De Areciboboodschap 16 november 1974 is jarig!

Op 16 november 1974, vandaag exact 47 jaar geleden, zonden de mensen hun eerste interstellaire radioboodschap naar de sterren in een poging contact met potentiële buitenaardse wezens te maken. Voor deze interstellaire radioboodschap gebruikte astronomen de, destijds, grootste radiotelescoop in de wereld, gevestigd in het Arecibo Observatorium in Puerto Rico. Een groep wetenschappers onder leiding van Frank Drake en Carl Sagan had de Areciboboodschap samengesteld, en deze werd verzonden naar het M13 stercluster.

Arecibo radioboodschap credits; IndiaToday

De Areciboboodschap verzonden naar de M13 Herculesbolhoop was opgesteld in binaire code en bevatte informatie over o.a. het menselijk DNA, figuren van een mens, het zonnestelsel en de Arecibo-telescoop. Het idee was dat als buitenaardse wezens het signaal zouden ontvangen en uitzoeken hoe het te decoderen, ze zouden weten waar het vandaan kwam. Omdat M13 op 25.000 lichtjaar afstand staat, zal het 25.000 jaar duren voordat M13-‘buitenaardse wezentjes’ onze boodschap vernemen – als ze er zijn... Het Arecibo-bericht is slechts een van de vele interstellaire boodschappen die richting ‘ET’ verzonden zijn.

Arecibo Observatory. Credit: JidoBG / Wikipedia

Lees in mijn tweedelige artikel ‘Buitenaards Babbelen; Interstellaire berichten en de erfenis van Hans Freudenthal en Alexander Ollongren I’en deel II, alles over het tot stand komen van deze interstellaire berichten (ook wel METI, Messagging Extraterrestrial Intelligence), de Cosmic Calls 1999 en 2003, de Dark Forest-theorie, en hoe onderzoekers als Drake, Sagan, Marvin Minsky, en ook de Nederlanders Hans Freudenthal (Lincos) en Alexander Ollongren de weg plaveiden in het stekelige landschap van de vraagstukken rondom interstellaire communicatie. Ook zijn er de afgelopen decennia meerdere berichten ‘naar de sterren’ verzonden via ruimtesondes, de Pioneers en de Voyagers. Zij bevatten informatie over de aarde op op hen bevestigde plaquettes. De twee artikelen zijn ook te lezen in het NVR-ruimtevaart pdf-archief. De Arecibo-telescoop stortte in 2020 in door een structurele storing.

Voyager, gouden plaat Credits; NASA

Dwergsterrenstelsel vangt sterrenhoop

Sterrenkundigen wisten al dat onze eigen Melkweg is gegroeid door kleinere sterrenstelsels op te slokken. Maar nu heeft een team van Italiaans-Nederlandse onderzoekers aangetoond dat een klein buursterrenstelsel van de Melkweg op zijn beurt ook weer een, nog kleiner, sterrenstelsel uit een andere omgeving heeft ingelijfd. De onderzoekers publiceren hun bevindingen maandag in het vakblad Nature Astronomy.

Samengestelde afbeelding van NGC 2005 (links) en de Grote Magelhaense Wolk (rechts). De chemische samenstelling van de sterren in de sterrenhoop NGC 2005 wijkt af van andere sterren in de Grote Magelhaense Wolk. Het is het eerste bewijs voor samensmeltende dwergsterrenstelsels buiten onze Melkweg. (c) HLA/Fabian RR/ESO/VMC Survey/Astronomie.nl [CC BY-SA 3.0]

Volgens de heersende theorie zijn grote sterrenstelsels zoals onze Melkweg ontstaan door samensmeltingen met kleinere sterrenstelsels. De afgelopen jaren zijn daarvoor de bewijzen gevonden voor onze Melkweg dankzij de Gaia-satelliet. Een Italiaans-Nederlands team van onderzoekers wilde het vermoeden aantonen dat kleine sterrenstelsels op hun beurt ook weer uit nog kleinere stelsels bestaan.

Bolvormige sterrenhopen

Om hun hypothese te testen, bestudeerden zij de Grote Magelhaense Wolk, een buursterrenstelsel van onze Melkweg. Ze keken in het bijzonder naar bolvormige sterrenhopen. Bolhopen zijn groepen van duizenden tot miljoenen sterren. Het idee is dat de kern van zo’n bolhoop stand weet te houden, zelfs na miljarden jaren van duw- en trekwerk in een sterrenstelsel.

De onderzoekers analyseerden de chemische samenstelling van elf bolvormige sterrenhopen, verzameld door de Very Large Telescope en de Magellan-telescopen in Chili.

Van de elf bestudeerde bolvormige sterrenhopen in de Grote Magelhaense Wolk bleek er één een duidelijk afwijkende chemische samenstelling te hebben. Het gaat om bolhoop NGC 2005. Deze bolhoop telt nog ongeveer 200.000 sterren en bevindt zich op 750 lichtjaar van het centrum van de Grote Magelhaense Wolk. De bolhoop bevat onder andere minder zink, koper, silicium en calcium dan de tien andere bolhopen.

