AR 2882 door verse 15cm F8 planetaire Dobson

zonnevlek AR 2882 door 15cm F8 planetaire Dobson

Typisch gevalletje van goed voorbeeld doet goed volgen en een plezante samenloop van omstandigheden, want vorige week kreeg opeens weer een heftige aanval van “ATM-kriebels”, iets waarvoor ik trouwens heel zeker nooit een spuit voor in mijn mik wens te krijgen. Die “ATM-kriebels” (ATM=amateur Telescope Making) werden veroorzaakt door het aanzicht op het troosteloos als een gestrande walvis op haar buik liggende nog zo niet lang geleden nieuw aangeschafte en daarna heftig, zowel wat uiterlijk als innerlijk betreft, verbouwde 15cm F8 Skywatcher Newtonnetje.

Deze zogenaamde planetaire Newton, door de optische wijsheid in pacht hebbende opstandige lieden zoals den schrijver dezes steevast aangeduid met de term “APO-killer”, deze verse telescoop zou oorspronkelijk haar werkzame leven gaan slijten op de onlangs ook gepimpte Skywatcher EQ3 GoTo Montering…..MAAR….helaas (voor het kekke apo-killertje)……is deze plek onlangs “ingepikt” door de 10 cm Maksutov (Wim….Frieda!!) welke ik onlangs heb omgebouwd voor spectroscopie, een onderwerp waarover ik in de nabije dan wel verre toekomst, als ik  deze boeiende maar vet-moeilijke tak van sport ooit onder de knietjes weet te kregen,  een blogje over hoop te mogen schrijven.

Op zich is deze “montering-paleisrevolutie” overigens totaal geen ramp, hoor,  want de 15cm F8 (buislengte 120cm) bleek in dagelijkse praktijk eigenlijk toch net effe iets te veel “lange lel” voor de voor de  kleine prima EQ3,  echter…. zoiets compacts als de 10cm Maksutov staat op deze montering natuurlijk zo stevig gelijk de rots van Gibraltar!!

Eigenlijk zou de 15cmF8 op de EQ6 moeten staan….maar ja….die is al vele jaren de thuishaven voor mijn astrofotografische vlaggenschip, de 20cm F6 Orion Optics newton….en dus……had ik opeens een zeer fraaie gloedjenieuwe  opgepimpte maar nu wel zielig”dakloze” 15cm Newton binnen de optische gelederen….oh jee!!!

De reden waarom ik dit 15cm Newtonnetje in de eerste plaats heb aangeschaft is dat ik haar wilde inzetten als pure gespecialiseerde planetenkijker. Een goed gebouwde 15cm F8 Newton is namelijk niet alleen op de optische as perfect, maar ook tot aan de rand van het beeldveld, Dit vanwege het bij deze tamme openingsverhouding nagenoeg afwezig zijn van de primaire Newton-beeldkwaliteit-killer genaamd “coma”!!.

15cm F8 Planetaire Dobson in het vrije veld in Dwingeloo

Dit betekent dat het planeetbeeldje over het gehele beeldveld altijd dezelfde  kwaliteit heeft  daarom laat dit type kijker zich dus ook uitstekend  lenen om ingezet te worden als planetenkijker op een (stevige!!!) Dobsonmontering i.p.v. de gebruikelijke zware parallactische montering.  Nu zijn er bij mijn weten geen losse Dobsonmonteringen te koop en ik ben eerlijk gezegd ook niet echt onder indruk van de mechanische kwaliteiten van de Dobsonmonteringen bij de (goedkopere) commerciële Dobson-telescopen. Dat kan (IK!!) beter!!!!

Het mooie aan zelf bouwen is dat je heerlijk zelf net zolang aan kunt klooien met construeren totdat ie helemaal aan jouw  specifieke wensen voldoet…..enne….ook wat mijn persoonlijke “Dobsonwensen” betreft ben ik zoals als vaker vastgesteld een behoorlijke mierenneuker!!!  In principe zijn (vind ik!!) de standaard huis tuin en keuken Dobsonmonteringen nogal…eh….grofstoffelijk en heel vaak gewoonweg niet boterzacht bewegend goed genoeg. Vaak zie ik ze gemaakt van (wit) gefineerd keukenkastjes pisbakken spaanplaat uitgerust met veels te kleine  verticale en horizontale PVC-lagers op nylon lagerblokjes en soms ook zelfs met van die achterlijke veersystemen om de benodigde wrijving te verzorgen….jakkes. Watervast multiplex, Teflon en Stardust  #1782 formica, that’s the only Dobson-way to go!

Wat ik ook niet echt lekker elegant vind, dat zijn van die zware, toegegeven originele, maar ozo lompe grafkist-achtige Dobson-constructie’s……Ik hou van open lichte, NIET gelijmde, constructie’s  die helemaal uit elkaar te halen dank zij  bout en moer-verbindingen!  Het grote voordeel van het gebruik van bout en moer verbindingen i.p.v. lijmverbindingen is dat je na het grove constructiewerk heel je Dobsonmontering heel precies kunt na/afstellen. Met lijmverbindingen moet je alles in ene keer op orde hebben EN je kunt ook nooit meer heel de boel in kleine componenten uit elkaar halen mocht transportruimte eventjes heel beperkt zijn…. (vliegvakantie/krampeervakantie)!!

Het Dobson bouwproces in zes afbeeldingen

De hoogtelager-zijpanelen (18mm Multiplex) zitten aan de onderkant met bouten, moeren en hoekijzers op het draaiplateau bevestigd en zijn aan de bovenkant middels  twee verstelbare stukken draadeind (de bovenste M10 en die andere M8) aan elkaar verbonden. Door die verstelbare stukken draadeind kan je heel precies de bovenkanten van de hoogtelager-zijpanelen naar elkaar toe forceren om zo een minimale zijdelingse speling te verkrijgen. Op de zijkanten van de hoogtelagers zit ook Stardust #1782 formica geplakt en die wrijft zijdelings tegen twee extra teflonblokjes aan waardoor je een hele soepele en nagenoeg spelingvrije op en neer beweging krijgt.

De hoogtelagers zelf zijn perfect (als je het goed doet!!) rondgezaagde stukken multiplex bekleed met Stardust formica en steunen en draaien op vier kleine Teflonblojes die op de hoogtelager-panelen zijn geschroefd……en dus NIET van die PVC en Nylon bagger….grrrrrr!!!!!

De (zware) hoekijzers waarmee de hoogtelager-zijpanelen op het draaiplateau bevestigd zijn zijn ook verstelbaar gemaakt zodat je beide hoogtelager-panelen heel precies uitgelijnd kunt krijgen met de hoogtelagers!

Voor het verbinding tussen OTA….(Optical Tube Assembly) en hoogtelagers heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het luxe feit dat de buisringen van het Skywatchertje aan BEIDE kanten twee solide bevestigingsplekken hebben voor de (Vixen style) zwaluwstaarten en/of camera’s in zogenaamde “piggyback mode” (met de telescoop meelift methode), waarvan je er normaliter eentje nodig hebt om je OTA op je parallactische montering te plaatsen.  Nu was het een simpele kwestie van een tweede zwaluwstaart op die twee kneiterstevige buisringen vastbouten om daarna vervolgens aan beide zijden, al dan niet met twee afstandhoutjes,  je “versgebakken” hoogtelagers te bevestigen.

Het mooie is nu dat je heel makkelijk dat hoogtelager-buisringensetje kunt openklappen en zo in een handomdraai je OTA er in kunt leggen……dichtklappen, twee handbouten aandraaien,  in de Dobsonmontering plaatsen en….hup….waarnemen geblazen!!

Nog een aangenaam en niet te onderschatten voordeel is het feit dat je nu met deze constructie niet meer gebonden bent dat ene vaste evenwichtspunt zoals bij de originele Dobson.  Door de beide buisringbouten even een beetje te lossen kun je heel makkelijk je OTA een klein stukkie op en neer schuiven als je bij voorbeeld een zwaardere zoeker, een lichtgewicht ToU pro webcam of dit keer, voor het fotograferen van die joekel-zonnevlek, een gewichtige digitale spiegelreflexcamera (de onvolprezen Canon 1000D) in de oculairhouder wilt plaatsen.

In het draaiplateau voor de horizontale beweging heb ik de originele centrale bout Dobsonconstructie gebruikt maar deze centrale bout heb ik wel voorzien van een extra teflon lagering voor het verkrijgen van de vereiste soepele schokloze horizontale beweging.  Een planetaire Newton MOET tenslotte heel soepeltjes kunnen bewegen wil je een Jupiter met 250 x plus schokloos in beeld kunnen houden. Dit gaat alleen maar lukken als je met heel veel aandacht en precisie je Dobsonmontering in elkaar sleutelt!!

Wat ik ook nog aangepast heb is de manier waarop deze Dobsonmontering met Moeder Aarde is verbonden. Normaliter gebeurt dat altijd door middel van drie simpele houten blokjes vastgelijmd/geschroefd onder het horizontale draaiplateau…..enne….dat is toch eigenlijk als je er goed over nadenkt een compleet gestoorde manier van “aarding” voor een telescoop die toch eigenlijk juist bedoeld is voor gebruik in het vrije veld.

Ik bedoel…..probeer maar eens je standaard huis, tuin en keuken Dobsonnetje zomaar ergens off road op een hobbelig grasveldje neer te knallen. Dat is altijd net zo wiebelig onstabiel als dat je een parallactische montering op een luxe stalen zuil-statief ergens op een modderige plekje in het open veld probeert  neer te zetten. Ieder weldenkend amateur astronoom-mens weet dat  je daar een veldstatief voor moet gebruiken in de vorm van de overbekende houten danwel lichtmetalen DRIEPOOT!!

