SpaceX lanceert vannacht vier burgers naar de ruimte met de Crew Dragon [livestream en update]

[‘Inspiration4’ is vannacht om 02:02 NL’se tijd succesvol gelanceerd. Godspeed!] De eerste volledig door burgers bemande orbitale ruimtemissie ‘Inspiration4’ zal vannacht 16 september om 02:22 NL’se tijd  gelanceerd worden. De Crew Dragon van SpaceX vertrekt met vier burgers aan boord voor een driedaagse missie om de aarde. De Dragon wordt gelanceerd op een Falcon 9 draagraket vanaf launchpad 39A op NASA’s Kennedy Space Center. Voorafgaand aan de lancering was er nog een laatste hobbel in de vorm van een ‘static fire test’ die op 13 september werd uitgevoerd. Deze was succesvol en de geplande lancering, die in mei j.l. aangekondigd werd, kan doorgang vinden. De vier astronauten zijn Jared Isaacman, Chris Sembroski, Haley Arceneau en Sian Proctor. Jared Isaacman vergaarde een fortuin met zijn bedrijf ‘Shift4 payments’. Hij kocht vier zitplaatsen, waaronder een voor zichzelf en twee andere plaatsen verlootte hij  onder mensen die geld gedoneerd hebben aan het St. Jude ziekenhuis in Memphis. Dit zijn Hayley Arceneaux, een medisch assistent in het St. Jude’s ziekenhuis, zij verzet veel werk voor het kankeronderzoek en Chris Sembroski. Sembroski is een veteraan van de Amerikaanse luchtmacht en assisteert bij ruimtevaartkampen voor jongeren. De vierde gelukkige is Sian Procot. Zij is een geowetenschapper en ‘Afrofuturism’ ruimteartiest, haar kunstwerk leverde de zitplaats voor de missie op.

De Crew Dragon op lanceerplatform 39A op NASA’s Kennedy Space Center in Florida. Credit: Loganblade/Wikipedia.

De Crew Dragon is dus niet op weg naar het International Space Station (ISS), maar zal in plaats daarvan drie dagen vrij rond de aarde vliegen voordat het voor de kust van Florida weer naar de aarde zal terugkeren. De Dragon zal op een hoogte van rond de 590 km rond de aarde reizen en zo ook hoger dan het ISS komen. Naast dat het viertal in gewichtloosheid ongetwijfeld van het spectaculaire uitzicht op de aarde, ook wel ‘overview effect‘ genoemd, zal gaan genieten zullen ze ook nog de handen uit de mouwen moeten steken. Er worden meerdere experimenten uitgevoerd tijdens deze vlucht. Hiervoor heeft het viertal een maandenlange intensieve training gevolgd. De ‘Inspiration4’ missie markeert de 23e missie van het jaar voor SpaceX, de vierde bemande missie in totaal voor het bedrijf en de eerste bemande missie die volledig bestaat uit burgers. De eerste trap van de raket zal naar verwachting landen op het droneschip van SpaceX, ‘Just read the instructions’. In echte SpaceX-stijl hebben zowel de Dragon-capsule als de raket eerder gevlogen. Voor deze missie is de Dragon-bemanningscapsule dezelfde die de Crew-1-astronauten in november 2020 naar de ruimte bracht, op de missie genaamd Resilience. De boosterraket begint aan zijn derde missie, nadat deze eerder twee GPS-satellieten de ruimte in heeft gebracht voor de Amerikaanse Space Force. De countdown is ook live te volgen bij Netlfix. Bronnen: Space.com/NASA/SpaceX

Boekrecensie Sekret Machines: Man ‘De alien als parasiet van de mens?’ (1/2)

Is de mens slechts een instrument in een parasitaire cyclus met aliens? Zit dit scenario voorgeprogrammeerd in ons, in ons DNA bijvoorbeeld, en is aliencontact een expressie van dit scenario? Deze ideëen bevatten de kern van het lijvige boek ‘Sekret Machines; Gods, Man, War’. Het boek is het tweede deel uit de gelijknamige trilogie, samengesteld en uitgegeven door To The Stars Academy of Arts and Science, waarin het UAP/alien-fenomeen m.b.t. wetenschappelijk onderzoek centraal staat. De auteurs zijn TTAAS‘ Tom DeLonge en Peter Levenda. Meer over TTAAS, zie deze AB en een overzicht van blogs over UAP’s zie deze Recap. Met deze blogs ‘De alien als parasiet van de mens?’ en ‘Gray’s anatomie of cyborg?’, wil ik de beladen vraagstukken belichten die het UAP/alien-onderzoek tarten. Voor alles betoogt het boek een multidisciplinaire aanpak van ‘het fenomeen’, en wil het het grote publiek bewegen tot het verlaten van hokjesdenken aangaande deze materie, wat tevens de reden is dat ik deze blogs presenteer. Een brede selectie aan onderzoeksvelden wordt geïntroduceerd – genetica, neurobiologie, psychologie, robotica – en gerelateerd aan het thema. Het boek noopt tot het verlaten van het universele, populaire beeld van een ‘vliegende schotel van onbekende, mogelijk buitenaardse, oorsprong’, het weerspiegelt slechts een fractie van ‘het fenomeen’. ‘Man’ zet helder uiteen, dat er sprake is van een scala aan onverklaarbare verschijnselen waarvan UAP/alien(contact) deel uitmaakt. (De klassieke driedeling ‘close encounters of the 1st, 2nd, en 3rd kind’ ooit door Allen J. Hynek bedacht, vertroebelt het beeld van UAP’s en aliens en staat dieper inzicht in de weg). In één adem wordt naast de empirische wetenschap, ook de ‘rejected knowledge’, kennis m.b.t. telepathie, remote viewing enz. in relatie tot ‘het fenomeen’ behandeld. Onder de noemer ‘paranormale fenomenen’ schuilde deze kennis eeuwenlang bij religieuze instituties, laatstgenoemden (be)- en veroordeelden de ‘lijders’ hieraan. De rol van deze instituties werd gemarginaliseerd, en de psychologie, vulde deels dit vacuüm. Blog 1 gaat in op de problematiek inzake de definitiebepaling van UAP/alien(contact), op ‘alienontvoeringen’ vanwege de direct aantoonbare fysiologische schade bij getroffen personen, alsook de opkomst van de zogenoemde ‘psy-ops’, geïnitieerd door het Amerikaanse militair apparaat na WOII. De politiek-sociaal-culturele context is die van de strijd om de wereldsuprematie, de, vanuit het  perspectief van het vrije westen dreigende communistische regimes, het wetenschappelijk onderzoek na WOII, het verschil in perceptie van religie in diverse politieke systemen, en o.a. taal- en media gerelateerde zaken die invloed hebben op de interpretatie van ‘het fenomeen’.

UFO-vorm wolkendek, credits; wikimedia commons

Sekret Machines definieert UAP’s als volgt: “Het gaat niet alleen om feitelijke waarnemingen – inclusief maar niet beperkt tot foto’s, film, radarsporen, enz., maar soms ook om fysiek contact met de aarde en met mensen op aarde. Het gaat om verschillende vormen van communicatie; schendingen van wat wij verstaan onder fysieke wetten; onmogelijke vormen van voortstuwing; psychologische desoriëntatie bij waarnemers; fysiek trauma voor waarnemers; anomalieën van alle soorten; paranormale gebeurtenissen, waaronder telepathie, telekinese, enz. resulterend in confusie in politieke militaire en industriële sectoren. Dit is een fenomeen dat zich al sinds de vroegste dagen van de opgetekende geschiedenis voordoet, vrijwel zonder noemenswaardige afwijkingen van tijdperk tot tijdperk. Dus om het te karakteriseren als UFO of UAP of vliegende schotels, enz., is hopeloos ontoereikend. In plaats daarvan willen we alle bovenstaande kenmerken en ervaringen onder de enkele rubriek van het ‘fenomeen’ onderbrengen.”

Indeling boek ‘Sekret Machines; Man’, tweeluik blogs, ‘Fight the future’
Het boek ‘Man’ is opgedeeld in drie delen van ieder vijf hoofdstukken en telt 423 bladzijden inclusief inhoud en bibliografie. Deeltitels zijn ‘Genetics and the ET-hypothesis’, ‘Consciousness’ en ‘Human-Machine Symbiosis’. Beladen vraagstukken worden gelanceerd: is DNA, drager van ons erfeljk materiaal, het ontwerp van een onbekende, al dan niet buitenaardse, intelligentie? En heeft zo’n intelligentie DNA al dan niet bewust verspreid o.a. hier op aarde, met de bedoeling het te laten floreren en het uiteindelijk in ‘eigen’ voordeel te gebruiken, m.a.w. is er sprake van een parasitaire relatie? En is dit gebeurd door een ‘EBE‘ (extraterrestrische biologische entiteit) of een ‘sentient machine’ i.d. vertaald als ‘bewustzijnsmachines’? En hoe bepaalt men wat het verschil is tussen deze? En als de mens slechts een met bewustzijn behepte machine is – gecreëerd door zo’n alien entiteit – zijn er personen onder ons die, mogelijk via een mind-control mechanisme, in staat zijn contact te leggen met dit ‘alien’ (zie o.a. het Hills-incident)? Is ‘reverse-engineering’ van dit mechanisme ooit overwogen voor aliencontact? Het boek speculeert ook over ‘alien anti-lichamen’, welke rebellie tegen ongewenste ‘alien-invloed’ zou vormen en betreedt zo, door hiermee een sprong te maken naar rassenleer, het mijnenveld van de eugenetica. Blog 2 stelt aliencontact ervaringen gerelateerd aan telepathie, neurobiologie en quantum mechanica centraal. I.p.v. op DNA-niveau wordt er op atomair niveau gekeken naar de stand van zaken m.b.t. kennis over het bewustzijn en de implicaties voor inzicht in het UAP/alien(contact). Vragen als; waar zetelt het bewustzijn? Evolueert ons bewustzijn verder? En is de vrije wil een mogelijke expressie van ‘rebellie’ tegen aliencontact? worden gesteld. Vervolgens wordt de anatomie van aliens in contactervaringen uitgelicht. Benadrukt wordt de gemene deler, de beschrijving van aliens als uniforme, empathieloze wezens. Deze is dominant, en duidt, aldus het boek, op aliens als ‘sentient machines’. Tenslotte wijst het boek op een mogelijke valkuil m.b.t. geavanceerde technologie. Onze verwoede pogingen tot het bouwen van cyborgs, à la Gray’s anatomie, is nu juist het doel van aliens die in een eindstadium van ontwikkeling staan. Wordt de mens al dan niet bewust gedwongen tot fabricatie van een empathieloze versie van zichzelf? Is dit het geval, aldus ‘Man’, zouden aliens de mens klem zetten in een parasitaire cyclus en ons als machine gebruiken om zelf verder te komen? En is deze staat van door onszelf gecreëerde ‘convergence’, de ‘human-machine symbiosis’ een eindpunt? En noopt dit alles ons tot, zoals de subtitel luidt van de X-filesfilm ‘Fight the future‘?

