‘Vulkaankomeet’ 29P/Schwassmann-Wachmann toont grootste uitbarsting in 40 jaar

Dat komeet 29P een aparte eend in de kometenbijt is was al langer bekend. De komeet is een soort ijsvulkaaan die rond de zon voorbij Jupiter draait, en, zover bekend, is het een van de meest vulkanisch actieve hemellichamen in ons gehele zonnestelsel. Astronomen hebben ontdekt dat 29P wel zo een twintig keer per jaar uitbarst, en daarbij gemiddeld een tot vijf keer zo helder wordt.  Recentelijk  ontdekte astronomen dat er zich de grootste uitbarsting in 40 jaar heeft voor gedaan. De uitbarsting verhoogde de helderheid van de komeet zo’n 250 keer, en is ook met (amateur)-telescopen nog goed te bekijken, zie tips onder het artikel.

Komeet 29/P Schwassmann-Wachmann Credits; NASA/JPL/Spitzer

De komeet 29P behoort tot de klasse van de ‘Centauren’, een klasse kometen die rond de zon voorbij Jupiter draaien. Inmiddels zijn er 500 van deze Centauren bekend. Zie ook deze recente Astroblog over deze bijzondere groep ‘hybride’ kometen. Eind september j.l. barstte 29P vier keer snel achter elkaar uit, waarbij bellen van cryomagma de ruimte in werden geblazen. De amateur-astronoom Eliot Herman uit Arizona heeft het puin in de gaten gehouden: “Aanvankelijk leek het een helder compact object”, zegt Herman. “Nu is de uitdijende wolk 1,3 boogminuten breed (groter dan Jupiter) en voldoende transparant voor achtergrondsterren om er doorheen te schijnen.” Het object werd in 1927 ontdekt, zijn ongewone bijna cirkelvormige baan tussen Jupiter en Saturnus viel op, alsook de veelvoud aan uitbarstingen die 29P toonde. Waarnemingen van de afgelopen jaren laten zien dat uitbarstingen wel twintig keer per jaar voorkomen. Astronoom Dr. Richard Miles, verbonden aan de British Astronomical Association (BAA), heeft speciaal studie gemaakt van dit object. Miles stelt: “De huidige uitbarsting, die op 25 september begon, lijkt de meest energieke van de afgelopen 40 jaar te zijn,” en vervolgt, “Binnen een tijdsbestek van slechts 56 uur vonden vier uitbarstingen snel achter elkaar plaats, waardoor een ‘superuitbarsting’ ontstond.” Miles heeft een theorie ontwikkeld om uit te leggen wat er gebeurt. De 29P, aldus Miles, is bedekt met ijsvulkanen. Er is geen lava. In plaats daarvan worden de vulkanen aangedreven door een mengsel van vloeibare koolwaterstoffen (bijv. CH4, C2H4, C2H6 en C3H8) vergelijkbaar met die in de meren en stromen van Titan, een maan van Saturnus. In het model van Miles bevat het cryomagma een beetje stof, en is het doordrenkt met opgeloste gassen N2 en CO, allemaal gevangen onder een oppervlak dat op sommige plaatsen de consistentie van was heeft. Deze gevangen, vluchtige stoffen houden ervan om te exploderen wanneer er zich een scheur opent. Een reeks eerdere uitbarstingen, van juni 2020 – april 2021, waren allen relatief klein i.v.m. de recente superuitbarsting, aldus Miles.

Komeet 29P/Schwassmann-Wachmann Credits; NASA/JPL

Miles publiceerde vijf jaar geleden dit wetenschappelijk artikel waarin het resultaat van onderzoek van een decennium aan uitbarstingen werd gepresenteerd, en hij vond enkele patronen. De gegevens suggereren dat 29P elke 57,7 dagen roteert. De meest actieve ventilatieopeningen zijn geconcentreerd aan één kant van de ijsbal in een reeks van lengtes van minder dan 150 graden breed. Er zijn ten minste zes afzonderlijke bronnen geïdentificeerd. Hoewel de meeste uitbarstingen binnen een week of zo verdwijnen, is deze superuitbarsting nog steeds zichtbaar. De reeks uitbarstingen van september j.l. verhoogde de helderheid van de komeet 250-voudig en is sindsdien niet veel afgenomen. Met een magnitude tussen +10 en +11 is de uitdijende wolk ruim binnen het bereik van telescopen in de achtertuin. Herman stelt dat 29P te bekijken is met een 8-inch kijker, en om de wolk op te lossen en individuele sterren te fotograferen die er doorheen schijnen,  gebruikt hij de iTelescope T11 van een halve meter gebruikt.” Komeet 29P bevindt zich in het sterrenbeeld Auriga. Kijk op Sky&Telescope voor observatietips en voor nieuws op de MISSION 29P-website van BAA. Bronnen; SpaceWeather.com/BAA/Sky&Telescope

Planetair onderzoekers simuleren transformatie van asteroïde naar komeet

Een team planetair wetenschappers van NASA/JPL en de Universiteit van Chicago heeft met behulp van computermodellen nauwkeurig het transformatieproces van asteroïde naar komeet kunnen simuleren. Het nieuwe onderzoek legt de dynamiek uit van dit complexe systeem dat wetenschappers meer moet leren over de samenstelling van kometen en de vorming van aardachtige planeten in ons zonnestelsel. Voor het onderzoek heeft dit team het dynamische proces van de Centauren-planetoïden, – dit zijn een soort hybriden, ze delen enkele kenmerken delen met zowel asteroïden als kometen – gemodelleerd en zo getracht te begrijpen hoe de overgang van asteroïde tot komeet tot stand komt. De Centauren is een groep ijzige ruimterotsen die rond de zon draaien bij de gasplaneten Jupiter en Saturnus. Van deze duizenden kleine brokken ijs en gesteente, worden enkele ingevangen in de baan van Jupiter, en richting het binnenste zonnestelsel geslingerd om te transformeren in kometen. Het onderzoek o.l.v. Darryl Segelman wordt gepubliceerd in The Planetary Science Journal, zie hier voor de preprint, arXiv.

