18 mei 2024

Abell 24, to boldly go….

Planetaire nevel Abell 24 in het sterrenbeeld Canis Minor

where this m(J)an nooit had gedacht te kunnen gaan!! In deep sky land bestaat er wat de zichtbaarheid  van deze objecten een  soort van catalogus-hierarchie, waarbij de Messier-catalogus nog steeds onaangetast bovenaan staat als het gaat om de moeilijkheidsgraad…of beter….de makkelijkheidsgraad betreffende de visuele danwel fotografische “zichtbaarheid”. De 110 objecten op deze lijst zijn vrijwel allemaal nog redelijk makkelijk te visueel spotten c.q. te fotograferen met de gemiddelde huis, tuin en keuken amateurtelescoop. Met die dikke 10 000 objecten in de, op de tweede plaats komende, NGC (New General Catalogue) wordt dit alweer een stevig stukkie lastiger…..en het kan nog “erger” in de vorm van de zogenaamde IC-catalogue (index catalogue) waar, even kort door de bocht, de deep sky objecten in zijn opgenomen die gemist zijn door de  beroemde engelse waarnemers-familie Herschel!!

En als je dan uiteindelijk al deze objecten gezien en gefotografeerd hebt…(yeah right!!) dan kan je je visuele en astrofotografische lusten nog proberen  bot te vieren op hele griezelig engzwakke en obscure objecten uit catalogi met de meest “leipe” namen zoals o.a. “Barnard” (donkere nevels),  “Cederblad”(diffuse galactische nevels), “Arp” (botsende melkwegstelsels), “Collinder”(open sterrenhopen), “Melote”(open sterrenhopen), “PK” (planetaire nevels) , “Sharpless” (H II nevels),  “Palomar” (bolvormige sterrenhopen” en het “astrolijstje” waar het object mijner meest recente astro-expeditie in te vinden is, zijnde de catalogus van ene George Ogden Abell.

Nou ja….eigenlijk moet ik het niet hebben over de Abell-catalogus maar over catalogi want deze nijvere amerikaanse hemelgluurmeneer heeft tijdens zijn werkzame leven bepaaldelijk niet stil gezeten achter zijn grote profi teletoeter en derhalve bestaan er dus meerdere Abell-catalogi waaronder een vrij bekende grote catalogus betreffende allerlei zwakke  clusters van melkwegstelsels en een veel kleinere catalogus van hele lastig-(licht)zwakke planetaire nevels.

Ik ben nu alweer zo’n dikke vijftien jaar druk en aangenaam bezig met (deep sky) astrofotografie…enne….het probleem wat zich logischerwijze nu een beetje gaat voordoen is dat alle voor de hand liggende heldere grote makkelijk toegankelijke “hemel-kiloknallers” zolangzamerhand wel zo’n beetje “gekiekt” zijn……en dus….wil ik deze fijne bezigheid blijven continueren, ik mij steeds meer gedwongen zie om mijn te fotograferen “hemelobjectenheil” te moeten gaan zoeken bij objecten uit die eerder beschreven obscure “niet Messier lijstjes”….

Dat vind ik dus wel een beetje…eh..”eng”,  daar mijn apparatuur….(doodgewone 20cm Newton op zeer bejaarde zwarte EQ6 montering en een instapmodel Canon 1000D)… en werkwijze….(geen luxe eigen sterrenwacht maar bruut mobiel in het koude vrije veld en dus geen  belichtingstijden van 30 uur of meer)….mij niet echt het benodigde zelfvertrouwen geven om ook dit soort van moeilijke objecten te grazen te nemen.

Als ik in die mooie astroglossies (Astronomy now, Zenit, Sky and Telescope) al  die fraaie exotische  glamouropnames bekijk en ik zie hoe en met wat voor hyperhightech astrospeelgoed die opnames zijn gemaakt, dan is enige terughoudendheid zeker mijn deel als het gaat om die luttele paar heldere nachten te willen verknallen aan objecten die met mijn spullen en werkwijze toch alleen maar eindigen met vuilnisbakopnames en vette pillen slik-frustraties.