Reliek van eerdere samensmelting

De onderzoekers beredeneren op basis van de chemische samenstelling van NGC 2005 dat de bolhoop een overblijfsel moet zijn van een klein sterrenstelsel waarin de sterren vrij langzaam werden gevormd. Miljarden jaren geleden zou dat kleine sterrenstelsel zijn samengesmolten met de, toen nog niet zo heel grote, Grote Magelhaense Wolk. In de loop der tijd is het grootste deel van het kleine sterrenstelsel uit elkaar getrokken en zijn de meeste sterren verspreid geraakt, maar bleef het centrum, bolhoop NGC 2005, achter.

Onderzoeker Davide Massari, werkzaam in Italië en bij de Rijksuniversiteit Groningen, is verheugd: “We zien dus eigenlijk een reliek van een eerdere samensmelting. En we hebben nu voor het eerst overtuigend aangetoond dat kleine sterrenstelsels in de buurt van onze Melkweg op hun beurt zijn opgebouwd uit nog kleinere sterrenstelsels.”

Wetenschappelijk artikel

A relic from a past merger event in the Large Magellanic Cloud. Door: A. Mucciarelli, D. Massari, A. Minelli, D. Romano, M. Bellazzini, F.R. Ferraro, F. Matteucci, L. Origlia. In: Nature Astronomy.
Origineel: https://doi.org/10.1038/s41550-021-01493-y.
Preprint: https://www.astronomie.nl/upload/files/2021/Mucciarelli2021-NA.pdf

Bron: Astronomie.nl.

Hubble: Witte dwergen kunnen er door waterstofverbranding jonger uit zien

Foto’s van M13 en M3 gemaakt met Hubble. Credit: ESA/Hubble & NASA, G. Piotto et al.

Onderzoek met behulp van de Hubble ruimtetelescoop laat zien dat witte dwergsterren er door waterstofverbranding jonger uit kunnen zien. Het gaat dat niet om verbranding in hun kern – dát deden ze in hun vorige leven, toen ze nog als sterren zoals de zon door het leven gingen – maar om verbranding (eigenlijk fusie) aan het oppervlak. Zoals mensen crèmes op hun huid smeren om er jonger uit te zien, zo kunnen witte dwerg door de oppervlakkige fusie van waterstof er dus ook jonger uit zien, aldus Jianxing Chen (Alma Mater Studiorum Università di Bologna) en z’n collegae. Pakweg 98% van alle sterren in het heelal zal eindigen als een witte dwerg en dat doen ze na hun actieve leven van kernfusie in hun centrum. Bij de zon zal dat nog zo’n vijf miljard jaar duren en daarna zal hij eerst nog een kort bestaan als rode reus hebben en als die z’n buitenlagen heeft weggeblazen resteert de kern, die als witte dwerg nog miljarden jaren kan voortbestaan. Zo’n witte dwerg evolueert ook langzaam en daarbij wordt hij aan het oppervlak steeds koeler. Maar wat blijkt nu: Chen en z’n team hebben meer dan 700 witte dwergen in twee bolvormige sterrenhopen bestudeerd, te weten de bekende bolhopen M3 en M13, en daaruit blijkt dat er in M13 naast de ‘standaard’ witte dwergen ook een populatie van witte dwergen is die nog steeds een fusie van waterstof kent, niet een fusie in de kern van de ster, maar in een dunne laag aan het oppervlak. Hun oppervlak is daardoor heter en dat zorgt er voor dat ze er jeugdiger uitzien dan ze in werkelijkheid zijn.

Door de waarnemingen te vergelijken met computersimulaties kon men zien dat in M13 (gelegen in het sterrenbeeld Hercules) maar liefst 70% van de witte dwergen zo’n verjongingskuur heeft dankzij de waterstofverbranding. Hoe het verschil met de witte dwergen in M3 (gelegen in Jachthonden) te verklaren valt is niet helemaal duidelijk, maar men vermoedt dat het te maken heeft met het feit dat er in M13 in de zogeheten horizontale tak van het Herzsprung-Russel diagram meer blauwe en hetere sterren zitten dan in M3. Probleem is nu dat ze bij de leeftijdsbepaling van witte dwergen niet meer zo maar uit kunnen gaan van hun temperatuur en lichtkracht, want de oppervlakte-waterstofverbranding kan voor een onzekerheid in de leeftijd van maar liefst een miljard jaar zorgen. Hier het vakartikel over het onderzoek aan de witte dwergen in de bolhopen M3 en M13. Bron: Hubble.

