Rusland voltooit derde en laatste demonstratievlucht Angara A5-raket

Rusland heeft afgelopen maandag 27 december een Angara A5 raket gelanceerd. Het was de derde en tevens laatste demonstratievlucht van een Angara-raket en de varianten 2.1 en A5 zullen komend jaar de operationele fase ingaan. De Angara moet het paradepaard van de Russische draagraketten worden, de raketten worden al sinds de jaren ’90 ontwikkeld ter vervanging van de Proton-raketten. De eerste Angara werd in 2014 gelanceerd vanaf Plesetsk.

Angara A5 lancering, Plesetsk, dec. 2020 Credits; rus.mil/wikimedia commons

De lancering van de A5 werd uitgevoerd door het Russische leger (lucht- en ruimtevaarttak) vanuit het Plesetsk-kosmodroom, dit complex ligt op 800 kilometer van Moskou in het noorden van Rusland. De Angara A5 was uitgerust met een massasimulator van 2400 kg, deze moest door Angara in een geostationaire baan (GEO) geplaatst worden met behulp van de nieuwe rakettrap de ‘Persei’. Na een paar uur moest de Persei twee maal ontbranden om de lading in een parkeerbaan te plaatsen, en zoals NSF meldt, mogelijk in een lage parkeerbaan, vanwege een storing in de Persei.

Om ervoor te zorgen dat Rusland orbitale lanceringen kan uitvoeren zonder afhankelijk te zijn van het Baikonoer-kosmodroom, dat in Kazachstan ligt, begon Rusland begin jaren ’90 aan de ontwikkeling van een nieuw raketsysteem. Het resultaat was Angara, een volledig door Rusland ontworpen en gelanceerde raket, die zou worden gelanceerd vanaf Plesetsk. In 1994 werd het staatsruimteonderzoeks- en productiecentrum Chroenitsjev geselecteerd voor de ontwikkeling en bouw van Angara. Chroenitsjev is ook de bouwer van de Proton-raket. Het lanceersysteem is modulair van aard en de kern van elke Angara-raket is de Universele raketmodule, of URM, rakettrappen waarvan er meerdere te koppelen zijn tot een multicore-raket. Met deze onderdelen kunnen draagraketten van onder in het mediumlift-spectrum tot halverwege het heavylift-spectrum worden geconfigureerd. Voorlopig zijn er twee configuraties gepland; de Angara 1.2 en de Angara A5.

Angara A5 bij eerste testvlucht in 2014 credits; Roskosmos/Sputnik

In 2014, ruim 20 jaar later, werd de eerste lancering uitgevoerd vanaf Plesetsk, het betrof de Angara 1.2. Later dat jaar werd de eerste testvlucht van de Angara A5 uitgevoerd en zes jaar, op 14 december 2020 werd nog een Angara A5 gelanceerd.   Angara A5 heeft nu de drie demonstratievluchten gedaan die nodig zijn om de operationele status te bereiken, echter de storing in Persei kan aanleiding geven tot aanvullende testvluchten. Er zijn drie vluchten gepland voor Angara in 2022 – twee Angara 1.2-vluchten en een Angara A5-vlucht. De eerstvolgende vlucht staat gepland voor januari, met een Angara 1.2, die een radarsatelliet naar een zonsychrone baan zal lanceren. In maart wordt opnieuw een Angara A5/Persei combinatie gelanceerd, deze wordt uitgerust met een Russische Ekspress-AMU-communicatiesatelliet. De derde lancering staat gepland voor juli 2022, dit betreft weer een Angara 1.2, ditmaal uitgerust met een Zuid-Koreaanse aardobservatiesatelliet. Bronnen: Russian Space Web, NasaSpaceFlight, Roscosmos, The Moscow Times

Koers potentieel gevaarlijke asteroïden nog beter bepaald met NASA’s Sentry-II-programma

Sinds 20 jaar berekent NASA de baanpaden van asteroïden die mogelijk een bedreiging voor de aarde kunnen vormen met het Sentry-programma. De koers en impactkans van potentieel gevaarlijke asterïoidenï of ‘PHA’s’ kon hiermee effectief en snel worden bepaald. Nu is er een update van Sentry, Sentry-II, waarmee de koers en impact nog nauwkeuriger kan worden berekend. JPL-ingenieur en projectleider Javier Roa vicens stelt: “De eerste versie van Sentry was een zeer capabel systeem dat bijna 20 jaar operationeel was. In minder dan een uur kon men op betrouwbare wijze de impactkans bepalen voor een nieuw ontdekte asteroïde in de komende 100 jaar – een ongelooflijke prestatie.”

De banen van 2200 PHA’s zoals berekend door JPL’s CNEOS. Gemarkeerd is de baan van asteroïde Didymos, het doelwit van DARt. Credits: NASA/JPL-Caltech

Het eerste Sentry programma was zeer effectief in het berekenen van baanpaden op basis van hoe een asteroïde wordt beïnvloed door de zwaartekracht van de zon en planeten, maar er waren een aantal factoren die het programma niet kon meewegen. Op de lange termijn kunnen deze onzekerheden resulteren in een groot aantal mogelijke banen, en meer onzekerheid over al dan niet mogelijke inslagen op de aarde. Het Jarkovsky-effect is een voorbeeld, dit kon niet worden meegenomen in Sentry. Ook kunnen asteroïden die heel dicht langs de aarde scheren, door de zwaartekracht van de planeet in verschillende banen worden geduwd, waardoor de paden van hun uiteindelijke terugkeer veranderen. Het eerste Sentry-systeem kon voornoemde factoren niet opnemen. Dit betekende dat voor een bijzonder geval als Apophis, astronomen een handmatige analyse moeten doen, dat zeer complex is. Sentry-II maakt echter gebruik van een ander algoritme dat duizenden willekeurige punten binnen de onzekerheidsruimte van de baan van een asteroïde modelleert en vervolgens uitzoekt welke kans hebben om in de toekomst de aarde te raken. Het team stelt dat Sentry-II een enorme vooruitgang is m.b.t. het vinden van scenario’s met een zeer lage impactkans. Een studie die beschrijft hoe Sentry-II werkt, werd gepubliceerd in The Astronomical Journal. De onderstaande video laat zien hoe banen worden berekend.

Artistieke impressie van aardscheerders. Credit: ESA/P. Carril.

Inslagen van asteroïden kunnen catastrofaal zijn voor de Aarde en het leven, denk aan het uitsterven van dinosaurussen, de Chicxulubkrater, t.g.v. een impact zo’n 65 miljoen jaar geleden. Aangenomen wordt dat die ruimterots zo een 10 km  breed was, maar zelfs een veel kleinere asteroïde zou ernstige schade kunnen aanrichten. De meteoor die in 2013 boven Tsjeljabinsk, Rusland explodeerde, was naar schatting slechts 20 meter breed en telde zo een 1500 gewonde mensen en veel schade aan de stad. Een rots van een paar honderd meter kan een stad van de kaart vegen met een explosie die vele malen groter is dan de bom die op Hiroshima is gevallen. Met robuuste monitoring is het misschien mogelijk zo een Armageddon te voorkomen. Enkele weken geleden lanceerde NASA de DART-missie om de impact van een inslaande ruimtesonde in een asteroïde om zijn pad te veranderen, een techniek die van pas kan komen bij PHA’s. Voor het in kaart brengen van alle mogelijke aardscheerders, is er het Center for Near Earth Object Studies (CNEOS), de berekent de baan van elke bekende nabije-aarde-asteroïde (NEA). Dit zijn er inmiddels zo’n 28.000. Vervolgens wordt bepaald of ze een bedreiging vormen voor onze thuisplaneet, met behulp van Sentry-II. Bronnen; NASA, New Atlas, CNEOS

Eise Eisinga Planetarium voorgedragen voor Werelderfgoedlijst

Het Planetarium van Eisinga. Credit: Eise Eisinga Planetarium.

Het Koninklijk Eise Eisinga Planetarium in Franeker wordt voorgedragen voor de Werelderfgoedlijst van Unesco. Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) zal de nominatie indienen in Parijs. Het Eise Eisinga Planetarium is het oudste werkende planetarium ter wereld. Dit nog steeds nauwkeurig werkende model van ons zonnestelsel is tussen 1774 en 1781 vervaardigd door de Friese wolfabrikant en zakenman Eise Eisinga.

Zon, maan, aarde en vijf planeten
Het planetarium geeft steeds een actueel en realistisch beeld van de posities van de zon, de maan, de aarde en de vijf andere planeten die destijds bekend waren. Het mechaniek bestaat uit eenvoudige maar robuuste onderdelen, zoals houten hoepels en schijven, en ijzeren pinnen. Het wordt op ingenieuze wijze aangedreven door één enkel uurwerk en is ingebouwd in het plafond en bovenin de bedstee van een woonkamer.

Minister Van Engelshoven: “Een inschrijving op de Werelderfgoedlijst is een wereldwijde erkenning van de bijzondere waarde van dit planetarium. Met ook een positieve invloed op de bekendheid van de historische binnenstad van Franeker en de regio Friesland. Het zou een mooie aanvulling zijn op de andere werelderfgoederen in Friesland.”

Bouw van het planetarium
De aanleiding voor de bouw van het planetarium was een bijzondere samenstand van vier planeten en de maan, die in het voorjaar van 1774 plaatsvond. Vooraf gingen er geruchten dat deze samenstand ertoe zou kunnen leiden dat de aarde en de overige planeten van ons zonnestelsel uit hun baan raakten en in de zon zouden verbranden. Eisinga zocht het uit en kwam vervolgens op het idee van het planetarium.

Het planetarium is voor publiek toegankelijk. Eise Eisinga was een gewone burger die het planetarium van meet af aan inzette voor educatieve doeleinden. Bezoekers kunnen er in één oogopslag de actuele posities van de planeten aan aflezen en krijgen aan de hand van de uitleg bij het instrument inzicht in de werking van het zonnestelsel. Bron: UNESCO.

Boekrecensie Sekret Machines: Man ‘Gray’s anatomie of cyborg?’ (2/2)

De trilogie Sekret Machines; Gods, Man, & War stelt centraal hoe onverklaarbare fenomenen als ufo’s en aliencontact, blijven ‘rammelen’ aan de geijkte kaders van de maatschappij, zowel in de historie als de moderne tijd. In ‘Man’, deel 2 van de trilogie, worden deze fenomenen beschreven in hun verhouding tot de huidige gevestigde wetenschap en haar instituties. De auteurs Tom DeLonge en Peter Levenda ontstijgen m.i. met dit werk het stereotype beeld van ‘aliens’ als directe bedreiging van de Aarde en het leven. Het duo stelt, zie AB d.1., eerst de mens voor als mogelijk instrument in een parasitaire cyclus met een ‘aliencultuur’, met ‘gedirigeerde panspermie’ als grondslag. In dit vervolg wordt de symbiotische relatie tussen mens en alien geïntroduceerd; de anatomie van de mens – evoluerende als ‘cyborg’ -, en van de ‘alien’, zoals beschreven in  aliencontact ervaringen, wordt tegen elkaar afgezet, en de door ons getrokken grenslijn tussen voornoemde entiteiten lijkt te vervagen. En wat betekent het dan ‘mens’ te zijn? De auteurs zoeken de sleutel tot dit mysterie in het bewustzijn en volgen een groep genetici, neurobiologen, informatici, psychologen en (quantum)fysici, die het bewustzijn (onder)zoeken. Want is dat het, wat ons onderscheid van al het andere organisch leven? En in het kielzog; kunnen aliens ‘bewust-ZIJN’, als in ‘EBE’s‘ (Extraterrestrial Biological Entity) of viceversa, zijn het slechts ‘bewustzijnsmachines’. En is de mens hard op weg zelf zo een type machine (Eng. ‘sentient machine’) te worden, in een hoedanigheid van ‘cyborg’, of is hij dit reeds? Het boek duikt verder in de idee van mens-alien symbiose en de implicaties hiervan m.b.t. ufo’s, aliens en geassocieerde fenomenen. Boekbespreking deel 1
Het eerste blog van Sekret Machines: Gods, Man and War 2, getiteld ‘De alien als parasiet van de mens’, stelde; is de mens slechts een instrument in een parasitaire cyclus met een ‘aliencultuur’ en is dit scenario voorgeprogrammeerd, bijv. in het DNA? Een ‘aliencultuur’ en de mens delen mogelijk eenzelfde genetische oorsprong, maar eerstgenoemde bevindt zich op ‘evolutionair’ dood spoor bijv. t.g.v. genmutaties. Talloos zijn de getuigenissen waaruit blijkt dat aliencontact bestond uit bovenmatige interesse in het fysieke lichaam;“They (aliens) go straight to the organism, the body itself. Much has been made of the purported alien interest in human (and animal) reproductive organs.” De aliencultuur laat ‘gemengde signalen’ op aarde achter als ‘aliencontact’ en ufo’s. Zijn deze een expressie van een ‘weten’ dat zo’n scenario zich uitrolt over het leven hier op aarde, en mogelijk ook elders in de kosmos?
Rebellie tegen onze ‘scheppers’?
Is ‘revolte’ mogelijk tegen dit scenario? De auteurs menen aanwijzingen voor rebellie tegen de genetische erfenis te vinden in het menselijk bewustzijn; “The immortality of the host is not its [DNA] goal. At a certain point it would seem that our genes want us dead.”  Echter ‘consciousness rebels agains this state of affairs’. Immer heeft de mens de dood willen ontsnappen. Zou er in de toekomst, op het punt dat er nauwelijks meer onderscheid te maken is tussen een op een natuurlijke manier geëvolueerd menswezen, een simulacra of cyborg, zich een ‘superbewustzijn’ openbaren? M.a.w. is er sprake van een evolutionaire ontwikkeling m.b.t. het bewustzijn en is onze vrije wil mogelijk een manifestie van rebellie? Ik citeer: “Whatever created us and for whatever reason, may not have taken into account the possibility that we would develop a will independent from our genetic imperative.”  Rebellie, polarisatie en genocide op aarde, wordt voorgesteld als een vooropgezet plan; wat nu als er genen zijn, bijvoorbeeld in ons junk-DNA, die potentieel een gevaar voor de aliencultuur vormen?:“We were asked to consider that some ethnicities might be carriers of specific genes that were resistant to alien manipulation and that genocide was an alien-inspired or alien-directed program to weed out any potential problems; obstacles to alien control lurking in the human gene pool as it had evolved on our planet.”  Kortom, rebellie en polarisatie, uitgerold door ‘het fenomeen’, vormen enkele speculatieve ideëen als aanzet voor multidisciplinair ufo-onderzoek.