Komeet ‘Siding Spring’ Credits; NASA/JPL, Caltech, UCLA

Wetenschappers zijn zeer bekend met de asteroïdengordel bij Mars, en ook met die in de Kuipergordel.
Echter de Centauren is een minder bekende populatie, en zijn zo genoemd daar ze een soort hybriden zijn, die enkele kenmerken delen met zowel asteroïden als kometen. Centauren zijn mogelijk onstaan bij deze voornoemde reuzenplaneten, maar weliswaar het grootste deel van hun bestaan hebben ze doorgebracht in de Kuipergordel, de ring buiten de baan van Neptunus. Gravitatie-interacties hebben de Centauren lang geleden daarheen gewerkt maar ook, relatief recent, weer teruggebracht.
Enkele van de Centauren ondergaan uiteindelijk nog een extra zwaartekrachtstoot die de objecten in de richting van de zon duwt. Deze objecten worden dan kometen, die coma’s en lange, fraaie staarten ontwikkelen als ze de zon naderen en opwarmen. Geschat wordt dat ongeveer de helft van de Centauren, door interactie met de banen van Jupiter en Saturnus naar het centrum van het zonnestelsel geslingerd. Seligman stelt: “Deze objecten zijn erg oud en bevatten ijs uit de vroege dagen van het zonnestelsel dat nooit is gesmolten. En zeer geschikt om de chemische samenstelling van objecten uit het verre zonnestelsel te onderzoeken.

NASA komeet missie EPOXI, flyby Credits; NASA

Mogelijk zouden toekomstige ruimtesondes dit proces over enkele decennia van dichtbij kunnen bestuderen. Een sonde zou naar Jupiter kunnen vliegen, in de baan van Jupiter wachten tot een van deze objecten in de zwaartekracht van de planeet terechtkomt, en ‘meereizen’ met het object om te zien hoe het in realtime een komeet wordt. Dit is een mooi maar destructief proces: de prachtige staart van een komeet wordt geproduceerd als het ijs ervan afbrandt als de temperatuur stijgt. Komeetijs bestaat uit verschillende soorten moleculen en gassen, die elk op verschillende punten op weg naar de zon beginnen op te branden. Seligman: “Je zou kunnen achterhalen waar typische komeetijsvorming plaatsvindt, en ook wat de gedetailleerde interne structuur is, iets dat lastig is te ontdekken met grondtelescopen.” Ook barst het oppervlak van de komeet als het opwarmt, waardoor pokdalingen en kraters ontstaan. Eenmaal in kaart gebracht, kun je aldus Seligman, de dynamiek van het zonnestelsel beter begrijpen, wat belangrijk is voor zaken als het vormen van aardachtige planeten in zonnestelsels, Mede dankzij de ontdekkingen van verschillende grote asteroïdengordels hebben wetenschappers de afgelopen 50 jaar hun theorieën over het ontstaan van ons zonnestelsel herzien. I.p.v. ontwikkeling op hun plaats, stelt men zich nu een veel dynamischer en onstabieler proces van vorming voor; stukken ijs en gesteente die verspreid en tegen elkaar aan botsen, zich opnieuw vormend en rondbewegend binnen het zonnestelsel. Veel van deze objecten vloeiden uiteindelijk samen in de acht grote planeten, maar andere blijven los en verspreid in verschillende gebieden van de ruimte.

Komeet P2019LD2 Hubble, publ. 21 februari 2021 Credits; NASA/HST

Seligman en zijn team identificeerden zelfs een mogelijk doelwit voor een ruimtemissie: een Centaur, de P/ 2019 LD2, die in 2063 dicht bij Jupiter zal cirkelen. Het team heeft berekend dat er een kans van meer dan 98% is, dat deze ontmoeting het object naar de zon zal duwen en het in een komeet zal veranderen. Hun berekeningen tonen verder aan dat een sonde die op de loer ligt in de buurt van Jupiter het object zou kunnen inhalen en een tijd meevliegen, zolang de sonde reeds op weg zou gaan in 2061 naar een van te voren bepaald ontmoetingspunt. En astronomen kunnen uiteraard ook nog andere Centauren identificeren die vóór 2063 zouden kunnen worden bezocht, aldus het team dat hoopt dat dergelijke doelen mogelijk kan worden ontdekt door het Vera C. Rubin Observatorium. Centauren zijn nooit eerder bezocht door een sonde, de missies van NASA’s Discovery-programma, dat relatief goedkope robotische planetaire exploratie verzorgt, koos niet voor Centaur-voorstellen. Bronnen; Universiteit van Chicago/Space.com/NASA/JPL/Astronomy

Lanceerdatum DART-ruimtesonde naar asteroïden Didymos/Didymorphos bekend

NASA heeft recent bekend gemaakt dat de DART-ruimtemissie, een missie om een asteroïde in de diepe ruimte af te buigen met behulp van een ruimtevaartuig, op 24 november a.s. gelanceerd gaat worden. De ‘Double Asteroid Redirection Test (DART) ruimtesonde zal door NASA richting het binair asteroïdesysteem Didymos (Gr. ‘tweeling’) gestuurd worden en zijn maan ‘Didymorphos ‘ (voorheen Didymoon) gaan afbuigen. De lancering zal uitgevoerd worden door SpaceX, een Falcon 9-raket zal op 24 november a.s. vertrekken, om 07:20 NL’se tijd (LT 10:20 PM) vanaf het Vandenberg Space Force Base in Californië. De lancering is te volgen vis een livestream/NASAapp. DART zal vervolgens op 2 oktober 2022 met ongeveer 22.000 km/h op Didymos’ Didymorphos inslaan. Door deze inslag, zal het de snelheid van Didymorphos een fractie van een procent veranderen, maar het zal genoeg zijn voor NASA om de veranderende baan te kunnen meten. Dit zal waardevolle input opleveren voor toekomstige missies om asteroïden die een mogelijk gevaar opleveren voor de aarde af te kunnen buigen. In 2019 schreef ik reeds een tweetal AB’s over deze missie, zie hier en hier. Didymorphos meet 160 m in diameter en cirkelt om de ??veel grotere ruimterots die bekend staat als Didymos en die ongeveer 780 meter breed is. Didymos kwam in 2003 relatief dicht bij de aarde, binnen een straal van een kleine 6 miljoen km.

