14 juli 2024

Dat Stonehenge diende als kalender klopt niet, da’s een modern construct

Credit; Kidmoses/Pixabay.

Ik heb er eerder al over geblogd: dat Stonehenge, het megalithisch monument uit de Jonge Steentijd dicht bij de plaats Amesbury in Engeland, dienst deed als een oeroude kalender, volgens Darvill (2022) een kalender van 365,25 dagen, exact de Juliaanse kalender. Twee ‘archeo-sterrenkundigen’ Giulio Magli (Politecnico of Milaan) en Juan Antonio Belmonte (Instituto de Astrofísica de Canarias and Universidad de La Laguna, Tenerife) zijn het niet eens met Darvill en stellen dat de visie om Stonehenge te zien als een prehistorische uiting van de Juliaanse kalender een modern construct is, een visie van nu die niet gestoeld is op de werkelijkheid van toen.

In Darvill’s theorie is Stonehenge een monument dat de zonnekalender weergaf, 365 dagen, bestaande uit twaalf maanden van telkens 30 dagen, aangevuld met vijf zogeheten epagomenale dagen. En dan is er iedere vier jaar nog een schrikkeljaar met een extra dag. Voor die dertig dagen per maand waren de Sarsen stenen van Stonehenge van belang, ook dertig stuks.  De extra vijf dagen werden weergegeven door de vijf ’trilithons’, gigantische stenen van 50 ton elk die in hoefijzervorm binnen de buitenste cirkel werden geplaatst en waarvan er nu nog maar eentje recht staat. De vier ‘stationstenen’ buiten de Sarsencirkel moesten die schrikkeldag eens in de vier jaar bewaken.

Credit: Antiquity (2022). DOI: 10.15184/aqy.2022.5

Belmonte en Magli laten in een recent verschenen artikel in Antiquity zien dat de theorie van Darvill gebaseerd is op een reeks geforceerde en ongefundeerde interpretaties van de astronomische verbanden van het monument, evenals op discutabele numerologie en niet-ondersteunde analogieën. Zo gaat de theorie van Stonehenge als weergave van de 365-dagen-kalender er van uit dat de utlijning met de zon met de stenen precies gemeten kon worden, zodat bijvoorbeeld het moment van de zomer- en winterzonnewende (rond 21 juni resp. 21 december) exact te meten waren. Voor een goede meting moet de positie van de zon tot op enkele boogminuten nauwkeurig gemeten worden, maar de grote stenen van Stonehenge waren voor dat precisiewerk veel te groot. De bouwers van Stonehenge hadden weliswaar ruwe kennis van de momenten van zomer- en winterzonnewende, maar dat betekent niet dat ze ook meteen het aantal dagen van het jaar konden bepalen.

Verder is er volgens Belmonte en Magli sprake van een soort van numerologie bij Darvill, geeft hij bepaalde nummers een waarde die er helemaal niet is. Zo is 12 een belangrijk getal, omdat het vermenigvuldigd met het aantal Sarsen stenen 360 dagen geeft. Maar die twaalf is een getal dat in Stonehenge zelf nergens te bekennen is. Stonehenge telde ooit twee stenen die toegang gaven tot het bouwsel, maar die twee speelt weer geen enkele rol in de kalender-theorie. Er is dus sprake van een soort “selectie-effect’, waarbij alleen de getallen gebruikt worden die de theorie ondersteunen – heet dat geen cherry-picking?

En wie staat er weer eens in de weg bij de ‘Heel Stone’, de plek waar bij de zomerzonnewende de zon opkomt? Zucht….

Tenslotte is er de vraag over het vermeende contact dat de bouwers van Stonehenge zouden hebben met de Egyptische cultuur, waar de opvatting van de 365 dagen durende zonnekalender als eerste werd gedocumenteerd. Dat gebeurde véél later dan de bouw van Stonehenge en áls er al contact was dan moeten de bouwers een geheel eigen versie gemaakt hebben van de Egyptische kalender. Er ontbreekt ook enig archeologisch bewijs dat er rond 2600 v.C. contact was tussen de Stonehenge-bouwers en de Egyptenaren.

Kortom, Belmonte en Magli denken dat Stonehenge géén functie had om als neolithische jaarkalender te dienen. Evenmin kon men er maans- en zonsverduisteringen mee voorspellen. Hier is meer informatie te vinden: Giulio Magli et al, Archaeoastronomy and the alleged ‘Stonehenge calendar’Antiquity (2023) – hier de ArXiv versie.

Bron: Phys.org.

 

Share

Speak Your Mind

*