Het grote mysterie ‘bewustzijn’, Panpsyche
Wetenschappers en ufo-deskundigen Jacques Vallée en Hal Puthoff (CIA, SRI, en oprichter TTSAAS), meenden dat bij de studie naar ufo’s en de hieraan geassocieerde onverklaarbare fenomenen, de focus op het bewustzijn moest liggen, daar uit vrijwel alle aliencontact getuigenissen onmiskenbaar blijkt dat bewustzijnseffecten de eerste effecten zijn die ervaren worden bij dit contact. In hun kielzog volgden meer vooraanstaande wetenschappers; moleculair bioloog en nobelprijswinnaar Francis Crick, zijn vakgenoot Christof Koch, genetici als Garry Nolan, de psychiaters John Mack en David Jacobs, de wis- en natuurkundigen Roger Penrose en Stuart Hameroff, Larry Vandervert, en Stan Dehaene, allen wijdden een deel van hun carrière aan bewustzijnsonderzoek, en twee opvattingen domineerden; bewustzijn als emergente eigenschap van het brein en de ‘Panpsyche’, het universum is zelf bewust.

Robot Sophia Credits; wikimedia commons

‘Obsessie met onsterfelijkheid’
Bovengenoemden onderzochten een mogelijke link tussen het besef van onsterfelijkheid en bewustzijn; “Consciousness does desire immortality, even convinces itself that immortality exists,”  Waar deze obsessie schuilt is onduidelijk, maar dat ons DNA niet streeft naar een oneindig aantal ‘machines’ is evident. Komt er een kantelpunt? Ik citeer: “Moesten vorige generaties afsterven, tot er een kritieke massa bereikt is waarop de mens zijn eigen ontsterfelijkheid kan realiseren? En, zo ja, is er een link is tussen dit ‘besef’ van onsterfelijkheid en bewustzijn, zetelt dit soms in het DNA?” Men stelt of het DNA heeft bewustzijn ingebouwd, en de onsterfelijkheidswens is een artefact van het DNA-molecuul, of  komt van ‘buiten’. Bij aliencontactervaringen zijn er aanwijzingen dat het zenuwstelsel als een ‘ontvangstsysteem’ fungeert, o.a. via telepathie, en consensus heerst over de bewustzijnseffecten t.g.v. telepathisch aliencontact. Echter, hoeveel overeenkomsten er ook zijn in de getuigenissen, (gelijkenis qua anatomie, de associatie met ufo’s, de ‘robotachtige’ manier van handelen), deze zaken blijven uitgelegd worden in typisch menselijke begrippen, en een vals beeld van ‘het fenomeen’ wordt gecreëerd. Dit dwingt om bij de bron, bewustzijnsonderzoek, te blijven.

Crick en Koch, telepathie
Francis Crick en Christof Koch meenden dat neurobiologische processen aan het bewustzijn ten grondslag liggen, en opperden dat de alien mogelijk wel bewust is. Ze onderzochten het menselijk brein, zenuwstelsel en zintuigen, en meenden dat hoe complexer dit is, hoe complexer het bewustzijn is. Echter een mens-op-alien projectie levert geen ‘1 op 1 blauwdruk’; “Thus when projecting these ideas onto the typical alien abduction scenario, we are faced with the realization that we have no evidence that the abductors have the same sensory apparatus as we do,.. Mouths do not seem to be used for communication.. Even the nose seems vestigial (NL: rudimentair), at best.” In de lijn van Crick bezit de alien niet het bewustzijnsniveau van de mens; “If you propose a figure that does not have language as we know it and it is not equipped with self-consciousness of self-referential consciousness, then you are halfway toward describing the classical ‘alien’.” Onderzoekers als David Jacobs en John Mack onderstrepen het ontbreken van een persoonlijke identificatie, de eenvormigheid in uiterlijkheden als gezichtskenmerken, gebaren en telepathische communicatie is dominant.

Crick en Koch stelden voor dat de alien mogelijk wel bewust is, maar niet zeer communicatief, en hier ‘iets op vond’. Het duo stelt dat m.b.t. zicht bij mensen – van informatieverwerking tot coherent beeld – geleidelijkheid troef is. Dit i.t.t. een machine die in een keer alle visuele data opslaat. Mogelijk ‘snapt’ de alien dat de mens zintuiglijk beperkt is, vandaar de telepathische communicatie. De zintuiglijke ervaring wordt genuanceerd door Crick in drie typen ‘binding’; een band vormen met een object bevat een genetisch component, een leeraspect, en, aldus Crick, voor zo’n band met compleet nieuwe objecten, treedt associatie op. De zenuwcellen trachten het object te vergelijken met iets gelijksoortigs: “Most human beings have no memory of witnessing a ufo event; when they do witness one, they do not have the neurobiological context within which to see it and recognize it. So a kind of myth builds up around the event, and it binds with other myths that have evolved similarly and the memory of the initial encounter becomes ‘homogenized’ with those of other individuals.”

Credit: The Diggital Artist/Pixabay.

Het maken van ‘bewustzijnsmachines’, Ray Kurzweil
Crick en Koch konden dus niets definitiefs zeggen omtrent het bewustzijn en kwamen dus ook niet verder met hun studie naar ufo’s e.a. Beiden waren er wel van overtuigd wel dat het bewustzijn een ‘artefact’ moest zijn van een puur biochemisch, evolutionair proces, en een eigenschap van het brein. Hun onderzoek wakkerde het debat flink aan of machines uiteindelijk ‘bewust’ zouden kunnen worden, een discussie die tot op de dag voortduurt, zie bijv. dit werk van Google topman en visionair Ray Kurzweil. Een machine, een willekeurig door de mens gemaakt object, waar willekeurige informatie wordt opgeslagen op één plek, in het computergeheugen, tegenover de mens, een product van miljarden jaren aan evolutie, zowel in genetisch als sociaal opzicht. Het ondoorgrondelijk bewustzijn dat mogelijk de ‘sleutel’ tot wat mens zijn inhoudt bevat, noopte meer wetenschappers aan tot dit uitdagend onderzoek.

Een ander framewerk, brein-antenne

Het bewustzijnsonderzoek wordt dan in een ander frame geplaatst; “If however, consciousness is not a product of the brain, it would not be restricted to a human nervous system or its neurobiology. The brain may be a receiver of consciousness, much like a radio receives a broadcast signal. If consciousness is universal – if indeed, as some scientists speculate, the universe itself is conscious – then the possiblity of communication with an alien species becomes conceivable.” TTSAAS oprichter Hal Puthoff, (bio)fysicus en pionier op het gebied van Remote Viewing en ESP, en ook geneticus Garry Nolan, opperden dat het brein als ‘signaalontvanger’ van bewustzijn kan fungeren, afgestemd om signalen van ‘buitenaf’ – mogelijk vanuit de kosmos – op te vangen. Het duo onderzocht de fysiologische effecten op het immuunsysteem van enkele personen die de meest gedetailleerde getuigenverklaringen over aliencontact aflegden. Hoon en spot deerden hen niet: “It is a symbiotic relationship, for the more we learn about human consciousness the more we can begin to understand the reality behind close encounter phenomena.”

Bewuste machines (on)mogelijk…neuronen en quantummechanica to the rescue?

Onder deze groep wetenschappers is er consensus dat meer inzicht in het brein- en zenuwstesel ook meer inzicht zal geven in de aliencontact ervaringen. Voor de scenario’s m.b.t. alienontvoeringen, keek men specifiek naar de amygdala, de plek in het brein van dromen, emoties en angsten. Zetelt mogelijk in dit ‘droomcentrum’, het bewustzijn? Of bezitten de neuronen, de basale celstructuur, zo een 30 miljard in totaal, de computationele of intrinsieke kracht om bewustzijn te veroorzaken (neuronen ‘scheiden’ bewustzijn uit, zie titel ‘Sekret Machines’)? Ook dit onderzoek leidde niet tot een definitie van wat bewustzijn is, echter deze miljarden neuronen zijn wel gebouwd uit DNA, en als DNA commando’s verstrekt voor de opbouw van dit netwerk, en een platform biedt voor bewustzijn, hoe ‘weet’ dit DNA dan hoe dit moet?

Bewustzijn, verondersteld als eigenschap van het brein, zoals in de lijn van Crick, impliceert tevens ook dat met de dood, het brein en dus het bewustzijn sterft. Ray Kurzweil deelt deze visie, en stelt dat het brein, als artefact van het lichaam, nagebouwd kan worden. Dan zal een ‘singulariteit’ zich aandienen, een bepaald punt in de tijd waarop er geen onderscheid waar te nemen is tussen een machine en een mens, een bewuste machine. Echter, zolang bewustzijn niet gedefineerd is blijft ‘singulariteit’ hangen in speculatie. Vervolgens zocht men buiten de ‘klassieke biofysische wereld’, en verschuift het beeld van bewustzijn op richting ‘iets-dat- mogelijk-meer-toegankelijk’ wordt naarmate er een hogere graad van biocomplexiteit wordt bereikt; “While we still have difficulty defining consciousness, we slowly come to the realization that we face the same difficulty when it comes to defining machines. If DNA was seeded on Earth was that done by a machine? And was the purpose to create new iterations of self-generating automata? In other words, is the human race a ‘sekret machine’?”

Het quantum-bewustzijn, Roger Penrose’s OrchOR
Geconfronteerd met ufo’s, aliens e.a. haperen er radertjes in het geraffineerde systeem van neuronen en treedt ‘associatie’ op, iets gelijksoortigs wordt gezocht. Een enkele wetenschapper waagde zich aan de studie naar het zogenoemde ‘quantumbewustzijn’ met het oog op onverklaarbare fenomenen, een theorie geënt op quantumfysische verschijnselen. Stel dat aliens deze ‘quantumeffecten’ beheersen, en zij de mens uitdagen hiervan kennis te nemen? De quantumfysica, zelf nog schier onbegrepen, wordt zo als middel ingezet om andere, zowaar nog mysterieuzere fenomenen als telepathie, ESP of Remote Viewing te verklaren. De bekende fysici Roger Penrose en Stuart Hameroff, waagden zich aan neurobio-fysisch onderzoek naar quantumeffecten in het brein, als mogelijke oorzaak van bewustzijn, en noemde het OrchOR. Meer recent o.a. in 2014, werden quantumeffecten gedetecteerd in o.a. fotosynthese en in het brein van trekvogels.

Corticale neuronen in groen. In rood zijn neuronale stamcellen. Credits; Garry Shaw//EnCor Biotechnology Inc.wikimedia commons

I.t.t tot de klassieke Newtoniaanse fysica, waarbinnen reizen of communiceren sneller dan het licht onmogelijk is, en een object slechts op 1 plek tegelijkertijd kan zijn, gelden in QM andere regels. Fysici menen dat quantummechanische eigenschappen zich slechts op sub-atomair niveau voordoen. Aan QM worden eigenschappen als non-lokaliteit, quantumverstrengeling, en superpositie toegeschreven. QM deed wetenschappers beseffen dat er een dieper niveau van realiteit is, en dit diende weer ter inspiratie van mystici en goeroes wereldwijd, die meenden dat QM ruimte schept voor paranormale verschijnselen: “Ideas like non-locality, quantum entanglement, and uncertainty seem to create a space for the operation of paranormal abilities and provide a rationale for the belief in ghosts, spirits, and Ufos. After all, goes the theory, with non-locality and entanglement, things as teleportation, and telepathy must be possible.”

