
Deze afbeelding toont de baan van de onlangs ontdekte kandidaat-dwergplaneet 2026 ED138 (ED138), zoals waargenomen door het Vera C. Rubin Observatory (een initiatief van de NSF en het DOE). De afbeelding is een samenstelling van meerdere opnames die door het Rubin-observatorium zijn gemaakt tussen 4 maart en 11 juli 2026, met intervallen die worden aangegeven door de blauwgroene cirkels. ED138 is in het midden van elke cirkel zichtbaar. Credits: SF–DOE Vera C. Rubin Observatory/NOIRLab/SLAC/AURA
Wetenschappers voegen mogelijk een nieuwe dwergplaneet toe aan de officiële lijst van ons zonnestelsel. Dit verre, ijzige hemellichaam, voorlopig aangeduid als 2026 ED138, bevindt zich in een baan voorbij Pluto. Het werd eerder deze maand ontdekt door een wetenschapper die gegevens van de Simonyi Survey Telescope – onderdeel van de Vera C. Rubin ruimtetelescoop – doorzocht. Volgens eerste metingen behoort ED138 tot de grootste kandidaten voor een dwergplaneet die ooit voorbij Neptunus zijn gevonden. Mocht het bestaan ervan worden bevestigd, dan voegt het object zich bij de vijf dwergplaneten die officieel door de Internationale Astronomische Unie worden erkend: Pluto, Ceres, Eris, Haumea en Makemake.
De resultaten werden tijdens een persconferentie gepresenteerd door Matthew Holman, senior astrofysicus bij het Harvard & Smithsonian Center for Astrophysics, en Mario Jurić, hoogleraar sterrenkunde aan de University of Washington en leider van het team dat zich binnen het Rubin-project richt op het zonnestelsel. Holman ontdekte de kandidaat als eerste, waarna Jurić aanvullende waarnemingen leverde.

Een blik op het zonnestelsel met het baanpad van de onlangs ontdekte kandidaat-dwergplaneet 2026 ED138 (ED138). ED138 werd ontdekt in waarnemingsgegevens van het Vera C. Rubin Observatory (een gezamenlijk project van de NSF en het DOE) die betrekking hebben op de periode van 4 maart tot en met 11 juli 2026. De kandidaat-dwergplaneet is hier weergegeven op de positie die zij op 8 mei 2026 innam. Credits: NSF–DOE Vera C. Rubin Observatory/NOIRLab/SLAC/AURA/R. Proctor
“Als ED138 inderdaad een dwergplaneet blijkt te zijn, komt hij terecht in een zeer selecte groep hemellichamen”, aldus Holman. “Het Rubin-observatorium zal de komende tien jaar herhaaldelijk de gehele zuidelijke hemel in kaart brengen. Hierdoor komen ook objecten in beeld die voorheen verborgen bleven omdat eerdere surveys die gebieden niet hadden onderzocht.”
“Het ontdekken van een object van dit formaat – met een diameter van ongeveer 1000 kilometer – gebeurt misschien maar eens per generatie”, zegt Jurić. “Het is het grootste transneptunische object dat in zo’n twintig jaar tijd is gevonden, en het Rubin-observatorium wist dit al op te sporen terwijl de telescoop nog in de opstartfase verkeerde.”
Op de avond van 13 oktober verwerkte Holman gegevens die eerder in 2026 door Rubin waren verzameld, met behulp van een zoekalgoritme dat hij samen met zijn collega Kevin Napier had ontwikkeld. Dit algoritme is ontworpen om miljarden waarnemingen van bewegende objecten te doorzoeken, deze met elkaar te vergelijken en vast te stellen welke waarnemingen bij hetzelfde object horen. Via deze methode ontdekte Holman ED138; het viel hem direct op dat de helderheid en de afstand van het object wezen op een ongewoon groot formaat.

Een blik op het zonnestelsel met daarin de baan van de onlangs ontdekte kandidaat-dwergplaneet 2026 ED138 (ED138). ED138 werd ontdekt in waarnemingsgegevens van het Vera C. Rubin Observatory (een gezamenlijk project van de NSF en het DOE) die werden verzameld tussen 4 maart en 11 juli 2026. De kandidaat-dwergplaneet is hier weergegeven op de positie die hij op 8 mei 2026 innam. Het model toont tevens de banen van de vijf dwergplaneten die door de Internationale Astronomische Unie (IAU) zijn erkend: Pluto, Ceres, Eris, Haumea en Makemake. Credits: NSF–DOE Vera C. Rubin Observatory/NOIRLab/SLAC/AURA/R. Proctor
“Mijn eerste reactie was er een van opgewonden ongeloof”, vertelt Holman. “Objecten als deze zijn uiterst zeldzaam, dus ik ben direct gaan controleren of ik zelf of het algoritme ergens een fout had gemaakt.” Om alle twijfel weg te nemen, doorzocht Jurić de catalogi en opnames van Rubin. Hij vond nog 20 andere waarnemingen, die teruggaan tot maart 2026. Het team trof ED138 bovendien aan in archiefbeelden van andere observatieprojecten, die zelfs teruggaan tot 2016. Hierdoor kon het team het baanpad van ED138 over een periode van meer dan tien jaar in kaart brengen.
ED138 bevindt zich momenteel op een afstand van ongeveer 46 astronomische eenheden (AE) – waarbij 1 AE gelijkstaat aan de gemiddelde afstand tussen de aarde en de zon. Ter vergelijking: de dwergplaneet Pluto draait op een gemiddelde afstand van 40 AE rond de zon. Hiermee wordt ED138 geclassificeerd als een transneptunisch object (TNO) – hemellichamen die op een grotere afstand van de zon staan dan Neptunus. Wetenschappers bestuderen de omvang, samenstelling en baanpaden van TNO’s om meer te weten te komen over het ontstaan van het zonnestelsel, de wijze waarop de reuzenplaneten in de loop van de tijd zijn verplaatst, en hoe kleinere objecten tijdens dit evolutieproces zijn verspreid.

