NASA’s Curiosity gekiekt op Mont Mercou en de Chinese rover Zhurong betreedt het Mars-oppervlak

Het wordt steeds drukker op Mars. De Curiosity-rover die voortploetert op de rode planeet werd recent op 18 april j.l. nog fraai gekiekt door de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) en de Chinese Zhurong rover heeft vannacht zijn eerste meters afgelegd op Utopia Planitia. NASA’s Curiosity, bijna 9 jaar actief en al 25 km op de teller, bevindt zich ten tijde van de opname van de foto op de Mont Mercou, deze rotsformatie ligt op de 5,5 km hoge Mount Sharp. De MRO nam de foto met behulp van zijn High Resolution Imaging Science Experiment (HiRISE) -instrument. De Curiosity ter grootte van een personenauto is duidelijk zichtbaar, ook al vloog MRO op dat moment een kleine 270 boven het oppervlak van Mars.

Curiosity op Mont Mercou, 18 april j.l. Credits; NASA/JPL-Caltech, Universiteit van Arizona

De Curiosity landde in augustus 2012 in de 154 km brede Gale-krater, en zijn missie diende om te bepalen of de omgeving ooit microbieel leven heeft kunnen ondersteunen. Dit bleek inderdaad zo, de observaties van de zeswielige rover toonden dat Mars’Gale Crater ooit in een ver verleden voor lange tijd een  potentieel bewoonbaar systeem van waterwegen bezat. In september 2014 bereikte Curiosity de uitlopers van Mount Sharp, die vanuit het centrum van Gale hoog oprijst. De rover heeft sindsdien de berg beklommen en de gelaagde rotsafzettingen onderzocht op aanwijzingen over de lang geleden overgang van Mars van een relatief warme en natte wereld naar de koude woestijnplaneet die het nu is. Waarnemingen van MRO en andere orbiters laten zien dat deze overgang in het gesteente wordt vastgelegd, als een verschuiving van kleidragend materiaal naar lagen met veel zoute sulfaten. De heuvels net voorbij de Mont Mercou zijn rijk aan sulfaten, ‘dus daar gaan we naartoe’, zei Abigail Fraeman, plaatsvervangend projectwetenschapper van NASA/JPL. in een video-update van donderdag 20 mei j.l. Hieronder de video met de updates van de Marsrovers. Bronnen: NASA, Space.com

Zhurong
De Zhurong rover heeft op 22 mei om 10:40 Pekingtijd (04:40 NL’se tijd), het landingsplatform verlaten en rijdt nu rond op Mars. De lander en de rover Zhurong, die deel uitmaken van de eerste Marsmissie ‘Tianwen-1’, zijn ontwikkeld door het ‘China Aerospace Science and Technology Corporation, en landden op 15 mei j.l. op het Mars-oppervlak. Het wetenschappelijke doel van de Tianwen-1-missie is het bestuderen van de morfologie en geologische structuurkenmerken van Mars, de kenmerken van de bodemsamenstelling op het oppervlak van Mars, de verdeling van waterijs, en de ionosfeer.
Het is de bedoeling dat het wagentje de komende 90 dagen operationeel zal zijn op de rode planeet. Zie Andrew Jones op Twitter. Bronnen: NOS, Andrew Jone, CNSA/CASC

Beeldimpressie, Zhurong rijdt Mars op Credits; CNSA

Voor een overzicht waar al dit ‘Marsverkeer’ zich nu precies bevindt, zie deze kaart

Zware B-sterren lijken een ‘convectieve kern’ te hebben

De structuur van de zon. Credit: NASA/Public Domain.