Penrose onderzocht de microtubuli of MT. Uit onderzoek bleek dat MT’s niet slechts zorgden voor de fijnmazige neuronstructuur maar ook voor de elektrochemische processen inzake ‘signaling and comunication’, en Penrose vermoedde hierin dat het MT als medium voor het bewustzijn fungeerde. Deze theorie noemde hij ‘OrchOR’ en suggereert  ‘…that there is a connection between the brains bimolecular processes and the basic structure of the universe’. Als Penrose correct is dat het bewustzijn geïntegreerd is met de fijnmazige structuur van het universum, zou dan dit bewustzijn bij de ‘alien’ mogelijk op een andere manier tot uiting komen?

Holoscapes, fantoomervaringen
Een andere bewustzijnstheorie, is de ‘chaos theorie’; deze combineert psychologie, wis- en natuurkunde. O.a. Larry Vandervert en Karl Pribram, stelden het ‘holonomisch brein’ voor; “Holonomics involves viewing the dendrites of the neurons as microprocessors that embed space and time in what Pribram calls ‘holocscapes’. These create holograph-like experiences of perception and cognition (including dream states) in a ground of space-time consciousness, and all composed within the skull.”  Vandervert stelt dat aliencontact ervaren wordt als zijnde in de ‘echte’ wereld, en de wereldwijde consistentie tussen de aliengetuigenissen verklaart hij aan de hand van de ’tweeledige geest’. De geest is niet gelijk aan het bewustzijn maar enerzijds is er het brein, en anderzijds is er een ‘gedeelde door cultuur bepaalde geest’. Onze geest evolueert, met iedere iteratie wordt er een nieuw model van de wereld gecreëerd, een ‘holoscape’. En zoals er bij fantoompijn een ledemaat gevoeld kan worden dat er niet is (of nooit was), zo genereert het brein een impulsstroom die een afdruk van het hele lichaam is. Kan dit idee uitgebreid worden, aldus Vandervert, naar andere ‘fantoomervaringen’?

Credit: Twitter/@cleanlymaid

De chaos-theorie wordt gecombineerd met OrchOR, ik citeer; “… and if the brain is a quantum computer, these [paranormal] things become not only possible, but probable. When we apply chaos theory to the quantum world we can begin to explain creativity and imagination; the explosion of ideas and conncections between heretofore unconnected ideas and events that stem from a simple qunatum event, perhaps the firing of a neuron or a series of neurons, the OrchOR effect of Penrose and Hameroff.”  Bij fantoomervaringen of creatieve ingevingen, flitst het holografisch bewustzijn achter onze ogen, echter een deel komt van buitenaf; “The mechanism that gives rise to our creative impulse has been switched on by an outside force, a force that is using it to communicate whith us.” Ufo’s als resultaat van een mechanisme dat het bewustzijn ‘raakt’, door op quantumniveau te opereren, dan rijst de vraag; “Can that slice of the hologram be inserted into consciousness in such a way that we are aware of it not when it happens but only after the chaos effect takes place and it balloons into a full blown hallucination?”

Cognitief psycholoog Stan Dehaene verwerpt OrchOR, en stelt dat er gebeurtenissen zijn die zich afspelen onder de drempel of ‘liminis’ van het bewustzijn, als voorbeeld noemt hij de subliminale beelden gebruikt in films. Als je subliminale ervaringen, met terugwerkende kracht traag zou terugspoelen, zie je de ‘echte gebeurtenis’ die later opduikt als herinnering. Deze subliminale ervaringen kunnen kunstmatig (TMS), of van buiten opgewekt worden, en bv jeugdtrauma’s en aliencontact, worden voorgesteld als ‘spookelementen’ uit het verleden. Daartegen ageerde John Mack, ufo’s en aliencontact werden wereldwijd vastgesteld, bij een dwarsdoorsnede van de bevolking, gezonde mensen, en zij ervaarden een contact dat PTSD veroorzaakte, zonder trigger, de enige aberratie in hun getuigenissen was de alienervaring. Mack benadrukt hierbij dat telepathische communicatie dient als ‘gateway’, de transmissie van beelden van de aliens is de sleutel naar de aard ervan. Mack: “What we propose is that the alien abduction is real in some way; it is the ghost of an actual experience that involves an external actor, beings whose ability to manipulate consciousness is withouth parallel.” Dat ze onzichtbaar zijn, of als geesten, of ziekte worden voorgesteld is irrelevant.

Brein-computertechnologie, cyborgs
Na diverse bewustzijnstheorieën besproken te hebben in relatie tot aliencontact e.a. wordt ook de brein-computertechnologie erbij betrokken. Deze biedt veel toepassingen voor de (ruimtevaart)-industrie (cyborgs), en kansen voor nieuwe benaderingen van paranormale verschijnselen als ESP, PK, RV enz. daar zich met voornoemde studies nu een theoretische wetenschappelijk framewerk heeft gevormd voor paranormale fenomenen. De consistente getuigenissen m.b.t. aliencontact via telepathie impliceert dat het brein ‘dit aankan’, anders zou transmissie van alien op mens sowieso verspilde moeite zijn (of er is sprake van ‘Panpsyche’, het universum en zijn creaturen zijn doordrengt met bewustzijn, anatomie onafhankelijk). De alien zelf wordt nu gedetailleerder beschouwd, en meer gepresenteerd als een sociale constructie, uitgelegd in menselijk taal- en begrippenkader, dat, zo doet ons beseffen, mogelijk blind maakt voor de idee, de realiteit achter deze constructie.
De bewustzijnstheorie die bewustzijn als een emergente breineigenschap ziet – neuronen ‘scheiden’ a.h.w. bewustzijn uit – impliceert dat machines bewustzijn kunnen ontwikkelen, de ‘sterke AI’, zie Kurzweil’s ‘The Age of the Spiritual Machines’. Echter ‘Man’ stelt dat zo ‘intelligentie’ mogelijk inflateert naar ‘bewustzijn’, het ‘AI may not be an equivalent to AC’. Zo komt men nader tot het identificeren van de alien; de mens evoluerende richting cyborg, als ‘veredelde bewustzijnsmachine’, vloeit naadloos over in het idee van aliens als machines, mogelijk EBE’s of zelfs hybrides? Het definiëren van mens, machine enz. wordt met virtual reality-technologie al uiterst lastig, laat staan, aldus het boek, dat mensen inmiddels nog onderscheid moeten gaan aangeven tussen de door hun geziene aliens en henzelf. De singulariteit is nog niet bereikt, vooralsnog voltrekt zich een ‘convergence’ en ‘symbiotische toestand’, waarin de mens iets van menselijkheid verliest, bv op ruimtereizen. Cyborgs, en uiteindelijk ‘sterke AI’ zijn beter uitgerust voor extreme omstandigheden, en met hun realisatie benadert men de identiteit van de alien zoals die zich voordoet bij aliencontact.

Joseph Licklider, biosymbiose
Het was de veelzijdig ingenieur J.C.R. Licklider, grondlegger van het ARPA-net, die NASA, het MIT en het Pentagon samenbracht om de ‘mens-machine’-symbiose tot stand te brengen, en bedacht de term ‘IA’ of ‘intelligence amplification’, voor de industrie, ruimtereizen en soldaten, zie bv The Titan. In artikelen m.b.t. defensie en ruimtevaart schreef Licklider, maar ook bijv. de wetenschapper Manfred Clynes een neuro-onderzoeker, over ‘cyborgs’ in de ruimtevaart. Voor extreme omstandigheden wilden Clynes de mens met name in mentaal opzicht weerbaarder maken. Dit ontaardde in vaak bizar, experimenteel onderzoek. ‘Onder water ademen’, hersenimplantaten, breinstimulatie, kortom het gehele psycho-fysiologische gebied van de proefpersonen werd afgetast, een ‘biosymbiose’, zonder bewustzijn, werd nagestreefd. Het waren de roerige jaren ’60, grenzeloze technologische mogelijkheden deed een besef opleven dat mensen actief deelnemen in hun eigen evolutie. Het was Norbert Wiener, die de term ‘cybernetica‘ bedacht. Clynes onderzocht de ooglens, en beschouwde dit als het eerste cyborg-implantaat.

SRI HQ Pasadena (CA) Credits; wikimedia commons

M.b.t. ufo’s e.a. ontbreekt nog de parapsychologische benadering van het bewustzijn. ‘Man’ stelt dat er al rond 1900 een meer logisch, reductionistische kijk op paranormale fenomenen ontstond, ‘ufo’s uit een lab‘. Instituten als het Engelse ASPR, het Rhine Insititute en het SRI, werden opgericht, hun missie was om telepathie, hypnose, enz. wetenschappelijk te benaderen. De termen ‘Psi’, en (para)psychologie werden geïntroduceerd, de kracht van de ‘ziel’. WOII was een kantelpunt, de VS kreeg door hoe hun krijgsgevangenen psychische foltering ondergingen en defensie wilde tot op de bodem van ‘Psi’ gaan, in varianten als ESP, RV, TK, PK. enz.  AI, ARPA, robotica floreerde en het SRI voegde zich hierbij met leidinggevenden Hal Puthoff en Russell Targ, prominenten in grensverleggend bio-fsisch onderzoek. De VS vreesde paranormale wapens bij vijandige regimes en sinister klinkende projecten als Artichoke en MK-Ultra maten de psychische (bewustzijns)effecten op proefpersonen. Maar wegens gebrek aan bruikbare resultaten werden deze uitslagen veelal anecdotisch gedocumenteerd, net als ufo- en aliencontactervaringen. De resultaten werden tevens ‘bezoedeld’ daar opgetrommelde proefpersonen juist diegene waren die reeds gezien werden als ‘mentaal labiel’ en juist zij, zo wees uit, waren hoog bevattelijk voor paranormale ervaringen. Toch bleven Russell, Targ, Puthoff ervan overtuigd dat zowel ESP, PK enz. een emergente breineigenschap is en dus nagebootst kan worden.

Jupiter ringen Credits; NASA

Het was de NSA die Targ en Puthoff in contact bracht met ‘psychic’ Ingo Swann. Swann beheerste ESP, PK en RV, en kon meters met gedachten afstellen en in RV-sessie’s objecten, voor hem aan het oog onttrokken, beschrijven, zoals bv de Jupiter-ringen. Swann verenigde ESP, PK met ufo-expertise. Swann was in 1972 de eerste door defensie ingezette ‘psychic´ en inmiddels zijn er vele (DIA)-documenten vrijgegeven waarin zijn ervaringen zijn te lezen. En toch, hoe bruikbaar ook, zie ook bv Uri Geller en Pat Price, de wetenschap schoot tekort in het beschrijven hoe Psi werkte, het had nog geen idee. Het SRI, het Rhine Institute, de Menlo Park laboratoria, tientallen jaren later, en met duizenden pagina’s documentatie verder, met labverslagen, konden niet de vinger leggen op wat er zich voordeed.

Arthur Koestler
Het was de fysicus Arthur Koestler die het ‘Psi’ relateerde aan het quantumbewustzijn, en voorstelde om QM, AI en parapsychologie samen te brengen. Het was in 1974 dat hij zijn boek ‘The Roots of Coincidence’  publiceerde, een periode waarin ook het SRI Puthoff’s onderzoeksresultaten publiceerde, en een groot parapsychologisch congres vele lezingen presenteerde m.b.t. deze materie. Alles draaide volgens Koestler om het principe van ‘synchroniciteit’, hierbij worden zaken verbonden op een manier de ‘normale’ oorzaak-gevolg effecten tarten, en synchronicteit heeft daarom veel gemeen met de eigenschappen van QM als quantumverstrengeling en nonlokaliteit. Het idee van een wetenschppelijke verklaring voor Psi daagde, synchroniciteit leek te wijzen in die richting. De inlichtingendiensten als de CIA, volgden deze ontwikkelingen nauwgezet, en was met name geïnteresseerd in het werk van Olivier Costa de Beauregard, die schreef: “It provides a theoretical framework which not only may connect osbserved ESP effects with quantummechanics but which also places ESP in the very general context of information theory.” Informatie-theorie is een sleutelelement in ESP.

Arthur Koestler, wikimedia commons

Proefpersonen werd onderzocht in projecten als Star Gate. De beste ‘psychics’ bleken die, die op EEG’s asynchronische patronen van abnormale, ongebalanceerde elektrische activiteit toonden tussen de twee hersenhelften. Solide resultaten bleven echter uit, en zelfs confusie sloeg toe, het waren juist de als labiel bestempelde personen die de meest psychische krachten demonstreerden. Terwijl men juist mentaal stabiele proefpersonen prefereerde met het oog op betrouwbare resultaten. Het was wederom John Mack die ageerde om aliencontact en telepathie, te benaderen als zijnde een mentale deformatie, Mack; “The Phenomenon does not stand alone, but is one anomaly among many,… They reveal that our understanding of reality is extremely limited, the cosmos is more mysterious than we have imagined, there are other intelligences all about. Ufo’s e.a. zijn te beschouwen als trauma op iets dat daadwerkelijk plaatsvond, maar Mack gaf tevens de onmogelijke situatie toe: “It is impossible for the average modern human being to tell the difference between someone who is mentally ill and one who had had an experience so traumatic that it has reordered their worldview.”