Ik heb in het vrije veld met menig Dobsontelescoop zo vaak lopen te kloten met het onder het draaiplateau moeten plaatsen van zware stukken hout of zelfs stoeptegels om het kreng stabiel genoeg overeind te houden op dat prachtige romantische grasveldje. Ofwel…..ga je met je originele lichtgewicht Dobsonnetje het  vrije veld in…..zorg dan wel dat je altijd drie zware stoeptegels in je oculairenkoffertje hebt want anders pleurt ie mooi om…ach…ach…ach….    Alsof je een zeer capabele off roader zoals een Land Rover (zucht…zulke leuke auto’s!!) uitrust met fietswielen i.p.v. terreinbanden.

Toen ik dit vreemde gegeven eens door mijn neuronenzolder liet rollen kwam ik tot de toch wel tamelijk schokkende conclusie dat ik vanwege dit absurde feit eigenlijk altijd mijn vrije veld Dobson waarneemsessies heb proberen te doen met het Dobsonnetje stevig geparkeerd op…..asfalt…hoe maf is dat!!???

Ofwel…..hoe maak je een Dobsonstatief off road waardig??

Welnu……dat bleek achteraf bekeken helemaal niet zo moeilijk te verwezenlijken. Ik heb uit een, nog ergens in een stoffig hoekje op mijn nedrige rijksmonumentale zolder rondzwervend, paar honderd jaar stukkie “oud eiken” drie kleine hockeystick-vormige “pootjes” gefabriekt en die met een paar stevige bouten en moeren onder het draaiplateau bevestigd. Het lange gedeelte vormt de bevestiging aan het draaiplateau en het korte 15cm hoge  gedeelte het surrogaat “off road-pootje” welke een centimetertje of 10 buiten het draaiplateau steekt.

Dit korte surrogaat “veldpootje” moet je trouwens toch maar niet te ver buiten het draaiplateau laten uitsteken. Ook al zou dit zeer zeker de stabiliteit ten goede komen, de kans wordt dan wel erg groot dat je in het pikke-donker je nek erover gaat breken en dan zie je opeens biologische sterren i.p.v. “het echte werk”.

In de vrije veld praktijk blijkt dit surrogaat veld driepoot draaiplateau het wat extra off road stabiliteit betreft boven verwachting goed te voldoen, althans op het lokale grasveldje alhier aan de overkant van de straat. Hoe dat gaat uitpakken op een wat ruiger Drents open bos-veldje tijdens een vakantie-tripje, dat zien we dan wel weer…..maarre….voorlopig ben ik erg tevreden over deze aanpassing.  Uiteraard is de stabiliteit op vlak asfalt nu helemaal fantastisch.

Nog een voordeel van dit soort van “pootjes” is dat je de oculairhoogte, zeg maar de gemiddelde afstand van de grond tot het oculair nog meer naar je eigen hand kunt zetten waardoor je voor jezelf de meest comfortabele waarneemhoogte kunt verkrijgen.

Het verkregen resultaat blijkt nu zowel optisch (zie een eerder blogje betreffende deze OTA) als Dobson-mechanisch zeer aangenaam te voldoen aan het beeld wat ik voor ogen had. Ik had de combinatie al eerder tot grrot genoegen visueel uitgeprobeerd op Jupiter en Saturnus en toen Hopman Arie met de tip op de proppen kwam aangaande die joekel van een Zonnevlek, heb ik dat feit meteen aangegrepen om ook de fotografische vermogens van het “setje” eens goed aan de tand te voelen.

Nu is de (aangepaste en vintage) Philips ToU Pro vastgeknoopt aan mijn eveneens vintage windows 98 lap top  normaliter gesproken HET optische gereedschap van dienst voor Zon, Maan en planeten-klusjes maar daar had ik deze keer  effe geen zin an en heb ik gekozen om de Canon 1000D geplaatst in het primaire brandpunt (120cm) het fotonenvangwerk te laten doen…..eh….veilig voor het veels te intense zonlicht verscholen achter een Baader astro-solar objectief zonnefilter uiteraard!!!!.

ISO 100 en 1/100 seconde belichten et voila….een kekkie vlekkie….en de voldoening dat ook fotografisch het nieuwbakken Dobsongeval prima opgewassen is voor haar toekomstige taken. Missie geslaagd en U allen….tot een volgend keer en van harte gegroet!!!

 

Messier 39., een ondergeschoven deep sky object

Messier 39 in het sterrenbeeld Zwaan

Hoeraaaa!! Na een grijze nachten zomerreces van een maandje of twee heb ik mijn oude astrovossen-streken weer hervat en ben ik een paar daagjes/nachtjes geleden weer vol ouderwetschen goede moed naar de heilige eeuwige jachtvelden der Dordtse Biesbos getogen om dit vaak vergeten en bepaaldelijk niet echt spannende “Messier-kneusje” astrofotografisch uit de lucht te plukken…….enne….  aldaar in de Biesbos mocht ik het plezante genoegen ervaren dat deze oude astrovos weliswaar met het recentelijk bereiken van de gezegende leeftijd van 60 lentes…(of waren het nou koude nare gepekelde winters???)….hier en daar gelukkig slechts een enkel haartje is kwijtgeraakt maar dat dit beperkte verlies ook opging voor zijn astrofotografische vaardigheden….ofwel  werkelijk in een zucht en een scheet waren die 6×5 minuten subjes binnengehengeld. Wat een onverwacht makkie was deze sessie, zeg!!

En dus….veel vroeger dan gepland  kon er weer aangenaam comfortabel naar huis gewaggeld worden. Alles okiduckie dus??? Nah…nee…niet echt want het venijn van deze astro-expeditie zat em namelijk gezellig in de thuisreis-staart. Nee…nee….niks aan de hand met de Eend, die is en blijft een rots van comfort en betrouwbaarheid…..Bij het naar huis rijden neem ik altijd een snel (buiten)omweggetje in de vorm van een stukkie A16 om de Eend nog even een lekker warm te laten rennen….en toen bleek de afslag naar de Dordtse binnenstad afgezet en moest er helemaal via Zwijndrecht c.q. zwijndrechtse brug omgereden worden. Ok….dat is wel even iets meer dan een klein (buiten)omweggetje en het wordt al helemaal een gevalletje veel later onder de wol als er pal voor je eendenneus  een, voor de drechttunnel  te hoge, vrachtwagen rijdt….oeps!!

Flits….flits….alles op rood en drie kwartier lang de A16 omgetoverd tot één groot mega parkeerterrein. Uitendelijk werd de te hoge vrachtwagen van de A16 geplukt en mocht er weer worden gereden.  Niet echt een genoegen om met een underpowered voiture als mijn 28pk sterke (zwakke) nedrige 2CV’tje op pole position te moeten meedoen aan deze groen licht sprint…maar goed na enige vriendelijke onvriendelijkheden te hebben uitgewisseld met mijn terecht ongeduldig geagiteerde medeweggebruikers toch nog veilig thuisgekomen. Nu kun je je afvragen wat al deze automobiele priet praat te maken heeft met sterrenkunde…..enne…als het mij zou mogen liggen zou ik graag willen zeggen..”helemaal niets”…maar de in de keiharde realiteit van vrije veld astrofotografie hoort dit soort van “zijnlijn-gezeik” er helaas wel bij. Nou ja…het zij dan maar zo.

Veilig thuis achter de lap top was het tot het nevenstaande plaatje verwerken van die zes subjes een makkelijk en routineus klusje met deep sky stacker en een beetje photoshop.

Messier 39 is in het glamour sterrenbeeld Cygnus (zwaan) een beetje het ondergeschoven esthetische kneusje van de klup. Het object in kwestie is een open sterrenhoop maar bestaat uit slechts een los groepje van 30 niet echt heldere sterren die net 200 tot 300 miljoen jaren jong zijn.

Wat dan wel weer een beetje bijzonder is dat Messier 39 behoorlijk om de hoek te vinden is op slechts een lichtjaartje of 800 verwijderd van Moeder Aard….en dat is maar 400 lichtjaar verder dan de meest dichtbij zijnde open sterrenhoop Messier 45, het beroemde Zevengesternte,  met het blote oog te vinden in het sterrenbeeld Stier.

Zogezegd…..zowel visueel als astrofotografisch is Messier 39 niet echt een “knaller” te noemen….en toch is het/vind ik het een fijn oogstrelend plaatje geworden en dat is vooral te danken aan het contrast met de spectaculaire achtergrond,  zijnde de extreem sterrenrijke omgeving van de melkweg in het sterrenbeeld Zwaan!!

Messier 5….

Messier 5 in Serpens Caput

Zucht….tussen al dat megazware UFO/UAP-geweld van de afgelopen dagen lijkt het bijkans zo goed als kansloos om alhier op Astroblogs  nog over iets “gewoons hemels” te willen berichten. En dus bij deze….voor de die ene overgebleven aardklootbewoner die NIET volledig in de ban is van…ET phone home… UFO/UAP verschijnselen danwel gehuld in een juigcape (mag ik effe grotesk overgeven!!)  volledig verdoofd vanwege een… “olé…olé….olé…..”we” worden (oeps…toch geen!!!) wereldkampioen”…….lullig balspelletje tegen de kwelbuis vastgeplakt zit…..we noemen geen namen, hé…Arie..hihi……!!! Voor deze “last (wo)man standing” wil ik in dit blogje graag een lans breken voor een uitstapje naar een stukje zomernachthemel “where this Jan hasn’t yet gone before”.