NASA’s DART en deLICIACube voor impact op Didymos. Credits; NASA/Johns Hopkins, APL/Steve Gribben

NASA stelde in zijn verklaring: “DART zal de eerste demonstratie zijn van de kinetische impacttechniek, waarbij een of meer grote, snelle ruimtevaartuigen in het pad van een asteroïde in de ruimte worden gestuurd om zijn koers te veranderen.” Op 1 oktober meldde NASA tevens dat de cubesat die DART zal vergezellen geïnstalleerd was op de DART. NASA en het Center for near-Earth Object Studies (CNEOS) verzorgen de registratie van NEO’s of NEA’s (near-Earth Objects/Asteroids). NASA beschouwt elk object in de buurt van de aarde als ‘potentieel gevaarlijk’ (PHA) als het binnen 0,05 AU (astronomische eenheden) van de aarde komt en groter is dan 150 m in diameter.  Momenteel telt het CNEOS iets meer dan 25.000 NEO’s, maar in de toekomst zullen er nog zeker meer ontdekt worden. DART is ontworpen in het kader van NASA’s planetary defense, een programma ontwikkelt in samenwerking met ESA om de aarde te beschermen tegen een mogelijke impact van een gevaarlijke asteroïde. DART is een belangrijke eerste stap voor de bescherming van de aarde tegen een inslag van een asteroïde. Het vinden van de asteroïden die potentiële impactrisico’s voor de aarde vormen, ze op te sporen en te karakteriseren zijn van cruciaal belang voor alle planetaire verdedigingsinspanningen. In augustus j.l. verschenen er artikelen betreffende NASA-onderzoek waarin gesteld werd dat er meerdere missies ‘á la Dart’ nodig zouden zijn om de loop van een flinke asteroïde, zoals Bennu, te veranderen. NASA meldde recent dat Bennu een kans van één op 1750 heeft om de aarde in de komende 300 jaar te raken. Credits: NASA/APL, CNEOS, DailyMail.

NASA’s Nancy Grace Roman ruimtetelescoop bereikt belangrijke bouwtechnische mijlpalen

NASA heeft recent onthuld dat alle ontwerp- en ontwikkelingstechnische werkzaamheden aan de Roman Space Telescope (RST), voorheen de WFIRST, zijn voltooid.  Deze ruimtetelescoop moet astronomen meer inzicht gaan geven in de aard van donkere energie en ook op zoek gaan naar exoplaneten, en zogenoemde ‘weesplaneten’ Aan de telescoop wordt gewerkt door NASA’s Goddard Space Flight Center in Greenbelt, Maryland, NASA JPL en Caltech. In deze perspublicatie van NASA zegt Julie McEnergy, senior projectwetenschapper bij de Roman Space Telescope het volgende over de vorderingen: “Na het bekijken van onze uitgebreide hardwaretesten en geavanceerde modellering, heeft een onafhankelijk beoordelingspanel bevestigd dat het observatorium dat we hebben ontworpen zal werken.” Nu de basis is gelegd, is het team enthousiast om door te gaan met het bouwen en testen van het observatorium. Jackie Townsend, plaatsvervangend projectmanager voegde toe: “Nu deze beoordeling is voltooid, gaan we de spannende fase in waarin we de vluchthardware die we van plan zijn te gaan gebruiken gaan assembleren en testen.” En vervolgt: “Als al onze vluchthardware klaar is in 2024, houden we het ‘System Integration Review’ en integreren we het gehele observatorium. Ten slotte zullen we de telescoop testen in omgevingen die de lancering en geplande baan simuleren om er zeker van te zijn dat de RST werkt zoals ontworpen.” De missie is gepland om uiterlijk in mei 2027 te lanceren.
Bovenstaande foto toont de  opstelling voor het testen van de ruimteomgeving van de technische ontwikkelingseenheid voor Roman’s Solar Array Sun Shield, die twee doelen zal dienen. Ten eerste zal het elektrische stroom leveren aan het observatorium. Ten tweede zal het de Optical Telescope Assembly, het WFI  en de CGI instrumenten beschermen tegen zonlicht. Credits: NASA/Chris Gunn
De ruimtetelescoop werd in 2010 aanbevolen door het National Research Council van de VS als topprioriteit voor astronomisch onderzoek van het volgende decennium. Werkzaamheden startten in 2011. In 2016 werd de WFIRST goedgekeurd voor ontwikkeling en lancering. De telescoop bezit een 2,4 brede spiegel die stellair licht reflecteert naar beeldsensoren voor verwerking en draagt twee wetenschappelijke instrumenten bij zich. Het Wide-Field Instrument (WFI), dit is een nabij-infraroodcamera, die een beeldscherpte biedt die vergelijkbaar is met die van de Hubble over een gezichtsveld van 0,28 vierkante graden, 100 keer groter dan de beeldcamera’s van de HST. Het Coronagraphic Instrument (CGI) is een camera en spectrometer, met een hoog contrast en een klein gezichtsveld die zichtbare en nabij-infrarode golflengten bestrijkt m.b.v. nieuwe technologie voor het onderdrukken van sterrenlicht. De RST’s primaire missie is gericht op de expansiegeschiedenis van het heelal en de groei van de kosmische structuur met meerdere methoden in overlappende roodverschuivingsbereiken, met als doel het nauwkeurig meten van de effecten van donkere energie. Op 20 mei 2020 kondigde NASA-hoofd Jim Bridenstine aan dat de missie de Nancy Grace Roman Space Telescope zou worden genoemd als erkenning voor de fundamentele rol van Nancy Roman als Chief of Astronomy op het gebied van astronomieonderzoek vanuit de ruimte. De telescoop gaat ook op zoek naar exoplaneten en hun potentieel voor het ondersteunen van leven.

Nancy Roman (1925 – 2018), Goddard Space Flight Center Credits; NASA

Nancy Roman werd geboren in Nashville, Tennessee op 16 mei 1925. Als kind voelde ze zich aangetrokken tot de sterren. Roman vertelde ooit in een korte NASA-documentaire. ‘Ik gaf mijn moeder de schuld omdat ze me altijd mee uit nam en me de sterrenbeelden liet zien en me het noorderlicht liet zien en dat soort dingen.” Roman behaalde een Bachelor of Science in de astronomie aan Swarthmore College en een doctoraat aan de Universiteit van Chicago. In 1955 besloot ze een baan aan te nemen bij het US Naval Research Laboratory, en in 1959 werd ze een van de eerste groep arbeiders die zich bij NASA voegde, als hoofd astronomie en relativiteit bij het Office of Space Science, slechts zes maanden nadat het bureau was opgericht. Bij NASA drong Roman aan op de ontwikkeling van een orbitale telescoop om kosmische straling in de ruimte te meten die anders onmogelijk op aarde te detecteren zou zijn vanwege atmosferische interferentie. Ze heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van vier in een baan om de aarde draaiende astronomische observatoria tussen 1966 en 1972, en hielp bij het opzetten van de International Ultraviolet Explorer, een gezamenlijk NASA/ESA project. Roman speelde ook een centrale rol bij het overtuigen van het congres om de ontwikkeling van de Hubble-telescoop ter waarde van $ 36 miljoen te financieren. In 1998 beschreef Hubble’s hoofdwetenschapper Ed Weiler haar als ‘de moeder van de Hubble-ruimtetelescoop’. Ze stierf op 25 december 2018 een natuurlijke dood – op 93-jarige leeftijd.  Bron: NASA