John Mack, Budd Hopkins, waren van mening dat ufo’s, aliencontact, ESP, telepathie, enz. een basis in de realiteit hadden. Ingo Swann werd een soort boegbeeld van deze zienswijze, Swann, sinds 1972 in dienst voor de overheid, combineerde ufo’s en ESP, werd gerespecteerd en bepaald niet als ‘gek’ bestempeld. Maar alle verzamelde kennis en theorieën ten spijt zou het uiteindelijk pas met het voortschrijdend inzicht in de QM en het quantumbewustzijnstheorie zijn, dat men inspiratie vatte m.b.t. het vinden van een mogelijke wetenschappelijke uitleg van Psi, dat ESP, e.a.in een ander licht zou kunnen zetten. Deze versmelting van Psi, ufo’s, en de kennis van SRI, ontlokte de CIA de volgende woorden: “The passion that the study of telepathy and associated paranormal phenomena arouses in both the ‘scientist’ and the ‘mystic’ – to use the CIA’s terminology – reflects a sea change taking place in the culture. It signals the dawning of an new realization about the world we live in.”  Er is sprake van een ‘paranormale machine’ die ontmantelt en verklaard moet worden.

Swann stelt dat ook ufologen sceptisch zijn; “Most surprisingly one might think that ufologists would consider mental processes of extraterrestrials since they are so energetically involved with extraterrestrial equipment and technology. None of the above will touch the topic of Psi with a ten-foot pole and all of the above protest any feasible, positive necessity for acting any other way.” Echter juist die techniek is inmiddels zo geavanceerd dat men de computer kan bedienen met je gedachten. ‘Man’ meent dat ondertussen de stap naar ’telepathisch contact met aliens’ niet meer zo ongeloofwaardig lijkt. Fraaie anecdotes en quotes van Swann, Geller en Price zijn te vinden in Phenomena, van Anne Jacobsen.
Het alien-fenotype
Met de wetenschappelijke benadering van ufo’s en aliencontact, groeit tegelijk het besef dat het juist de progressie in techniek is die onderhand de kenmerken vertoont die toegedicht worden aan aliens e.a. Het noopt nader in te gaan op de uiterlijkheden en beweegredenen van de aliens. Het typisch Amerikaanse ‘alien’ fenotype is de ‘Gray’; deze toont zich klein, rond de meter, met relatief groot hoofd, en rudimentaire neuzen, mond, en geen oren. De Gray beweegt robotisch, eet noch drinkt en er is sprake van telepathische communicatie. De interactie veroorzaakt een diep gevoel van vervreeming, angst, machteloosheid, vernedering en er is vaak sprake van levitatie, tijdsvervorming, en fysieke verwonding. De ‘Nordics’, zijn groter, lichter, en contact wordt als minder beangstigend ervaren, en er zijn de ‘reptilianen’, met  huidschubben en klauwen. Wereldwijd, van Zuidoost-Azië, tot Afrika, werden ufo’s en aliencontact ervaringen opgedaan en gedocumenteerd. Bij de Afrikaanse ‘Ariel School’ ufo’s vielen met name de voorspellingen op die gedaan werden m.b.t. tot de destructie van de aarde.

Motivatie aliens, de symbiotische relatie of ‘de collectieve breakdown van de mens’ ?

Over het doel van de aliens’ tast men het duister, het ‘Ariel School’ voorbeeld toont waarschuwingen aan de mensheid. Echter, ‘Man’ keert het ook om, betreft zo’n ervaring mogelijk een door de persoon zelf gegenereerde shock, als mentale reactie ten overstaan van een existentiële dreiging die van de alien zelf uitgaat? Er is sprake, aldus ‘Man’ van een alien-fenotype dat humanoïde trekken heeft, geassocieerd wordt met machines, telepathisch communiceert, en een torso met ledematen en hoofd bezit, de taxonomie van de alien is consistent door de tijd en alle culturen heen. Waaruit de vragen rijzen, maar waarom zijn ze niet geheel anders? En als de ‘Grays’ machines zijn, androïdes, of ‘strong AI’ waarom is er geen betere gelijkenis?’ Man’s conclusie is tweeledig; als het tastbare wezens zijn, dan betreft het een genetisch verwant ras, en is de ‘Gray’ de machine die wij nog moeten uitdokteren, gedeeltelijk autonoom, en niet zelf-replicerend. Anderzijds, als aliens wel artefacten van het lichaam zijn, dan is deze alien een mogelijke hulproep vanuit het collectief bewustzijn dat de mens op de rand van een collectieve breakdown staat, de ‘ufo’s en aliens’ als kanarie in de kolenmijn van ons brein. Want wat als deze groepsmind krankzinnig is? De mens blijkt een roofzuchtig soort, brengt zichzelf geregeld op de rand van zelfvernietiging, en als wij zo zijn, wat zegt dat van ‘de aliens?’
De alien en de mens in een symbiotische relatie, die de mens uitdaagt hem op waarde in te schatten, en een ander wereldbeeld aan te nemen. Echter, aldus de auteurs, het mogen ‘Grays’ of ‘Nordics’ zijn, ze mogen dan mensen angst aanjagen, of zich als Goden vermommen, om vervolgens te doen met ons wat ze maar willen, waarom is er dan nog geen concrete invasie? ‘Man’ stelt, dit dit ‘kunnen ze nog niet’, er rest slechts een symbiotisch relatie. Symbiotisch of parasitisch, de relatie met de alien lijkt ons te ‘overkomen’, maar er is sprake van authentieke ervaringen, die bewustzijnseffecten heeft als dislocatie en telepahtie. Anecdotische documentatie schiet tekort, wie of wat er achter ‘het fenomeen’ zit blijft dan onopgemerkt, dus multidisciplinair onderzoek is nodig, zowel vanuit de nationale als vanuit de personele veiligheid. Het deel Sekret Machines; Gods, Man, War 3, gaat meer in op geïnstitutionaliseerd ufo-onderzoek. Bronnen; Space.com,Phenomena A. Jacobsen

Het Pentagon richt nieuwe UFO-onderzoeksgroep op

Kirsten Gillibrand is een Amerikaanse senator (NY) voor de democraten die begin november een wijziging voor de nationale defensiewet (NDAA22) indiende voor de oprichting van een ‘Anomaly Surveillance and Resolution Office’ binnen het Amerikaanse ministerie van Defensie (DoD). Recent werd bekend dat het bureau er gaat komen, onder een iets andere naam, de Airborne Object Identification and Management Synchronization Group’. Dit bureau zal de opvolger zijn van het huidige Unidentified Aerial Phenomena Task Force-programma (UAPTF) dat onderdeel is van het Amerikaanse Office of Naval Intelligence. Dit nieuwe bureau zou de bevoegheid krijgen om ‘elk middel, vermogen, bezit of proces’ binnen het DoD en de inlichtingengemeenschap in te zetten om de stand van zaken rondom UFO’s of niet-geïdentificeerde luchtverschijnselen (UAP) te bestuderen. Het amendement (sectie 1652), omvat dat dit nieuwe bureau procedures zou moeten ontwikkelen om de verzameling, rapportage en analyse van UAP-gerelateerde verschijnselen binnen het DoD veel beter te synchroniseren en te standaardiseren dan tot nu toe het geval was. De UAPTF zal per direct overgaan in de nieuwe groep en staat onder leiding van de staatssecretaris van defensie en hoge functionarissen van de inlichtingendiensten. Zie hier een AB met Recap over het UAPTF e.a.

Een “still” uit een openbaar gemaakte video-opname.

Speciale aandacht zou er besteed moeten worden aan potentiële bedreigingen van UAP’s voor de nationale veiligheid, evenals een beoordeling of dergelijke verschijnselen kunnen worden toegeschreven aan buitenlandse tegenstanders. De focus van de groep zal concreet liggen op het luchtruim boven militaire faciliteiten of operatiegebieden. Naast het stroomlijnen en verbeteren van de rapportage, verzameling en analyse van relevante gegevens, zal het wijzigingen aanbevelen in wet- en regelgeving, training, en organisaties. De oprichting van dit bureau komt nadat het Office of the Director of National Intelligence (ODNI) in juni j.l. een UAP-rapport van het UAPTF had uitgebracht. Dit UAP-rapport onderzocht, in opdracht van het Congres, 144 meldingen van UAP’s die vooralsnog onverklaarbaar waren, en dateerden van 2004 en jonger. Het rapport identificeerde de problematiek bij het verzamelen van de data die nodig zijn om de UAP’s te beoordelen en te identificeren, alsmede de problemen die piloten ervaren bij het rapporteren van de UFO-waarnemingen, en de inconsistenties in de rapportagemechnismen.

Het nieuwe opgerichte bureau zou o.a. ook een adviescomité voor lucht- en transmedium zaken bevatten, en in dit orgaan zouden naast deskundigen van NASA ook academici uit het gehele land moeten plaatsnemen. Hoewel wetgevers van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden (of; lagerhuis van het Amerikaans Congres), een soortgelijk bureau hebben voorgesteld, zou de ‘Senaatsversie’ van dit bureau tevens meer frequente openbare rapporten over gevoelige informatie vereisen, zoals of er al dan niet nadelige gezondheidseffecten zijn verbonden aan UAP-waarnemingen en of de regering fysiek materiaal van de ontmoetingen heeft verzameld. Het bureau zou ook samen moeten gaan werken op dit gebied met Amerikaanse bondgenoten om de aard en omvang van UAP’s beter te kunnen beoordelen. Ieder jaar legt het bureau een jaarverslag over zijn bevindingen aan het Congres voor.

In een interview met Politico op woensdag 11 november j.l. beschreef Gillibrand haar motivatie voor het nieuwe kantoor. “Als het technologie is die in het bezit is van tegenstanders of een andere entiteit, moeten we het weten”, aldus Gillibrand en vervolgde: “Onze kop in het zand steken is geen strategie en ook geen acceptabele aanpak.” Haar denkwijze komt overeen met de bevindingen van het enigszins summiere UAP-rapport van het Pentagon deze zomer, dat geen concreet bewijs voor een deel van de UAP’s vond, maar wetgevers en defensie- en inlichtingenfunctionarissen aanmoedigde om de zaak op administratief niveau serieuzer te nemen. “We hebben al heel lang geen toezicht op dit gebied gehad”, voegde Gillibrand eraan toe. “Het aantal hoorzittingen dat ik in tien jaar over dit onderwerp heb gehad, kan ik op één hand tellen. Dat is behoorlijk zorgwekkend gezien de ervaring die onze militairen het afgelopen decennium hebben gehad.” Zie voor achtergrond informatie over AATIP, UAPTF enz. dit artikel op AB. Bronnen: Military.com, FoxNews, Politco

De Areciboboodschap 16 november 1974 is jarig!

Op 16 november 1974, vandaag exact 47 jaar geleden, zonden de mensen hun eerste interstellaire radioboodschap naar de sterren in een poging contact met potentiële buitenaardse wezens te maken. Voor deze interstellaire radioboodschap gebruikte astronomen de, destijds, grootste radiotelescoop in de wereld, gevestigd in het Arecibo Observatorium in Puerto Rico. Een groep wetenschappers onder leiding van Frank Drake en Carl Sagan had de Areciboboodschap samengesteld, en deze werd verzonden naar het M13 stercluster.

Arecibo radioboodschap credits; IndiaToday

De Areciboboodschap verzonden naar de M13 Herculesbolhoop was opgesteld in binaire code en bevatte informatie over o.a. het menselijk DNA, figuren van een mens, het zonnestelsel en de Arecibo-telescoop. Het idee was dat als buitenaardse wezens het signaal zouden ontvangen en uitzoeken hoe het te decoderen, ze zouden weten waar het vandaan kwam. Omdat M13 op 25.000 lichtjaar afstand staat, zal het 25.000 jaar duren voordat M13-‘buitenaardse wezentjes’ onze boodschap vernemen – als ze er zijn... Het Arecibo-bericht is slechts een van de vele interstellaire boodschappen die richting ‘ET’ verzonden zijn.

Arecibo Observatory. Credit: JidoBG / Wikipedia

Lees in mijn tweedelige artikel ‘Buitenaards Babbelen; Interstellaire berichten en de erfenis van Hans Freudenthal en Alexander Ollongren I’en deel II, alles over het tot stand komen van deze interstellaire berichten (ook wel METI, Messagging Extraterrestrial Intelligence), de Cosmic Calls 1999 en 2003, de Dark Forest-theorie, en hoe onderzoekers als Drake, Sagan, Marvin Minsky, en ook de Nederlanders Hans Freudenthal (Lincos) en Alexander Ollongren de weg plaveiden in het stekelige landschap van de vraagstukken rondom interstellaire communicatie. Ook zijn er de afgelopen decennia meerdere berichten ‘naar de sterren’ verzonden via ruimtesondes, de Pioneers en de Voyagers. Zij bevatten informatie over de aarde op op hen bevestigde plaquettes. De twee artikelen zijn ook te lezen in het NVR-ruimtevaart pdf-archief. De Arecibo-telescoop stortte in 2020 in door een structurele storing.