De grote smaakmakers aan de zomerhemel zijn natuurlijk de sterrenbeelden waarin de drie heldere sterren staan die we de “zomerdriehoek” noemen…..De kreet “zomerdriehoek” is ooit de wereld in gesmeten door niemand minder dan ene Sir Patrick Moore, de wereldberoemde, helaas alweer een tijdje geleden overleden, charismatische Engelse sterrenkunde popularisator, alwaar uw nedrig scribent samen met astrovriendje Jonathan ooit in een ver verleden nog eens een zeer memorabel en gezellig middagje “op de thee is geweest”.

Maar goed, dit terzijde…..deze zogenaamde “zomerdriehoek” wordt gevormd door de drie hoofdsterren, Deneb, Wega en Altair, van de drie meest in het oog springende zomersterrenbeelden te weten  Zwaan (Cygnus), Lyra (Lier) en Adelaar (Aquila). Deze sterrenbeelden met hun markante hoofdsterren, allemaal gelegen in en rondom de grandioze centrale band van de Melkweg barsten ook nog eens van de fraaie deep sky objecten….Kort om hemel-amusement genoeg in dit gebied en dus waarom zou je uberhaupt nog verder kijken???

En tja….hier zit ook wel iets in want vanuit deze sterrenbeelden bezien, een stapje westwaarts gewandeld, komen we in een groot stuk hemelgebied waar kaalheid in de vorm van totale afwezigheid van echt heldere sterren troef is.

Van noord naar zuid verdrinkt de gedreven “ster hoppende deep sky object liefhebber” in heel veel “leeg” hemelterrein bestaande uit de behoorlijk onopvallende sterrenbeelden Hercules, Serpens cauda, Ophiuchus en Serpens Caput om aan de zuidkant van deze sterrenbeelden vervolgens weer te belanden bij de weer wel gestoord spetterende sterrenbeelden Scorpius en Sagittarius…maar ja…deze tot de nok toe met heldere sterren (en heel veel knallende deep sky objecten) gevulde sterrenbeelden, die komen in ons noordelijke kikkerlandje met goed fatsoen eigenlijk weer net niet hoog genoeg boven de zuidelijke horizon. Om die sterrenbeelden en hun uitbundige deep sky inhoud echt goed te kunnen waarnemen moet je naar (zuid)frankrijk…maar ja,  wie wil daar nou naar toe..hihi??

Afijn…..de sterrenbeelden Hercules, Serpens cauda, Ophiuchus en Serpens caput dus……Sterrenbeelden die, zeker in het lichtovergoten verdorven westen, bepaaldelijk niet gemakkelijk de onderscheiden zijn,  mede ook omdat de zomernachthemel nooit echt (langdurig) donker wil worden….Tja….wat hebben we nu eigenlijk in hemelsnaam te zoeken in deze onopvallende sterrenbeelden???

Nou…..heel veel meer dan je ogenschijnlijk zo zou denken!!!
Het meest noordelijk gelegen van die vier sterrenbeelden,  Hercules,  heeft wat makkelijk toegankelijke astronomische amusementswaarde “ een streepje voor” met dank aan het nog steeds best wel zwakke maar toch nog wel weer redelijk in het oog springende zogenaamde “Hercules-vierkant”.

Dit “Hercules-vierkant” vormt het centrale gedeelte van dit sterrenbeeld en ziet er uit als een door vier zwakke sterren gevormd “misvormd vierkant” waarbij de onderste ribbe van het vierkant een stukje korter is dan de rest….In dit vierkant vinden we het “Piece de resistance” van het sterrenbeeld Hercules en misschien zelfs wel van alle zomer Deep sky objecten,  namelijk de ongekroonde koning der deep sky objecten zijnde de grote, fantastische, magistrale bolvormige sterrenhoop Messier 13!!!!

Lieve dames, beste heren……dit object bezien door zoiets als een 40cm dikke Dobson, langzaam door het beeldveld drijvend, met een vergrootinkje van..pak hem beet….300 keer is voor er eentje van de categorie “laatste  astronomische maaltijd voor het vuurpeloton”…eh…naast de laatste G astronomische maaltijd voor het vuurpeloton in de vorm van pompoensoep van mijn schoonmoeder, dan wel te verstaan!!!
Heel het beeldveld compleet gevuld met ontelbare kleine twinkelerende hemeldiamantjes….ik ben zolangzamerhand heus wel wat gewend als het gaat om fraai visueel hemelgeweld….maarre…aan zoiets als M13 op deze manier, daar ga ik gelukkig NOOIT aan wennen…..”To die for”….”bucketlist materiaal”….etc…etc..etc
M13…MOET…je echt eens in je leven zo op deze manier gezien hebben!
Bolvormige sterrenhopen zijn zoiezo rete-COOL…..enne….zeker in lichtvervuilde streken zijn het echt, vind ik persoonlijk, de smaakmakers in “deep sky object land”.

De  altijd vanzelsprekende smaakmakers in DSO-land,  nevels en melkwegstelsels, hebben visueel nu eenmaal helaas NIET GENOEG aan alleen maar een dikke telescoop. Zij MOETEN ook  voldoende CONTRAST hebben met de hemelachtergrond en als dat er niet is, zoals in lichtvervuilde streken, dan vang je met een dikke kijker natuurlijk in principe altijd meer Nevel/melkwegstelsel-fotonen dan met een kleine kijker,  maar helaas ook net zoveel MEER hemelachtergrond-fotonen….waardoor het hele “dikke kijker-effect” te niet wordt gedaan.

Puntvormige hemelobjecten…..de sterren in een open sterrenhoop of de sterren in een bolvormige sterrenhoop hebben daar in zoverre heel fijn minder/geen last van, omdat je onder een lichtvervuilde hemel om dezelfde zwakke sterretjes waar te kunnen nemen als onder een niet vervuilde hemelachtergrond je alleen maar een iets dikkere kijker moet gebruiken voor hetzelfde effect.
In lichtvervuilde gebieden is fotografie (helaas) best wel een veel dankbaarder bezigheid met dezelfde telescoop dan visueel…Afgelopen jaar is wat dat betreft een glorieus uitzonderingsjaar geweest, hoe “fout” dit ook moge klinken in het licht van alle ranzige  recente gebeurtenissen!!

Maar goed….M13..kanjer-object!!

Als je nou denkt….”zo, dat was het dan weer voor deze keer”…..dan…eh…pist U allen te samen royaal naast de DSO-pot…want alleen al in het sterrenbeeld Hercules staan nog twee van dit soort kekke objecten….en van die twee is M92 bijkans net zo mooi als M13,  terwijl die andere NGC 6229 toegegeven door zijn bescheiden afmetingen (vergeleken met zijn patserige Hercules-broeders) net effe iets “uitdagender” is….maar toch is ook deze met een telescoop van een centimetertje of 10..15 redelijkererwijze gemakkelijk “uit de lucht te plukken”.

Zijn we er dan? Nah…eh….dach het toch nie!!!…..want zakken we vervolgens naar het zonnige(??)….nou ja…zeg maar eerder “donkere” zuiden in het enorme ogenschijnlijk lege hemelgebied dat wordt bezet door het vreemde, in feite drievoudige,  sterrenbeeld Slang (serpens caput…kop van…Serpens cauda…staart van) en slangendrager (Ophiuchus), dan betreed je pas echt “bolvormige sterrenhoop-land” met maar liefst 20(!!) van dat soort fraaie objecten binnen hun grenzen!
En nu zou ik daar gezien mijn zolangzamerhand behoorlijk lange “carrière” als “hemelgluurder” best wel het nodige over te zeggen moeten kunnen hebben…..maarre…mea culpa….de eerlijkheid gebied te zeggen dat ik dit sterrenbeeld, vanwege de afwezigheid van opvallende heldere sterren, eigenlijk maar heel weinig tot geen aandacht heb gegeven.

Voor het ontspannen kunnen opzoeken van objecten middels de “sterhopmethode” zijn er zoiezo in dit hele gebied gewoon (te??) weinig echt fijn heldere sterren te vinden….en de positie lager aan de hemel maakt dit zeker niet makkelijker….en als je dan ook nog eens vanuit een lichtvervuilde omgeving op jacht wilt gaan…..dan nodigt dit hemelgebied al helemaal niet echt lekker uit!!

Maar eigenlijk heb ik mijzelf door deze terughoudendheid wel heel erg tekort gedaan want het sterrenbeeld Slangendrager en omgeving barst letterlijk uit zijn voegen van de leuke objecten, want naast die 20 bolvormige sterrenhopen, waarvan zeker de helft, veelal Messier objecten, net zo indrukwekkend zijn als M13, althans zo heb ik gelezen in mijn astropornoboekjes, stikt dit gebied ook nog eens van de donkere melkweg stofwolken van het type beroemde Paardenkopnevel!

Nu ben ik eigenlijk best wel al die tijd een enorme eikel geweest, want ook al is dit gebied dus niet echt het fijnste terrein voor de “sterhop…zoeker en sterrenkaart-methode”….ik heb natuurlijk al best wel een lange tijd een GoTo-montering ter beschikking…..”so what’s the f…ing problem”?? En….dan merk ik toch dat ik nog steeds een beetje last heb van het ..eh…”lafbek-schuldgevoel”….Heb in de goeie ouwe tijd namelijk behoorlijk lopen “hakken” op mijn collega waarnemers die, niet gehinderd door misplaatste dogmatiek, eerder dan den schrijver dezes de geneugten van een GoTo-systeem tot zich hadden genomen.

Derhalve vind ik dus onderbewust nog steeds dat ik alles  eerst met de hand MOET hebben opgezocht, alvorens ik lui ende prettig gemakzuchtig met GoTo op jacht ga. Dat rare gevoel moet ik toch maar eens echt definitief in het grote zwarte gat der volwassenwording mikken om ook wat dit betreft gewoon  banaal te gaan genieten van al die heden ten dage al lang en breed ingeburgerde en alom geaccepteerde (digitale) gemakken. Niet dat ik dat “sterhoppen” nu compleet aan de kant gooi….maar iets minder strak in de leer is ook niet verkeerd!!

