt

Het zwarte gat M87*. Credit: EHT Collaboration.

Sterrenkundigen zijn er in geslaagd om van losse foto’s een video te maken van M87* (alias Powehi), het superzware zwarte gat in het elliptische sterrenstelsel M87. Van dat zwarte gat werd met de Event Horizon Telescope in 2017 al een foto gemaakt, de allereerste foto van een zwart gat, welke april 2019 werd gepubliceerd. Het superzware zwarte gat M87*, dat zo’n 6,5 miljard keer zo zwaar als de zon is, is met de EHT vanaf 2009 waargenomen. Men heeft nu al die gegevens opnieuw geanalyseerd en met een wiskundig model bekeken. Dat heeft onderstaande video opgeleverd, waarin duidelijk te zien is welke veranderingen er vlakbij het zwarte gat plaatsvonden tussen 2009 en 2017. Voortdurend stroomt er materie naar het zwarte gat en dat zorgt ervoor dat het licht in die maalstroom continu verandert.

Klikken voor de animatie. Credit: Event Horizon Telescope Collaboration; gif compiled by Nature.

Op 23 september werd een vakartikel over de waarnemingen aan M87* gepubliceerd in the Astrophysical Journal. Bron: Meson Stars.

Kunnen astronomen de klimaatverandering beperken?

Credit: Tumisu/Pixabay.

Kunnen astronomen de klimaatverandering beperken? Daarover spraken Leids astronoom Leonard Burtscher en zijn collega’s op de jaarlijkse bijeenkomst van de European Astronomical Society. Voor het tweede jaar op rij was deze online. En volgens Burtscher moet dat vooral zo blijven. Tijdens een speciale sessie zette hij uiteen wat astronomen nog meer kunnen doen om het klimaatprobleem tegen te gaan. Een samenvatting is nu gepubliceerd in Nature Astronomy.

‘We kunnen moeilijk tegen het publiek en de politiek zeggen: “Er is geen Planeet B”, maar vervolgens wel op het vliegtuig springen voor de volgende internationale conferentie,’ aldus de auteurs. Samen met nog een aantal astronomen richtten zij in 2019 Astronomers for Planet Earth (A4E) op. Deze organisatie wil het vakgebied verduurzamen en helpt astronomen over de klimaatcrisis te communiceren. Dat doen ze bijvoorbeeld met behulp van workshops, conferenties en campagnes.

Begin bij jezelf, maar waar?

Om concrete stappen te kunnen zetten, berekende A4E de CO2-voetafdruk van verschillende astronomische entiteiten, zoals observatoria, instituten en conferenties. ‘Zo konden we de grootste boosdoeners eruit pikken,’ vertelt Burtscher. ‘Dat zijn elektriciteit, (intercontinentale) vluchten, nieuwe aankopen zoals computers, het verwarmen en koelen van gebouwen en bouwmaterialen.’ Verder zijn er regionale verschillen – het ene land wekt energie duurzamer op dan het ander – en verschillen per instituut – niet alle instituten zijn bijvoorbeeld goed bereikbaar per trein. Ook interessant: senior astronomen hebben een grotere voetafdruk dan beginnende astronomen. Dat komt omdat zij bijvoorbeeld vaker naar conferenties gaan.

De koolstofvoetafdruk van astronomisch onderzoek zoals bepaald voor het International Centre for Radio Astronomy Research (ICRAR) in Perth, Australië14 (linksboven), voor het Max Planck Institute for Astronomy (MPIA) in Heidelberg, Duitsland15 (rechtsboven), voor de jaarlijkse bijeenkomst van de European Astronomical Society (EAS) 2019 in Lyon, Frankrijk5 (linksonder), en voor de European Southern Observatory (ESO)13 (rechtsonder).

Dit kunnen astronomen zelf doen

Aan de hand van deze inventarisatie komt A4E met twee belangrijke manieren om uitstoot te verminderen:

  1. Overstappen op duurzame energie
  2. Minder vliegen

Burtscher: ‘We moeten af van elektriciteit die draait op fossiele brandstoffen. Zo kunnen instituten en universiteiten bijvoorbeeld hun eigen zonnepanelen aanschaffen. Daarnaast kunnen ze overstappen op een groene energieleverancier, om tekorten aan te vullen met stroom opgewekt uit wind en water.’