Één met de goden, grenslijn tussen leven en niet-leven
Het eerste boek ‘Gods‘ exploreerde vermeend aliencontact bij oude culturen. Het stelt dat de drang om wereldwijd beschavingen te laten ontstaan rond(om) architectuur en religieuze teksten die gelinkt waren aan hemelse figuren sterke aanwijzingen voor aliencontact vormen. Boek 2 Man’ daarentegen belicht, aan de hand van voorbeelden, de materie uit wetenschappelijk oogpunt. Gerenommeerde wetenschappers hebben vastgesteld dat er bij de door hen onderzochte aliencontact ervaringen sprake was fysieke en mentale trauma’s veroorzaakt door onverklaarbare fenomenen in de vorm van UAP/aliencontact. Een vooraanstaand Harvard Medical School psychiater prof. John Mack (1926-2004) onderzocht naast het PTSD trauma van het echtpaar Hills ten gevolge van UFO/aliencontact op 20 september 1961, nog honderden andere dergelijke zaken. Mack stelde, en ik citeer: “I would never say, yes, there are aliens taking people. I would say there is a compelling powerful phenomenon here that I can’t account for in any other way that is mysterious.” Psychiater en radioloog Dr. Chris Green onderzocht medische dossiers inzake het Rendlesham Forest UAP-incident in Engeland in december 1980. De conclusies waren verrassend. Verder is de ‘Directed panspermia’-theorie van geneticus en nobelprijswinnaar Francis Crick prominent in dit eerste deel; leidt de kennis over het DNA ons tot dieper inzicht in ‘het fenomeen’? Aldus gaat dit boek en blog, en ik citeer Harry Reid, uitgesproken apologeet van meer UAP-onderzoek en betrokken bij AATIP en TTAAS: This is about science and national security” .

DNA streng deposit photos

De theorie van Francis Crick e.a. waarin DNA mogelijk doelbewust gezaaid hier is op aarde om op een planeet te floreren wordt in ‘Man’ gecombineerd met het idee ‘dat aliens van deze ontwikkeling uiteindelijk profiteren’. Eenmaal gelanceerd in het boek werpt dit idee zijn licht vooruit in de discussie over de grenslijn tussen wat ‘leven’ en ‘niet-leven’ inhoudt. Nu de mens inmiddels zelf op het punt staat een machine naar zijn evenbeeld te creëeren, en, mogelijk in de toekomst m.b.v. AI, zelfs een met bewustzijn behepte machine (ervan uitgaande dat bewustzijn niet het exclusief terrein is van biologische structuren maar ook van geavanceerde machines) en, daar wij onszelf beschouwen als biologische entiteiten, we ons ook af moeten gaan vragen of deze UAP/aliens mogelijk niet slechts EBE’s zijn maar ‘sentient machines’. Zijn de ‘alien figuren uit onze persoonlijke ervaringen, van camera- of radarbeelden, mogelijk creaties van bewustzijnsmachines die hun tijd vooruit zijn? Hieruit spruit voort de vraag of wij, mensen, in de toekomst nog wel onderscheid kunnen maken tussen wel of niet organisch leven? En wat dan, als ‘wij’ geen onderscheid kunnen ontwaren? En kunnen ‘zij’ dit wel? Daarom noopt het boek met name de alienontvoeringszaken te bekijken, de slachtoffers vertonen de tekenen van fysiologisch contact met ‘het fenomeen’ en biedt mogelijk dieper inzicht in de materie dan ooggetuigenverslagen of beelden alleen. Gerespecteerde wetenschappers als Mack en Green, Hal Puthoff e.v.a. bestudeerden deze (neuro)biologische sporen, en het boek stelt, ik citeer: “It’s the ‘Man’ variable in Sekret Machines; it’s the Phenomenon leaving fingerprints at the scene of the crime.”

Interpretatie UFO’s versus de ervaring van ‘het fenomeen’
Toen de as van WOII was neergedaald en de strijd om de politieke wereldsuprematie in volle hevigheid woedde, met o.a. de (atoom)wapenwedloop, de Korea-oorlog, de jacht op de ‘commies’ in de VS als gevolg, worstelde de VS met een storm aan UFO-meldingen. In het kielzog van deze strijd, ontsproten uiterst geheime defensie-projecten als ‘Manhattan’, ‘Vanguard’ en ‘MK-Ultra‘. Er moest met deze UFO-incidenten (met ‘Roswell‘ als bekendste) korte metten gemaakt worden. Het nationale luchtruim was ‘the new frontier’, en moest gecontroleerd en verdedigd worden. De USAF werd in 1947 als zelfstandige defensietak opgericht, het publiek moest zich van alles wat zich in het luchtruim afspeelde afzijdig houden. In 1951 werd er op instigatie van de Amerikaanse regering project Sign (later Blue Book) opgericht. Privé UFO-groeperingen werden verboden, BB onderzocht de UFO-meldingen, de meeste werden uitgelegd als weerfenomenen of ballonnen, aliencontact werd afgedaan als hallucinatie, slaapparalyse of jeugdtrauma. Het is daarom dat ‘Man’, aan de hand van enkele bekende voorbeelden, de psychologische, neurologische en effecten t.g.v. UAP/aliencontact van de getroffen personen bespreekt in relatie tot hoe dit opgevat werd door de overheid, wetenschappers en het publiek. Stap voor stap toont het boek, met als eerste voorbeeld het echtpaar Hill, hoe hun zwaar traumatische ervaring met aliencontact afgedaan werd als jeugdtrauma maar uiteindelijk belandt op de professionele snijtafel van gerenommeerd Harvard psychiater professor John Mack. Het Hill-incident plaveide het pad voor een serieuzere en brede aanpak van het UAP/aliencontact fenomeen. Enerzijds was er dus de neiging om vanuit de wetenschap de UAP/aliencontact ervaringen serieuzer te nemen, anderzijds, zo benadrukt het boek, werd dit deels teniet gedaan door de door cultuur bepaalde kaders van taalgebruik, media, enz. los te laten op deze hoog mysterieuze persoonlijke ervaringen, ik citeer: “As we have seen in Sekret Machines; Gods, human beings perceive this Phenomenon in different ways depending on their cultural conditioning but the Phenomenon still exists as an event seperate from normal waking (and sleeping) reality and is perceived accordingly.” De ervaringen rammelen aan de gevestigde sociaal-culturele kaders. En de oorzaak van het zwaar geconditioneerde tegengeluid, aldus de auteurs ligt er deels in dat onze wetenschap de aan het bewustzijn gerelateerde velden als religie en mystiek links laat liggen, de mysterieuze ervaringen worden in ongeschikt jargon uitgedrukt. De Hills spraken terughoudend over hun ervaringen, deden dit in ‘cultuurbesmet’ taalgebruik, maar dit deed niets af aan de ervaring zelf. Een ervaring, even mysterieus, als ‘anders’ dan welke menselijke ervaring ook, ik citeer: “..that there is a ‘heavy consciousness’ aspect to the UFO experience is undeniable. In fact, it would seem that many of those who later claimed an abduction experience were UFO witnesses first, sometimes on the very same day, as in the case of the Hills. This is why it is so difficult to separate the observation of what appear to be very material, very physical aerial craft from the psychological effects they seem to produce in witnesses. This is a unique aspect of the Phenomenon, something that sets it apart from other types of human experiences.” Dit aspect dwingt, aldus het boek, tot het stellen van de wezenlijke vraag: “Is there a context for the alien abductee experience and to what extent is it related to the UFO phenomenon?” en wendt zich daarom tot twee zeer bekende UFO-incidenten waar de fysieke schade ten gevolge van een UAP-encounter onomstotelijk bewezen is.

UFO artistieke impressie credits; Pixabay

Het boek stelt dat tussen het waarnemen van UAP’s en de alienontvoeringen er een ‘intermediair’ type encounter is. UAP-encounters die (neuro)biologische schade veroorzaakten. Juist deze zijn van belang daar ze biologisch tastbaar bewijs aandragen van contact tussen mensen en ‘het fenomeen’. Deze biologische sporen zijn mogelijk veelzeggender dan videomateriaal en ooggetuigenverklaringen, en vormen a.h.w. de ‘vingerafdrukken’ van ‘het fenomeen’. De twee incidenten, Rendlesham Forest (26 en 28 december 1980) en Cash-Landrum (29 december 1980), speelden zich vrijwel gelijktijdig af maar in verschillende delen van de wereld, resp. Woodbridge (GB) en Texas (VS). Tijdens de encounters die door meerdere personen waargenomen werden raakten enkele van hen die nabij de UAP kwamen zeer ernstig gewond. In de nasleep van beide zaken hebben vooraanstaande neurobiologen de medische dossiers (het RF medisch rapport is zeer lang geheim gebleven) onder de loep genomen en deden onthutsende ontdekkingen. De medische schade die o.a. bij USAF Airman 1st class John Burroughs voor een defecte hartklep zorgde, was ontstaan t.g.v. elektromagnetische straling. In beide zaken werd de fysieke schade uiteindelijk t.g.v. een UAP-ontmoeting  gerapporteerd. De RF-rechtszaak leidde tot een ‘Catch-22‘ situatie voor het leger; dit kwam erop neer dat het leger wel moest toegeven dat de schade niet van hun militaire apparaten kwam, maar veroorzaakt werd door een UAP. Ook in de Cash-Landrum zaak werd geconcludeerd dat de schade aan de familie niet veroorzaakt was door een toestel of wapen van het leger maar door een UAP.

Nieuwe voedingsbodem voor speculaties, aliencontact
Nadat project Blue Book in 1969 met het Condon-rapport afgesloten werd, ontstond er in de VS een nieuwe voedingsbodem voor wilde speculaties rondom UAP’s en alienontvoeringen. Het boek stelt dat als zijeffect van geo-politieke spanningen (Vietnam-oorlog), corruptie (Watergate), en de kernwapenwedloop er sluipenderwijs een soort venijnige cocktail ontstond waarin ‘het fenomeen’ gerelateerd werd aan afschrikwekkende, duivelse praktijken. Gelardeerd met deze vleug overgebleven religieuze hysterie – als restant van eeuwenlange oppermachtige godsdienstige invloeden – en gretig gevoed door een groot aanbod aan film- en tv-producties waarin thema’s als exorcisme, enz. centraal stonden neigde een vertroebeld beeld te ontstaan van de UAP/alien ervaringen van de slachtoffers. Het boek benadrukt dat juist in deze chaotische en gespannen politieke context met name het ‘angstaspect’ a.h.w. oplicht en mensen extra bevattelijk maakt voor een psychologisch fenomeen, ooit gedefinieerd door psychiater Carl Jung, dat het ‘acausal connecting principle’ genoemd wordt; mensen zijn altijd in staat geweest om relaties op te zetten tussen fenomenen die ogenschijnljk niet bestaan in een Newtoniaans wereldbeeld. Men ‘fabriceert’ verbanden en betekenis, en zo interpreteren we de wereld om ons heen, UFO’s zijn een voorbeeld hoe we onze realiteit interpreteren. De verbeelding neemt een enorme loop, en zo ging het ook met deze materie, er werd naar hartelust geïnterpreteerd en gespeculeerd. Het publiek moest, zonder toegang tot geheime dossiers, wel zijn toevlucht nemen tot eigen interpretatie. Hieruit ontsproten revelaties als de ‘hybride alien-mens‘, holografische projecties en implantaten door aliens gezet, enz. Echter, en ik citeer: “Basically speaking, a UFO is nothing more than a machine that appears and disappears according lo laws an motivations that are unknown to us; a sekret machine.” Dit alles stond solide onderzoek naar ‘het fenomeen’ in de weg.