Ofwel…….ik ga mij in elk geval deze zomer en anders wel volgende zomer(s) zeker nog uitgebreid en kostelijk amuseren in dit, voor mij nog onontgonnen, rijke sterrenbeeld Slangendrager en omgeving.

Nu heb ik het idee dat het aandeel praktisch geïnteresseerden op Astroblogs niet echt ontiegelijk groot is(??) maarre….jegens die enkele verdwaalde collega hemelgluurder zou ik zo zeggen….”van harte aanbevolen”!!

Het object van mijn keuze voor dit astroblog(je) betreft de fraaie bolvormige sterrenhoop Messier 5 te vinden in Serpens Caput…of wel het meest westelijk gedeelte van dit drieluik sterrenbeeld.

Messier 5 is dus wat grandeur betreft zo’n bolvormige sterrenhoop die Messier 13 redelijkerwijze in de schaduw zou kunnen zetten,  ware het niet dat ie dus op dat wat minder toegankelijke plekkie aan de hemel te vinden is. Diameter en helderheid zijn praktisch hetzelfde….en waargenomen op een donkerder plek dan een gemiddelde randstadlocatie zou ook deze bolhoop, net zoals M 13, met het blote oog te zien moeten zijn.

Messier 5 heeft een diameter van zo’n 165 lichtjaar en bevat ongeveer 500 000 sterren. Tussen die 500 000 sterren zijn een stuk of 100 zogenaamde RR lyrae sterren gespot en aangezien deze kort periodiek veranderlijke sterren verwant zijn aan “de standaardkaarsen onder de astronomische standaardkaarsen”..de Cepheiden, kon met behulp van deze RR Lyrae sterren de afstand tot deze bolhoop vrij nauwkeurig worden bepaald op zo’n 24 500 lichtjaar.
Een ander opmerkelijk feit waarmee Messier 5 zonder problemen aan de troonpoten van koning M 13 kan knagen is het feit dat Messier 5 de recordhouder is als het gaat om leeftijd. Met een respectabele leeftijd van maar liefst 13 miljard jaar is ie de oudste bolhoop van alle tot nu bekend zijnde bij ons melkwegstelsel horende bolvormige sterrenhopen.

Afijn….tot zover het wetenschappelijke feitjesgeweld….Rest mij nog te vermelden dat deze opname old school gemaakt is met de 20cm F6 Orion Optics Newton, Canon 1000D (gemodificeerd), EQ6 montering aangestuurd door de Lacerta Mgen autoguider.
Zes subjes van elk 5 minuten zijn middels Deep sky stacker, GIMP 2.0 en Canon digital professional verwerkt tot bovenstaande definitieve afbeelding.
Gelukkig is die vervloekte langste dag weer achter de rug en gaan we wat waarneemtijd en astronomische schemering betref weer de goede(=lang genoeg echt donkere) kant op….en dus zou ik zomaar nog zo’n smakelijk slangebolletje kunnen gaan slikken!! U zijt allen wederom van harte gegroet..Oh…enne… aan allen die het aangaat mijn welgemeend (nah??) medeleven met het verwerken van “het verlies”!!

Bijvangst: NGC 6992

NGC 6992, Sluiernevel in het sterrenbeeld Zwaan

Dit kiekje van een gedeelte van de beroemde Sluiernevel heb ik gemaakt op dezelfde avond waarop ik mijn opname heb geschoten van de Ster van Barnard. Die opname van Barnard’s star was het eigenlijke hoofdmenu van deze foto-sessie,  maar omdat het poolster-uitlijn-GoTo-proces snel en probleemloos verliep en omdat het schieten van de ster van Barnard slechts 1 opname van 6 minuten behelsde, bleef er nog wat tijd over  voor “wat anders” tijdens die altijd veels te kort donkere midzomernachten.

Nog een argument om iets anders te schieten was het feit dat ik weers eens op stap was met die bijzondere optische schuurvondst, zijnde dat kekke 500mm Maksu-tele-tovje uit het wellicht toch net iets te veel (??) verguisde land van “Oom Vladimir”.

Ik blijf mij toch nog steeds verbazen wat er met dit, vergeleken met die dikke 20cmF6 Newton, piepkleine en ultralichte optische speeltje allemaal te schieten is. Ik bedoel hiermee te zeggen dat die dikke Newton het natuurlijk en uiteindelijk altijd zal winnen wat de kwaliteit van de geschoten opnames betreft….logisch, want de objectiefdiameter van die kleine Maks is tenslotte slechts iets van een krappe 75mm tegen die royale 200mm van de Newton.

Maar daar staat dan wel tegenover dat ik die ogenschijnlijk gigantische verschillen op papier in de dagelijkse astrofotografische pratijk tot op heden eerlijk gezegd toch niet zo dramatisch groot vind….en daar komt dan ook nog eens bij dat die dikke Newton een hele achterbank van mijn nedrige 2cv’tje in beslag neemt terwijl die Mak makkelijk ende royaal in een hoekje van de pakjesplank naar de waarneemplek des onheils kan worden getransporteerd. Oh…enne….opdat U het maar effe weet, echte auto’s hebben GEEN duffe zaken zoals luxe dashboardkastjes maar gewoon een kale pakjesplank!!!

Het voelt allemaal een beetje hetzelfde aan als het op en neer rijden naar mijn schoonvader die helemaal ver weg ergens in een “turfgat” boven Emmen woont. Ga ik met “de gewone auto”….uiteraard ook een Citroën….dan doe ik er iets van drie uur over…..ga ik met het 1969’er 425cc 18pk’tje,  dan sta ik na drie en half uur bij “Pa” voor de deur…

De, gelukkig niet meer werkende stomme, airco van mijn “gewone auto” heeft bijkans meer vermogen dan het totale motor(on)vermogen van het oude 2cv’tje…..en toch voel ik bij het nedrige 2cv’tje, ondanks het vanzelfssprekende “verlies”, altijd een “winnaarsgevoel”!!!…..Dat zo weinig toch zoveel presteert!….en dat gevoel heb ik dus ook elke keer weer als ik  de hemel door het oog van die kleine Mak aanschouw.

Ben nog steeds heel blij dat ik “het geval” alleen maar stofvangend op de plank heb laten staan en  NIET tot cola-glas heb vernaggeld…iets wat op zich ook niet weer zo moeilijk was,  want ik vind cola namelijk prima voor het loshengsten van roestige bouten…maarre…ech nie om te zuipen…maar goed, dit terzijde.

Nu is 500mm brandpunt wat aan de korte kant het gaat om het leuk fotograferen van “speldeknop formaat planetaire neveltjes” maar daarmee hebbie de onmogelijkheden van die 500mm Maks eigenlijk ook wel gehad!!!  Dit soort van kortere brandpuntsafstanden vormen heden ten dagen bij de grote schare  liefhebbers van peperdure apo-lenzenkijkers ook niet echt een onoverkomelijk probleem, integendeel zelfs!! Trouwens een best wel dringend punt van aandacht,  als er gekozen moet/mag worden voor een telelens voor astrofotografie dan verdient een topkwaliteit apo…(opening: 75 tot 100mm….Brandpuntsafstand:….500 tot 80mm) heel erg de voorkeur boven zo’n, toegegeven…altijd indrukwekkende,   standaard zogenaamde “persmuskieten-supertele”!!

Deze telelenzen, de enkele uitzondering daargelaten,  zijn helemaal ingericht op daglichtfotografie en laten nog wel eens onder nachtelijke omstandigheden soms/vaak niet hun beste optische beste kanten zien…..althans, zo vernam ik onlangs bij mijn all time favo telescopenzaak Robtics, tijdens een boeiende babbel  aangaande dit onderwerp.

Ik heb mijzelve ooit lang geleden in een vlaag van “optische hebben…hebben…hebben verstandsverbijstering” een  tweedehands 300mm Canon (me dunkt, niet het minste merk als het gaat om fotografiespullen!!!) telelens “cadeau gedaan”…..maarre…..die kon/kan bij nader inzien toch echt niet de schaduw staan van die klassieke russische 500mm Maks. Kleine apo’s en/of kleine Maksutov danwel Schmidt Cassegrain telelenzen/telescopen in combinatie met een optische sensor met kleinformaat pixels gemonteerd op een stabiele equatoriale montering vormen echt  een heel fijncompacte ijzersterke combi als het gaat om top kwaliteit groot hoek deep sky astrofotografie!! Het is maar dat U het weet…

Afijn….omdat er dus nog wat, maar ook weer niet overdadig veel,  heldere hemel tijd beschikbaar was en omdat het sterrenbeeld Zwaan precies mooi in mijn meest donkere stukje (zuid oostelijke) sterrenhemel te vinden was dan maar gekozen voor de Sluiernevel….nou ja…een gedeelte ervan….want dat ding is zo groot dat ie niet in zijn geheel in het beeldveld van de 500mm Maks past. De sluiernevel heeft iets van drie of meer NGC-nummers en omdat ik geen zin en tijd had om precies uit te zoeken welk nummer bij welk stukkie Sluiernevel hoorde heb ik de heel geavanceerde methode van “natte vinger plate solving” toepast…ofwel…ik heb gewoon in den blinde een nummer in mijn GoTo handcontroller geramd en ben meteen vooluit aan het belichten geslagen om na vijf minuten op mijn beeldschermpje bovenstaand plaatje te zien verschijnen…..waar ik zeer content mee was!

Dit “sub-kunstje” heb ik vervolgend nog vier herhaald en daarna heel het circus ingepakt en met het open eendendakkie weer tevree huiswaarts gesjeesd.

