Inspiration4 astronauten weer terug op aarde

De vier astronauten in de Resilience capsule. Credit: SpaceX.

De Dragon capsule genaamd Resilience is vannacht om 01.06 uur Nederlandse tijd met een splashdown in de Atlantische Oceaan vlakbij Florida teruggekeerd, 50 minuten na de start van dezogeheten ‘deorbit burn’. Aan boord waren de vier inzittenden van de eerste toeristische vlucht van SpaceX, die vier dagen eerder vanaf NASA’s Kennedy Space Center in Florida met een Falcon 9 raket waren gelanceerd. Zowel bij de lancering als bij de landing hoefden de vier ‘astronauten’ niets te doen, want alles werd door de automatische piloot en de vluchtleiding op aarde geregeld. Afgelopen dagen had de Resilience capsule een baan om de aarde van 585 km hoog, dat is zo’n 100 km hoger dan het internationaal ruimtetelescoop ISS, en een inclinatie ten opzichte van de evenaar van 51,6°. De vier astronauten zijn Jared Isaacman, Chris Sembroski, Haley Arceneau en Sian Proctor. Isaacman – degene die de Inspiration4 missie financierde, kosten pakweg $ 200 miljoen – vergaarde een fortuin met zijn bedrijf ‘Shift4 payments’. Hieronder beelden van de landing afgelopen nacht.

De vlucht van de Inspiration4 ging veel verder dan parabolische vluchten die Richard Branson (Virgin Galactic) en daarna Jeff Bezos (Blue Origin) eerder dit jaar maakten. Hun ruimtereizen duurden maar enkele minuten en kwamen niet veel hoger dan net buiten de atmosfeer. Deze vlucht van Elon Musks SpaceX was aanzienlijk langer en hoger dan die korte, commerciële tripjes. Bron: NASA SpaceFlight.

Radiosterrenkundige en Nobelprijswinnaar Antony Hewish (1924-2021) overleden

Antony Hewish (1924-2021). Credit: Univ. Cambridge.

Op 13 september j.l. is Antony Hewish (1924-2021) op 97-jarige leeftijd overleden, de radiosterrenkundige die in 1974 samen met Martin Ryle de Nobelprijs voor de Natuurwetenschappen ontving. Hewish kreeg die prijs voor zijn ‘beslissende bijdrage bij de ontdekking van pulsars’, al was dat eigenlijk de verdienste van Jocelyn Bell Burnell en had ook zij minstens een deel van de prijs moeten krijgen. Hewish was één van de Britse pioniers in de radiosterrenkunde. In de Tweede Wereldoorlog hield hij zich al bezig met de ontwikkeling van radarapparatuur in vliegtuigen, waar hij voor de eerste keer met Martin Ryle samenwerkte. In 1965 construeerde Hewish een nieuwe radiotelescoop, de Interplanetary Scintillation Array, met de bedoeling om zonnewinden te bestuderen en hiermee te bepalen welke sterren quasars zijn.

De Interplanetary Scintillation Array. Credit: Univ. van Cambridge.

Deze radiotelescoop bestond uit zo’n 2000 in rijen opgestelde, met elkaar verbonden dipoolantennes die aan een duizendtal palen waren bevestigd en een oppervlak besloegen van ruim 18.000 m². Het was met die telescoop dat Hewish’ promovendus Jocelyn Bell in 1967 signalen opving met een erg regelmatige herhaling. Toen de signalen niet van een aardse bron afkomstig bleken te zijn werd nog even gedacht aan Little Green Men: een buitenaardse bron die contact zoekt met de aarde. Maar toen vervolgens andere pulserende radiobronnen werden ontdekt kwamen Hewish en Bell in dit artikel met de hypothese dat de signalen die zij vonden afkomstig waren van de snel roterende neutronenster (PSR B1919+21) die elektromagnetische straling uitzendt in de vorm van snelle pulsen met een frequentie van 1.3373 seconden. Bron: Wikipedia.