Aan de “pluskant” staat dan wel weer dat mijn goejekope instap-Canon 1000D  gemodificeerd is. Dat wil zeggen dat ik door een gespecialiseerd bedrijf het standaard daglichtfilter,  die heel veel (te veel) van het rode waterstof tegenhoudt,  heb laten verwijderen. Verder maak ook ik, zoals gevoegelijk bekend moge wezen, voor het volgen tegenwoordig gebruik van een automaat, de veel geprezen Lacerta Mgen en dat maakt het werken in het vrije veld ook weer heel wat dragelijker.

Dit object is dus nummertje 24 uit het planetaire nevellijstje van voornoemde meneer Abell.  Ik kwam dit fraai roodkleurige juweeltje tegen in “Astronomy Now”….enne…in die beschrijving stond o.a. dat dit gevalletje haar meeste licht uitzend in de 656.3 nanometer H-alpha waterstof lijn waar mijn gemodificeerde Canon 1000D nu dus veel meer gevoeliger is (zou moeten zijn). Bovendien bleek deze obscure planetaire nevel, redelijk makkelijk te vinden dichtbij links onder de hoofdster van Canis Minor genaamd Procyon, ook nog eens van een behoorlijk groot formaat te zijn……geen piepklein boogseconde vlekkie maar een fijn formaat boogminuten-object !!

En derhalve omdat het winter astrofotoseizoen, met dank aan die drie maanden volcontinu bewolking, toch al in feite naar de kloten is, de beslissing genomen om toch maar eens “een gokje” te wagen en dit object op de korrel te nemen.

Uiteraard ging dit natuurlijk niet zonder slag of stoot want het lijkt wel of de laatste jaren bijkans elke menselijke activiteit  gevolgd lijkt te moeten worden door het woord “crisis” en had ik tijdens mijn steen en steenkoude biesbos-expeditie zowaar het grote “(on)genoegen” om te maken te krijgen met een heuse “energie-crisis”.

Nadat ik heel routineus heel het astrofoto-circus had opgebouwd en uitgebalanceerd drukte ik blijmoedig op het piepkleine aan en uit-knopje van de EQ6 die zich vervolgens ontpopte tot een heel hinderlijk piepklein “uit-knopje”…..aaaaarrrrrggghhhhh….Voel me toch al zo opgefokt door alles aan onheil wat er zo in de wereld lijkt te moeten gebeuren…..en dan zit je  midden in de nacht in de steenkoude, eindelijk voor de verandering eens ster-overgoten i.p.v. wolkenovergoten, Biesbos, opeens ook nog eens opgescheept met een compleet dooie parallactische montering…..aaarrrggghhhhh….krachtterm….piep…nog veel grovere krachtterm.

Nu ga ik, omdat ik mijzelve nog steeds aangenaam benzine-slikkend klassiek (elektrisch auto’s…oh gruwel!!), wenst te verplaatsen, NOOIT zonder een goedgevulde gereedschapskist op pad en dus heb ik wat ik ter plekke aan techno-kunstjes uit de kast kon halen allemaal uitgeprobeerd….maarre…helaas pindakaas, de EQ6 bleef volhardend de dooie pier uithangen. EN DUS…..alles maar weer afgebroken en met een zeer “beroet gemoed” huiswaarts gekeerd, onderweg geteisterd door visioenen van vet pecunia kostende reparatie’s tot zelfs het eventueel moeten aanschaffen van een compleet nieuwe (witte…jakkes!!) EQ6….not funny.

Thuis aangekomen met de moed der wanhoop, nu bij normaal binnenshuis licht maar wel zwaar opgefokt en laat in de avond/nacht (verstandig???), de elektronica uit de EQ6 gewipt, iets wat op zich trouwens niet zo’n probleem is,  daar ik deze ooit zelf heb ingebouwd. Mijn stokoude zwarte EQ6 heb ik ooit lang geleden middels een uitstekend upgrade setje van Skywatcher zelf omgebouwd naar GoTo.