Het afwerkritueel was een digitale mengelmoes van Deep Sky stacker, een beetje photoshop en om de kleurruis te onderdrukken nog een “behandeling” met het zeer effectieve (kleur)ruisonderdrukkingsprogramma “Neat image”…..met nevenstaand, vind ik, zeer plezant resultaat.

Het enige wat ik de volgende keer een tikkie anders ga doen dat is ietsjes langer belichten…..deze subjes waren 6 minuten elk…..de volgende keer ga ik eens kijken of er nog meer uit te halen valt bij 5x 8 minuten of misschien zelfs wel 5×10….dat krap effectieve midzomer-uurtje zou wellicht net voldoende moeten kunnen zijn zo kort op de aanstormende langste dag/kortste nacht….21 Juni….Nou ja, zie wel waar het schip strandt!!

Kijk hem toch eens rennen…..

Barnard’s star in het sterrenbeeld Ophiuchus (Slangendrager) op 1 Juni 2021

Dit bijzondere object, Barnard’s star/de ster van Barnard, staat alweer een hele tijd hoog op mijn astronomische Bucketlist. Ooit lang geleden in de goeie oude pre-coronatijd was ik bij zo’n heerlijke bijeenkomst van de landelijke werkgroep Astrofotografie en daar liet iemand (Zucht, ik word een daggie ouder en dus…wie oh wie was dat ook alweer??) voor de verandering eens geen hyperhubblepalletspetter-gekleurde normaal knijtervage maar nu, dankzij 45 000 uur belichten, van het projectiescherm afknallend obscuur fuzzy blobje zien….maar…een heel simpel zwart-wit plaatje van zomaar een veldje sterren met daarin te zien drie kleine witte stipjes met drie jaartallen (1995, 2005,2015) ernaast geschreven. Dit simpele zwart-wit kiekje, een stapeling van drie opnames geschoten met tussenpozes van 10 jaar, liet op fijn eenvoudige en zeer illustratieve manier iets zien wat in de ogenschijnlijk ozo statische wereld der sterren namelijk best wel moeilijk te zien is….en dat is….beweging!!!

Omdat het hele “sterrengebeuren” plaatsvindt op onmogelijke afstanden en naar de kortlevende menselijke maat dito onmogelijke tijdschaal, LIJKT het “daarboven” allemaal stil te staan….maar ja….we weten ook allemaal dat dat dus absoluut een vette misvatting is….Alles beweegt met, voor menselijke begrippen, soms echt gestoord hoge snelheden.

Ons ruimteschip Moedertje Aarde rent met een snelheid van zo’n 30km/sec om de Zon….en die beweegt weer met een snelheid van 225 km/sec om het het centrum van ons Melkwegstelsel… Dat Melkwegstelsel van..eh..”ons”(??) beweegt zich vervolgens met een stevig vaartje van 600km/sec door ons onmetelijke Universum….en dat heb ik nog niet eens over snelheid waarmee datzelfde onmetelijke Universum dan weer uit elkaar aan het spatten is!!

Ofwel, het is absuluut “gezellig Max Verstappen daarboven” maar in tegenstelling tot “onze Max op het straten circuit tijdens de grand prix van Monaco” zien we wat die “astronomische Max-factor” betreft er “daarboven” toch eigenlijk maar bar weinig van. Echter, dat met twee gele streepjes gemerkte, ogenschijnlijk “lullige stippie”op nevenstaande (eigen) opname is een zeer leuke en tevens ook een zeer nabije uitzondering op deze statische universum regel. Dit stippie, Barnard’s star, is namelijk een zogenaamde “hoge snelheidsster” vernoemd naar zijn ontdekker (in 1916) Eduard Emerson Barnard.

De ster van Barnard is een rode dwergster , een ster die dus een flink stuk kleiner en minder fel/warm is dan onze Zon. Tevens staat Barnard’s ster heel dichtbij en wel op een luttel afstandje van slechts 6 lichtjaar en daarmede is deze kleine rode schoonheid de op één na dichtsbijzijnde ster ten opzichte van onze Zon, met als “enige echte competitie” de ster Proxima Centauri die op iets van 4.2 lichtjaar te vinden is.

Die andere rode dwergster, de wereldberoemde Proxima Centauri, die kunnen wij hier op het noordelijk halfrond niet zien, daarvoor moet je, als het ooit weer mag van het virus, effe op astro-expeditie gaan naar Australië en omgeving. De trieste, in vergelijking met Proxima bijkans totaal onbekende, goede tweede zijnde Barnard’s ster is gelukkig voor ons “noorderlijk halfronders” wel te zien als een zwak sterretje van magnitude 9.5 ergens goed verstopt in het megagrote maar ook megazwakke sterrenbeeld Ophiuchus, ofwel in “polderlingo” in het sterrenbeeld Slangendrager, welke ten tijde van de lente te vinden is aan de zuidelijke sterrenhemel ietwat ongeveer onder het veel bekendere en opvallender sterrenbeeld Hercules.

In de hemelse competitie met haar collega rode dwerg, glamour-ster Proxima Centauri, heeft good old Barnard het maar moeilijk, want deze is dus echt veel zwakker (mag 5 versus 9.5) en Barnard’s ster staat ook nog eens “goed verstopt” in een groot en moeilijk te herkennen zwak sterrenbeeld…..maarre….de ster van Barnard heeft echter wel een heel knallende “partytric up his sleeve” die Proxima met een afgebroken wielophanging naar de pits doet hinken en dat is….SPEED!!!!!

De eigensnelheid van deze “galactic intruder” is iets van een dikke 160km/sec, waarvan de in de richting van de Zon georienteerde component iets van 110km/sec bedraagt. Met het begrip “galactic intruder” wordt bedoeld dat Barnard’s ster GEEN mainstream ster is maar een zogenaamde “Halo-ster”. Dit zijn sterren uit de grote sterrenwolk rondom ons melkwegstelsel. Zo nu en dan “valt/sjeest” er een ster uit die “halo” met een rotvaart haaks dwars door het baanvlak der mainstreamsterren waarin onze Zon braaf haar rondjes om het galactische centrum draait. Barnard’s star is dus in feite een “van rechtsboven komende” toevallige passant!!

Barnard’s ster is zoals eerder gezegd echt rete-snel en omdat hij zo dichtbij staat is die razendrappe eigenbeweging ook/zelfs met bescheiden amateur-astrospeelgoed fotografische heel goed vast te leggen. Omdat ik die tweede vergelijkingsfoto pas over 10 jaar kan gaan maken vanaf mijn balkonnetje in het astronomisch bejaardentehuis heb ik mijn eerste plaatje even moeten combineren met een ouder kiekje van een collega. Dit oudere kiekje, gemaakt door een griekse astrofotograaf, werd mij aangereikt door hopman Arie nota bene zelf (dank…dank..dank), die dit plaatje al eerder had gebruikt in een astroblogje over Barnard’s star geschreven in 2010.

Nu staat Barnard’s star welliswaar niet echt makkelijk te vinden tussen de zwakke sterren van Slangedrager….maar als je jezelf eenmaal naar de directe omgeving van Barnard’s star hebt” ge-starhopt” danwel “ge-GoTo’d” dan hebbie wel de dikke mazzel dat deze onopvallende rode “renkoekoek-ster” als het ware bijna staat “aangewezen” met een dan weer ech wel zeer opvallend groepje sterretjes in de vorm van een heuse pijl!! Dit pijlvormig groepje sterren maakt het vinden van Barnard’s ster tussen al die vele andere zwakke sterpuntjes op je eigen opname een flink stukkie makkelijker dan “normaal”!!! Nu ik weet waar ik naar moet kijken, ga ik zeker ook eens binnenkort voor de lol er een visuele poging aan wagen.

Mijn originele opname heb ik gemaakt met mijn 500mm F8 Maksutov telelens/Canon 1000D combi gemonteerd op de EQ6 montering aangestuurd door de Lacerta Mgen stand alone autoguider. Het betreft een enkele opname van 6 minuten.

Ok….het is “maar een onopvallend stippie in een onopvallend sterveldje” maar toch met het hele verhaal er achter wordt het, vind ik, toch opeens een heel ander…leuk en spannend verhaal en dit feit staat dan nog eens helemaal los van al die fijn-speculatieve berichten van vroeger (de eventuele planeet van P.vd Kamp in de jaren 60) en heden ten dagen aangaande een eventueel al dan niet aanwezig zijn van een planeet danwel planeten!! Gaat dat eens zien….gaat dat eens zien!!!

Copernicus, maar dan effe ietsjes anders……

Maankrater Copernicus gefotografeerd met de 15cm F8 Newton

Vreemde tijden….vreemde methodes….opvallende resultaten.  Want…eh…zie hier zowaar, tot mijn stomme verbazing,  mijn beste maanfoto die ik tot op heden uit mijn astrofotografische mouw heb weten te schudden. Ik heb dit plaatje alweer een paar weekjes of wat geleden gemaakt….en elke keer als ik er na kijk dan word ik weer ozo happy….Alles lijkt aan dit maankiekje op een voor mij niet echt te bevatten manier te kloppen….compositie, kleur, scherpte….de hele mik mak.

Het vreemde is nu dat de manier waarop ik dit plaatje heb geschoten nogal afwijkend is van de heden ten dagen normaal gebruikelijke wijze van maan en planeetplaatjezzz schieten, zijnde de zogenaamde “lucky imaging technique”….ofwel, wat is het “goede” aan al het “foute” welke tot dit onverwacht aangename plaatje heeft geleid?? In mijn persoonlijke lekkere rustige heldengozer Jochem Myjer-lingo..: “Snap…snap…snap er niets van!!!”

