De Internationale Astronomische Unie (IAU) heeft laten weten afstand te nemen van de nieuwste actie van het Amerikaanse bedrijf Uwingu waarbij mensen tegen betaling namen kunnen geven aan Marskraters. Volgens de IAU kunnen enkel zij officieel namen geven aan hemelobjecten en oppervlaktedetails op deze objecten.
Uwingu is een Amerikaans bedrijf dat werd opgericht door ondermeer de Amerikaanse wetenschappers Alan Stern. Via dit bedrijf kan iedereen tegen betaling namen geven aan exoplaneten en kraters op de planeet Mars. Op 26 februari 2014 lanceerde het bedrijf zijn nieuwste stunt door een actie te starten waarbij iedereen aan ongeveer 500 000 kraters op de planeet namen kan geven. De prijs voor een naam voor de kleinste Marskrater bedraagt vijf dollar. Wie zijn naam via Uwingu wil geven aan de grootste Marskraters moet daar al gauw 5 000 dollar voor betalen. Met dit geld financiert Uwingu verschillende ruimteonderzoeksprojecten.
Het Nederlandse bedrijf Mars One, dat een kolonie op Mars wil stichten, heeft al laten weten de nieuwe namen van de Marskraters te gebruiken. De Internationale Astronomische Unie (IAU), dat in 1919 werd opgericht en als hoofddoel heeft de internationale samenwerking en co
Artistieke impressie van een planetoïde die langs de Aarde vliegt. Foto: ESA / P.Carril.
Op woensdag 5 maart 2014 zal een dertig meter grote planetoïde langs de Aarde vliegen. De ruimterots luistert naar de naam ‘2014 DX110’ en zal omstreeks 22u07 Nederlandse tijd op een afstand van ongeveer 350 000 kilometer langs onze planeet vliegen. Dat is iets dichter dan de afstand van de Aarde tot de Maan.Deze planetoïde werd in 2014 ontdekt en zijn scheervlucht langs de Aarde zal LIVE te volgen zijn via de website van The Virtual Telescope Project. Ondanks het feit dat deze planetoïde in kosmische termen ‘vlakbij’ de Aarde vliegt, vormt dit zogeheten ‘Near Earth Object’ op geen enkel moment een gevaar voor onze planeet.
De baan van planetoïde 2014 DX110 – Foto: The Virtual Telescope Project.
De derde maand van het nieuwe jaar wordt in de volksmond ook wel ‘lentemaand’, ‘buienmaand’ of ‘guldenmaand’ genoemd en werd genoemd naar de Romeinse god Mars, de god van de oorlog. In dit uitgebreide artikel wordt een overzicht gegeven van wat er zoal aan de sterrenhemel te zien is in maart 2014.
De tweede maand van het nieuwe jaar wordt in de volksmond ook wel ‘schrikkelmaand’, ‘slijkmaand’ of ‘regenmaand’ genoemd en werd genoemd naar de Romeinse god Februus, de god van de purificatie en onderwereld. In dit uitgebreide artikel wordt een overzicht gegeven wat er zoal aan de sterrenhemel te zien is in februari 2014.
De Maan en de planeten
Venus was onlangs in benedenconjunctie met de zon
De planeet die zich het dichtst bij de Zon bevindt, Mercurius, verdwijnt omstreeks 9 februari 2014 in de avondgloed. Op 31 januari 2014 bereikt Mercurius zijn grootste oostelijke elongatie. De helderheid van deze kleine planeet, die we terugvinden in het sterrenbeeld Waterman, bedraagt op dat moment magnitude +1,4. Venus, de tweede planeet vanaf de Zon, is in februari 2014 een zogeheten ‘morgenster’ en is goed waarneembaar in het zuidoosten in het sterrenbeeld Boogschutter. In februari 2014 komt Venus iets meer dan twee uur voor de Zon op. De planeet Mars komt in februari 2014 steeds vroeger op en is van de late avond tot het aanbreken van de ochtend waarneembaar in het sterrenbeeld Maagd in de buurt van de ster Spica. De ‘rode planeet’ (Mars) nadert de Aarde waardoor de helderheid van Mars steeds meer toeneemt.
Jupiter en de schaduwen van enkele manen, in oktober 2013 gefotografeerd door Cees Aarnoutse
De grootste planeet uit ons zonnestelsel, Jupiter, is in februari een groot deel van de nacht te bewonderen in het sterrenbeeld Tweelingen. Bij het vallen van de avond kunnen we Jupiter terugvinden in het oosten. In februari 2014 kunnen we ook enkele mooie overgangen waarnemen van de Jupitermanen Io en Europa en hun schaduwen. Zo is in de nacht van 2 op 3 februari 2014 een overgang van de Jupitermaan Europa en zijn schaduw over de planeetschijf van Jupiter volledig te zien. Op 6 februari 2014 kunnen we ook enkele volledige overgangen waarnemen van van Io en haar schaduw over de planeetschijf van Jupiter. Op maandag 10 februari 2014 bevinden zich alle vier de Galile
Kometen zijn en blijven prachtige hemelobjecten. Elk jaar worden er tal van deze zogeheten ‘vuile sneeuwballen’ ontdekt die soms voor spectakel kunnen zorgen aan onze sterrenhemel. In dit artikel geven we een overzicht van de belangrijkste kometen die we in 2014 te zien gaan krijgen.
Komeet C/2013 R1 Lovejoy
De komeet C/2013 R1 Lovejoy werd op 28 december 2013 gefotografeerd door John Chumack. Credit Foto: John Chumack
Jaarlijks worden tal van kometen ontdekt. Zo werden in 2013 maar liefst 64 nieuwe kometen ontdekt waarvan veertien werden ontdekt door amateurs. De meeste van deze kometen zijn echter zeer zwak en kunnen enkel worden waargenomen met grote telescopen. In sommige gevallen neemt de helderheid van een komeet toe naarmate deze de Zon nadert waardoor deze zichtbaar wordt met een binoculair of zelfs met het blote oog. Eén van deze kometen is komeet C/2013 R1 Lovejoy. Deze komeet werd op 7 september 2013 ontdekt door Terry Lovejoy en is al enkele weken met een telescoop of een goed binoculair zichtbaar aan de sterrenhemel net voor zonsopkomst. Momenteel haalt deze komeet een helderheid van magnitude 6 en de volgende dagen en weken verplaatst deze komeet zich doorheen de sterrenbeelden Hercules en Ophiuchus (Slangendrager). Het beste moment om de komeet C/2013 R1 Lovejoy op te zoeken en waar te nemen is iets voor zonsopkomst aangezien deze zich dan op een hoogte bevindt van 30° boven de horizon.