Overvloedige hoeveelheid zwarte gaten aangetroffen in bolhoop Palomar 5

Weergave van de Melkweg. In het noordelijke deel is Palomar 5 te zien en de sterrenstroom, waar deze mee verbonden is, Credit: M. Gieles et al./Gaia eDR3/DESI DECaLS

In de ‘losse’ bolvormige sterrenhoop Palomar 5 blijkt een overvloedige hoeveelheid zwarte gaten te zitten. Onderzoek door een internationaal team van sterrenkundigen (o.a. van de Universiteit van Barcelona) laat zien dat er in het centrum van de bolhoop meer dan honderd zwarte gaten huizen, drie keer zo veel als wat je zou verwachten op grond van de hoeveelheid sterren in de bolhoop. Dat betekent dat zo’n 20% van alle massa in Palomar 5 gevormd wordt door zwarte gaten, die elk pakweg twintig keer zo zwaar zijn als de zon, aldus het team, dat onder leiding stond van Mark Gieles (Institute of Cosmos Sciences of the University of Barcelona). Palomar 5 is een bolhoop in het sterrenbeeld Slang (Serpens),  dat in 1950 werd ontdekt door Walter Baade, de bekende sterrenkundige. De bolhoop staat zo’n 80.000 lichtjaar van ons vandaan en het is één van de 150 bolhopen die rond de Melkweg cirkelen. Met een leeftijd van tien miljard jaar is ‘ie oud, net als de meeste andere bolhopen. Palomar 5 is zoals gezegd een losse bolhoop: hij bevat tien keer minder massa dan de gemiddelde bolhoop, maar is wel vijf keer groter. Dat duidt er sterk op dat hij aan het uiteenvallen is. Uit simulaties (zie video hieronder) blijkt dat Palomar 5 duidelijk gelinkt kan worden aan de dynamische sterrenstromen, die rondom de Melkweg slingeren en die veroorzaakt zijn door botsingen van de Melkweg met bolhopen en dwergstelsels. Kennelijk heeft dat in het geval van Palomar 5 geleid tot een grote hoeveelheid zwarte gaten (allemaal veroorzaakt door zware sterren die als supernova exploderen), die in de toekomst alleen nog maar meer worden: over pakweg een miljard jaar is Palomar 5 helemaal uit elkaar gevallen en bestaat hij volledig uit zwarte gaten.

Hier het vakartikel van Mark Gieles et al, vandaag verschenen in Nature. Bron: Universiteit van Barcelona.

Messier 5….

Messier 5 in Serpens Caput

Zucht….tussen al dat megazware UFO/UAP-geweld van de afgelopen dagen lijkt het bijkans zo goed als kansloos om alhier op Astroblogs  nog over iets “gewoons hemels” te willen berichten. En dus bij deze….voor de die ene overgebleven aardklootbewoner die NIET volledig in de ban is van…ET phone home… UFO/UAP verschijnselen danwel gehuld in een juigcape (mag ik effe grotesk overgeven!!)  volledig verdoofd vanwege een… “olé…olé….olé…..”we” worden (oeps…toch geen!!!) wereldkampioen”…….lullig balspelletje tegen de kwelbuis vastgeplakt zit…..we noemen geen namen, hé…Arie..hihi……!!! Voor deze “last (wo)man standing” wil ik in dit blogje graag een lans breken voor een uitstapje naar een stukje zomernachthemel “where this Jan hasn’t yet gone before”.

De grote smaakmakers aan de zomerhemel zijn natuurlijk de sterrenbeelden waarin de drie heldere sterren staan die we de “zomerdriehoek” noemen…..De kreet “zomerdriehoek” is ooit de wereld in gesmeten door niemand minder dan ene Sir Patrick Moore, de wereldberoemde, helaas alweer een tijdje geleden overleden, charismatische Engelse sterrenkunde popularisator, alwaar uw nedrig scribent samen met astrovriendje Jonathan ooit in een ver verleden nog eens een zeer memorabel en gezellig middagje “op de thee is geweest”.

Maar goed, dit terzijde…..deze zogenaamde “zomerdriehoek” wordt gevormd door de drie hoofdsterren, Deneb, Wega en Altair, van de drie meest in het oog springende zomersterrenbeelden te weten  Zwaan (Cygnus), Lyra (Lier) en Adelaar (Aquila). Deze sterrenbeelden met hun markante hoofdsterren, allemaal gelegen in en rondom de grandioze centrale band van de Melkweg barsten ook nog eens van de fraaie deep sky objecten….Kort om hemel-amusement genoeg in dit gebied en dus waarom zou je uberhaupt nog verder kijken???

En tja….hier zit ook wel iets in want vanuit deze sterrenbeelden bezien, een stapje westwaarts gewandeld, komen we in een groot stuk hemelgebied waar kaalheid in de vorm van totale afwezigheid van echt heldere sterren troef is.