Mentale deformatiestoornissen ‘DSM’s’ oorzaak UAP’s?
Kortom, in het vrij westen waar geloofsvrijheid heerste, de associatie van aliens met demonen vrij spel had, en de gespannen politieke situatie ‘s werelds machtigste natie verdeelde, vielen de UAP/alien ervaringen aan speculatie ten prooi. Met de expansie van lucht- en ruimtevaart verkreeg destijds het luchtruim de hoogste prioriteit, en ‘UFO’ adepten kon men in dit verband niet gebruiken. Een oplossing in dit gecreëerd vacuüm waarin en ik citeer: “Civilian authorities realize, however, that personal experience can be in conflict with – or entirely opposed to- what the state considers ‘reality”, werd gezocht in de psychologie. Naast psycho-analyse, zou men nu ook de mentale gesteldheid gaan meten. Psychologisch onderzoek o.a. in de vorm van ‘DSM-1’ (diagnostic and statistical manual of mental disorders, geïnstigeerd niet vanuit de wetenschap maar vanuit defensie, DoD) moest UFO-ervaringen in harmonie brengen met de ‘sactioned reality of science and state’. Het is het leger dat de wetenschap inzet of iets wel of niet tot de geaccepteerde realiteit behoort. Officieel luidde het devies dat DSM-experimenten noodzakelijk was soldaten voor dienstontwijking te weerhouden. De experimenten namen in de loop van de tijd steeds extremere vormen aan, zie o.a. het MK-Ultra project. Deze DSM-1 werd ingezet voor mind-control, de beheersing van de massa m.b.v. een geaccepteerde vorm van wetenschap. M.b.v. dit objectieve meten van iemands ‘sanity’ konden de UAP/alien verschijningen rustig naar het rijk der fabelen gewezen worden, en personen ‘behept’ met deze ervaringen in de DSM-1 hoek stoppen. Echter de UAP-meldingen bleven binnenstromen, ‘het fenomeen’ rammelt harder aan de kaders van het wetenschappelijk-sociaal geaccepteerde, dan dat de psychologie ze teniet kan doen. De bak met DSM-1 zaken bleek over te lopen, compleet gezonde personen lijden niet collectief aan mentale deformatiestoornissen. Men schoof deze problematiek voor zich uit, en ik citeer: “This relinquishing (afstand doen van) of authority on behalf of trusted instituions may serve a short-term goal, but in the long term it has eroded public confidence in the abilityof the state or its component parts to inform, protest, and defend them” Dit alles zou uiteindelijk de opmaat betekenen voor officieel onderzoek in de vorm van AATIP.

Felix Ziegel, USSR, astronoom, ufo-onderzoeker credits; wikimedia

Nationale veiligheid is breekpunt, leidt o.a. tot AATIP, UAP’s in de Sovjet-Unie
Konden individuen met persoonlijke UAP/alienervaringen die botsten met de ‘gesanctioneerde realiteit’ nog met een ‘DSM-1’ kluitje in het riet gestuurd worden, het DoD had wel degelijk zelf een levensgroot probleem aangaande de UAP-meldingen. De opbloei van lucht- en ruimtevaart moest de veiligheid van het luchtruim waarborgen. En in het kielzog hiervan die van nucleaire wapens en installaties. Ruim voor AATIP geinitieerd werd, werd er reeds uitgebreid gerapporteerd over uitval van deze installaties n.a.v. UAP’s, zowel in de VS als in USSR. De angst die burgers ervaarden n.a.v. UAP/alien(contact) ervaringen was één ding, maar (lucht)defensie was andere koek, en zo ik citeer: “Yes, this is a dangerous phenomenon with the capability of instigating global nuclear concflict. We have to begin a serious study with goal of protecting citizens.” Dit bleek een opmaat naar toekomstig officieel onderzoek van overheidswege, AATIP.  Het is interessant, aldus de auteurs, een vergelijk te maken tussen wat in die tijd als ‘het vrije westen’ bekend stond en de communistisch geleide regimes i.v.m. ‘het fenomeen’. In het westen werd naast de psychologische verklaringen (DSM) ook nog de invloed van religie gevoeld, deels leidde dit bijgeloof en, resulterend in hoon en spot fungeerde dit a.h.w. als censuur richting de slachtoffers van aliencontact. Het was juist in de communistische regimes, waar de antireligieuze wind doorheen waaide, dat UFO/alien-fenomenen ver van  bijgeloof afbleef. En waar alles m.b.t. dit thema in het westen grotendeels het ‘gek’ of ‘bijgeloof’- stempel opgedrukt kreeg, kreeg dat in de USSR geen kans. De tweedeling in dit land m.b.t. dit thema schepte duideljkheid, de Sovjets rapporteerden of natuurlijke fenomenen of raketcomponenten. De overige, onopgeloste 10% werd onder het kopje ‘paranormale fenomenen’ ingedeeld. Het was juist de Sovjet-Unie, die niet geassocieerd wilde worden met het door Amerikaanse defensie bedachte ‘UFO’, die de benaming ‘paranormaal fenomeen’ bedacht. Hierdoor gaf de USSR ruimte dit thema binnen het veld van de ‘rejected knowledge’ te plaatsen, en bleef ver van bijgeloof. Door deze methodische aanpak ging de Sovjet-Unie zo mogelijk nog een stap verder en exploreerde de communicatiemogelijkheden met ‘aliens’, ik citeer: “In fact the presence of UFO’s over Soviet military bases became so well known and to an extent predictable, that methods were developed by the Soviet military to determine whether communication with these objects was possible,” en verder: “So to insist that the Phenomenon is a culturally conditioned hoax is to ignore the evidence,” en “the interpretation of the Phenomenon may very well be the result of prevailing cultural attitudes but the Phenomenon does exist and does challenge the resoucrces of goverments both capitalist and communist.”

Aliens als projectie mensbeeld of autonome wezens?
Het boek stelt dat de problematiek rondom ‘het fenomeen’ deels een gevolg is van de rigide driedeling van Allen Hynek. Deze indeling volstaat niet, en ontaardt veelal in het direct linken van een UFO met ‘little green/gray men’. We projecteren een mens/machine beeld, een eigenbeeld op een mysterieus fenomeen dat mogelijk absoluut niets van doen heeft met hoe en wat wij zelf onder machines verstaan.  We zien ‘ze’ omdat we ‘ze’ wel moeten zien, een UFO als een bewust gecontroleerde machine. We creëeren zo de alien als een ‘liminal figuur‘, opdat onze onze geest zich rond het feit kan werpen dat er een fenomeen bestaat waarvoor geen andere rationele verklaring bestaat, ‘het fenomeen’ wordt geantropomorfiseerd. Stel, aldus het boek, dat we het nu eens omdraaien. Dat, in het licht van het creationisme bezien, – een god die mensen naar zijn evenbeeld ‘maakt’ – het ‘mensenras’ inderdaad eens voor als een machine project voor aliens, behept met micro niveau communicatie (de persoonlijke aliencontact-ervaringen gaan vaak gepaard met communicatie in beelden). En bij deze ervaringen is ook dominant de beschrijving dat aliens deze mensmachine als marionet, als simulacra van autonome wezens, die gefikst moeten worden beziet. De mens als ‘golem‘? (In de Joodse Golem-legende, is dit een creatie met een implantaat voor bescherming). Het is dan omgekeerd, de aliens zijn de ‘actual autonomous beings’? Zij bezitten superieuze eigenschappen en technologie en wij zijn de ‘golems’. De rol van implantaten gaat next-level’,  i.p.v. een trackmechanisme zou het een ‘activitatie van een menswezen’ of ‘controlesysteem’ kunnen zijn. Het waren de gedragswetenschapper John Lilly die reeds in de jaren ’60 bij dieren met ‘remote control’ implantaten experimenteerde en de astronoom en UFO-onderzoeker Jacque Vallée die UFO/aliencontact reeds als een multidisciplinair controlesysteem definieerde. O.a. de CIA experimenteerde tot in extremis met deze materie, van het wissen van geheugen, implantaten, hypnose, drugs (MK-Ultra) i.v.m. UAP/aliencontactproblematiek. De hamvraag, aldus het boek, waar komt al deze kennis vandaan? Is het door de mens opgedane kennis of is het kennis die voortkomt uit contact met ‘het fenomeen’? Kortom, draaide dit alles om ‘reverse engineering’ van alienmateriaal? Was er bij de CIA e.a. slechts sprake van inspiratie door verhalen over alienhybrides enz. of zou de CIA reden gehad hebben deze materie te geloven?

Allen Hynek (l) en collega astronoom en UFO deskundige Jacques Vallee credits; wikipedia

Ray Kurzweil, UAP als manifestatie voor de mens zich te prepareren voor transhumane staat?
Hoe dan ook, of wij ‘geknutselde’ bewustzijnsmachines zijn of geëevolueerde, hier of vanuit elders, biologische entiteiten, we leven inmiddels in een tijdperk waarin meer dan ooit de mens als een ‘machine’ beschouwd wordt waarin je tot op microniveau aan kunt knutselen, om het oneerbiedig uit te drukken. Google Engineering-hoofd, futuroloog en schrijver Ray Kurzweil heeft in de afgelopen jaren bijvoorbeeld breed zijn licht laten schijnen over de mogelijkheden die het component DNA biedt in o.a. de medische wereld. Het is niet dat Kurzweil ooit verwees naar alien implantaten maar dit ‘geknutsel’ aan het DNA, en al de eerdere mind-control projecten, lijken een signaal, en aldus het boek, is het alsof alle wereldwijd talrijke UAP/aliencontact ervaringen neergelegd in de verklaringen, hun licht vooruitwierpen op wat komen gaat, ik citeer: “Instead, one could make the argument that the abductee phenomenon was a visceral manifestion of those same programs, a bleed-through of the secret projects into the fears of the general population.” En vervolgt: “This juxtapostion of emotions is evidence of the type of ‘high strangeness’ that accompanies the Phenomenon, as if human beings are being made to experience a kind of psychological state for which there is no known precedent.”  Is technologie verlichting of de grootst mogelijke spirituele beproeving? En brengt het de mens aan de vooravond van een mentale staat die ongekend is, al dan niet geactiveerd door ‘het fenomeen’? Een fenomeen dat alle familiaire, emotionele gemoedstoestanden overstijgt, maar dat een eigen ruimte en regels creëert.