Komeet C/2012 K1 PanSTARRS
Naast komeet C/2013 R1 Lovejoy verwachten sterrenkundigen dat we nog drie andere kometen in 2014 met een binoculair gaan kunnen waarnemen. Zo zou vanaf april 2014 de komeet C/2012 K1 PanSTARRS in helderheid moeten toenemen tot ongeveer magnitude 9,5. Dit is helder genoeg om dit hemelobject waar te nemen met een kleine of middelgrote telescoop. Tussen 15 april en 15 juni 2014 zal komeet C/2012 K1 PanSTARRS zich een weg banen doorheen de sterrenbeelden Bootes (Ossenhoeder), Ursa Major (Grote Beer) en Leo (Leeuw). Net voor deze komeet eind juni, op het noordelijk halfrond, zal verdwijnen in het Zonlicht zal deze wellicht magnitude 7,5 halen. Amateur-sterrenkundigen op het zuidelijk halfrond zullen deze komeet dan ook beter kunnen waarnemen aangezien deze half oktober 2014 magnitude 5,5 moet bereiken en hierdoor goed zichtbaar moet zijn met een binoculair. Deze komeet werd op 19 mei 2012 ontdekt met behulp van de PanSTARRS telescoop en zal op 27 augustus 2014 zijn perihelium bereiken.
Komeet C/2013 V5 Oukaimeden Op 15 november 2013 werd op het Oukaimeden Observatory in Marokko de komeet C/2013 V5 Oukaimeden ontdekt waarvan veel verwacht wordt. Zo veronderstellen astronomen dat deze komeet in september 2014 een helderheid moet halen van magnitude 5,5 waardoor deze gemakkelijk zichtbaar moet zijn met een binoculair vanop een donkere locatie. Op 3 oktober 2014 bereikt deze niet-periodieke komeet het perihelium en op 16 september 2014 bereikt komeet C/2013 V5 Oukaimeden zijn kortste afstand tot de Aarde (ongeveer 70 miljoen kilometer). Eind augustus 2014 zou deze komeet met een binoculair al net voor zonsopkomst moeten zichtbaar zijn in het sterrenbeeld Monoceros (Eenhoorn), aan de oostelijke grens met het sterrenbeeld Orion. Waarnemers die op het zuidelijk halfrond wonen, zullen de komeet C/2013 V5 Oukaimeden in september 2014 het best kunnen waarnemen.
Komeet C/2013 A1 Siding Spring Een komeet waar velen nu al naar uitkijken is komeet C/2013 A1 Siding Spring. Deze komeet werd op 3 januari 2013 ontdekt door Robert H. McNaught op het Siding Spring Observatory. In september 2014 zal deze komeet een helderheid bereiken van magnitude 7,5 en zal deze zichtbaar op het zuidelijk halfrond met een binoculair. Op het noordelijk halfrond moet men wachten tot begin oktober om deze komeet waar te nemen. Amateur-astronomen vinden komeet C/2013 A1 Siding Spring vooral interessant aangezien deze in oktober 2014 steeds dichter bij de planeet Mars komt te staan aan de sterrenhemel. Uiteindelijk zal deze komeet op 19 oktober 2014, vanaf de Aarde gezien, de planeet Mars ‘overlappen’ in het sterrenbeeld Ophiuchus (Slangendrager). Komeet C/2013 A1 Siding Spring zal zich op dat moment zo dicht bij Mars bevinden dat de coma van deze komeet in aanraking zal komen met de atmosfeer van Mars en dit ongetwijfeld spectaculaire beelden zal opleveren. Volgens huidige berekeningen zal komeet C/2013 A1 Siding Spring met een snelheid van 56 kilometer per seconde op een afstand van ongeveer 144 000 kilometer van het centrum van de planeet Mars vliegen. Volgens astronomen zou het hierdoor mogelijk zijn dat komeet C/2013 A1 Siding Spring een spectaculaire meteorenzwerm zal veroorzaken die zal te zien zijn vanop het oppervlak van de ‘rode planeet’.LET OP: De helderheden van de kometen die in dit artikel worden besproken, zijn niet exact en kunnen nog worden aagepast. Kometen en hun helderheid zijn en blijven zeer moeilijk voorspelbaar, zeker wanneer deze voor het eerst het binnenste gedeelte van het zonnestelsel bezoeken. Bron: SpacePage.
De eerste maand van het nieuwe jaar wordt ook in de volksmond ook wel de ‘ijsmaand’ of ‘louwmaand’ genoemd en werd genoemd naar de Romeinse god van de poorten en deuren ‘Janus’. In dit uitgebreid artikel wordt een overzicht gegeven van wat er zoal aan de sterrenhemel te zien is in januari 2014.
Planeten
Jupiter en de schaduwen van enkele maande, gefotografeerd door Cees Aarnoutse
Januari 2014 is een maand waar veel amateur-astronomen al een tijdje naar uitkijken. In deze maand, op 5 januari 2014, is de grootste planeet uit ons zonnestelsel, de gasplaneet Jupiter, in oppositie met de Zon. Dat wil zeggen dat deze planeet op dat moment pal tegenover onze ster staat aan de hemel en hierdoor de hele nacht zichtbaar is. Dit is dus het perfecte moment op Jupiter waar te nemen. Een buitenplaneet, planeten die zich voorbij de baan van de Aarde om de Zon bevinden, is in oppositie met onze ster wanneer deze tegenover de Zon aan de hemel staat. Op dat moment staan de Zon, de Aarde en de desbetreffende planeet dus op één lijn. Hierdoor zien wij op Aarde deze planeet de hele nacht aan de sterrenhemel. Jupiter komt op 5 januari 2014 na zonsondergang op in het noordoosten, is rond middernacht hoog aan de sterrenhemel te zien in het zuiden en is zichtbaar tot kort voor zonsopgang in het noordwesten. Aangezien Jupiter relatief dicht bij de Aarde staat, lijkt deze groot en helder waardoor dit het perfecte moment is om deze planeet waar te nemen. De helderheid van deze reuzenplaneet bedraagt op dat moment magnitude -2,2 en Jupiter heeft op dat moment een schijnbare diameter is 46,8″. Jupiter is al makkelijk zichtbaar met het blote oog als een heldere ster maar indien men beschikt over een telescoop kan men de bandenstructuur en zelfs de Grote Rode Vlek waarnemen. Daarnaast kan je met een telescoop ook de vier Galileïsche manen rondom Jupiter waarnemen. Doordat Jupiter-opposities maar om de dertien maanden plaatsvinden, hebben we in 2013 geen Jupiter-oppositie gekend. De laatste Jupiter-oppositie dateert van 3 december 2012.