Mysterieus astronomisch signaal gedetecteerd afkomstig uit het centrum van de Melkweg

Astronomen hebben een bijzondere radiobron gedetecteerd afkomstig uit het centrum van de Melkweg. Het signaal lijkt zich in een willekeurig patroon te herhalen en kan vooralsnog niet toegekend worden aan enig ander bekend astronomisch object als pulsars of magnetars. Het astronomisch team o.l.v. Ziteng Wang meent dat men hier te maken heeft met een nieuw astronomisch object dat nog het meest weg heeft van een Galactic Center Radio Transient. Data verzameld in 2019 door ASKAP (Australian Square Kilometer Array Pathfinder) werd gebruikt voor dit onderzoek, zie de resultaten hiervan in ArXiv. De ASKAP scant de hemel op verschillende radiobronnen die geassocieerd worden met pulsars, magnetars, supernovae, en gamma uitbarstingen, maar het betreffend signaal kwam niet overeen met een van deze objecten. ASKAP J173608.2-321635 is het object genoemd en het is in minder dan twee jaar tijd 17 keer gedetecteerd. Hoofd-auteur van de studie Ziteng Wang stelt: “De vreemdste eigenschap van deze bron is dat deze sterk gepolariseerd is.” En vervolgt: “Ons oog kan geen onderscheid maken tussen circulair gepolariseerd licht en ongepolariseerd licht, maar ASKAP “Onze ogen kunnen geen onderscheid maken tussen circulair gepolariseerd licht en ongepolariseerd licht, maar ASKAP heeft het equivalent van een gepolariseerde zonnebril om het uit te filteren. Dit soort bronnen zijn echt zeldzaam, meestal vinden we slechts 10 van de duizenden bronnen gepolariseerd in één waarneming. “Mysterieus is ook de onregelmatigheid van de radiosignalen. De helderheid van deze bron kan drastisch veranderen en in één dag afnemen, maar soms kan het een paar weken aanhouden.”

Deze opname, gemaakt door MeerKAT, toont een gebied van 1000 x 500 lichtjaar van het centrum van de Melkweg, waar hoe helderder de plek, hoe helderder het radiosignaal Credits; Square Kilometer Array Africa

Het team heeft in 2020 m.b.v. de Parkes-telescoop naar de bron gezocht, maar vond niets. Beter resultaat verkreeg met van MeerKAT in Zuid-Afrika, waarbij men enkele keer het signaal waarnam. Op 7 februari 2021 keerde het signaal opnieuw terug. Ook in april dit jaar werd het opgepikt, nu met de Australische ATCA (Australian Telescope Compact Array). Een bijzonder intrigerend gegeven is dat voor 2019 de bron nooit eerder werd waargenomen. Het team controleerde archiefgegevens van verschillende telescopen, waaronder de Very Large Array (VLA) en ATCA, maar vóór april 2019 was er op die plek nog nooit iets gezien. Het heeft veel cross-over kenmerken met bekende astronomische objecten maar het past niet perfect in één profiel. Zou het een ‘Flare star’ kunnen zijn, echter aldus Wang, is het radiosignaal van deze bron hiervoor veel te veel, en dan om zo een sterfakkel te zijn, en zou het ook in het infrarood spectrum zichtbaar moeten zijn wat niet het geval is. Een pulsar misschien? Deze dichte objecten vormen zich nadat een massieve ster instort, en terwijl ze snel ronddraaien, sturen ze pulsen van elektromagnetische straling. Een pulsar zou de intermitterende aard, polarisatie en variërende helderheid van dit signaal kunnen verklaren – maar pulsars hebben de neiging om te knipperen in een voorspelbaar tijdsbestek van seconden of milliseconden. De nieuwe bron is echter willekeurig en kan wekenlang ‘aan’ blijven.

MM-Newton  Magnetar SGR 0418+5729 Credits; ESA/ATG medialab

Het meest aannemelijk lijkt een Galactic Center Radio Transients (GCRT’s). Dit zijn kortstondige flitsende radiosignalen die afkomstig zijn van nabij het centrum van de Melkweg – allemaal kenmerken van de nieuwe detectie. Maar ook hiervan is nog niet zoveel bekend. Wang stelt: “GCRT’s zijn nog steeds een mysterie”, en vervolgt, “Ze [GCRT’s] gaan onregelmatig aan en uit, ze zijn sterk gepolariseerd en er is niets in röntgen of optisch. Aangezien de bron zich dicht bij het Galactische Centrum bevindt, zou deze bron een nieuwe GCRT kunnen zijn. De tijdschaal van de uitbarsting van deze bron komt echter niet overeen met die voor GCRT’s. [En] ze worden ontdekt in lagere frequenties. Echter is tot op heden niet bekend of alle GCRT’s een gemeenschappelijke oorsprong hebben.” Het team stelt dus dat deze bron enig in zijn soort is, wat zou kunnen leiden tot een geheel nieuwe klasse van astronomische objecten. Wang speculeert dat het een pulsar zou kunnen zijn met een ultralange rotatieperiode, maar dat zou hem heel anders maken dan alle bekende pulsars, een GCRT lijkt vooralsnog de beste optie. Bronnen: ScienceAlert, New Atlas, Arxiv.

NASA stelt wereldkaart samen met meteoorvuurballen van de afgelopen 30 jaar

NASA heeft een nieuwe kaart gepubliceerd waarop iedere vuurbalmeteoor die sinds 1988 tot 2021 de hemel oplichtte gelokaliseerd is. Het is het Center for Near Earth Object Studies (CNEOS) van NASA’s Jet Propulsion Laboratorium die de kaart samengesteld heeft, de data is verkregen via sensoren van Amerikaanse overheidsinstellingen. De wereldkaart, toont stippen in kleuren en maten proportioneel tot de impactenergie van de vuurbal, d.w.z. de totale energie die de meteoroïde door zijn snelheid in de atmosfeer bracht. De honderden gedetecteerde vuurballen zijn meteoren, ruimterotsen groot genoeg om een helder licht te produceren als ze langs de hemel razen. Elke dag wordt de aarde gebombardeerd vanuit de ruimte door stof en deeltjes ter grootte van een zandkorrel. Soms leidt dit tot een heldere ‘vuurbal’, een meteoor met een schijnbare helderheidsmagnitude van ten minste -5. Daarentegen zijn de meteoroïden geassocieerd met een meteorenregen – de stroom puin die vrijkomt uit een komeet of asteroïde – veel kleiner, over het algemeen variërend van de grootte van een zandkorrel tot tientallen centimeters. Vuurballen geassocieerd met meteoorregens zijn mogelijk, maar zeldzaam.