Een mozaïek van beelden, vastgelegd door het NSF–DOE Vera C. Rubin Observatory, van de onlangs ontdekte kandidaat-dwergplaneet 2026 ED138 (ED138). ED138 werd ontdekt in observatiegegevens van het Rubin-observatorium die betrekking hebben op de periode van 4 maart tot en met 11 juli 2026. Credit: NSF–DOE Vera C. Rubin Observatory/NOIRLab/SLAC/AURA
Wetenschappers bestuderen de omvang, samenstelling en baan van transneptunische objecten (TNO’s) om inzicht te krijgen in het ontstaan van het zonnestelsel, de migratie van de reuzenplaneten in de loop van de tijd en de wijze waarop kleinere objecten tijdens dit evolutieproces verspreid zijn geraakt.
Niet alle TNO’s worden beschouwd als kandidaat-dwergplaneet; het onderscheid hangt af van de grootte en de vorm van het object. Om als dwergplaneet te kunnen worden aangemerkt, moet een object voldoende massa hebben zodat het door zijn eigen zwaartekracht een ronde vorm krijgt. Op basis van de afstand, de helderheid en de geschatte reflectiviteit van het oppervlak van ED138, schat het team de omvang op 600 tot 1500 kilometer; van ijzige hemellichamen met een dergelijke omvang mag worden verwacht dat ze rond zijn. Aanvullende waarnemingen zijn nodig om de exacte afmetingen te bepalen en te bevestigen of het inderdaad een dwergplaneet betreft.
ED138 werd aangetroffen in een deel van de hemel dicht bij het vlak van de Melkweg – een druk gebied vol met miljoenen sterren. Voor de meeste telescopen bleef ED138 verborgen tussen de talloze achtergrondbronnen, wat waarschijnlijk de reden is dat het object tot nu toe onopgemerkt was gebleven. Dankzij de regelmatige en continue observatie van de gehele hemel op het zuidelijk halfrond door het Rubin Observatory, in combinatie met krachtige algoritmen die miljoenen tot miljarden lichtpunten doorzoeken om objecten te identificeren die bewegen, kon het team ED138 in dit drukke veld ontdekken.
A new Dwarf Planet? Meet 2026 ED138, recently discovered by the Vera C. Rubin Observatory @VRubinObs.
This Trans-Neptunian Object (TNO) is estimated to be 600–1,500 km across. 🔭 #astro
— Tony Dunn (@tony873004.bsky.social) 27 oktober 2026 om 23:27
ED138 is een nieuwe toevoeging aan de snel groeiende verzameling objecten in het zonnestelsel die door Rubin zijn ontdekt sinds het observatorium begon met het verzamelen van eerste gegevens ter voorbereiding op de ‘Legacy Survey of Space and Time’ (LSST), die in juni 2026 van start ging. In april, nog voordat de LSST officieel begon, maakte het Rubin-team voor het zonnestelsel melding van de ontdekking van meer dan 11.000 nieuwe planetoïden, waaronder ongeveer 380 nieuwe TNO’s. Destijds sprak het team van “het topje van de ijsberg” en uitte men grote verwachtingen voor de ontdekkingen die zouden volgen zodra de LSST van start ging. Met de ontdekking van ED138 beginnen die verwachtingen werkelijkheid te worden.
“Rubin biedt ons een ongekende mogelijkheid om de hemel te verkennen, dankzij een combinatie van snelheid, diepgang en precisie,” aldus Jurić. “En de ontdekking is nog maar het begin: zodra we een nieuw object hebben geïdentificeerd, kunnen we maanden – en soms zelfs decennia – terug in de tijd zoeken en het object terugvinden op beelden waar niemand eerder naar had gekeken. Deze mogelijkheid om objecten zowel te ontdekken als ‘achteraf te traceren’ verandert de snelheid en nauwkeurigheid waarmee we hun banen kunnen bepalen en inzicht kunnen krijgen in het verre zonnestelsel.”
Bron: NOIRLab.