Venus en een smalle maansikkel
De planeet die het dichtst bij de Zon staat, Mercurius, is enkel tijdens de tweede helft van de maand januari ’s avonds te zien in het zuidwesten, kort wanneer de Zon ondergaat. Op 31 januari 2014 bereikt Mercurius zijn grootste oostelijke elongatie. De helderheid van deze kleine planeet bedraagt op dat moment magnitude +1,4. Venus, de tweede planeet uit ons zonnestelsel (gezien vanaf de Zon), is enkel de eerste dagen van de maand januari te zien. Deze ‘avondster’ is zichtbaar in het zuidwesten wanneer de Zon ondergaat en is na 5 januari 2014 niet meer zichtbaar. De ‘rode planeet’ Mars is in de tweede helft van Januari zichtbaar en wordt steeds helderder. Deze planeet is terug te vinden in het sterrenbeeld Maagd. De mooiste planeet uit ons zonnestelsel, Saturnus, is ’s morgens zichtbaar in het sterrenbeeld Weegschaal. Op donderdag 16 januari is het Volle Maan.
Meteorenzwerm Boötiden
Op 4 januari 2014 bereikt de meteorenzwerm Boötiden, ook wel Quadrantiden genoemd, zijn maximum. Meteoren worden in de volksmond ‘vallende sterren’ genoemd maar in werkelijkheid gaat het om zeer kleine stukjes steen en gruis die onder hoge snelheden de atmosfeer van de Aarde binnendringen waarna ze op een hoogte van ongeveer 100 kilometer verdampen. Het radiant van deze meteorenzwerm bevindt zich op zijn hoogte punt op ongeveer 80° aan de hemel in het sterrenbeeld Ossenhoeder (Boötes). Het radiant is het punt aan de sterrenhemel waaruit meteoren lijken te komen. Bij goede omstandigheden (donkere locatie en geen storend Maanlicht) kan men meer dan honderd meteoren per uur te zien. Deze meteoren zijn vaak zwak, hebben een blauwachtige kleur en vertonen lange sporen. Aangezien de Maan op het moment van het maximum slechts voor 9% is verlicht, stoort deze niet of nauwelijks. Over de oorsprong van de Boötiden is nog steeds onduidelijkheid. Zo zouden deze meteoren mogelijks restanten kunnen zijn van een planetoïde die op zijn beurt een overblijfsel is van een komeet. In januari 2014 zal de Aarde ook het spoor van stof en gruis doorkruisen dat werd achtergelaten door de komeet ISON. Volgens astronomen is het dan ook mogelijk dat we hierdoor extra meteoren gaan te zien krijgen. Om meteoren waar te nemen heb je geen speciale apparatuur nodig. Enkel een ligzetel, een heldere sterrenhemel en wat geduld zijn genoeg.
Deep-sky
Kaartje van het sterrenbeeld Grote Hond (Canis Major).
De maand januari is het perfecte moment om ondermeer de prachtige nevel NGC 2359 waar te nemen. Deze emissienevel bevindt zich in het sterrenbeeld Grote Hond (Canis Major) en ligt op ongeveer 15 000 lichtjaar van de Aarde. De schijnbare afmeting van dit deep-sky object bedraagt 9,0′. Om dit object goed waar te nemen heb je een behoorlijke telescoop nodig. Ook het sterrenstelsel NGC 2403 kan in de maand januari goed worden waargenomen. Dit sterrenstelsel kan worden teruggevonden in het sterrenbeeld Giraffe (Camelopardalis) en heeft een schijnbare afmeting van 23,4′ bij 11,8′. Dit stelsel ligt op ongeveer 12 miljoen lichtjaar van de Aarde en heeft een helderheid van magnitude 8,2. Liefhebbers van sterrenhopen kunnen in januari de open sterrenhoop NGC 2264 waarnemen. Deze sterrenhoop, die bestaat uit een veertigtal sterren, bevindt zich in het sterrenbeeld Eenhoorn (Monoceros) en is met een helderheid van magnitude 4,0 al zichtbaar met een binoculair. NGC 2264 is een zeer complex gebied waartoe ook de ‘Cone Nebula’ en de ‘Snowflake Cluster’ te zien zijn. Een andere indrukwekkende sterrenhoop die in januari goed kan worden waargenomen, is Messier 47 (M47). Deze open sterrenhoop in het sterrenbeeld Achtersteven (Puppis) bestaat uit een vijftigtal sterren en het hele object meet ongeveer 12 lichtjaar in diameter. Met een helderheid van magnitude 5,0 is dit deep-sky object ook al zichtbaar met een binoculair. Het spreekt voor zich dat men het best deep-sky objecten waarneemt in de periode rond Nieuwe Maan (30 januari 2014) aangezien men dan geen hinder heeft van storend Maanlicht.
De sterrenbeelden op 15 januari 2014 (22u00)
Hubble’s Tonight’s Sky
Hieronder weer de maandelijkse video van Hubble’s Tonight’s Sky, waarin je kan zien wat er allemaal voor interessants aan de hemel staat te gebeuren.
De grootste vulkaan op Mars; de Olympus Mons – Foto: NASA.
Als je Mars goed bekijkt, kun je zien dat vulkanen de meest bekende geologische kenmerken zijn van de ‘rode’ planeet en dat deze tot de grootste uit ons zonnestelsel behoren. De meeste vulkanen bevinden zich in het Tharsis gebied nabij de evenaar maar ook elders op de planeet worden vulkanen, die meestal kleiner zijn, aangetroffen.Mars is sinds zijn ontstaan altijd zeer vulkanisch actief geweest. Deze activiteit heeft dan ook geleid tot de vorming van de grote noordelijke lavavlakten en het ontstaan van de Tharsis vulkanen die reusachtige afmetingen hebben aangenomen. Net als op Aarde beschikt Mars over verschillende types van vulkanen. De meest opvallende zijn wellicht de caldera’s die men kan herkennen doordat ze bovenaan trechtervormige kraters hebben. Een ander type vulkaan dat op Mars voorkomt, is de patera. Dit zijn zeer lage vulkanen zonder steile helling. De reden waarom al deze vulkanen op Mars verschillende vormen en structuren aannemen is dezelfde als op Aarde. Dit ligt aan de chemische samenstelling van de lava en de snelheid waarmee deze wordt uitgestoten.