Zelfwisselwerkende donkere materie: een betere vernietiger van sterrenstelsels

Galaxy cluster MACS J0647.7+7015. Credit: NASA, ESA, and M. Postman and D. Coe (Space Telescope Science Institute), and the CLASH team

“De grootste structuren in het Universum worden niet geleidelijk groter. Eerder gebeurt dit op een epische wijze, waarbij sterrenstelsels of zelfs grotere clusters van sterrenstelsels heftig tegen elkaar botsen. Dit botsen beïnvloedt het sterrenstelsel enorm: er vindt een plotselinge golf van stervorming plaats waarna het sterrenstelsel voorgoed uitdooft, om nooit meer sterren te produceren. Interstellaire wind in de cluster blaast al het overgebleven gas het sterrenstelsel uit in een proces dat bekend staat als ‘ram-pressure stripping’. Ten slotte wordt de donkere materie van het sterrenstelsel langzaam weggetrokken (de ‘stripping’) en samengevoegd met de donkere materie van de cluster. Hierna is er niks meer over van het botsende sterrenstelsel, alle onderdelen zijn opgeslokt door de altijd hongerige en groeiende cluster.”

Het lijkt er nu op dat de zogeheten ‘zelfwisselwerkende donkere materie’ (Self-Interacting Dark Matter, SIDM) beter is in het vernietigen van sterrenstelsels dan koude donkere materie (Cold Dark Matter, CDM) volgens het Standaard Model. Meer daarover weten? Lees dan hier het hele artikel, dat oorspronkelijk geschreven is door Luna Zagorac voor de Astrobites en dat vertaald is door Iris van Gemeren en bewerkt door Matthijs van der Wild

Deel van de ‘ontbrekende materie’ blijkt te zitten in galactische winden

Credit: Johannes Zabl

Over de ontbrekende materie hebben we het hier vaker gehad. Nee, het gaat dan niet om donkere materie die we niet direct kunnen zien, maar om doodgewone materie, die bestaat uit wat men ‘baryonen’ noemt, waarvan de bekendste voorbeelden de protonen en neutronen zijn. Uit waarnemingen en berekeningen blijkt dat maar liefst 80% van de baryonische materie vermist wordt, Afgelopen jaren is al een deel ervan gevonden, o.a. in de vorm van waterstofsneeuw en in het kosmische web. En nu is weer een deel van de ontbrekende materie gevonden en wel in de zogeheten galactische winden. Een internationaal team van sterrenkundigen heeft met behulp van het MUSE [1]MUSE staat voor het Multi Unit Spectroscopic Explorer instrument, een 3D spectrograaf. verbonden aan de Very Large Telescopes (VLT) van de ESO in Chili gekeken naar het sterrenstelsel genaamd Gal 1. Dat stelsel staat vlakbij een quasar, die ‘m als ware het een vuurtoren fel verlicht, zodat alles wat er in en om Gal 1 gebeurt goed te zien is. Dankzij die exta belichting was men in staat om met MUSE goed de interactie te volgen tussen het stelsel Gal 1 en z’n directe omgeving, waar zich een grote intergalactische wolk van gas en stof bevindt. In het sterrenstelsels vinden supernovae plaats en die zorgen er voor dat er materie vanuit het sterrenstelsel naar buiten stroomt in de vorm van galactische winden. Die voeden op hun beurt de wolken buiten het sterrenstelsel. De wolk bij Gal 1 bleek magnesium uit te zenden én te absorberen en daar kon men een gedetailleerde kaart van maken (hierboven, de middelste foto in blauw). Uit het onderzoek komt naar voren dat maar liefst 80 tot 90% van de gewone, baryonische materie zich bevindt in intergalactische wolken zoals die bij Gal 1. De meeste baryonische materie zit dus buiten de sterrenstelsels, hetgeen je niet verwacht. Het gaat dan ook om zeer lichtzwakke materie, die alleen door foefjes van de natuur, zoals de verlichting door een nabije quasar, kan worden gedetecteerd. Hier is het vakartikel over het onderzoek aan Gal 1, verschenen in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Bron: Science Daily.