Vuurbalmeteoren 1988 – 2-21 Credits; NASA/JPL

Kaart
De kaart (gebaseerd op de interactieve kaart van Alain B. Chamberlain), toont stippen, in vier maten en kleuren. De grootte van elke stip is evenredig met de impactenergie (kinetische energie) van elke vuurbal; d.w.z. de totale energie die de meteoroïde door zijn snelheid in de atmosfeer bracht. Terwijl een meteoroïde de atmosfeer van de aarde binnendringt, wordt een deel van zijn kinetische energie omgezet in uitgestraalde energie – de heldere optische flits die door de sensoren wordt gedetecteerd. De rest wordt omgezet in geluidsgolven en energie op andere golflengten, soms volgt een schokgolf. Door veel van dergelijke meteoren te observeren, hebben wetenschappers een manier gevonden om de totale energie van zo een object te bepalen op basis van de optische flits. Hieruit kan dan de oorspronkelijke grootte van het object afgeleid worden voordat het object de aardse atmosfeer binnendringt. M.b.v. dergelijke berekeningen heeft men de asteroïde die in februari 2013 de lucht verlichtte boven Tsjeljabinsk, Rusland, op zo een 20 meter geschat. De Tsjeljabinsk vuurbalmeteoor is de grootste vuurbal in de CNEOS-database, die zich richt op grotere vuurbalmeteoren. Alle vuurballen in deze database zijn afkomstig van asteroïden met een diameter van minstens één meter. De Tsjeljabinsk vuurbal bracht een schokgolf te weeg met veel gewonden en schade aan gebouwen.  De op één na grootste groep vuurballen kwam grotendeels in de Stille Oceaan terecht, in het water maar ook op enkele van de eilanden, bijvoorbeeld Fiji.

Credit: Aleksandr Ivanov/Wikipedia.

Meteoren
Zoals gezegd, deze honderden vuurballen zijn meteoren, ruimterotsen groot genoeg om een helder licht te produceren als ze langs de hemel razen. Daarentegen zijn de meteoroïden geassocieerd met een meteorenregen veel kleiner, over het algemeen variërend van de grootte van een zandkorrel tot tientallen centimeters. Tijdens de piek van de Perseïden-meteorenregen, tussen 11 en 13 augustus j.l., raasden onlangs talloze lichtstrepen door de nachtelijke hemel, elk uur schoten er tussen de 40 en 100 vuurballen door de nachtelijke hemel. Terwijl de Perseïden en andere grote meteorenregens als de Geminiden en de Leoniden de meeste aandacht trekken zijn deze buien ieder moment van het jaar zichtbaar, en soms leidt dit tot een heldere vuurbalmeteoor.

Meteoor boven Spruce Mountain, West Virginia Credits; NASA, Bill Ingalls

Fotogeniek
Meteoren hoeven geen vuurballen te zijn om fotogeniek te zijn. NASA-fotograaf Bill Ingalls maakte bovenstaande foto van een meteoor die door de nachtelijke hemel scheerde op 11 augustus 2021, tijdens het hoogtepunt van de Perseïdenregen. Wat sluierbewolking weerkaatst het licht van verre stedelijke gebieden, een deel van de meteoor toont groen. Volgens Bill Cooke, hoofd van NASA’s Meteoroid Environment Office, komt dit door de manier waarop de meteoroïde zuurstofmoleculen exciteerde tijdens zijn impact op de atmosfeer. Cooke merkte ook op dat de Perseïdenbui bijzonder rijk is aan heldere meteoren en wijst op gegevens van NASA’s netwerk van all-sky meteoorcamera’s, die meteoren kunnen detecteren die helderder zijn dan Jupiter. “Het aantal heldere meteoren in de Perseïden is kleiner dan alle andere meteorenregens – 30 procent meer dan de Geminidenregens, die hogere snelheden heeft en ook bekend staat om zijn heldere meteoren.”
Bronnen: NASA/SciTechDaily

Aardkern blijkt asymetrisch te groeien maar kantelen zal ze niet

Recent geofysisch onderzoek heeft aangetoond dat de ene helft van de aardkern, een vaste metalen bol, sneller groeit dan de andere helft. De asymetrische groei zal volgens de geofysici niet leiden tot het kantelen van de Aarde. De aardkern is het bolvormige, binnenste deel van de Aarde, dat zich uitstrekt van de onderkant van de aardmantel tot aan het middelpunt van de Aarde, welke zich op ruim 6300 km diepte bevindt. De aardkern is, sinds zijn ontstaan zo’n 4,5 miljard jaar geleden, in de loop van de tijd begonnen te kristalliseren toen de temperatuur in het centrum van de planeet daalde ‘onder het smeltpunt van ijzer bij extreme druk’, een groei van ongeveer 1 mm in de straal per jaar. Nieuw onderzoek o.l.v. seismoloog Daniel A. Frost, stelt dat deze toename in omvang mogelijk asymmetrisch is en dat het oostelijke deel van de binnenkern, onder Azië, sneller groeit dan het westelijke deel van de kern dat onder Amerika ligt. De asymetrische groei komt doordat de planeet sneller warmte uit sommige delen van de binnenkern (inner core) zuigt. Maar daar de vaste binnenkern onderhevig is aan zwaartekracht die de nieuwe groei gelijkmatig verdeelt door een proces van inwendige stroming, handhaaft zich de bolvorm van de binnenkern.