De grootste vulkaan op Mars; de Olympus Mons – Foto: NASA.
De caldera’s zijn de meest bekende Mars vulkanen. Deze hebben hun uiterlijk te danken doordat de top van de vulkaan instort waardoor een krater ontstaat (een caldera) nadat er lava is uitgestroomd. Voor het uitbarsten van een vulkaan wordt er een enorme druk opgebouwd in het binnenste waardoor deze gaat opzwellen. Zodra de vulkaan uitbarst en lava uitspuwt, zal de druk binnenin verminderen en zal het magma, dat zich onder de vulkaantop bevindt, terugtrekken. De top van de vulkaan loopt nu leeg en hier ontstaat uiteindelijk een caldera. Deze procedure van opzwellen en leeglopen kan zich verschillende malen voordoen bij één vulkaan. De vulkanen die zich in het Tharsis gebied bevinden op Mars, hebben opvallend veel gelijke kenmerken met vulkanen op Hawaï waardoor men veel over het ontstaan van deze vulkanen kan achterhalen. Door het ontbreken op Mars van plaattektoniek kan een vulkaan op Mars miljoenen jaren op dezelfde plaats blijven opzwellen en kan deze reusachtige afmetingen aannemen die we op Aarde niet kennen. Een ander kenmerk van de caldera vulkanen is de hellingsgraad van ongeveer 4 graden die dergelijke vulkanen hebben waardoor de lava sneller en krachtiger naar beneden stroomt dan bij minder steile vulkanen.
Caldera structuur – Foto: NASA.
De grootste vulkaan op Mars is de Olympus Mons en hij is tevens ook de grootste vulkaan in ons zonnestelsel. Hij werd genoemd naar de verblijfplaats van de Griekse goden en is 27 kilometer hoog (Mount Everest op Aarde is 9 kilometer hoog). Aan de top van de Olympus Mons bevindt zich een caldera die een doorsnede heeft van 50 kilometer. Hierin hebben zich nog eens kleinere vulkanische kraters genesteld. Doordat de calderawanden gegroefd zijn, kan dit wijzen op grote grondverschuivingen. Aan de wanden van de vulkaan zijn lavastromen te zien die enkele honderden kilometers lengte hebben. Door deze lange lavastromen moet de lavasnelheid zeer hoog geweest zijn en moet deze vulkaan over een enorme magmakamer beschikt hebben. De flanken van de Olympus Mons bestaan uit verschillende ingestorte lavakanalen en lavapijpen. Op Mars hadden deze lavastromen vier- tot tienmaal meer volume dan lavastromen die op Aarde voorkomen. Rondom deze indrukwekkende vulkaan bevindt zich een ring van grof, oneffen oppervlaktegesteente dat zich op bepaalde plaatsen uitstrekt tot 700 kilometer van de top. Voor veel geologen is dat dan ook een bewijs dat er ooit een nog grotere vulkaan moet hebben bestaan in dit gebied.
De grootste vulkaan op Mars; de Olympus Mons – Foto: NASA.
Ten zuidoosten van de reusachtige Olympus Mons bevindt zich het Tharsis gebied. Deze regio wordt gekenmerkt door drie grote vulkanen die zich op één lijn bevinden. Van het noordoosten naar het zuidwesten zijn dit de Ascraeus Mons, Pavonis Mons en Arsia Mons en deze drie zijn elk ongeveer 10 kilometer hoog en hebben elk een basis van ongeveer 350 kilometer breedte. De drie vulkanen bevinden zich elk op ongeveer 700 kilometer van elkaar en omdat deze vulkanen zich bovenop het Tharsis gebergte bevinden, dat een hoogte heeft van 9 kilometer, hebben ze ongeveer dezelfde hoogte als de Olympus Mons en domineren zij eveneens het uitzicht. Bovenop de drie vulkanen bevinden zich eveneens drie caldera’s maar zij verschillen wel elk van vorm. De caldera op Arsia Mons heeft een doorsnede van 110 kilometer en een diepte van ongeveer 2 kilometer. Pavonis Mons beschikt over een caldera met een mooie cirkelvormige structuur en is ongeveer 5 kilometer diep.
Vulkanen op Mars. Foto: NASA.
Zoals eerder vermeld werd, beschikt Mars ook over patera vulkanen en de meest bekende is wellicht de Alba Patera die zich ten noorden van de Tharsis bergrug bevindt en een breedte heeft aan de basis van 1600 kilometer waardoor deze vulkaan de meest uitgestrekte is op Mars. Doordat de wanden van deze vulkaan maar een halve graad hellen, heeft hij maar een hoogte van 6 kilometer en is deze niet zo indrukwekkend als de grote caldera vulkanen in het Tharsis gebied. De meeste patera vulkanen bevinden zich op het zuidelijk halfrond van Mars. Nog een bekende patera hier is de Apollinaris Patera die een caldera heeft aan de top van de vulkaan met een breedte van 100 kilometer. Zijn lavastromen strekken zich tot 200 kilometer ver van de top uit.
Alba Patera – Foto: NASA.
De leeftijd van de Mars vulkanen proberen geologen en planeetonderzoekers te achterhalen door het aantal inslagkraters te tellen die zich op de vulkanen bevinden maar meestal is het moeilijk inslagkraters van vulkanische kraters te onderscheiden waardoor dit een moeilijk klus wordt. De patera vulkanen, die zich vooral op het zuidelijk halfrond van Mars bevinden, vertonen de oudste vulkanische kenmerken en de jongste vulkanen zouden diegenen zijn die zich in het Tharsis gebied bevinden. De Olympus Mons blijkt de jongste vulkaan van allemaal te zijn maar ook hij slaapt al enkele miljoenen jaren. Aan de kraters rondom deze vulkaan is ook duidelijk te zien dat de vulkanische activiteit geleidelijk afnam. Het is zeer moeilijk te bepalen hoeveel materiaal door de vulkanen werd uitgestoten en wanneer dit gebeurde maar wel staat vast dat de studie van de vulkanen op Mars een zeer belangrijk onderdeel zal vormen in toekomstige onbemande en bemande Mars missies. De Mars vulkanen behoren ongetwijfeld tot de prachtigste kenmerken van de ‘rode’ planeet. Doordat deze vulkanen zoveel gelijkenissen vertonen met die op Aarde, hebben wetenschappers al zeer veel kunnen achterhalen over het ontstaan en de werking van deze vulkanen. Toch hebben zij nog niet al hun geheimen prijsgegeven en zal de mens vroeg of laat wandelen op één van de reusachtige vulkanen.