Cyborg, term bedacht door Nathan Kline, 1960 credits; wikimedia

Rebellie tegen de ‘goden’ die ons maakten
Of ‘het fenomeen’ al dan niet een manifestie is van alien bewustzijnmachines die contact zoeken via bepaalde uitgekozen personen, of anderzijds het resultaat is van CIA-technologie in de vorm van mind-control programma’s die op hun beurt mogelijk weer ‘afgekeken’ zouden kunnen zijn van alientechnologie, er zou, zo stelt ‘Man’, een revolte mogelijk moeten zijn tegen deze beproeving. Net zoals in de oudheid ook de mens het monster/God/? bevocht dat hem gecreëerd had, of in ieder geval ageerde tegen zijn scheppers, de pogingen waren tevergeefs. Maar in de toekomst, op het punt dat er nauwelijks meer onderscheid te maken is tussen een op een natuurlijk manier geëvolueerd wezen of een simulacra of cyborg, openbaart zich bij ons dan een soort superbewustzijn, is er sprake van een evolutie m.b.t. het bewustzijn en is onze vrije wil mogelijk een manifestie van deze rebellie? Het boek stelt en ik citeer: “We were asked to consider that some ethnicities might be carriers of specific genes that were resistant to alien manipulation and that genocide was an alien-inspired or alien-directed program to weed out any potential problems; obstacles to alien control lurking in the human gene pool as it had evolved on our planet.” Als voorbeelden draagt het boek de hybride erwtenplanten van Gregor Mendel aan en de ark van Noach, de meest gewenste exemplaren worden uitverkoren. Het boek betreedt zo het veld van de eugenetica en oppert, wat nu als er genen zijn bijvoorbeeld gelegen in ons junk-DNA die potentieel gevaarlijk voor aliens zouden zijn? M.a.w. wat als de mensheid (of een etniciteit) ‘alien anti-lichamen’ ontwikkelt die onkwetsbaar maken voor wat het ook is dat ‘het fenomeen’ voor ons in petto heeft, een voorbeeld is een ‘alienhybride’ programma. En verder, zou ‘het fenomeen’ reeds maatregelen hebben genomen om te voorkomen dat de mens zich hier meer en meer bewust van wordt. Een maatregel, zo speculeert het boek, die een mechanisme of kracht dat leidt tot een voor de mens soort ‘superbewustzijn’ van deze aanwezigheid, ontregelt. En het boek gaat dan next-level, en stelt dat polarisatie op aarde tussen mensen een opzet is van dit programma dat ‘het fenomeen’ voor ons uitgerold heeft. Alles hoogst speculatief, echter, dienen deze geopperde vraagstukken, zo bendrukt het boek, als aanzet voor verdere studie en multidisciplinair onderzoek.

Alienation
Dit alles heeft tot gevolg aldus het boek dat zich een mogelijke verklaring aandient, dat van de mens als slaaf, al sinds mensenheugenis waren verhalen rond dat de mens gecreëerd is om als slaaf van zijn schepper te dienen. In het boek wordt gesteld dat de mens, op welke manier dan ook hier op aarde terecht gekomen, we een transitie, een overgang hebben doorgemaakt van een stadium waarin we ooit als samenwerken wezens met de ons omringende natuur een eenheid vormden, we zelf scheppers werden, hierbij werd het heersen over de planeet het devies. De wetenschap en technologie gaf ons de middelen daarvoor. En overkomt ons, eender als het Adam en Eva verging, die van gasten in het paradijs, waar ze alles konden nemen behalve één ding, hiervoor gegestraft werden. Dit verklaart volgens het boek het gevoel van ‘vervreemding’, een fundamenteel sentiment, de mens is een ‘gevangene van de realiteit’. Organisch leven mag dan floreren op deze planeet, echter er zijn onnoemelijk veel aspecten aan het leven, geweld, honger, enz. die in veler ogen tot niets dient. De mens lijkt, ook al evolueerde het net als al het andere leven vanuit de Big Bang naar onze huidige staat, een anomalie van de natuur, en leidt aan een psychische conditie van ‘vervreemding’, en stelt: “Our alienation from our surroundings is not the result of our contrary nature as human beings; it is due to something far more profound.”  En mogelijk ligt dit in: “…some genetic memory that has been encoded and retained. Junk DNA perhaps; and like the stone the builders rejected, it may be the cornerstone of our particular temple.”

DNA en ‘directed panspermia’, superbewustzijn
De evolutietheorie van Darwin is in de wetenschap een feitelijk gegeven, er zijn nog enkele missing links betreffende mutaties, speciatie, echter de theorie staat als een huis. Het creationisme leeft bij een steeds kleinere groep en het ‘Intelligent Design’-theorie wordt momenteel verkend. Het was geneticus en nobelprijswinnaar Francis Crick (1916-2004), die, in het bezit van een zeer respectabelel palmares, het zich kon permitteren flink ‘out-of-the-box’ te denken. Het was Crick die stelde dat het leven op aarde mogelijk niet spontaan geëvolueerd was maar met opzet gezaaid, het was de theorie van de ‘directed panspermia’ die Crick opperde. Met collega-geneticus Leslie Orgel onderzocht hij jarenlang hoe een handvol aminozuren leven kon creëeren en in het kielzog hiervan wat de rol van bewustzijn in dit proces was. Zij stelden dat, gezien het uniforme en gestructueerde model van het DNA-molecuul, dat dit molecuul wel ontworpen moest zijn. Het DNA dat het mogelijk maakte dat het leven evolueerde van meer eenvoudige vormen naar zeer complexe vormen noopte Crick ook te bedenken dat ons bewustzijn, net als ons fysiek mogelijk meebeweegt in de evolutie, naar een superbewustzijn. En, zo vroeg Crick zich af, zijn de ‘ontwerpers van DNA’ in het bezit van identiek DNA. De jacht op bewijzen voor deze vorm van panspermie was geopend, maar is nog niet opgehelderd. Support verkreeg de theorie van enkele Russische mathematici die verder zochten in het DNA-molecuul en meer ontdekten over de structuur, ze ontdekten onder meer de zogenoemde start- en stopcodons. Crick concludeerde, ook al is er geen sluitend bewijs, dat de genetische code niet willekeurig geëvolueerd kan zijn.

Lichtzeilsonde Credits; Breakthrough Initiatives

Aliens en ‘ons’ DNA
In het licht bezien dat talloze personen met UAP/aliencontact ervaringen de aliens beschrijven als empathieloze, robotachtige wezens die ogenschijnlijk geen interesse hebben in onze gevoelens maar direct naar het lichaam gaan om te onderzoeken, lijkt dit een soort naadloos te passen in de gedachte die het boek oppert dat aliens parasieten zouden zijn en in de Crick’s panspermie theorie. Wat nu, zo stelt dit deel tenslotte, als, en ik citeer; “What if ‘the Others’ own genetic evolution has reached some kind of end stage?” Is er mogelijk sprake van een aliencultuur die aan inteelt lijdt, m.a.w. zien ze zich gedwongen hun DNA een ‘reset’ te moeten bewerkstelligen, aangezien ‘ze’ zelf op een evolutionair dood spoor zitten. Het zijn slechts speculaties, stof tot nieuwe studies, een platform voor verder ondezoek, echter, zo stellen de auteurs, inmiddels staat de mens, al dan niet behept ‘alien’ of natuurlijk geëvolueerd DNA, op het punt met behulp van geavanceerde technieken als CRISPR, zwermen robotsondes naar andere stersystemen (Breakthrough Starshot), zelf ons DNA dieper dan ooit te onderzoeken, te bewerken en dieper dan ooit de ruimte in te brengen. Zijn we originele verspreiders of verspreiden we slechts opnieuw deze fascinerende, ingenieuze bouwstenen van leven, terug naar waar het vandaan komt? In deel 2 behandel ik het UAP/alienfenomeen gerelateerd aan de de thema’s ‘Consciousness’ en Human-Machine Symbiosis’, met als titel ‘Gray’s anatomie of cyborg?’. Bron: Sekret Machines: Gods, Man, War

Aardkern blijkt asymetrisch te groeien maar kantelen zal ze niet

Recent geofysisch onderzoek heeft aangetoond dat de ene helft van de aardkern, een vaste metalen bol, sneller groeit dan de andere helft. De asymetrische groei zal volgens de geofysici niet leiden tot het kantelen van de Aarde. De aardkern is het bolvormige, binnenste deel van de Aarde, dat zich uitstrekt van de onderkant van de aardmantel tot aan het middelpunt van de Aarde, welke zich op ruim 6300 km diepte bevindt. De aardkern is, sinds zijn ontstaan zo’n 4,5 miljard jaar geleden, in de loop van de tijd begonnen te kristalliseren toen de temperatuur in het centrum van de planeet daalde ‘onder het smeltpunt van ijzer bij extreme druk’, een groei van ongeveer 1 mm in de straal per jaar. Nieuw onderzoek o.l.v. seismoloog Daniel A. Frost, stelt dat deze toename in omvang mogelijk asymmetrisch is en dat het oostelijke deel van de binnenkern, onder Azië, sneller groeit dan het westelijke deel van de kern dat onder Amerika ligt. De asymetrische groei komt doordat de planeet sneller warmte uit sommige delen van de binnenkern (inner core) zuigt. Maar daar de vaste binnenkern onderhevig is aan zwaartekracht die de nieuwe groei gelijkmatig verdeelt door een proces van inwendige stroming, handhaaft zich de bolvorm van de binnenkern.

Aarde opbouw Credits; NASA/SSI

Metalen kern koelt af en stolt tot homogene bol
Directe observatie van de kern, zo enorm diep, is onmogelijk. Het gecombineerd werk van seismologen, geodynamici en materiaalfysici moet meer inzicht geven in de processen aldaar. Deze studie duidt op asymetrische kerngroei, en heeft weer nieuw inzicht gegeven in de vorming van de Aarde en haar magnetisch veld. De aardkern is 4,5 miljard jaar oud, in de eerste 200 miljoen jaar trok de zwaartekracht het zwaardere ijzer naar het centrum van de planeet en liet de rotsachtige silicaatmineralen achter om mantel en korst te vormen. Bij de vorming werd veel warmte vastgelegd in de planeet en het verlies van deze warmte en de opwarming door aanhoudend radioactief verval hebben sindsdien de evolutie van onze planeet gestimuleerd. Warmteverlies in het aardse centrum drijft de krachtige stroming in de buitenste kern van vloeibaar ijzer aan, die het magnetische veld van de aarde creëert. Afkoeling in het diepe binnenste van de aarde drijft de platentektoniek aan, die het planeetoppervlak vormt. Toen de aarde in de loop van de tijd afkoelde, daalde de temperatuur in het midden van de planeet uiteindelijk onder het smeltpunt van ijzer bij extreme druk, en de binnenste kern begon te kristalliseren. De binnenkern groeit nu elk jaar met een straal van ong. 1 mm, wat neerkomt op het stollen van 8000 ton gesmolten ijzer per seconde. Over miljarden jaren leidt dit tot een compleet vaste kern, waardoor de aarde zonder zijn beschermende magnetische veld achterblijft. Er zou uit deze stolling een homogene vaste bol gecreëerd moeten worden, maar dit is niet zo. Zo’n 30 jaar geleden realiseerde wetenschappers zich dat de snelheid van seismische golven die door de binnenkern reizen onverwachts varieerde. Dit suggereerde dat er ‘iets asymmetrisch’ aan de hand was. Met name de oostelijke helften (Azië, de Indische Oceaan en de westelijke Pacific) en westelijke helften (Amerika, Atlantische Oceaan en de oostelijke Pacific) van de binnenkern vertoonden variaties in seismische golfsnelheid.