Voyager, gouden plaat Credits; NASA

NASA’s Nancy Grace Roman ruimtetelescoop bereikt belangrijke bouwtechnische mijlpalen

NASA heeft recent onthuld dat alle ontwerp- en ontwikkelingstechnische werkzaamheden aan de Roman Space Telescope (RST), voorheen de WFIRST, zijn voltooid.  Deze ruimtetelescoop moet astronomen meer inzicht gaan geven in de aard van donkere energie en ook op zoek gaan naar exoplaneten, en zogenoemde ‘weesplaneten’ Aan de telescoop wordt gewerkt door NASA’s Goddard Space Flight Center in Greenbelt, Maryland, NASA JPL en Caltech. In deze perspublicatie van NASA zegt Julie McEnergy, senior projectwetenschapper bij de Roman Space Telescope het volgende over de vorderingen: “Na het bekijken van onze uitgebreide hardwaretesten en geavanceerde modellering, heeft een onafhankelijk beoordelingspanel bevestigd dat het observatorium dat we hebben ontworpen zal werken.” Nu de basis is gelegd, is het team enthousiast om door te gaan met het bouwen en testen van het observatorium. Jackie Townsend, plaatsvervangend projectmanager voegde toe: “Nu deze beoordeling is voltooid, gaan we de spannende fase in waarin we de vluchthardware die we van plan zijn te gaan gebruiken gaan assembleren en testen.” En vervolgt: “Als al onze vluchthardware klaar is in 2024, houden we het ‘System Integration Review’ en integreren we het gehele observatorium. Ten slotte zullen we de telescoop testen in omgevingen die de lancering en geplande baan simuleren om er zeker van te zijn dat de RST werkt zoals ontworpen.” De missie is gepland om uiterlijk in mei 2027 te lanceren.
Bovenstaande foto toont de  opstelling voor het testen van de ruimteomgeving van de technische ontwikkelingseenheid voor Roman’s Solar Array Sun Shield, die twee doelen zal dienen. Ten eerste zal het elektrische stroom leveren aan het observatorium. Ten tweede zal het de Optical Telescope Assembly, het WFI  en de CGI instrumenten beschermen tegen zonlicht. Credits: NASA/Chris Gunn
De ruimtetelescoop werd in 2010 aanbevolen door het National Research Council van de VS als topprioriteit voor astronomisch onderzoek van het volgende decennium. Werkzaamheden startten in 2011. In 2016 werd de WFIRST goedgekeurd voor ontwikkeling en lancering. De telescoop bezit een 2,4 brede spiegel die stellair licht reflecteert naar beeldsensoren voor verwerking en draagt twee wetenschappelijke instrumenten bij zich. Het Wide-Field Instrument (WFI), dit is een nabij-infraroodcamera, die een beeldscherpte biedt die vergelijkbaar is met die van de Hubble over een gezichtsveld van 0,28 vierkante graden, 100 keer groter dan de beeldcamera’s van de HST. Het Coronagraphic Instrument (CGI) is een camera en spectrometer, met een hoog contrast en een klein gezichtsveld die zichtbare en nabij-infrarode golflengten bestrijkt m.b.v. nieuwe technologie voor het onderdrukken van sterrenlicht. De RST’s primaire missie is gericht op de expansiegeschiedenis van het heelal en de groei van de kosmische structuur met meerdere methoden in overlappende roodverschuivingsbereiken, met als doel het nauwkeurig meten van de effecten van donkere energie. Op 20 mei 2020 kondigde NASA-hoofd Jim Bridenstine aan dat de missie de Nancy Grace Roman Space Telescope zou worden genoemd als erkenning voor de fundamentele rol van Nancy Roman als Chief of Astronomy op het gebied van astronomieonderzoek vanuit de ruimte. De telescoop gaat ook op zoek naar exoplaneten en hun potentieel voor het ondersteunen van leven.

Nancy Roman (1925 – 2018), Goddard Space Flight Center Credits; NASA

Nancy Roman werd geboren in Nashville, Tennessee op 16 mei 1925. Als kind voelde ze zich aangetrokken tot de sterren. Roman vertelde ooit in een korte NASA-documentaire. ‘Ik gaf mijn moeder de schuld omdat ze me altijd mee uit nam en me de sterrenbeelden liet zien en me het noorderlicht liet zien en dat soort dingen.” Roman behaalde een Bachelor of Science in de astronomie aan Swarthmore College en een doctoraat aan de Universiteit van Chicago. In 1955 besloot ze een baan aan te nemen bij het US Naval Research Laboratory, en in 1959 werd ze een van de eerste groep arbeiders die zich bij NASA voegde, als hoofd astronomie en relativiteit bij het Office of Space Science, slechts zes maanden nadat het bureau was opgericht. Bij NASA drong Roman aan op de ontwikkeling van een orbitale telescoop om kosmische straling in de ruimte te meten die anders onmogelijk op aarde te detecteren zou zijn vanwege atmosferische interferentie. Ze heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van vier in een baan om de aarde draaiende astronomische observatoria tussen 1966 en 1972, en hielp bij het opzetten van de International Ultraviolet Explorer, een gezamenlijk NASA/ESA project. Roman speelde ook een centrale rol bij het overtuigen van het congres om de ontwikkeling van de Hubble-telescoop ter waarde van $ 36 miljoen te financieren. In 1998 beschreef Hubble’s hoofdwetenschapper Ed Weiler haar als ‘de moeder van de Hubble-ruimtetelescoop’. Ze stierf op 25 december 2018 een natuurlijke dood – op 93-jarige leeftijd.  Bron: NASA

SpaceX lanceert vannacht vier burgers naar de ruimte met de Crew Dragon [livestream en update]

[‘Inspiration4’ is vannacht om 02:02 NL’se tijd succesvol gelanceerd. Godspeed!] De eerste volledig door burgers bemande orbitale ruimtemissie ‘Inspiration4’ zal vannacht 16 september om 02:22 NL’se tijd  gelanceerd worden. De Crew Dragon van SpaceX vertrekt met vier burgers aan boord voor een driedaagse missie om de aarde. De Dragon wordt gelanceerd op een Falcon 9 draagraket vanaf launchpad 39A op NASA’s Kennedy Space Center. Voorafgaand aan de lancering was er nog een laatste hobbel in de vorm van een ‘static fire test’ die op 13 september werd uitgevoerd. Deze was succesvol en de geplande lancering, die in mei j.l. aangekondigd werd, kan doorgang vinden. De vier astronauten zijn Jared Isaacman, Chris Sembroski, Haley Arceneau en Sian Proctor. Jared Isaacman vergaarde een fortuin met zijn bedrijf ‘Shift4 payments’. Hij kocht vier zitplaatsen, waaronder een voor zichzelf en twee andere plaatsen verlootte hij  onder mensen die geld gedoneerd hebben aan het St. Jude ziekenhuis in Memphis. Dit zijn Hayley Arceneaux, een medisch assistent in het St. Jude’s ziekenhuis, zij verzet veel werk voor het kankeronderzoek en Chris Sembroski. Sembroski is een veteraan van de Amerikaanse luchtmacht en assisteert bij ruimtevaartkampen voor jongeren. De vierde gelukkige is Sian Procot. Zij is een geowetenschapper en ‘Afrofuturism’ ruimteartiest, haar kunstwerk leverde de zitplaats voor de missie op.

De Crew Dragon op lanceerplatform 39A op NASA’s Kennedy Space Center in Florida. Credit: Loganblade/Wikipedia.

De Crew Dragon is dus niet op weg naar het International Space Station (ISS), maar zal in plaats daarvan drie dagen vrij rond de aarde vliegen voordat het voor de kust van Florida weer naar de aarde zal terugkeren. De Dragon zal op een hoogte van rond de 590 km rond de aarde reizen en zo ook hoger dan het ISS komen. Naast dat het viertal in gewichtloosheid ongetwijfeld van het spectaculaire uitzicht op de aarde, ook wel ‘overview effect‘ genoemd, zal gaan genieten zullen ze ook nog de handen uit de mouwen moeten steken. Er worden meerdere experimenten uitgevoerd tijdens deze vlucht. Hiervoor heeft het viertal een maandenlange intensieve training gevolgd. De ‘Inspiration4’ missie markeert de 23e missie van het jaar voor SpaceX, de vierde bemande missie in totaal voor het bedrijf en de eerste bemande missie die volledig bestaat uit burgers. De eerste trap van de raket zal naar verwachting landen op het droneschip van SpaceX, ‘Just read the instructions’. In echte SpaceX-stijl hebben zowel de Dragon-capsule als de raket eerder gevlogen. Voor deze missie is de Dragon-bemanningscapsule dezelfde die de Crew-1-astronauten in november 2020 naar de ruimte bracht, op de missie genaamd Resilience. De boosterraket begint aan zijn derde missie, nadat deze eerder twee GPS-satellieten de ruimte in heeft gebracht voor de Amerikaanse Space Force. De countdown is ook live te volgen bij Netlfix. Bronnen: Space.com/NASA/SpaceX

Boekrecensie Sekret Machines: Man ‘De alien als parasiet van de mens?’ (1/2)

Is de mens slechts een instrument in een parasitaire cyclus met aliens? Zit dit scenario voorgeprogrammeerd in ons, in ons DNA bijvoorbeeld, en is aliencontact een expressie van dit scenario? Deze ideëen bevatten de kern van het lijvige boek ‘Sekret Machines; Gods, Man, War’. Het boek is het tweede deel uit de gelijknamige trilogie, samengesteld en uitgegeven door To The Stars Academy of Arts and Science, waarin het UAP/alien-fenomeen m.b.t. wetenschappelijk onderzoek centraal staat. De auteurs zijn TTAAS‘ Tom DeLonge en Peter Levenda. Meer over TTAAS, zie deze AB en een overzicht van blogs over UAP’s zie deze Recap. Met deze blogs ‘De alien als parasiet van de mens?’ en ‘Gray’s anatomie of cyborg?’, wil ik de beladen vraagstukken belichten die het UAP/alien-onderzoek tarten. Voor alles betoogt het boek een multidisciplinaire aanpak van ‘het fenomeen’, en wil het het grote publiek bewegen tot het verlaten van hokjesdenken aangaande deze materie, wat tevens de reden is dat ik deze blogs presenteer. Een brede selectie aan onderzoeksvelden wordt geïntroduceerd – genetica, neurobiologie, psychologie, robotica – en gerelateerd aan het thema. Het boek noopt tot het verlaten van het universele, populaire beeld van een ‘vliegende schotel van onbekende, mogelijk buitenaardse, oorsprong’, het weerspiegelt slechts een fractie van ‘het fenomeen’. ‘Man’ zet helder uiteen, dat er sprake is van een scala aan onverklaarbare verschijnselen waarvan UAP/alien(contact) deel uitmaakt. (De klassieke driedeling ‘close encounters of the 1st, 2nd, en 3rd kind’ ooit door Allen J. Hynek bedacht, vertroebelt het beeld van UAP’s en aliens en staat dieper inzicht in de weg). In één adem wordt naast de empirische wetenschap, ook de ‘rejected knowledge’, kennis m.b.t. telepathie, remote viewing enz. in relatie tot ‘het fenomeen’ behandeld. Onder de noemer ‘paranormale fenomenen’ schuilde deze kennis eeuwenlang bij religieuze instituties, laatstgenoemden (be)- en veroordeelden de ‘lijders’ hieraan. De rol van deze instituties werd gemarginaliseerd, en de psychologie, vulde deels dit vacuüm. Blog 1 gaat in op de problematiek inzake de definitiebepaling van UAP/alien(contact), op ‘alienontvoeringen’ vanwege de direct aantoonbare fysiologische schade bij getroffen personen, alsook de opkomst van de zogenoemde ‘psy-ops’, geïnitieerd door het Amerikaanse militair apparaat na WOII. De politiek-sociaal-culturele context is die van de strijd om de wereldsuprematie, de, vanuit het  perspectief van het vrije westen dreigende communistische regimes, het wetenschappelijk onderzoek na WOII, het verschil in perceptie van religie in diverse politieke systemen, en o.a. taal- en media gerelateerde zaken die invloed hebben op de interpretatie van ‘het fenomeen’.

UFO-vorm wolkendek, credits; wikimedia commons

Sekret Machines definieert UAP’s als volgt: “Het gaat niet alleen om feitelijke waarnemingen – inclusief maar niet beperkt tot foto’s, film, radarsporen, enz., maar soms ook om fysiek contact met de aarde en met mensen op aarde. Het gaat om verschillende vormen van communicatie; schendingen van wat wij verstaan onder fysieke wetten; onmogelijke vormen van voortstuwing; psychologische desoriëntatie bij waarnemers; fysiek trauma voor waarnemers; anomalieën van alle soorten; paranormale gebeurtenissen, waaronder telepathie, telekinese, enz. resulterend in confusie in politieke militaire en industriële sectoren. Dit is een fenomeen dat zich al sinds de vroegste dagen van de opgetekende geschiedenis voordoet, vrijwel zonder noemenswaardige afwijkingen van tijdperk tot tijdperk. Dus om het te karakteriseren als UFO of UAP of vliegende schotels, enz., is hopeloos ontoereikend. In plaats daarvan willen we alle bovenstaande kenmerken en ervaringen onder de enkele rubriek van het ‘fenomeen’ onderbrengen.”