Die zogenaamde lucky imaging techniek behelst, even kort door de bocht omschreven het, tijdens  zo luchtonrustloze waarneem-omstandigheden, met een speciale maan en planetenfoto webcam-achtige digitale camera vastgeplakt aan je telescoop, razendrap achtermekaar schieten van een ware zondvloed aan opnames (eigenlijk gewoon een filmpje) en deze dan met speciale software vervolgens digitaal laten uitpluizen in de hoop op die ene toevallige perfecte lucky shot opname.

DE voor ons astrofotografen zwakste schakel/grootste boosdoener in dit beeldvormende proces van……aardatmosfeer-instrumentatie-beeldmanipulatie…… is de atmosfeer van Moeder Aarde….De lokale toestand van de aardatmosfeer waardoor de hunkerende astrofotograaf probeert een maan of planetenplaatje te schieten duiden we aan met de ietwat vreemd klinkende engelstalige term “seeing”, waarvoor wij danweer in “Hollandse Polderlingo” de kreet “luchtonrust” gebruiken.

De maagdelijke fotonen van het perfecte maan en planetenbeeldje komen helemaal over al die vele miljoenen deep space kilometers naar Moeder Aard gevlogen om “in het zicht van de finish”,  in die laatste lullige paar kilometers bij de doortocht door de aardse atmosfeer compleet doormekeer gesmeten te worden met een verwrongen onscherp plaatje tot gevolg,  precies op de plek waar wij visuele en fotografische planeetwaarnemers, dat juist NIET willen hebben…te weten op ons netvlies danwel op de (CCD/CMOS) sensor van onze camera!!!

De atmosfeer van ons ruimteschip Aarde is overal …of dit nu willen of niet…in principe continu in beweging,  maar er zijn ook continu achter elkaar hele korte momentjes waarbij dit MINDER of zelfs even helemaal NIET het geval is. Er zijn uiteraard plekken en momenten waar dit verschijnsel minder ranzig is maar deze meteofactor is en blijft overal en altijd een  lastig niet beinvloedbaar effect.

Je kunt jezelf voorzien van de beste optiek verkrijgbaar c.q. voor jou betaalbaar plus de beste state of the art maan-planetencam en  zelfs als je de supercomputer van CERN weet te hacken voor je zelfgeschreven beeldmanipulatie-hypersoftware, maar dan nog,  als die paar honderd kilometer lucht boven jouw boevenkop plus high tech teletoeter gezellig in beroering is dan rest er maar één oplossing….het hele zooitje weer inpakken en gezellig achter de kwelbuis kruipen en het (Z)eurovisie songfestival tot je laten komen.  Overigens, er is natuurlijk wel  een ultieme “remedie” voor de meteorologisch getergde amateur maan en planeetfotograaf, zij het dan een wel hele drastische in de vorm van een kek waarneemplekje ergens op 500 km hoogte in LEO…low earth orbit….maar dat gaat hem (nog even) niet worden!!

Deze korte momentjes van perfecte “seeing”, de momentjes van weinig/geen luchtonrust op een gemiddeld goede avond, daar moeten wij het alhier op het oppervlak van Moeder Aard dus van hebben, willen we van die fijne retestrakke maan en planetenplaatjes “scoren”,  maar die momentjes zijn helaas pindakaas niet te voorspellen en kunnen alleen maar “gevangen worden” door zo lang mogelijk zo veel mogelijk  (vele honderden tot zelfs duizenden!!!) heel kort belichte opnames achter elkaar te maken, in de hoop dat er tussen al die “luchtonrustkneuzen” toch een paar “perfecte seeing-juweeltjes” verborgen zitten.

Afgezien van de beste waarneemplek op Moeder Aard en dito super-optiek zijn supersnelle planetcams (60 frames/sec of meer) en een laptop die in heel korte tijd heel veel giegelbeits aan data kan verhapstukken hiervoor de vereiste kroonjuwelen voor de ambitieuze maan en planeetfotograaf.

Daarnaast heb je ook nog speciale software nodig zoals o.a. Registax  om die juweeltjes eruit te kunnen”vissen”. En dan heb je aan één zo’n juweeltje eigenlijk nog steeds niet genoeg, want een andere “beeldverpester” is de onvermijdelijke camera-ruis. Het elektronische proces van fotonenvangen en tot uiteindelijke afbeelding verwerken, welke plaatsvind in de machinekamer van de digitale camera geeft ook….helaas…een zekere mate van beeldkwaliteitvermindering. Dit vervelende verschijnsel kan gelukkig op een heel effectieve manier bestreden worden door zoveel mogelijk “perfecte beeld juweeltjes” software-matig zogenaamd te “stacken”.

Cameraruis is een willekeurig verschijnsel. Door heel veel perfecte plaatjes samen te voegen tot één perfect plaatje gaat die niet-willekeurige perfectie de boventoon voeren t.o.v. de willekeurige  cameraruis waardoor je een nieuw “verzamelplaatje” krijgt die beter is dan dat  oorspronkelijke ene perfecte plaatje.

Tussen het traject van die laatste honderden kilometers door de woelige aardatmosfeer en de interactie met de camera-sensor ligt tenslotte nog een derde, ook zeker niet te onderschatten “fotonen-obstakel” en wel in de vorm van de gebruikte telescoop.

Natuurlijk zie je MET een telescoop altijd meer dan ZONDER zo’n geval…en met iedere telescoop kan je de maan en de planeten  zien/fotograferen…MAAR..met sommige telescopen zie je toch net effe iets meer dan met andere telescopen.

Nu heb ik al jaren en jaren een telescoop van uitnemende optische kwaliteit, zijnde mijn 20cm F6 Orion optics Newton gemonteerd op een eveneens uitmuntende (maar pittig zware) parallactische montering…de zwarte sky watcher EQ6.  Tevens heb ik ook een prima , edoch toegegeven op leeftijd zijnde, Philips ToU pro webcam en normaal gesproken pas ik, als ik maan en planetenplaatjes wil schieten,  met deze opzet  de voornoemde lucky imaging methode toe, met voor mij tot op heden tot redelijkerwijze tevredenheid stemmende resultaten!

EDOCH……Voor het maken van nevenstaande plaatje heb toch maar eens even het oude routinematige astrofotografische roer resoluut ende radicaal omgegooid. In eerste instantie vooral omdat ik lui was….wilde gewoon  “effe”de maan fotograferen maar had totaal geen goesting om mijn stokoude windows 98 lap top op stoom te brengen. Deze laptop is zo oud dat de batterij morsdood is en het “digi-gebakkie”  loopt dus alleen op een heel lang 220 volt verlengsnoer.

Een modernere laptop (die ik ook heb rondslingeren) is helaas geen optie omdat de windows 98 lap top de enige laptop is waarvoor ik drivers heb kunnen vinden voor de ToU pro. Als iemand iets weet hoe ik die Philips ToU pro webcam met een windows 7 of windows 10 laptop kan aansturen dan hou ik mij van harte aanbevolen.

Ja…ik kan natuurlijk ook die “kolen en stoom ToU pro webcam”gewoon door de plee spoelen en een moderne planeten camera aanschaffen, maar daar heb ik dan weer (nog) geen zin in!!

Maar goed….geen zin dus in het webcam/laptopgebeuren….en ook geen zin om die loodzware EQ6 plus 20cm Newton naar buiten te sleuren…..en dus….”and now for something completely different”…om maar eens een oude bekende Monty Python-kreet te citeren…..mijn 15cm F8 apokiller planetaire Newton op lichtgewicht EQ3 plus Canon 1000D in stelling gebracht. De diepere gedachte achter deze geste….afgezien van het toegeven aan die groteske vlaag van luiheid…..was de nieuwsgierigheid naar het prestatie-niveau van dit setje en deze methode.

De combi van een speciaal voor maan en planeetfotografie ge-optimaliseerde planetaire Newton met als fotonendetector de veel modernere (vergeleken met die kolen en stoom webcam) canon 1000D zou toch wellicht zo z’n voordelen moeten kunnen hebben??!!

Vergeleken met het “oude circus” zouden er “op papier” in het “nieuwe circus” twee potentieel zwakkere schakels kunnen zitten….de ene zijnde die lichtere en derhalve toch meer trillingsgevoelige EQ3 montering, de andere de veel lagere framerate van de canon 1000D, zijnde slechts 3 frames/sec. Maar…ach….waarde lezeressen en lezers, niet geprobeerd altijd mis….ja toch, niet dan???

Afijn,  het hele zooitje buiten op straat geflikkerd en knallen met die hap….eh  oeps…ik bedoel natuurlijk te zeggen, mijn kostbare kwetsbare instrumentarium op een zorgvuldig gekozen waarneemplek opgebouwd, nauwkeurig afgesteld en gecallibreerd…hihi!!!

Eén van de modificatie’s aan die sky watcher 15cm F8 Newton waar ik echt heel erg gelukkig mee ben dat is die dikke ventilator die ik achter de de hoofdspiegel heb gemonteerd en het feit dat ik gekozen heb om deze aan de kijkerbuis te laten zuigen en NIET tegen de hoofdspiegel aan de kijkerbuis in te laten blazen. Op internet kwam ik steeds meer aanwijzingen tegen dat de beste manier van kijkerbuisventilatie er toch eentje is waarbij de warme lucht van achter de hoofdspiegel UIT de buis wordt gezogen, bij grotere (20cm plus) telescopen eventueel nog in combinatie met een setje kleinere ventilatoren die over het spiegeloppervlak blazen.