En daarnaast dus: minder vaak in het vliegtuig stappen. ‘Vluchten naar bijvoorbeeld conferenties zijn verantwoordelijk voor 25 tot 50 procent van de uitstoot van instituten,’ zegt Burtscher. Maar als je naar de andere kant van de wereld moet, pak je niet zo makkelijk de trein. ‘De laatste anderhalf jaar hebben we echter bewezen dat we elkaar ook kunnen ontmoeten zonder te vliegen,’ zeggen de auteurs. ‘Het is niet alleen beter voor het milieu, maar ook inclusiever, toegankelijker, eerlijker en veiliger.’ Toch begrijpen de auteurs ook dat ontmoetingen met internationale collega’s een groot pluspunt zijn van het vak. ‘We zullen een cultuurshift moeten maken. We moeten over van ‘face-to-face tenzij niet mogelijk’ naar ‘online tenzij echt noodzakelijk’. A4E wil proberen deze beweging te versnellen.

Overtuig ook het brede publiek

‘We moeten ons grote bereik gebruiken om mensen te waarschuwen voor de schade die we onze aarde toebrengen.’

Maar A4E wil nog een stapje verder gaan. ‘Hoe mooi zou het zijn als we de ernst en noodzaak van de klimaatcrisis ook duidelijk konden maken aan het publiek, de politiek en beleidsmakers?’, schrijven ze in Nature Astronomy. ‘Juist omdat het publiek zo geïnteresseerd is in het heelal, hebben we een groter bereik dan welk wetenschappelijk vakgebied dan ook. We zijn daarom verplicht dat bereik voor het goede te gebruiken. We moeten het publiek waarschuwen voor de schade die we onze aarde aandoen. We zijn geen klimaatwetenschappers, maar juist dat maakt ons standpunt neutraal, het publiek vertrouwt ons. Daarom moeten we onze stem gebruiken om op te roepen tot actie en klimaatwetenschappers te steunen.’

Terug naar een beter normaal

Volgens de auteurs moeten we de veranderingen die ons zijn opgedrongen door de corona-pandemie gebruiken om een nieuw en beter normaal te definiëren. ‘Een normaal dat ecologisch duurzaam, inclusief en eerlijk is.’ Daarbij is het belangrijk dat onderzoekers op alle carrièreniveaus en uit alle landen gelijke kansen krijgen en het eens worden op elk niveau: institutioneel, nationaal en internationaal. ‘We moeten de virtuele tools omarmen waarmee we online kunnen samenwerken, pleiten voor een rechtvaardige overgang naar duurzame energie en weigeren terug te keren naar onze verspillende praktijken uit het verleden. Wij zijn de discipline die het scherpst inziet dat er geen Planeet B bestaat: onze daden moeten met deze waarheid stroken.’

Publicatie

Burtscher, L., Dalgleish, H., Barret, D. et al. Forging a sustainable future for astronomy. Nat Astron 5, 857–860 (2021).

Bron: Leiden Observatory.

Kijk nou, het zonnestelsel gebouwd van Lego

Credit: Chris Orchard en Brent Waller

Ik heb het vaak gehad over astronomische dingen nagebouwd met Lego, zie dit lijstje. Maar een compleet zonnestelsel met planeten die keurig in de juiste periode om de Zon draaien heb ik nog nooit gezien. De bedenkers en bouwers van het Lego zonnestelsel zijn Chris Orchard en Brent Waller. Hun Clockwork Solar System telt maar liefst 3000 stukjes Lego en meet 52cm x 44 cm x 56 cm. Het is technisch een complex systeem, maar ook zeer nauwkeurig. De bouwers zeggen dat de beweging van de planeten voor 99,8% klopt. Ze deden er maar liefst 15 maanden over om het Lego zonnestelsel te bouwen. Orchard en Waller hebben hun product op het Lego IDEAS platform geplaatst. Dat betekent dat als ze daar meer dan 10.000 stemmen krijgen dat LEGO dan serieus gaat kijken of het een echt product gaat worden dat in de winkels komt te liggen. Op dit moment zijn er al ruim 8300 stemmen op het Lego zonnestelsel uitgebracht, dus ze kunnen onze stemmen ook nog wel gebruiken. In de tweet hieronder een video over het Lego-zonnestelsel.