Van noord naar zuid verdrinkt de gedreven “ster hoppende deep sky object liefhebber” in heel veel “leeg” hemelterrein bestaande uit de behoorlijk onopvallende sterrenbeelden Hercules, Serpens cauda, Ophiuchus en Serpens Caput om aan de zuidkant van deze sterrenbeelden vervolgens weer te belanden bij de weer wel gestoord spetterende sterrenbeelden Scorpius en Sagittarius…maar ja…deze tot de nok toe met heldere sterren (en heel veel knallende deep sky objecten) gevulde sterrenbeelden, die komen in ons noordelijke kikkerlandje met goed fatsoen eigenlijk weer net niet hoog genoeg boven de zuidelijke horizon. Om die sterrenbeelden en hun uitbundige deep sky inhoud echt goed te kunnen waarnemen moet je naar (zuid)frankrijk…maar ja,  wie wil daar nou naar toe..hihi??

Afijn…..de sterrenbeelden Hercules, Serpens cauda, Ophiuchus en Serpens caput dus……Sterrenbeelden die, zeker in het lichtovergoten verdorven westen, bepaaldelijk niet gemakkelijk de onderscheiden zijn,  mede ook omdat de zomernachthemel nooit echt (langdurig) donker wil worden….Tja….wat hebben we nu eigenlijk in hemelsnaam te zoeken in deze onopvallende sterrenbeelden???

Nou…..heel veel meer dan je ogenschijnlijk zo zou denken!!!
Het meest noordelijk gelegen van die vier sterrenbeelden,  Hercules,  heeft wat makkelijk toegankelijke astronomische amusementswaarde “ een streepje voor” met dank aan het nog steeds best wel zwakke maar toch nog wel weer redelijk in het oog springende zogenaamde “Hercules-vierkant”.

Dit “Hercules-vierkant” vormt het centrale gedeelte van dit sterrenbeeld en ziet er uit als een door vier zwakke sterren gevormd “misvormd vierkant” waarbij de onderste ribbe van het vierkant een stukje korter is dan de rest….In dit vierkant vinden we het “Piece de resistance” van het sterrenbeeld Hercules en misschien zelfs wel van alle zomer Deep sky objecten,  namelijk de ongekroonde koning der deep sky objecten zijnde de grote, fantastische, magistrale bolvormige sterrenhoop Messier 13!!!!

Lieve dames, beste heren……dit object bezien door zoiets als een 40cm dikke Dobson, langzaam door het beeldveld drijvend, met een vergrootinkje van..pak hem beet….300 keer is voor er eentje van de categorie “laatste  astronomische maaltijd voor het vuurpeloton”…eh…naast de laatste G astronomische maaltijd voor het vuurpeloton in de vorm van pompoensoep van mijn schoonmoeder, dan wel te verstaan!!!
Heel het beeldveld compleet gevuld met ontelbare kleine twinkelerende hemeldiamantjes….ik ben zolangzamerhand heus wel wat gewend als het gaat om fraai visueel hemelgeweld….maarre…aan zoiets als M13 op deze manier, daar ga ik gelukkig NOOIT aan wennen…..”To die for”….”bucketlist materiaal”….etc…etc..etc
M13…MOET…je echt eens in je leven zo op deze manier gezien hebben!
Bolvormige sterrenhopen zijn zoiezo rete-COOL…..enne….zeker in lichtvervuilde streken zijn het echt, vind ik persoonlijk, de smaakmakers in “deep sky object land”.

De  altijd vanzelsprekende smaakmakers in DSO-land,  nevels en melkwegstelsels, hebben visueel nu eenmaal helaas NIET GENOEG aan alleen maar een dikke telescoop. Zij MOETEN ook  voldoende CONTRAST hebben met de hemelachtergrond en als dat er niet is, zoals in lichtvervuilde streken, dan vang je met een dikke kijker natuurlijk in principe altijd meer Nevel/melkwegstelsel-fotonen dan met een kleine kijker,  maar helaas ook net zoveel MEER hemelachtergrond-fotonen….waardoor het hele “dikke kijker-effect” te niet wordt gedaan.

Puntvormige hemelobjecten…..de sterren in een open sterrenhoop of de sterren in een bolvormige sterrenhoop hebben daar in zoverre heel fijn minder/geen last van, omdat je onder een lichtvervuilde hemel om dezelfde zwakke sterretjes waar te kunnen nemen als onder een niet vervuilde hemelachtergrond je alleen maar een iets dikkere kijker moet gebruiken voor hetzelfde effect.
In lichtvervuilde gebieden is fotografie (helaas) best wel een veel dankbaarder bezigheid met dezelfde telescoop dan visueel…Afgelopen jaar is wat dat betreft een glorieus uitzonderingsjaar geweest, hoe “fout” dit ook moge klinken in het licht van alle ranzige  recente gebeurtenissen!!

Maar goed….M13..kanjer-object!!