November wordt ook wel de ‘nevelmaand’ of ‘slachtmaand’ genoemd en de elfde maand van het jaar in de gregoriaanse kalender. In dit artikel bespreken we wat er zoal te zien is aan de sterrenhemel in november 2013.
Planeten
De planeet Saturnus staat 6 november in conjunctie met de zon
De kleinste planeet uit ons zonnestelsel, Mercurius, bereikt op 18 november 2013 zijn grootste westelijke elongatie en is op dat moment een zogeheten ‘ochtendster’. In de praktijk wil dit zeggen dat deze kleine planeet vanaf ongeveer 10 november te zien is in de ochtendschemering boven de zuidoostelijke horizon. Mercurius heeft op 18 november 2013 een helderheid van -0,3 (magnitude) en een schijnbare diameter van 6,7″. Deze binnenplaneet is op 18 november voor 61% verlicht doordat Mercurius ook schijngestalten kent (verschillende gedaanten). De tweede planeet uit ons zonnestelsel, Venus, wordt ’s avonds steeds beter zichtbaar. Vanaf 4 november 2013 gaat deze heldere planeet twee uur na de Zon onder. Mars, ook bekend als de ‘rode planeet’ omwille van zijn rood uiterlijk, is ’s morgen terug te vinden in het sterrenbeeld Leeuw (Leo). Vanaf 25 november 2013 vinden we Mars terug in het sterrenbeeld Maagd (Virgo). De grootste planeet uit ons zonnestelsel, Jupiter, komt in november elke dag iets vroeger op en is een groot deel van de nacht terug te vinden boven de horizon. Deze planeet kan worden teruggevonden in het sterrenbeeld Tweelingen (Gemini). De prachtige planeet met haar ringen, Saturnus, is op 6 november 2013 in conjunctie met de Zon en is de laatste dagen van deze maand opnieuw te zien aan de ochtendhemel (laag in het zuidwesten). Liefhebbers van bedekkingen moeten zeker 2 november 2013 aanstippen in hun agenda. Op die dag, begin om 06u30, bedekt de Maan de ster Spica. Dit is de helderste ster van het sterrenbeeld Maagd (Virgo). Het maximum van de bedekking is 5° boven de horizon te zien in het oostzuidoosten. Deze bedekking duurt iets minder dan veertig minuten. Doordat de Maan op dat moment slechts 2% is verlicht, zien we enkel een smalle maansikkel.
Meteoren
De Leoniden lijken uit de kop van het sterrenbeeld Leeuw te komen
De belangrijkste meteorenzwerm die we in november te zien krijgen, is ongetwijfeld de Leoniden meteorenzwerm. Deze zwerm bereikt op zondag 17 november 2013 haar maximum wat wil zeggen dat we onder goede omstandigheden tot 23 meteoren, ook wel ‘vallende sterren’ genoemd, per uur kunnen waarnemen. In werkelijkheid gaat het hier niet om ‘vallende sterren’ maar wel om zeer kleine stukjes steen en gruis die die onder hoge snelheden de atmosfeer van de Aarde binnenkomen en op grote hoogte verdampen. De steentjes en het gruis die deze meteorenzwerm veroorzaakt, zijn afkomstig van de komeet Tempel-Tuttle. Het radiant van de Leoniden (het punt aan de hemel waaruit de meteoren lijken te komen) staat op 17 november omstreeks 07u00 ongeveer 60° boven de horizon in het sterrenbeeld Leeuw (Leo). De Leoniden meteorenzwerm is onder amateur-sterrenkundigen heel bekend omwille van zijn indrukwekkende sterrenregens in 1799, 1833, 1866, 1966 en 1999. Om meteoren, of vallende sterren, waar te nemen, heb je geen speciale apparatuur nodig. Enkel een donkere locatie, een ligzetel en een beetje geduld. Doordat het op 17 november 2013 ook Volle Maan is, kan dit een enorme stoorzender zijn in het waarnemen van deze meteoren.
Deep-sky objecten
De open sterrenhoop M38
De maand november is de perfecte maand om de prachtige nevel NGC 1555 waar te nemen. Deze nevel is ook gekend onder de naam ‘Hind’s Variable Nebula’ en bevindt zich in het sterrenbeeld Stier (Taurus) vlakbij de ster T Tauri. Op 29 november 2013 bevindt NGC 1555 zich in het hoogste punt aan de hemel, op 57° boven de horizon. Doordat dit een zwak en contrastarm object is, heb je een behoorlijke telescoop nodig om details te zien. Zoals bij alle deep-sky objecten het geval is, is de periode rond Nieuwe Maan de meest geschikte periode om deep-sky objecten waar te nemen met een binoculair of telescoop. Op 3 november 2013 is het Nieuwe Maan. Liefhebbers van sterrenhopen kunnen de maand november gebruiken om de open sterrenhopen Messier 36 (M36), Messier 37 (M37) en Messier 38 (M38) waar te nemen. Deze open sterrenhopen bevinden zich in het sterrenbeeld Voerman (Auriga) en kunnen bij goede omstandigheden al worden waargenomen met een binoculair of een kleine telescoop.
Komeet C/2012 S1 (ISON)
De komeet ISON, gefotografeerd door Hubble. Credit: NASA/ESA.
November 2013 is een maand waarop veel amateur astronomen en professionele astronomen hebben gewacht. De reden hiervoor is dat de komeet C/2012 S1, ook gekend als ‘komeet ISON’, op 29 november 2013 het perihelium bereikt. Deze niet-periodieke komeet werd in september 2012 ontdekt en werd al gauw omschreven als de ‘komeet van de eeuw’ doordat deze zeer helder zou kunnen worden. Of dit echt zo zal zijn, zal de nabije toekomst echter uitwijzen. Wat we momenteel wel weten, is dat komeet ISON zich op het moment van het perihelium op een afstand van slechts 0,012 AE (Astronomische Eenheden) van de Zon en op 0,996 AE van de Aarde zal bevinden. De exacte helderheid van deze komeet kan heel moeilijk worden voorspeld aangezien het niet zeker is of komeet ISON zijn passage langs de Zon wel overleefd. Tussen 23 november en 1 december 2013 is het object in Nederland en België vrijwel onzichtbaar omwille van de passage langs de Zon. De grootste helderheid van deze komeet wordt verwacht op 2 december 2013. Volgens velen moet deze komeet dan zelfs met het blote oog zichtbaar zijn aan onze ochtendhemel. Voor zijn periheliumpassage kunnen we deze komeet terugvinden in de sterrenbeelden Leeuw, Maagd en Weegschaal. Na de periheliumpassage in de sterrenbeelden Slang, Hercules, Noorderkroon, Draak, Kleine Beer en Cepheus. Op 26 december 2013 vliegt komeet ISON het dichtsts langs de Aarde. De afstand bedraagt dan ongeveer 64,1 miljoen kilometer.