References[+]

References
1 MUSE staat voor het Multi Unit Spectroscopic Explorer instrument, een 3D spectrograaf.

Signaal XENON1T-experiment kwam mogelijk niet van donkere materie maar van… donkere energie

Credit: University of Cambridge

Vorig jaar juni was het even wereldnieuws: in de periode 2016-2018 hadden natuurkundigen met het donkere materie-experiment XENON1T een onverklaarbaar signaal waargenomen (zie de grafiek hieronder), dat mogelijk werd veroorzaakt door axionen, hypothetische ultralichte deeltjes die een kandidaat-donkere materiedeeltje zijn. Het signaal wacht nog op bevestiging door andere experimenten (zoals daar zijn LUX-Zeplin en PandaX-xT), maar er is ook het probleem dat de axionen – áls ze bestaan – de evolutie van zware sterren drastisch veranderen, hetgeen in strijd is met waarnemingen aan die sterren. Onderzoekers van de Universiteit van Cambridge zijn nu met een nieuwe verklaring gekomen van het signaal: het zou veroorzaakt worden door donkere energiedeeltjes geproduceerd in de zon. Dat is in meerdere opzichten een opvallende verklaring. Ten eerste omdat ze spreken van ‘deeltjes’ donkere energie, hetgeen anders is dan de gangbare gedachte, namelijk dat donkere energie een soort van eigenschap is van de ruimte zelf, een soort van vacuümenergie van de ruimte. Ten tweede omdat donkere materie net als gewone materie door z’n zwaartekrachtswerking aantrekkend werkt, terwijl donkere energie juist afstotend werkt – niet voor niets is donkere energie dé verklaring voor de versnelde uitdijing van het heelal. En tenslotte omdat het XENON1T experiment, dat zich kilometers onder het Gran Sassogebergte in Italië afspeelt, ontworpen is om donkere materie te detecteren en je niet verwacht dat het dat andere mysterieuze goedje uit het heelal vindt, namelijk donkere energie.

Het waargenomen spectrum door XENON1T. De lintjes links die omhoog i.p.v. omlaag gaan zijn het onverklaarbare signaal. Credit: E. Aprile et al.

De natuurkundigen denken dat het bestaan van donkere energie verklaard kan worden door een vijfde natuurkracht, een extra kracht bovenop de vier bekende natuurkrachten (sterke, zwakke en electromagnetische wisselwerking en de zwaartekracht). Deze vijfde kracht zou op kleine schaal onzichtbaar zijn door zogeheten ‘screening mechanisms’ (vertaald: filtermechanismen), zodat wij er in ons lokale heelal niets van merken. Alleen op de allergrootste schaal van het heelal zou de vijfde kracht meerkbaar zijn en wel door de versnelde uitdijing van het heelal. Eén van die mechanismes is wat ze ‘kameleon filtering’ noemen en die zorgt er voor dat de productie van deeltjes donkere energie in de zon, die een relatief hoge dichtheid heeft, gefilterd wordt.

Schematische voorstelling van het binnenste van de zon, met daarin aangegeven waar de tachocline zich bevindt. Credit: Kelvinsong/CC BY-SA 3.0.

Alleen een regio in de zon waar de magnetische velden erg sterk zijn en die de tachocline (zie hierboven) wordt genoemd, zou de deeltjes wel kunnen produceren en het zijn die deeltjes die vervolgens voor het XENON1T signaal hebben gezorgd. Hier is het vakartikel over het onderzoek aan én verklaring van het XENON1T-signaal, verschenen in Physical Review D. Bron: Universiteit van Cambridge.