Als je nou denkt….”zo, dat was het dan weer voor deze keer”…..dan…eh…pist U allen te samen royaal naast de DSO-pot…want alleen al in het sterrenbeeld Hercules staan nog twee van dit soort kekke objecten….en van die twee is M92 bijkans net zo mooi als M13,  terwijl die andere NGC 6229 toegegeven door zijn bescheiden afmetingen (vergeleken met zijn patserige Hercules-broeders) net effe iets “uitdagender” is….maar toch is ook deze met een telescoop van een centimetertje of 10..15 redelijkererwijze gemakkelijk “uit de lucht te plukken”.

Zijn we er dan? Nah…eh….dach het toch nie!!!…..want zakken we vervolgens naar het zonnige(??)….nou ja…zeg maar eerder “donkere” zuiden in het enorme ogenschijnlijk lege hemelgebied dat wordt bezet door het vreemde, in feite drievoudige,  sterrenbeeld Slang (serpens caput…kop van…Serpens cauda…staart van) en slangendrager (Ophiuchus), dan betreed je pas echt “bolvormige sterrenhoop-land” met maar liefst 20(!!) van dat soort fraaie objecten binnen hun grenzen!
En nu zou ik daar gezien mijn zolangzamerhand behoorlijk lange “carrière” als “hemelgluurder” best wel het nodige over te zeggen moeten kunnen hebben…..maarre…mea culpa….de eerlijkheid gebied te zeggen dat ik dit sterrenbeeld, vanwege de afwezigheid van opvallende heldere sterren, eigenlijk maar heel weinig tot geen aandacht heb gegeven.

Voor het ontspannen kunnen opzoeken van objecten middels de “sterhopmethode” zijn er zoiezo in dit hele gebied gewoon (te??) weinig echt fijn heldere sterren te vinden….en de positie lager aan de hemel maakt dit zeker niet makkelijker….en als je dan ook nog eens vanuit een lichtvervuilde omgeving op jacht wilt gaan…..dan nodigt dit hemelgebied al helemaal niet echt lekker uit!!

Maar eigenlijk heb ik mijzelf door deze terughoudendheid wel heel erg tekort gedaan want het sterrenbeeld Slangendrager en omgeving barst letterlijk uit zijn voegen van de leuke objecten, want naast die 20 bolvormige sterrenhopen, waarvan zeker de helft, veelal Messier objecten, net zo indrukwekkend zijn als M13, althans zo heb ik gelezen in mijn astropornoboekjes, stikt dit gebied ook nog eens van de donkere melkweg stofwolken van het type beroemde Paardenkopnevel!

Nu ben ik eigenlijk best wel al die tijd een enorme eikel geweest, want ook al is dit gebied dus niet echt het fijnste terrein voor de “sterhop…zoeker en sterrenkaart-methode”….ik heb natuurlijk al best wel een lange tijd een GoTo-montering ter beschikking…..”so what’s the f…ing problem”?? En….dan merk ik toch dat ik nog steeds een beetje last heb van het ..eh…”lafbek-schuldgevoel”….Heb in de goeie ouwe tijd namelijk behoorlijk lopen “hakken” op mijn collega waarnemers die, niet gehinderd door misplaatste dogmatiek, eerder dan den schrijver dezes de geneugten van een GoTo-systeem tot zich hadden genomen.

Derhalve vind ik dus onderbewust nog steeds dat ik alles  eerst met de hand MOET hebben opgezocht, alvorens ik lui ende prettig gemakzuchtig met GoTo op jacht ga. Dat rare gevoel moet ik toch maar eens echt definitief in het grote zwarte gat der volwassenwording mikken om ook wat dit betreft gewoon  banaal te gaan genieten van al die heden ten dage al lang en breed ingeburgerde en alom geaccepteerde (digitale) gemakken. Niet dat ik dat “sterhoppen” nu compleet aan de kant gooi….maar iets minder strak in de leer is ook niet verkeerd!!

Ofwel…….ik ga mij in elk geval deze zomer en anders wel volgende zomer(s) zeker nog uitgebreid en kostelijk amuseren in dit, voor mij nog onontgonnen, rijke sterrenbeeld Slangendrager en omgeving.

Nu heb ik het idee dat het aandeel praktisch geïnteresseerden op Astroblogs niet echt ontiegelijk groot is(??) maarre….jegens die enkele verdwaalde collega hemelgluurder zou ik zo zeggen….”van harte aanbevolen”!!

Het object van mijn keuze voor dit astroblog(je) betreft de fraaie bolvormige sterrenhoop Messier 5 te vinden in Serpens Caput…of wel het meest westelijk gedeelte van dit drieluik sterrenbeeld.

Messier 5 is dus wat grandeur betreft zo’n bolvormige sterrenhoop die Messier 13 redelijkerwijze in de schaduw zou kunnen zetten,  ware het niet dat ie dus op dat wat minder toegankelijke plekkie aan de hemel te vinden is. Diameter en helderheid zijn praktisch hetzelfde….en waargenomen op een donkerder plek dan een gemiddelde randstadlocatie zou ook deze bolhoop, net zoals M 13, met het blote oog te zien moeten zijn.