Bron: Universe Today.

De uitbarsting van de Cumbre Vieja op La Palma gezien vanuit het ISS

Credit: NASA/JSC

De uitgebarsten vulkaan Cumbre Vieja op La Palma, één van de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan, is op 22 september gefotografeerd door één van de astronauten van expeditie-65 van het internationale ruimtestation ISS. De foto werd uit de losse hand geschoten en je ziet naast de Cumbre Vieja en flarden bewolking ook de lichten van twee steden ten noordwesten van de vulkaan, El Paso rechts en Los Llanos links (zie ook het Google maps kaartje hieronder). De laatste keer dat de Cumbre Vieja uitbarstte was in 1971. Inmiddels hebben meer dan 5000 mensen op La Palma hun huis moeten verlaten door de uitbarsting, die gezorgd heeft voor een stroom lava, die langzaam richting de oceaan stroomt.

Credit: Google Maps.

Bron: NASA Earth Observatory.

Nog even over die ‘gesmolten ring’

Credit: ESA/Hubble & NASA, S. Jha

December vorig jaar net na de Kerst had ik hier het bericht over GAL-CLUS-022058s, een sterrenstelsel mét zwaartekrachtlens gelegen in het zuidelijke sterrenbeeld Oven (Fornax), beter bekend onder z’n bijnaam, de gesmolten ring. De foto van dat sterrenstelsel is onlangs nader bestudeerd en dat heeft meer informatie opgeleverd over het ‘gelensde’ sterrenstelsel, gelegen achter GAL-CLUS-022058s, dat door de zwaartekrachtwerking als een verbogen, gesmolten ring te zien is. Die analyse heeft laten zien dat dat achterliggende stelsel maar liefst 9,4 miljard lichtjaar van ons verwijderd is (roodverschuiving z=1,47) Dat kon men vaststellen dankzij de moleculaire wolken in het gelensde stelsel, waarin nieuwe sterren worden geboren en waarvan men de roodverschuiving kon meten. Dankzij zo’n zwaartekrachtlens, waarvan het bestaan werd voorspeld door Albert Einstein op grond van z’n Algemene Relativiteitstheorie uit 1915, wordt niet alleen het licht van zo’n achterliggend sterrenstelsel verbogen, maar ook versterkt. De analyse van de foto heeft laten zien dat het beeld van het stelsel maar liefst twintig keer versterkt is. Dat heeft er voor gezorgd dat Hubble in dit geval net zo goed werk deed als mogelijk is met een 48 meter (!) telescoop vanaf de aarde. Hier het vakartikel over de nadere analyse van de foto van de gesmolten ring.

Bron: ESA/Hubble.

ALMA en Hubble zien zware sterrenstelsels in het vroege heelal met een lege ‘brandstoftank’

De cluster MACSJ 0138 met daarom heen zwaartekrachtlezen. In die lenzen is één van de zes onderzochte stelsels te zien, de rode stip. Credit: ALMA (ESO/NAOJ/NRAO)/S. Dagnello (NRAO), STScI, K. Whitaker et al

Ze worden in het Engels ‘quenched galaxies’ genoemd, sterrenstelsels die gestopt zijn met stervorming doordat ze niet beschikken over grote hoeveelheden koud waterstofgas, dé brandstof voor stervorming. Het vreemde is dat ze in het kader van het zogeheten REsolving QUIEscent Magnified galaxies at high redshift (REQUIEM) programma met de ALMA radiotelescoop in Chili én de Hubble ruimtetelescoop zes van die sterrenstelsels met een lege brandstoftank hebben ontdekt in het vroege heelal, zo’n drie miljard jaar na de oerknal. Dat is vreemd omdat je juist in dat vroege heelal heel veel brandstof verwacht, koud waterstofgas. Normaal gesproken zouden zelfs ALMA en Hubble de zes stelsels niet in detail hebben kunnen zien, maar dankzij de werking van tussen de aarde en de zes stelsels liggende clusters van sterrenstelsels die zorgden voor zwaartekrachtslenzen, kon men in de zes stelsels zien hoeveel de voorraad waterstof was. En die bleek er niet te zijn – de zes ‘dode’ sterrenstelsels hadden een lege brandstoftank.