Mysterie van de Chinese supernova van AD 1181 lijkt opgelost te zijn

Opnames van Pa 30. Credit: University of Manchester

Afgelopen duizend jaar zijn er vijf heldere supernovae in ons Melkwegstelsel te zien geweest, helaas voor ons allemaal in het tijdperk vóór de telescoop. Eentje daarvan was de ‘gastster’, die in 1181 Anno Domini door Chinezen en Japanners werd waargenomen en die maar liefst zes maanden lang (185 dagen om precies te zijn) te zien was aan de hemel. Volgens de bronnen was de supernova zo helder als de planeet Saturnus. Van de vier andere supernova van dit millenium hebben we de overblijfselen teruggevonden, zoals Messier 1 als restant van de supernova van 1054, maar alleen van SN 1181 was er geen overblijfsel gevonden, ondanks het feit dat de historische bronnen wel aangeven waar de supernova ongeveer aan de hemel plaatsvond, ergens tussen de Chinese sterrenbeelden Chuanshe en Huagai (zie de afbeelding hieronder)

Kaart met in rood Chinese sterrenbeelden waar SN 1181 ongeveer verscheen. Credit: Universiteit van Hongkong.

Maar nu lijkt dat mysterie opgelost te zijn, want een internationaal team van sterrenkundigen heeft het mogelijke restant van de supernova gevonden: de zwakke, snel uitdijende nevel genaamd Pa30, die zich bevindt rondom één van de heetste sterren van de Melkweg, de ster van Parker. De sterrenkundigen, waartoe ook Albert Zijlstra (Universiteit van Manchester) behoort, onderzochten Pa 30 en zagen dat de nevel met maar liefst 1100 km/s uitdijt (da’s de snelheid waarmee je in vijf minuten de maan kunt bereiken). Die snelheid duidt op een leeftijd van 1000 jaar, wat aansluit bij de datum van SN 1181. Ook Parker’s ster sluit goed aan bij het profiel dat van de supernova is opgesteld, vermoedelijk het resultaat van een botsing van twee witte dwergen. Dergelijke botsingen leiden tot het zeldzame Type Iax supernova, die niet heel helder zijn, maar wel lang zichtbaar. Hier is het vakartikel over het onderzoek aan Pa 30 en Parker’s ster, verschenen in The Astrophysical Journal Letters. Bron: Phys.org.

SpaceX lanceert vannacht vier burgers naar de ruimte met de Crew Dragon [livestream en update]

[‘Inspiration4’ is vannacht om 02:02 NL’se tijd succesvol gelanceerd. Godspeed!] De eerste volledig door burgers bemande orbitale ruimtemissie ‘Inspiration4’ zal vannacht 16 september om 02:22 NL’se tijd  gelanceerd worden. De Crew Dragon van SpaceX vertrekt met vier burgers aan boord voor een driedaagse missie om de aarde. De Dragon wordt gelanceerd op een Falcon 9 draagraket vanaf launchpad 39A op NASA’s Kennedy Space Center. Voorafgaand aan de lancering was er nog een laatste hobbel in de vorm van een ‘static fire test’ die op 13 september werd uitgevoerd. Deze was succesvol en de geplande lancering, die in mei j.l. aangekondigd werd, kan doorgang vinden. De vier astronauten zijn Jared Isaacman, Chris Sembroski, Haley Arceneau en Sian Proctor. Jared Isaacman vergaarde een fortuin met zijn bedrijf ‘Shift4 payments’. Hij kocht vier zitplaatsen, waaronder een voor zichzelf en twee andere plaatsen verlootte hij  onder mensen die geld gedoneerd hebben aan het St. Jude ziekenhuis in Memphis. Dit zijn Hayley Arceneaux, een medisch assistent in het St. Jude’s ziekenhuis, zij verzet veel werk voor het kankeronderzoek en Chris Sembroski. Sembroski is een veteraan van de Amerikaanse luchtmacht en assisteert bij ruimtevaartkampen voor jongeren. De vierde gelukkige is Sian Procot. Zij is een geowetenschapper en ‘Afrofuturism’ ruimteartiest, haar kunstwerk leverde de zitplaats voor de missie op.