Messier 5 heeft een diameter van zo’n 165 lichtjaar en bevat ongeveer 500 000 sterren. Tussen die 500 000 sterren zijn een stuk of 100 zogenaamde RR lyrae sterren gespot en aangezien deze kort periodiek veranderlijke sterren verwant zijn aan “de standaardkaarsen onder de astronomische standaardkaarsen”..de Cepheiden, kon met behulp van deze RR Lyrae sterren de afstand tot deze bolhoop vrij nauwkeurig worden bepaald op zo’n 24 500 lichtjaar.
Een ander opmerkelijk feit waarmee Messier 5 zonder problemen aan de troonpoten van koning M 13 kan knagen is het feit dat Messier 5 de recordhouder is als het gaat om leeftijd. Met een respectabele leeftijd van maar liefst 13 miljard jaar is ie de oudste bolhoop van alle tot nu bekend zijnde bij ons melkwegstelsel horende bolvormige sterrenhopen.

Afijn….tot zover het wetenschappelijke feitjesgeweld….Rest mij nog te vermelden dat deze opname old school gemaakt is met de 20cm F6 Orion Optics Newton, Canon 1000D (gemodificeerd), EQ6 montering aangestuurd door de Lacerta Mgen autoguider.
Zes subjes van elk 5 minuten zijn middels Deep sky stacker, GIMP 2.0 en Canon digital professional verwerkt tot bovenstaande definitieve afbeelding.
Gelukkig is die vervloekte langste dag weer achter de rug en gaan we wat waarneemtijd en astronomische schemering betref weer de goede(=lang genoeg echt donkere) kant op….en dus zou ik zomaar nog zo’n smakelijk slangebolletje kunnen gaan slikken!! U zijt allen wederom van harte gegroet..Oh…enne… aan allen die het aangaat mijn welgemeend (nah??) medeleven met het verwerken van “het verlies”!!

Stervorming kan ook worden veroorzaakt door botsingen tussen moleculaire gaswolken

Voorbeelden van botsende gaswolken in de Melkweg en twee andere sterrenstelsels. Credit: Nagoya University, National Astronomical Observatory of Japan, NASA, JPL-Caltech, R. Hurt (SSC/Caltech), Robert Gendler, Subaru Telescope, ESA, The Hubble Heritage Team (STScI/AURA), Hubble Collaboration, and 2MASS

Dat sterren ontstaan doordat grote moleculaire (H2) gaswolken onder invloed van de zwaartekracht krimpen en heet worden is al lang bekend. Recent onderzoek door een team van sterrenkundigen onder leiding van Kengo Tachihara en Yasuo Fukui (Nagoya Universiteit, Japan) laat zien dat ook botsingen tussen meerdere moleculaire gaswolken stervorming kunnen veroorzaken. Dergelijke botsingen kunnen leiden tot het ontstaan van grote clusters van sterren. Dat blijkt niet alleen uit theoretische modellen, maar ook uit onderzoek van waarneemgegevens, die over een periode van meer dan tien jaar zijn verzameld met radiotelescopen. Naast grote stervormingsgebieden in ons Melkwegstelsel, zoals RCW 120, M20, M42 en NGC 6334, werden ook in andere sterrenstelsels stervormingsgebieden bekeken, die gelegen zijn in grote moleculaire gaswolken. Ook de bolhopen in de halo van de Melkweg zouden door botsende gaswolken ontstaan kunnen zijn. Hier het vakartikel van de sterrenkundigen, verschenen in de Publications of the Astronomical Society of Japan. Bron: Phys.org.

Hubble ontdekt een heel ‘nest’ van kleine zwarte gaten in de kern van een bolhoop

NGC 6397. Credit: NASA, ESA, and T. Brown and S. Casertano (STScI)

Sterrenkundigen hadden verwacht in het centrum van de bolvormige sterrenhoop NGC 6397 een ‘intermediair zwart gat’ aan te treffen, da’s een tussenmaat zwart gat, dat enkele duizenden tot honderdduizenden keer zo zwaar als de zon kan zijn. Maar wat troffen ze aan: een concentratie van kleine, stellaire zwarte gaten, zeg maar een soort van nest van zwarte gaten. Eduardo Vitral en Gary A. Mamon (Institut d’Astrophysique de Paris) onderzochten de kern van NGC 6397, welke zich op 7800 lichtjaar afstand van de aarde bevindt, dat is relatief dichtbij. Eigenlijk zochten ze naar een ‘intermediate massive black hole’ (IMBH) – een klasse zwarte gaten gelegen tussen de stellaire zwarte gaten van 8 tot enkele tientallen zonsmassa en superzware zwarte gaten van miljoenen tot miljarden zonsmassa – en daartoe maakten ze gebruik van de gegevens van de positie en snelheid van sterren in de bolhoop, verkregen met de Hubble en Gaia ruimtetelescopen.