Twee andere clusters van sterrenstelsels met in dhun zwaartekrachtlenzen enkele “quenched galaxies”. Credits: Image Processing: Joseph DePasquale (STScI)

Het kan zijn dat de stelsels geen toevoer meer hebben van ‘primordiaal’ waterstof, dat is waterstof uit de vroegste periode van het heelal. Maar wellicht dat superzware zwarte gaten in de centra van de stelsels verantwoordelijk zijn, doordat ze veel energie uitstralen en er voor zorgen dat het waterstof te heet is om sterren te vormen (juist koud waterstofgas is dé brandstof voor stervorming). Dat zorgt er dus voor de de brandstoftank met koude waterstof leeg blijft. De vraag is wel hoe het komt dat de stelsels in de eerste miljard jaar van hun bestaan pakweg 100 miljard sterren konden vormen en dat die stervorming plotseling stokte. En waarom bij hun wel en bij andere stelsels niet? Toekomstig onderzoek moet daar antwoord op geven. In Nature werd er een vakartikel aan gewijd. Bron: NASA + NRAO.

In stof gehulde sterrenstelsels uit de tijd van de kosmische dageraad ontmaskerd

 Artist’s impression van een van de nieuw ontdekte diep in het stop verborgen sterrenstelsels. Credit: ALMA (ESO/NAOJ/NRAO), NASA/ESA Hubble Space Telescope.

Astronomen hebben bij toeval twee in dik stof verscholen sterrenstelsels ontdekt die zijn ontstaan in de tijd dat het heelal nog maar 5% van zijn huidige leeftijd had. Het internationale team, met een aantal Leidse astronomen, onderzocht de gegevens van jonge, verre sterrenstelsels die met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) zijn waargenomen. Ze zagen onverwachte emissies uit schijnbaar lege gebieden in de ruimte. Nader onderzoek bevestigde dat deze afkomstig zijn van twee tot nu toe onontdekte sterrenstelsels, verborgen in een dikke laag kosmisch stof. Deze ontdekking suggereert dat er nog meer van dit soort sterrenstelsels in het vroege heelal verborgen zitten. Het onderzoeksresultaat wordt deze week gepubliceerd in Nature.

Als astronomen diep in de nachtelijke hemel turen, zien ze hoe het heelal er lang geleden uitzag. Doordat de snelheid van het licht eindig is, kunnen ze door de verste sterrenstelsels te bestuderen miljarden jaren in het verleden kijken, toen het heelal nog heel jong was en sterrenstelsels pas net sterren begonnen te vormen. De bestudering van dit vroege heelal is een grote uitdaging in de astronomie en is van essentieel belang voor de ontwikkeling van nauwkeurige en consistente astrofysische modellen. Een belangrijk doel van de wetenschappers is alle sterrenstelsels in de eerste miljard jaar van de kosmische geschiedenis te identificeren en de snelheid te meten waarmee zij groeiden door de vorming van nieuwe sterren.

In de afgelopen decennia zijn diverse pogingen ondernomen om verre sterrenstelsels waar te nemen die worden gekenmerkt door elektromagnetische straling die sterk roodverschoven (verschoven naar langere golflengten) is voordat hij de aarde bereikt. Tot nu toe is de kennis van vroege sterrenstelsels vooral gebaseerd op waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop, die hun ultraviolette (UV) emissie onderzoekt.

Recentelijk zijn astronomen ook begonnen met de bestudering van verre sterrenstelsels op submillimetergolflengten met behulp van de ALMA-telescoop in het noorden van Chili. Met name de ‘stoffige’ sterrenstelsels kunnen met ALMA worden bestudeerd die Hubble over het hoofd ziet omdat het stof de UV-emissie absorbeert. Aangezien ALMA op submillimetergolflengten waarneemt, kan het deze sterrenstelsels wel detecteren.