Indeling boek ‘Sekret Machines; Man’, tweeluik blogs, ‘Fight the future’
Het boek ‘Man’ is opgedeeld in drie delen van ieder vijf hoofdstukken en telt 423 bladzijden inclusief inhoud en bibliografie. Deeltitels zijn ‘Genetics and the ET-hypothesis’, ‘Consciousness’ en ‘Human-Machine Symbiosis’. Beladen vraagstukken worden gelanceerd: is DNA, drager van ons erfeljk materiaal, het ontwerp van een onbekende, al dan niet buitenaardse, intelligentie? En heeft zo’n intelligentie DNA al dan niet bewust verspreid o.a. hier op aarde, met de bedoeling het te laten floreren en het uiteindelijk in ‘eigen’ voordeel te gebruiken, m.a.w. is er sprake van een parasitaire relatie? En is dit gebeurd door een ‘EBE‘ (extraterrestrische biologische entiteit) of een ‘sentient machine’ i.d. vertaald als ‘bewustzijnsmachines’? En hoe bepaalt men wat het verschil is tussen deze? En als de mens slechts een met bewustzijn behepte machine is – gecreëerd door zo’n alien entiteit – zijn er personen onder ons die, mogelijk via een mind-control mechanisme, in staat zijn contact te leggen met dit ‘alien’ (zie o.a. het Hills-incident)? Is ‘reverse-engineering’ van dit mechanisme ooit overwogen voor aliencontact? Het boek speculeert ook over ‘alien anti-lichamen’, welke rebellie tegen ongewenste ‘alien-invloed’ zou vormen en betreedt zo, door hiermee een sprong te maken naar rassenleer, het mijnenveld van de eugenetica. Blog 2 stelt aliencontact ervaringen gerelateerd aan telepathie, neurobiologie en quantum mechanica centraal. I.p.v. op DNA-niveau wordt er op atomair niveau gekeken naar de stand van zaken m.b.t. kennis over het bewustzijn en de implicaties voor inzicht in het UAP/alien(contact). Vragen als; waar zetelt het bewustzijn? Evolueert ons bewustzijn verder? En is de vrije wil een mogelijke expressie van ‘rebellie’ tegen aliencontact? worden gesteld. Vervolgens wordt de anatomie van aliens in contactervaringen uitgelicht. Benadrukt wordt de gemene deler, de beschrijving van aliens als uniforme, empathieloze wezens. Deze is dominant, en duidt, aldus het boek, op aliens als ‘sentient machines’. Tenslotte wijst het boek op een mogelijke valkuil m.b.t. geavanceerde technologie. Onze verwoede pogingen tot het bouwen van cyborgs, à la Gray’s anatomie, is nu juist het doel van aliens die in een eindstadium van ontwikkeling staan. Wordt de mens al dan niet bewust gedwongen tot fabricatie van een empathieloze versie van zichzelf? Is dit het geval, aldus ‘Man’, zouden aliens de mens klem zetten in een parasitaire cyclus en ons als machine gebruiken om zelf verder te komen? En is deze staat van door onszelf gecreëerde ‘convergence’, de ‘human-machine symbiosis’ een eindpunt? En noopt dit alles ons tot, zoals de subtitel luidt van de X-filesfilm ‘Fight the future‘?

Één met de goden, grenslijn tussen leven en niet-leven
Het eerste boek ‘Gods‘ exploreerde vermeend aliencontact bij oude culturen. Het stelt dat de drang om wereldwijd beschavingen te laten ontstaan rond(om) architectuur en religieuze teksten die gelinkt waren aan hemelse figuren sterke aanwijzingen voor aliencontact vormen. Boek 2 Man’ daarentegen belicht, aan de hand van voorbeelden, de materie uit wetenschappelijk oogpunt. Gerenommeerde wetenschappers hebben vastgesteld dat er bij de door hen onderzochte aliencontact ervaringen sprake was fysieke en mentale trauma’s veroorzaakt door onverklaarbare fenomenen in de vorm van UAP/aliencontact. Een vooraanstaand Harvard Medical School psychiater prof. John Mack (1926-2004) onderzocht naast het PTSD trauma van het echtpaar Hills ten gevolge van UFO/aliencontact op 20 september 1961, nog honderden andere dergelijke zaken. Mack stelde, en ik citeer: “I would never say, yes, there are aliens taking people. I would say there is a compelling powerful phenomenon here that I can’t account for in any other way that is mysterious.” Psychiater en radioloog Dr. Chris Green onderzocht medische dossiers inzake het Rendlesham Forest UAP-incident in Engeland in december 1980. De conclusies waren verrassend. Verder is de ‘Directed panspermia’-theorie van geneticus en nobelprijswinnaar Francis Crick prominent in dit eerste deel; leidt de kennis over het DNA ons tot dieper inzicht in ‘het fenomeen’? Aldus gaat dit boek en blog, en ik citeer Harry Reid, uitgesproken apologeet van meer UAP-onderzoek en betrokken bij AATIP en TTAAS: This is about science and national security” .

DNA streng deposit photos

De theorie van Francis Crick e.a. waarin DNA mogelijk doelbewust gezaaid hier is op aarde om op een planeet te floreren wordt in ‘Man’ gecombineerd met het idee ‘dat aliens van deze ontwikkeling uiteindelijk profiteren’. Eenmaal gelanceerd in het boek werpt dit idee zijn licht vooruit in de discussie over de grenslijn tussen wat ‘leven’ en ‘niet-leven’ inhoudt. Nu de mens inmiddels zelf op het punt staat een machine naar zijn evenbeeld te creëeren, en, mogelijk in de toekomst m.b.v. AI, zelfs een met bewustzijn behepte machine (ervan uitgaande dat bewustzijn niet het exclusief terrein is van biologische structuren maar ook van geavanceerde machines) en, daar wij onszelf beschouwen als biologische entiteiten, we ons ook af moeten gaan vragen of deze UAP/aliens mogelijk niet slechts EBE’s zijn maar ‘sentient machines’. Zijn de ‘alien figuren uit onze persoonlijke ervaringen, van camera- of radarbeelden, mogelijk creaties van bewustzijnsmachines die hun tijd vooruit zijn? Hieruit spruit voort de vraag of wij, mensen, in de toekomst nog wel onderscheid kunnen maken tussen wel of niet organisch leven? En wat dan, als ‘wij’ geen onderscheid kunnen ontwaren? En kunnen ‘zij’ dit wel? Daarom noopt het boek met name de alienontvoeringszaken te bekijken, de slachtoffers vertonen de tekenen van fysiologisch contact met ‘het fenomeen’ en biedt mogelijk dieper inzicht in de materie dan ooggetuigenverslagen of beelden alleen. Gerespecteerde wetenschappers als Mack en Green, Hal Puthoff e.v.a. bestudeerden deze (neuro)biologische sporen, en het boek stelt, ik citeer: “It’s the ‘Man’ variable in Sekret Machines; it’s the Phenomenon leaving fingerprints at the scene of the crime.”

Interpretatie UFO’s versus de ervaring van ‘het fenomeen’
Toen de as van WOII was neergedaald en de strijd om de politieke wereldsuprematie in volle hevigheid woedde, met o.a. de (atoom)wapenwedloop, de Korea-oorlog, de jacht op de ‘commies’ in de VS als gevolg, worstelde de VS met een storm aan UFO-meldingen. In het kielzog van deze strijd, ontsproten uiterst geheime defensie-projecten als ‘Manhattan’, ‘Vanguard’ en ‘MK-Ultra‘. Er moest met deze UFO-incidenten (met ‘Roswell‘ als bekendste) korte metten gemaakt worden. Het nationale luchtruim was ’the new frontier’, en moest gecontroleerd en verdedigd worden. De USAF werd in 1947 als zelfstandige defensietak opgericht, het publiek moest zich van alles wat zich in het luchtruim afspeelde afzijdig houden. In 1951 werd er op instigatie van de Amerikaanse regering project Sign (later Blue Book) opgericht. Privé UFO-groeperingen werden verboden, BB onderzocht de UFO-meldingen, de meeste werden uitgelegd als weerfenomenen of ballonnen, aliencontact werd afgedaan als hallucinatie, slaapparalyse of jeugdtrauma. Het is daarom dat ‘Man’, aan de hand van enkele bekende voorbeelden, de psychologische, neurologische en effecten t.g.v. UAP/aliencontact van de getroffen personen bespreekt in relatie tot hoe dit opgevat werd door de overheid, wetenschappers en het publiek. Stap voor stap toont het boek, met als eerste voorbeeld het echtpaar Hill, hoe hun zwaar traumatische ervaring met aliencontact afgedaan werd als jeugdtrauma maar uiteindelijk belandt op de professionele snijtafel van gerenommeerd Harvard psychiater professor John Mack. Het Hill-incident plaveide het pad voor een serieuzere en brede aanpak van het UAP/aliencontact fenomeen. Enerzijds was er dus de neiging om vanuit de wetenschap de UAP/aliencontact ervaringen serieuzer te nemen, anderzijds, zo benadrukt het boek, werd dit deels teniet gedaan door de door cultuur bepaalde kaders van taalgebruik, media, enz. los te laten op deze hoog mysterieuze persoonlijke ervaringen, ik citeer: “As we have seen in Sekret Machines; Gods, human beings perceive this Phenomenon in different ways depending on their cultural conditioning but the Phenomenon still exists as an event seperate from normal waking (and sleeping) reality and is perceived accordingly.” De ervaringen rammelen aan de gevestigde sociaal-culturele kaders. En de oorzaak van het zwaar geconditioneerde tegengeluid, aldus de auteurs ligt er deels in dat onze wetenschap de aan het bewustzijn gerelateerde velden als religie en mystiek links laat liggen, de mysterieuze ervaringen worden in ongeschikt jargon uitgedrukt. De Hills spraken terughoudend over hun ervaringen, deden dit in ‘cultuurbesmet’ taalgebruik, maar dit deed niets af aan de ervaring zelf. Een ervaring, even mysterieus, als ‘anders’ dan welke menselijke ervaring ook, ik citeer: “..that there is a ‘heavy consciousness’ aspect to the UFO experience is undeniable. In fact, it would seem that many of those who later claimed an abduction experience were UFO witnesses first, sometimes on the very same day, as in the case of the Hills. This is why it is so difficult to separate the observation of what appear to be very material, very physical aerial craft from the psychological effects they seem to produce in witnesses. This is a unique aspect of the Phenomenon, something that sets it apart from other types of human experiences.” Dit aspect dwingt, aldus het boek, tot het stellen van de wezenlijke vraag: “Is there a context for the alien abductee experience and to what extent is it related to the UFO phenomenon?” en wendt zich daarom tot twee zeer bekende UFO-incidenten waar de fysieke schade ten gevolge van een UAP-encounter onomstotelijk bewezen is.

UFO artistieke impressie credits; Pixabay

Het boek stelt dat tussen het waarnemen van UAP’s en de alienontvoeringen er een ‘intermediair’ type encounter is. UAP-encounters die (neuro)biologische schade veroorzaakten. Juist deze zijn van belang daar ze biologisch tastbaar bewijs aandragen van contact tussen mensen en ‘het fenomeen’. Deze biologische sporen zijn mogelijk veelzeggender dan videomateriaal en ooggetuigenverklaringen, en vormen a.h.w. de ‘vingerafdrukken’ van ‘het fenomeen’. De twee incidenten, Rendlesham Forest (26 en 28 december 1980) en Cash-Landrum (29 december 1980), speelden zich vrijwel gelijktijdig af maar in verschillende delen van de wereld, resp. Woodbridge (GB) en Texas (VS). Tijdens de encounters die door meerdere personen waargenomen werden raakten enkele van hen die nabij de UAP kwamen zeer ernstig gewond. In de nasleep van beide zaken hebben vooraanstaande neurobiologen de medische dossiers (het RF medisch rapport is zeer lang geheim gebleven) onder de loep genomen en deden onthutsende ontdekkingen. De medische schade die o.a. bij USAF Airman 1st class John Burroughs voor een defecte hartklep zorgde, was ontstaan t.g.v. elektromagnetische straling. In beide zaken werd de fysieke schade uiteindelijk t.g.v. een UAP-ontmoeting  gerapporteerd. De RF-rechtszaak leidde tot een ‘Catch-22‘ situatie voor het leger; dit kwam erop neer dat het leger wel moest toegeven dat de schade niet van hun militaire apparaten kwam, maar veroorzaakt werd door een UAP. Ook in de Cash-Landrum zaak werd geconcludeerd dat de schade aan de familie niet veroorzaakt was door een toestel of wapen van het leger maar door een UAP.