Een impressie van het nest van zwarte gaten in het centrum van NGC 6397. Credit: ESA/Hubble, N. Bartmann

Op grond van die gegevens kon het tweetal zien dat er een onzichtbare massa in het centrum van de bolhoop is, alleen is die massa niet ‘puntachtig’, maar strekt ‘ie zich uit tot een omvang van enkele procenten van de cluster. Men denkt dat het gaat om een boel zwarte gaten dicht bij elkaar in het centrum van de bolhoop, die allemaal overblijfselen zijn van zware sterren. Het zijn volgens de waarnemingen geen witte dwergen of neutronensterren. De zwarte gaten kunnen verder van het centrum ontstaan zijn, maar door gravitationele interactie met minder zware sterren in de buurt ‘zonken’ ze geleidelijk naar het centrum toe.

Hier het vakartikel over de waarnemingen aan bolhoop NGC 6397, verschenen in Astronomy & Astrophysics. Bron: Hubble.

Sterrenkundigen vinden toevallig metaalarme bolhoop

De Andromedanevel met de metaalarme bolvormige sterrenhoop RBC EXT8. (c) ESASky en CFHT

Een internationaal team van sterrenkundigen onder leiding van Søren Larsen (Radboud Universiteit) heeft toevallig een bolvormige sterrenhoop ontdekt die extreem weinig metalen bevat. De astronomen hadden waarneemtijd over en besloten de bolhoop in de Andromedanevel mee te nemen als extraatje. Ze publiceren hun bevindingen vrijdag in het vakblad Science.

Bolvormige sterrenhopen bestaan meestal uit honderdduizenden of miljoenen oude sterren die zich als een groep door een sterrenstelsel verplaatsen. De metaalarme bolhoop heet RBC EXT8, bevindt zich in de Andromedanevel en heeft een metaalgehalte van -2,9 dex. De sterren in de hoop hebben gemiddeld 800 keer zo weinig metalen als onze zon en zijn drie keer zo metaalarm als het vorige laagterecord in bolhopen.

De astronomen staan voor een raadsel, omdat tot nu toe werd gedacht dat grote bolvormige sterrenhopen behoorlijk wat metalen moesten bevatten. De nieuwe vondst stelt deze zogeheten metaaldrempel ter discussie. Daarnaast kan de ontdekking ook gevolgen hebben voor de theorieën over de vorming van sterrenstelsels in het jonge heelal.

De onderzoekers deden hun waarnemingen met de HIRES-spectrometer van de Keck Telescoop op Hawaï. Ze rafelden op 25 oktober 2019 het licht uiteen van vijf bolhopen in sterrenstelsels in de buurt van onze Melkweg. Oorspronkelijk stond de bolhoop RBC EXT8 niet op het programma, maar de onderzoekers hadden een paar uur waarneemtijd over en besloten hun telescoop op de bolhoop te richten. Ze maakten twee spectroscopische opnamen van elk twintig minuten voor het metaalgehalte en gebruikten drie archiefbeelden van de Canada-France-Hawaii Telescope om de grootte van de hoop te bepalen.

Søren Larsen (Radboud Universiteit, Nijmegen) leidde het onderzoek. Hij hield via Skype contact met zijn mede-onderzoekers Jean Brodie (Swinburne University of Technology, Australië, en University of California, Santa Cruz, Verenigde Staten), Aaron Romanowsky (San Jos? State University, Verenigde Staten, en University of California, Santa Cruz), en Asher Wasserman (University of California, Santa Cruz, Verenigde Staten). Wasserman bestuurde vanuit Californië de telescoop op Hawaï. Larsen zegt hierover: “Vanwege het tijdsverschil tussen Hawaï en Nederland was dit voor mij ideaal. Ik kon overdag vanuit mijn woonkamer naar de sterren kijken.”

In de toekomst hopen de onderzoekers meer metaalarme bolhopen te vinden en het raadsel over het ontstaan ervan op te lossen. Bron: Astronomie.nl.

Het hart van de Melkweg blijkt een onbekende populatie sterren te bevatten

Het hart van de melkweg, gefotografeerd met de infrarood-ruimtetelescoop Spitzer. Credit: NASA/JPL-Caltech/S. Solovy (Spitzer Science Center/Caltech)