De zon heeft een kern die heet genoeg is om waterstof door kernfusie om te zetten in helium. De hoeveelheid waterstof in de kern van de zon is genoeg om ‘m zo nog pakweg vijf miljard jaar te laten stralen. Zware sterren doen precies hetzelfde, alleen gaat bij hen de waterstofverbranding veel sneller, zoveel sneller zelfs dat ze zonder toevoer van ‘verse’ waterstof vanuit de buitenlagen snel door hun voorraad waterstof heen zijn. De kern van de zon is omgeven door een zogeheten stralingszone (Engels: radiative zone – zie afbeelding hierboven), waar het warmtetransport wordt veroorzaakt door opname en afgifte van fotonen en er geen transport van materie plaatsvindt. Buiten de stralingszone zit de convectiezone, waar wel materiestromen zijn, de convectiestromen. Zouden zware sterren dezelfde opbouw als de zon hebben dan zouden ze sneller door hun waterstof in de kern heen zijn dan waargenomen. Om dit probleem op te lossen heeft een team sterrenkundigen onder leiding van May Gade Pedersen (KU Leuven) gekeken naar 26 sterren van spectraaltype B, lichtrijke zware blauwe sterren tussen 3 en 10 zonsmassa. Daarbij pasten ze de methode toe van de asteroseismologie, dat wil zeggen dat ze uit variaties in het sterlicht, verzameld door NASA’s Kepler ruimtetelescoop, informatie halen over geluidsgolven die door de ster heenrazen, net zoals seismische golven van aardbevingen iets vertellen over de structuur van de aarde.

Credit: May Gade Pedersen et al.

Uit het onderzoek komt naar voren dat de sterren een convectiekern hebben, dat wil zeggen dat er ook in de kern convectiestromen van materie zijn. Die maken het mogelijk dat er vanuit de stralingszone rondom de kern waterstof wordt aangevoerd naar de kern toe. De hoeveelheid convectie blijkt niet samen te hangen met de leeftijd van de ster, wel met de interne rotatie van de ster: hoe sneller de ster roteert des te meer convectie er is. Hier het vakartikel over het onderzoek aan de B-sterren, verschenen in Nature Astronomy. Bron: Koberlein.

Astrofysici filteren ‘vals-positieve’ zuurstofrijke terrestrische exoplaneten

Astrofysici van de Universiteit van Santa Cruz hebben met behulp van computermodellen de geochemische evolutie van terrestrische exoplaneten nader onderzocht met als doel uit te zoeken hoe een levenloze exoplaneet aan zuurstof zou kunnen komen. Bij de zoektocht naar leven op exoplaneten is de aanwezigheid van zuurstof in hun atmosfeer een potentieel teken van biologische activiteit. Het blijft een ‘potentieel’ teken, want het hoeft zeker niet zo te zijn, de aanwezigheid van zuurstof kan een heel andere oorsprong hebben en dat is wat dit team getracht heeft uit te zoeken. Dit deed men door middel van het beschrijven van drie verschillende scenario’s waarop zo een levenloze rotsachtige exoplaneet zodanig evolueert dat er wel zuurstof in zijn atmosfeer verschijnt. De resultaten zijn op 13 april j.l. gepubliceerd in het AGU Advances.

Lees verder

De aarde bekeken door de ‘ogen van ET’? De Earth Transit Observer-satelliet gaat biosignaturen detecteren op aarde

Als astronomen de aarde vanuit een ander zonnestelsel zouden observeren, zouden ze dan kunnen zien dat onze planeet wemelt van het leven? Een planetair onderzoeksteam heeft recent deze benadering voorgesteld in een nieuw missieconcept, de Earth Transit Observer, gepresenteerd op 17 maart j.l. op het 52ste Lunar and Planetary congres. Het team o.l.v. van astronoom Laura Mayorga van het Applied Physics Lab aan het Johns Hopkins University te Baltimore, meent dat door met behulp van ETO de aarde op dezelfde manier te observeren als we nu naar exoplaneten kijken, men de kansen zou kunnen vergroten om buitenaardse organismen op verre werelden te detecteren. Sinds 1999 gebruikt men voor het ontdekken van exoplaneten vaak de transitmethode, deze manier heeft inmiddels duizenden exowerelden onthuld door het meten van vluchtige dieptepunten in de helderheid van de sterren waaromheen deze planeten draaien. Niemand weet of deze werelden leven herbergen of niet, maar als wetenschappers naar de aarde zouden turen m.b.v. dezelfde transitmethoden zou men mogelijk duidelijke ‘signaturen’ ontdekken die duiden op leven. Zodra die biosignaturen zijn geïdentificeerd door aardobservaties, zouden experts diezelfde aanwijzingen bij exoplaneten kunnen zoeken. Lees verder