Aarde opbouw Credits; NASA/SSI

Metalen kern koelt af en stolt tot homogene bol
Directe observatie van de kern, zo enorm diep, is onmogelijk. Het gecombineerd werk van seismologen, geodynamici en materiaalfysici moet meer inzicht geven in de processen aldaar. Deze studie duidt op asymetrische kerngroei, en heeft weer nieuw inzicht gegeven in de vorming van de Aarde en haar magnetisch veld. De aardkern is 4,5 miljard jaar oud, in de eerste 200 miljoen jaar trok de zwaartekracht het zwaardere ijzer naar het centrum van de planeet en liet de rotsachtige silicaatmineralen achter om mantel en korst te vormen. Bij de vorming werd veel warmte vastgelegd in de planeet en het verlies van deze warmte en de opwarming door aanhoudend radioactief verval hebben sindsdien de evolutie van onze planeet gestimuleerd. Warmteverlies in het aardse centrum drijft de krachtige stroming in de buitenste kern van vloeibaar ijzer aan, die het magnetische veld van de aarde creëert. Afkoeling in het diepe binnenste van de aarde drijft de platentektoniek aan, die het planeetoppervlak vormt. Toen de aarde in de loop van de tijd afkoelde, daalde de temperatuur in het midden van de planeet uiteindelijk onder het smeltpunt van ijzer bij extreme druk, en de binnenste kern begon te kristalliseren. De binnenkern groeit nu elk jaar met een straal van ong. 1 mm, wat neerkomt op het stollen van 8000 ton gesmolten ijzer per seconde. Over miljarden jaren leidt dit tot een compleet vaste kern, waardoor de aarde zonder zijn beschermende magnetische veld achterblijft. Er zou uit deze stolling een homogene vaste bol gecreëerd moeten worden, maar dit is niet zo. Zo’n 30 jaar geleden realiseerde wetenschappers zich dat de snelheid van seismische golven die door de binnenkern reizen onverwachts varieerde. Dit suggereerde dat er ‘iets asymmetrisch’ aan de hand was. Met name de oostelijke helften (Azië, de Indische Oceaan en de westelijke Pacific) en westelijke helften (Amerika, Atlantische Oceaan en de oostelijke Pacific) van de binnenkern vertoonden variaties in seismische golfsnelheid.

M.b.v. nieuwe seismische data, geodynamische modellering en schattingen van hoe ijzerlegeringen zich onder hoge druk gedragen, ontdekte het team dat de oostelijke binnenkern onder de Bandazee van Indonesië sneller groeit dan de westelijke kant onder Brazilië. De oorzaak is dat de planeet sneller warmte uit sommige delen van de binnenkern zuigt dan uit andere delen. Daar echter de vaste binnenkern onderhevig is aan zwaartekracht die de nieuwe aangroei gelijkmatig verdeelt door een proces van inwendige stroming, wordt de bolvorm van de kern gehandhaafd. Dit houdt in dat er geen kantelingsgevaar is, hoewel deze ongelijke groei wel wordt geregistreerd in de seismische golfsnelheden in de binnenkern van de planeet. De onderzoekers stelden ook vast dat de binnenkern (inner core) – in het centrum van de hele kern die veel eerder gevormd is – tussen de 500 miljoen en 1500 miljoen jaar oud is, relatief jong dus. Een kanttekening bij deze studie is wel dat enkele fysieke aannames van de auteurs waar moeten zijn voor deze uitkomst. Hun model werkt bv alleen als de binnenkern bestaat uit één specifieke kristallijne fase van ijzer, waarover enige onzekerheid bestaat. Maar het is niet ongewoon dat planeten helften hebben die van elkaar verschillen. De korst aan de verre zijde van de maan is chemisch verschillend van de korst aan de andere kant. En op Mercurius en Jupiter is niet het oppervlak ongelijk, maar het magnetisch veld, dat geen spiegelbeeld vormt tussen noord en zuid.

Structuur Aarde Credits; University of Austin, TX/NASA

Mysterieuze nieuwe aardlaag ontdekt
Recent werd er nog een bijzonderheid aangaande de aardkern onthuld. Geofysici van de Australian National University ontdekten dat de
binnenkern van de aarde twee afzonderlijke lagen kan hebben – i.t.t. wat algemeen werd aangenomen. De aarde bezit vier hoofdlagen; korst, mantel, de buitenste en de binnenste kern. De fysici die hun onderzoek publiceerden in het Journal of Geophysical Research, ontdekten m.b.v. een zoekalgoritme, die duizenden modellen van de massieve kern van de aarde analyseerde en vergeleek met bestaande data over seismische golven, dat de binnenkern nog een verborgen laag zou herbergen. Volgens PhD-onderzoekster Joanne Stephenson werd dit idee decennia eerder geopperd maar nooit uitgezocht. Stephenson stelt dat deze ‘binnenste binnenkern’ van de aarde er mogelijk op duidt dat er zich een onbekende gebeurtenis in de geschiedenis van de aarde heeft voorgedaan: “We hebben bewijs gevonden dat kan duiden op een verandering in de structuur van ijzer, wat misschien twee afzonderlijke afkoelingsgebeurtenissen in de geschiedenis van de aarde suggereert.” Bronnen: TheNextWeb/The Conversation/NASA/ANU/University of Austin, Texas

Planetair onderzoekers maken nieuwe hoge-resolutie temperatuurkaart voor ‘heavy-metal’ asteroïde 16 Psyche

16 Psyche is een asteroïde die in 1852 werd ontdekt door de Italiaanse astronoom Annibale de Gasparis. Vernoemd naar de Griekse godin van de ziel, Psyche, is 16 Psyche in tegenstelling tot de meeste andere asteroïden die uit gesteente bestaan, grotendeels uit metaal samengesteld (M-categorie). Wetenschappers van Caltech hebben recent een temperatuurkaart gemaakt die mogelijk meer licht kan werpen op de asteroïde 16 Psyche, die op zo een 180 tot 320 miljoen km van de aarde zwerft. Het wetenschappelijk artikel van het onderzoek werd recent geplaatst in het Planetary Science Journal (PSJ). 16 Psyche draait om de zon in de asteroïdengordel, een donutvormig gebied in de ruimte tussen de aarde en Jupiter dat meer dan een miljoen rotsachtige hemelobjecten bevat die in grootte variëren van 10 meter tot 946 km in diameter. Met een diameter van meer dan 200 km is 16 Psyche de grootste van de M-type asteroïden, een bijzondere klasse van asteroïden waarvan wordt gedacht dat ze metaalrijk zijn en daarom mogelijk fragmenten zijn van de kernen van protoplaneten die uiteenvielen toen ons zonnestelsel zich vormde.