De Crew Dragon op lanceerplatform 39A op NASA’s Kennedy Space Center in Florida. Credit: Loganblade/Wikipedia.

De Crew Dragon is dus niet op weg naar het International Space Station (ISS), maar zal in plaats daarvan drie dagen vrij rond de aarde vliegen voordat het voor de kust van Florida weer naar de aarde zal terugkeren. De Dragon zal op een hoogte van rond de 590 km rond de aarde reizen en zo ook hoger dan het ISS komen. Naast dat het viertal in gewichtloosheid ongetwijfeld van het spectaculaire uitzicht op de aarde, ook wel ‘overview effect‘ genoemd, zal gaan genieten zullen ze ook nog de handen uit de mouwen moeten steken. Er worden meerdere experimenten uitgevoerd tijdens deze vlucht. Hiervoor heeft het viertal een maandenlange intensieve training gevolgd. De ‘Inspiration4’ missie markeert de 23e missie van het jaar voor SpaceX, de vierde bemande missie in totaal voor het bedrijf en de eerste bemande missie die volledig bestaat uit burgers. De eerste trap van de raket zal naar verwachting landen op het droneschip van SpaceX, ‘Just read the instructions’. In echte SpaceX-stijl hebben zowel de Dragon-capsule als de raket eerder gevlogen. Voor deze missie is de Dragon-bemanningscapsule dezelfde die de Crew-1-astronauten in november 2020 naar de ruimte bracht, op de missie genaamd Resilience. De boosterraket begint aan zijn derde missie, nadat deze eerder twee GPS-satellieten de ruimte in heeft gebracht voor de Amerikaanse Space Force. De countdown is ook live te volgen bij Netlfix. Bronnen: Space.com/NASA/SpaceX

Supernova Requiem zagen we drie keer in 2016 en in 2037 zien we ‘m vermoedelijk weer

Links in de cirkels de drie beeldjes van supernova Requiem in 2016. Recht in de gele cirkel bovenin de plek waar de supernova in 2037 vermoedelijk te zien zal zijn. Credits: IMAGE PROCESSING: Joseph DePasquale (STScI)

Ze noemen ‘m supernova Requiem, de supernova die in 2016 door Hubble ontdekt werd in de cluster van sterrenstelsels MACS J0138.0-2155, vier miljard lichtjaar van ons vandaan. De supernova zelf bevindt zich nog verder van de aarde, die staat op maar liefst tien miljard lichtjaar, vanaf de aarde gezien recht achter die cluster. Ik heb er eerder over geschreven, maar toen had de supernova nog geen officiële naam, behalve de catalogusnaam AT2016jka. Nu dus wel, genoemd naar het Hubble programma REsolved QUIEscent Magnified Galaxies (REQUIEM), dat bedoeld is om ver verwijderde sterrenstelsels te bestuderen, waarvan het licht door middel van zwaartekrachtlenzen van tussenliggende (clusters van) sterrenstelsels versterkt en verbogen wordt. Hieronder wat ik eerder over de supernova schreef.

Het gaat hier om supernova AT2016jka, die in 2016 door de Hubble telescoop werd ontdekt. Deze supernova vond plaats in MRG-M0138, een sterrenstelsel dat ‘quadruply lensed’ is, dat wil zeggen dat ‘ie door een tussen de aarde en het sterrenstelsel staande cluster van sterrenstelsels in maar liefst vier verschillende beelden is vervormd. MRG-M0138 zien we vier keer, omdat de ruimte door massa van de cluster genaamd MAC J0138.02155 verbogen wordt en daardoor wordt het licht van MRG-M0138, dat áchter MAC J0138.02155 gelegen is, maar liefst in vier verschillende beelden gesplitst, vier kleine geelgekleurde boogjes van licht – zie de afbeelding hieronder voor hoe dat in principe ontstaat en de foto bovenaan hoe dat er in werkelijkheid uitziet.