M.b.v. nieuwe seismische data, geodynamische modellering en schattingen van hoe ijzerlegeringen zich onder hoge druk gedragen, ontdekte het team dat de oostelijke binnenkern onder de Bandazee van Indonesië sneller groeit dan de westelijke kant onder Brazilië. De oorzaak is dat de planeet sneller warmte uit sommige delen van de binnenkern zuigt dan uit andere delen. Daar echter de vaste binnenkern onderhevig is aan zwaartekracht die de nieuwe aangroei gelijkmatig verdeelt door een proces van inwendige stroming, wordt de bolvorm van de kern gehandhaafd. Dit houdt in dat er geen kantelingsgevaar is, hoewel deze ongelijke groei wel wordt geregistreerd in de seismische golfsnelheden in de binnenkern van de planeet. De onderzoekers stelden ook vast dat de binnenkern (inner core) – in het centrum van de hele kern die veel eerder gevormd is – tussen de 500 miljoen en 1500 miljoen jaar oud is, relatief jong dus. Een kanttekening bij deze studie is wel dat enkele fysieke aannames van de auteurs waar moeten zijn voor deze uitkomst. Hun model werkt bv alleen als de binnenkern bestaat uit één specifieke kristallijne fase van ijzer, waarover enige onzekerheid bestaat. Maar het is niet ongewoon dat planeten helften hebben die van elkaar verschillen. De korst aan de verre zijde van de maan is chemisch verschillend van de korst aan de andere kant. En op Mercurius en Jupiter is niet het oppervlak ongelijk, maar het magnetisch veld, dat geen spiegelbeeld vormt tussen noord en zuid.

Structuur Aarde Credits; University of Austin, TX/NASA

Mysterieuze nieuwe aardlaag ontdekt
Recent werd er nog een bijzonderheid aangaande de aardkern onthuld. Geofysici van de Australian National University ontdekten dat de
binnenkern van de aarde twee afzonderlijke lagen kan hebben – i.t.t. wat algemeen werd aangenomen. De aarde bezit vier hoofdlagen; korst, mantel, de buitenste en de binnenste kern. De fysici die hun onderzoek publiceerden in het Journal of Geophysical Research, ontdekten m.b.v. een zoekalgoritme, die duizenden modellen van de massieve kern van de aarde analyseerde en vergeleek met bestaande data over seismische golven, dat de binnenkern nog een verborgen laag zou herbergen. Volgens PhD-onderzoekster Joanne Stephenson werd dit idee decennia eerder geopperd maar nooit uitgezocht. Stephenson stelt dat deze ‘binnenste binnenkern’ van de aarde er mogelijk op duidt dat er zich een onbekende gebeurtenis in de geschiedenis van de aarde heeft voorgedaan: “We hebben bewijs gevonden dat kan duiden op een verandering in de structuur van ijzer, wat misschien twee afzonderlijke afkoelingsgebeurtenissen in de geschiedenis van de aarde suggereert.” Bronnen: TheNextWeb/The Conversation/NASA/ANU/University of Austin, Texas

Bouwt China zijn eigen ‘Area 51’?

Area 51 in de Amerikaanse staat Nevada staat te boek als een van de zwaarst beveiligde militaire complexen in de VS. Er worden experimentele vliegtuigen en wapensystemen getest. Militair deskundigen menen dat China bezig is een dergelijk complex te bouwen in de woestijn van de autonome regio Xinjiang. De Amerikaanse bedrijven Maxar en Planet Labs die zich bezighouden met aardobservatie vanuit de ruimte hebben recentelijk satellietbeelden vrijgegeven die erop duiden dat China in Xinjiang, gelegen in het uiterste westen van het land, met constructie werkzaamheden voor geheime militaire projecten bezig is, zie hier en hier. De Chinese regio Xinjiang herbergt reeds een keur aan nucleaire en militaire faciliteiten, o.a. het Northwest Nuclear Technology Institute, de Lop Nur Nuclear Testrange en het militaire vliegveld Malan, en zou, zo ver van de bewoonde wereld een geschikte plek zijn. In Lop Nur (1959) werden er in het verleden zo’n 45 kernexplosies uitgevoerd. In 1996 werd de faciliteit buiten bedrijf gesteld. Het grootste landmark nu zijn enkele grote landingsbanen, waarvan de eerste reeds in 2016 aangelegd is. Er zijn er inmiddels drie van ieder vijf kilometer lang, in driehoekformatie.  De foto’s van Maxar en PL tonen de drastische transformatie sinds 2016, de uitbouw van Lop Nur, met landingsbanen en gebouwen. Naast de landingsbanen en gebouwen, zou er ook sprake zijn van een geheime testvlucht met een ruimtevliegtuig. En nog meer aan nucleaire technologie gerelaeerde zaken, zie hier. Dit alles inspireerde deskundigen tot een vergelijk met het Amerikaanse ‘Area 51‘, een gebied waar de grenzen van de militaire vlieg- en wapentechnologie worden opgezocht, zie bv hier.

Lop Nur Credits; NASA

De suggestie van een Chinese ‘Area 51’ equivalent noopte recentelijk militair- en ruimtevaartdeskundigen hun licht te laten schijnen over de ontwikkelingen. Een militair expert, Ankit Panda (Carnegie Vredesinstituut) stelt: “I think we’re observing what appears to be a pretty important facility for China’s military space activities that appears to be growing.”  En Jonathan McDowell van het Harvard Smithsonian Center for Astrophysics, meent dat er wel degelijk sprake is van meer dan tijdelijke behuizing. Naast de deining betreffende het ruimtevliegtuig vorig jaar, zijn er bij de landingsbaan nu zo’n twaalftal trailers neergezet, die op meer dan tijdelijke behuizing duiden. Vergeleken bij het Nevada Test en Training Range waar Area 51 deel van uitmaakt en dat 1100 gebouwen telt, bescheiden, maar er is, zoals McDowell stelt sprake van uitbreiding, McDowell: “This seems to be something that is more than just, ‘We’re coming here for the weekend.'” De beelden van zowel Maxar als PL, wekken de suggestie dat de gebouwen er rond de testvlucht van vorig jaar september, neergezet zijn, en, zoals Panda stelt lijken ze op andere gebouwen van Chinese militaire faciliteiten. Panda: “This may be offices for officers, if this indeed a site that will be a permanent military installation of some sort.” En Panda meent dat de faciliteit geschikt is voor het testen van geheime toestellen, als: “Atmospheric aircraft, high-altitude aircraft, high-altitude drones, potential bombers, other experimental aircraft,” en meent,”You know the sort of stuff that the US might be accused of testing at a site like Area 51.”

Area 51 alias ‘Dreamland’
Area 51 ligt in het uitgestrekte Nevada Test and Training Range, dat gesitueerd is in het Groom Lake gebied ten noordwesten van Las Vegas. Het NTTR, in het beheer van het Department of Energy (DOE), telt tientallen verschillende zones. Er ligt o.a. een testcentrum van het AEC (er werden zo’n 1100 kernproeven uitgevoerd), luchtmachtbases en het USAF Weapons Testrange. Area 51 beslaat het meer noord-centrale gedeelte van het AEC-gebied. Area 51 is van oorsprong een marinevliegbasis, zie meer over de geschiedenis van het gebied, deze Astroblog. Area 51, inmiddels getooid met bijnamen als ‘Dreamland’ of ‘the Box’ werd in de jaren ’50 reeds getransformeerd om experimentele militaire vliegtuigen en wapens te testen, o.a. het spionagevliegtuig, de U2, en nog steeds doen de geruchten de ronde dat er ook onderzoek van gecrashte UFO’s zou plaatsvinden. Alientechnologie of niet, het is duidelijk dat op Area 51 de grenzen der techniek werden opgezocht, zie bv de F 117A die hier uitgebreid getest is. Het hele gebied wordt natuurlijk afgeschermd door bergketens en is omringd met elektronische detectoren, inclusief infrarood detectie, bewegings- en ammonia detectoren (‘people sniffers’). Kortom men is 24/7 alert op iedere insluipactie.

X-37B credits; NASA.gov

China’s geheime ruimtevliegtuig
Vorig jaar september zou er een experimenteel ruimtevliegtuig geland zijn op de nieuwe landingsbaan bij Malan. Dit ruimtevliegtuig werd gelanceerd vanaf een Lange Mars 2F-raket, De landingsbaan werd, zo toonden de foto’s van Maxar destijds, op 6 september bij de landing, reeds geflankeerd door service faciliteiten. Details over het Chinese ruimtevliegtuig zijn niet bekend, het zou enigszins lijken op de Space shuttle, maar kleiner, Jonathan McDowell stelt: “It’s certainly not, I would say, big enough to fly people.” McDowell trackt satellieten en ruimtevaartuigen. En vervolgt: “America has a pair of similar space planes. Known as the X-37b, these spacecraft conduct classified missions for the Air Force.” McDowell stelt dat deze waarschijnlijk als een experimenten-platform voor o.a. militaire satellieten wordt gebruikt. De X-37b heeft reeds lange, succesvolle testvluchten op zijn naam staan, zie o.a. deze AB van 30 oktober 2019. Op 4 september 2020 meldde het Chinese staatspersbureau Xinhua, ik citeer: “China successfully launched a reusable experimental spacecraft with a Long March-2F carrier rocket from the Jiuquan Satellite Launch Center in northwest China Friday.” Zie hier het berichtje.