Nieuwe voedingsbodem voor speculaties, aliencontact
Nadat project Blue Book in 1969 met het Condon-rapport afgesloten werd, ontstond er in de VS een nieuwe voedingsbodem voor wilde speculaties rondom UAP’s en alienontvoeringen. Het boek stelt dat als zijeffect van geo-politieke spanningen (Vietnam-oorlog), corruptie (Watergate), en de kernwapenwedloop er sluipenderwijs een soort venijnige cocktail ontstond waarin ‘het fenomeen’ gerelateerd werd aan afschrikwekkende, duivelse praktijken. Gelardeerd met deze vleug overgebleven religieuze hysterie – als restant van eeuwenlange oppermachtige godsdienstige invloeden – en gretig gevoed door een groot aanbod aan film- en tv-producties waarin thema’s als exorcisme, enz. centraal stonden neigde een vertroebeld beeld te ontstaan van de UAP/alien ervaringen van de slachtoffers. Het boek benadrukt dat juist in deze chaotische en gespannen politieke context met name het ‘angstaspect’ a.h.w. oplicht en mensen extra bevattelijk maakt voor een psychologisch fenomeen, ooit gedefinieerd door psychiater Carl Jung, dat het ‘acausal connecting principle’ genoemd wordt; mensen zijn altijd in staat geweest om relaties op te zetten tussen fenomenen die ogenschijnljk niet bestaan in een Newtoniaans wereldbeeld. Men ‘fabriceert’ verbanden en betekenis, en zo interpreteren we de wereld om ons heen, UFO’s zijn een voorbeeld hoe we onze realiteit interpreteren. De verbeelding neemt een enorme loop, en zo ging het ook met deze materie, er werd naar hartelust geïnterpreteerd en gespeculeerd. Het publiek moest, zonder toegang tot geheime dossiers, wel zijn toevlucht nemen tot eigen interpretatie. Hieruit ontsproten revelaties als de ‘hybride alien-mens‘, holografische projecties en implantaten door aliens gezet, enz. Echter, en ik citeer: “Basically speaking, a UFO is nothing more than a machine that appears and disappears according lo laws an motivations that are unknown to us; a sekret machine.” Dit alles stond solide onderzoek naar ‘het fenomeen’ in de weg.

Mentale deformatiestoornissen ‘DSM’s’ oorzaak UAP’s?
Kortom, in het vrij westen waar geloofsvrijheid heerste, de associatie van aliens met demonen vrij spel had, en de gespannen politieke situatie ’s werelds machtigste natie verdeelde, vielen de UAP/alien ervaringen aan speculatie ten prooi. Met de expansie van lucht- en ruimtevaart verkreeg destijds het luchtruim de hoogste prioriteit, en ‘UFO’ adepten kon men in dit verband niet gebruiken. Een oplossing in dit gecreëerd vacuüm waarin en ik citeer: “Civilian authorities realize, however, that personal experience can be in conflict with – or entirely opposed to- what the state considers ‘reality”, werd gezocht in de psychologie. Naast psycho-analyse, zou men nu ook de mentale gesteldheid gaan meten. Psychologisch onderzoek o.a. in de vorm van ‘DSM-1’ (diagnostic and statistical manual of mental disorders, geïnstigeerd niet vanuit de wetenschap maar vanuit defensie, DoD) moest UFO-ervaringen in harmonie brengen met de ‘sactioned reality of science and state’. Het is het leger dat de wetenschap inzet of iets wel of niet tot de geaccepteerde realiteit behoort. Officieel luidde het devies dat DSM-experimenten noodzakelijk was soldaten voor dienstontwijking te weerhouden. De experimenten namen in de loop van de tijd steeds extremere vormen aan, zie o.a. het MK-Ultra project. Deze DSM-1 werd ingezet voor mind-control, de beheersing van de massa m.b.v. een geaccepteerde vorm van wetenschap. M.b.v. dit objectieve meten van iemands ‘sanity’ konden de UAP/alien verschijningen rustig naar het rijk der fabelen gewezen worden, en personen ‘behept’ met deze ervaringen in de DSM-1 hoek stoppen. Echter de UAP-meldingen bleven binnenstromen, ‘het fenomeen’ rammelt harder aan de kaders van het wetenschappelijk-sociaal geaccepteerde, dan dat de psychologie ze teniet kan doen. De bak met DSM-1 zaken bleek over te lopen, compleet gezonde personen lijden niet collectief aan mentale deformatiestoornissen. Men schoof deze problematiek voor zich uit, en ik citeer: “This relinquishing (afstand doen van) of authority on behalf of trusted instituions may serve a short-term goal, but in the long term it has eroded public confidence in the abilityof the state or its component parts to inform, protest, and defend them” Dit alles zou uiteindelijk de opmaat betekenen voor officieel onderzoek in de vorm van AATIP.

Felix Ziegel, USSR, astronoom, ufo-onderzoeker credits; wikimedia

Nationale veiligheid is breekpunt, leidt o.a. tot AATIP, UAP’s in de Sovjet-Unie
Konden individuen met persoonlijke UAP/alienervaringen die botsten met de ‘gesanctioneerde realiteit’ nog met een ‘DSM-1’ kluitje in het riet gestuurd worden, het DoD had wel degelijk zelf een levensgroot probleem aangaande de UAP-meldingen. De opbloei van lucht- en ruimtevaart moest de veiligheid van het luchtruim waarborgen. En in het kielzog hiervan die van nucleaire wapens en installaties. Ruim voor AATIP geinitieerd werd, werd er reeds uitgebreid gerapporteerd over uitval van deze installaties n.a.v. UAP’s, zowel in de VS als in USSR. De angst die burgers ervaarden n.a.v. UAP/alien(contact) ervaringen was één ding, maar (lucht)defensie was andere koek, en zo ik citeer: “Yes, this is a dangerous phenomenon with the capability of instigating global nuclear concflict. We have to begin a serious study with goal of protecting citizens.” Dit bleek een opmaat naar toekomstig officieel onderzoek van overheidswege, AATIP.  Het is interessant, aldus de auteurs, een vergelijk te maken tussen wat in die tijd als ‘het vrije westen’ bekend stond en de communistisch geleide regimes i.v.m. ‘het fenomeen’. In het westen werd naast de psychologische verklaringen (DSM) ook nog de invloed van religie gevoeld, deels leidde dit bijgeloof en, resulterend in hoon en spot fungeerde dit a.h.w. als censuur richting de slachtoffers van aliencontact. Het was juist in de communistische regimes, waar de antireligieuze wind doorheen waaide, dat UFO/alien-fenomenen ver van  bijgeloof afbleef. En waar alles m.b.t. dit thema in het westen grotendeels het ‘gek’ of ‘bijgeloof’- stempel opgedrukt kreeg, kreeg dat in de USSR geen kans. De tweedeling in dit land m.b.t. dit thema schepte duideljkheid, de Sovjets rapporteerden of natuurlijke fenomenen of raketcomponenten. De overige, onopgeloste 10% werd onder het kopje ‘paranormale fenomenen’ ingedeeld. Het was juist de Sovjet-Unie, die niet geassocieerd wilde worden met het door Amerikaanse defensie bedachte ‘UFO’, die de benaming ‘paranormaal fenomeen’ bedacht. Hierdoor gaf de USSR ruimte dit thema binnen het veld van de ‘rejected knowledge’ te plaatsen, en bleef ver van bijgeloof. Door deze methodische aanpak ging de Sovjet-Unie zo mogelijk nog een stap verder en exploreerde de communicatiemogelijkheden met ‘aliens’, ik citeer: “In fact the presence of UFO’s over Soviet military bases became so well known and to an extent predictable, that methods were developed by the Soviet military to determine whether communication with these objects was possible,” en verder: “So to insist that the Phenomenon is a culturally conditioned hoax is to ignore the evidence,” en “the interpretation of the Phenomenon may very well be the result of prevailing cultural attitudes but the Phenomenon does exist and does challenge the resoucrces of goverments both capitalist and communist.”

Aliens als projectie mensbeeld of autonome wezens?
Het boek stelt dat de problematiek rondom ‘het fenomeen’ deels een gevolg is van de rigide driedeling van Allen Hynek. Deze indeling volstaat niet, en ontaardt veelal in het direct linken van een UFO met ‘little green/gray men’. We projecteren een mens/machine beeld, een eigenbeeld op een mysterieus fenomeen dat mogelijk absoluut niets van doen heeft met hoe en wat wij zelf onder machines verstaan.  We zien ‘ze’ omdat we ‘ze’ wel moeten zien, een UFO als een bewust gecontroleerde machine. We creëeren zo de alien als een ‘liminal figuur‘, opdat onze onze geest zich rond het feit kan werpen dat er een fenomeen bestaat waarvoor geen andere rationele verklaring bestaat, ‘het fenomeen’ wordt geantropomorfiseerd. Stel, aldus het boek, dat we het nu eens omdraaien. Dat, in het licht van het creationisme bezien, – een god die mensen naar zijn evenbeeld ‘maakt’ – het ‘mensenras’ inderdaad eens voor als een machine project voor aliens, behept met micro niveau communicatie (de persoonlijke aliencontact-ervaringen gaan vaak gepaard met communicatie in beelden). En bij deze ervaringen is ook dominant de beschrijving dat aliens deze mensmachine als marionet, als simulacra van autonome wezens, die gefikst moeten worden beziet. De mens als ‘golem‘? (In de Joodse Golem-legende, is dit een creatie met een implantaat voor bescherming). Het is dan omgekeerd, de aliens zijn de ‘actual autonomous beings’? Zij bezitten superieuze eigenschappen en technologie en wij zijn de ‘golems’. De rol van implantaten gaat next-level’,  i.p.v. een trackmechanisme zou het een ‘activitatie van een menswezen’ of ‘controlesysteem’ kunnen zijn. Het waren de gedragswetenschapper John Lilly die reeds in de jaren ’60 bij dieren met ‘remote control’ implantaten experimenteerde en de astronoom en UFO-onderzoeker Jacque Vallée die UFO/aliencontact reeds als een multidisciplinair controlesysteem definieerde. O.a. de CIA experimenteerde tot in extremis met deze materie, van het wissen van geheugen, implantaten, hypnose, drugs (MK-Ultra) i.v.m. UAP/aliencontactproblematiek. De hamvraag, aldus het boek, waar komt al deze kennis vandaan? Is het door de mens opgedane kennis of is het kennis die voortkomt uit contact met ‘het fenomeen’? Kortom, draaide dit alles om ‘reverse engineering’ van alienmateriaal? Was er bij de CIA e.a. slechts sprake van inspiratie door verhalen over alienhybrides enz. of zou de CIA reden gehad hebben deze materie te geloven?

Allen Hynek (l) en collega astronoom en UFO deskundige Jacques Vallee credits; wikipedia

Ray Kurzweil, UAP als manifestatie voor de mens zich te prepareren voor transhumane staat?
Hoe dan ook, of wij ‘geknutselde’ bewustzijnsmachines zijn of geëevolueerde, hier of vanuit elders, biologische entiteiten, we leven inmiddels in een tijdperk waarin meer dan ooit de mens als een ‘machine’ beschouwd wordt waarin je tot op microniveau aan kunt knutselen, om het oneerbiedig uit te drukken. Google Engineering-hoofd, futuroloog en schrijver Ray Kurzweil heeft in de afgelopen jaren bijvoorbeeld breed zijn licht laten schijnen over de mogelijkheden die het component DNA biedt in o.a. de medische wereld. Het is niet dat Kurzweil ooit verwees naar alien implantaten maar dit ‘geknutsel’ aan het DNA, en al de eerdere mind-control projecten, lijken een signaal, en aldus het boek, is het alsof alle wereldwijd talrijke UAP/aliencontact ervaringen neergelegd in de verklaringen, hun licht vooruitwierpen op wat komen gaat, ik citeer: “Instead, one could make the argument that the abductee phenomenon was a visceral manifestion of those same programs, a bleed-through of the secret projects into the fears of the general population.” En vervolgt: “This juxtapostion of emotions is evidence of the type of ‘high strangeness’ that accompanies the Phenomenon, as if human beings are being made to experience a kind of psychological state for which there is no known precedent.”  Is technologie verlichting of de grootst mogelijke spirituele beproeving? En brengt het de mens aan de vooravond van een mentale staat die ongekend is, al dan niet geactiveerd door ‘het fenomeen’? Een fenomeen dat alle familiaire, emotionele gemoedstoestanden overstijgt, maar dat een eigen ruimte en regels creëert.

Cyborg, term bedacht door Nathan Kline, 1960 credits; wikimedia

Rebellie tegen de ‘goden’ die ons maakten
Of ‘het fenomeen’ al dan niet een manifestie is van alien bewustzijnmachines die contact zoeken via bepaalde uitgekozen personen, of anderzijds het resultaat is van CIA-technologie in de vorm van mind-control programma’s die op hun beurt mogelijk weer ‘afgekeken’ zouden kunnen zijn van alientechnologie, er zou, zo stelt ‘Man’, een revolte mogelijk moeten zijn tegen deze beproeving. Net zoals in de oudheid ook de mens het monster/God/? bevocht dat hem gecreëerd had, of in ieder geval ageerde tegen zijn scheppers, de pogingen waren tevergeefs. Maar in de toekomst, op het punt dat er nauwelijks meer onderscheid te maken is tussen een op een natuurlijk manier geëvolueerd wezen of een simulacra of cyborg, openbaart zich bij ons dan een soort superbewustzijn, is er sprake van een evolutie m.b.t. het bewustzijn en is onze vrije wil mogelijk een manifestie van deze rebellie? Het boek stelt en ik citeer: “We were asked to consider that some ethnicities might be carriers of specific genes that were resistant to alien manipulation and that genocide was an alien-inspired or alien-directed program to weed out any potential problems; obstacles to alien control lurking in the human gene pool as it had evolved on our planet.” Als voorbeelden draagt het boek de hybride erwtenplanten van Gregor Mendel aan en de ark van Noach, de meest gewenste exemplaren worden uitverkoren. Het boek betreedt zo het veld van de eugenetica en oppert, wat nu als er genen zijn bijvoorbeeld gelegen in ons junk-DNA die potentieel gevaarlijk voor aliens zouden zijn? M.a.w. wat als de mensheid (of een etniciteit) ‘alien anti-lichamen’ ontwikkelt die onkwetsbaar maken voor wat het ook is dat ‘het fenomeen’ voor ons in petto heeft, een voorbeeld is een ‘alienhybride’ programma. En verder, zou ‘het fenomeen’ reeds maatregelen hebben genomen om te voorkomen dat de mens zich hier meer en meer bewust van wordt. Een maatregel, zo speculeert het boek, die een mechanisme of kracht dat leidt tot een voor de mens soort ‘superbewustzijn’ van deze aanwezigheid, ontregelt. En het boek gaat dan next-level, en stelt dat polarisatie op aarde tussen mensen een opzet is van dit programma dat ‘het fenomeen’ voor ons uitgerold heeft. Alles hoogst speculatief, echter, dienen deze geopperde vraagstukken, zo bendrukt het boek, als aanzet voor verdere studie en multidisciplinair onderzoek.

