Site pictogram Astroblogs

Spiraalstelsel ontdekt met onzichtbare tegengestelde spiraalarmen

Hubble-opname van NGC 7479 met daarop de contouren van radiostraling bij 20 cm door SOFIA gedetecteerd. De gele cirkels geven de grootte weer van het beeldveld van SOFIA’s FIFI-LS instrument. Credit: ESA/Hubble & NASA

Sterrenkundigen hebben ontdekt dat het balkspiraalstelsel NGC 7479, ook wel bekend als Caldwell 44, naast zijn twee zichtbare spiraalarmen nog twee spiraalarmen heeft, twee armen die niet alleen onzichtbaar zijn in visueel licht, maar die ook de andere kant uitwijzen als de zichtbare armen. De ontdekking werd gedaan met NASA’s Stratospheric Observatory for Infrared Astronomy (SOFIA), een Boeing vliegtuig met een infraroodtelescoop aan boord, en de bevestiging kwam van de ALMA submillimeter telescoop in Chili en gearchiveerde gegevens van de röntgen-ruimtetelescoop Chandra. Met SOFIA keek men naar de straling van geïoniseerde koolstof in NGC 7479 en dat bevestigde wat radiowaarnemingen eerder al hadden laten zien: dat NGC 7479 naast twee gewone spiraalarmen ook twee tegengestelde armen heeft, ‘counter arms’ in het Engels. De waarnemingen die Chandra eerder aan NGC 7479 had gedaan lieten zien dat de tegengestelde armen ook röntgenstraling uitzenden, iets waardoor men een verband kon leggen met de hoogenergetische straalstromen, die vanuit de kern van NGC 7479, waar een superzwaar zwart gat huist, de ruimte in spuwen. Men denkt dat de oorsprong van de ’tegenarmen verband houdt met die straalstromen én met de centrale balk van NGC 7479: als de straalstromen de dichte moleculaire wolken langs de balk naderen, wordt een deel van hun momentum geabsorbeerd door de wolken, waardoor de straalstromen afbuigen in de richting tegengesteld aan de rotatie van zichtbare’armen.

NASA’s SOFIA observatorium. Credit: NASA.

Door vervolgens de röntgenstraling van de straalstromen te vergelijken met de verhouding tussen geïoniseerde koolstof- en kooldioxide-emissies uit hetzelfde gebied – die beide worden beschouwd als indicatoren voor stervorming – ontdekten de onderzoekers een anomalie, een afwijking. Bepaalde hotspots in de tegenarmen bevatten te veel geïoniseerde koolstof, wat betekent dat de röntgenstraling niet volledig kan worden verklaard door stervorming. Met SOFIA ging men daarna kijken of de geïoniseerde koolstof daadwerkelijk wordt geproduceerd door stervorming of dat er een extra bron is die kan komen van de energie vanuit de actieve galactische kern. Dat laatste bleek het geval te zijn. Hier het vakartikel over het onderzoek aan NGC 7479, te verschijnen in the Astrophysical Journal. Bron: USRA.

Mobiele versie afsluiten