Het goede nieuws…..geen gebroken draadjes, geen losse stekkertjes en geen BBQ-moederboard….Het slechte nieuws….nog geen stap verder naar een uit de dood herrezen EQ6. Afijn….lichtelijk depri alle elekto-ingewanden teruggepropt in het EQ6 buikje en vervolgens nog ene keer met een vlaag van totale ontreddering het hele zwikkie weer opgebouwd, elektrisch aangesloten en het “uit-knopje” een zwieper gegeven……EN ZOWAAR….tot mijn stomme edoch blije verbazing een levensteken van de EQ6 in de vorm van een heel kort zielig piepje en een nog korter oplichten van het rode lampje.  OK…een beetje weinig en ook een beetje aan de late kant, had dit teken van leven liever gezien in de Biesbos een paar uurtjes eerder…maar toch….een halfdooie aan en uit-schakelaar leek opeens enig licht aan het eind van de tunnel te bieden….hmmm!!!

Aangezien het opgefokte chagrijngehalte zich nog royaal boven het goede nachtrust-niveau bevond ben ik toch maar even doorgegaan met mijn diepnachtelijke EQ6-hartmassage in de vorm van een stortvloed aan contactspray en het voor enige minuten  (zonder spanning uiteraard want daar houdt EQ6 software nu eenmaal niet echt van!!) heftig aan en uit zetten van het desbetreffende dooie aan en uitknopje.

Na al deze “medische handelingen” de EQ6 nogmaals aangesloten op de 12 volts accu….en….oh joy oh joy…..het verlossende piepje, een weer permanent brandend rood lampje en een wederom normaal opstartende  EQ6 sky scan handcontroler!!!!….Oh heerlijk, toch nog uitzicht op een normaal nachtje pitten en lekker dromen over levenslustig over een hekje springende EQ6jes!!!.

De volgende heldere avond uiteraard en voor de zekerheid….VOOR het afreizen richting de Biesbos…..alles nog één keer uitgebreid getest…..Vlekkeloos…..en datzelfde ging ook op voor de fotosessie in het vrije veld.

Abell 24 is dus een planetaire nevel, de lijkwade van een Zonachtige ster,  op zo’n 1700 lichtjaar afstand van ons, op dit moment veels te roerige, thuisplaneetje.

Zij heeft ongeveer een diameter van een boogminuutje of zes en is daarmee royaal veel groter dan bijvoorbeeld de beroemde planetaire Nevel Messier 57 (de beroemde Ringnevel in het sterrenbeeld de Lier) die slechts een omvang heeft van 1 boogminuut (60 boogseconde). Da’s op zich heel mooi ware het niet dat diezelfde relatief piepkleine Ringnevel een totale helderheid heeft van magnitude 8.8…..en dat gespreid over die veel kleinere oppervlakte dan Abell 24 zorgt er voor dat je bij het waarnemen van M57 zo ongeveer een lasbril nodig hebt vanwege haar grote oppervlaktehelderheid. Iets wat je van Abell 24 absoluut NIET kan zeggen daar deze joekel van een nevelvlek slechts van een magnitude 13,6 (!!) is…..en zie hier waarom dit gebakkie onderin de derde divisie Abell-lijstje staat en niet bovenaan in het eredivisielijstje van Meneer Messier…….Het “kreng”, Abell 24,  heeft echt een ontiegelijk lage oppervlaktehelderheid.

Objecten met een lage oppervlaktehelderheid zijn in een omgeving met veel lichtvervuiling, zoals ook mijn bejubelde Randstad-biesbos nu eenmaal toch is, visueel een ware ramp maar ook fotografisch een…eh…”uitdaging”. Dit object is zelfs in mijn 40cm Dobson door die lichtvervuilde hemelachtergrond gewoonweg NIET zichtbaar, simpelweg vanwege het gebrek aan contrast. Dat gebrek aan contrast is iets waar ons Oog-hersensysteem helaas geen contrastverhogende software voor heeft. Visueel kan je nog wel iets doen met zogenaamde smalbandige Nevelsfilters zoals bijvoorbeeld een “OIII-filter”…..maarre…. wat dit soort zwakke objecten betreft is indirect waarnemen middels een telescoop-digitale camera-combinatie, lange belichtingstijden en vooral heel veel krachtige contrastverhogende beeldbewerkingssoftware de enige manier om echt “iets tastbaars te bemachtigen”.