Alienation
Dit alles heeft tot gevolg aldus het boek dat zich een mogelijke verklaring aandient, dat van de mens als slaaf, al sinds mensenheugenis waren verhalen rond dat de mens gecreëerd is om als slaaf van zijn schepper te dienen. In het boek wordt gesteld dat de mens, op welke manier dan ook hier op aarde terecht gekomen, we een transitie, een overgang hebben doorgemaakt van een stadium waarin we ooit als samenwerken wezens met de ons omringende natuur een eenheid vormden, we zelf scheppers werden, hierbij werd het heersen over de planeet het devies. De wetenschap en technologie gaf ons de middelen daarvoor. En overkomt ons, eender als het Adam en Eva verging, die van gasten in het paradijs, waar ze alles konden nemen behalve één ding, hiervoor gegestraft werden. Dit verklaart volgens het boek het gevoel van ‘vervreemding’, een fundamenteel sentiment, de mens is een ‘gevangene van de realiteit’. Organisch leven mag dan floreren op deze planeet, echter er zijn onnoemelijk veel aspecten aan het leven, geweld, honger, enz. die in veler ogen tot niets dient. De mens lijkt, ook al evolueerde het net als al het andere leven vanuit de Big Bang naar onze huidige staat, een anomalie van de natuur, en leidt aan een psychische conditie van ‘vervreemding’, en stelt: “Our alienation from our surroundings is not the result of our contrary nature as human beings; it is due to something far more profound.”  En mogelijk ligt dit in: “…some genetic memory that has been encoded and retained. Junk DNA perhaps; and like the stone the builders rejected, it may be the cornerstone of our particular temple.”

DNA en ‘directed panspermia’, superbewustzijn
De evolutietheorie van Darwin is in de wetenschap een feitelijk gegeven, er zijn nog enkele missing links betreffende mutaties, speciatie, echter de theorie staat als een huis. Het creationisme leeft bij een steeds kleinere groep en het ‘Intelligent Design’-theorie wordt momenteel verkend. Het was geneticus en nobelprijswinnaar Francis Crick (1916-2004), die, in het bezit van een zeer respectabelel palmares, het zich kon permitteren flink ‘out-of-the-box’ te denken. Het was Crick die stelde dat het leven op aarde mogelijk niet spontaan geëvolueerd was maar met opzet gezaaid, het was de theorie van de ‘directed panspermia’ die Crick opperde. Met collega-geneticus Leslie Orgel onderzocht hij jarenlang hoe een handvol aminozuren leven kon creëeren en in het kielzog hiervan wat de rol van bewustzijn in dit proces was. Zij stelden dat, gezien het uniforme en gestructueerde model van het DNA-molecuul, dat dit molecuul wel ontworpen moest zijn. Het DNA dat het mogelijk maakte dat het leven evolueerde van meer eenvoudige vormen naar zeer complexe vormen noopte Crick ook te bedenken dat ons bewustzijn, net als ons fysiek mogelijk meebeweegt in de evolutie, naar een superbewustzijn. En, zo vroeg Crick zich af, zijn de ‘ontwerpers van DNA’ in het bezit van identiek DNA. De jacht op bewijzen voor deze vorm van panspermie was geopend, maar is nog niet opgehelderd. Support verkreeg de theorie van enkele Russische mathematici die verder zochten in het DNA-molecuul en meer ontdekten over de structuur, ze ontdekten onder meer de zogenoemde start- en stopcodons. Crick concludeerde, ook al is er geen sluitend bewijs, dat de genetische code niet willekeurig geëvolueerd kan zijn.

Lichtzeilsonde Credits; Breakthrough Initiatives

Aliens en ‘ons’ DNA
In het licht bezien dat talloze personen met UAP/aliencontact ervaringen de aliens beschrijven als empathieloze, robotachtige wezens die ogenschijnlijk geen interesse hebben in onze gevoelens maar direct naar het lichaam gaan om te onderzoeken, lijkt dit een soort naadloos te passen in de gedachte die het boek oppert dat aliens parasieten zouden zijn en in de Crick’s panspermie theorie. Wat nu, zo stelt dit deel tenslotte, als, en ik citeer; “What if ’the Others’ own genetic evolution has reached some kind of end stage?” Is er mogelijk sprake van een aliencultuur die aan inteelt lijdt, m.a.w. zien ze zich gedwongen hun DNA een ‘reset’ te moeten bewerkstelligen, aangezien ‘ze’ zelf op een evolutionair dood spoor zitten. Het zijn slechts speculaties, stof tot nieuwe studies, een platform voor verder ondezoek, echter, zo stellen de auteurs, inmiddels staat de mens, al dan niet behept ‘alien’ of natuurlijk geëvolueerd DNA, op het punt met behulp van geavanceerde technieken als CRISPR, zwermen robotsondes naar andere stersystemen (Breakthrough Starshot), zelf ons DNA dieper dan ooit te onderzoeken, te bewerken en dieper dan ooit de ruimte in te brengen. Zijn we originele verspreiders of verspreiden we slechts opnieuw deze fascinerende, ingenieuze bouwstenen van leven, terug naar waar het vandaan komt? In deel 2 behandel ik het UAP/alienfenomeen gerelateerd aan de de thema’s ‘Consciousness’ en Human-Machine Symbiosis’, met als titel ‘Gray’s anatomie of cyborg?’. Bron: Sekret Machines: Gods, Man, War

Aardkern blijkt asymetrisch te groeien maar kantelen zal ze niet

Recent geofysisch onderzoek heeft aangetoond dat de ene helft van de aardkern, een vaste metalen bol, sneller groeit dan de andere helft. De asymetrische groei zal volgens de geofysici niet leiden tot het kantelen van de Aarde. De aardkern is het bolvormige, binnenste deel van de Aarde, dat zich uitstrekt van de onderkant van de aardmantel tot aan het middelpunt van de Aarde, welke zich op ruim 6300 km diepte bevindt. De aardkern is, sinds zijn ontstaan zo’n 4,5 miljard jaar geleden, in de loop van de tijd begonnen te kristalliseren toen de temperatuur in het centrum van de planeet daalde ‘onder het smeltpunt van ijzer bij extreme druk’, een groei van ongeveer 1 mm in de straal per jaar. Nieuw onderzoek o.l.v. seismoloog Daniel A. Frost, stelt dat deze toename in omvang mogelijk asymmetrisch is en dat het oostelijke deel van de binnenkern, onder Azië, sneller groeit dan het westelijke deel van de kern dat onder Amerika ligt. De asymetrische groei komt doordat de planeet sneller warmte uit sommige delen van de binnenkern (inner core) zuigt. Maar daar de vaste binnenkern onderhevig is aan zwaartekracht die de nieuwe groei gelijkmatig verdeelt door een proces van inwendige stroming, handhaaft zich de bolvorm van de binnenkern.

Aarde opbouw Credits; NASA/SSI

Metalen kern koelt af en stolt tot homogene bol
Directe observatie van de kern, zo enorm diep, is onmogelijk. Het gecombineerd werk van seismologen, geodynamici en materiaalfysici moet meer inzicht geven in de processen aldaar. Deze studie duidt op asymetrische kerngroei, en heeft weer nieuw inzicht gegeven in de vorming van de Aarde en haar magnetisch veld. De aardkern is 4,5 miljard jaar oud, in de eerste 200 miljoen jaar trok de zwaartekracht het zwaardere ijzer naar het centrum van de planeet en liet de rotsachtige silicaatmineralen achter om mantel en korst te vormen. Bij de vorming werd veel warmte vastgelegd in de planeet en het verlies van deze warmte en de opwarming door aanhoudend radioactief verval hebben sindsdien de evolutie van onze planeet gestimuleerd. Warmteverlies in het aardse centrum drijft de krachtige stroming in de buitenste kern van vloeibaar ijzer aan, die het magnetische veld van de aarde creëert. Afkoeling in het diepe binnenste van de aarde drijft de platentektoniek aan, die het planeetoppervlak vormt. Toen de aarde in de loop van de tijd afkoelde, daalde de temperatuur in het midden van de planeet uiteindelijk onder het smeltpunt van ijzer bij extreme druk, en de binnenste kern begon te kristalliseren. De binnenkern groeit nu elk jaar met een straal van ong. 1 mm, wat neerkomt op het stollen van 8000 ton gesmolten ijzer per seconde. Over miljarden jaren leidt dit tot een compleet vaste kern, waardoor de aarde zonder zijn beschermende magnetische veld achterblijft. Er zou uit deze stolling een homogene vaste bol gecreëerd moeten worden, maar dit is niet zo. Zo’n 30 jaar geleden realiseerde wetenschappers zich dat de snelheid van seismische golven die door de binnenkern reizen onverwachts varieerde. Dit suggereerde dat er ‘iets asymmetrisch’ aan de hand was. Met name de oostelijke helften (Azië, de Indische Oceaan en de westelijke Pacific) en westelijke helften (Amerika, Atlantische Oceaan en de oostelijke Pacific) van de binnenkern vertoonden variaties in seismische golfsnelheid.

M.b.v. nieuwe seismische data, geodynamische modellering en schattingen van hoe ijzerlegeringen zich onder hoge druk gedragen, ontdekte het team dat de oostelijke binnenkern onder de Bandazee van Indonesië sneller groeit dan de westelijke kant onder Brazilië. De oorzaak is dat de planeet sneller warmte uit sommige delen van de binnenkern zuigt dan uit andere delen. Daar echter de vaste binnenkern onderhevig is aan zwaartekracht die de nieuwe aangroei gelijkmatig verdeelt door een proces van inwendige stroming, wordt de bolvorm van de kern gehandhaafd. Dit houdt in dat er geen kantelingsgevaar is, hoewel deze ongelijke groei wel wordt geregistreerd in de seismische golfsnelheden in de binnenkern van de planeet. De onderzoekers stelden ook vast dat de binnenkern (inner core) – in het centrum van de hele kern die veel eerder gevormd is – tussen de 500 miljoen en 1500 miljoen jaar oud is, relatief jong dus. Een kanttekening bij deze studie is wel dat enkele fysieke aannames van de auteurs waar moeten zijn voor deze uitkomst. Hun model werkt bv alleen als de binnenkern bestaat uit één specifieke kristallijne fase van ijzer, waarover enige onzekerheid bestaat. Maar het is niet ongewoon dat planeten helften hebben die van elkaar verschillen. De korst aan de verre zijde van de maan is chemisch verschillend van de korst aan de andere kant. En op Mercurius en Jupiter is niet het oppervlak ongelijk, maar het magnetisch veld, dat geen spiegelbeeld vormt tussen noord en zuid.

Structuur Aarde Credits; University of Austin, TX/NASA

Mysterieuze nieuwe aardlaag ontdekt
Recent werd er nog een bijzonderheid aangaande de aardkern onthuld. Geofysici van de Australian National University ontdekten dat de
binnenkern van de aarde twee afzonderlijke lagen kan hebben – i.t.t. wat algemeen werd aangenomen. De aarde bezit vier hoofdlagen; korst, mantel, de buitenste en de binnenste kern. De fysici die hun onderzoek publiceerden in het Journal of Geophysical Research, ontdekten m.b.v. een zoekalgoritme, die duizenden modellen van de massieve kern van de aarde analyseerde en vergeleek met bestaande data over seismische golven, dat de binnenkern nog een verborgen laag zou herbergen. Volgens PhD-onderzoekster Joanne Stephenson werd dit idee decennia eerder geopperd maar nooit uitgezocht. Stephenson stelt dat deze ‘binnenste binnenkern’ van de aarde er mogelijk op duidt dat er zich een onbekende gebeurtenis in de geschiedenis van de aarde heeft voorgedaan: “We hebben bewijs gevonden dat kan duiden op een verandering in de structuur van ijzer, wat misschien twee afzonderlijke afkoelingsgebeurtenissen in de geschiedenis van de aarde suggereert.” Bronnen: TheNextWeb/The Conversation/NASA/ANU/University of Austin, Texas