Drie compleet nieuwe bacteriestammen ontdekt op het ISS

Op het ISS zijn er drie bacteriestammen ontdekt die voorheen onbekend waren voor microbiologen. Deze microben zaten onder meer in de Hepafilters die de lucht in het ruimtestation schoon moeten houden. Ze zijn al rond 2016 in zo een filter terechtgekomen maar de vondst is nu pas bekend gemaakt. De micro-oganismen zijn varianten van microben die men op aarde vindt in de nabijheid van planten en belangrijk zijn bij het ziektevrij houden van planten. De Indiase biowetenschappers Kasthuri Venkateswaran en Nitin Kumar Singh, werkten samen met een team van NASA’s Jet Propulsion Laboratory in Pasadena, aan dit onderzoek waarvan de resultaten recent zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk journal Frontiers of Microbiology.*

Methylobacteriestam credits; microbewiki

Hoe zijn deze micro-organismen aan boord van het ISS gekomen? De afgelopen jaren zijn allerlei experimenten gedaan waarbij de astronauten zelf voedsel probeerden te verbouwen. Mogelijk zijn toen microben meegereisd naar de ruimte, die vervolgens zijn gaan evolueren tot een nieuw type. Het ISS is een unieke omgeving omdat het jarenlang volledig geïsoleerd is geweest van de aarde, er is veel onderzoek gedaan om erachter te komen wat voor soort bacteriën er aanwezig zijn.Acht specifieke plekken op het ISS zijn de afgelopen zes jaar continu gecontroleerd op de aanwezigheid van microben en bacteriegroei. Als resultaat zijn honderden monsters van bacteriën verzameld en bestudeerd, en nog eens duizend wachten om naar de aarde terug te keren voor analyse. De vier bacteriestammen die de onderzoekers isoleerden, behoren tot de Methylobacteriaceae-familie. De microben werden genomen uit monsters in het ruimtestation, tijdens de opeenvolgende expedities van verschillende bemanningen. Methylobacteriumsoorten zijn nuttig voor planten, bevorderen hun groei en bestrijden onder andere ziekteverwekkers. Een van de stammen, Methylorubrum rhodesianum, was al bekend. Maar de andere drie staafvormige bacteriën waren onbekend – hoewel wetenschappers door genetische analyse konden vaststellen dat ze het nauwst verwant waren aan de bacteriesoort Methylobacterium indicum. De onderzoekers willen de nieuwe bacteriestammen aanduiden als een nieuwe soort genaamd Methylobacterium ajmalii ter ere van de Indiase biodiversiteitswetenschapper Muhammad Ajmal Khan, die in 2019 stierf. Bronnen: CNN/ScienceAlert

*https://www.frontiersin.org/articles/10.3389/fmicb.2021.639396/full

NASA’s geologisch team hoopt met PIXL de eerste tekenen van leven op Mars te vinden

Dr. Abigail Allwood is een Australische geologe en hoofdonderzoeker bij NASA’s Mars 2020-missie. Allwood staat aan het hoofd van het team, bestaande uit geologen, astrobiologen en astrochemici, die de bedenkers en bouwers van de PIXL zijn, het instrument dat sporen van leven op Mars moet gaan detecteren. PIXL staat voor ‘Planetary Instrument for X-Ray Litheochemistry’, en is gemonteerd op de robotarm van de Marsrover Perseverance, welke recent geland is op Mars. PIXL is één van de zeven wetenschappelijke instrumenten op de rover, en werd als project geselecteerd in 2014. PIXL maakt close-ups van rotsen en grond van Mars en scant monsters ter grootte van een postzegel op chemische ‘handtekeningen’ van microbieel leven. Abigail Allwood heeft, in het kader van haar PhD onderzoek, rond 2005 baanbrekend veldwerk in het afgelegen Pilbara-gebied in noordwestelijk Australië verricht. In Pilbara, dat al sinds de tachtiger jaren in beeld was bij geologen als plek waar mogelijk oeroude fossielen zouden kunnen worden gevonden, vond Allwood sterke aanwijzingen voor ‘stromatolieten’, sedimentair gesteente van biologische oorsprong.Vanwege dit onderzoek kwam Allwood in beeld bij NASA’s JPL met het oog op de komende Marsmissies. Allwood en haar team bouwde PIXL voor de Mars 2020-missie en hopen met PIXL zo fortuinlijk te zijn dat ze tekenen van oeroud leven op de Rode Planeet vinden. Het team zal tot halverwege 2023 dagelijks de verzonden data van PIXL onderzoeken. Lees verder