Een schematische weergave van de resultaten. Op de nabij-infraroodopname van de Hubble-ruimtetelescoop (links) is iets onder het centrum een sterrenstelsel te zien. Dit is een typisch jong sterrenstelsel, zoals te zien is op de artist’s impression rechtsonder. ALMA heeft een tot nu toe onontdekt sterrenstelsel onthuld, dat diep in het stof begraven ligt (artist’s impression rechtsboven) in een gebied waar de Hubble-ruimtetelescoop niets kon zien. Credit: ALMA (ESO/NAOJ/NRAO), NASA/ESA Hubble Space Telescope.

In een groot programma dat REBELS (Reionization-Era Bright Emission Line Survey) heet, gebruiken astronomen ALMA om de emissies van 40 sterrenstelsels waar te nemen uit de tijd van de kosmische dageraad. REBELS wordt geleid door de Leidse astronoom Rychard Bouwens (zie https://www.astronomie.nl/nieuws/rychard-bouwens-krijgt-groot-onderzoeksprogramma-op-alma-telescoop-1392?month=7). Bij de analyse van deze dataset merkten de astronomen sterke emissies op van stof en enkelvoudig geïoniseerde koolstof op posities die ver verwijderd waren van de oorspronkelijke doelstelsels. Tot hun verbazing konden zeer gevoelige instrumenten zoals Hubble en de Japanse Subaru-telescoop geen UV-emissie op deze locaties detecteren. Om deze mysterieuze signalen te begrijpen, hebben ze de zaak verder onderzocht.

In het artikel dat deze week wordt gepubliceerd in Nature, presenteren zij een grondige analyse waaruit blijkt dat deze onverwachte emissies afkomstig zijn van twee voorheen onbekende sterrenstelsels die zich in de buurt van de twee oorspronkelijke REBELS-doelen bevinden. Deze sterrenstelsels zijn niet zichtbaar in het UV of in zichtbaar licht doordat ze bijna volledig aan het zicht worden onttrokken door kosmisch stof.  Een van deze sterrenstelsels is het verste door stof verduisterde sterrenstelsel dat tot nu toe is ontdekt. “Deze vondst laat zien wat de kracht is van grote programma’s zoals REBELS,” aldus Bouwens.

Het meest verrassende aan deze toevalstreffer (serendipity in het Engels) is dat de nieuw ontdekte sterrenstelsels, die meer dan 13 miljard jaar geleden zijn gevormd, helemaal niet vreemd zijn in vergelijking met typische sterrenstelsels uit dezelfde periode. “Deze nieuwe sterrenstelsels werden niet gemist doordat ze extreem zeldzaam zijn, maar alleen doordat ze volledig in stof zijn gehuld,” legt coauteur Sander Schouws (PhD-student aan de Sterrewacht Leiden) uit. Het is echter ongebruikelijk om zulke stoffige sterrenstelsels te vinden in deze periode van het heelal (minder dan 1 miljard jaar na de oerknal), wat suggereert dat de huidige telling van de vroege sterrenstelsels hoogstwaarschijnlijk onvolledig is, en vraagt om nieuwe, diepere surveys. “Het is zelfs mogelijk dat we tot nu toe één op de vijf sterrenstelsels in het vroege heelal hebben gemist”, voegt Schouws toe.

De onderzoekers verwachten dat de nieuwe mogelijkheden van de James Webb Space Telescope (JWST) en de sterke synergie met ALMA in de komende jaren tot aanzienlijke vooruitgang op dit gebied zullen leiden. Eerste auteur Yoshinobu Fudamoto (Waseda Universiteit/NAOJ, Japan): “Het vervolledigen van onze telling van vroege sterrenstelsels met de momenteel ontbrekende door stof bedekte sterrenstelsels, zoals die nu zijn gevonden, is een van de belangrijkste doelstellingen van JWST- en ALMA-surveys in de nabije toekomst.” Bron: Astronomie.nl.