Zo werkt een zwaartekrachtlens. Credit: NASA and ESA

In drie van de vier boogjes zagen sterrenkundigen dus in 2016 een supernova (zie afbeelding helemaal bovenaan, SN1 t/m 3, bij SN4 is niets te zien), net zoals sterrenkundigen in 2014 én 2015 ook vijf keer supernova Refsdal zagen. Na SN Refsdal is nog zo’n meervoudig gelensde supernova gezien, dus AT2016jka is de derde in z’n soort. En nou dus de voorspelling: een team van sterrenkundigen onder leiding van Steven Rodney (University of South Carolina) en Gabriel Brammer (University of Copenhagen) heeft berekend dat het licht in de vierde boog van MRG-M0138 er wat langer over doet om de aarde te bereiken en dat ergens rond 2037 (± enkele jaren) het licht van AT2016jka bij ons zal arriveren, ruim twintig jaar nadat het licht van de andere bogen met AT2016jka ons bereikten

Over die tweede toemomstige wederverschijning van SN Requiem is inmiddels ook meer bekend. Dat zal vermoedelijk in 2042 gebeuren. Maar Rodney en Brammer denken dat die zo zwak zal zijn dat ze ‘m niet kunnen zien. De marge over de verschijning in 2037 is ± 2 jaar. Gisteren is er een artikel verschenen over SN Requiem in Nature Astronomy. Bron: NASA

Door Perseverance verzamelde monsters met gruis bevatten mogelijk oerwater van Mars

De steen Rochette met de twee boorgaten, links voor Montagnac (7 september geboord), rechts voor Montdenier (1 sept. geboord). Credit: NASA/JPL-Caltech.

Vorige week is de Marsrover Perseverance er twee keer in geslaagd om in één steen (genaamd Rochette, bij de bergkam La Citadelle) twee keer te boren en het gruis daarvan te stoppen in een kleine buis van titanium. Ze hebben die buisjes met inhoud zelfs namen gegeven, buisje #266 heet nu Montdenier en een ander buisje, waarvan ik het nummer even nergens kan vinden, hebben ze Montagnac genoemd. Rochette, Citadelle, Montdenier, Montagnac – jullie merken het, ze zijn op de Franse tour bij de NASA. Grondige analyse van die monters met gruis moet over een aantal jaren op aarde plaatsvinden, als de buisjes zijn opgehaald door een speciale daarvoor te ontwikkelen Marsrover, de zogeheten Sample Fetch Rover, een soort van interplanetaire DHL-koerier, die in 2026 gelanceerd moet worden.

Maar Perseverance heeft met zijn instrumenten ook al kunnen kijken naar die monsters en daar komt uit naar voren dat ze basaltachtig van samenstelling zijn en dat ze vermoedelijk een vulkanische oorsprong hebben, dat ze gevormd zijn door stolling van lava. Eerder heeft men op Mars al zouten aangetroffen in vulkanische rotsen. Als die ook zitten in Montdenier en Montagnac dan zou het kunnen dat de mineralen in die zouten ingekapselde belletjes met oerwater van Mars bevatten, want dergelijke zouten ontstaan vermoedelijk door verdampend water of de beweging van grondwater in de tijd dat Mars vulkanisch actief was. Die microscopisch kleine belletjes met water zouden ware tijdscapsules zijn, die ons meer kunnen vertellen over de natte tijd van Mars en de eventuele aanwezigheid van primitief leven, toen de Jezerokrater nog vol met water stond.

Impressie van de Jezerokrater, toen die miljarden jaren geleden nog gevuld was met water. Credit: NASA/JPL-Caltech.

Bron: NASA Spaceflight.