Prebiotische moleculen in protosterren Serpens SMM1-a en IRAS 16293B ontdekt

Een team astronomen van de Amerikaanse Cornell universiteit heeft met behulp van de ALMA-telescoop in Chili enkele essentiële ingrediënten voor leven gevonden bij twee protosterren. Het betreft de prebiotische moleculen ‘methylisocyanaat en ‘glycolonitril’ aangetroffen bij de sterren-in-spé Serpens SMM1-a en IRAS 16293B. De vondst van deze moleculen in een jong, zich vormend systeem betekent dat als die systemen ooit planeten gaan ontwikkelen, en die planeten de juiste omstandigheden voor leven bezitten, er tenminste twee van de essentiële ingrediënten voor de bouwstenen van het leven aanwezig zijn.  Lees verder

Bekende sterrenkundige: “we zijn in 2017 wellicht bezocht door een buitenaardse ruimtesonde”

‘Oumuamua artistieke impressie credits; ESO

Als de wetenschap met bewijs zou komen voor het bezoek van een buitenaarde intelligentie aan ons zonnestelsel, zou dat wereldwijd de krantenkoppen halen. Maar wat als wetenschappers collectief zouden beslissen om dit bewijs te negeren? Deze notie staat centraal in een nieuw boek dat geschreven is door de beroemde sterrenkundige Avi Loeb.

Deze astronoom is zeker geen wappie, maar een zeer gerespecteerd persoon in zijn vakgebied. Zo is Loeb jarenlang hoogleraar astronomie geweest aan de gerenommeerde Harvard-universiteit, heeft hij honderden baanbrekende papers gepubliceerd en heeft hij samengewerkt met bijvoorbeeld Stephen Hawking. Dat betekent dat zijn mening (normaal gesproken) niet achteloos genegeerd zou mogen worden.

Maar waarom denkt hij dat aliens ons bezocht hebben? Wel, herinneren we ons de passage van ‘Oumuamua (“verkenner” in Hawaiiaans) in oktober 2017? Dit was de eerste keer dat de mensheid een object van interstellaire herkomst door het zonnestelsel zag bewegen. De meeste wetenschappers gingen er gemakshalve vanuit dat het een asteroïde zou zijn of wellicht een komeet-achtig object.

Zodra ‘Oumuamua de zon gepasseerd had, gebeurde echter iets vreemds: het object nam op mysterieuze wijze in snelheid toe. Dit zou gemakkelijk verklaard kunnen worden door het uitstoten van gas en puin door een komeet, maar er is geen enkel bewijs gevonden voor dit uitgassen bij ‘Oumuamua. Verder roteerde het object heel merkwaardig en was de helderheid opvallend hoog – bijna alsof het van een reflecterend metaal was gemaakt.

Artist’s impression van de interstellaire planetoïde `Oumuamua. Credit: Credit: ESA/Hubble, NASA, ESO, M. Kornmesser

Om te verklaren wat er heeft plaatsgevonden, zijn astronomen met allerlei theorieën gekomen. Zo zou ‘Oumuamua helemaal van waterstofijs zijn gemaakt, of uiteen zijn gevallen tot een stofwolk. Bijna iedere mogelijke verklaring is gebaseerd op iets nieuws, een fenomeen dat we niet eerder hebben waargenomen. Als dat het geval is, waarom zouden we dan een kunstmatige herkomst niet in overweging nemen?

‘Oumuamua is nooit van dichtbij gefotografeerd, omdat we het object pas op het laatste moment in de gaten kregen. Vervolgens hebben waarnemingen uitgewezen dat slechts twee mogelijke vormen goed passen bij het gedrag en uiterlijk van ‘Oumuamua, namelijk een uitgerekte sigaarvorm of een dunne, ronde pannenkoek. Die eerste vorm is duidelijk het meest populair geweest in de media, maar de tweede vorm zou evengoed passen bij de waarnemingen.

Loeb zegt dus dat ‘Oumuamua een platte pannenkoek is geweest, dat gefungeerd heeft als een zogenaamd lichtzeil. Bovendien is gebleken dat vóór de interactie met het zonnestelsel, ‘Oumuamua ten opzichte van andere sterren heeft stilgestaan. Het is niet zozeer een object dat door het heelal heeft geraasd, maar een object waar het zonnestelsel per ongeluk “tegenaan” is gevlogen. “Wellicht was ‘Oumuamua een soort van boei in het heelal dat geduldig gewacht heeft op aanwijzingen voor een passerende intelligentie en vervolgens geactiveerd is“, aldus de Israëlische wetenschapper.