McDowell stelt dat de lancering met geheimhouding werd omgeven i.v.m. andere Chinese ruimtevaartmissies. Er was geen lanceerdatum bekend, en geen nadere details. Maar amateur luchtvaartliefhebbers plotten het traject van de baan van het toestel, welke over Lop Nur ging. Ook datum en tijdstip van landing werd bekend, de foto van Planet Labs is rond 2:00 AM UTC op 6 september 2020, genomen. Brian Weeden, (Secure World Foundation) stelt dat deze militaire ruimtevliegtuigen, uit welk land dan ook als voornaamste functies hebben, het snel kunnen lanceren van satellieten, het testen van robotische systemen voor autonome manoeuvres en voor de ontwikkeling van hypersonische wapens. En verder wil China niet achterblijven op de VS en Rusland, Weeden: “If the Americans have one of those, there’s got to be a good reason for it, so we better get one too.” Een vergelijking die snel gemaakt is is die van de Space Shuttle met de ‘Buran‘ de shuttle ontwikkeld door de voormalig Sovjet-Unie. Credits; Maxar/NPR/Warzone/CIIP/J.McDowell/Xinhuanews

De revolutionibus orbium coelestium in Zutphen

Met mijn vrouw was ik vandaag ter gelegenheid van onze vakantie in Zutphen en daar brachten we onder andere een bezoek aan de grote Walburgiskerk, waarvan het oudste deel uit de 11e eeuw stamt. In die kerk heb je de Librije, een oude ‘kettingbibliotheek’, zoals dat wordt genoemd, een bibliotheek waarin de kostbare boeken vastgeketend zijn om te voorkomen dat ze uit de bibliotheek worden meegenomen. Interessant is dat in de Librije een exemplaar wordt bewaard van de eerste druk van ‘De revolutionibus orbium coelestium‘ (Over de omwenteling van de hemellichamen), het beroemde boek van Nicolaus Copernicus uit 1543 (Copernicus’ sterfjaar), waarin gesteld werd dat de planeten niet om de aarde, maar om de zon draaien. Hierboven zie je een foto van een pagina uit een facsimile van het beroemde boek. In de Librije zelf mogen geen foto’s worden gemaakt, dus heb ik er eentje van de facsimile gemaakt, die buiten de Librije te zien is. Het gekke is dat de Revolutionibus niet geketend is in de Librije. Volgens de Amerikaanse astronoom en wetenschapshistoricus Owen Gingerich was dat ‘omdat De Revolutionibus te technisch was, dat wilde toch niemand stelen.’ Het boek was ook te technisch voor de geestelijken in Rome. Niet-gelezen was het boek gedurende zeventig jaar niet verboden. Pas in 1616, nadat Galilei Galileï het wereldbeeld van Copernicus had bevestigd, kwam De Revolutionibus op de lijst van verboden boeken, waarop het tot 1758 bleef staan.

Stijgtrap van de Apollo 11 maanlander draait mogelijk nog steeds om de maan

De stijgtrap van de Apollo 11 maanlander, gefotografeerd door Michael Collins. Credit: NASA.

Het was op 21 juli 1969 dat de stijgtrap (Engels: ascent stage) van de Apollo 11 maanlander Eagle opsteeg vanaf Tranquillity Base op de maan en de twee astronauten Neil Armstrong en Buzz Aldrin na hun historische landing en maanwandeling naar de commando- en servicemodule (CSM) terugbracht, waar Michael Collins hen opwachtte. Na de hereniging ging het drietal terug naar de aarde. Net voor de start van de terugreis werd de stijgtrap losgekoppeld van de CSM en de verwachting was dat die stijgtrap na verloop van tijd op de maan zou botsen. Maar 52 jaar na dato komt James Meador, een onafhankelijk onderzoeker van het California Institute of Technology, met het opmerkelijke verhaal dat hij bewijs heeft dat de stijgtrap anno 2021 nog steeds om de maan draait. Meador heeft berekeningen gemaakt met behulp van de door NASA ontwikkelde ‘General Mission Analysis Tool’, waarmee je precies kunt berekenen welke banen ruimtevaartuigen om een planeet of maan volgen. Gebruikmakend van de gegevens verzameld door de GRAIL satellieten, die het zwaartekrachtsveld van de maan nauwkeurig in kaart hebben gebracht, kon Meador allerlei simulaties maken van wat er sinds de loskoppeling op 21 juli 1969 met de stijgtrap zou zijn gebeurd. Hij hanteerde daarbij ook gegevens van de zwaartekracht van de zon en van andere planeten (behalve Mercurius) en van de krachten als gevolg van de zonnestraling. Uitkomst van dit alles was dat de stijgtrap helemaal niet op ramkoers ging naar de maan, maar dat ‘ie een stabiele baan óm de maan had en nog steeds heeft. Het zou natuurlijk kunnen dat de stijgtrap er helemaal niet is, bijvoorbeeld doordat het laatstre restje brandstof in de stijgtrap op een gegeven moment explodeerde, maar dat weet Meador niet. Hij denkt dat de NASA beschikt over het instrumentarium om de stijgtrap in z’n baan om de maan – áls ‘ie zich daar nog bevindt – op te sporen. Hier voor de liefhebbers het verhaal van Meador: Long-term Orbit Stability of the Apollo 11 Eagle Lunar Module Ascent Stage. Bron: Phys.org.

Boekrecensie van ‘UFO’s: generaals, piloten en regeringsvertegenwoordigers verbreken het stilzwijgen…’

In deze recensie bespreek ik beknopt het boek van de Amerikaanse onderzoeksjournaliste en schrijfster Leslie Kean (NYT, Boston Globe) dat handelt over UFO-meldingen wereldwijd en het (gebrek aan) onderzoek hierover, waarbij Kean de periode bestrijkt tussen 1976 en 2007. Deze periode is niet willekeurig gekozen maar beslaat grofweg de tijd na afsluiting van het bekende Amerikaanse UFO Blue Book-onderzoek en eindigt voor de start van het AATIP-onderzoek (2007-2012), beide zijn geïnitieerd door de Amerikaanse regering. Kean onderzoekt UFO-documentatie op het moment van schrijven en publicatie van dit boek (1ste druk 2010, Eng; UFO’s: Generals, Pilots and Government Officials Go on the Record) dan al ruim tien jaar en publiceerde er geregeld over. Keans interesse voor het UFO-thema kwam nadat ze in 1999 benaderd werd door een Franse journaliste die had gepubliceerd over het Cometa-onderzoek (1996-1999), een reeks UFO-meldingen onderzocht door het Franse leger. Kean publiceerde een dergelijk artikel over Cometa, Engelstalig, in de Boston Globe in mei 2000. Beide artikelen waren bedoeld om zowel Europa als de VS te waarschuwen UFO-meldingen serieus te nemen en gezamenlijk te onderzoeken met name m.b.t. de nationale veiligheid. Leslie Kean is tevens een van het drietal journalisten die in 2017 het spraakmakende artikel ‘Glowing Auras and ‘Black Money’: the Pentagon’s Mysterious U.F.O. Program’ schreven, gepubliceerd op 16 december in de NYT. Dit betrof UFO-onthullingen en onderzoek van en door het Amerikaanse leger. (Zie op Astroblogs ook deze ‘Recap‘, een selectie artikelen gerelateerd aan het NYT-artikel, samengesteld in aanloop naar het UAP-rapport en documentatie die, in het kader van nieuwe wetgeving, de Covid Relief Bill, mogelijk eind juni zal verschijnen). Door het artikel uit de NYT en de gegenereerde media-aandacht gingen meer politici en vertegenwoordigers van onderzoekscommissies informatie vragen, en uiteindelijk zag het Pentagon zich genoodzaakt een officiële verklaring omtrent de onthullingen te geven. Kean startte reeds voorafgaand aan de verschijning van dit boek een eigen organisatie, genaamd ‘Coalition for Freedom of Information’, afgekort CFi (link geeft nu error) en ze werkte mee aan documentaires. Het werk van Kean is met name een oproep om meer transparantie van de overheid naar het publiek m.b.v. UFO-meldingen, en meer gedegen onderzoek. Tevens doe ik in deze blog een uitstapje naar het Amerikaanse boek ‘Skunk Works‘, geschreven door Ben R. Rich en Leo Janos (Back Bay, 1994) waarin uitgebreid verteld wordt over de ontwikkeling van de stealth bommenwerper F-117A bij Lockheed’s Skunk Works. Dit vliegtuig duikt in Keans boek op en wordt in verband gebracht met de UFO-meldingen.

Foto 15 juni 1990, gepubl. in 2003 J. Henrardi, Belgisch Wallonie, Wikimedia Commons

Voorwoord, Cometa, ‘in ieders belang’
Het voorwoord is van de Amerikaanse politiek adviseur John Podesta jr. (1949-). Podesta was stafchef op het Witte Huis tijdens de regering Clinton, en is tevens enkele jaren adviseur voor voormalig president Obama geweest. Podesta staat te boek als een pleitbezorger voor meer transparantie over UFO-meldingen en documentatie van de kant van de Amerikaanse regering. In 2002 op een nieuwsconferentie georganiseerd door Kean’s organisatie CFi, verklaarde Podesta destijds: “It is time for the government to declassify records that are more than 25 years old and to provide scientists with data that will assist in determining the real nature of this phenomenon.” Kean vertelt in de inleiding van haar boek hoe ze zo neutraal, d.w.z. onbevooroordeeld, de verhalen van de UFO-getuigen wil aanhoren, onderzoek doen, en met name de periode na Blue-Book en voor het AATIP wil onderzoeken, (1976-2007), daar deze periode (schijnbaar) het minst onderzocht is. In het algemeen, zo stelt Kean, kwamen destijds UFO-meldingen overal ter wereld voor, kwamen ‘ze’ zowel in ‘golven’ en als ‘individuele’ objecten, in allerlei vormen, en gaat ze in op de definitie van UFO versus UAP. Kean stelt dat deze termen op hetzelfde neerkomen. Kean startte haar eigen onderzoek nadat ze een Engelstalige versie van het Cometa-rapport overhandigd had gekregen. Het rapport dat door Franse generaals en CNES was samengesteld aan de hand van UFO-meldingen. De bedoeling was dat Kean over Cometa zou publiceren in een grote krant, i.d. de Boston Globe, en haar artikel verscheen in mei 2000. Met dit rapport wilde het Franse leger en het CNES druk op de VS uitvoeren voor meer samenwerking  om UFO’s verder te onderzoeken met name m.b.t. de nationale veiligheid.

Indeling, de Belgische UFO-golf
Het boek is opgezet in drie grote delen (‘objecten van onbekende oorsprong’, uit plichtsbesef’, en ‘een oproep tot handelen’), en telt, exclusief een index van personen en de aanvullende noten en verwijzingen naar alle literatuur en websites, 310 bladzijden. Het boek bevat redelijk wat foto’s (allen zwart/wit) en illustraties van UFO’s gemaakt door ooggetuigen. Het boek gaat uit van de volgende standpunten: Kean is zelf overtuigd van het bestaan van UFO’s, ze wil beschrijven hoe ze worden onderzocht, ze vraagt zich af waarom het thema zoveel hoon opwekt en wil tevens een oproep doen voor meer (internationale) samenwerking c.q. onderzoek op dit gebied. Het eerste deel ‘objecten van onbekende oorsprong’ bevat tien hoofdstukken. De eerste twee hoofdstukken betreffen louter de UFO-golf in België, volgens Kean een van de best gedocumenteerde UFO-series ooit. Voormalig generaal bij de Belgische luchtmacht en NATO-strateeg Wilfried De Brouwer vertelt in dit deel over de twee jaar durende UFO-golf, welke begon eind 1989. Destijds werd De Brouwer door de Belgische Minister van BuZa gevraagd zich om deze UFO-meldingen te bekommeren. In totaal was er sprake van 2000 ooggetuigenverslagen van ‘meest driehoekige’, ‘snelbewegende, uiterst stille en met zeer felle lampen uitgeruste’ vliegende objecten, en de meeste werden ‘s nachts waargenomen. Ze leken te zweven (soms laag boven de grond 30-40 m), acceleren, enz. boven het gebied rond Luik (en later ook Brussel), op enkele kilometers vanaf de Duitse grens. Van 500 meldingen kon de oorsprong en aard niet verklaard worden.