Messier 39., een ondergeschoven deep sky object

Messier 39 in het sterrenbeeld Zwaan

Hoeraaaa!! Na een grijze nachten zomerreces van een maandje of twee heb ik mijn oude astrovossen-streken weer hervat en ben ik een paar daagjes/nachtjes geleden weer vol ouderwetschen goede moed naar de heilige eeuwige jachtvelden der Dordtse Biesbos getogen om dit vaak vergeten en bepaaldelijk niet echt spannende “Messier-kneusje” astrofotografisch uit de lucht te plukken…….enne….  aldaar in de Biesbos mocht ik het plezante genoegen ervaren dat deze oude astrovos weliswaar met het recentelijk bereiken van de gezegende leeftijd van 60 lentes…(of waren het nou koude nare gepekelde winters???)….hier en daar gelukkig slechts een enkel haartje is kwijtgeraakt maar dat dit beperkte verlies ook opging voor zijn astrofotografische vaardigheden….ofwel  werkelijk in een zucht en een scheet waren die 6×5 minuten subjes binnengehengeld. Wat een onverwacht makkie was deze sessie, zeg!!

En dus….veel vroeger dan gepland  kon er weer aangenaam comfortabel naar huis gewaggeld worden. Alles okiduckie dus??? Nah…nee…niet echt want het venijn van deze astro-expeditie zat em namelijk gezellig in de thuisreis-staart. Nee…nee….niks aan de hand met de Eend, die is en blijft een rots van comfort en betrouwbaarheid…..Bij het naar huis rijden neem ik altijd een snel (buiten)omweggetje in de vorm van een stukkie A16 om de Eend nog even een lekker warm te laten rennen….en toen bleek de afslag naar de Dordtse binnenstad afgezet en moest er helemaal via Zwijndrecht c.q. zwijndrechtse brug omgereden worden. Ok….dat is wel even iets meer dan een klein (buiten)omweggetje en het wordt al helemaal een gevalletje veel later onder de wol als er pal voor je eendenneus  een, voor de drechttunnel  te hoge, vrachtwagen rijdt….oeps!!

Flits….flits….alles op rood en drie kwartier lang de A16 omgetoverd tot één groot mega parkeerterrein. Uitendelijk werd de te hoge vrachtwagen van de A16 geplukt en mocht er weer worden gereden.  Niet echt een genoegen om met een underpowered voiture als mijn 28pk sterke (zwakke) nedrige 2CV’tje op pole position te moeten meedoen aan deze groen licht sprint…maar goed na enige vriendelijke onvriendelijkheden te hebben uitgewisseld met mijn terecht ongeduldig geagiteerde medeweggebruikers toch nog veilig thuisgekomen. Nu kun je je afvragen wat al deze automobiele priet praat te maken heeft met sterrenkunde…..enne…als het mij zou mogen liggen zou ik graag willen zeggen..”helemaal niets”…maar de in de keiharde realiteit van vrije veld astrofotografie hoort dit soort van “zijnlijn-gezeik” er helaas wel bij. Nou ja…het zij dan maar zo.

Veilig thuis achter de lap top was het tot het nevenstaande plaatje verwerken van die zes subjes een makkelijk en routineus klusje met deep sky stacker en een beetje photoshop.

Messier 39 is in het glamour sterrenbeeld Cygnus (zwaan) een beetje het ondergeschoven esthetische kneusje van de klup. Het object in kwestie is een open sterrenhoop maar bestaat uit slechts een los groepje van 30 niet echt heldere sterren die net 200 tot 300 miljoen jaren jong zijn.

Wat dan wel weer een beetje bijzonder is dat Messier 39 behoorlijk om de hoek te vinden is op slechts een lichtjaartje of 800 verwijderd van Moeder Aard….en dat is maar 400 lichtjaar verder dan de meest dichtbij zijnde open sterrenhoop Messier 45, het beroemde Zevengesternte,  met het blote oog te vinden in het sterrenbeeld Stier.

Zogezegd…..zowel visueel als astrofotografisch is Messier 39 niet echt een “knaller” te noemen….en toch is het/vind ik het een fijn oogstrelend plaatje geworden en dat is vooral te danken aan het contrast met de spectaculaire achtergrond,  zijnde de extreem sterrenrijke omgeving van de melkweg in het sterrenbeeld Zwaan!!