Hubble’s Tonight’s Sky
Hieronder weer de maandelijkse video van Hubble’s Tonight’s Sky, waarin je kan zien wat er allemaal voor interessants aan de hemel staat te gebeuren.
Het Buran-project is ongetwijfeld het meest indrukwekkende en duurste project ooit uit de Russische ruimtevaart. De toenmalige Sovjet-Unie startte in 1974 met dit ambitieuze project als antwoord op de plannen van de Amerikaanse Space Shuttle. Na één onbemande ruimtevlucht in 1988 werd het project echter gestopt en ging nooit nog een Russisch ruimteveer de ruimte in.
Uit angst voor de Space Shuttle
Het idee achter het concept van een herbruikbaar ruimtevaartuig was net als in de Verenigde Staten ook in de Sovjet-Unie al ontstaan tijdens de beginjaren van de ruimtevaart. Toch werd in Moskou nooit geld en tijd vrijgemaakt om een dergelijk project in de praktijk uit te werken. Toen de Verenigde Staten eind de jaren ’70 en begin de jaren ’80 druk in de weer waren met het ontwerpen en het testen van hun ruimteveer (Space Shuttle), stelde men zich in de toenmalige Sovjet-Unie steeds meer vragen over het nut van het Amerikaanse ruimteveer.Zo wekte het Amerikaanse Space Shuttle programma in Moskou zeer veel argwaan op doordat dit ruimteveer ook voor militaire doeleinden kon worden gebruikt en het beschikte over een zeer groot laadruim. Tot voor de komst van de Space Shuttle was de omvang en het gewicht van militaire satellieten en ladingen beperkt aangezien toenmalige draagraketten een beperkt laadvermogen hadden. De Amerikaanse Space Shuttle werd vooral ontworpen om vrachten tot 27 ton in een lage baan om de Aarde te brengen en zou volgens de ontwerpers makkelijk elke week kunnen gelanceerd worden.Om dit te onderzoeken vroeg de toenmalige Sovjet-regering aan verschillende industriële instellingen om het ontwerp en het nut van het Amerikaanse ruimteveer te analyseren waarna men in de Sovjet-Unie al gauw tot de vaststelling kwam dat vrachten van meer dan twintig ton voor civiele toepassingen toen niet bestonden. Hierdoor concludeerde men dat het Amerikaanse ruimteveer zou gebruikt worden voor militaire doeleinden. Toen de toenmalige Sovjet-minister van defensie Dmitriy Ustinov vervolgens ook nog eens een rapport in handen kreeg dat de Amerikaanse Space Shuttle in theorie zelfs kernbommen kon meenemen, was de Sovjet-Unie verplicht om hier op te antwoorden. Dit antwoord kwam er in de vorm van een eigen ruimteveer project dat de hoogste prioriteit kreeg.
Testmodellen en testvluchten
Officieel werd het Russische ruimteveer ontworpen om kosmonauten, ruimtetuigen en bevoorrading met in de ruimte te brengen maar vele jaren na de Koude Oorlog werd bekend dat dit project van in het begin in het leven werd geroepen voor militaire doeleinden. Welke militaire missies het Russisch ruimteveer zou hebben uitgevoerd, is tot op heden nog steeds geheim.De bouw van de Russische ruimteveren begon in 1980 en tegen 1984 was een eerste testmodel op ware grootte al klaar. In juli 1983 vond een eerste testvlucht van een BOR-5 schaalmodel plaats waarna uiteindelijk nog eens vijf testvluchten met schaalmodellen werden uitgevoerd. BOR stond voor ‘Bespilotnyi Orbital’nyi Raketoplan’ en waren een reeks van kleine onbemande ruimtetuigen die in de ruimte gebracht werden om tal van zaken op vlak van aerodynamica en hittebestendigheid te testen en demonstreren. De BOR-5 ruimtetuigen waren schaalmodellen (1:8) van de Buran en werden door middel van Russische Kosmos raketten vanop de Kapustin Yar lanceerbasis in de ruimte gebracht.Terwijl de Verenigde Staten het test-ruimteveer Enterprise hadden voor het testen en demonstreren van landingsfases werd in de Sovjet-Unie hiervoor beroep gedaan op OK-GLI test-ruimteveer. Dit testmodel werd door middel van raketmotoren vanop de begane grond tot op een bepaalde hoogte gebracht waarna de OK-GLI teruggleed als een zweefvliegtuig om vervolgens te landen op een landingsbaan. Alles samen werden meer dan twintig van deze testvluchten uitgevoerd waardoor de ingenieurs van het Buran-project waardevolle informatie verkregen over het ontwerp en de stuurbaarheid van hun ruimtetuig.Zo leerden Russische ingenieurs dankzij de vele testvluchten dat hun ruimteveer een glijgetal had van 6.5 in tegenstelling tot de Amerikaanse tegenhanger dat een glijgetal had van 5.5. Het glijgetal is in de luchtvaart en aerodynamica heel belangrijk en is de verhouding tussen de horizontale afgelegde afstand en de verticale afgelegde afstand (verminderde hoogte) van een niet aangedreven object dat zich voortbeweegt door de atmosfeer. Naast de grote testmodellen en BOR schaalmodellen werden ook nog tientallen andere testmodellen gebouwd waarmee ondermeer testen werden uitgevoerd in windtunnels.