Skunk Works, Lockheed’s F-117A, NARCAP
Kean gaat in op het feit dat er in 1975 in het uiterste geheim in Californië bij Lockheed’s Skunk Works (project Have Blue, projectleider Ben Rich), gestart wordt met de ontwikkeling van de F-117A Nighthawk, de eerste Amerikaanse lichte precisiebommenwerper met stealtheigenschappen. Het toestel is het summum in stealth technologie en driehoekig van vorm. Het is juist in deze periode, 1982-1992, dat deze vliegtuigen van de band rollen en er worden er enkele tientallen in het buitenland gestationeerd, ook in Europa. Het boek ‘Skunk Works’ van Rich gaat grotendeels over de ontwikkeling van de F-117A. Zou het mogelijk zijn dat bijvoorbeeld in België enkele van de 2000 UFO-meldingen te maken had met de aanwezigheid van Nighthawks? Rond die periode, in de jaren ’90, zo speculeert Kean, is de VS verwikkeld in enkele heftige oorlogen, o.a. in de Golfoorlog (1991, Desert Storm), en in voormalig Joegoslavië (Operation Allied Force). Zouden deze strijdtonelen een verband houden met de UFO-meldingen? Echter, generaal de Brouwer zelf twijfelt niet, en houdt deze mogelijkheid (een F-117A, of de Marke-B2 aanzien voor een UFO) voor uitgesloten. De Brouwer stelt dat een land steevast wordt geïnformeerd over missies met prototypen van geavanceerde vliegtuigen. In 1992 sluit de Belgische minister van BuZa het UFO-onderzoek af. Enkele hoofdstukken van het boek behandelen individuele gevallen, waarbij Kean met name ingaat op de UFO-encounters van resp. twee jachtvliegers van de Iranese luchtmacht in 1976 (Parwis Dschafari) en in 1980 van een Chileense luchtmachtpiloot (Oscar St. María Huertas). Kean kwam er later achter dat, ook al had de VS geen eigen officieel UFO-onderzoek meer lopen, de VS wel degelijk in beide encounters zeer veel interesse had daar beide jachtvliegers de UFO onder vuur genomen hadden. Verder besteed Kean de nodige aandacht aan de O’Hare-encounter (7 november 2006, O’Hare vliegveld Chicago), met name daar de berichtgeving hierover minimaal was. De afwikkeling van het O’Hare UFO-incident toont, volgens Kean, de ‘verdoezelstrategie’ van luchtvaart- en overheidsdiensten inzake UFO-meldingen. De FAA deed het later af als een ‘hole punch cloud‘. Verder schrijft ze, om de sprong te maken van de veiligheid in het luchtruim naar UFO-onderzoek, over de oprichting van NARCAP (National Aviation Reporting Center on Anomalous Phenomena). Dr. Richard Haines, destijds medewerker van NASA, en betrokken geweest bij grote ruimtevaartprojecten als Apollo en Skylab, maakte zich zorgen over de UFO-meldingen m.b.t. de veiligheid van het luchtruim. Met enkele collega’s uit de lucht- en ruimtevaart richtte Haines in 2000 een database op (resultaat 3400 UAP-meldingen) en stelt zijn team Haines een rapport samen waarin 100 meldingen van piloten uitgebreid behandeld worden. Veel van deze personen wiens incidenten, hetzij beschreven door Kean in haar boek, hetzij door een eigen verslag in het boek geplaatst, zijn in 2007 op een UAP-conferentie, mede georganiseerd door Leslie Kean, samengekomen en hebben elkaar ontmoet en informatie uitgewiseld over de UAP-incidenten.

Nieuw-Zeeland, Omarama, ‘whole punch cloud’ wikimedia commons

UFO-onderzoek in de VS versus onderzoek in Frankrijk, het VK, Zuid-Amerika e.a.
In het tweede deel van het boek, getiteld ‘uit plichtsbesef’ behandelt Leslie Kean het opstarten van het UFO-onderzoek in de jaren ’40 door de Amerikaanse regering na vele meldingen van onbekende objecten in het luchtruim. Kean beschrijft de houding van het leger, en hoe deze zich ontwikkeld. Rapporteerde men vooreerst feitelijk en onbevooroordeeld de meldingen, later moest alles zoveel mogelijk verklaard worden, hoe vergezocht sommige verklaringen ook waren. De bal m.b.t. officieel onderzoek in de VS begon te rollen met de beroemde memo van USAF generaal Nathan Twining ‘Flying Saucers’, uit 1947, gericht aan het Pentagon. Het project ‘Blue Book’ werd opgestart. Alle inlichtingendiensten werden erbij betrokken en de DCI (Director of Central Intelligence) werd de spil in het grote UFO-informatieweb. De regering zag de noodzaak tot gedegen onderzoek, de nationale veiligheid was daarbij het leidende motief. De koude oorlog was immers in volle gang. Wetenschappers uit diverse disciplines werden bij het onderzoek betrokken en de belangrijkste onder hen was de astronoom J. Allen Hynek jr. (1910-1986). Kean benadrukt hoe dit onderzoek, met als afsluiting het in 1969 verschenen Condon-rapport, steevast meer en meer geleid werd vanuit de motieven ‘opheldering’ en ‘diskreditering’, alles moest opgehelderd worden. Als voorbeeld geef Kean de propaganda-woede rondom UFO’s; alle films, boeken enz. met UFO’s moesten een verklaring paraat hebben. De dynamiek rondom UFO’s kwam met het Condon-rapport tot stilstand. Daarop vergelijkt Kean de houding van de Amerikaanse leger en inlichtingendiensten met het UFO-onderzoek in Frankrijk, het VK en enkele landen in Zuid-Amerika. Kean benadrukt dat de houding van bijvoorbeeld een land als Frankrijk totaal anders is, open en onderzoeksgericht, en de organisatie die zich ermee bezighoudt GEIPAN, is onderdeel van het CNES. GEIPAN betrekt al in een vroeg stadium wetenschappers bij de onderzoeken, zijn niet terughoudend in het delen van data, en misschien wel het belangrijkste, ze sturen jachtvliegers naar de plekken van de UFO-encounters voor onderzoek ter plaatse. Kean bespreekt uitgebreidt het Cometa-onderzoek dat liep van 1996 tot 1999, projectleider van Cometa was destijds Jean-Jacques Velasco. Verder gaat Kean in op wat wel het Engelse ‘Roswell-incident’ wordt genoemd. In december 1980 trof luchtmachtpersoneel nabij hun basis (dubbelbasisWoodbridge/Bentwaters) in het Rendlesham Forest vreemde, helverlichte vliegende objecten aan. In Kean’s boek doen zowel voormalig USAF-medwerkers James Penniston alswel onderzoeksleider Charles L. Halt hun relaas. Kean toont het logboek van Penniston met aantekeningen van driehoekige objecten waarop symbolen zijn aangebracht. Ze konden het object aanraken, voelden zwakstroom in hun armen en vergeleken het met de pupil van een menselijk oog. De getuigen maakten melding bij het US Office of Investigation maar de ervaringen werden afgedaan o.a. als ‘hallucinaties’ o.i.d.

In het derde deel van het boek ‘een oproep tot handelen’ bespreekt Kean uitgebreid het stilzwijgen en de heimelijke houding inzake UAP-meldingen van de kant van de Amerikaanse regering, met in haar kielzog de betrokken organisaties, NASA, FAA, en de inlichtingendiensten. Hiermee, aldus Kean, wordt juist de schijn gewekt als zouden ‘zij’ iets heel bijzonders voor ‘ons’, het publiek, geheim houden. Ook stelt Kean dat zij mogelijk bewijs heeft gevonden, aan de hand van een Engels document, dat de VS middels de USAP (Unacknowledged Secret Area Program) wel degelijk, continu UFO-onderzoek door alle decenna, sinds de afsluiting van Blue Book heeft gedaan. Er zou een soort commissie ‘stiekum’ bestaan, met personen uit allerlei ambtelijke gremia die op de hoogte werd gehouden van de ontwikkelingen op UAP-gebied. Uit angst, wantrouwen of misschien juist uit veiligheidsoverwegingen zou dit onderzoek geheim zijn geweest en gebleven. Deze ‘verdoezelcampagne’ kan er, aldus Kean, zelfs mogelijk op duiden dat USAP zelf exotische technologiën en nieuwe fysica m.b.t. de ontdekte UAP’s aan het doorgronden is. Pas, en Kean vergelijkt het met ‘holenmensen die erachter moeten komen hoe een TV-toestel werkt’ nadat er duidelijk geen gevaar bestaat voor de mensheid zou openbaring volgen. Echter, en zo geeft zij ook zelf toe, blijft het bij speculatie, maar, zo concludeert ze, het is wel juist aan deze houding te danken dat het publiek tenslotte na al die decennia zelf op zoek gaat naar verklaringen, en eigenhandig gaan onderzoeken en documenteren. Als aanloop naar het komend UAP-rapport is het zeker interessant nog eens te lezen in dit boek over de periode tussen Blue Book en AATIP in. En verder, staan wij dan nu echt aan de vooravond dat de Amerikaanse regering openheid van zaken gaat geven. we zullen nog even geduld moeten hebben…Bronnen: L. Kean, CNES, NARCAP, NYM, e.v.a.

Russische nucleaire krachtpatser ‘Zeus’ gaat voor vlot en efficiënt vrachtvervoer en energievoorziening op ruimteschepen zorgen

Al ruim tien jaar werkt Rusland hard aan de bouw van een nucleair aangedreven ruimtevaartuig dat tot doel heeft zware vracht en bemanning vlot en efficiënt door het zonnestelsel te laten reizen. Roscosmos onthulde recent op een technologieconferentie in Moskou meer details over deze ruimtesleepboot. De cargomodule is ‘Zeus‘ genoemd, en er zijn twee modellen ontworpen. Het ene type wordt uitgerust met een magnetoplasmamotor, de andere met een ionenmotor. Volgens Roscosmos zal Zeus op zijn eerste reis een kernreactor bevatten die 500 kilowatt elektrisch vermogen kan leveren, in totaal zal de module dan zo’n 22 ton wegen. Zeus zal op zijn maidentrip eerst langs de maan gaan, dan Venus aandoen (bij beide zal het een ander vaartuig afleveren) en vervolgens doorreizen naar Jupiter. De gehele reis zal zo een vier jaar in beslag nemen. De lancering staat gepland voor 2030, ruim twintig jaar na het ontwerpvoorstel in 2010. Van Zeus (ook Transport and Energy Module (TEM) genoemd) werd het eerste protoype in 2018 onthuld (zie RT-video hier). De lancering zal plaatsvinden vanaf het oostelijk gelegen Vostochny Kosmodrom, met een Angara-A5V raket. Vorig jaar wijdde ik reeds een Astroblog aan dit nieuwe Russische ruimteschip dat, zoals gezegd, voornamelijk voor vracht is bedoeld. De nucleaire motor zal worden aangedreven door een gasgekoelde, snelle neutronenreactor, waarbij een mengsel van helium en xenon wordt gebruikt voor het koelsysteem bij een kerntemperatuur die naar verwachting 1500 graden Celsius kan bereiken.