Voorstelling van sonde bij 16 Psyche, credits: NASA/Caltech/UvArizona/P.Rubin

16 Psyche bestaat uit zulke grote hoeveelheden edelmetaal dat er astronomisch veel mee verdiend zou kunnen worden als de rots gemijnd werd. Het was NASA-Psyche wetenschapper professor Lindy Elkins-Tanton die ooit berekende dat alle metalen (Global News 2017en Forbes) in dit hemellichaam mogelijk wel zo’n 10.000 biljard USD waard zouden kunnen zijn, (t.v.  in bv 2017 had het GWP  (bruto wereldproduct) een waarde van zo’n 80 biljoen USD). Een groot mysterie rond 16 Psyche is de oorsprong ervan. Sommige wetenschappers geloven dat de asteroïde deel uitmaakt van een protoplaneet die is gevormd tijdens de vroege dagen van het zonnestelsel. Gedurende die tijd vloeiden planetaire lichamen samen en botsten vervolgens met elkaar. “We denken dat fragmenten van de kernen, mantels en korsten van deze objecten vandaag de dag in de vorm van asteroïden overblijven.,” aldus hoofd-auteur en planeetwetenschapper Katherine de Kleer van Caltech, en vervolgt: “We weten al jaren dat objecten in deze klasse in feite geen massief metaal zijn, maar wat ze zijn en hoe ze zijn gevormd, is nog steeds een raadsel.” De bevindingen versterken alternatieve voorstellen voor de samenstelling van het oppervlak van Psyche, waaronder dat Psyche een primitieve asteroïde zou kunnen zijn die zich dichter bij de zon heeft gevormd dan nu het geval is, in plaats van een kern van een gefragmenteerde protoplaneet. De onderzoekers hebben al ontdekt dat het oppervlak van de asteroïde voor ten minste 30 procent uit metaal bestaat en dat de rotsen op het oppervlak bedekt zijn met metalen korrels. Dit, tezamen met ouder onderzoek en nieuwe informatie die met behulp van de temperatuurkaart wordt ontdekt, zal allemaal belangrijk zijn voor NASA’s geplande missie naar 16 Psyche in 2022. De sonde, uitgerust met o.a. een multispectrale imager, een gammastraal- en neutronenspectrometer, en een magnetometer zal naar verwachting in 2026 bij Psyche aankomen.
16 Psyche credits Gif:Caltech/K. de Kleer, S. Cambioni, M. Shepard. Psyche draait om de zon in de asteroïdengordel, een donutvormig gebied in de ruimte tussen de aarde en Jupiter dat meer dan een miljoen rotsachtige lichamen bevat die in grootte variëren van 10 meter tot 946 km in diameter. De Kleer en mede-onderzoekers Michael Shepard en Saverio Cambioni gebruikte data van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) in Chili, De reeks van 66 radiotelescopen stelde het team in staat om de thermische emissies van het hele oppervlak van Psyche in kaart te brengen met een resolutie van 30 km (waarbij elke pixel 30 km bij 30 km is) en een afbeelding van de asteroïde te genereren die uit ongeveer 50 pixels bestaat. Credits; Caltech/NASA

NASA’s Juno registreert bijzondere ‘decameter-golven’ bij vulkanische maan Io

NASA’s Juno ruimteschip registreert radio-emissiepatronen bij Jupiter en omgeving. Recent registreerde Juno atypische ‘decameter-radiogolven’ bij Jupiter’s vulkanische maan Io. Deze golven, kortweg DAM’s genoemd, werden opgevangen door het Waves-instrument van Juno. Jupiter bezit in ons zonnestelsel het grootste en krachtigste magnetische veld, dat zich zo ver uitstrekt dat ook enkele manen van Jupiter zich omgeven vinden door dit magneetveeld. Daar de maan Io zich het dichtst bij de planeet bevindt, wordt de maan a.h.w. gevangen in een soort continu zwaartekrachtgevecht tussen Jupiter en nog twee andere grote manen. Deze tegengestelde krachten veroorzaken enorme interne hitte, wat heeft geleid tot honderden vulkaanuitbarstingen over het oppervlak van de maan. De vulkanen spuwen zo een ton aan gas en deeltjes per seconde de ruimte in, aldus NASA, zie deze verklaring. Deels splitst dit materiaal zich in elektrisch geladen ionen en elektronen die vervolgens via het magnetische veld van de planeet op Jupiter ‘regenen’. Elektronen die in het magnetische veld worden gevangen, begeven zich versneld naar de polen van Jupiter en genereren onderweg een fenomeen dat wetenschappers ‘decameter-radiogolven’ noemen (ook bekend als decametrische radio-emissies of DAM).
Deze conceptuele afbeelding toont een weergave van het Jupiter-Io-interactie. De blauwe wolk is de Io-plasmatorus, een gebied met een hogere concentratie van ionen en elektronen in de baan van Io. De veelkleurige lijnen vertegenwoordigen de magnetische veldlijnen die de baan van Io verbinden met de atmosfeer van Jupiter. De radiogolven komen uit de bron die zich op de krachtlijn in het magnetische veld bevindt en planten zich voort langs de wanden van een holle kegel (grijs gebied). Juno ontvangt het signaal alleen wanneer de rotatie van Jupiter die kegel over het ruimtevaartuig zwiept, op dezelfde manier waarop een vuurtorenbaken kort op een schip op zee schijnt. De baan van Juno wordt weergegeven door de witte lijn die de kegel kruist. Credits; NASA/GFSC/J.Friedlander.NASA: “Als Juno zich op de juiste plek bevindt om te ‘luisteren’ kan het Waves-instrument van Juno deze DAM-golven opvangen.”  Onderzoekers hebben gegevens van Juno gebruikt om vast te stellen waar in het enorme magnetische veld van Jupiter de radio-emissies vandaan komen. De gegevens werpen licht op het gedrag van de enorme magnetische velden die gasreuzen creëren. Volgens het onderzoeksteam komen de radiogolven uit een ruimte best omschreven als een soort ‘holle kegel’, een plek waar de omstandigheden precies goed zijn: de juiste magnetische veldsterkte en de juiste dichtheid van elektronen. Het signaal roteert als een vuurtoren en Juno pikt het alleen op als het ‘licht’ op het ruimtevaartuig schijnt. Uit de radiogegevens bleek ook dat de elektronen die deze radiogolven creëren een enorme hoeveelheid energie uitzenden, 23 keer groter dan verwacht. Dergelijke elektronen kunnen volgens het onderzoeksteam ook uit andere bronnen komen, zoals uit het magnetisch veld van de planeet of uit zonnewinden. Video: Juno stemt af op een van zijn favoriete radiostations. Hoor de decametrische radio-emissies die worden veroorzaakt door de interactie van Io met het magnetische veld van Jupiter. Het Waves-instrument op Juno detecteert radiosignalen wanneer Juno’s traject de bundel kruist, een kegelvormig patroon. Dit straalpatroon is vergelijkbaar met een zaklamp die alleen een ring van licht uitstraalt in plaats van een volledige straal.  Degedetecteerde radio-emissie zijn ‘vertaald’ naar een frequentie binnen het hoorbare bereik van het menselijk oor. Credits video; Universiteit van Iowa / SwRI / NASA, Space.com