Allemaal interessant natuurlijk, maar wat vinden de collega’s van Loeb in de sterrenkundige gemeenschap ervan? Nou, die winden er bepaald geen doekjes om. Zo schrijft astrofysicus Ethan Siegel in Forbes dat Avi Loeb “ooit een gerespecteerde wetenschapper is geweest” die nu “de publieke opinie lastigvalt met argumenten die door zijn collega’s zijn afgewezen“. De meeste bekende sterrenkundigen komen met woorden van vergelijkbare strekking.

Avi Loeb laat zich niet uit het veld slaan. Volgens hem bestaat er een “cultuur van pesten” in zijn vakgebied zodra iemand het waagt om buiten de begaande paden te denken. Volgens hem gebeurde iets soortgelijks bij Galileo, die gestraft werd omdat hij het lef had om te beweren dat de aarde niet het centrum van het heelal was. Sterker nog, in vergelijking met gerespecteerde doch speculatieve takken binnen de theoretische natuurkunde, zoals donkere materie en het multiversum, vind Loeb de zoektocht naar buitenaards leven veel minder vergezocht.

Daarom zou Loeb graag een nieuwe tak van sterrenkunde willen introduceren, namelijk “ruimte-archeologie” waarin we gaan zoeken naar biologische of technologische restanten van buitenaardse beschavingen. “Als we bewijs vinden voor een technologie die miljoenen jaren gekost heeft om te ontwikkelen, kunnen we wellicht die technologie veel sneller namaken om de mensheid vooruit te helpen“. Tsja, wie weet….

Wat denken jullie? Heeft Avi Loeb een klap van de molen gehad? Of is de huidige sterrenkundige gemeenschap hopeloos orthodox en genadeloos gemeen als iemand zijn kop boven het maaiveld probeert uit te steken? Hoe dan ook, zijn boek is nu verkrijgbaar.

Vreemde molecuul ontdekt in Titan’s atmosfeer, een mogelijke bouwsteen van leven

De beste foto’s die we hebben van het oppervlak van Titan, gemaakt in infrarood met het Visual and Infrared Mapping Spectrometer instrument aan boord van NASA’s Cassini. Credits: NASA/JPL-Caltech/University of Nantes/University of Arizona.

Wetenschappers hebben in de atmosfeer van Titan, de grootste maan van Saturnus, een vreemd molecuul ontdekt, cyclopropenylidene (C3H2), ja ja dat is makkelijk te onthouden. Dit is een op koolstof gebaseerd molecuul dat mogelijk een bouwsteen is van leven. De ontdekking werd gedaan met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) in het noorden van Chili en wel door een groep onderzoekers onder leiding van Conor Nixon en Alexander Thelen (NASA Goddard Space Flight Center). In het spectrum van het licht van Titan kwamen ze het signaal tegen van cyclopropenylidene, dat bestaat uit koolstof- en waterstofatomen. Het molecuul is in geen enkele andere atmosfeer in ons zonnestelsel waargenomen. Wel heeft men het eerder gedetecteerd in gas- en stofwolken van het interstellaire medium (ISM) in het Melkwegstelsel, zoals in de Tauruswolk, een grote, koude moleculaire wolk in het sterrenbeeld Stier (zie de afbeelding hieronder).

C3H2 in interstellaire gaswolken en in de atmosfeer van Titan. Credit: ESO/APEX/ Conor Nixon/NASA’s Goddard Space Flight Center

In Titan komt cyclopropenylidene voor in de bovenste delen van de atmosfeer. Het is een molecuul dat bekend staat als een ‘closed-loop molecule’, dat wil zeggen dat het de ‘ruggegraat van ringen’ (Engels: backbone rings) van DNA en RNA vormt, die op hun beurt weer de bouwstenen van leven vormen. Eerder werd ook al een ander closed-loop molecuul in de atmosfeer van Titan ontdekt, namelijk benzeen (C6H6). Er zijn daarmee dus twee moleculen ontdekt in de atmosfeer van Titan, die verband houden met DNA en RNA! De gegevens die met ALMA zijn verzameld zijn nog dubbel gecontrolleerd met de gegevens die Cassini heeft verzameld, het ruimtevaartuig dat maar liefst 127 scheervluchten langs Titan heeft gemaakt. Ook in de gegevens van de ‘mass spectrometer’ van Cassini kwam men (achteraf bekeken) een signaal tegen van een elektrisch geladen variant van C3H2.