Het eerste wat ik dus doe, direkt na het opbouwgebeuren, dat is het aansluiten van de buisventilator op de dikke 12 volt auto accu die ook de EQ3 voorziet van “prik”.  In de praktijk is gebleken dat deze fan zo trillingsvrij draait dat ie ook tijdens het waarnemen/fotograferen aan mag/kan blijven staan. De EQ3 heeft een zogenaamde “Moon tracking mode” voor net effe nog iets meer volgraffinement, daarna  de canon 1000D samen   met een 3x barlowlens (geeft dan 3.60 meter brandpunt i.p.v. 1,20 meter) in de oculairhouder geplaatst en tenslotte het te kieken stukkie maan met Canon-zoeker  visueel zo aangenaam mogelijk in het beeldveld geplaatst.

Het lastigste gedeelte van heel dit “in en afstelritueel”  is het scherpstellen. Want….eh….dat is echt wel “een dingetje…nou ja, zeg maar DING”  met deze set up van lange dunne windvaanloeder van een F8 Newton op die gewoonweg net iets te ondermaatse EQ3 montering en geen afstandbedienbare motordrive focuceerinrichting en zelfs geen handmatige fijnfocuseer-mogelijkheid…oeps!!

Aan de Canon 1000D zal het niet liggen want die heeft dan weer ten favure van dit scherpstelproces echt een heerlijk fijne (10x) live focus functie en dus is het vooral toch een kwestie van heel voorzichtig “handje-worstelen” geblazen om een perfect gefocuseerd beeldje te verkrijgen….niet ondoenlijk, maar je moet er wel wat voor doen, zullen we maar zegge!!!

Om, met deze behoorlijk wiebelgevoelige set up een zo kort mogelijke belichtingstijd te kunnen benutten de ISO waarde op 800 gezet, welke uiteindelijk met een belichtingstijd van 1/30 sec een acceptabel histogram liet zien!!……..en daarna…..er op los knallen maar?!! Nou…eh…nee dus…..want na 20 opnames vond ik het wel weer welletjes…..ik was in een luie bui deze specifieke avond, weet U nog?!?….Oh ja….en niet alleen in een luie bui…maar zo realiseer ik mij nu pas, tijdens het schrijven van dit verhaal, ook nog eens in een enorme “domme eikel-bui”, daar ik  bij het maken van deze 20 opnames welliswaar en uiteraard de zelfontspanner heb gebruikt edoch helemaal vergeten ben om de “spiegelopklapfunctie” van canon 1000D te activeren om samen met die zelfontspanner alles uit de kast te halen als het gaat om belichtings-trillingonscherpte te voorkomen.

Dat van die spiegelopklapfunctie, waarbij je voordat je de eigenlijke opname maakt eerst de camera-spiegel opklapt en laat uittrillen voordat de sluiter wordt geactiveerd, DAT had ik toch echt MOETEN weten….omdat ik in de goede oude natte fotografie-tijd heel fanatiek met een oerdegelijke ZENIT-B spiegelreflexcamera uit het land van oom Vladimir heb gewerkt…..een geweldig en gestoord solide ding (vind ik nog steeds)…. maarre… als die cameraspiegel op en neer ging kon je dat royaal meten op de schaal van Richter.

Om die “aardbevingen” geen invloed te laten hebben op je maan/planeetbeeldje,  plaatste je in them yihaa good ol days een stukkie zwart karton voor de kijkeropening, dan zette je je camera open, vervolgens moest je zo ongeveer een week wachten voordat de grond onder je voeten was uitgetrild …en daarna kon je middels het kort afzwaaien met je kartonnetje pas echt je opname maken!!!  Het siert de Canon 1000D dat het vergeten in te schakelen van die spiegelopklapfunctie blijkbaar weinig negatieve invloed lijkt te hebben gehad op het verkregen plaatje, waarvan akte!!

Afijn….tot zover het “straatvechtwerk”!!!…..Tijd voor het digitale nabewerkings-geworstel en aangezien ik nu toch royaal de astrofotografische kolder in mijn kop had, ook wat dit betreft ter lering ende vermaak even iets anders geprobeerd.

Normaal gesproken gebruik ik tot grote tevredenheid Deep sky stacker voor het vage vlekkenwerk en Registax voor de afdeling “lokale soepballen”….maar er bestaat ook nog zoiets als het softwarepakket genaamd “Autostakkert”….enne…tja….een wellicht  ietwat vreemde en ietwat triest mislukkerig overkomende naam, hé!!! Die naam zou wellicht in eerste instantie de totaal onterechte indruk kunnen wekken van een “digi-kneus” maar niets is echter minder waar…”Autostakkert” is een heel prettig intuitief en zeer effectief werkend stackprogramma en ook nog eens van eigen hollanschen bodem. Zo ik nu ondervonden heb gaat stacken met autostakkert beter en makkelijker dan met Registax, die daar trouwens ook geen kneus in is, hoor…maar als je toch gaat vergelijken! Wat Autostakkert niet kan en waar Registax zo ongeveer koning, keizer, admiraal in is dat is het verscherpingsproces (middels de hyperkrachtige wavelets-functie!!!) welke volgt direkt NA het stacken….

en dus….heb ik van die 20 grote JPEG’s  met behulp van Autostakkert er uiteindelijk  6 gestackt en die vervolgens daarna nog even door Registax “gerost” voor het verscherpingsproces…..and Bob’s your uncle!!!

Tja…..en waarom is dit specifieke plaatje nou zo “aardig gelukt”??? Ligt dat aan de telescoop?…of de gebruikte DSRL-camera i.p.v. webcam??…..of was het op la moment surpreme toevallig “super goeie seeing”….of ligt het toch aan het stacken met autostakkert….OF…..OF….OF…???? Nou ja, maakt me ook eigenlijk geen reet uit…ik heb lol gehad bij het maken van……het plaatje schenkt mij veel genoegen….en ik  heb weer zeer plezant het nodige te doen aan R&D-werk, hetgeen mij fijn van de straat houd of eigenlijk juist op de straat!!! U zijt allen van harte gevaccineerd gegroet!!

 

 

Landschap ‘Oog van de Sahara’ vertoont verbluffende gelijkenis met Mars

Het ‘Oog van de Sahara’ in Mauritanië, West-Afrika, toont een rood en oranjekleurig desolaat landschap dat veel lijkt op Mars. ISS-astronauten die momenteel op het ISS verblijven hebben recent foto’s gemaakt van deze plek. Vanaf zo’n 600 km hoogte tonen de beelden het aardoppervlak van het ‘Oog van de Sahara’, badend in een roodachtig landschap, met een diepe inkeping, en krater ‘bull’s eye’ in het midden. ESA-astronaut Thomas Pesquet stelt: “Ik dacht dat ik in een baan om Mars draaide toen ik dit beeld zag! Geen wolk te bekennen en rode en okerkleurige kleuren die zich uitstrekken tot aan de horizon.” Pesquet deelde de beelden op twitter.

De ‘bull’s eye’ krater in het ‘Oog van de Sahara’ gefotografeerd door Thomas Pesquet/ESA, genomen met een 1150 mm. camera

Het betreffende fraaie landschap heet formeel de Richat-structuur, en is gelegen in de Sahara nabij Ouadane in west-centraal Mauritanië, West-Afrika. Deze regio heeft al veel ISS-astronauten aangezet om de verbluffende schoonheid van ervan vast te leggen. Tot op heden is er nog discussie of het ‘Oog van de Sahara’-landschap al dan niet het gevolg is van een meteorietinslagkrater, dit vanwege zijn cirkelvormigheid, of dat het gebied slechts een symmetrische opwaartse beweging volgt, blootgelegd door erosie. Van de foto’s van Pesquet is ook een compilatie gemaakt. Credits; ESA/NASA/Pesquet, twitter

Credits; Thomas Pesquet/ESA/NASA

Hebbes: Mercurius in z’n grootste oostelijke elongatie

Credit: via Stellarium.

Terwijl half Nederland dinsdagavond voor de buis zat gekluisterd om naar de eerste halve finale van het Eurovisie Songfestival in Rotterdam te kijken togen Jan Brandt en ik naar de Zwanenplaatweg in de Dordtse Biesbosch om daar te gaan speuren naar een zwak lichtstipje laag aan de zuidwestelijke hemel. Dat stipje moest Mercurius zijn, de planeet het dichtst bij de zon, die maandagavond z’n grootste oostelijke elongatie beleefde. Gezien vanaf de aarde staat Mercurius 22° van de zon vandaan en dat maakt hem een uitstekend object om nu net na zonsondergang te bekijken. En het is gelukt! Tussen de flarden wolken door zagen we Mercurius staan, weliswaar met een verrekijker, maar toch erg duidelijk. Mercurius heeft een helderheid van 0,6m en een schijnbare diameter van 8,1”. Hierboven de situatie aan de hemel zoals ik die vantevoren in Stellarium had gezien, hieronder een foto die ik van het werkelijke schouwspel maakte, gemaakt met mijn mobiele telefoon (onderaan nog een versie met labels). Details van de opname: 1 seconde belicht, F1,5 op ISO 400.

Jan had zijn 15cm F8/EQ3 special paint planetaire Newton bij zich en daar hebben we eerst mee gekeken of het daadwerkelijk Mercurius was die we daar laag aan de hemel zagen. En inderdaad, er was een schijngestalte te zien, hetgeen je bij sterren of bij Mars (ook aan de hemel te zien) niet zo gauw zult tegenkomen, nou ja zeg maar nooit. Het was dus Mercurius, ietsje onder de ster Al Nath van het sterrenbeeld Stier. Voor wie het ook eens wil proberen: vanaf nu vermindert de hoekafstand tot de zon en neemt de helderheid van Mercurius af, maar de planeet blijft nog zo’n twee weken zichtbaar. Hieronder nog even de gelabelde versie van de foto.

Bron: Sterrengids 2021.