Artistieke impressie van Russische nucleaire raket credits; TASS Roskosmos

Roscosmos onthulde ook een ontwerp van een nieuw orbitaal ruimtestation (ROSS) welke twee modules bevat die uitgerust zijn met de Zeus-technologie. (In april j.l. kondigde Rusland tevens aan zich in 2025 uit het ISS terug te trekken.) De Russische Orel, een next-gen bemand ruimtevaartuig (vervangt de Sojoez) en nieuwe herbruikbare raketten zullen bij dit station kunnen aanmeren. Verder zal de Zeus ook ingezet worden voor de luchtverdediging van het land, om bijvoorbeeld satellieten en vliegtuigen te tracken. Volgens TV9/RIA Novosti ‘zal de (ruimte)sleepboot, afhankelijk van het vermogen van de radarapparatuur (50 of 200 kW), een gebied met een straal van resp. 2200 km of 4300 km kunnen bestrijken (van het Russische luchtruim).’ Roscosmos heeft eind vorig jaar een contract, t.w.v. 57 miljoen USD, met Arsenal (een in St. Petersburg gevestigd ontwerpbureau), voor een preliminair ontwerp, dit zou eind 2024 klaar moeten zijn. De verwachte technische levensduur van de Zeus-module is 10 tot 12 jaar. Tijdens de presentatie meldde Roscosmos tevens dat ze samen met de Russische Academie van Wetenschappen nog steeds bezig zijn om de ballistiek (het traject) van de vlucht te berekenen, evenals de hoeveelheid gewicht die Zeus kan dragen. 

NASA en nucleaire aandrijving
Ook NASA heeft diverse projecten gaande m.b.t. nucleaire aandrijving voor ruimtereizen.
NASA en Ultra Safe Nuclar Corporation ontwikkelen een nucleair motorsysteem voor deep space-missies naar o.a. Mars. NASA’s KiloPower project (1-10 kilowatt) wordt ontwikkeld voor energievoorziening op planetaire oppervlakken. Vorig jaar schreef ik ook over DARPA, i.v.m. het ontwikkelen van militaire cislunaire missies, project ‘DRACO‘. Gryphon Technologies gaat een nucleaire raketmotor voor DRACO ontwikkelen. En recentelijk werd bekend dat ook Jeff Bezos’ ruimtevaartbedrijf Blue Origin mee gaat werken aan dit project. Gryphon wil een HALEU-voortstuwingssysteem ontwikkelen dat gebruik maakt van nucleaire brandstof gemaakt van gerecyclede civiele reactorbrandstof die is herverwerkt en verrijkt tot tussen de vijf en twintig procent – meer dan dat van civiele reactoren en minder dan dat van marinereactoren. Het resultaat is een reactorkern die klein zal zijn, minder afval produceert, een langere kernlevensduur en meer efficiëntie heeft, daardoor geschikter voor gebruik in de ruimte dan eerdere ontwerpen.

Zonnepanelen, RTG’s, SNAP 10A en Topaz
De meeste ruimtevaartuigen halen hun energie uit zonnepanelen, batterijen of RTG’s (radioistotoop generatoren). NASA’s Juno-ruimtevaartuig voor Jupiter bijvoorbeeld, gebruikt zonnepanelen. En de Huygens-sonde gebruikte in 2005 batterijen om kort op een maan van Saturnus, Titan, te landen. NASA’s Voyagers die inmiddels in de interstellaire ruimte zijn, gebruiken RTG’s, ook wel ‘nucleaire batterijen’ genoemd, en ook de Marsrovers zijn met RTG’s uitgerust. Tot nu toe heeft NASA echter slechts één kernreactor de ruimte in gestuurd, de Snap-10A, gelanceerd in 1965 vanaf de luchtmachtbasis Vandenberg naar een lage aardebaan van 1300 km. De nucleaire elektrische bron was bedoeld om een jaar lang meer dan 500 watt vermogen te produceren. Na 43 dagen faalde een spanningsregelaar – niet gerelateerd aan de SNAP-reactor -, en de reactorkern werd stilgelegd, na het bereiken van een max. vermogen van 590 watt. Rusland heeft veel ervaring met kernreactoren in de ruimte, zij zonden tussen 1960 en 1980 32 Rorsat-satellieten naar de ruimte met aan boord Topaz-kernreactoren, maar dit ging niet altijd goed. In 1987 stortte een van deze satellieten, de Kosmos-954 met aan boord 45 kg hoogverrijkt Uranium-235, neer boven Canada. Bronnen: TASS/Sputnik, Roscosmos, SpaceDaily, TV9news, Aerotime

Interstellaire berichten en de erfenis van Hans Freudenthal en Alexander Ollongren II

Hier volgt het tweede deel van het artikel ‘Buitenaards Babbelen’ van mijn hand dat gaat over Messagging ExtraTerrestrial Intelligence of kortweg METI. Het artikel is recent verschenen in Ruimtevaart 2, 2021, van de NVR. In dit deel bespreek ik o.a. de METI-chatbot die werd meegestuurd met de Cosmic Call 2003, de invloed van KI-founding father Marvin Minsky op het METI-onderzoek, en het Lincos 2.0 van Alexander Ollongren dat voortbouwt op Hans Freudenthal’s Lincos maar ook de informatica introduceerde in zijn geconstrueerde meta-taal voor METI. Verder komen de ‘Dark Forest’-theorie en het ‘moratorium on interstellar broadcasting 2015’ aan bod. De bezorgdheid over het uitzenden van interstellaire radioboodschappen door een groep wetenschappers waaronder Stephen Hawking, werd in dit moratorium uiteengezet.

Evpatoria telescoop, Oekraine, credits; wikimedia commons

In het eerste deel van Buitenaards Babbelen werden de Arecibo-boodschap, de Cosmic Calls 1999 en 2003 verzonden vanaf de Evpatoria telescoop in Oekraïne, en de kosmische talen Astraglossa en Hans Freudenthal’s Lincos besproken. Zoals al aangegeven in de intro van deel I is de term METI geponeerd tijdens de eerste SETI-conferentie, georganiseerd in 1973. Als aparte tak van onderzoek kent METI dus een lange geschiedenis, net als de zoektocht in het algemeen naar buitenaardse beschavingen. Bekende METI-onderzoekers, Frank Drake, Carl Sagan, Marvin Minsky, Douglas Vakoch en twee prominente Nederlandse wetenschappers, wiskundige Hans Freudenthal en sterrenkundige Alexander Ollongren plaveiden de weg in het stekelige landschap van de complexe vraagstukken rondom interstellaire communicatie. Het tweedelig artikel Buitenaards babbelen is het relaas van het METI-onderzoek van de afgelopen 50 jaar, en is binnenkort te lezen in het pdf-archief van de NVR, voor het tweede deel zie deze link Buitenaards babbelen II.

NASA’s Curiosity gekiekt op Mont Mercou en de Chinese rover Zhurong betreedt het Mars-oppervlak

Het wordt steeds drukker op Mars. De Curiosity-rover die voortploetert op de rode planeet werd recent op 18 april j.l. nog fraai gekiekt door de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) en de Chinese Zhurong rover heeft vannacht zijn eerste meters afgelegd op Utopia Planitia. NASA’s Curiosity, bijna 9 jaar actief en al 25 km op de teller, bevindt zich ten tijde van de opname van de foto op de Mont Mercou, deze rotsformatie ligt op de 5,5 km hoge Mount Sharp. De MRO nam de foto met behulp van zijn High Resolution Imaging Science Experiment (HiRISE) -instrument. De Curiosity ter grootte van een personenauto is duidelijk zichtbaar, ook al vloog MRO op dat moment een kleine 270 boven het oppervlak van Mars.

Curiosity op Mont Mercou, 18 april j.l. Credits; NASA/JPL-Caltech, Universiteit van Arizona

De Curiosity landde in augustus 2012 in de 154 km brede Gale-krater, en zijn missie diende om te bepalen of de omgeving ooit microbieel leven heeft kunnen ondersteunen. Dit bleek inderdaad zo, de observaties van de zeswielige rover toonden dat Mars’Gale Crater ooit in een ver verleden voor lange tijd een  potentieel bewoonbaar systeem van waterwegen bezat. In september 2014 bereikte Curiosity de uitlopers van Mount Sharp, die vanuit het centrum van Gale hoog oprijst. De rover heeft sindsdien de berg beklommen en de gelaagde rotsafzettingen onderzocht op aanwijzingen over de lang geleden overgang van Mars van een relatief warme en natte wereld naar de koude woestijnplaneet die het nu is. Waarnemingen van MRO en andere orbiters laten zien dat deze overgang in het gesteente wordt vastgelegd, als een verschuiving van kleidragend materiaal naar lagen met veel zoute sulfaten. De heuvels net voorbij de Mont Mercou zijn rijk aan sulfaten, ‘dus daar gaan we naartoe’, zei Abigail Fraeman, plaatsvervangend projectwetenschapper van NASA/JPL. in een video-update van donderdag 20 mei j.l. Hieronder de video met de updates van de Marsrovers. Bronnen: NASA, Space.com

Zhurong
De Zhurong rover heeft op 22 mei om 10:40 Pekingtijd (04:40 NL’se tijd), het landingsplatform verlaten en rijdt nu rond op Mars. De lander en de rover Zhurong, die deel uitmaken van de eerste Marsmissie ‘Tianwen-1’, zijn ontwikkeld door het ‘China Aerospace Science and Technology Corporation, en landden op 15 mei j.l. op het Mars-oppervlak. Het wetenschappelijke doel van de Tianwen-1-missie is het bestuderen van de morfologie en geologische structuurkenmerken van Mars, de kenmerken van de bodemsamenstelling op het oppervlak van Mars, de verdeling van waterijs, en de ionosfeer.
Het is de bedoeling dat het wagentje de komende 90 dagen operationeel zal zijn op de rode planeet. Zie Andrew Jones op Twitter. Bronnen: NOS, Andrew Jone, CNSA/CASC

Beeldimpressie, Zhurong rijdt Mars op Credits; CNSA

Voor een overzicht waar al dit ‘Marsverkeer’ zich nu precies bevindt, zie deze kaart