Aurora’s van Jupiter veroorzaakt door ‘surfende’ ionen op elektromagnetische golven

Een team astronomen o.l.v. William Dunn van het University College London, is er voor het eerst in geslaagd de oorzaak te achterhalen van de fraaie röntgen-aurora’s die Jupiter produceert. Deze aurora’s bestaan uit botsende geladen deeltjes, ionen, in de atmosfeer van de grote gasreus. Echter hoe deze ionen überhaupt in Jupiter’s atmosfeer terecht konden komen was tot voorheen niet duidelijk. Nu heeft het team van Dunn voor het eerst de ionen zien ‘surfen’ op elektromagnetische golven in het magnetische veld van Jupiter, de atmosfeer in. Dit alles kwam aan het licht na nieuwe data-analyses van ESA’s XMM-Newton-telescoop en NASA’s Juno-sonde. De XMM-Newton maakt op afstand waarnemingen van Jupiter op röntgengolflengten. Juno cirkelt rond de gigantische planeet zelf en neemt in-situ metingen vanuit het magnetische veld van Jupiter. Maar de vraag was: waar moest het team naar zoeken? De aanwijzing kwam toen co-onderzoeker Zhonghua Yao (Universiteit van Beijing) zich realiseerde dat er iets niet klopte aan Jupiter’s röntgen-aurora’s. Op aarde zijn aurora’s alleen zichtbaar in een gordel rond de magnetische polen, tussen 65 en 80 graden noorderbreedte. Boven de 80 graden verdwijnt de poollichtemissie omdat de magnetische veldlijnen hier de aarde verlaten en zich verbinden met het magnetische veld in de zonnewind, de constante stroom van elektrisch geladen deeltjes die door de zon worden uitgestoten. Dit worden open veldlijnen genoemd en traditioneel wordt niet verwacht dat de poolgebieden van Jupiter en Saturnus op hoge breedtegraden substantiële aurora’s uitzenden. De röntgenaurora’s van Jupiter zijn echter niet consistent met dit beeld. Ze bevinden zich poolwaarts van de noordpoolgordel, pulseren regelmatig en kunnen bij de noordpool soms anders zijn dan bij de zuidpool. Dit zijn typische kenmerken van een ‘gesloten’ magnetisch veld, waarbij de magnetische veldlijn de planeet verlaat aan de ene pool en zich opnieuw verbindt met de planeet aan de andere pool.

Exploratie van Jupiter Credits; NASA/ESA

Met behulp van computersimulaties ontdekte Zhonghua reeds eerder dat de pulserende röntgenstraling kan worden gekoppeld aan gesloten magnetische velden die in Jupiter worden gegenereerd en zich vervolgens miljoenen kilometers in de ruimte uitstrekken voordat ze terugkeren. Op 16 en 17 juli 2017 observeerde de XMM_Newton Jupiter continu gedurende 26 uur en ‘zag’ elke 27 minuten pulserende röntgenstraling. Tegelijkertijd reisde Juno tussen 62 en 68 Jupiter-radii boven de ‘pre-dawn’-gebieden van de planeet. Dit was precies het gebied waarvan de simulaties van het team suggereerden dat het belangrijk was voor het activeren van de pulsaties. Dus zocht het team in de Juno-gegevens naar magnetische processen die in hetzelfde tempo plaatsvonden. Ze ontdekten dat de pulserende röntgenstraling wordt veroorzaakt door fluctuaties van het magnetisch veld van Jupiter. Terwijl de planeet draait, sleept hij rond zijn magnetisch veld. Het magnetische veld wordt direct getroffen door de deeltjes van de zonnewind en samengedrukt. Deze compressies verhitten deeltjes die gevangen zitten in het magnetische veld van Jupiter. Dit veroorzaakt een fenomeen dat elektromagnetische ionencyclotron (EMIC) golven wordt genoemd, waarbij de deeltjes (ionen) langs de veldlijnen worden gericht. Geleid door het veld ‘surfen’ de ionen over de EMIC-golf door miljoenen kilometers ruimte, uiteindelijk botsen ze in de atmosfeer van de planeet en veroorzaken ze de röntgenaurora. De resultaten van het onderzoek zijn recent gepubliceerd in ScienceAdvances.

Jupiter’s aurora’s Credits; ESA

Nu het proces van deze aurora’s voor het eerst geïdentificeerd, opent het mogelijkheden voor vervolgstudie. Bij Jupiter is het magnetische veld bijvoorbeeld gevuld met zwavel- en zuurstofionen die worden uitgespuwd door de vulkanen op de maan Io. Bij Saturnus spuit de maan Enceladus water de ruimte in, waardoor het magnetische veld van Saturnus wordt gevuld met waterionen. “Dit is een fundamenteel proces dat van toepassing is op Saturnus, Uranus, Neptunus en waarschijnlijk ook op exoplaneten”, aldus Zhonghua, en vervolgt: “Het kan zelfs breder toepasbaar zijn, er is een opvallende gelijkenis met de ionen-aurora’s die hier op aarde plaatsvinden.” In het geval van de aarde is het verantwoordelijke ion een proton, dat afkomstig is van een waterstofatoom, en het proces is niet energetisch genoeg om röntgenstralen te creëren. Toch is het basisproces hetzelfde, de röntgenstraling van Jupiter is in wezen een ionen-aurora, hoewel met een veel hogere energie dan de proton-aurora op aarde. “Het kan zijn dat EMIC-golven een belangrijke rol spelen bij het overbrengen van energie van de ene plaats naar de andere door de kosmos”, aldus Dunn. De studie van Jupiter’s aurora’s zal worden voortgezet met ESA’s JUpiter ICy moons Explorer (Juice). Juice zal in 2029 bij Jupiter arriveren en de atmosfeer, de magnetosfeer en het effect van de vier grootste manen van Jupiter op de aurora’s bestuderen. Bron: ESA/NASA