Foto: NPO Molniya
Buran vs. Space Shuttle
We kunnen er niet omheen, het Russische ruimteveer lijkt als twee druppels water op zijn Amerikaanse tegenhanger. Is dit toeval? Helemaal niet! Zo is vandaag de dag bekend dat de toenmalige geheime dienst van de Sovjet-Unie, de KGB, documenten kon bemachtigen over het ontwerp van tal van onderdelen van de Amerikaanse Space Shuttle. Doordat het ontwerp van het Amerikaanse ruimteveer geen staatsgeheim was, bleek het uiteindelijk ook niet moeilijk te zijn om aan deze documenten te geraken.Ondanks het feit dat het Russisch ruimteveer sterke gelijkenissen vertoont met zijn Amerikaanse tegenhanger, zijn er toch enkele opmerkelijke verschillen. Zo heeft de Russische variant een totale lengte van 36,7 meter en een spanwijdte 23,9 meter terwijl het Amerikaanse ruimteveer 37,2 meter lang is en een spanwijdte heeft van 23,7 meter. Nog een verschil tussen beiden bevindt zich in het vrachtruim. Zo heeft het Russisch ruimteveer een vrachtruim van 18,5 x 4,6 meter terwijl het vrachtruim van het Amerikaanse ruimteveer 18 x 4,6 meter groot is. Daarnaast kon de Buran zwaardere vrachten in de ruimte brengen (maximum 30 ton) en zwaardere vrachten terug naar de Aarde brengen (maximum 20 ton). Ook binnenin de ruimteveren was er een verschil doordat de Russische variant tot maximaal tien kosmonauten kon vervoeren.
Ook het propulsiesysteem van het Russische ruimteveer was anders ten opzichte van dat van het Amerikaanse ruimteveer. Zo beschikte de Buran niet over drie herbruikbare Space Shuttle Main Engines (SSME) die werden gevoed door een externe brandstoftank. Het hoofdpropulsiesysteem van het Russische ruimteveer bevond zich in de bijhorende draagraket. Zo deden Russische ingenieurs hiervoor een beroep op de krachtige Energia raket. Dit was een zogenaamd ‘heavy-lift expendable launch system’ dat bestond uit vier boosterraketten die bevestigd werden aan een centrale rakettrap. Deze volledige configuratie beschikte over acht raketmotoren (4 x RD-0120 en 4 x RD-170).Deze krachtige draagraket kon vrachten tot honderd ton tot in een lage baan om de Aarde brengen en woog bij het lanceren maar liefst 2 400 ton. In tegenstelling tot de twee Solid Rocket Boosters en de External Tank die enkel konden gebruikt worden voor het lanceren van het Amerikaanse ruimteveer kon de Russische Energia raket ook nog voor andere lanceringen worden gebruikt.Ook in de assemblage en het transport van beide ruimteveren was er een opmerkelijk verschil. Zo werd het Amerikaanse ruimteveer met zijn Solid Rocket Boosters en External Tank in verticale houding overgebracht van de montagehal naar het lanceercomplex terwijl dit met de Russische Buran horizontaal gebeurde. Op die manier kon het Russische ruimteveer veel sneller worden verplaatst. Eenmaal aangekomen op het lanceercomplex werd de Energie raket met daarop het ruimteveer in verticale houding gebracht. Net als aan boord van het Amerikaanse ruimteveer werd voor de Russische variant ook een robotarm (Remote Manipulator System) ontwikkeld die zowel bediend kon worden vanuit de cockpit van het ruimteveer alsook vanuit het vluchtleidingscentrum op Aarde.
Foto: NPO Molniya
Buran, Ptichka en Baikal
Net als de Verenigde Staten besliste ook de Sovjet-Unie om meer dan één ruimteveer te bouwen. Zo werden er gedurende het hele Buran-project vijf ruimteveren gebouwd en acht testmodellen. De testmodellen werden vooral gebruikt als simulator of om tal van testen mee uit te voeren. Het eerste ruimteveer dat klaar was, kreeg de naam ‘Buran‘ (OK-1.01) wat in het Russisch zoveel betekent als ‘sneeuwstorm’. Het tweede Russisch ruimteveer dat werd gebouwd (OK-1.02), kreeg de namen ‘Ptichka‘ (Russisch voor ‘kleine vogel’) en ‘Buria‘ (Russisch voor ‘storm’) en de bouw hiervan begon in 1988. Een derde ruimteveer (OK-2.01), genaamd ‘Baikal’ was de eerste van een reeks ruimteveren dat gemoderniseerd werd naar aanleiding van ervaringen die men had opgedaan tijdens tests met de Buran en Ptichka ruimteveren. Uiteindelijk werd begin de jaren ’90 ook nog gestart met de bouw van nog eens twee ruimteveren (OK-2.02 en OK-2.03). Om de Russische ruimteveren uiteindelijk te transporteren, werd een beroep gedaan op een Antonov An-225 Mriya vrachtvliegtuig dat speciaal ontworpen werd om Russische ruimteveren en onderdelen van de Energia raket te verplaatsen. Net als in de Verenigde Staten werd een Russisch ruimteveer op de rug van dit gigantisch vliegtuig bevestigd.
Opleiding van kosmonauten
Om Sovjet-kosmonauten, die een opleiding kregen voor de Russische ruimteveren, zoveel mogelijk ervaring te laten opdoen met bemande ruimtevluchten werd beslist dat zij tijdens hun opleiding een zitje kregen aan boord van bemande Sojoez ruimtevluchten. Verschillende kosmonauten kwamen uiteindelijk in aanmerking om een eerste bemande ruimtevlucht uit te voeren met het Buran ruimteveer. Toen in 1985 echter beslist werd dat één van de twee crewleden van een Russisch ruimteveer een testpiloot moest zijn die werd opgeleid door het Russische Gromov Flight Research Institute daalde hierdoor het aantal kandidaten.Uiteindelijk raakten twee potentiële Buran-kosmonauten in de ruimte: Igor Volk en Anatoli Levchenko. Beiden verbleven ongeveer een week in een baan om de Aarde tijdens de Sojoez T-12 en Sojoez TM-4 ruimtemissies. Beide kosmonauten voerden ook verschillende testvluchten uit met het OK-GLI testmodel waarbij men hoogtes bereikte van zes kilometer en maximale snelheden tot 750 kilometer per uur. Igor Volk zou uiteindelijk de eerste gezagvoerder en piloot worden tijdens de eerste bemande vlucht met een Russisch ruimteveer. Anatoli Levchenko werd aangeduid als back-up en boordingenieur. Toen Anatoli Levchenko in augustus 1988 echter stierf aan de gevolgen van een hersentumor was dit een groot probleem voor het Buran-project aangezien men nu geen ervaren back-up gezagvoerder meer had.Om de veiligheid van de kosmonauten aan boord van de Russische ruimteveren te garanderen, werden deze in de cockpit uitgerust met twee schietstoelen. Op die manier kon de crew zich in veiligheid brengen indien er tijdens de eerste minuten van de lancering of tijdens de landing iets verkeerd zou gaan.