De  bijschriften bij de opnames van dit object welke ik op het internet voorbij zag schuiven gaven mij niet echt veel hoop op een goede afloop want….eh…..integratietijden van een paar uur of meer gaat het in mijn situatie niet worden…..en dus gewoon “de dood of de gladiolen” en standaard 5 subjes van elk 6 minuten geschoten plus wat daar bij hoort aan dark frames (16 stuks)  en flatfields (10 x).

Zoals altijd is het de kunst om bij het aanschouwen van het eerste subje niet meteen van frustratie de handdoek in de ring te hangen,  want zo’n kaal onbewerkt vers geschoten subje ziet er echt om te huilen zo slecht uit. Helemaal wit overbelicht met dank aan de lichtvervuiling en op die witte achtergrond  hier en daar een paar nog wittere sterren.  Ergens diep in die witte lichtvervuilingszee zit dan het zwakke rode licht van jouw te kieken planetaire neveltje verstopt…..en als je dan heel….heel….heel goed naar dat kleine ccd schermpje kijk is er vaak nog wel iets van een vaag rood spoortje te zien van het te kieken object in kwestie…..zo ook in dit geval.

Verstand op nul….blijk op oneindig…..vertrouwen hebben in het latere  beeldbewerkings-proces…..en hoppa……doorknallen maar met die subjes-schieterij!!

De volgende dag op mijn gemakkie alles simpel en eenvoudig gestackt en bewerkt in Deep Sky Stacker, vervolgens het kleurgebeuren gedaan met canon digital photo pro en het laatste beetje afwerking met photoshop 6.0.

Yep…..absoluut geen state of the art astro-software maar het voldoet mij nog steeds prima want als ik nu het eindresultaat zo eens in ogenschouw neem dan valt mij dit alleszins mee….wat zeg ik, ik had dit resultaat echt niet durven dromen.

Het voor mij onbereikbare geachte neveltje hangt daar toch maar heel mooi gloeiend rood te wezen.  Mijn Obscure hemelobjectenlijstjes-schuwheid is rap aan het verdampen enne…om bij dat woord meteen maar nog een wilde daad toe te voegen ben ik nog een nachtje exotisch op stap geweest om de planetaire PK205 + 13 14 uit de lucht te plukken…in het lijstje van meneer Abell nummertje 21!! Deze verse data ga ik binnenkort maar eens op mijn gemakkie door deep sky stacker jassen.

Moraal van dit verhaal……stap zo nu en dan voor de lol van het geijkte Messier-pad en ga ook met bescheiden astrospeelgoed eens op exotenjacht…..het barst van de leuke prima toegankelijke objecten in deze ogenschijnlijk “enge” hemelobjectenlijsten. Happy hunting.

 

 

 

 

Share
Over Jan Brandt

Comments

  1. Wow Jan , echt een mooie foto , mooi resultaat. Gelardeerd in een fijn astro-avontuurverhaal !

    • Jan Brandt zegt

      “een vriendelijke vlaag uit een vriendelijk verleden”….oftewel…Goedemorgen Ron enne bedankt voor het op deze manier met jouw vriendelijke woorden wakker te mogen worden!!
      Zit tegenwoordig in de evenementencommisie van het Eendeëi zijnde de grote 2CV-klup te Rotto en daar zijn we nu druk bezig met het organiseren van een puzzelrit over het Eiland van Dordrecht en die laten we o.a. gaan langs de Stoopbank, toch wel een beetje het Alma mater van onze astronomische bevlogenheid.
      Ik vind het op deze rijpe leeftijd van 60 jaar toch wel mooi om te zien dat, hoewel al die uitgevlogen astromannekes van toen, na die ruim 50 jaar nog steeds ieder op zijn eigen manier die astronomische bevlogenheid hebben weten vast te houden.
      Hmmmm….als we allemaal de gezegende leeftijd van 80 plus hebben aangetikt, dit heuglijken feit gezellig ende nostalgisch vieren met een bejaardenwaarneemavond op diezelfde Stoopbank???
      Ik heb onlangs nog mijn 11.5cm Newton weer teruggebracht in haar originele staat en als jij dan een 6cm JWG kijker meeneemt…..!!!

Speak Your Mind

*