Een internationaal team van sterrenkundigen heeft in het hart van het Melkwegstelsel een nieuwe, tot nu toe onbekende populatie van sterren ontdekt. Het gaat om sterren die ooit hebben behoord bij een bolvormige sterrenhoop of kern van een dwergstelsel, dat is ingevangen door de Melkweg. Precies in het midden van de melkweg bevindt zich Sagittarius A*, het superzware zwarte gat (ca. 4,3 miljoen zonsmassa zwaar), dat omgeven is door de zogeheten Nucleaire Ster Cluster (NSC). Binnen een straal van 26 lichtjaar van Sgr A* bevinden zich naar schatting maar liefst 20 miljoen sterren, dicht op elkaar gepakt. De NSC is voor optische telescopen praktisch onzichtbaar, omdat er tussen ons en het centrum (die 26.000 lichtjaar uit elkaar liggen) talloze donkere stofwolken liggen, die het zicht verhinderen. Maar door naar andere golflengten te kijken, zoals infrarood, kan men dat centrum wel goed bestuderen. Met speciale instrumenten verbonden aan de VLT in Chili keek het team, dat onder leiding stond van Anja Feldmeier-Krause (European Southern Observatory) en Nadine Neumayer (Max Planck Institute for Astronomy in Heidelberg), naar 700 sterren in de NSC. Die sterren werden bekeken op kleur, helderheid, beweging, snelheid en chemische samenstelling. Bij dat laatste gaat het met name om de ‘metaliciteit’ van de sterren, hun hoeveelheid zware elementen of metalen (voor sterrenkundigen is alles zwaarder dan helium al een metaal). Hoe ouder de sterren hoe minder metalen ze bevatten.

Simulatie van een bolvormige sterrenhoop die wordt ingevangen door het hart van de melkweg. Credit: Manuel Arca Sedda et al. (ARI/ZAH)/MPIA

Een ander team sterrenkundigen onder leiding van Tuan Do (University of California, Los Angeles) heeft vervolgens op basis van dat onderzoek aan die 700 sterren ontdekt dat er in de NSC een tot nu toe onbekende populatie van sterren voorkomt. Zo’n 7% van de sterren in de NSC blijkt afwijkende eigenschappen te hebben, zoals een lagere metaliciteit, hogere snelheid en een bewegingsrichting die iets afwijkt van de beweging waar de andere sterren heen gaan. De sterrenkundigen hebben simulaties op de computer uitgevoerd, waarbij ze een bolhoop – of het hart van een dwergstelsel – ten tonele voerden die ongeveer een miljoen zonsmassa zwaar was en die aanvankelijk op 160 lichtjaar afstand van de NSC stond. Dat moet ergens tussen drie en vijf mil;jard jaar geleden zijn gebotst met de kern van het Melkwegstelsel. En daar zijn de aangetroffen sterren in de NSC met afwijkende eigenschappen een overblijfsel van. Hieronder de drie publicaties die horen bij dit onderzoek.

  • Manuel Arca Sedda et al. On the origin of a rotating metal-poor stellar population in the Milky Way Nuclear Cluster. The Astrophysical Journal Letters (2020). Source / DOI
  • Tuan Do et al. Revealing the Formation of the Milky Way Nuclear Star Cluster via Chemo-Dynamical Modeling. The Astrophysical Journal Letters (2020) Source / DOI
  • Anja Feldmeier-Krause et al. Asymmetric spatial distribution of subsolar metallicity stars in the Milky Way nuclear star cluster. Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 494, 396 (2020) Source / DOI

Bron: Max Planck Instituut.

Focus op: Messier 92 (voor de 2e golf)

Verdraaid, ik hoor steeds meer mensen over een tweede golf, meer ellende en een nieuwe lockdown. Maar beste mensen, ik ben nog niet klaar met de eerste lockdown! Dit voorjaar heb ik zoveel data geschoten dat ik nog even vooruit kan. Komeet Neowise zorgde voor extra vertraging in het nabewerken, want die kreeg natuurlijk voorrang. De komeet was actueel nieuws en vrijwel alle deepsky-objecten zullen ons hele leven niet merkbaar veranderen.

Vandaag heb ik Messier 92 (M92) van de plank getrokken, fotonen die ik 22 maart verzameld. Deze bolvormige sterrenhoop in het sterrenbeeld Hercules heeft de pech dat er nog een bolhoop in hetzelfde sterrenbeeld staat dat helderder en een stuk groter is. Deze grotere broer krijgt daarom veel meer aandacht. Maar niet hier en nu, ik ga z’n naam niet eens noemen 🙂

M92 is een prachtig object en vindbaar met iedere telescoop. Onder uitmuntende condities is de bolhoop zelfs met het blote oog te ontwaren. En dat met een afstand van 26.000 lichtjaar. Maar het gaat dan ook om een totale massa van 330.000 zonnen die ons toe stralen.
De sterren hebben een extreem laag metaal-gehalte (alle andere elementen zwaarder dan waterstof en helium). Daarmee wordt M92 de zeer hoge leeftijd toegedacht van 12 miljard jaar. Een beetje meer eerbied mogen we dus wel tonen.

Bolvormige sterrenhoop Messier 92

Foto is genomen met een tot -20°C gekoelde ATIK383L camera aan een 25cm Newton-telescoop in Valthe. Totale belichting is 80 minuten door LRGB-filters.