Gevlekte koperen ploert!!

een hele kudde zonnevlekken!!

En hoe!!! Het zonnevlekkenminimum heeft lang (langer dan normaal??) geduurd….maar daar lijkt nu dan toch echt een definitief eind aan gekomen te zijn?? Als je deze hele kudde aan zonnevlekken zo aanschouwt zou je denken van wel.  Het is (voor mij) langgeleden dat ik zo’n fraai schouwspel op “onze” Zon heb gezien! Deze groepering deed me wat vorm op dit moment betreft zelfs een beetje denken aan het  W-vorminge markante sterrenbeeld Cassiopeia!

Voordat ik het hele zooitje op de foto nam heb ik haar eerst uitgebreid visueel geobserveerd en als je maar lang genoeg wacht op die paar korte momenten van stabiele lucht dan kan je allerlei mooie details zien zoals de de vorm van de Umbra (zonnevlekkern), penumbra (het iets lichtere gebied rondom de Umbra), zogenaamde “lichtbruggen” (heldere streepvormige structuren in de Umbra) en de granulatie (het continu “kokende”..”zonne-oppervlak”).

Al deze verschijnselen vallen onder het zogenaamde wit licht regime. Als je ook zonnevlammen (van die mooie spectaculaire uitbarstingen) en zo wilt waarnemen dan heb je een speciale zogenaamde H-alpha telescoop nodig. Wat ook kan is je “gewone wit licht telescoop” middels speciale inbouwfilterset geschikt maken voor het waarnemen in het licht van H-apha. Hoe je het ook doet,  een H-alpha telescoop is een pittig geprijst stuk astro-speelgoed,  die uitgerust is met een best wel gecompliceerd en delicaat filtersysteem die al het zonlicht tegenhoudt behalve dat ene hele smalle gebiedje rond 656.3 Nanometer  in het rode licht gebied van waterstof in het zonnespectrum. Heel mooi speelgoed die hele spectaculaire zonnedingen laat zien….maar een veel duurdere en ingewikkelder tak van zonnewaarneemsport dan gewone simpele wit licht zonnewaarnemingen.

Het goed kunnen waarnemen van zonnedetails is iets wat met je telescoop, al badend in de warme middagzonnestralen, trouwens best wel “een moeilijk dingetje” is. Formeel gezien is de beste tijd voor het goed kunnen waarnemen van zonnedetails ergens vroeg in de ochtend wanneer de zon nog niet de kans heeft gehad om de waarneemplek en omgeving op te warmen. Daar staat dan weer tegenover dat de zon zo vroeg op de dag laag boven de horizon staat en dat is ook weer niet zo best voor het waarnemen van details. Nou ja…..wil je er “echt voor gaan” dan vergt ook het waarnemen van de zon het nodige aan kunst en vliegwerk. Wie heeft ooit gezegd dat sterrenkunde een makkelijke bezigheid is???

Oh ja….net zoals iedereen die ook maar iets schrijft over het waarnemen van de zon, ga ook ik weer waarschuwen voor de gevaren van het waarnenem van de zon. Van alle takken van de astronomische waarneemsporten is het waarnemen van de zon één van de gevaarlijkste.

Het staat en valt bij deze tak van sport met goede echte zonnefilters om de menselijk oog te beschermen tegen het felle zonlicht. Richt NOOIT een verrekijker/telescoop zomaar onbeschermd op de zon….en als je telescoop hebt staan van het type “speelgoedwinkel” maak dan NOOIT gebruik van die vaak erbij geleverde zogenaamde “oculairzonnefilters”. Dit zijn van die kleine inschroeffiltertjes van donker glas die je aan de telescoopkant van het oculair in het oculair kunt schroeven. Op de plek waar die filters ingeschroefd kunnen worden bevind zich ook, nadat je het oculair in je telescoop hebt geplaatst, het brandpunt van telescooplens/spiegel. Als je ooit met een “brandglas” gespeeld hebt dan weet je gestoord loeierheet het op die plek kan worden…..inschroefzonnefilters gaan uiteindelijk ALTIJD stuk en dat kost je heel fijn een oog…NOOIT gebruiken!!

Professionele objectieffilters (filters die je over “lichtingang” van de telescoop plaatst) are the ONLY SAFE WAY to go. Je hebt ze in twee smaken…..van die hele dunne mylar achtige folie en van optisch vlak glas. Beide bieden dezelfde gegarandeerde veiligheid. De glasfilters zijn in principe iets minder kwetsbaar dan de foliefilters, maar wel een (flink) stukkie duurder. Een glas objectieffilter koop je kant en klaar….voor  foliefiltermateriaal moet je (even) zelf een deugdelijke filterhouder in elkaar knutselen.

De standaard foliefiltervellen zijn groot genoeg voor telescoopdiameters tot zo’n 25cm en kosten een eurotje of 20. Als je een foliefilterhouder maakt moet je er vooral op letten dat je het folie LOSJES op de houder bevestigt (met plakband o.i.d.)….Er moet voor een goede beeldkwaliteit vooral geen spanning op het filter staan…lekker lichtkens laten “wapperen”!!!

Je hebt voor het leuk kunnen waarnemen van de zon geen dikke telescoop nodig…..een kleine tot middelgrote (van 6 tot 15 cm) refractor of (beter nog….maar da’s mijn persoonlijke mening) een kleine tot middelgrote langfocus  10 tot 20cm (zogenaamde planetaire)Newtontelescoop….in mijn geval is dat mijn nieuwbakken 15cm F8 Newton.

Zonnevlekken zijn dynamische verschijnselen aan het “zonne-oppervlak”…Het zijn, even kort door de bocht omschreven, gebieden van verhoogde magnetische aktiviteit waarbij de lokale temperatuur vanwege die verhoogde magnetische aktiviteit ietsje lager is dan de omgeving. Vanwege dit geringe (een graadje of 500) temperatuurverschil steekt een zonnevlek “zwart” af tegen de rest van het “zonneoppervlak”. Zou je echter een enkel zonnevlekje “van de zon afplukken” en aan de nachthemel plaatsen, dan zou dat ene kleine k.tvlekkie net zo helder schijnen als de volle maan. Om alles maar even in het juiste perspectief geplaatst te hebben!!

Zogezegd…zonnevlekken zijn heel dynamische verschijnselen en dat maakt het observeren van zonnevlekken zo’n spannende bezigheid…..je ziet ze nog net niet letterlijk voor je ogen van vorm veranderen, maar veel scheelt het niet….Elke dag een zonnekijkje nemen laat zeker duidelijk zichtbare veranderingen zien….en…met dank aan de zonne-rotatie kan je een kudde zonnevlekken ook nog eens in twee weken van zonnerand naar zonnerand zien wandelen.

Na het visuele feestje toch ook nog maar als aandenken een plaatje geschoten. Daar kan je een speciale astrofoto-variant van foliefilter voor gebruiken…maar die is danweer niet echt geschikt voor het visuele werk….laat hiervoor net effe iets te veel licht door. Voor fanatieke zonnefotografen ideaal maar niet voor de zo nu en dan plaatjesschieters zoals uw nedrig scribent.

Maar goed…..oculairtje weg…Canon 1000D in het primaire brandpunt geplaatst en even snel een korte overzichtsopname geschoten. Als het je gaat om het echte betere detailwerk dan geldt voor de zon hetzelfde als voor maan en planeetfotografie……heel veel plaatjes schieten met een (ouderwetschen) gemodificeerde webcam of met een hedendaagse specialistische “planetcam”….en dan vervolgens die dikke 2000 plaatjes door een stackprogramma zoals Registax of autostackert halen om de luchtonrust te verslaan.

Dat laatste is mij uiteraard niet gelukt met die ene opname…maarre…..dat was dan ook niet bedoeling….wilde alleen maar slechts mijn blijdschap delen vanwege het heuglijken feit dat “ze weer terug is” en ik zou zo zeggen….ga ook eens zo nu en dan een (VEILIG) “zonnetje schieten”….dazzzzz leuk!!!

 

Een terugblik op de Webinar van de Vereniging Werkgroep Astrofotografie

Credit: Vereniging Werkgroep Astrofotografie


Gisteravond hield de Vereniging Werkgroep Astrofotografie voor de tweede keer een Webinar. Normaal gesproken komen ze twee keer per jaar fysiek bij elkaar, maar door de corona hebben ze daar noodgedwongen online meetings van gemaakt. Op 3 oktober vorig jaar deden ze dat voor het eerst en nu werd de traditionele voorjaarsbijeenkomst in de vorm van een Webinar gedaan, die via YouTube te volgen was. Het was een leuke ‘bijeenkomst’, die twee ‘hoofdsprekers’ telde. Eerst vertelde Johan Bakker hoe je het beste vanuit lichtvervuilde gebieden (en die zijn er helaas veel te veel in Nederland) met o.a. de juiste filtertechnieken toch mooie resultaten kunt behalen. Na Bakker’s presentatie was er een soort van pauze, waarin twee kortere presentaties waren, eentje over de poolafstelling van telescopen en een prijsuitreiking van een astrofotograaf die verbonden was aan de De Jager sterrenwacht op Texel (yep, genoemd naar Kees de Jager, ook wonende op Texel). Na de pauze kwam de tweede hoofdspreker en dat was een bekende voor ons, astrofotograaf én Astroblogger André van der Hoeven. Hij vertelde over de levensloop van sterren, ofwel sterevolutie, waarbij hij aan de hand van eigen gemaakte foto’s (en van andere amateurs, zoals ook Paul Bakker’s M87 mét jet) liet zien dat die sterevolutie ook door amateurs prachtig in beeld kan worden gebracht. Hieronder in een terugblik de tweede Webinar, die als thema ‘Deepsky’ had.