Yep, there’s no place like Titan! Credit: Scott Woods

Aanvullend op dit nieuws is er nog ander vergelijkbaar nieuws over Titan, want een ander onderzoeksteam, dat onder leiding stond van Catherine Neish (University of Western Ontario) heeft gebruikmakend van gegevens van NASA’s Cassini missie ontdekt dat er in diverse inslagkraters op het oppervlak van Titan ook allerlei organische aterialen zijn ontdekt. Hier hun vakartikelen met alle bevindingen, verschenen in Astronomy & Astrophysics.

Impressie van Dragonfly. Credits: NASA/JHU-APL

De NASA heeft het plan om een missie naar Titan te sturen en daar te gaan zoeken naar aanwijzingen voor de aanwezigheid van leven, de Dragonfly missie. De Dragonfly is een door het John Hopkins Applied Physics Laboratory (APL) ontworpen zelfstandig vliegende nucleaire quadcopter-drone die onderzoek zal verrichten op Titan. In 2034 moet de Dragonfly op Titan landen. NASA heeft om diverse redenen waaronder de budgetaire gevolgen van de coronacrisis echter verzocht om de doeldatum voor de lancering een jaar te verleggen. Dat zou betekenen dat de lancering in 2027 moet plaatshebben. Hieronder een video over Dragonfly.

Hier het vakartikel van Nixon et al over de ontdekking van het vreemde molecuul in de atmosfeer van Titan, vorige maand verschenen in the Astronomical Journal. Bron: NASA + Univ. Western Ontario.

Exoplaneet LHS 1140b blijkt kolossale waterwereld

Een exoplaneet die mogelijk 80 x meer water bevat dan onze aarde en een oceaan bezit van honderden kilometers diep is recent geïdentificeerd door een internationaal team van astronomen o.l.v. van Jorge Lillo-Box, verbonden aan het Madrileense Centro de Astrobiología. De exoplaneet bevindt zich in het planetair systeem LHS 1140, op 40 lichtjaren (10,5 parsec) afstand. De ouderster, LHS 1140 is een rode dwerg in het sterrenbeeld Cetus, meer dan 5 miljard jaar oud en heeft 15% van de massa van de zon. Met behulp van HARPS’s data (de High Accuracy Radial velocity Planet Searcher) en de inmiddels gepensioneerde Spitzer Space-telescoop – ontdekte men in 2017 dat deze koele dwergster, opp.vlakte temperatuur rond de 2100 tot 3400 graden Celsius, twee exoplaneten herbergde, LHS 1140c en LHS 1140b. Beide exoplaneten bezitten rotsachtige composities, de binnenplaneet, LHS 1140c, heeft een omlooptijd rond zijn ster van slechts 3.8 dagen. De andere exoplaneet, LHS 1140b, met een omlooptijd van 24 dagen, bleek net binnen de bewoonbare zone te vallen, (ook wel ‘habitable zone’ of HZ genoemd, het gebied binnen een planetenstelsel op een dergelijke afstand van de ster dat er leven mogelijk is zoals dat voorkomt op de aarde, een van de criteria is water aan het oppervlak). Astronomen, afkomstig van het Remote Worlds Lab, het Franse Laboratoire d’Astrophysique de Marseille en het Spaanse Centro de Astrobiología, gingen de afgelopen jaren enthousiast door met het verzamelen van nog meer data over dit systeem, en voegden er gegevens aan toe van ESO’s ESPRESSO (Echelle SPectrograph for Rocky Exoplanets and Stable Spectroscopic Observations) en TESS. Het team was in staat om 113 nieuwe zeer nauwkeurige radiale snelheidswaarnemingen te verzamelen in een tijdsspanne van anderhalf jaar, een verdubbeling van de hoeveelheid gegevens die aanvankelijk met HARPS werd verkregen.

Lees verder