Onbemande ruimtevlucht
Op 15 november 1988 ging het eerste Russische ruimteveer, Buran, de ruimte in. Het ruimteveer werd vanop de Bajkonoer lanceerbasis in Kazachstan tot in een lage baan om de Aarde gebracht door middel van een krachtige Russische Energia raket. Op de Bajkonoer lanceerbasis werd het oude lanceercomplex van de Sovjet N1 Maanraket omgebouwd tot thuisbasis van de Russische ruimteveren. In tegenstelling tot de Amerikaanse Space Shuttle, die in 1981 zijn eerste ruimtevlucht maakte, was de Buran onbemand. Zowel de lancering, de baanmanoeuvres in de ruimte alsook de terugkeer en landing werden volledig automatisch uitgevoerd.Buran bracht zichzelf na de lancering ook tot in een hogere baan om de Aarde. Na twee omwentelingen gemaakt te hebben om onze planeet werden uiteindelijk de raketmotoren aan boord van het ruimtetuig tot ontbranding gebracht waardoor het ruimteveer snelheid minderde en kon terugkeren naar de Aarde. Precies 206 minuten nadat het ruimteveer Buran was vertrokken vanuit Kazachstan landde het ruimtetuig probleemloos terug op een landingsbaan op de Bajkonoer lanceerbasis.Buran had tijdens zijn ruimtevlucht slechts vijf van de 38 000 hittebestendige tegels verloren en ondanks een sterke wind landde het ruimteveer op slechts enkele meters van de op voorhand aangeduide plaats. Dit was de eerste maal in de geschiedenis van de ruimtevaart dat een complex ruimtetuig van deze omvang een volledig automatische ruimtevlucht uitvoerde. Ondanks het feit dat men oorspronkelijk dacht dat er zich tijdens deze eerste onbemande ruimtevlucht geen vracht in het laadruim van de Buran bevond, werd pas vele jaren later bekend dat dit niet klopte.Zo bevond zich aan boord van de Buran de zogeheten ’37KB’ module. Deze cilindervormige module, met een diameter van 4,1 meter en een lengte van 5,1 meter, had een gewicht van 7 ton en werd ontwikkeld als werk- en leefruimte voor een Russisch ruimtestation. Zo zou deze module aan boord van een Russisch ruimteveer kunnen blijven of kunnen vastgehecht worden aan het Russische ruimtestation Mir 2 door middel van de robotarm. Na deze eerste geslaagde onbemande testvlucht zou de Sovjet-Unie in 1991 opnieuw een onbemande ruimtevlucht uitvoeren met ditmaal het ruimteveer Ptichka. Om het Russische ruimteveer maximaal te testen zou men dan in 1992 en 1993 nog eens twee onbemande testvluchten uitvoeren waarbij de Russische ruimteveren meer dan een week in een baan om de Aarde zouden blijven. Uiteindelijk was het de bedoeling om in 1994 de eerste bemande ruimtevlucht uit te voeren met een Russische ruimteveer.
Foto: NPO Molniya
Einde van een ambitieus project
Het Buran-project had als belangrijkste taak om de eer en de trots van het Russische ruimtevaartprogramma te herstellen na het verliezen van de wedloop naar de Maan. De Sovjet-Unie had dan wel als eerste land een ruimtestation in een baan om de Aarde gebracht, toch was dit niets in vergelijking met projecten als het Amerikaanse ruimteveer dat duizenden over de hele wereld inspireerde. Zo zouden de Russische ruimteveren gebruikt worden om te koppelen met het Russische ruimtestation Mir en zouden deze een belangrijke rol spelen in de realisatie van een toekomstig Russische ruimtestation (Mir 2). Daarnaast zouden deze Russische ruimtetuigen een belangrijke rol spelen in de Koude Oorlog aangezien men ze ook kon inzetten voor militaire doeleinden.De Russische ruimteveren hadden uiteindelijk de perfecte tegenhangers moeten zijn voor de Amerikaanse Space Shuttles maar helaas is het nooit zover gekomen. Na de onbemande ruimtevlucht van het ruimteveer Buran in November 1988 werd het project stopgezet omwille van een te hoog oplopend prijskaartje en de slechte politieke situatie in de toenmalige Sovjet-Unie. De twee overige ruimteveren, Ptichka en Baikal, werden nooit volledig afgewerkt (95% afgewerkt) en het project werd uiteindelijk door de toenmalige president Boris Jeltsin op 30 juni 1993 officieel stopgezet. Op dat moment had men in de Sovjet-Unie aan het Buran-project al 71 miljoen dollar uitgegeven.
Van attractie tot schroot
Doordat er verschillende Russische ruimteveren en testmodellen werden gebouwd, bleef men na het stopzetten van het project plots zitten met een grote hoeveelheid aan kostbare onderdelen en hardware. Zo werd het OK-GLI testmodel verkocht aan het Duitse Technikmuseum Speyer waar het ruimteveer momenteel te bewonderen is in een permanente ruimtevaartentoonstelling. Dit is dan ook de enige plaats in Europa waar men een Russisch ruimteveer kan bezichtigen.Het ruimteveer Ptichka, dat 95% klaar was maar nooit de ruimte inging, bevindt zich vandaag de dag nog steeds op de Bajkonoer lanceerbasis en is eigendom van Kazachstan. Andere testmodellen van de Buran, de OK-TVA en OK-KS, bevinden zich in een pretpark in Moskou waar bezoekers een kijkje kunnen nemen en in een fabriek van het Russische ruimtevaartbedrijf RSC Energia. De twee overige ruimteveren die men op het moment van het stopzetten van het project aan het bouwen was, werden ontmanteld en delen ervan, zoals de hittebestendige tegels, werden via het internet verkocht.Maar wat ongetwijfeld het meest waardevolle onderdeel van het Buran-project had moeten zijn, werd in 2002 helemaal herleid tot schroot. Toen in mei 2002 het dak van de hangar 112, waar zich op dat moment het ruimteveer Buran en een heuse Energia raket in bevonden, in elkaar stortte, werden het ruimteveer en de raket totaal vernield. Hierbij kwamen ook zeven mensen om het leven die er op dat moment aan het werk waren. Een onderzoek wees later uit dat het dak wellicht is ingestort door gebrekkig onderhoud en te veel regen. Hierdoor is het enige Russische ruimteveer dat ooit de ruimte inging niet meer te bezichtigen. Terwijl Buran de trots en eer had moeten herstellen van het Russische ruimtevaartprogramma stierf het hele project definitief onder het puin van een verlaten hangar.